Essay: Dit profielwerkstuk gaat over Strijp-S in Eindoven. Met als hoofdvraag…

Essay details:

  • Subject area(s): Dutch essays
  • Reading time: 20 minutes
  • Price: Free download
  • Published on: June 27, 2019
  • File format: Text
  • Number of pages: 2
  • Dit profielwerkstuk gaat over Strijp-S in Eindoven. Met als hoofdvraag...
    0.0 rating based on 12,345 ratings
    Overall rating: 0 out of 5 based on 0 reviews.

Text preview of this essay:

This page of the essay has 5717 words. Download the full version above.

Voorwoord

Inhoud

Voorwoord 1

Inleiding 3

Begrippenlijst 4

Hoofdstuk 1 Theoretisch kader 5

Hoofdstuk 2 Wat is Strijp-S? 9

§ 2.1 De creatieve stad 9

§ 2.1.1 Wat is een creatieve stad? 9

§2.1.2 Creatieve steden in Nederland 9

§ 2.2 De introductie van Philips in Eindhoven 10

§ 2.3 Het begin van Strijp-S als industrieterrein van Philips 12

§2.3.1 De ontwikkeling van Strijp-S door Philips 12

§2.3.2 Het vertrek van Philips naar Amsterdam 14

§ 2.3.3 Overname van Strijp-S door Park Strijp Beheer 14

§ 2.4 De ontwikkeling van Strijp-S vanaf de overname door Park Strijp Beheer 15

Literatuurlijst 16

Bijlagen 17

I Plan van aanpak 17

I.I Taakverdeling: 18

II Tijdsplan 18

III Logboek 20

IV Notulen 24

Inleiding

Dit profielwerkstuk gaat over Strijp-S in Eindoven. Met als hoofdvraag: ‘Wat is de invloed van Strijp-S, bekeken vanuit verschillende dimensies, op Eindhoven?’. Strijp-S is het voormalige industrieterrein van elektronicagigant Philips, doordat Philips is verhuisd naar Amsterdam en andere steden is het industrieterrein leeg komen te staan. In 2004 verkoopt Philips Strijp-S aan Park Strijp Beheer. En vanaf 2006 wordt er serieus werk gemaakt van de herontwikkeling van Strijp-S, de eerste gebouwen worden gesloopt en er komt nieuwe bedrijvigheid met name in de creatieve- en innovatieve sector. Juist die sectoren worden steeds belangrijker voor de nationale economie in Nederland, innovaties worden gezien als de motoren van de groei in een kenniseconomie. De regio Eindhoven/Zuidoost-Brabant neemt op het gebied van toptechnologie en kennisindustrie in Nederland daardoor een belangrijke plaats in. Eindhoven wordt ook wel gezien als ‘brainport’ Eindhoven en de opkomst van een creatieve stad is een feit

Doordat de innovatieve sector steeds belangrijker wordt vonden wij het interessant om hier dieper op in te gaan. De plannen van Strijp-S lijken allemaal erg mooi en gunstig voor de nationale economie, maar is het ook werkelijk zo mooi als het lijkt? Daar willen wij achter komen door middel van dit profielwerkstuk. We onderzoeken de invloed van Strijp-S vanuit verschillende dimensies, namelijk de economische-, sociale- en politieke dimensie. Ook willen we naar de inrichting van Strijp-S gaan kijken, met name naar de herindeling die op dit moment aan de gang is.

We verwachten dat Strijp-S een gunstige invloed heeft op Eindhoven. Daarentegen denken wij dat niet alle projecten van Strijp-S even succesvol zijn, ook twijfelen we nog wat de directe omgeving (dus bijvoorbeeld de bewoners uit de buurt) van Strijp-S vindt. Al met al verwachten wij dat Strijp-S een positieve invloed heeft op Eindhoven binnen (bijna) alle dimensies.

We gaan dit onderzoeken door de invloed van Strijp-S te bekijken vanuit verschillende dimensies. In elk hoofdstuk komt een andere dimensie aan bod. We zijn begonnen met een uitgebreid literatuuronderzoek, dit zal in het eerste hoofdstuk naar voren komen, het betreft allerlei informatie met betrekking tot Strijp-S. Buiten dat bevat dit profielwerkstuk nog een LOB paragraaf, een ethische casus en een bronnenlijst met diverse secundaire literatuur.

Begrippenlijst

Bestuurlijk netwerk: een (vrijwillig) samenwerkingsverband van besturen van bij elkaar gelegen gebieden.

Creatieve stad: stad waar de nieuwe ontwikkelingen en innovaties een zetje in de rug krijgen.

Philips: elektronicagigant, voorheen gevestigd op Strijp-S in Eindhoven.

Publiek-private samenwerking: de samenwerking tussen particuliere (organisaties van) investeerders (privaat) met die van overheden (publiek). Deze samenwerking wordt gestimuleerd door het rijk.

Regionale samenwerking: samenwerking tussen steden (en provincies) om afspraken over ruimtelijke ordening te maken en samen een sterkere onderhandelingspositie te krijgen.

Vinex wijken: plaats waar grootschalige woningbouw plaatsvind in bestaand stedelijk gebied (grootschalige nieuwbouwwijken)

Hoofdstuk 1 Theoretisch kader

Aan het eind van de jaren negentig werden de creative industries in Engeland benoemd als een belangrijke sector nadat de industriële productie naar lagelonenlanden verhuisde. Het land ging op zoek naar nieuwe bronnen van binnenlandse werkgelegenheid en economische groei en vond deze in de bedrijfstakken uit de creative industry. Deze bedrijfstakken waren gebaseerd op individuele creativiteit en waren economisch leunend op creatieve werken. Deze bedrijfstakken gingen in de jaren die volgden ook een rol spelen in verschillende westerse landen waaronder Nederland. En in Nederland was na het uitbreken van de crisis in 2007 de productie hard op zijn retour. Er ontstond in Nederland toen naast de dienstensector ruimte voor en relatief nieuwe sector: de creatieve industrie. Deze industrie is een sector die de economische en culturele waarde van betekenis centraal stelt en exploiteert. Achter deze industrie schuilen individuen, groepen, bedrijven en organisaties die het vermogen hebben om ‘’creatief’’ te denken en innovaties voort te brengen. Vroeger werd de creatieve industrie ook wel ‘de culturele industrie’ genoemd of ‘kunst en cultuur’. Maar de creatieve industrie is groter dan alleen theaters, museums en beeldende kunsten. In Nederland worden dan ook binnen de creatieve industrie drie hoofdcategorieën onderscheiden:

– Media- en entertainment industrie;

– Kunsten en cultureel erfgoed;

– Creatieve zakelijke dienstverlening.

