Essay: Voor deze praktische opdracht van maatschappijwetenschappen was het... - Essay Marketplace

Essay: Voor deze praktische opdracht van maatschappijwetenschappen was het…

Voor deze praktische opdracht van maatschappijwetenschappen was het de bedoeling dat we twee personen zouden interviewen die werk hebben. Hier zaten wel een aantal voorwaarden aan verbonden. Zo moesten deze personen minimaal 27 jaar oud zijn en gedurende twee jaar minimaal 20 uur in de week betaalde arbeid verrichten. Wij hebben hiervoor Jessy de Bruijn en Patricia de Bruijn-Sanders ge??nterviewd. Zij voldoen allebei aan deze eisen en zij wilden graag meewerken aan onze opdracht.

Biografie Patricia:
Patricia werkt parttime (21 uur in de week) in de kledingwinkel Didi in Nijmegen. Patricia heeft al 8 jaar ervaring met dit werk in deze kledingwinkel. In de hele beroepssector heeft ze al ongeveer 13 jaar ervaring. De opleiding die ze voor dit werk heeft moeten volgen is de studie mode detailhandel. Deze studie heeft ze gevolgd aan het ROC in Nijmegen. Haar toekomstverwachting binnen dit werk zal zijn dat ze dezelfde functie behoud als die ze nu heeft. Sociale mobiliteit is voor haar niet echt meer mogelijk, want daarvoor zou ze meer uren in de week moeten gaan werken, en daar heeft ze op dit moment niet echt behoefte aan. Ze wil dus gewoon ongeveer op hetzelfde niveau blijven werken als dat ze nu doet.

Biografie Jessy:
Jessy werkt fulltime (40 tot 60 uur in de week) bij het bedrijf Maverick in Bodegraven. Hij heeft al 2,5 jaar werkervaring binnen dit bedrijf en al 3 jaar werkervaring binnen deze functie in totaal. Hij heeft geen (speciale) opleiding hoeven doen om dit beroep uit te kunnen oefenen. Hij heeft namelijk een opleiding als grafisch vormgever gevolgd, maar deze studie heeft niks te maken met het werk wat hij nu doet. Zijn bedrijf groeit heel snel, dus waarschijnlijk komen er steeds meer collega’s. Jessy’s toekomstverwachting is dan ook dat hij in een verdere en hogere functie hoopt door te kunnen groeien. Leveranciers houden namelijk ook wel goed in de gaten wie ze het beste voor hun bedrijf kunnen hebben als er iemand anders wegvalt. Er zijn wel veel mogelijkheden binnen dit bedrijf, dus Jessy wacht gewoon vooral af wat er in de toekomst zal gaan gebeuren. De doelstelling van het gehele bedrijf is om marktleider te worden op het gebied van distributie en audiovisuele oplossingen. Ze staan nu op 2, dus volgens Jessy hebben ze nog een lange weg te gaan, maar dat hopen ze zeker te bereiken!

Verslag interview Patricia:
Patricia werkt in de kledingwinkel Didi voor een werkgever. De werkzaamheden die ze in deze winkel verricht zijn het verkopen van kleding aan klanten die binnen komen lopen, oftewel service leveren aan deze mensen, het helpen waar het nodig is, het uitpakken van goederen die worden geleverd en deze ook in de winkel ophangen, de etalages ‘inrichten’ en het achter de kassa staan. De klanten waar we het hier over hebben, zijn dames tussen de 25 en 65 jaar. Dat is namelijk de doelgroep van de Didi. Verder is de merchandising voor een winkel heel belangrijk. Hier houdt Patricia zich ook veel mee bezig.

Voor dit beroep is het heel belangrijk dat je niet verlegen bent en spontaan overkomt op mensen. Je moet ook goed kunnen babbelen met mensen en lef hebben om kleding te kunnen verkopen. Je moet dus zeker goed kunnen communiceren met mensen. De studie die ze hiervoor heeft gevolg is mode detailhandel aan het ROC in Nijmegen . Ze heeft dit tot niveau 3 afgelegd. Daarna is ze gestopt met de opleiding. Je hebt ook nog een niveau 4. Dat is vooral nodig als je een eigen winkel wil beginnen, maar dat wil Patricia niet. Bij niveau 3 ben je assistent-leidinggevende. Ze heeft deze keuze voor de opleiding gemaakt omdat ze mode altijd al heel leuk en interessant vond. Ze heeft dus van haar hobby haar beroep weten te maken. Naast deze studie heeft ze ook nog allerlei cursussen gevolgd, waarbij ze veel heeft geleerd over stoffen voor verschillende kleding en modellen van lichamen. Zo heb je onder andere een zandloperlichaam of een peer lichaam en bij elk soort lichaam past weer andere kleding. Een belangrijke vaardigheid voor dit werk is dat je goed kan praten met mensen en ze kan helpen als dat nodig is. Ook is het belangrijk dat je wel een beetje verstand hebt van mode. Dit zijn allemaal voorbeelden van vaardigheden en kennis die nodig zijn om dit werk uit te kunnen oefenen. Dit behoort allemaal tot het cultureel kapitaal van Patricia. Er komt dus echt wel wat kijken bij het verkopen van kleding, en daarom kan ook niet iedereen zomaar aan een baan komen binnen deze sector. Als je op gesprek komt kijken ze wel echt naar wat je over kan brengen als verkoper. Ze kijken niet zo zeer meer naar diploma’s of naar je ervaring, maar toch wel degelijk naar je lef en overtuigingskracht. Ook moet je er natuurlijk wel een beetje modebewust uitzien!

Patricia is niet meteen begonnen met werken bij Didi; daarvoor heeft ze gewerkt bij de kledingwinkel Steps. Ze heeft veel verschillende winkels en functies gehad voordat ze bij de Didi ging werken. Daar werkt ze nu al acht jaar. In totaal heeft ze al 13 jaar werkervaring binnen deze functie als verkoopster in een kledingwinkel. Het beroep is heel wisselend. Patricia heeft voordat ze in de Didi heeft gewerkt ook gewerkt en een lingeriewinkel en in een schoenenwinkel. Ze heeft dus veel verschillende winkels gehad en het is toch overal weer net even iets anders. Wat wel altijd bij iedere winkel hetzelfde is, is de verkoop naar de klanten toe. Het blijft toch een soort trucje hoe je kleding het beste aan je klanten kunt verkopen.

Wat dit werk zo leuk maakt voor Patricia zijn de contacten met mensen. Iedere dag komen er weer andere mensen naar de winkel, dus iedere dag leg je weer nieuwe contacten. Ook wil ze deze mensen er altijd zo leuk mogelijk uit laten zien met de kleding uit de winkel. Wat dit werk juist minder leuk maakt is voor haar het schoonmaken van de zaak. Dus het poetsen en stofzuigen zou ze liever achterwege laten, maar het is natuurlijk ook heel belangrijk dat de winkel er schoon uitziet, anders werf je geen klanten. Het geeft Patricia veel voldoening als ze mensen heeft geholpen en als deze mensen haar ook bedanken voor de goede service. Dan gaat ze altijd met een blij gevoel naar huis omdat ze andere mensen blij heeft gemaakt. Ze hecht dus veel waarde aan haar klanten en aan haar werk in het algemeen, en kent dus ook een hoge arbeidsethos toe aan haar werk. De invloed van haar werk op haar leven is dan ook dat ze vindt dat ze er een leuker mens en een leukere moeder door is geworden. Als je je nuttig maakt, dan voel je je ook thuis in de maatschappij. Het voelt voor Patricia dan ook dat je iets of iemand bent, oftewel dat je iets waard bent. Daardoor is ze volgens zichzelf een leuke vrouw geworden. Haar vele sociale contacten die ze met alle klanten legt maken Patricia dan ook tot wie ze is.

