Ontstaan Hindoeïsme - Essay Marketplace

Ontstaan Hindoeïsme

Het Hindoeïsme is ontstaan tussen 1200 en 800 voor Christus bij de Indus. Officieel heet het geloof Sanatana Dharma, maar in de loop van de 19e eeuw is het geloof door westerse geleerde Hindoeïsme genoemd. Het Hindoeïsme is de oudste godsdienst op aarde. Hindoes, mensen die in het Hindoeïsme geloven, hebben een bepaalde leefwijze, eetgewoontes en een eigen kijk op het leven en de mens.

Toen rond 5000 voor Christus Ariërs, inwoners uit Iran en noord-India, naar het gebied bij de rivier de Indus gingen, namen zij goddelijke kennis en vier heilige boeken mee, de Vera’s.

In deze vier boeken zijn de rituelen, de zangvormen, de offerformules en de basis van de Vera uitgelegd. In een paar duizend jaar tijd is hieruit het Sanatana Dharma/Hindoeïsme ontstaan.

https://1314noahvanmoppeshindoeisme.wordpress.com/hoe-is-het-hindoeisme-ontstaan/

Betekenis van de naam “Hindoeïsme”

De naam Hindoeïsme komt oorspronkelijk van de naam van een rivier. Bij deze rivier, de Indus, leefden een groep mensen die op een gegeven moment een bepaald geloof stichtte. Dit geloof werd toen naar de rivier Indus vernoemd en heette vanaf toen Hindoe. Hindoe is later het Hindoeïsme geworden.

De aanhangers van het Hindoeïsme noemen zelf hun geloof vaak Sanātana Dharma. Dit wordt vaak vertaald als ”de eeuwige wet die ons ondersteunt en overeind houdt” of als “ de eeuwige orde”. Allebei de vertalingen slaan op de natuur en het dagelijkse leven van de mens. De hindoes vonden dat dit de grootste verantwoordelijkheid was. Dat je de orde nooit verstoord.

https://www.google.nl/amp/s/www.ensie.nl/amp/amnesty-international/hindoeisme

https://www.scholieren.com/werkstuk/7387

Het boekje van LV: de weg naar verlossing.

Betekenis van “Trimoerti”

Trimoerti is een naam voor de drie-eenheid van de 3 belangrijkste goden van het Hindoeïsme. De eerste is Brahma, de schepper van onder andere het leven, hij is de oudste god en wordt ook wel de oppergod genoemd. De tweede god van de trimoerti is Visjnoe, de beschermer. Als laatste heb je nog Sjiva, de vernietiger.

De Trimoerti symboliseert alle goden en goddelijke aspecten elkaar als het ware aanvullen. Het wordt vaak afgebeeld als een menselijk figuur met 3 verschillende gezichten.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Trimurti

http://www.encyclo.nl/begrip/Trimoerti

https://www.cultureelwoordenboek.nl/index.php?lem=1475

Sjiva

De god Sjiva is in het Hindoeïsme verantwoordelijk voor de schepping. De schepping is het ritme van het leven dat ontstaat en vergaat. Sjiva heeft veel tegenstellingen, hij kan nieuw leven creëren, maar het vervolgens ook weer zelf doden. Hindoes denken dat Sjiva de god is die bepaald wat er na de dood met je lichaam gebeurd. Hierdoor wordt Sjiva ook wel de god van de kringloop van de wedergeboorte genoemd.

Daarnaast is Sjiva ook de god van de voortplanting en de vruchtbaarheid. In veel Hindoeïstische tempels wordt een Linga vereerd, dit is een bewerkte steen die symbool staat voor het mannelijke geslachtsdeel. Het voorwerp hieronder is de Linga.

Omdat Sjiva een erg belangrijke god is, en voor veel dingen verantwoordelijk is, heeft Sjiva ook veel kenmerkende voorwerpen. Sjiva heeft een drietand, een bijl, een lasso, een maansikkel en zijn hoofd is met as bedekt. Sjiva draagt een olifantenhuid en zit altijd op een tijgerhuid. Volgens de heilige boeken wordt Sjiva door een wit stier vervoerd. Al deze voorwerpen zijn goed te zien op de twee afbeeldingen van Sjiva hieronder.

Verhaal over Shiva

Eens gebeurde het, dat de god Shiva thuiskwam en hij voor de deur een van zijn dienaren aantrof. Deze verbood hem de toegang tot het huis met de boodschap dat Parvati, dochter van de bergen en de vrouw van Shiva, aan het baden was en opdracht had gegeven om niemand door te laten. Shiva wierp de dienaar een dreigende blik toe en zonder zich ook maar iets van diens woorden aan te trekken, liep hij naar binnen. Toen de badende Parvati plotseling haar echtgenoot voor zich zag staan, steeg het schaamrood haar naar de wangen. Ze bedekte haar naaktheid en rende naar haar slaapvertrek. Naar aanleiding van dit incident dacht Parvati: Ik zou een dienaar helemaal voor mezelf moeten hebben; iemand die alleen naar mij luistert en werkelijk doet wat ik hem opdraag. Uit het vuil van haar lichaam creëerde zij op een dag een knappe jonge man. Hij had een gaaf lichaam en was oersterk. Nadat ze hem in kleren had gestoken en zijn uiterlijk verfraaid had met sieraden en juwelen, zei ze tegen hem: “Jij bent Ganesha, mijn eigen zoon, in dit huis heb ik niemand behalve jou.” De jonge man maakte een diepe buiging en vroeg: “Waarmee kan ik u van dienst zijn, ik zal doen wat u mij opdraagt.” – “Lieve zoon,” antwoordde Parvati, “van nu af aan zul je mijn deur bewaken. Zonder mijn toestemming mag je niemand, maar dan ook niemand binnen laten. Gebruik desnoods geweld.” Als een liefdevolle moeder omhelsde zij Ganesha. Daarna gaf ze hem een stevige stok en liet hem postvatten voor de deur van het huis, terwijl zij zelf binnen bleef om zich te baden. Niet lang daarna kwam Shiva thuis, in gezelschap van een groep volgelingen.

