Essay: De Orde van de Vrijmetselaren - Essay Marketplace

Essay: De Orde van de Vrijmetselaren

Inleiding

Wij willen onze praktische opdracht ‘Sekten en stromingen’ doen over de Orde van de Vrijmetselaren. Dit is een sekte die behoorlijk geheimzinnig is, en waar veel mensen niet veel vanaf weten. Daarom wilden wij ons in deze sekte verdiepen.

Definitie

Onderstaand zijn een aantal definities van sekten en stromingen:

-Een sekte is een afsplitsing van ‘?n van de grote wereldgodsdiensten.

-Een sekte is een nieuwe religieuze beweging (na 1800).

-Er is een Amerikaans onderscheid tussen ‘sects’ (Westers) en ‘cults’ (Oosters)

De vrijmetselarij valt niet binnen al deze omschrijvingen. Het is namelijk geen afsplitsing van een grote wereldgodsdienst en het is opgericht in 1717. Er zijn ook aanwijzingen dat dit vroeger begon, maar hierover verder in het hoofdstuk ontstaan en geschiedenis. De vrijmetselarij is een combinatie van onderdelen uit westerse en oosterse godsdiensten. De vrijmetselarij is dus geen echte sekte, maar een speciale stroming, die eigenschappen heeft die een ‘gewone’ sekte niet heeft. Hoewel dit niet volgens de opdracht mag, hebben we toestemming van de docent gekregen om toch de vrijmetselarij als te onderzoeken sekte te kiezen.

Ontstaan en geschiedenis

De herkomst van de vrijmetselarij is in nevelen gehuld. De informatie die wij gebruiken is van de website van de vrijmetselarij. De makers van de site hebben ‘gekozen voor dat stuk geschiedenis dat gedocumenteerd aantoonbaar is.’

De Orde van de Vrijmetselaren is niet ontstaan in Nederland, maar men neemt algemeen aan dat de orde haar wortels heeft in Engeland en Schotland. In de Middeleeuwen waren er verenigingen van bouwers, en men denkt dat ze daar vanaf stammen. Het is dus ook geen afsplitsing van een andere godsdienst, maar een aparte godsdienst, die invloed heeft van andere godsdiensten.

Het woord vrijmetselaar komt waarschijnlijk van het Engelse woord freemason. De herkomst van dit woord is onbekend. In de Middeleeuwen was het gebruikelijk dat een gezel in de leer ging bij een meester. Dit gebeurde in een bouwloods, genoemd loges of lodges. Een term die nog steeds gebruikt wordt bij de vrijmetselaren voor de plaats van samenkomst. In deze ruimten leefde en werkte men soms jarenlang samen. En in die tijd werkte men niet alleen, maar sprak men ook over geloof en geestelijke zaken. Na verloop van tijd was het een hechte gemeenschap, waar aparte regels golden, en waar je als vreemde niet zomaar binnenkwam. Na een lange tijd werden er geen gotische bouwwerken meer gebouwd, en hadden de vrijmetselaren geen werk meer. De loges bleven echter, hoewel iets aangepast bestaan. De echte bouwvakkers verlieten de loges en maakten plaats voor wetenschappers en filosofen.

Het jaar 1717 wordt over het algemeen gezien als het begin van de moderne vrijmetselarij. In dat jaar werden 4 loges in Londen samengevoegd tot een grootloge. Daar werden ook de regels op schrift gesteld.

In de 18e eeuw werd de vrijmetselarij verspreidt over grote delen van Europa, Amerika en de rest van de wereld. Daar vormden zich eerst loges die later werden opgedeeld in orden. De vrijmetselarij kreeg in de meeste landen een eigen karakter. Ook binnen de vrijmetselarij zijn veel ruzies geweest met als gevolg afsplitsingen.

In de Tweede Wereldoorlog zijn de vrijmetselaren heftig vervolgd door de nazi’s. In de landen die van de nazi’s zijn overgegaan naar de communisten is het verbod op vrijmetselaren overgenomen door de communisten. In de vrije westerse wereld is het aantal vrijmetselaren echter erg toegenomen tot 6 miljoen wereldwijd in het begin van de jaren zeventig.