Inclusief Patricia zijn er in het filiaal Nijmegen zes mensen in dienst bij de Didi. Daarvan zijn er naast Patricia nog drie andere parttimers in dienst. Bovendien is er ‘?n leidinggevende en ‘?n assistent.
Er is sprake van een duidelijke arbeidsverdeling tussen deze mensen. Dit zorgt er ook voor dat er rollenpatronen te vinden zijn. Iedereen krijgt namelijk voor een hele week vaste taken opgelegd. Zo weet iedereen wat hij of zij moet doen en deze taken worden ook goed voltooid. Dit zorgt er ook voor dat alles in de winkel optimaal blijft. De taak van Patricia is vaak vooral de merchandising, zoals al eerder genoemd. Hierbij is geen sprake van technische arbeidsdeling, maar voor een gedeelte wel van maatschappelijke arbeidsdeling. Het is namelijk niet zo dat ‘?n iemand altijd de kleren uitzoekt voor een klant en een ander iemand vervolgens meeloopt naar de pashokjes en dat weer iemand anders ook komt kijken om te zeggen hoe het diegene staat. Een taak als adviseur wordt maar door ‘?n iemand tegelijk bij een klant uitgevoerd. Een hoofdtaak als kleding verkopen wordt echter wel verdeeld in een aantal kleinere taken, zoals het lokken van klanten door middel van de etalage. Vervolgens helpt iemand in de winkel met de geschikte kleding uitkiezen en met het passen daarvan. Tot slot helpt iemand achter de kassa je met het betalen van de kleding. Dit zijn wel een soort deeltaken en er is hier dus eerder sprake van maatschappelijke arbeidsdeling.

Er is geen sprake van tegenstrijdige belangen binnen het werk, want Patricia geeft aan dat ze met z’n allen een goed team zijn en er is dus ook helemaal geen sprake van sociale ongelijkheid tussen deze mensen. Het is dus ook niet noodzakelijk om te streven naar emancipatie, want dat is er eigenlijk al. Niemand wordt beschouwd als minder dan de rest van de werknemers. Iedereen is gelijk.

Patricia geeft aan dat ze door veel mensen wordt gezien als een hardwerkende vrouw. Verkopen is wel echt een vak, vooral ook omdat mensen tegenwoordig steeds minder snel hun geld uitgeven. De status of het aanzien dat Patricia met haar werk heeft bereikt is dus dat ze als hardwerkende vrouw wordt beschouwd.
Patricia moet altijd op vaste tijden beginnen met haar werk. Ze werkt drie dagen in de week van half 10 tot half 6, maar ze moet een half uur van tevoren aanwezig zijn voor het opstarten van de dag. Deze tijden zijn dus bijna altijd hetzelfde, maar het kan af en toe zijn dat je maar een halve dag hoeft te werken. Dit is vooral in de rustigere tijden het geval. Als iemand vraagt of ze kan ruilen met het werk, kan het ook wel eens zo zijn dat ze op een zaterdag of op een zondag moet werken, maar normaal gesproken werkt ze niet in het weekend. Zo’n werkdag ziet er voor Patricia als volgt uit: rond 9 uur start ze op. Dit opstarten houdt in dat ze bekijken hoeveel omzet ze die dag moeten draaien. Ook krijgen ze de targets (doelen) voor die dag te horen. Daarna gaan ze de winkel stofzuigen en de kleding moet gelabeld worden. Meestal komt dan de vracht en iemand begint dan alvast met het uitladen van die vracht. Maar tussendoor komen er ook al klanten de winkel binnen gelopen. Zij moeten natuurlijk ook geholpen worden, want Patricia liet ons weten dat de klanten prioriteit nummer 1 zijn. Deze helpen ze dus tussendoor steeds. De spullen die ze uitladen van de vracht pakken ze uit en hangen ze op in de winkel. Soms worden ook de outfits van de poppen in de etalage en de poppen in de winkel veranderd, maar dit hoeft niet iedere dag. Ook moet er natuurlijk voor gezorgd worden dat er geld in de lades van de kassa zit. Aan het einde van de dag moet deze kassa weer afgesloten worden en er wordt een kasopmaak gemaakt om te kijken of alles klopt. Daarna wordt het geld opgeborgen in een kluis. Alle gehaalde targets en de omzet wordt dan opgeschreven, de deur wordt gesloten en iedereen gaat naar huis. Dit zijn alle voorbeelden van kleine deeltaken die over het personeel wordt verdeeld, en hier zie je dus duidelijk de maatschappelijke arbeidsdeling naar voren komen.

Bij de Didi is er sprake van een beperkte mate van globalisering, want de Didi is een redelijk groot bedrijf. Ze kopen hun kleding in bij een andere organisatie. Dit is een overkoepelende organisatie die ook connecties heeft met het buitenland. Bovendien heeft het ook filialen in Belgi?? en dat kan ook voor een klein deel beschouwd worden als globalisering. Zelf werkt Patricia niet in het buitenland.
Er is nu nog geen sprake van informatisering bij de Didi. Dit zal ook niet zo snel gebeuren, want er zijn altijd nog mensen nodig die de kleding ook echt weten te verkopen. In de toekomst hoeven de etalages niet meer te worden ingericht door mensen, want dat kan dan allemaal worden gedaan met schermen. Dat zie je nu ook al bij steeds meer winkels gebeuren. Maar Patricia is van mening dat de verkopers nog altijd nodig zullen zijn in de winkel zelf.
Er is wel sprake van flexibilisering bij Patricia op de werkvloer, want ze houden wel rekening met de verkopers, maar als er bijvoorbeeld iemand een keer niet kan en ze bellen jou op met de vraag of jij diegene kan vervangen, dan verwachten ze wel van je dat je in ieder geval probeert om te komen werken.
Patricia heeft van haar hobby echt haar werk weten te maken. Ze is daarom vaak buiten het werk om toch nog onbewust bezig met het werk dat ze verricht. Ze probeert haar kinderen er namelijk ook hip uit te laten zien, omdat ze dat leuk vindt om te doen. Zelf wil ze er ook altijd leuk uitzien, zelfs thuis. In de winkel kleedt ze de klanten ook mooi aan, dus dat doet ze bij haarzelf ook. Je bent als verkoper immers toch het ‘visitekaartje’ van de winkel en soms gaat dat bij Patricia verder dan alleen binnen de muren van de winkel. In haar vrije tijd leest ze ook veel over mode en dat heeft indirect toch allemaal met haar werk te maken. Zo heeft ze dus een heel werkzaam leven.
Patricia draagt eraan bij om mensen blij te maken (met nieuwe kleding) en ze zorgt er natuurlijk ook voor dat de economie draaiende blijft. Als ze niks zou verkopen, dan wordt er ook niks nieuws gemaakt en dan zou de economie flink achteruit gaan. Dit geeft dus haar functie in de maatschappij aan en dat zorgt voor haar maatschappelijke positie die ze nu inneemt op de maatschappelijke ladder, oftewel het belang van haar werk in de maatschappij. De mogelijkheid om te groeien op deze maatschappelijke ladder is er in dit beroep wel, want je kunt van verkoper doorgroeien naar assistent. Van daaruit kun je doorstromen naar een ander filiaal, waar je vervolgens filiaalmanager kan worden. Dan kun je weer doorstromen naar nog grotere filialen. Zo kun je uiteindelijk regiomanager en zelfs verkoopleider worden. Er zijn dus zeker wel stappen die je kan maken binnen een bedrijf als de Didi. Maar het gevaar is er ook dat je weer teruggezet kan worden naar een lagere functie als je je werk niet goed uitvoert.
De (secundaire) arbeidsvoorwaarden waar Patricia binnen haar werk mee te maken krijgt zijn naast haar salaris onder andere personeelskorting, recht op vakantiedagen en op andere vrije dagen. Op koopzondagen heeft ze naast deze genoemde arbeidsvoorwaarden ook nog recht op toeslagen.
De arbeidsomstandigheden zijn naar Patricia’s mening wel goed. Ze zit vast aan een CAO. Op een gegeven moment kun je niet meer verder doorgroeien binnen de verkoopsector. Patricia vindt dat je dan wel extra beloond mag worden als je heel goed bent in je werk of als je heel veel ervaring hebt. Maar zoals het nu het geval is, verdienen deze mensen evenveel als mensen met minder ervaring. Daar kan volgens Patricia wel wat verandering in komen.
De arbeidsomstandigheden zijn zoals eerder genoemd wel goed. Ze zijn een goed team en de band tussen werknemers en bijvoorbeeld de filiaalmanager is ook goed. De filiaalmanager had namelijk gezegd dat hij niet meer is dan de verkopers en andersom ook niet. Ook heeft ze bijvoorbeeld nog nooit te maken gekregen met dingen als loonmatiging. Zoals uit dit stukje wel te merken is, is Patricia over het algemeen zeer tevreden over alle omstandigheden en voorwaarden binnen haar werk, dus vandaar dat ze ook geen lid is van een vakorganisatie of een vakcentrale. Deze vakcentrales/vakorganisaties behartigen de belangen van werknemers (vooral over de arbeidsvoorwaarden).
Stel dat Patricia werkloos zou raken, dan krijgt ze van Didi een sociaal plan mee naar huis. Dit plan geeft haar de gelegenheid om een uitkering te ontvangen, zodat ze nooit zonder geld komt te zitten.
Andere rechten die Patricia heeft als het gaat om sociale voorzieningen zijn natuurlijk de WW (werkloosheidswet). Deze uitkering heeft ze ontvangen toen ze bij haar vorige bedrijf wegging. Als iemand nou een aantal jaar bij Didi heeft gewerkt en een filiaal zou failliet gaan of zou om een andere reden sluiten, dan zou de Didi ook meehelpen om een andere baan voor jou te zoeken en je krijgt dan ook geld mee. Ook zal er dan een overleg plaatsvinden met vakbonden.
Patricia wordt natuurlijk betaald voor het werk wat ze verricht, maar ze denkt dat het ook best mogelijk zou kunnen zijn om dit als vrijwilligerswerk te doen. Als iemand bijvoorbeeld een dagje mee zou willen draaien, zou diegene altijd welkom zijn.
Patricia zou dit werk liever niet als ZZP’er willen verrichten, want op dit moment is detailhandel niet het sterkste beroep. De ZZP’ers die in deze bedrijfstak zitten hebben het op dit moment heel moeilijk en heel zwaar.
Patricia heeft aangegeven dat ze deze vragen die wij hebben gesteld interessant vond, want zo is ze zelf ook pas echt gaan nadenken van wat ze zelf nou precies allemaal doet en wat ze met dit werk allemaal heeft bereikt of nog kan bereiken.
Ten slotte geeft ze nog wat tips voor mensen die net zijn begonnen in dezelfde functie als Patricia: je moet in jezelf blijven geloven en vooral goed luisteren naar degene naar wie je moet luisteren (dit zijn vaak de klanten). Ook is het belangrijk dat je kritiek opneemt als een opbouwend iets waarmee ze je alleen maar willen helpen.