Ganesha, die niet wist met wie hij te maken had, hield zijn stok in de aanslag en waarschuwde: “Zonder toestemming van mijn moeder mag u niet naar binnen.” Shiva keek hem aan en zei: “Domoor, wie ben jij om mij tegen te houden? Weet je dan niet dat ik Shiva ben?” Als antwoord kreeg Shiva een stevige mep met de stok. “Je bent niet goed bij je hoofd,” tierde hij. “Ik ben Shiva, de man van Parvati. Ik woon hier en ik ga nu naar binnen.” Voor hij een stap verder kon doen kreeg hij voor de tweede maal een klap. Shiva liep terug naar zijn volgelingen om zich te beklagen. “Wie is die jongen en wat wil hij? Wat is er eigenlijk aan de hand, waarom staan jullie hier toe te kijken zonder iets te doen?” Aangespoord door hun leider, stapten de volgelingen op Ganesha af. “Wie ben jij? Als je niet maakt dat je wegkomt, riskeer je je leven,” riepen ze hem toe. Ganesha liet zich niet bang maken en vertelde wie hij was. Maar hij maakte hun tevens duidelijk dat hij niet van plan was van zijn post te wijken. Shiva zat nu met een probleem. “Luister,” sprak hij, “jullie zijn mijn volgelingen, die knaap daar is de zoon van Parvati. Waarom zou er strijd moeten zijn? Maar als ik mij zomaar laat afwimpelen, zullen de mensen dan niet zeggen dat de grote Shiva bang is voor zijn vrouw? Die Ganesha moet daar weg bij de deur en als er strijd moet zijn dan is Parvati daar verantwoordelijk voor. Laat het gevecht beginnen.” De volgelingen grepen hun wapens en gingen tot de aanval over. Ganesha pakte een enorme knots en elke keer als hij er een klap mee uitdeelde, klonk het gekraak van botten. Armen, benen en hoofden vlogen in het rond.

De volgelingen van Shiva waren geen partij voor deze machtige krijger. Als herten die een leeuw bespeuren stoven ze in tien richtingen uiteen.De goden hadden deze afstraffing vanuit hun hemelse verblijfplaats gadegeslagen. Onder leiding van de god Vishnu verschenen ze op het strijdtoneel. Vishnu zei tegen Shiva: “Zonder list is Ganesha niet te verslaan. Het geluk is aan zijn zijde. Hij is oersterk, een ware held die van vechten houdt.” Vishnu bedacht een plan en vertelde het aan Shiva. Daarna bond hij de strijd aan met Ganesha. Terwijl deze twee aan het vechten waren, sloop Shiva van achter nabij en sloeg met zijn drietand het hoofd van de romp van Ganesha. Toen Ganesha was gedood, begonnen de goden en de volgelingen van Shiva luid jubelend in het rond te dansen. Juist op dat moment kwam Parvati naar buiten en zag het onthoofde lichaam van haar zoon voor de deur liggen. Zij begon hardop te jammeren: “Wat moet ik doen, waar kan ik heen? Het noodlot heeft toegeslagen, de goden hebben mijn zoon vermoord. Hoe zal ik dit verdriet ooit te boven komen.

Maar mijn wraak zal zoet zijn.” In een oogwenk creëerde zij honderdduizend Sakti’s, woest uitziende godinnen met tien armen. “Moeder,” spraken zij, “wat wilt u dat wij doen?” In haar razernij antwoordde Parvati: “O godinnen, ik wil dat jullie de wereld vernietigen. Verslind alles wat op je pad komt, goden, halfgoden, zieners, ja zelfs mijn eigen volgelingen.” Op haar bevel begonnen de godinnen hun verwoestende werk. Overal waar je keek waren Sakti’s en alles wat leefde pakten ze op en wierpen het in hun opengesperde mond.

De goden waren machteloos, met afgrijzen staarden ze naar dit huiveringwekkende tafereel. En terwijl ze aan het beraadslagen waren wat hun te doen stond om deze verwoesting een halt toe te roepen, verscheen hun leermeester Narada, de ziener, in hun midden. De goden wierpen zich aan zijn voeten en vroegen hem om hulp.

Daarop sprak de ziener: “Zolang Parvati, de dochter van de bergen, geen medelijden heeft, zal er ellende zijn. Laat daar geen misverstand over bestaan.” Toen ging Narada, met in zijn gevolg nog een aantal zieners, naar Parvati. Hij nam een buigende houding aan en sprak: “O moeder van de wereld, wij brengen u hulde. U hebt alles geschapen, u bent de macht die beschermt en u bent de macht die vernietigt. O godin, wees voldaan, wees kalm.” Parvati bleef nijdig kijken en zei geen woord. Opnieuw maakte Narada een diepe buiging en vervolgde zijn verzoek om genade. “O godin, vergeef ons de fout die is gemaakt. Wij zijn uw eigen kinderen, we voelen ons ellendig, heb medelijden.” Na deze woorden te hebben aangehoord verscheen er een glimp van tevredenheid in de blikken van Parvati. Zij sprak: “Als jullie mijn zoon weer tot leven brengen zal ik een einde maken aan deze verwoesting.