Geografisch gezien is de creatieve industrie niet gelijkmatig over Nederland verspreid. De creatieve industrie bevindt zich vooral in steden. Daar zitten namelijk bedrijven en mensen dichter bij elkaar. Ook is in steden de infrastructuur beter ontwikkeld en zijn er meer culturele en sociale voorzieningen in de stad dan in landelijke gebieden. Amsterdam is koploper wat betreft creatieve bedrijvigheid met ruim 50.000 banen. Utrecht en Den Haag volgen met ruim 11.000 banen in de creatieve industrie. De plaats waar creatieve bedrijvigheid zich vestigt heeft ook vaak te maken met historische omstandigheden. Dit kunnen we duidelijk maken met het volgende voorbeeld: een stad die van oudsher veel uitgevers heeft, zal eerder literair talent aantrekken dan een plek waar zo’n traditie ontbreekt.

De creatieve industrie is van aanzienlijk belang voor Nederland en is verantwoordelijk voor drie procent van het BNP. Dit percentage groeit bovengemiddeld hard. Met de snelle ontwikkeling van nieuwe vormen van communicatie- en informatietechnologie is het belang van de creatieve industrie nog meer toegenomen de afgelopen decennia. Alle producten en diensten die de creatieve industrie voortbrengt zijn immers transporteerbaar via elektronische netwerken, denk aan sociale-media als Instagram of andere mobiele apps. Met deze ontwikkelingen is de creatieve industrie voorloper van de globalisering. Want mede door het gebruik van Instagram, Facebook en andere apps wordt de wereld bij wijze van spreken kleiner doordat informatie sneller uitgewisseld wordt over heel de wereld. De mondiale uitwisseling van deze informatie heeft ervoor gezorgd dat creatieve markten heel snel met elkaar kunnen schakelen. De creatieve industrie heeft dus een zekere internationale dynamiek.

Het toenemende belang van identiteit en een onderscheidende levensstijl heeft er ook voor gezorgd dat de creatieve industrie in opkomst is. De betekenisdimensie van producten en diensten neemt in belang toe, waarmee de waarde van kennis en expertise van de creatieve industrie steeds belangrijker wordt. De centrale plaats die creativiteit en creatieve industrie momenteel krijgt in het (her)inrichten van stedelijke gebieden in de westerse wereld noem je creatieve steden.

De ‘brainport’ Eindhoven heeft een leidende positie in design, innovatie en techniek. Van veel innovaties, groot en klein, ligt de basis in Eindhoven. Om waarde toe te voegen aan producten of diensten is er creativiteit nodig. Creatieve professionals zijn van groot belang. Rotterdamse lector Paul Rutten pleit voor meer verbindingen van de creatieve industrie met andere maatschappelijke sectoren zodat de creatieve industrie zich nog verder kan mengen in de wereldeconomie.

De creatieve industrie die in Eindhoven duidelijk aanwezig is biedt werkgelegenheid aan ongeveer 30.000 personen. De werkgelegenheid in de creatieve industrie van Eindhoven bevat acht procent van de totale regionale werkgelegenheid. De creatieve industrie in Eindhoven bevat meer dan 8000 creatieve ondernemingen met naar schatting een omzet van minstens 1,2 miljard euro, dat is 3% van de totale regionale omzet. Bij een aantal creatieve ondernemingen gaat hem om microbedrijvigheid, dat wil zeggen dat de onderneming één tot tien werknemers heeft, waarvan 80% geen subsidierelatie heeft met de overheid. Wat opvalt is het grote aantal eenmansbedrijven. Dit geeft misschien wel aan dat arbeidsverhoudingen en werkculturen aan het veranderen zijn. Vroeger was het meer vanzelfsprekend om in een bedrijf te gaan werken dan dat je zelf een bedrijfje op ging zetten en je eigen ideeën ontwikkelde. Persoonlijke ambities veranderen. De creatieve stad biedt juist voor deze creatieve, jonge ondernemers een centrum waar ze zij hun ideeën kunnen uitwerken tot innovaties.

Strijp-S is het voormalig industrieterrein waar het bedrijf Philips gevestigd was. De naam Strijp-S komt van de benamingen die Philips aan haar industrieparken gaf, dit gebied stond vroeger bekend als ‘’de verboden stad’’, omdat het niet toegankelijk was. Toch was het industriepark van Philips een werkplek voor duizenden mensen.

In 1982 ging ‘’de verboden stad’’ open voor publiek, al was dit wel tijdelijk. De marathon van Eindhoven trok toen door het gebied. In 2004 werd het terrein verkocht aan het bedrijf ‘’Park Strijp S Beheer B.V.’’ Philips huurde toen de gebouwen die het nog gebruikte terug. In 2006 begon Strijp-S daadwerkelijk met het slopen van een aantal gebouwen en nieuwe bedrijvigheid werd aangetrokken. Deze nieuwe bedrijvigheid richtte zich vooral op design-gerelateerde activiteiten. Deze nieuwe plannen omvatten onder meer de aanleg van een wandelboulevard met zes rijen platanen en een aantal nieuwbouwactiviteiten waaronder een hoogbouwproject van 100 meter hoogte. Op Strijp-S is het de bedoeling dat er steeds opnieuw ontwikkeld word in de vorm van creativiteit en design.

