Profielwerkstuk deelvraag 2: hoe kan een klein land zoals Nederland zo succesvol zijn in de Gouden Eeuw? - Essay Marketplace

Profielwerkstuk deelvraag 2: hoe kan een klein land zoals Nederland zo succesvol zijn in de Gouden Eeuw?

Handel:
Aan het eind van de middeleeuwen veranderde er veel. Zo werd bijvoorbeeld de haven in Antwerpen afgesloten. Dit had positieve gevolgen voor Nederland. Want hierdoor gingen de meeste schepen door tot Amsterdam. Dit was niet het enige, ook gingen er steeds meer handelaren uit Antwerpen gingen naar Amsterdam. Er werden op dat moment veel grondstoffen uit de hele wereld ge��mporteerd. Die grondstoffen werden tot een eindproduct gemaakt, alleen gebeurde dit gewoon in Amsterdam. Die eindproducten werden vervolgens met veel winst verkocht, waardoor de handelaren alsmaar rijker werden. In de loop van de 17e eeuw ging het ook steeds beter met de nijverheid. Men ging de grondstoffen verder bewerken in de nieuwe bedrijven die er toen ontstonden. Dit gebeurde in bedrijven zoals een koffiebranderij, tabaksbedrijf of een spinnerij. Opeens was Amsterdam heel belangrijk geworden als handelsstad in de Gouden Eeuw. In het water lagen vele schepen en de pakhuizen lagen vol met allerlei grondstoffen. Dit deden ze zodat de bedrijven veel konden verkopen als de prijs opeen omhoog ging. Kooplieden vanuit heel Europa kwamen naar Amsterdam om daar bestellingen te doen. Dit deden ze omdat bestellingen in Amsterdam veel voordeliger was dan die grondstoffen zelf helemaal te gaan halen. Dit was natuurlijk goed voor de welvaart van Amsterdam.

Wetenschap:
Handel was niet het enige dat goed ging in die tijd. Ook met de wetenschap ging het steeds beter in e Gouden Eeuw. Men kreeg steeds meer kennis doormiddel van belangrijke uitvindingen die er toen gedaan werden. Zo kon Men bijvoorbeeld voor het eerst in de ruimte kijken door de uitvinding van de telescoop. Ook in die tijd kwam de eerste stoomlocomotief. Het enige probleem was, dat deze enorm milieu onvriendelijk was.
maar de eerste echte praktische stoomlocomotief ( the Rocket) werd in 1929 gemaakt door George Stephenson

De schilderkunst:
Wat ook nog erg goed ging rond die tijd was de schilderkunst. Mensen die het geld er voor hadden lieten schilderijen van zichzelf maken. Belangrijke schilders uit die tijd zijn rembrand van Rhijn en Vermeer. Ook deze schilderijen waren wereldberoemd en leverde natuurlijk geld op. Dit speelt ook mee in een welvarend land.

Bevolking
In de periode van 1550-1650 is er een enorme toename van de bevolking. De bevolking neemt namelijk toe met 50%. Mensen wonen in steden. in Utrecht en Holland woont meer dan de helft in steden. deze bevolking die steeds toenam werd een welvarende bevolking. Dit kwam door de goedlopende handel in die tijd. Maar dat was niet de enige reden. De 80-jarige oorlog was ook een reden. Zoals eerder vertelt werd Amsterdam een belangrijke haven doordat de haven in Antwerpen onbereikbaar was. Antwerpen blokkeerde in 1584-1585 de Holland-Zeeuwse vloot maar daarmee ook de Antwerpse haven.
rond 1670 heeft de republiek ongeveer 14500 schepen in handen! Dit was enorm veel natuurlijk. Misschien wel 4 tot 5 keer zoveel als de Engelse vloot. Enorm veel dus.
de ‘moedernegotie’ was de basis van de schepen, oftewel de Oostzee. Wat nieuw was in de Gouden Eeuw was de straatvaart. Dit was de handel op de Middellandse Zee en de koloniale handel van de VOC en de WIC. Alles zat mee in de Gouden Eeuw.
zo stimuleerde niet alleen de grote stedelijke bevolking de marktgerichtheid en de specialisering van de landbouw, maar dit deed ook de graanaanvoerder uit het buitenland.
Kwekerijgebieden die gespecialiseerd waren voorzagen Hollandse steden van fruit en groente. De export naar de Oostzeegebieden groeit doordat de haringvisserij ook groeit tussen 1590-1650. Visserijen droegen ook mee aan de werkgelegenheid, maar de visserij die het meest bijdroeg aan de werkgelegenheid was de walvisvaart.