Als jullie hem respect tonen en hem opziener van de goden maken, dan zal er vrede zijn.” Met deze boodschap keerde Narada terug naar de goden. Shiva begon voorbereidingen te treffen om aan de eis van zijn vrouw tegemoet te komen. Aan de goden gaf hij de opdracht om het lichaam van Ganesha te halen en het te wassen.

Daarna sprak hij: “Ga naar het noorden en hak het hoofd af van het eerste levende wezen dat jullie tegenkomen.” De goden trokken naar het noorden en het eerste wat ze zagen was een olifant met één slagtand. Ze hakten zijn hoofd af, brachten het terug en bevestigden het aan de romp van Ganesha. Vervolgens nam Shiva wat nectar van de goden en terwijl hij gebeden prevelde sprenkelde hij wat druppels op het zielloze lichaam. Bij de eerste druppel die op hem viel kwam Ganesha weer tot bewustzijn. Hij stond op alsof hij slechts een dutje had liggen doen. Zijn ledematen zagen er nog even krachtig en schitterend uit als tevoren en op zijn schouders stond een vrolijk blozende olifantenkop. Iedereen was blij en het meest van allemaal natuurlijk Parvati, nu haar zoon weer levend en gezond was.

Ganesha werd later de god van de wijsheid, de kennis, voorspoed, en van het verwijderen van obstakels. Hij wordt vaak afgebeeld met een dikke blote buik, vier armen waarvan er een omhoog staat, en rode kleding. De dikke blote buik staat voor de boodschap dat als we ons zelf sterk opstellen, dan kan geen enkele kracht ons omver blazen.

De 4 armen symboliseren 4 activiteiten. Een van de armen heeft een rechtopstaande hand, wat het geven van een zegen symboliseert. De eerste arm staat voor cita (bewustzijn), de tweede staat voor buddhi (wijsheid), deze twee staan voor de goddelijke wereld. De derde arm staat voor mana (zinnen), en de vierde staat voor ahankara (ego). De laatste twee armen zijn kenmerken voor de aardse wereld. Wat ook de mana en de ahankara kenmerkt is de rode kleding waarmee hij wordt afgebeeld.

Een van de bekendste attributen waarmee Ganesha meestal wordt afgebeeld is een lotusbloem. Ganesha houdt deze bloem in zijn hand, dit is het symbool dat hij de drager is van een uitmuntende zuiverheid. Ook heeft Ganesha vaak een bijl, wat duidt op de scherpzinnigheid van het verstand. Verder wordt hij ook vaak afgebeeld met een muis. Deze muis staat voor ego, en ligt dan bij zijn voeten, wat symboliseert dat het ego zich overgeeft aan Ganesha, wat weer de boodschap symboliseert, dat wij ons verstand boven ons ego moeten stellen.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Ganesha

https://www.hindoedharma.nl/hindoeisme/goddelijke-gedaantes/ganesha/

https://www.beleven.org/verhaal/ganesha#verhaal

Visjnoe

Visjnoe is een van de goden van de hindoeïstische drie-eenheid. Omdat hij als een liefdevolle schepper alle levensvormen voor de eerste keer op aarde creëerde, wordt hij door de hindoes ook wel gezien als de ‘heer van de wereld’. Dit kon hij wel pas doen nadat Brahma leven mogelijk maakte. Daarnaast wordt Visjnoe ook wel gezien als iemand die de wereld ‘onderhoud’ en ook mensen wil verlossen van het kwaad. Hij is daarom al enkele malen naar de aarde gekomen in verschillende gedaantes (avatara’s). De belangrijkste avatara’s van Visjnoe zijn koning Rama en herdersjongen Krisjna, die hielp met het doden van een slechte koning. Volgens sommige Hindoes is ook Boeddha een een avatara van Visjnoe. In totaal zullen er tien avatara’s van Visjnoe verschijnen (er moet er nu dus nog maar één komen) en de laatste avatara, Kalkin, zal de wereld definitief van het kwaad verlossen.

Visjnoe wordt vaak afgebeeld met vier armen, een lotusbloem, schelphoorn (shankha), scepter (gada), discus (chakra) en soms wordt hij ook afgebeeld op een adelaar. Zijn vier armen staan symbool voor bewustzijn, wijsheid, zinnen en ego. De lotusbloem symboliseert dat hij de drager is van uitmuntende zuiverheid. De shankha of schelphoorn is een instrument dat het geluid van de klanken AUM (ૐ) maakt en ook het geluid van de schepping. AUM is een krachtige klank die in staat is om negatieve energieën te vernietigen. De scepter of gada is een krachtig wapen dat symbool staat voor de heerschappij van Visjnoe. De discus of chakra staat symbool voor de vernietigende kant van Visjnoe. De adelaar waar hij soms op wordt afgebeeld is het standaard rijdier van Visjnoe.

Verhaal over Visjnoe en Garuda (adelaar)

Toen – lang geleden – de vogel Garuda uit zijn ei kroop, had hij meteen honger. Hij zei tot zijn moeder: “Geef me te eten.” Zijn grote moeder zag haar zoon staan. Hij was sterk en groot als een berg. Ze zei: “Mijn zoon, een honger als die van jou kan ik onmogelijk stillen. Ga naar je vader, Kasyapa, die woont aan de oever van de rivier Lauhitya; hij eet weinig en denkt veel na. Vertel hem wat je wilt en doe wat hij je zegt; dan zal je honger gestild worden.”