De historie van de vrijmetselaren in Nederland begint in 1734 toen de vrijmetselarij zich met behulp van Engelsen en Fransen vestigde in Den Haag. Daar werd de eerste loge opgericht. Dat gebeurde in Lion d’Or, wat later het House of Lords werd genoemd. Het werd in 1986 afgebroken in verband met de nieuwbouw van de Tweede Kamer. In 1735 werd een tweede loge opgericht. Door de Staten van Holland werden de loges op verdenking van Oranjegezindheid verboden. Toen er in 1744 weer stadhouders kwamen, herleefde de vrijmetselarij. In 1756 sloten tien loges zich aaneen tot de ‘Groote Loge der Zeven Vereenigde Nederlanden. Deze naam werd in 1817 gewijzigd in de huidige naam: Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden. Twee Oranje’s hebben in de negentiende eeuw de functie van grootmeester van de Orde van Vrijmetselaren gehad: Prins Frederik van 1816-1881, en Prins Alexander van 1882 tot 1884.

De vrijmetselarij werd ook buiten Nederland verspreid door Nederlanders. Nederlanders vestigden zich op de Antillen, in Suriname, op Ceylon (het huidige Sri Lanka), in India, Zuid-Afrika en in het voormalige Nederlands-Indi?? (nu Indonesi??), China en Brazili??. Zestien loges buiten Nederland behoren nog steeds tot de orde.

In 1940 werd de vrijmetselarij verboden door de Duitse bezetters. Grootmeester Hermannus van Tongeren werd gearresteerd en op 29 maart 1941 stierf hij in het concentratiekamp Sachsenhausen. De ordebibliotheek en het kostbare museumbezit werden afgevoerd naar Duitsland. Na de oorlog werden ze voor het grootste gedeelte teruggevonden in Frankfurt. In 1939 telde de orde 67 loges en ruim 4.100 leden. In 1945 en het eind van de oorlog in het Verre Oosten, was dit aantal gedaald tot 3.000 leden en 64 loges. Dit kwam deels door natuurlijk verloop, en deels doordat een aantal leden in Duitse en Japanse kampen in het toenmalige Nederlands-Indi?? was omgekomen. Vanaf 1945 is het ledental in Nederland toegenomen. Na 1970 bleef het ledental rond de zesduizend hangen.

In 2006 werd onder het motto ‘Ontdek het mysterie van de vrijmetselarij’ een mediacampagne ontwikkeld om de vrijmetselarij in de maatschappij onder de aandacht te brengen. ‘Levende traditie is een belofte voor de toekomst,’ aldus de grootmeester van de Orde van Vrijmetselaren in 2007. ‘In de logerituelen liggen spirituele, ethische en morele waarden besloten, maar ieder moet die er persoonlijk in ontdekken. Daarmee sluiten wij meer dan ooit aan bij een diepe behoefte in de maatschappij. Het individuele verlangen naar diepte, zingeving en mysterie is misschien nog nooit zo krachtig tot uiting gekomen als in deze tijd.’

Hoofdpunten van de leer

De vrijmetselarij heeft de volgende kernpunten:

1. Broederschap en respect voor alle mensen

2. Hulpvaardigheid en omzien naar een ander

3. Eigenstandig en vrij van dogma’s zoeken naar waarheid

De vrijmetselarij heeft geen speciale leer, hoewel er van leden wel ge??ist wordt dat men moet geloven in het bestaan van een opperwezen. Dit opperwezen noemen ze Opperbouwmeester van het Heelal of Grote Architect van het Universum. Ze noemen zichzelf ook geen godsdienst. Wel gebruiken ze de voor hen heilige boeken zoals de Bijbel, de Talmud of de Koran.

De oprichters van de vrijmetselarij dachten dat God de aandrijver van het heelal was, maar niet dat Hij de Schepper, bestuurder van de kosmos en degene die alles in stand houdt is. Deze leer wordt de??stische kosmologie genoemd.