Het eerste nieuwbouwproject met een woonfunctie op Strijp-S is het SAS-3 project. Dit project bestaat uit 67 koopwoningen verdeeld in stadswoningen en appartementen en 131 huurappartementen. Dit project is in 2012 gerealiseerd. De gebouwen SAN en SBP (oude gebouwen van Philips) zijn sinds 2011 verbouwd, maar het industriële karakter moest behouden worden. Op de begane grond van deze gebouwen is plaats gekomen voor horeca, een museum, een galerie of culturele winkeltjes. Op de eerste verdieping van deze gebouwen zijn gedeeltelijk huurlofts en ateliers gerealiseerd. Daarnaast zijn er ook andere kantoorruimtes op deze verdieping te vinden. Deze ruimtes zijn begin 2013 opgeleverd. Op de daken van de beide gebouwen zijn daktuinen gemaakt, dit versterkt het ‘’design’’ karakter van Strijp-S. De straat waaraan de gebouwen liggen gaat voortaan door het leven als de ‘’Torenallee’’.

Het Veemgebouw is met inging van 2013 ook verbouwd. Op de begane grond is hier een ‘’food court’’ gerealiseerd. De verdiepingen boven de food court zijn omgebouwd tot parkeergarage. Op het huidige gebouw zijn vier extra woonlagen gebouwd met in totaal 38 huurwoningen die een gezamenlijke binnentuin hebben. Op deze huurwoningen is een koopwoning van vier verdiepingen gebouwd. Dit is de enige koopwoning in de zogenaamde ‘’driehoek van Strijp-S’’. De driehoek van Strijp-S wordt gevormd door de Torenallee, de Philitelaan en de Beukenlaan. In 2014 is de driehoek van Strijp-S volledig opgeleverd.

Ton van Gool, cultuurprojectleider van Strijp-S ziet toekomstperspectief voor Strijp-S. „We projecteren lichtbundels naar de hemel zodat er een verlichte wolk boven hangt”, schetst Van Gool in zijn kantoor op de achtste verdieping van het SWA-gebouw, de oude glasfabriek. „Dan kan iedereen vanuit de wijde omtrek zien waar het tweede stadshart van Eindhoven ligt.”

„Strijp moet Eindhoven de grootstedelijkheid geven die nu ontbreekt, zonder dat we de binnenstad leegtrekken”, vertelt cultuurprojectleider Van Gool. „Geen gewone supermarkt, maar foodcourts met eten uit de hele wereld. Ook de energievoorziening, de kunst in openbare ruimte en de woningbouw pakken we innovatief aan. Zo leveren de corporaties lofts en cascowoningen. Het wordt geen standaard vinexwijk.”

Dat is de toekomst. Maar Strijp S moet ook nu al ‘bewoond’ worden, stelt Thijs van Dieren, toezichthouder op de gebiedsontwikkeling. „Het Philipsterrein was de verboden stad. Je kon er alleen binnen met de juiste badge. Nu wil je dat er wordt geleefd. Het is dus goed dat er ondernemers zitten, dat er horeca is en een skatepark. Over een jaar of twee breken we de hekken af en komt er een busbaan door het terrein, krijgen we aansluiting met de stad.”

Door de crisis heeft de nieuwbouw enige vertraging opgelopen en de ontwikkeling van het Veemgebouw is toen ter tijd ook uitgesteld. Van Dieren van Park Strijp Beheer: „De gemeente en provincie hebben stimuleringsmaatregelen toegezegd, maar we lopen nu ook twee jaar achter omdat het bestemmingsplan pas laat rond was. En de regelgeving is er niet op ingesteld om voormalige industrieterreinen tijdelijk bewoonbaar te maken. Dat kost allemaal extra tijd.”

Volgens Van Gool heeft de crisis ook positieve gevolgen. „Het belangrijkste is dat we de exploitatie van de culturele functies rond krijgen. We moeten voldoende investeerders vinden. Daar hebben we nu extra tijd voor. En er is nu meer vraag naar goedkope, tijdelijke huur. Dat kunnen we bieden. In overvloed.”

Toch zijn er ook al een aantal knelpunten ontstaan die de ontwikkeling van Strijp-S belemmert. Strijp-S zou namelijk bijdragen aan het verhogen van de aantrekkelijkheid van Eindhoven en aan de verdere ontwikkeling van Eindhoven tot Brainport en innovatief kenniscentrum. Eindhoven zou de status ‘’leading in technology’’ met trots moeten kunnen dragen. Maar momenteel zijn er dus een aantal knelpunten:

– De stagnatie in de woningbouw;

– De kantoorontwikkeling;

– De realisering van het ondergronds parkeren;

– De ontwikkeling van de cultuurprogrammering.

Deze knelpunten belemmeren de uitvoering van de oorspronkelijke plannen van Strijp-S. Tot nu toe is het onzeker hoe de woningmarkt zich zal gaan ontwikkelen. Er is vanuit de markt wel belangstelling voor lofts, maar andere type woningen lijken minder in trek te zijn. De huidige kantorenmarkt kent veel leegstand. De programmering van cultuur brengt een stedelijke afweging met zich mee. Is het wel wenselijk om meer cultuur events en cultuurorganisaties op Strijp-S te lokaliseren en wat zijn de gevolgen van de tegenvallende woning- en kantorenmarkt voor de designindustrie en de culturele activiteiten op Strijp-S? Het realiseren van ondergrond parkeren is momenteel een probleem vanwege de hoge kosten.

Het uitgangspunt voor de gemeente was een budget neutrale uitvoering van de grondexploitatie. Budgetneutraal wil zeggen dat als iets geld kost, het na verloop van tijd weer even veel geld opbrengt. De grondexploitatie is tot nu toe nog wel budgetneutraal maar de gewenste ontwikkelingen inde omgeving zijn niet afgedekt. Ook de kosten voor het her ontwikkelen van het NatLab op Strijp-S zijn nog onzeker. Naast de grondexploitatie van de gemeente is er nog een grondexploitatie van Park Strijp S Beheer B.V. Het is niet waarschijnlijk dat deze exploitatie budgetneutraal eindigt. Naar verwachting wordt er zelfs enkele miljoenen euro’s verlies gemaakt.