Garuda vertrouwde op haar woorden en vloog snel als de wind naar de oever van de Lauhitya. Daar zag hij zijn vader, de grootste der zieners, gloeiend als het vuur. Garuda maakte een diepe buiging en sprak: “Ik ben uw zoon, o grote ziel, ik heb honger. Geef me iets te eten.” Kasyapa verzonk in diepe gedachten, herkende in de vogel zijn zoon en zei: “Aan de kust van de oceaan leven honderdduizend slechte inboorlingen. Eet hen op en wees gelukkig. Zij zijn een plaag zoals kraaien op een bedevaartplaats. Maar pas op: een brahmaan houdt zich tussen hen verborgen. Zorg ervoor dat zijn leven gespaard blijft.”

Zo gezegd, zo gedaan, de vogel vrat de inboorlingen op. Maar zonder dat hij er erg in had werkte hij ook de brahmaan naar binnen. Deze bleef in zijn keel steken en Garuda zag geen kans om hem in te slikken noch om hem uit te spuwen. Hij ging naar zijn vader en zei: “Vader, het een of ander schepsel is in mijn krop blijven steken en ik kan er niets tegen doen.” Kasyapa antwoordde: “Heb ik je niet gewaarschuwd? Het is de brahmaan. Had je dat dan nog niet begrepen?” Daarop sprak hij tot de brahmaan: “Kom eruit.” Maar de brahmaan bleef zitten waar hij zat en zei tegen de grote Kasyapa: “Deze inboorlingen zijn altijd mijn vrienden geweest. Het zijn goede lieden. Ik zal met hen meegaan, hetzij naar de hemel, hetzij naar de hel. Als deze vogel mij en mijn vrienden niet vrijlaat, dan zal ik in zijn binnenste sterven. Dit is mijn plechtige belofte.” Uit vrees dat Garuda brahmanenmoord zou plegen zei Kasyapa tegen zijn zoon: “Spuug die brahmaan en zijn barbaren uit.” Garuda deed wat zijn vader hem bevolen had. Hij spuwde de brahmaan uit en daarna de paria’s, die uit zijn bek rolden en in alle richtingen over bergen en door bossen verdwenen. De vogel zei weer tegen zijn vader: “Ik heb een vreselijke honger.” Kasyapa antwoordde mild: “Ergens in de oceaan leven twee kanjers van wezens, een reusachtige olifant en een schildpad die net zo groot is. Zij zullen jouw honger kunnen stillen.” Garuda vloog pijlsnel weg en weldra had hij de olifant en de schildpad gevonden. Hij greep ze in zijn klauwen en vloog ermee als een bliksemschicht door de lucht. Samen met zijn prooi was zijn gewicht nu echter zo groot dat zelfs de hoogste berg hem niet kon dragen. Met de snelheid van een stormwind vloog hij verder en verder. Na tweehonderdduizend mijl streek hij neer op de tak van een reusachtige appelboom. Door het gewicht brak de tak af. Bang dat het vallende gevaarte op aarde koeien en brahmanen zou doden, ving de sterke vogel de vallende tak op.

De god Vishnu, die de vorm van een gewoon mens had aangenomen, was op dat moment in de buurt. Hij zag de grote vogel met al zijn lasten door de lucht cirkelen en zei: “Vogel, wie ben je en waarom vlieg jij hier rond met die enorme tak en die reusachtige olifant en die grote schildpad?” “Ik ben Garuda, de zoon van Kasyapa. Het is de beschikking van het lot geweest dat ik als een vogel geboren ben. Ik vlieg hier rond met deze twee wezens op zoek naar een plek waar ik ze kan opeten. Aarde, bergen noch bomen kunnen me dragen. Van grote hoogte zag ik in de verte een appelboom staan. Ik landde op een van zijn takken en wilde net aan mijn maal beginnen toen de tak afbrak. Nu vlieg ik ermee rond uit vrees dat wanneer de tak valt, hij miljarden koeien en brahmanen zal doden. Ik ben ten einde raad.

Wat moet ik doen? Waarheen kan ik gaan? Wie of wat zal mijn gewicht kunnen dragen?”

Hierop antwoordde de god: “Strijk neer op mijn arm en eet die schildpad en olifant van je op.” Garuda zei: “De hoogste berg kan me niet houden, dus hoe zou jij dit wel kunnen doen. Wie, behalve Vishnu, zou mijn gewicht kunnen dragen?” – “Een wijs mens volbrengt zijn taak, doe jij wat je te doen staat. Als je klaar bent zul je weten wie ik ben.”

De vogel keek de man aan, dacht even na en terwijl hij zei: “Zo zal het zijn,” streek hij op zijn krachtige arm neer. Deze bewoog niet onder het gewicht van de vogel. Garuda liet de tak in de bergen vallen. Toen die de grond raakte beefde de gehele aarde met haar bossen en al haar bewoners.

Garuda at snel de olifant en de schildpad op, maar toen hij klaar was had hij nog steeds honger. Vishnu begreep dat de vogel nog niet genoeg had gegeten en hij zei: “Eet het vlees van mijn arm, dan zul je tevreden zijn.” Garuda begon hongerig van het overvloedige vlees van de arm te eten. Hoe hij ook at, er verscheen geen wond. De wijze vogel vroeg aan Vishnu: “Wie ben jij en welke wederdienst kan ik jou bewijzen?”