De vrijmetselaars denken dat alle mensen van alle religies de ware God aanbidden, maar dat ze verschillende namen voor Hem gebruiken. Daarom mogen de leden ook van een religie, zoals het christendom of de islam, lid zijn.

Jezus wordt door de vrijmetselaren gezien als een groot voorbeeld, maar niet als God. Ze rekenen Hem op hetzelfde niveau als bijvoorbeeld de Griekse wijsheren Plato, Aristoteles of Pythagoras. Ze zien Jezus niet als Redder of Verlosser. Ook staan de vrijmetselaren niet toe dat er tijdens gebeden of rituelen de naam Jezus, of een andere naam die naar Hem verwijst, genoemd wordt. Het is zelf zo, wanneer de Bijbel tijdens rituelen of andere ceremoni??n gebruikt wordt, dat ze de teksten die naar Jezus verwijzen weglaten. Dit doen ze omdat alle gebeden en ceremoni??n gericht moeten zijn op de Grote Architect van het Universum.

Dit hoofdstuk is niet zo lang als in de opdracht is aangegeven. Dit komt, zoals ook al in de eerste alinea van dit hoofdstuk vermeld is, omdat de vrijmetselarij geen speciale leer heeft en omdat de bronnen die hierover te vinden zijn elkaar tegenspreken. We hebben toch geprobeerd om bovenstaande leerstukken zo duidelijk mogelijk boven tafel te krijgen.

Specifieke levenstijl

Vrijmetselaren staan bekend om hun vele rituelen. Die rituelen zijn vooral bedoeld voor hun ontwikkeling. De rituelen vinden plaats in een speciaal daarvoor bestemde ruimte: de loge (of lodge). Tijdens de rituelen hebben de vrijmetselaren aparte kleding aan met enkel zwart en wit. Na het ritueel word er in een andere ruimte nog de zogenaamde broedermaaltijd gegeten. Er is dan veel blijheid onder de vrijmetselaren, behalve bij het ritueel van het overlijden. De broedermaaltijd is overigens geen uitgebreide maaltijd. Enkele voorbeelden van rituelen zijn:

1.Overlijden: Er vind dan een ritueel plaats. Op de kist van de overledene worden 3 witte rozen gelegd.

2.Zomersolstitium (zomerzonnewende): Bij dit ritueel word de zomer ingeluid. Dit word net als de winterzonnwende ook wel Sint Jan* genoemd

3.Wintersolstitium (winterzonnewende): Bij dit ritueel word juist de winter ingeluid.

4.Inwijding: De inwijding is eigenlijk een begrip voor 3 verschillende rituelen die veel met elkaar te maken hebben:

a. De aanneming tot leerling: Bij dit ritueel word je opgenomen in het broederschap en verkrijg je zelfkennis

b. De bevordering tot gezel: Na een bepaalde tijd word er gestemd of diegene gezel mag worden. Als dit zo is, krijg hij weer een aantal tekenen waardoor naasten kunnen zien welke graad je hebt. Als gezel is er wel de plicht om andere loges te bezoeken.

c. De verheffing tot meester: Om tot meester te worden benoemd word er weer opnieuw gestemd. Weer krijg hij verschillende uiterlijke tekenen. Als meester bezit je alle rechten en plichten van een vrijmetselsaar.

* Sint-Jan vind 2 maal in een jaar plaats. Een keer in de zomer en een keer in de winter.

Naast rituelen zijn er ook ritualen. Deze twee woorden heb veel met elkaar te maken en worden ook vaak door elkaar gehaald. Een rituaal is het voorschrift of ‘gebruiksaanwijzing’ van een ritueel.

De vrijmetselaren hebben naast de kleding bij rituelen ook nog kleding voor als er geen rituelen zijn. Dit is sierlijke kleding met juwelen, linten en andere versieringen. Ook dragen ze witte handschoenen.