Hoofdstuk 2 Wat is Strijp-S?

De laatste jaren streven politici en beleidsmakers van diverse steden naar versterking van de regionale economie. Daarbij speelt innovatie een grote rol, steden zijn vaak plaatsen waar Talent, Technologie en Tolerantie te vinden zijn. Zo’n stad wordt een creatieve stad genoemd Talent wordt als onmisbaar gezien voor de economische dynamiek in steden. Strijp-S is het voormalig terrein van elektronica gigant Philips. In dit hoofdstuk gaan we dieper in op de geschiedenis van Strijp-S en de ontwikkeling van het terrein de komende jaren. We beginnen bij het begin; de creatieve stad.

§ 2.1 De creatieve stad

Sinds de 21e eeuw is de kenniseconomie steeds belangrijker geworden. Hoogontwikkelde Europese samenlevingen als Nederland en België is kennis de doorslaggevende concurrentiefactor geworden, niet alleen voor het bedrijfsleven maar ook voor regio’s en steden. Willen we het huidige welvaartsniveau in de toekomst vasthouden, dan moet verder geïnvesteerd worden in de kenniseconomie (G.J. Hospers, (2005), p. 2).

§ 2.1.1 Wat is een creatieve stad?

De creatieve stad is een stad waarin op allerlei gebied nieuwe ontwikkelingen in gang gezet zijn of een zetje in de rug moeten krijgen. Sinds de jaren zeventig is er veel werk voor laaggeschoolden naar lagelonenlanden verdwenen. Innovatie, het ontwikkelen van nieuwe producten en diensten dat is de kern van het succes van de creatieve stad, ze worden een steeds belangrijker aspect van de Nederlandse economie. In de kenniseconomie ziet men nieuwe mogelijkheden. (de Geo Auteursteam, (2012), p. 124 en 125) Nederlandse ontwerpers trekken in de wereld de aandacht met vormgeving van hoog niveau. Maar ook op het gebied van architectuur, mode, media en entertainment is er in het buitenland veel vraag naar het Nederlandse product.

De creatieve industrie is de meest dynamische topsector van de Nederlandse economie. De creatieve sectoren zijn een aanjager van innovatie in andere sectoren. Ook leveren ze creatieve oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen op gebieden als zorg, veiligheid en energie.

§2.1.2 Creatieve steden in Nederland

Nederland kent een aantal creatieve steden, met Eindhoven als de nummer 1 op het gebied van de toptechnologie en kennisindustrie. Andere creatieve steden zijn Wageningen, Nijmegen, Enschede en Groningen.

Eindhoven wordt ook wel gezien als dé creatieve stad van Nederland. Ook wel ‘brainport’ Eindhoven genoemd. De hightechindustrie in BrabantStad, het bestuurlijk netwerk van Brabantse steden, is belangrijk voor de nationale economie. De regio Eindhoven/Zuidoost-Brabant neemt op dat gebied een belangrijke plaats in Nederland. In Eindhoven speelt de innovatie zich af in een aantal technologiegebieden, zoals mechatronisch (cd/dvd-speler), ABS (remsystemen), ICT, medische apparatuur en biotechnologie. Deze typen bedrijven hebben een hoog groeiperspectief. (de Geo auteursteam, (2012) p. 124 en 125). Eindhoven, Breda, Helmond, Tilburg en ’s Hertogenbosch hebben een regionale samenwerking met de provincie, wat erg goed uitpakt.

Wageningen wordt Food Valley genoemd, het is een stad met veel voedingstechnologie en gewasveredeling. Wageningen University draagt hierbij aan bij. Food Valley streeft naar gezonde voeding voor iedereen op een duurzame manier geproduceerd.

Nijmegen is Health Valley, hier is heel veel onderzoek in de gezondheidssector. Vooral ook door samenwerkingen tussen het Radboud Universitair Medisch Centrum, bedrijven en andere zorginstellingen. Hun doel is om zorg, kennis en ondernemerschap met elkaar te verbinden om kansrijke omgevingen te creëren in Oost-Nederland, zodat er een bijdrage wordt geleverd aan een hoogwaardige en duurzame gezondheidszorg.

Enschede is als regio met veel ICT-activiteiten Silicon Valley. Regio Twente staat op de derde plaats als Silicon Valley van Europa, net achter Manchester en London. De reden dat Twente goed scoort is dat er vele jonge, internationale tech-bedrijven zijn gevestigd. Vaak opgericht door oud-studenten van de Universiteit van Twente.

Groningen heeft de naam Energy Valley gekregen, vanwege de specialistische kennis op het gebied van aardgas en waterstof. Energy Valley is erop gericht de energiesector in Drenthe, Friesland, Groningen en Noord-Holland Noord uit te bouwen. Dit door nauwe publiek-private samenwerkingen. Ze richten zich vooral op schone en innovatieve energie.