Verslag interview Jessy:
Jessy werkt bij het bedrijf Maverick voor een werkgever. Hij is bij dit bedrijf extern audiovisueel productspecialist. Dit houdt in dat hij klanten adviseert bij trajecten of projecten waar audiovisuele middelen bij komen kijken (dit is dus de arbeidsinhoud van zijn werk). Om dit werk te kunnen verrichten, is het belangrijk dat je commercieel sterk bent, sterk in je schoenen staat, dat je bekend bent met bepaalde processen, dat je je mannetje staat en dat je ook technische kennis hebt van de oplossingen die je voert. Dit zijn de benodigde sterke punten voor dit beroep, maar dit zijn allemaal vaardigheden en kennis die ook onder het begrip cultureel kapitaal te verstaan zijn. Hij moet ook goed kunnen communiceren. Je hebt niet echt een bepaalde opleiding nodig die hierbij aansluit, want dit had Jessy ook niet. Hij heeft namelijk een opleiding als grafisch vormgever gedaan. Hij heeft daarna ook geen andere opleiding meer gevolgd of hoeven volgen om bij dit soort werk aan de slag te kunnen.
Jessy is begonnen met werken bij het ADX in Nijmegen. Dit is een reclamebureau. Hier heeft hij een half jaar gewerkt. Hij werkt nu al 2,5 jaar bij Maverick, dus in totaal heeft hij al 3 jaar werkervaring binnen deze functie die hij nu heeft.
Het werk is zeer vari??rend. Dat is ook juist wat Jessy zo leuk vindt aan zijn werk: de afwisseling. Zijn baan wordt gedreven door techniek en de techniek veranderd steeds. Elke week komen er nieuwe oplossingen en je kan steeds andere dingen in de markt positioneren. Hij spreekt steeds nieuwe mensen. En het netwerk dat je opbouwt binnen het bedrijf groeit steeds verder, zodat je uiteindelijk gewoon je eigen ding kan doen. De tijden zijn ook heel afwisselend. ‘?n keer in de week zit Jessy op kantoor om 9 uur tot ongeveer 5 uur. Dit is meestal op de maandagen. De rest van de week heeft hij vooral te maken met klantenafspraken en administratie. Ook moet hij wel eens naar leveranciers toe.
Wij vroegen Jessy of hij een werkdag kon beschrijven. Hij heeft een werkdag aan ons beschrijven die op zo’n maandag plaatsvindt en wat de taken dan allemaal precies zijn. Maandag is dus zijn kantoordag. Deze dag is meestal redelijk hetzelfde. Alle andere dagen zijn steeds anders. In Bodegraven beginnen ze ‘s ochtends met een teammeeting. Ze bespreken dan wat er allemaal in de planning staat van wat er allemaal gedaan moet worden, de projecten die er spelen worden besproken, ze bespreken de nieuwe klanten die ze hebben of welke nieuwe klanten ze binnen moeten halen. Ook bespreken ze de resultaten die behaalt zijn of die nog behaalt moeten worden. Deze teammeeting duurt ongeveer een uur. Daarna checkt hij even zijn mailbox, want er stromen toch altijd vragen en opmerkingen binnen. Daarna plannen ze alvast de afspraken met klanten voor de week daarop. De klanten die ze bellen zijn vaak klanten die ze allang niet meer gesproken hebben. Daar maken ze dan een afspraak mee. Bovendien moet de showroom volgeboekt worden. Vervolgens hebben ze een ‘google-sessie’ om te kijken wat er speelt en wat er in de wereld om je heen allemaal gebeurt. Daarna hebben ze ook nog een accountmanagermeeting. Tijdens zo’n meeting wordt er besproken hoe ze interne processen kunnen verbeteren. Dan worden de lopende offertes nagegaan en ze kijken hoe het daarmee staat. Daarnaast komen er ook wel eens leveranciers op bezoek en die geven af en toe een presentatie. Deze maandagen zijn dus een soort administratiedagen met veel verschillende taken die gedaan moeten worden.
Af en toe moet hij in het weekend werken, maar dat is alleen ter sprake als hij bijvoorbeeld achterloopt met de administratie of met bepaalde offertes. Hij geeft aan dat het werk vrij flexibel is, als je je ding maar gedaan krijgt. Hier is dus ook duidelijk de flexibilisering binnen het werk terug te vinden en daar is bij Jessy’s werk dus zeker sprake van, zoals hij zelf ook al aangeeft.
Wat hij minder leuk vindt aan zijn werk is de concurrentie van andere bedrijven. Over het algemeen vindt hij dit werk heel leuk om te doen. Het is geen hobby waar hij zijn beroep van heeft gemaakt, maar hij wilde al heel lang het werk uitoefenen wat hij nu doet. Hij heeft al een hele lange weg afgelegd om uiteindelijk te hebben bereikt waar hij nu is. In de winkel waar hij eerst werkte sprak hij iemand die iets vergelijkbaars deed als wat Jessy nu doet. Hij heeft allerlei vragen aan hem gesteld over zijn werk en zodoende heeft hij zelf ook besloten dat hij dit werk graag wilde doen. Hij hecht dus veel waarde aan zijn werk en hij heeft dus een positieve arbeidsethos.
Jessy heeft zo’n 220 collega’s. De functies van deze collega’s lopen heel erg uiteen. Het varieert namelijk van receptioniste tot iemand die het gebouw beheerd. Ook heb je nog inkopers, teamleiders, consultants, productmanagers, logistiekmedewerkers en ga zo maar door. In totaal zijn er een stuk of 40 verschillende functies binnen dit bedrijf. Tussen deze functies zijn dus wel kenmerkende rollenpatronen te zien die je goed van elkaar kan onderscheiden, maar volgens Jessy is dit ook wel noodzakelijk, want er zijn zoveel verschillende functies. Er is dus ook sprake van veel arbeidsverdeling en dan vooral van maatschappelijke arbeidsdeling, want het werk wordt niet onderverdeeld in deeltaken zoals bij technische arbeidsdeling, maar al het werk wordt onder verschillende mensen verdeeld. Dat is hier zeker wel ter sprake. Om tegenstellende belangen tussen al deze functies en tussen klanten en werkgevers zo veel mogelijk tegen te gaan, bestaat er bij het bedrijf een speciale training in eerlijk zaken doen. Er zijn namelijk wel wetten waar je je aan moet houden als je zaken doet met klanten. Je mag bijvoorbeeld geen illegale prijsafspraken maken. Het is dus een soort training in het tegengaan van tegenstrijdige belangen.
Jessy heeft nog nooit echt aan mensen gevraagd hoe die zijn status zouden omschrijven met dit werk. Hij geeft wel aan dat het een prima baan is, dus hij denkt dan ook wel dat mensen hem zien als een hardwerkende man.
Binnen Jessy’s werk is er zeker sprake van globalisering en informatisering. Het bedrijf zit namelijk wereldwijd. Het bedrijf Maverick valt onder Tech Data. Dat is een wereldwijde organisatie. Heel af en toe werkt hij zelf ook in het buitenland. Meestal bezoekt hij dan een leverancier die nieuwe dingen gaat presenteren. Meestal gaat hij daar samen met klanten naartoe. Er worden ook nieuwe afspraken gemaakt. Er worden onder andere nieuwe businessplannen geschreven voor het volgende kwartaal. Ook is er zeker sprake van informatisering, want ze werken bij Maverick met een centraal managementsysteem, waarin je orders terug kan kijken en klanten op kan zoeken in een bestand. Eerst moest je dit bekijken op een computer, maar nu kan dat ook op een iPad. Daarmee is het werken een stukje mobieler geworden. Informatie is namelijk directer beschikbaar.
Met het werk dat Jessy uitvoert zorgt hij ervoor dat hij mensen het leven makkelijker maakt. Hij zorgt bijvoorbeeld voor de omroep en de borden op het station die aangeven waar je heen moet. Dat is voor mensen fijn en overzichtelijk. Zijn huidige maatschappelijke positie is natuurlijk niet zo hoog als bijvoorbeeld een dokter, maar ook zeker niet laag. Hij staat met zijn werk waarschijnlijk ergens midden op de maatschappelijke ladder. Er is voor hem wel een mogelijkheid tot sociale mobiliteit (de mogelijkheid om te stijgen op de maatschappelijke ladder), want je kan alle kanten uit in dit beroep. Het is maar net hoe alles loopt (en hoeveel klanten ze trekken).
Jessy heeft niet het idee dat er binnen zijn werk sociale ongelijkheid bestaat. Hij denkt dat er vast wel mensen zijn die niet helemaal tevreden zijn, maar dat heeft ieder bedrijf wel. Hij hoeft dus ook niet echt te streven naar emancipatie, maar als dat nog wel nodig zou zijn, dan zou hij dat zeker willen doen. Hij vertelde namelijk dat hij het wel aan zou geven dat er iets aan gedaan moet worden als een collega bijvoorbeeld even hard zou werken als hijzelf en minder zou verdienen. Dat zou niet eerlijk zijn.
Een van de arbeidsvoorwaarden binnen zijn werk is bijvoorbeeld kwartaalbonus. Ook krijgt hij een auto, een telefoon en een notebook van de zaak. Daar hoeft hij zelf dus niet voor te zorgen. De arbeidsvoorwaarden zijn dus best wel goed en daar is hij ook tevreden mee. Ook is hij heel blij met de arbeidsomstandigheden, want hij heeft werk gevonden bij Maverick dat hij leuk vindt om te doen. Naar zijn eigen mening krijgt hij ook gewoon een prima salaris, dus dat is allemaal prima. Daar heeft hij niets over te klagen! Bij de arbeidsverhoudingen vindt hij de bonusstructuur zoals die bij zijn werk opgebouwd is een beetje ondoorzichtig. Het is uit heel veel factoren opgebouwd en hij vindt dat op dat gebied nog wel ruimte bestaat voor verbetering. Voor de rest zijn alle arbeidsverhoudingen dik in orde.
Jessy’s bedrijf richt zich vooral op de mensen die te maken hebben met educatie, gezondheidszorg, retail, restaurants, vergadercentra etc. Er zijn 10 ‘verticale markten’ waar ze zich op richten.
Jessy is niet echt lid van een vakorganisatie of een vakcentrale, maar hij heeft wel bepaalde certificaten die hij moet behalen om bepaalde taken binnen het werk mogelijk te maken. Hij heeft onder andere de certificaten CTE, infocom, collaboration management en zo nog ongeveer 4 certificaten behaald.
Jessy gaat met veel plezier elke dag naar zijn werk. Hij wordt er gewoon vrolijk van en kan er zijn creativiteit in kwijt. Hij wordt ook redelijk vrijgelaten om beslissingen te nemen (hier is ook weer een stukje flexibiliteit zichtbaar). Er wordt goed geluisterd naar zijn idee??n. Zijn werk heet dus een grote invloed op zijn dagelijks leven. Hij is er priv?? zelfs ook nog af en toe mee bezig. Dit is misschien meer onbewust, want vaak als hij in een drukke winkelstraat loopt en iets is ‘niet voor elkaar’, dan valt dat toch wel op en dan maakt hij er een foto van. Hier is dus ook goed zijn werkzame leven terug te vinden, want naast de 40 tot 60 uur in de week die hij al aan zijn werk besteed, is hij er ook nog wel eens in zijn priv??leven mee bezig.
Jessy doet dit werk natuurlijk als betaald werk, maar hij denkt dat ze het bij zijn bedrijf ook heel graag zouden zien dat er vrijwilligers dit werk gaan doen. Dat kost voor het bedrijf zelf natuurlijk ook minder geld. Het kan dus wel, maar het is volgens Jessy niet echt gebruikelijk.
Het is ook wel mogelijk om dit werk als ZZP’er uit te voeren. Verschillende klanten van het bedrijf Maverick zijn namelijk ZZP’er. Toch maakte Jessy niet echt de indruk alsof hij zelf ook als ZZP’er zou willen gaan werken. Hij heeft nog nooit met dingen te maken gehad als bijvoorbeeld loonmatiging en de andere arbeidsomstandigheden zijn ook allemaal goed, dus eigenlijk ziet hij ook geen reden om als ZZP’er aan het werk te gaan.
Wij vroegen Jessy of mensen makkelijk aan een baan zouden kunnen komen binnen de sector waar hij nu ook werkt. Hij zei dat het nogal van je netwerk afhangt. Als je je werk goed verricht, je kent veel mensen, je laat jezelf zien en je bent open en eerlijk, dan heb je een grote kans op een baan. Je bouwt een cv op binnen je netwerk, dus je cv wordt steeds uitgebreider en je hebt steeds meer kans op een baan binnen dezelfde sector. Daarbij gaf hij het voorbeeld dat hij meteen weer aan een nieuwe baan zou kunnen komen bij bijvoorbeeld een concurrent van Maverick, omdat ze je goed kennen en ze zien je uitgebreide netwerk met daarbij je cv. Dan hopen ze dat je naar hun bedrijf komt, want zo’n soort mensen kunnen ze dan goed gebruiken. Jessy geeft wel aan dat het werk niet voor zo heel veel mensen bekend terrein is. Jessy denkt dat je al redelijk makkelijk aan een baan komt, als je maar de juiste instelling en motivatie hebt en je hebt een beetje een idee van wat de distributeur doet.
Jessy heeft, dankzij de verzorgingsstaat, recht op herplaatsing binnen dezelfde sector als hij werkloos raakt, want er is wellicht ergens anders iets te doen. Hij komt dan wel ergens anders terecht, zoals een concurrent, zoals al eerder gezegd. Als dit niet het geval zou zijn, dan krijgt hij een aantal jaar salaris mee. Waarschijnlijk zou hij ook wel een sociaal plan meekrijgen, maar dat weet hij niet zeker, omdat hij dat pas te horen zou krijgen op het moment dat hij werkloos zou raken. En natuurlijk kan hij rekenen op een werkloosheidsuitkering. Dit is een sociale voorziening.
Andere dingen waar hij recht op heeft met zijn werk zijn vakantiedagen en overurencompensatie. Lunches en parkeerbonnetjes worden zelfs gedeclareerd!
Ten slotte vroegen wij wat hij van deze vragen vond. Hij zei ons dat hij sommige vragen wel interessant vond, maar dat we misschien nog even naar bepaalde vragen moesten kijken. Nu ging dit natuurlijk wel lastig,omdat we het interview al hebben afgelegd, maar toch is het wel een nuttige tip voor de volgende keer. Jessy gaf nog meer tips, maar deze zijn bedoeld voor mensen die net zijn begonnen in een functie die hetzelfde of soortgelijk is aan de functie van Jessy. Hij zei dat het belangrijk is om erover te lezen, ermee te trainen en aan zoveel mogelijk mensen dingen te vragen. Ook is het belangrijk dat je leergierig blijft en natuurlijk gewoon je ding doet!