De meeste loges willen liever geen vrouwelijke leden of verbieden het zelfs. Slechts enkele loges in Nederland nemen vrouwelijke leden aan. Om als man lid te worden van een orde is wel weer toestemming van zijn vrouw nodig. Wel bestaat er een zogenaamde Orde van Weefsters. Zij geloven bijna hetzelfde als de Orde van Vrijmetselaren geloofd, maar alleen vrouwen kunnen lid worden.

Hieronder volgen nog een aantal feiten over de loge:

‘Een loge bestaat uit minimaal 7 leden

‘Hij is altijd rechthoekig gebouwd

‘Het kan ook een kamer zijn

‘Het is zo goed mogelijk afgesloten van de buitenwereld.

Houding overheid/kerk tegenover sekten en stromingen

De overheid moet de vrijmetselarij ingeperkt houden. Het is een duistere organisatie. Wel is er te zeggen dat de vrijmetselaren proberen om goed voor de samenleving te zijn. Daarom zou de overheid kunnen proberen om ze stimuleren om veel voor de samenleving te doen, zodat ze een positieve bijdrage leveren aan de samenleving.

De kerk moet de vrijmetselarij helemaal afwijzen. Een kenmerk van de vrijmetselarij is dat een mens het recht moet hebben om zijn eigen waarheid te zoeken. De kerk vind dit natuurlijk niet, omdat er maar ‘?n Waarheid is.

Hoe ga je zelf om met deze groepering

Wij denken dat je als volgt om moet gaan met de Orde van de Vrijmetselaren. Hun leer kunnen wij niet goedkeuren en daar moeten we afstand van nemen, en daarin geen contact met hen zoeken. Zorg dus dat je nooit in een loge komt, en zeker niet een bijeenkomst bezoekt. Want in zo’n bijeenkomst worden ook occulte machten opgeroepen, die je kunnen pakken, en dan is het moeilijk om daar vanaf te komen. Als je zorgt dat je daar niet mee in aanraking komt, wordt je er ook niet zomaar door gevangen. Maar met de mensen is niets mis. Het zijn gewone mensen, net zoals je ongelovige buurman of je dominee. Zolang ze je hun geloof niet opdringen kun je ze gewoon respecteren en contact met hen hebben. Vanuit het oogpunt van hun leer kunnen wij ook wat van hen leren. Ze hebben namelijk de insteek om de samenleving te helpen, en daar is niets mis mee.

Je mag dus niet afwijzend tegenover vrijmetselaren staan, maar wel tegenover hun leer, als ze je die willen opdringen. Ze erkennen alle goden als god. Hierop kan men ze aanvallen, want je kunt geen twee goden dienen volgens de Bijbel (Matthe??s 6:24). Ook kan men ze aanvallen op het punt dat ze Jezus niet als God erkennen, want als Jezus geen god is, dan verwerp je het christelijk geloof. Hoe kan het dan dat ze toch het christendom toelaten?

Slotwoord

Dit is onze Praktische Opdracht over de Orde van de Vrijmetselaren. Het was interessant om je eens te verdiepen in een sekte die behoorlijk geheimzinnig is. Ook omdat het geheel afwijkt van onze godsdienst. Het was moeilijk om wegwijs te worden in alle bronnen die elkaar tegenspreken. Omdat het een godsdienst is die in nevelen is gehuld, is het moeilijk om de juiste informatie te krijgen. We hebben geprobeerd om een zo getrouw mogelijk beeld weer te geven van deze sekte.

Bronnen

http://www.rkk.nl/katholicisme/encyclopedie/v/vrijmetselarij

http://www.verhoevenmarc.be/PDF/vrijmetselaars.pdf

http://www.allaboutcults.org/dutch/vrijmetselarij.htm

http://www.vrijmetselarij.nl/

http://www.vrijmetselarij.nl/Vrijmetselarij/HistorieNederland.aspx

http://www.vrijmetselarij.nl/Vrijmetselarij/HistorieInternationaal.aspx

De Bijbel

Review this essay:

Name
Rating
Your review: (optional)

Latest reviews:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.