§ 2.2 De introductie van Philips in Eindhoven

De uit Zaltbommel afkomstige Gerard Philips startte in 1891, geholpen door zijn vader Frederik en 13 jaar na de uitvinding van de gloeilamp door Thomas A. Edison de firma Philips & Co. Zij vestigden zich in een goedkoop verworven voormalige wollen stoffenfabriek aan de toenmalige Emma Singel in Eindhoven. In Zaltbommel zelf waren niet voldoende arbeiders met enige industriële ervaring. Op het begin was het een ‘gloeilampenfabriekje’ aanvankelijk verliesgevend, in het Brabants Dagblad werd er voor het eerst melding van gemaakt, de auteur Zoetmulder beschrijft hoe in de jaren ’90 (van de 19e eeuw) Firma Philips & Co. Op de been gehouden werd. Naast Eindhoven, overwogen Frederik en Anton Philips ook Breda en Den Bosch als vestigingsplaats. In Breda had Anton Philips zelfs al grond gekocht, maar in Eindhoven zat zijn familie, en daar gaf een achterneef de tip van een leegstaande weverij. (Metze, (2004), p. 48) Deze ‘tip’ was de directe aanleiding om voor Eindhoven te kiezen. De vestigingsplaats was van enige toevalsfactoren afhankelijk, maar bleek ook zeer gunstig; je kon vanuit Eindhoven gemakkelijk Noord-België, Westfalen en het Ruhrgebied bereiken. (P.J. Bouwman, (1956) p. 30) Groei en expansie waren vanaf het eerste uur een belangrijk voornemen van Philips. De concurrentie tussen de toen nog talrijke kleine gloeilampenfabrieken was groot, ook werd de fabricage van iedere fabriek groter. IN 1895 kwam ook Gerard’s broer Anton in het bedrijf om de verkoop van gloeilampen op zich te nemen. Terwijl Gerard zelf zich vooral bezig hield met technische ontwikkelingen. Aan de overkant van de straat waaraan het eerste fabrieksgebouwtje stond (en nog altijd staat) aan de Emmasingel, net buiten de toenmalige stadsgrens van Eindhoven, had Gerard al in 1898 de gronden tot aan de spoorbaan opgekocht en in korte tijd verrees een compact industrieterrein van 1,5 ha. Daar werd al in 1900 een gloeilampenproductie gehaald van 3 miljoen (Heerding, (1986), p 77). In 1908-1909 ontwierp de ‘specialist in betonnen fabrieken’ Arend Beltman aan de Emmasingel drie gebouwen, als gevolg van de ontwikkeling van de metaaldraadlamp. Het ging om één kantoorgebouw en twee fabrieken. De broers bleven maar voortdurend grond kopen. Wat begon met terreinen aan de overzijde van de Emmasingel en toen de grenzen van dat terrein in zicht kwamen begonnen de grondaankopen verderop in de gemeente Strijp in een langgerekte zone dicht langs de westkant van het spoor naar Den Bosch. De bouw op die gronden begon in 1915 maar in 1913 werden al schetsen gemaakt voor de inrichtingsmogelijkheden van het hele terrein (figuur 1).

Figuur 1: De uitbereidingen van de Philips fabrieken tussen 1891-1916.

In figuur 1 zie je onderaan de plattegrond de Emmasingel. Het gebouw onder de Emmasingel was het eerste fabrieksgebouw van Philips, gebouwd in 1891. Vanaf daar werd uitgebreid naar boven toe. Ze zijn in 25 jaar van 1480 m3 aan grond voor de fabrieken naar 40042 m3 gegaan. Maar er was meer ruimte nodig, vanaf dat moment werd gemeente Strijp-S gezien als potentiële grond.

§ 2.3 Het begin van Strijp-S als industrieterrein van Philips

Om alle productie te kunnen verwezenlijken waren er meer grondstoffen, ruimte en mensen nodig. In 1916 werd het eerste gebouw op Strijp-S een feit; de glasfabriek, die Philips van glas voorzag.

Figuur 2: de oude glasfabriek Figuur 2: de oude glasfabriek

§2.3.1 De ontwikkeling van Strijp-S door Philips

Gemeente Strijp-S was een tactische keuze van Philips, daar waren twee redens voor. De eerste was dat Strijp-S dichtbij de fabrieken bij de Emmasingel lag, dat was belangrijk want zo werden de transportkosten minimaal van de glasfabriek naar de lampenfabriek aan de Emmasingel. Ten tweede werd gezocht naar een plek voor de nieuwe fabriek zodat het gebruik van landbouwkavels minimaal te houden. Gerard Philips liet de gekochte landerijen zo lang mogelijk door de pachters gebruiken. (Geurtsen en Hereijgers, (2004)) De boeren in het gebied hadden hun grond al in 1911 verkocht aan Philips, maar konden hun agrarisch bedrijf blijven uitoefenen tot het moment zou aanbreken waarop Philips ter plaatse wilde gaan bouwen. Zo kon ook de grond waarop het huidige PSV-stadion is gebouwd niet direct vrij gegeven worden, de pachter van die hoeve met landerijen had namelijk nog enige jaren de rechten van bebouwing en vruchtgebruik.

De glasfabriek zat aan de straat die nu Glaslaan heet. De aanleg van de spoorlijn Eindhoven Boxtel in 1860 zorgde voor een goede verbinding tussen de glasfabriek en de fabrieken aan de Emmasingel (Figuur 2).

Figuur 3: Philipsdorp

Na de realisatie van de glasfabriek volgde de bouwactiviteiten elkaar snel op. Er kwam een kartonfabriek, gasfabriek en een Natuurlijk Laboratorium (NatLab) om nieuwe technologieën te ontwikkelen deze technologieën hebben grote betekenis gehad voor mensen over de hele wereld. Het NatLab werd in 1923 gebouwd. Radiotechnologieën, televisies en scheerapparaten, maar ook de cd en dvd komen er vandaan. Op medisch gebied zette Philips de eerste stappen in röntgentechnologie. Koningin Wilhelmina sprak vanuit het lab met een draadloze radioverbinding zelfs de bevolking van Nederlands Indië toe. Tussen 1916 en 1930 is het terrein vrijwel helemaal vol gebouwd. Er ontbreken alleen nog het Veemgebouw (1942) en het Glasgebouw (1947).

Philips is met het industriegebied Strijp-S compleet zelfvoorzienend geworden. Van de grondstof tot en met het eindproduct in een doosje en het transport naar de consumenten: alles had het bedrijf in eigen hand. Vandaar de slagzin van Philips: ‘’Van zand, tot klant’’.