Vragenlijst:
1. Waar werkt u precies?
2. Werkt u voor een werkgever of zelfstandig?
3. Wat houdt uw beroep precies in en wat zijn de werkzaamheden (oftewel de arbeidsinhoud)?
4. Wat zijn de benodigde sterke punten om het beroep te kunnen doen?
5. Moet u goed kunnen communiceren in het beroep?
6. Wat voor een opleiding en opleidingsniveau heeft u gedaan om dit werk te (kunnen) beoefenen?
7. Wat sprak u aan voor die keuze opleiding en hoe is dat precies gekomen?
8. Heeft u nog andere opleidingen gedaan? Zo ja, welke?
9. Heeft u een groot cultureel kapitaal nodig voor dit werk?
10. Waar bent u eigenlijk begonnen met werken?
11. Hoe lang werkt u al binnen het bedrijf waar u nu werkt?
12. Hoeveel jaar werkervaring heeft u op dit moment binnen uw functie?
13. Is uw beroep veel hetzelfde of valt dit wel mee?
14. Wat vindt u zo leuk aan het werk wat u nu doet?
15. Wat vindt u minder leuk aan het werk dat u doet?
16. Kent u een positieve of een negatieve arbeidsethos toe aan uw werk? Oftewel, hecht u veel waarde aan het werk dat u verricht of niet?
17. Wat voor een functies hebben uw collega’s?
18. Hoe is de arbeidsverdeling binnen het werk? Zijn er kenmerkende rollenpatronen of niet?
19. Is er in dat geval sprake van technische arbeidsdeling, maatschappelijke arbeidsdeling of allebei?
20. Is er sprake van tegenstrijdige belangen tussen mensen die dit beroep ook uitoefenen?
21. Wat voor een status/aanzien heeft u met dit werk?
22. Werkt u fulltime of parttime?
23. Hoeveel uur in de week werkt u?
24. Binnen welke tijden moet u aanwezig zijn op je werk? Is dit verschillend?
25. Werk je ook weleens in het weekend?
26. Is er sprake van globalisering bij je werk?
27. Wat is uw huidige maatschappelijke positie?
28. Is er voor jou een mogelijkheid tot sociale mobiliteit? (Zijn er veel mogelijkheden binnen uw werk om u zelf te ontwikkelen?)
29. Is er sprake van sociale ongelijkheid binnen uw werk? (of sociale stratificatie?)
30. Op welke doelgroep richt u zich binnen uw werk?
31. Is er sprake van informatisering bij uw werk?
32. Is er sprake van flexibilisering bij uw werk? ( Wordt er veel flexibiliteit van u verwacht?)
33. Werkt u zelf ook weleens in het buitenland? Zo ja, wat voor een functie heeft u in het buitenland?
34. Heeft u van uw hobby uw werk kunnen maken of is dat niet zo?
35. Wat zijn de arbeidsvoorwaarden binnen uw werk?
36. En wat zijn de arbeidsomstandigheden binnen uw werk? Bent u daar tevreden mee?
37. En wat zijn de arbeidsverhoudingen binnen uw werk?
38. Bent u lid van een vakorganisatie of vakcentrale?
39. Wat voor een invloed heeft uw werk op het dagelijks leven?
40. Bent u priv?? nog wel eens met uw werk bezig? (Heeft u dus een werkzaam leven?)
41. U doet betaald werk, maar is het ook mogelijk om dit werk als vrijwilliger te doen?
42. Kunt u in het kort een werkdag beschrijven?
43. Kunt u makkelijk aan een baan komen in uw sector waar u in werkt?
44. Ons land is een verzorgingsstaat, waarop heeft u recht als u bijvoorbeeld werkloos raakt?
45. Welke rechten heeft u nog meer als het gaat over sociale voorzieningen?
46. En als het gaat over sociale verzekeringen? .
47. Heeft u wel eens te maken gehad met loonmatiging?
48. Zou u ZZP’er willen worden in het werk wat u nu doet?
49. Wil u streven naar emancipatie binnen het werk (zelfstandigheid en gelijkheid)?
50. Wat zijn uw verdere toekomstverwachtingen binnen dit werk?
51. Wat vond u van deze vragen?
52. Heeft u verder nog tips voor mensen die net zijn begonnen in uw functie of mensen die net zijn begonnen in een soortgelijke functie?

