De zelfdeterminatie theorie (ZDT) van Deci en Ryan (1985) is een benadering van motivatie... - Essay Marketplace

De zelfdeterminatie theorie (ZDT) van Deci en Ryan (1985) is een benadering van motivatie…

De zelfdeterminatie theorie (ZDT) van Deci en Ryan (1985) is een benadering van motivatie die uitgaat van een positief mensbeeld waarbij de medewerkers proactief, en niet reactief zijn. Dit positieve proactieve mensbeeld komt tot uiting in de wil van mensen zichzelf te ontdekken en waar mogelijk zichzelf te ontwikkelen en wordt de aangeboren groeitendens genoemd (van den Broeck, Vansteenkiste, de Witte, Lens, & Andriessen, 2009) (Deci & Ryan, 2008). De ZDT richt zich op het optimaliseren van de ontwikkeling, de prestatie en het welzijn van mensen door middel van de bevrediging van drie aangeboren psychologische basisbehoeften van de mensen; Autonomie (‘autonomy’), competentie (‘competence’) en verbondenheid (‘belongingness’). Deze aangeboren basisbehoeften zijn bij elke medewerker aanwezig maar komen echter alleen tot uiting wanneer de omgeving daar om vraagt. Een medewerkers heeft een stimulerende omgeving nodig waarin zij wordt uitgedaagd.

De eerste psychologische basisbehoefte van Ryan en Deci (2000) is de behoefte aan autonomie. Zij verstaan onder de autonomie, de behoefte om zelf beslissingen te nemen en keuzes te maken zonder onder druk te staan. In de motivatie theorie van Locke en Latham (1990) wordt een gelijke veronderstelling gedaan. Locke en Latham schrijven in de goal setting theorie het belang van autonomie als een keuzevrijheid in het formuleren van doelen. Zij stellen dat dit een positief effect heeft op de motivatie. De tweede psychologische basisbehoefte, is de behoefte aan competentie. Een mens heeft volgens Deci en Ryan (2000) de behoefte te laten zien dat zij bekwaam zijn door op een effectieve en doeltreffende manier met de omgeving om te gaan. Een mens wil zich niet alleen ontwikkelen, maar wil de omgeving ook begrijpen en beheersen (van den Broeck et al., 2009). De derde en laatste psychologische basisbehoefte in de ZDT is de (relationele) verbondenheid, wat inhoudt dat mensen behoefte hebben aan sociale contacten. Medewerkers hebben behoefte aan onderlinge contacten en relaties en willen zich verbonden voelen met elkaar (van den Broeck et al., 2009).

Binnen de zelf-determinatie theorie wordt onderscheid gemaakt in de verschillende soorten motivatie vanuit het principe dat de beste voorspeller van de resultaten (welzijn, attitudes en gedrag) niet de totale motivatie is, maar het soort motivatie (Ryan & Deci, 2000). Het grootste onderscheid wordt gemaakt tussen de autonome motivatie en de gecontroleerde motivatie. Autonome motivatie bij medewerkers komt voort uit de eigen wil om te handelen, intrinsieke motivatie is bij uitstek een voorbeeld van autonomie (Gagné & Deci, 2005). Gecontroleerde motivatie daarentegen komt voor uit een gevoel van dwang of opgelegde druk om op een bepaalde wijze te handelen (Nix, Ryan, Manly, & Deci, 1999). Een sterke autonome motivatie heeft voor medewerkers een positief resultaat, namelijk dat zij beter functioneren. Dit heeft een positief effect op de arbeidstevredenheid. Contrasterend daarmee is het een gecontroleerde motivatie die het functioneren juist negatief beïnvloed. Des te hoger de mate van autonoom gecontroleerde motivatie, des te hoger de arbeidstevredenheid (van den Broeck et al., 2009).

Het model van Nijhuis et al., (2012) dat is weergegeven in Afbeelding 1 1.1, is een vereenvoudigde weergave van de ZDT. Het model maakt onderscheid tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie. De extrinsieke motivatie is onderverdeeld in vier typen extrinsieke motivatie op basis van de mate waarin een bepaald soort motivatie in gedrag dominant is; gecontroleerd gemotiveerd gedrag, dan wel autonoom gemotiveerd gedrag.

Review this essay:

Name
Rating
Your review: (optional)

Latest reviews:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.