Figuur 4: Luchtfoto Strijp-S (1951)

Door de grote expansie van Philips was het noodzakelijk dat er nieuwe industriegebieden bijkwamen: Strijp-R en Strijp-T aan de andere kant van de Rondweg. De 27 hectaren van Strijp-S waren lang niet genoeg. Op figuur 4 zie je een luchtfoto van Strijp-S uit 1951, het terrein is helemaal volgebouwd en lag opgesloten tussen spoorlijnen, woonbuurten en wegen. Vandaar expansie via andere delen van Strijp. Op Strijp-T werd een nieuw ketelhuis gebouwd ten behoefte van de energievoorziening op Strijp-S, er werd een luchtbrug van leidingen verbonden met Strijp-S. Het was de eerste stap naar nieuwe industrieterreinen die in 153 werd gezet. In 1952 werden de eerste gebouwen op Strijp-S gesloopt om plaats te maken voor een gebouw met een veel grotere capaciteit. Het NatLab werd nog wel uitgebreid, maar op de zuidelijke stadsgrens werd in 1963 een geheel nieuw industrieterrein ingericht met laboratoria. In datzelfde jaar werd ook de ‘oude’ glasfabriek gesloopt om plaats te maken voor toen moderne kantoren. (Janssen, (2000), p. 55). De productie van televisietoestellen ontwikkelde zich sterk en daarvoor werd in 1973 het 50 meter hoge RGT (Radio, Grammofoon en Televisie) gebouw opgeleverd. Deze gebouwen vormde de nieuwe dominanten in het terrein Strijp-S. In de jaren ’70 is Philips in Strijp op zijn hoogtepunt: dagelijks werken er zo’n 10.00 mensen. In Eindhoven krijgt het gebied de naam ‘Verboden Stad’, omdat het door hekken en slagbomen omgeven werd. Je kwam er alleen met een pasje in.

§2.3.2 Het vertrek van Philips naar Amsterdam

Philips wil meer. De centrale leiding van het elektronicaconcern wil zich vestigen bij een grote luchthaven. Het nieuwe hoofdkantoor moet bovendien gesitueerd zijn in het financieel centrum van Nederland. Dat kan alleen in Amsterdam (de Volkskrant, (1997)). Volgens Philips-woordvoerder B. Geerts past Amsterdam beter bij het nieuwe Philips van president C. Boonstra dan Eindhoven. De personele omstandigheden zijn er beter en er is meer kennis voor handen. Voor de burgemeester van Eindhoven, R. Welschen, komen deze argumenten onverwacht. Hij denkt dat het vertrek van Philips vergaande gevolgen zal hebben voor Eindhoven. ‘Philips heeft helemaal niets met Amsterdam. In Eindhoven liggen de wortels van het bedrijf. Die kun je niet zomaar doorsnijden.’ Zegt secretaris J. Adriaans (de Volkskrant, (1997)). ‘Het is een flinke klap voor het imago van Eindhoven. Ik denk dat het heel moeilijk zal zijn om de verhuizing tegen te houden.’ Zegt P. Roctus, van de Vakbond voor Hoger Personeel binnen Philips. En de verhuizing blijkt inderdaad niet tegen te houden. Philips verhuist naar Amsterdam.

§ 2.3.3 Overname van Strijp-S door Park Strijp Beheer

Vanaf 2000 vinden de eerste gesprekken plaats om het gebied opnieuw te ontwikkelen, bij vertrek van Philips uit de lichtstad. In januari 2001 vindt besluitvorming plaats betreffende de aankoop van Strijp-S door de gemeente. Philips heeft een zestal ontwikkelende partijen een bieding laten doen. Uit die biedingen is de combinatie met Volker Wessels gekozen. Voor de inhoudelijke basis van dit voorstel wordt steeds verwezen naar het masterplan. Voor de realisering van de plannen gingen de gemeente Eindhoven en Volker Wessels samen verder in een PPS constructie waarin Park Strijp Beheer de uitvoerende organisatie zou worden. In 2004 verkoopt Philips Strijp-S aan Park Strijp Beheer. De gebouwen die nog door het bedrijf gebruikt worden, huren ze terug. Vanaf 2006 wordt er serieus werk gemaakt van de herontwikkeling van Strijp-S, met name in de creatieve sector.

Figuur 5: PPS tussen gemeente Eindhoven (Publiek) en mega bouw- en vastgoedbedrijf VolkerWessels (Private)

§ 2.4 De ontwikkeling van Strijp-S vanaf de overname door Park Strijp Beheer

Literatuurlijst

1. Auteursteam (2012). De Geo: Wonen in Nederland. Amersfoort: ThiemeMeulenhoff

Geraadpleegd op 3 oktober 2015.

2. Bouwman, P.J. (1956). Anton Philips, De mens / de ondernemer. Amsterdam: Brons.

Geraadpleegd op 8 oktober 2015.

3. Geurtsen, R en Hereijgers, A. (2004) Wikken en wegen in waardevolle wijken: Philipsdorp Eindhoven. Delft: De Lijn

Geraadpleegd op 14 oktober 2015.

4. Heerding, A. (1986), Geschiedenis van Philips Electronics N.V. deel II; Een onderneming van vele markten thuis. Leiden: Martinus Nijhoff.

Geraadpleegd op 10 oktober 2015.

5. Hospers, G.J. (2005). De creatieve stad: concurreren in de kenniseconomie. Geraadpleegd op 3 oktober 2015. https://feb.kuleuven.be/rebel/jaargangen/2001-2010/2005/TEM%202005-3/TEM_3_05_Hospers.pdf

6. Janssen, S. (2000) Strijp S, een verleidelijk stukje Eindhoven. Eindhoven:

7. Metze, M. (2004). Ze zullen weten wie ze voor zich hebben. Amsterdam: Uitgeverij Balans.

Geraadpleegd op 8 oktober 2015

8. Volkskrant, de, (1997). Verhuizing Philips naar Amsterdam leidt tot commotie. Amsterdam

Bijlagen

I Plan van aanpak

Hoofdvraag Wat is de invloed van Strijp-S, bekeken vanuit verschillende dimensies, op Eindhoven?