Stellingen (over politieke kleur):
1. Het is belangrijk dat de overheid een grote rol heeft in onze samenleving en dat de verzorgingsstaat in stand blijft, zodat ik altijd kan rekenen op een goede uitkering als ik werkloos raak of met pensioen ga.
Patricia haar mening: Patricia is het met deze stelling voor een groot deel mee eens. Ze vindt dat je recht hebt op een uitkering als je een groot aantal jaren gewerkt hebt. Dan is ze er mee eens.
Jessy zijn mening: Jessy is het vooral eens met deze stelling voor zijn eigen belang. Als er niet sprake was van zijn eigen belang, had hij een ander antwoord op deze stelling gegeven.
2. De overheid moet een maximum kunnen stellen aan het jaarinkomen van mensen, want zo wordt de sociale ongelijkheid in een samenleving minder groot.

Patricia haar mening: Patricia is het niet eens met deze stelling, want als alle functies een bepaald salaris krijgen, dan is er geen uitdaging meer om door te groeien. Je wilt ook doorgroeien om steeds hoger in salaris te kunnen. Het moet wel uitdagend blijven, met meer salaris.

Jessy zijn mening : Jessy was het er zeker niet mee eens, zeker niet als je een eigen bedrijf hebt en hard werkt en het verdient goed, dan moet daar geen maximum aan gesteld worden.

3. Iedereen moet evenveel verdienen, van arbeider tot directeur.

Patricia haar mening: Patricia is het niet eens met deze stelling, haar mening sluit aan op de vorige stelling.

Jessy zijn mening: Jessy is het oneens met de stelling, hij vindt dat de verantwoordelijkheden binnen verschillende functies iets anders liggen.