De god sprak: “Weet dat ik Vishnu ben, gekomen om jou een gunst te verlenen.” En om zijn woorden kracht bij te zetten liet hij de vogel zijn ware vorm zien; gekleed in het geel, donker als een regenwolk, stond hij daar schitterend, met vier armen waarmee hij een schelp, een knots, een discus en een lotus vasthield. Toen Garuda dit zag boog hij: “Waarmee kan ik u van dienst zijn, opperste wezen?”

Vishnu, de god der goden zei: “Wees mijn rijdier, dappere vriend, voor nu en voor altijd.” Daarop antwoordde de vogel: “Ik voel me begenadigd, o heer van de goden. Mijn bestaan heeft goede vruchten opgeleverd nu mijn ogen u aanschouwd hebben.”

https://www.hindoedharma.nl/hindoeisme/goddelijke-gedaantes/vishnu

https://www.beleven.org/verhaal/garuda

Parvati

Parvati is de godin van de vernietiging, maar ook de godin van het huwelijk en de schoonheid. Ze is ook de echtgenote van de Sjiva. De naam Parvati betekent letterlijk ‘dochter van de bergen’. Parvati kent meerdere verschijningsvormen: Durga en Kali. Durga is de heldhaftige godin die andere goden in een gevecht helpt en Kali, de zwarte godin, is Parvati in haar meest angstaanjagende vorm. Maar Durga en Kali worden wel als aparte goden aanbeden door de Hindoes.

Er zijn twee verhalen over het ontstaan van de godin Parvati. In de Varaha Purana wordt beschreven dat Sjiva, Brahma en Visjnoe samen een demoon van de duisternis moeten verslaan, en omdat voor elkaar te krijgen kwam er uit hun gezamenlijke blik een een vrouw met de keuren zwart wit en rood voor. Brahma vroeg haar om haar kleuren te verdelen en zo ontstonden Sarasvati (vrouw van Brahma), Lakshmi (vrouw van Visjnoe) en Parvati.

Maar in de Kurma Purana wordt het ontstaan van Parvati anders beschreven. In deze bron staat dat Brahma in zijn boosheid een vorm schiep, die half man en half vrouw was, omdat zijn zoons weigerden kinderen te krijgen. Toen moest die vorm zich van Brahma scheiden, en Rudra (Sjiva) en Sati ontstonden. Sati trouwde met Rudra, en toen ze stierf, werd ze als Parvati geboren, dochter van Himavat (leider van de bergen).

https://nl.wikipedia.org/wiki/Parvati

Brahma

Maha Visnu legde zich neer in de oceaan en verzonk in een diepe meditatie. Vanuit zijn navel kwam een stengel met een lotusbloem erop. Uit de lotusbloem kwam Brahma, toen hij om zich heen keek zag hij niemand en hij ging naar beneden klimmen, maar er kwam geen eind aan en hij klom toen weer omhoog. Toen hij weer omhoog begon te klimmen hoorde hij een stem “Tapa, tapa” zeggen, dat betekend ‘boetedoening’ en hij klom verder omhoog. Wanneer hij weer op de lotusbloem kwam begon hij te mediteren en dat duurde uiteindelijk 290 miljoen jaar.

Brahma is de schepper van het heelal en de god van de wijsheid. Hij heeft 4 gezichten, elk gezicht kijkt een naar een andere windrichting, dit betekent dat Brahma over alle windrichtingen regeert, hij is de god van alles. Hij heeft ook 4 armen, daarin houd hij een rozenkrans, een kan met water en de heilige boeken van het hindoeïsme vasthoud. En zijn rijdier is een wilde gans.

Brahma zit ook in de hindoedrieëenheid of trimurti, daar zitten Vishnoe en Shiva ook in. Sarasvati is zijn vrouw en dochter, want hij heeft haar zelf gemaakt.

Krisjna

Krishna is in de gevangenis geboren in de maand Shravan, dat is augustus/september, op de achtste dag na de volle maan om middernacht en hij heeft zijn jeugd in Vrindavan doorgebracht.

De demonische koning Kamsa heerste over de aarde, maar volgens een voorspelling zou zijn heerschappij tot een einde komen, want zijn zus Devaki zou bij haar achtste bevalling Vishnu baren. En hij zou een eind maken aan zijn heerschappij. Daarom had hij haar opgesloten in de gevangenis en vermoorde alle kinderen die zij kreeg, maar haar man ontsnapte met de achtste baby, dat was dus Krishna.

Krishna wordt vaak afgebeeld met een koe, een fluit en pauwveren. En hij heeft een blauwe huid. Hij is wordt beschouwd als de allerhoogste persoon, de absolute waarheid. Hij is de meest populaire god in India.

Interviewvragen voor een Hindoe

Wat houdt het Hindoeïsme voor u in?

Wanneer bent u Hindoe geworden?

Welke goden vereert u allemaal?

Welke rituelen heeft u elke dag als Hindoe?

Zijn er dingen in de huidige samenleving die niet mogen van het Hindoeïsme?

Bepaald het Hindoeïsme uw manier van leven?

Het Christendom heeft kerken en de Islam moskeeën. Heeft het Hindoeïsme ook een eigen gebedshuis?

Hoe kijkt het Hindoeïsme op andere godsdiensten, zoals het Christendom en de Islam?

Hoe kijkt u zelf als Hindoe naar andere godsdiensten?

Wat is er volgens het Hindoeïsme na de dood?

Bent u bang voor de dood?

In het Christendom heb je levensregels van god, de 10 geboden. Heeft het Hindoeïsme ook zoiets?