Deelvragen 1. Wat is Strijp-S?

2. (Wat zijn de verschillende projecten van Strijp-S?) Ligt er aan hoe groot de eerste deelvraag wordt en of dit er eventueel nog bij zou kunnen of dat er een nieuwe deelvraag van gemaakt wordt.

3. Wat is de invloed van Strijp-S op sociaal gebied?

4. Wat is de invloed van Strijp-S op economisch gebied?

5. Wat is de invloed van Strijp-S op politiek gebied?

Werkwijze / methode • Literatuuronderzoek

• Interviews met bedrijven op Strijp-S

• Interview met directeur Stam & de Koning (bouwbedrijf m.b.t. Strijp-S)

• Interview met een innovatief persoon (zoals Daan Roosegaarde)

• Enquête met studenten, bedrijven, bewoners

• Internetonderzoek

• Verschillende kaarten van Strijp-S

• Documentaires over Strijp-S

• Een rondleiding door Strijp-S

Informatiebronnen / hulpmiddelen • De grote bosatlas 54e druk

• Strijps.nl

• Stam&deKoning.nl

• driehoekstrijps.nl

• volkerwessels.nl

• Nota Ruimte

• Kaarten van Strijp-S via sites

• Documentaires

• Architectenboek

• De Geo, Wonen in Nederland (met nadruk op hoofdstuk 3)

Taakverdeling Zie hieronder

I.I Taakverdeling:

Fenna Janne Samen

• Deelvraag 3

• Deelvraag 5

• Ethische paragraaf

• Tijdsplan

• Samenvatting

• Contact zoeken met studenten, bewoners, bedrijven voor enquêtes

• Opmaak PWS

• Theoretisch kader • Deelvraag 1

• (Deelvraag 2)

• Deelvraag 4

• LOB paragraaf

• Voorwoord

• Inleiding

• Conclusie

• Contact zoeken met deskundige voor interviews

• Kaart maken • Alle deelvragen nakijken, bespreken, aanpassen of iets toevoegen waar nodig is

• Fouten verbeteren na alle FB en BM

• Logboek bijhouden

• Interview maken

• Interview afnemen

• Enquête maken

• Enquête afnemen

• Literatuuronderzoek

• Presentatie maken

• Presentatie voorbereiden

II Tijdsplan

Week Duur Wie Wat

28 30 min Samen Introductie PWS

28 150 min Samen Brainstormen over onderwerpen

28 120 min Samen Bronnenonderzoek maken

28 360 min Samen Bronnenonderzoek afmaken en plan van aanpak en tijdsplan maken

37 FB 1 FB 1 FB 1

37 360 min Samen plan van aanpak en tijdsplan aanvullen

38 60 min Samen Definitieve hoofd- en deelvragen bedenken

39 90 min Janne Inleiding schrijven

40 420 min Fenna Literatuuronderzoek afmaken (Theoretisch kader)

40 t/m 42 660 min Janne Deelvraag 1 zo ver mogelijk maken

41 en 42 180 min Samen Alles controleren en aanvullen

42 BM 1 BM 1 BM 1

43 180 min Fenna Contact opnemen met bedrijven en personen om enquêtes af te nemen

43 310 min Samen Enquêtes maken

43 120 min Janne Contact opnemen met bedrijven om interviews af te nemen

43 180 min Samen Interviews maken

43 t/m 45 660 min Janne Deelvraag (2) maken en samen controleren

43 t/m 45 730 min Fenna Deelvraag 3 maken en samen controleren

45 en 46 730 min Janne Deelvraag 4 maken en samen controleren

43 t/m 49 780 min Samen Interviews afnemen en resultaten uitwerken

43 t/m 49 600 min Samen Enquêtes afnemen en resultaten verwerken

47 660 Fenna Deelvraag 5 maken en samen controleren

49 FB 2 FB 2 FB 2

49 en 50 600 min Samen Alle deelvragen controleren en aanvullen waar nodig is idem voor interviews en enquêtes

50 120 min Janne LOB paragraaf maken

50 120 min Fenna Ethische paragraaf maken

51 100 min Fenna Samenvatting schrijven

51 60 min Janne Conclusie schrijven

1 t/m 3 300 min Janne Opmaak van het PWS in orde maken.

4 180 min Samen Laatste check en definitieve versie inleveren bij de begeleider

4 BM 2 BM 2 BM 2

4 t/m 6 540 min Samen Presentatie maken, en allebei apart goed voorbereiden

6 30 min Samen PWS presenteren en laatste beoordelingsmoment

6 BM 3 BM 3 BM 3

III Logboek

Datum Tijd Plaats Wie Werkzaamheden Resultaten

9-7-’15 30 min Collegezaal Samen Voorlichting over het PWS Idee gekregen wat het PWS inhoud

9-7-’15 150 min Mediatheek Samen Onderwerp bedenken van het PWS Onderwerpen bedacht.

9-7-’15 120 min Stilteruimte Samen Bronnenonderzoek en hoofdvraag bedenken Bronnenonderzoek gemaakt en al een evt. hoofdvraag bedacht.

10-7-’15 60 min Stilteruimte Samen Bronnenonderzoek afgemaakt Bronnenonderzoek af gekregen

10-7-’15 100 min Stilteruimte Samen Deelvragen en hoofdvragen bedacht We hebben verschillende deelvragen gevonden (goede en slechte) en ook verschillende hoofdvragen bedacht. We gaan nog in overleg

10-7-’15 200 min Stilteruimte Fenna Plan van aanpak gemaakt Een heel eind gekomen, nog samen controleren en wat laatste dingen toevoegen.

10-7-’15 200 min Stilteruimte Janne Tijdsplan gemaakt Een heel eind gekomen alleen moeten we nog eens goed met onze begeleider overleggen of het allemaal haalbaar is.

10-7’15 30 min lokaal Samen overleg met begeleider Toch tot de conclusie gekomen dat het niet het beste onderwerp is omdat het al is onderzocht en misschien niet zo interessant is voor ons. Dus op zoek naar een nieuw onderwerp.