Politieke kleur Jessy en Patricia:
Politieke kleur Jessy
Voor ons is het duidelijk geworden dat Jessy redelijk rechts oftewel liberaal is. Zijn politieke kleur is dus waarschijnlijk blauw.
Dat zien we namelijk aan de hand van de eerste stelling, doordat hij het ermee eens is, maar dan puur voor zijn eigen belang. Hiermee laat hij blijken dat hij dus niet zozeer om het algemeen belang van de burgers geeft. Hieruit kunnen wij concluderen dat hij gelijkheid niet de belangrijkste waarde vindt die we in Nederland hebben. Linkse partijen vinden gelijkheid meestal wel ‘?n van de belangrijkste waarden. Bij het socialisme is solidariteit ook redelijk belangrijk. Dankzij de beantwoording van de eerste stelling laat hij zien dat het voor hem niet echt uitmaakt of anderen een uitkering krijgen, als hij dat zelf maar wel krijgt. Dat laat dus zien dat er een stukje solidariteit ontbreekt bij hem, en dus is hij duidelijk geen aanhanger van het socialisme.
Met de tweede stelling was hij het absoluut niet eens. Dat geeft dus ook aan dat hij sociale ongelijkheid (en sociale stratificatie) binnen een samenleving niet zo erg vindt. Socialisten zouden dit zoveel mogelijk willen voorkomen. Daarom blijkt ook uit stelling nummer twee dat hij niet echt een fan is van het socialisme, maar meer van het tegenovergestelde, namelijk het liberalisme.
Bij de derde stelling is het eigenlijk hetzelfde verhaal als bij de tweede stelling. Deze stelling heeft namelijk ook weer te maken met sociale ongelijkheid. Bij communistische regimes is er vaak wel sprake van gelijke inkomensverdeling. Iedereen krijgt daar evenveel geld, onafhankelijk van de hoogte of de verschillen in verantwoordelijkheid tussen bepaalde functies. Communistische landen zijn extreem links. Hier is hij dus fel op tegen. Dit wil niet meteen zeggen dat hij helemaal rechts is, maar hij is naar onze mening absoluut geen voorstander van het socialisme.
Al met al is het ons duidelijk geworden dat hij aanhanger is van een rechtse partij. Hij toont weinig solidariteit en vindt een waarde als gelijkheid onbelangrijk.
Politieke kleur Patricia
Voor ons is het duidelijk geworden dat Patricia waarschijnlijk tussen midden en rechts in zit.
Dit zien we bij de eerste stelling terug doordat ze een uitkering wel belangrijk vindt voor mensen die hard ervoor hebben gewerkt, maar voor mensen die er in haar ogen dus niet hard genoeg voor hebben gewerkt, verdienen het eigenlijk niet om zo’n uitkering te ontvangen als ze werkloos zijn. Dat zit dus een beetje tussen de waarden van het liberalisme en het socialisme in, maar net iets meer aan de rechter kant dan aan de linker kant. Het toont namelijk wel meer solidariteit dan bij Jessy’s mening, maar er is ook geen sprake van volledige gelijkheid.
Bij de tweede stelling is ze het er absoluut niet mee eens, want ze wil wel uitdaging blijven behouden bij haar werk en dus zelfontplooiing en daar hoort als beloning dan wel een hoger salaris bij. Als je geen maximum stelt aan het inkomen wat iemand kan verdienen, dan probeer je dus niet de sociale ongelijkheid te voorkomen, zoals de socialisten doen. Dit wijst er in ieder geval op dat ze niet links is. Dan hebben we nog de middenpartijen en de rechtse partijen over.
Bij de derde stelling is het weer een beetje hetzelfde verhaal als bij de tweede stelling. Ze gaf ongeveer hetzelfde antwoord als Jessy, dus dat geeft aan dat ze Nederland absoluut niet willen zien als een communistisch en extreem links land.
Het is voor ons dus wel zeer duidelijk geworden dat Patricia geen aanhanger is van het socialisme, maar het in ons niet helemaal duidelijk geworden of ze nou echt rechts is of meer in het midden zit. Daarom trekken wij de conclusie dat ze er een beetje tussenin zit.

Conclusie/vergelijking
Uit de interviews kunnen we concluderen dat het belangrijk is om zelfverzekerd te zijn, zowel bij Patricia als Jessy. Bij het verkopen en adviseren van producten moet je het lef hebben om dit te doen. Hierbij heb je een goede babbel nodig en je moet zeker goed overkomen en dat je de benodigde kennis beschikt. Zonder deze vaardigheden zal het heel moeilijk zijn.
Er is zeker ook een groot verschil tussen de wereld van adviseurs en verkopers. Adviseurs, zoals Jessy helpen bedrijven bij welke middelen zij het beste kunnen inkopen. Deze bedrijven zullen ze ook weer verkopen. Didi, het bedrijf waar Patricia als verkoopster werkt is een bedrijf dat iets heeft ingekocht en het vervolgens verkoopt. Bij deze handelingen is er zeker een verschil tussen de processen.
Je merkt ook het verschil tussen grootschalige en kleinschalige bedrijven. Bij grootschalig bedrijf, zoals het wereldwijde bedrijf Maverick waar Jessy werkt komt er veel meer bij kijken. Er is veel meer contact met verschillende leveranciers. Bij een kleinschaliger bedrijf, zoals Didi zal het waarschijnlijk bij een paar leveranciers houden.
Daarnaast bestaat er een groot verschil tussen de bedrijven als je spreekt over globalisering. Het bedrijf Maverick is wereldwijd, maar het bedrijf Didi bestaat alleen in Nederland en Belgi??. Allebei de bedrijven hebben uiteindelijk te maken met dingen verkopen, maar er zit een groot verschil tussen. Een wereldwijd bedrijf heeft veel meer mensen nodig om van alles te regelen en het contact met het buitenland natuurlijk te onderhouden.
Patricia heeft van haar hobby haar werk kunnen maken, maar dit was in Jessy zijn geval niet zo. Patricia houdt heel erg van mode en is ook in de mode gaan werken, maar Jessy werkt meer in een businessachtige sfeer. Dit is een andere wereld als de modewereld. Business werd door hem niet echt als een hobby beschouwd.
Patricia en Jessy moeten allebei best flexibel zijn voor hun werk. Ze moeten ook weleens in het weekend werken. Op zaterdag en soms op zondag zijn de winkels open en er moeten toch mensen komen om te werken, daarom moet Patricia ook weleens in het weekend werken. Jessy moet soms ook in het weekend werken, maar dit is alleen zo als hij achterloopt met de administratie of met bepaalde offertes.
Eveneens zijn er zeker verschillen tussen de rollen op beide bedrijven. Bij Patricia hebben sommige een specifieke taak, zoals manager of dergelijke, maar uiteindelijk doen ze het wel allemaal samen. Bij Jessy zijn er duidelijkere banen en die gaan van receptioniste tot de hoge bazen. In totaal zijn het een stuk of 40 functies.

Bij Patricia is er sprake van een maatschappelijke arbeidsdeling, zij hebben een hoofdtaak, die bestaat uit meerdere deeltaken. Maar als zij een klant helpen, moet ze al deze deeltaken zelf uitvoeren. Het is niet zo dat iedereen een aparte deeltaak uitvoert om bij te dragen aan de hoofdtaak.
Bij Jessy is er ook sprake van een maatschappelijke arbeidsdeling, want al het werk wordt onder verschillende mensen verdeeld, vandaar ook de vele functies binnen het bedrijf.
Kortom, Jessy en Patricia zijn twee hardwerkende mensen bij commerci??le bedrijven. Ze zijn allebei druk bezig met het adviseren aan potenti??le kopers, maar Patricia is bezig met het adviseren van een outfit voor haar klant. Terwijl Jessy bezig is met het adviseren en uitzoeken hoe een bedrijf het beste een bepaald doel kan bereiken met bepaalde middelen.

Evaluatie
Het was best moeilijk om met de verplichte begrippen die soms best lastig zijn toch duidelijk te maken wat je bedoeld en je moet de vraag dus soms helemaal anders formuleren terwijl dit begrip voor jou helemaal helder en duidelijk is. Dit komt omdat we deze begrippen allemaal in de lessen hebben behandeld.
Doordat we zoveel vragen moesten stellen, kwam het voor dat deze vragen niet van toepassing waren op het werk dat onze ge??nterviewde personen doen. Dat kan soms een beetje frustrerend zijn, toch hebben we als het goed is alle begrippen in het verslag kunnen verwerken.
De opdracht en de samenwerking verliepen vrij soepel. Het is natuurlijk best wel lastig om het allemaal te plannen, maar we zijn er toch uit gekomen. Verder vonden wij het een interessante opdracht, waar we veel van hebben geleerd.