Als wij Hindoes zouden willen worden, kan dat zomaar

Gespreksvragen

Anil vindt het belangrijk om iedere dag te bidden, om veganistisch te eten en af en toe bezoekt hij de tempel, de mandir.

Ja, ik denk dat je zelf zou moeten bepalen hoe je je geloof wilt uiten. Je hoeft niet perse in een oranje gewaad te lopen, als je dat helemaal niet wilt.

Anil vindt het heel belangrijk dat hij altijd terug kan vallen op god, dat het hoe dan ook goed komt, van deze gedachte.

Holi

Holi is een Hindoeïstisch feest dat rond de maand maart gevierd wordt. Het is een combinatie van het lentefeest het nieuwjaarsfeest en het feest van de overwinning van het goede op het kwade.

Het feest wordt gevierd met dans, zang, eten en het gooien van gekleurde dingen.

Koning Hiranyakashipu beschouwde zichzelf als heerser van de wereld, hij vereerde Brahma en wilde steeds meer macht, dus vroeg hij Brahma om hem onsterfelijk te maken. Op een dag stond Shiva bij de hem en zei: “Koning, ik heb je gebeden aanvaard en je wens zal in vervulling gaan dat je niet gedood zult worden. Niet door een mens, niet door een dier, niet als je binnen of buiten bent, niet in de lucht en niet op de grond, niet overdag en niet ‘s avonds, niet door een wapen en ook niet door een vloek of spreuk.”

Voor zijn doen was hij nu onsterfelijk en vertelde iedereen dat hij een god was en dat iedereen hem moest aanbidden, iedereen was bang voor hem en luisterde dus ook naar hem. Iedereen aanbad hem nu behalve zijn zoon, hij weigerde om hem te aanbidden. De koning werd woedend en zei: “Als je mij niet aanbidt, zul je gedood worden.” Maar de zoon antwoordde dat hij de god Vishnu vereerde. Sinds toen probeerde hij zijn zoon te vermoorden maar het lukte hem telkens niet.

Bij de koning in het paleis woonde ook zijn zus Holika. Ze had een plan bedacht om de zoon van de koning te vermoorden en ging ermee naar de koning ze zei: “Ik zal naar uw zoon gaan en hem vertellen dat ik stiekem ook Vishnu vereer. Ik zal hem voorstellen om samen een offer aan Vishnu te brengen door met z’n tweeën op een brandstapel te klimmen. Maar zelf trek ik een onbrandbaar kleed aan, zodat alleen de ongehoorzame Prahalad zal verbranden en bewezen zal worden dat jij god bent.” Die avond gingen ze samen op de brandstapel en de zoon van de koning bleef ongedeerd, maar Holika werd verbrand. Toen verscheen Vishnu in de gedaante van half leeuw en half mens. Hij pakte de koning en verscheurde hem met zijn klauwen op zijn schoot in de deuropening bij de schemering.

Op de dag basantpanchami wordt een stek van de rearh-plant op Holka geplant. Er wordt dan gebeden en er worden offerandes gebracht door de Pandit, dat is een priester, zodat het goed gaat met de hindoe gemeente.

Ook worden de landbouwgronden bezaaid en de voorbereidingen voor het nieuwe jaar besproken. Ook wordt er het hele jaar door de volks gemeente droog en brandbaar plantaardig materiaal verzameld voor de holka.

Voor het Holi-feest verbranden hindoes het holika, het kwade. Na de offerandes van de Pandit wordt het plantje van de stapel verwijderd en steken ze de rest in de fik. Ze lopen zingend rond de brandstapel totdat de brandstapel uitgebrand is.

Het strooien van gekleurd poeder begint nadat de as van holka is afgekoeld en de Pandit de ochtenddienst heeft uitgevoerd. Daarna gaan ze feest vieren, er wordt gegeten, gedronken en gezongen door jong en oud. Ook gooien ze allemaal gekleurd poeder en water over elkaar heen.

Verlossing in het hindoeïsme

In het hindoeïsme wordt de verlossing de moshka genoemd. Als je de moshka hebt bereikt dan geloven de hindoes dat jouw geest opgaat in de opperste geest Brahman, je maakt jezelf dan los van de samsara. De samsara is de cyclus van de dood en de wedergeboorte. Na je dood wordt jij opnieuw geboren in een andere levensvorm. Als jij in een leven goed hebt geleefd dan wordt je na de dood opnieuw geboren in een hogere levensvorm. Heb jij slecht geleefd dan wordt je opnieuw geboren in een lagere levensvorm. Als je de hoogste levensvorm hebt bereikt dan bereik je na die dood moshka. Volgens de hindoes krijg je dus pas verlossing als je een aantal levens goed hebt geleid.

http://www.sewadhaam.eu/hindoeisme/

https://nl.wikipedia.org/wiki/Samsara

Divali

Divali is samen met Holi het belangrijkste feest van de hindoes. Het staat ook wel bekend als het ‘lichtjesfeest van de hindoes’. Hiermee wordt symbolisch bedoeld dat het goede het kwaad overwint. Het feest wordt vijf dagen achter elkaar gevierd in oktober of november. De precieze datum is af te leiden aan de hand van de hindoekalender.

Divali is afgeleid van het woord dipavali dat rij lichtjes betekent. Daarom steken de hindoes tijdens Divali traditionele olielampjes aan, Dipa genaamd. Deze olielampjes zijn van klei gemaakt en ze branden op geklaarde boter met een katoen wattenlontje. Tijdens het feest wordt ook zoet eten genuttigd en in sommige landen zoals India wordt ook vuurwerk afgestoken. Bij Divali moeten ook alle mensen én hun huizen rein zijn. Dat wil zeggen dat de mensen geen producten mogen eten waarvoor dieren hebben geleden, zoals vlees en ei.