31-8-’15 360 min Fenna thuis Samen Brainstormen over nieuw onderwerp We hebben verschillende onderwerpen bedacht. Duurzaam bouwen

2-9-’15 15 min lokaal samen overleg met begeleider Geen goed onderwerp

2-9’15 120 min Thuis Fenna onderwerpen gezocht Onderwerpen bedacht

3-9’15 60 min Thuis Janne onderwerpen/ artikelen gezocht Onderwerpen bedacht

4-9-’15 50 min mediatheek samen gebrainstormd over de onderwerpen en artikelen Niks opgeleverd, gebrek aan info over de onderwerpen

7-9-’15 360 min Janne thuis Samen Brainstormen over onderwerp Onderwerp gevonden, Strijp-S. Docent gemaild over het onderwerp

9-9-’15 10 min lokaal samen Goedkeuring onderwerp Met wat overleg en ideeën over het onderwerp is het goedgekeurd

9-9-’15 210min thuis Janne Start bronnenonderzoek (opnieuw) Opnieuw begonnen met het bronnenonderzoek gelukkig al ver kunnen komen. (contact met Fenna via FaceTime)

9-9-’15 120 min Thuis Fenna Bedenken hoofdvraag & deelvragen Al verschillende hoofd- en deelvragen bedacht. (contact met Janne via FaceTime)

10-9-’15 180 min Fenna thuis Samen bronnenonderzoek afgemaakt We hebben het bronnenonderzoek afgekregen

11-9-’15 100 min Thuis Janne Plan van aanpak gemaakt Janne heeft het plan van aanpak opnieuw gemaakt

11-9-’15 100 min Thuis Fenna Tijdsplan gemaakt Fenna heeft het tijdsplan gemaakt

FB 1 FB 1 FB 1 FB 1 FB 1 FB 1

17-9-‘15 150 min Thuis Janne Hoofd- en deelvragen aanpassen Hoofd- en deelvragen aangepast (a.g.v. FB 1)

19-9-‘15 60 min Janne thuis Samen Definitieve hoofd- en deelvragen We hebben samen overlegt en onze definitieve hoofd- en deelvragen bedacht

19-9-‘15 180 min Janne thuis Samen Plan van aanpak en tijdsplan aanpassen We hebben het plan van aanpak en tijdsplan aangepast op onze deelvragen en onze definitieve planning gemaakt

23-9-‘15 100 min Stilteruimte Janne Inleiding schrijven Begonnen met de inleiding schrijven, bijna af gekregen

24-9-‘15 60 min Thuis Janne Inleiding schrijven Inleiding afgemaakt

3-10-‘15 200 min Thuis Janne Deelvraag 1 maken Begin gemaakt aan de eerste deelvraag.

6-10-’15 180 min Thuis Fenna Theoretisch kader Samenvattingen maken van alle artikelen

7-10-‘15 50 min Stilteruimte Fenna Literatuuronderzoek Samenvattingen maken van alle artikelen

8-10-‘15 120 min Thuis Janne Deelvraag 1 maken Deelvraag 1 verder gemaakt.

10-10-‘15 180 min Thuis Janne Deelvraag 1 maken Deelvraag 1 verder gemaakt

12-10-‘15 60 min Thuis Janne Voorblad en inhoudsopgave Voorblad en inhoudsopgave gemaakt

13-10-‘15 60 min Thuis Fenna Theoretisch kader Samenvattingen gemaakt van artikelen

14-10-‘15 120 min Thuis Janne Deelvraag 1 Deelvraag 1 voor een deel afgekregen maar nog niet helemaal.

15-10-‘15 100 min Thuis Fenna Opmaak PWS Alvast een mooie opmaak gemaakt voor het profielwerkstuk zodat we het meteen goed doen

16-10-‘15 180 min Janne thuis Samen Alles checken We hebben alles gecheckt en ook laten controleren door onze ouders. We hebben deelvraag 1 voor een deel af.

BM 1 BM 1 BM 1 BM 1 BM 1 BM 1

IV Notulen

Dinsdag 8 September:

We hebben met meneer van Balgooy ons onderwerp verder besproken, omdat we nog niet duidelijk voor ogen hadden of we de creatieve industrie als geheel gingen nemen als onderwerp, of dat we ons gingen focussen op een specifiek onderwerp zoals Strijp-S.

Dinsdag 15 September:

We hebben een tijdsplan gemaakt en deze heeft meneer van Balgooy ook gezien. Daarbij gingen we alvast brainstormen over hoofd- en deelvragen.

Dinsdag 22 September:

We hebben de deelvragen besproken met meneer van Balgooy en hij gaf aan dat we onze hoofdvraag wat anders moesten nuanceren. De deelvragen hebben we ook wat anders geformuleerd en er een paar aan toegevoegd.

Dinsdag 29 September:

Toetsweek, geen profielwerkstuk les.

Dinsdag 6 Oktober:

We hebben besproken hoe we ervoor stonden en kwamen tot de conclusie dat we prima op schema lagen. Meneer van Balgooy heeft ons nog wat extra tips gegeven voor het theoretisch kader, zoals het gebruiken van Google Scholar en hoe we onze Engelstalige bron het beste konden gebruiken.

About Essay Marketplace

Essay Marketplace is a library of essays for your personal use as examples to help you write better work.

...(download the rest of the essay above)

About this essay:

This essay was submitted to us by a student in order to help you with your studies.

If you use part of this page in your own work, you need to provide a citation, as follows:

Essay Marketplace, Dit profielwerkstuk gaat over Strijp-S in Eindoven. Met als hoofdvraag…. Available from:<https://www.essaymarketplace.com/dutch-essays/d/> [Accessed 05-07-20].

Review this essay:

Please note that the above text is only a preview of this essay.

Name
Email
Review Title
Rating
Review Content

Latest reviews:

Leave a Comment

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.