Compagnie��n:
Kostbare specerijen zoals peper werden vanuit Azi�� naar Lissabon gebracht door de Portugezen in de zestiende eeuw. Die specerijen werden daar vervolgens weer met hoge winst verkocht. De Nederlandse kooplieden wilden deze producten liever zelf in gaan kopen. Daarom ontstond er een compagnie die gevormd werd door een aantal Amsterdamse kooplieden. Het was een onderneming. Samen zorgden die compagnie voor schepen, bemanning en natuurlijk geld. Zij hadden ook een doel, namelijk onderzoeken of ook de schepen van de Nederlanders via Kaap de Goede Hoop, het zuidelijkste punt van Afrika, naar Oost-Indi�� konden varen en daar de schepen vol laden met kostbare specerijen en daarmee ook terugkeren. Dit lukte. Hierdoor werden er steeds meer compagnie��n gevormd in bijvoorbeeld Rotterdam en Hoorn. De strijd om de specerijen was begonnen.

De Nederlandse erfenis uit de gouden eeuw.

Nederland had ook een erfenis uit de Gouden Eeuw. Een onderdeel van deze erfenis uit de Gouden Eeuw was de positie van de cacao verwerkende industrie en de internationale cacaohandel. Hier verwerkten ze cacaoboter en cacaopoeder doormiddel van de ruwe cacaobonen. Met deze producten werd Nederland de grootste exporteur van deze twee producten. Nederland is de grootste exporteur van chocolade. Door deze ontwikkeling heeft Amsterdam een van de grootste cacaoverwerkende havens ter wereld. Maar liefst 20% van de wereldoogst werd hier aangevoerd en overgeslagen.

Ontstaan VOC:
De Republiek der Verenigde Nederlanden was verdeeld in verschillende gewesten.
in Holland is de macht van de Republiek ongelijk verdeeld over de gewesten. Alleen in de belangrijke gewesten werden de machtigste kooplieden en hoofdkantoren van de handelscompagnie��n gevestigd.
hier zijn de eerste voorwaarden van de handeldrijvende en zeevarende natie bedacht.
de eerste Nederlanders verschijnen in Indonesi�� in 1596. De daaropvolgende handelsvloten zijn al snel winstgevend. Door al die handelsondernemingen van de Nederlanders, word langzamerhand per tocht een compagnie gesticht. Sommige mensen waren bang dat er onderlinge concurrentie zou ontstaan. Daarom kwam Johan van Oldenbarnevelt met het voorstel om samen te werken met alle compagnie��n. Zo werd hij dus ook de oprichter van de VOC. Doordat de belangen van de kooplieden allemaal overeen kwamen, was deze vereniging een perfecte oplossing. Het werd nog mooier. De Staten-Generaal gaf ook nog het alleenrecht aan de VOC.
de VOC krijgt in 1617 een nieuwe een nieuwe gouverneur-generaal met de naam Coen. Hij houd wel van een hardhandige aanpak. Door de leiding van Coen werd de macht van de compagnie gevestigd op Banda

Succes van de VOC
Doordat de VOC zo ontzettend succesvol was in die tijd, werd in 1621 de WIC opgericht. Deze compagnie had alle macht van de scheepsvaart en handel op de westkust van Afrika. Er waren wel verschillen tussen de WIC en de VOC. De WIC speelde een grote rol in de trans Atlantische slavenhandel, dat deed de VOC dus niet.
de grote schepen die de WIC toen gebruikte, vervoerden hele grote aantallen slaven van de westkust van Afrika naar Suriname en de Nederlandse Antillen. Zowel de WIC als de VOC hadden groot succes. Toch ware ze ook elkaars concurrenten. Dat kwam omdat de WIC net als de VOC handelde in specerijen. Er kwamen toen zoveel specerijen binnen, dat de prijzen daalden. Dit was natuurlijk niet goed voor de Republiek. Eigenlijk zouden de compagnie��n moet samenwerken. Het hoogtepunt van de WIC is in 1641. De WIC heeft wel veel geldzorgen. Dit kwam doordat er in de winstgevende periode van de WIC veel dividend werd uitgekeerd, maar er was geen reservepost. Maar dan gaat de kaapvaart verloren. Dat was te merken want de kaapvaart was een belangrijke bron van inkomsten. In die tijd word Portugal onafhankelijk en er komt een wapenstilstand van 10 jaar. Het laatste deel van Brazili�� word aan Portugal overgedragen in 1654 in ruil voor geld. Een aantal jaar daarna, namelijk 1676 word de compagnie ontbonden.
De VOC kreeg het monopolie (alleenrecht) op scheepsvaart en handel. In Azi�� kreeg de VOC nog wat belangrijke rechten. Zo had de VOC namens de Staten-Generaal het recht om:
– oorlog te voeren en ook om verdagen te sluiten met vorsten.
– handelsposten en forten te bouwen
– soldaten te sturen
– bestuurders aan te stellen
De VOC was dus een enorme grote compagnie en machtshebber.
het was een handelsonderneming met de machtsmiddelen van een staat.