Hieronder staat een verhaal over het otnstaan van Divali:

Lang geleden leefde er een koning, Satvan genaamd. Op een dag werd hem door een astroloog de volgende voorspelling gedaan: “Bij de nieuwe maan van de maand Kartik zal klokslag twaalf uur de dood tot je komen in de vorm van een slang. Er is maar één manier om het lot te keren. Aan elk van je onderdanen moet je de opdracht geven dat ze op die dag hun huis grondig schoonmaken, de straten vegen en dat ze ‘s avonds hun huis aan de buitenkant rijkelijk verlichten met diya’s. Ook jouw paleis moet schoongemaakt worden en je moet het versieren met talloze lichtjes. Binnen moet je vijf diya’s plaatsen, een voor de deur van je slaapkamer, en vier rondom je bed. Als de lamp voor je deur uitgaat zul je je bewustzijn verliezen. Dan zal de slang binnenkomen. Zeg tegen je vrouw dat ze hem moet verwelkomen met een lied en dat ze hem rijst en suikergoed moet aanbieden.”

Koning Satvan nam deze voorspelling ter harte en zorgde ervoor op de bewuste dag alles in gereedheid te hebben zoals de astroloog hem gezegd had. De huizen en de straten waren brandschoon en overal brandden er diya’s. Van een afstand leek het paleis wel uit sterren te zijn opgetrokken.

Toen de slang dan ook in de slaapkamer van de koning gekomen was, voelde hij zich zo vereerd met dit grandioze welkom, dat hij tot de koningin sprak: “Doet u een wens, vraag wat u wilt en het zal in vervulling gaan.” De koningin zei: “Het enige wat ik wens is een lang en gezond leven voor mijn echtgenoot.” De slang antwoordde: “Het ligt niet in mijn vermogen om gehoor te geven aan uw verlangen. Yama, de god van de dood beslist over leven en sterven, maar ik zal alles doen om uw man te helpen ontsnappen aan zijn noodlot. Intussen moet u waken bij zijn lichaam.”

En na deze woorden nam de slang de ziel van de koning mee naar het rijk der doden. Toen hij bij Yama was aangekomen werd het boek over het leven van de koning te voorschijn gehaald. Daar waar genoteerd werd hoeveel jaren de koning nog te leven had, stond een nul geschreven. Zonder dat iemand het zag zette de slang er een zeven voor. Yama kreeg de papieren en begon te lezen. Maar nauwelijks was hij begonnen of hij sprak: “Ik zie dat deze man nog zeventig jaar tegoed heeft, breng zijn ziel onmiddellijk terug!” De slang keerde terug naar het paleis met de ziel van de koning. Deze ontwaakte uit zijn tijdelijke dood en leefde nog zeventig jaar.

Ter herinnering aan deze gebeurtenis stelde hij de viering van Divali, het feest van het licht in.

https://www.beleven.org/verhaal/het_ontstaan_van_divali

Puja

Puja is een ritueel waarmee hindoes een godheid vereren. Puja is een handeling waarmee gelovigen zijn toewijding aan een godheid toont. Het kan ook in een grotere groep gedaan worden, alleen gaat het wel vaak om de persoonlijke band tussen een gelovige en de god.

Het ritueel waarmee een puja begint, is de darshan. Bij de darshan maak je oogcontact met een cultusbeeld, die centraal staat bij het bidden. Een cultusbeeld representeert een godheid. Vervolgens gaan de gelovigen offeren. Dat doen ze door bijvoorbeeld bloemen, wierook en voedsel te offeren. In ruil voor deze offering krijgen de gelovigen een prasad. Dat is een kleine hoeveelheid ingezegend voedsel of drank.

Hoofdstuk 2 opdracht 4

Koning Rama

Honing

Ganges

Maart

Rivier

Ouders

Horoscoop

Gebeden

Cremeren

Priester

Divalifeest

Feestdagen

Jaar

Koord

Kleurstof

Rijst

Brahmaan

Schoenen

Holika

Zegen

Voedsel

Zeven

India

De spreek uit de Baghavadgita luidt:

De mens wordt geschapen door zijn eigen overtuiging en wat hij gelooft dat is hij

Reïncarnatie, Samsara en Sanatana Dharma

Als iemand dood gaat verlaat de ziel het lichaam en gaat de ziel naar een ander lichaam. De ziel zal dus niet verdwijnen maar wordt opnieuw geboren. Bij het hindoeïsme heeft ook ‘karma’ hiermee te maken. Karma heeft invloed op de toekomstige geboorte. Hierdoor leiden goede ideeën tot goede gevolgen en slechte ideeën tot slechte gevolgen. Dit heeft weer te maken met het kastenstelsel. Hoe meer goede daden, hoe hoger je in het kastenstelsel zit.

Samsara is de cirkel van de dood en de wedergeboorte. De cirkel heeft geen begin en einde en is dus eindeloos. De cirkel is onder invloed van karma, begoocheling en lijden. De psychische toestand van een mens speelt bij samsara een belangrijke rol.

Reïncarnatie en Samsara hebben met elkaar te maken omdat Hindoes geloven in een leven na de dood, je ziel verplaatst zich naar een ander lichaam, en in de eindeloze cirkel van dood en wedergeboorte. Hiermee wordt bedoeld dat als je dood gaat je ziel zal blijven leven en dus niet zal sterven.