PO maatschappijwetenschappen: WERK
Anne Plomp en Manon Willems (5Vb)
Inhoudsopgave
Voorwoord blz. 2
Biografie Patricia blz. 2
Biografie Jessy blz. 3
Verslag interview Patricia blz. 4 t/m 8
Verslag interview Jessy blz. 9 t/m 13
Vragenlijst blz. 14 + 15
Meningen over de stellingen blz. 16
Politieke kleur Jessy en Patricia blz. 17 + 18
Vergelijking en conclusie blz. 19 +20
Evaluatie blz. 21

Voorwoord
Voor deze praktische opdracht van maatschappijwetenschappen was het de bedoeling dat we twee personen zouden interviewen die werk hebben. Hier zaten wel een aantal voorwaarden aan verbonden. Zo moesten deze personen minimaal 27 jaar oud zijn en gedurende twee jaar minimaal 20 uur in de week betaalde arbeid verrichten. Wij hebben hiervoor Jessy de Bruijn en Patricia de Bruijn-Sanders ge??nterviewd. Zij voldoen allebei aan deze eisen en zij wilden graag meewerken aan onze opdracht.

Biografie Patricia:
Patricia werkt parttime (21 uur in de week) in de kledingwinkel Didi in Nijmegen. Patricia heeft al 8 jaar ervaring met dit werk in deze kledingwinkel. In de hele beroepssector heeft ze al ongeveer 13 jaar ervaring. De opleiding die ze voor dit werk heeft moeten volgen is de studie mode detailhandel. Deze studie heeft ze gevolgd aan het ROC in Nijmegen. Haar toekomstverwachting binnen dit werk zal zijn dat ze dezelfde functie behoud als die ze nu heeft. Sociale mobiliteit is voor haar niet echt meer mogelijk, want daarvoor zou ze meer uren in de week moeten gaan werken, en daar heeft ze op dit moment niet echt behoefte aan. Ze wil dus gewoon ongeveer op hetzelfde niveau blijven werken als dat ze nu doet.

Biografie Jessy:
Jessy werkt fulltime (40 tot 60 uur in de week) bij het bedrijf Maverick in Bodegraven. Hij heeft al 2,5 jaar werkervaring binnen dit bedrijf en al 3 jaar werkervaring binnen deze functie in totaal. Hij heeft geen (speciale) opleiding hoeven doen om dit beroep uit te kunnen oefenen. Hij heeft namelijk een opleiding als grafisch vormgever gevolgd, maar deze studie heeft niks te maken met het werk wat hij nu doet. Zijn bedrijf groeit heel snel, dus waarschijnlijk komen er steeds meer collega’s. Jessy’s toekomstverwachting is dan ook dat hij in een verdere en hogere functie hoopt door te kunnen groeien. Leveranciers houden namelijk ook wel goed in de gaten wie ze het beste voor hun bedrijf kunnen hebben als er iemand anders wegvalt. Er zijn wel veel mogelijkheden binnen dit bedrijf, dus Jessy wacht gewoon vooral af wat er in de toekomst zal gaan gebeuren. De doelstelling van het gehele bedrijf is om marktleider te worden op het gebied van distributie en audiovisuele oplossingen. Ze staan nu op 2, dus volgens Jessy hebben ze nog een lange weg te gaan, maar dat hopen ze zeker te bereiken!

Verslag interview Patricia:
Patricia werkt in de kledingwinkel Didi voor een werkgever. De werkzaamheden die ze in deze winkel verricht zijn het verkopen van kleding aan klanten die binnen komen lopen, oftewel service leveren aan deze mensen, het helpen waar het nodig is, het uitpakken van goederen die worden geleverd en deze ook in de winkel ophangen, de etalages ‘inrichten’ en het achter de kassa staan. De klanten waar we het hier over hebben, zijn dames tussen de 25 en 65 jaar. Dat is namelijk de doelgroep van de Didi. Verder is de merchandising voor een winkel heel belangrijk. Hier houdt Patricia zich ook veel mee bezig.

Voor dit beroep is het heel belangrijk dat je niet verlegen bent en spontaan overkomt op mensen. Je moet ook goed kunnen babbelen met mensen en lef hebben om kleding te kunnen verkopen. Je moet dus zeker goed kunnen communiceren met mensen. De studie die ze hiervoor heeft gevolg is mode detailhandel aan het ROC in Nijmegen . Ze heeft dit tot niveau 3 afgelegd. Daarna is ze gestopt met de opleiding. Je hebt ook nog een niveau 4. Dat is vooral nodig als je een eigen winkel wil beginnen, maar dat wil Patricia niet. Bij niveau 3 ben je assistent-leidinggevende. Ze heeft deze keuze voor de opleiding gemaakt omdat ze mode altijd al heel leuk en interessant vond. Ze heeft dus van haar hobby haar beroep weten te maken. Naast deze studie heeft ze ook nog allerlei cursussen gevolgd, waarbij ze veel heeft geleerd over stoffen voor verschillende kleding en modellen van lichamen. Zo heb je onder andere een zandloperlichaam of een peer lichaam en bij elk soort lichaam past weer andere kleding. Een belangrijke vaardigheid voor dit werk is dat je goed kan praten met mensen en ze kan helpen als dat nodig is. Ook is het belangrijk dat je wel een beetje verstand hebt van mode. Dit zijn allemaal voorbeelden van vaardigheden en kennis die nodig zijn om dit werk uit te kunnen oefenen. Dit behoort allemaal tot het cultureel kapitaal van Patricia. Er komt dus echt wel wat kijken bij het verkopen van kleding, en daarom kan ook niet iedereen zomaar aan een baan komen binnen deze sector. Als je op gesprek komt kijken ze wel echt naar wat je over kan brengen als verkoper. Ze kijken niet zo zeer meer naar diploma’s of naar je ervaring, maar toch wel degelijk naar je lef en overtuigingskracht. Ook moet je er natuurlijk wel een beetje modebewust uitzien!

Patricia is niet meteen begonnen met werken bij Didi; daarvoor heeft ze gewerkt bij de kledingwinkel Steps. Ze heeft veel verschillende winkels en functies gehad voordat ze bij de Didi ging werken. Daar werkt ze nu al acht jaar. In totaal heeft ze al 13 jaar werkervaring binnen deze functie als verkoopster in een kledingwinkel. Het beroep is heel wisselend. Patricia heeft voordat ze in de Didi heeft gewerkt ook gewerkt en een lingeriewinkel en in een schoenenwinkel. Ze heeft dus veel verschillende winkels gehad en het is toch overal weer net even iets anders. Wat wel altijd bij iedere winkel hetzelfde is, is de verkoop naar de klanten toe. Het blijft toch een soort trucje hoe je kleding het beste aan je klanten kunt verkopen.

Wat dit werk zo leuk maakt voor Patricia zijn de contacten met mensen. Iedere dag komen er weer andere mensen naar de winkel, dus iedere dag leg je weer nieuwe contacten. Ook wil ze deze mensen er altijd zo leuk mogelijk uit laten zien met de kleding uit de winkel. Wat dit werk juist minder leuk maakt is voor haar het schoonmaken van de zaak. Dus het poetsen en stofzuigen zou ze liever achterwege laten, maar het is natuurlijk ook heel belangrijk dat de winkel er schoon uitziet, anders werf je geen klanten. Het geeft Patricia veel voldoening als ze mensen heeft geholpen en als deze mensen haar ook bedanken voor de goede service. Dan gaat ze altijd met een blij gevoel naar huis omdat ze andere mensen blij heeft gemaakt. Ze hecht dus veel waarde aan haar klanten en aan haar werk in het algemeen, en kent dus ook een hoge arbeidsethos toe aan haar werk. De invloed van haar werk op haar leven is dan ook dat ze vindt dat ze er een leuker mens en een leukere moeder door is geworden. Als je je nuttig maakt, dan voel je je ook thuis in de maatschappij. Het voelt voor Patricia dan ook dat je iets of iemand bent, oftewel dat je iets waard bent. Daardoor is ze volgens zichzelf een leuke vrouw geworden. Haar vele sociale contacten die ze met alle klanten legt maken Patricia dan ook tot wie ze is.