Heren 17
De VOC had in Nederland maar liefst zes afdelingen, die werden ook wel ‘kamers’ genoemd.
er waren Kamers in allerlei steden door Nederland. Zo was er een Kamer in Amsterdam, Rotterdam, Hoorn, Delft, Zeeland en Enkhuizen. In sommige van die plaatsen heb je nog het Oost-Indisch huis. Dat was in die tijd een kantoor van de VOC. Die Kamers hadden ook elk een directeur die regelmatig samen kwamen om dingen te bespreken. Samen vormden al die directeuren de hoofddirectie van de VOC. Zij waren in totaal met 17 man. Vandaar de naam Heren Zeventien.

Op het schip:
Zowel de WIC als de VOC beschikten in die tijd over eigen schepen, de zogenaamde Driemasters. Die schepen waren wel zo’n veertig meter lang. In totaal beschikte de VOC over zo’n 1500 schepen. Die schepen werden zelf gebouwd op eigen scheepswerven. De leiding op een schip was voor de schipper. Tot het scheepsvolk behoorden: de stuurman, onderofficieren, de bottelier, de derde waak, matrozen en scheepsjongens. Om in Azi�� niet met lege handen te komen, nam de VOC spullen uit Nederland mee naar Azi��. Spullen zoals: linnen en wollen stoffen, Franse en Spaanse wijnen, verfstoffen en lood. Maar de schippers wilden ook inkopen doen in Azi��. Daarom namen de schippers ook zilvergeld bij zich. Op de VOC-kantoren in Azi�� hadden ze ook spullen nodig, die werden ook meegenomen door de schippers. Spullen zoals ankers, spijkers, kabels, masten, pennen, kompassen, papier en inkt.

Route naar Azi��
De Nederlanders hadden eigenlijk een vaste route naar Indi��. Ze gingen vanaf de Zeeuwse eilanden of het eiland Texel door de kanalen, langs Spanje door naar Afrika. Daar hadden ze in het zuidelijkste puntje van Afrika een eigen opslagkamp. Kaap de Goede Hoop. Daar stopten ze vaak even. Daarna gingen ze vanaf daar oostwaarts richting India of de Indische eilanden. De VOC heeft vele reizen gemaakt. In totaal wel zo’n 4800. Soms waren het gevaarlijke reizen. Want er waren onderweg andere schepen uit bijvoorbeeld Spanje en Portugal die zomaar een schip kwamen enteren. Ondanks de gevaarlijke reizen zijn de meeste schepen toch aangekomen in Azi��.

Winst
De hoofdvestiging van de VOC in Azi�� was in Batavia, op het eiland Java. De belangrijkste man van de VOC, de Gouverneur-generaal, werkte in Batavia. Tussen alle Aziatische kantoren werd handel gedreven. Zo werd bijvoorbeeld zijde uit China naar Japan verscheept, en weer verkocht in ruil voor goud en koper. Hiermee werden in India weer textielproducten gekocht die op de Molukken weer verkocht werden in ruil voor kruidnagel, nootmuskaat en foelie. Al deze specerijen kwamen dus in handen van de VOC. Die verscheepten al deze specerijen weer terug naar Nederland. Daar kwamen allemaal kooplieden bij elkaar, en daar werden deze specerijen met winst weer verkocht.

Periode van stagnatie
De periode van de Gouden Eeuw viel in de periode van stagnatie en een achteruitgang van de Europese economie. De Republiek bleef tot zeker het einde van de 17e eeuw een van de weinige uitzonderingen.
dit had ook zo zijn redenen. Door grondslagen die in de 16e eeuw gelegd waren verder uit te bouwen zat de Republiek in een enorm grote economische bloei. Wat ook een grote rol speelde voor de Republiek was dat tussen 1550 en 1650 de bevolking was gestegen met 50%. Het was gestegen met ongeveer
1 900 000 mensen.
het ging echt heel erg goed met de Republiek, veel beter dan de rest van Europa. Maar ook op cultureel gebied stak de Republiek hoog boven de rest van Europa uit. Dit was natuurlijk ook positief voor de bloei van de economie en de bloei van de Republiek.
Frankrijk had in die tijd financi��le problemen en wilde dat oplossen met
een nieuw belastingstelsel. Dit lukte ook. Engeland wilde ook graag net zo succesvol zijn als de Republiek op zee. Ze bedachten acties tegen de Republiek, om de Republiek kleiner te maken zodat Engeland weer de grootmacht op zee was. Dit lukte niet helemaal. Engeland en Frankrijk konden gewoon niet tippen aan de welvaart in de Republiek. Want niet was de Republiek alleen op zee te sterk, ook op cultureel en economisch vlak lag de Republiek gewoon een grote stap voor op de rest van Europa.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.