Sanatana Dharma is de levenswijze van de Hindoes. Hiermee willen ze hun eigen spirituele weg aanduiden, in plaats van het ‘Hindoeïsme’ te noemen. Dharma zijn de persoonlijke normen en waarden van Hindoes. Daarnaast wordt ‘Sanatana Dharma’ gebruikt als een Hindoeïstische stroming voor niet-Arya Samaj.

Hindoes geloven dat je ziel na je dood reïncarneert. Dit is onderdeel van hun spirituele denk- en leefwijze.

Kasten

Het Hindoeïsme heeft een verdeling in de maatschappij, het kastenstelsel. Het kastenstelsel bestaat uit vier verschillende kasten die vier verschillende groepen mensen vertegenwoordigen. De eerste kast is die van de Brahmanen, dit zijn de priesters en geestelijken. De tweede kast is die van de Kshatriya’s, dit zijn de strijders en de heersers. De derde kast is die van de Vaishya’s, dit zijn de handelaars en de landbouwers. De laatste en vierde kast is die van de Shudra’s, dit zijn de burgers en arbeiders. Hiernaast zijn er ook nog de kastelozen, deze groepen mensen horen niet bij een van de andere vier kasten. Zij oefenen vaak ook hele slechte betaalde en zware banen uit. Het kastenstelsel werd in de eerste Veda voor het eerst beschreven als de vier lichaamsdelen van de maatschappij. Het kastenstelsel verwijst naar de vier levensstadia in het leven. De Brahmacharya is 25 jaar leven met de leraar. De Grhastha is 25 leven in een familie. De Vanaprastha is 25 leven in de afzondering en de Sannjasa is 25 leven in het celibaat. In het latere Hindoeïsme is het celibaat een onderdeel van het dagelijks leven geworden. Het celibaat is dat je je niet bezighoudt met seksuele handelingen als je niet bent getrouwd. Seks gaat namelijk de spirituele denkwijze tegen. De kast waarin je zit is erfelijk. In de kast waarin je wordt geboren zit je de rest van je leven. De Indiërs hebben het kastenstelsel overgenomen van de vorige bewoners in India zo’n 2500 jaar voor Christus. Het kastenstelsel heeft zich in de loop van de jaren geleidelijk ontwikkelt. Het hindoeïsme heeft aparte kleuren voor elke kast. Deze kleuren zijn wel afwijkend van de bovenstaande kleuren. De Brahmanen zijn wit, de Kshatriya’s zijn rood, de Vaishya’s zijn bruin en de Shudra’s zijn grijs. Warna zijn de verschillende kleuren bij de kasten.

Het kastenstelsel heeft veel invloed op het Hindoeïsme. Mensen in een hogere kast voelen zich belangrijker, maar bij het Hindoeïsme zijn tijdens het bidden alle mensen gelijk. Wie je ook bent, iedereen is gelijk. Desondanks heeft het wel invloed op het Hindoeïsme omdat hogere mensen willen dat de lagere mensen snappen dat jij hoger bent. De Verenigde Naties let op kastendiscriminatie. De verschillende kasten in de cultuur worden geaccepteerd, maar het discrimineren van mensen uit een lagere kasten niet. De laatste paar jaren is er ook steeds meer onrust in het land omdat mensen uit lagere kasten niet onderdanen van hogere kasten willen zijn. Zeker de kastelozen, die weinig rechten hebben, voelen zich niet gelijkwaardig in hun land.

Rituelen van de geboorte

Het hindoeïsme kent veel rituelen rond de geboorte. Zelfs al voor de geboorte, tijdens de zwangerschap, bidt een priester tot de goden de goden voor een goede zwangerschap. Dit doet hij aan de hand van rituele spreuken.

Wanneer de baby geboren is, geeft de vader een druppel honing en roomboter aan de baby. Hij maakt ook met een stokje het AUM-teken op de tong van de baby, waarna hij een mantra (zegenspreuk) in het oor van de baby fluistert: “Moge de god van de zon en de godin van de wijsheid je inzicht geven.”

Ongeveer 10 dagen na de geboorte wordt er pas een naam voor het kind bedacht. De officiële naam wordt vaak pas bepaald nadat een priester een horoscoop heeft opgemaakt.

Het laatste ritueel rond de geboorte is het knippen van het haar van de baby. Dit wordt pas na het eerste levensjaar gedaan. Het afscheren van het haar staat symbool voor ‘een start van het nieuwe leven als hindoe’. Het haar van de baby wordt kaalgeschoren om de negatieve karma uit het vorige leven de verwijderen en met een schone lei te beginnen. Het haar wordt nadat het is afgeschoren verwerkt in meeldeeg, en daarna in het water van de rivier geworpen.

Bij meisjes wordt op deze dag een gaatje in haar oorlel gemaakt.

Rituelen van de dood

Als iemand stervende is worden er spreuken gezegd en rijst geofferd om de geesten van het dodenrijk gunstig te stemmen. De doden worden meestal gecremeerd en niet begraven. Ze begraven eigenlijk alleen als het hele jonge kinderen zijn of oude mannen die een heilig leven geleid hebben.

Bij een crematie steekt de oudste zoon, of een ander familielid, de brandstapel aan, dan wordt het lichaam door het heilige vuur vernietigd en de ziel ontsnapt en maakt een overgang naar een nieuw bestaan. De as van de overledene wordt in stromend water gegooid, het liefst in een heilige rivier als de Ganges.

Review this essay:

Name
Rating
Your review: (optional)

Latest reviews:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.