Inclusief Patricia zijn er in het filiaal Nijmegen zes mensen in dienst bij de Didi. Daarvan zijn er naast Patricia nog drie andere parttimers in dienst. Bovendien is er ‘?n leidinggevende en ‘?n assistent.
Er is sprake van een duidelijke arbeidsverdeling tussen deze mensen. Dit zorgt er ook voor dat er rollenpatronen te vinden zijn. Iedereen krijgt namelijk voor een hele week vaste taken opgelegd. Zo weet iedereen wat hij of zij moet doen en deze taken worden ook goed voltooid. Dit zorgt er ook voor dat alles in de winkel optimaal blijft. De taak van Patricia is vaak vooral de merchandising, zoals al eerder genoemd. Hierbij is geen sprake van technische arbeidsdeling, maar voor een gedeelte wel van maatschappelijke arbeidsdeling. Het is namelijk niet zo dat ‘?n iemand altijd de kleren uitzoekt voor een klant en een ander iemand vervolgens meeloopt naar de pashokjes en dat weer iemand anders ook komt kijken om te zeggen hoe het diegene staat. Een taak als adviseur wordt maar door ‘?n iemand tegelijk bij een klant uitgevoerd. Een hoofdtaak als kleding verkopen wordt echter wel verdeeld in een aantal kleinere taken, zoals het lokken van klanten door middel van de etalage. Vervolgens helpt iemand in de winkel met de geschikte kleding uitkiezen en met het passen daarvan. Tot slot helpt iemand achter de kassa je met het betalen van de kleding. Dit zijn wel een soort deeltaken en er is hier dus eerder sprake van maatschappelijke arbeidsdeling.

Er is geen sprake van tegenstrijdige belangen binnen het werk, want Patricia geeft aan dat ze met z’n allen een goed team zijn en er is dus ook helemaal geen sprake van sociale ongelijkheid tussen deze mensen. Het is dus ook niet noodzakelijk om te streven naar emancipatie, want dat is er eigenlijk al. Niemand wordt beschouwd als minder dan de rest van de werknemers. Iedereen is gelijk.

Patricia geeft aan dat ze door veel mensen wordt gezien als een hardwerkende vrouw. Verkopen is wel echt een vak, vooral ook omdat mensen tegenwoordig steeds minder snel hun geld uitgeven. De status of het aanzien dat Patricia met haar werk heeft bereikt is dus dat ze als hardwerkende vrouw wordt beschouwd.
Patricia moet altijd op vaste tijden beginnen met haar werk. Ze werkt drie dagen in de week van half 10 tot half 6, maar ze moet een half uur van tevoren aanwezig zijn voor het opstarten van de dag. Deze tijden zijn dus bijna altijd hetzelfde, maar het kan af en toe zijn dat je maar een halve dag hoeft te werken. Dit is vooral in de rustigere tijden het geval. Als iemand vraagt of ze kan ruilen met het werk, kan het ook wel eens zo zijn dat ze op een zaterdag of op een zondag moet werken, maar normaal gesproken werkt ze niet in het weekend. Zo’n werkdag ziet er voor Patricia als volgt uit: rond 9 uur start ze op. Dit opstarten houdt in dat ze bekijken hoeveel omzet ze die dag moeten draaien. Ook krijgen ze de targets (doelen) voor die dag te horen. Daarna gaan ze de winkel stofzuigen en de kleding moet gelabeld worden. Meestal komt dan de vracht en iemand begint dan alvast met het uitladen van die vracht. Maar tussendoor komen er ook al klanten de winkel binnen gelopen. Zij moeten natuurlijk ook geholpen worden, want Patricia liet ons weten dat de klanten prioriteit nummer 1 zijn. Deze helpen ze dus tussendoor steeds. De spullen die ze uitladen van de vracht pakken ze uit en hangen ze op in de winkel. Soms worden ook de outfits van de poppen in de etalage en de poppen in de winkel veranderd, maar dit hoeft niet iedere dag. Ook moet er natuurlijk voor gezorgd worden dat er geld in de lades van de kassa zit. Aan het einde van de dag moet deze kassa weer afgesloten worden en er wordt een kasopmaak gemaakt om te kijken of alles klopt. Daarna wordt het geld opgeborgen in een kluis. Alle gehaalde targets en de omzet wordt dan opgeschreven, de deur wordt gesloten en iedereen gaat naar huis. Dit zijn alle voorbeelden van kleine deeltaken die over het personeel wordt verdeeld, en hier zie je dus duidelijk de maatschappelijke arbeidsdeling naar voren komen.

Bij de Didi is er sprake van een beperkte mate van globalisering, want de Didi is een redelijk groot bedrijf. Ze kopen hun kleding in bij een andere organisatie. Dit is een overkoepelende organisatie die ook connecties heeft met het buitenland. Bovendien heeft het ook filialen in Belgi?? en dat kan ook voor een klein deel beschouwd worden als globalisering. Zelf werkt Patricia niet in het buitenland.
Er is nu nog geen sprake van informatisering bij de Didi. Dit zal ook niet zo snel gebeuren, want er zijn altijd nog mensen nodig die de kleding ook echt weten te verkopen. In de toekomst hoeven de etalages niet meer te worden ingericht door mensen, want dat kan dan allemaal worden gedaan met schermen. Dat zie je nu ook al bij steeds meer winkels gebeuren. Maar Patricia is van mening dat de verkopers nog altijd nodig zullen zijn in de winkel zelf.
Er is wel sprake van flexibilisering bij Patricia op de werkvloer, want ze houden wel rekening met de verkopers, maar als er bijvoorbeeld iemand een keer niet kan en ze bellen jou op met de vraag of jij diegene kan vervangen, dan verwachten ze wel van je dat je in ieder geval probeert om te komen werken.
Patricia heeft van haar hobby echt haar werk weten te maken. Ze is daarom vaak buiten het werk om toch nog onbewust bezig met het werk dat ze verricht. Ze probeert haar kinderen er namelijk ook hip uit te laten zien, omdat ze dat leuk vindt om te doen. Zelf wil ze er ook altijd leuk uitzien, zelfs thuis. In de winkel kleedt ze de klanten ook mooi aan, dus dat doet ze bij haarzelf ook. Je bent als verkoper immers toch het ‘visitekaartje’ van de winkel en soms gaat dat bij Patricia verder dan alleen binnen de muren van de winkel. In haar vrije tijd leest ze ook veel over mode en dat heeft indirect toch allemaal met haar werk te maken. Zo heeft ze dus een heel werkzaam leven.
Patricia draagt eraan bij om mensen blij te maken (met nieuwe kleding) en ze zorgt er natuurlijk ook voor dat de economie draaiende blijft. Als ze niks zou verkopen, dan wordt er ook niks nieuws gemaakt en dan zou de economie flink achteruit gaan. Dit geeft dus haar functie in de maatschappij aan en dat zorgt voor haar maatschappelijke positie die ze nu inneemt op de maatschappelijke ladder, oftewel het belang van haar werk in de maatschappij. De mogelijkheid om te groeien op deze maatschappelijke ladder is er in dit beroep wel, want je kunt van verkoper doorgroeien naar assistent. Van daaruit kun je doorstromen naar een ander filiaal, waar je vervolgens filiaalmanager kan worden. Dan kun je weer doorstromen naar nog grotere filialen. Zo kun je uiteindelijk regiomanager en zelfs verkoopleider worden. Er zijn dus zeker wel stappen die je kan maken binnen een bedrijf als de Didi. Maar het gevaar is er ook dat je weer teruggezet kan worden naar een lagere functie als je je werk niet goed uitvoert.
De (secundaire) arbeidsvoorwaarden waar Patricia binnen haar werk mee te maken krijgt zijn naast haar salaris onder andere personeelskorting, recht op vakantiedagen en op andere vrije dagen. Op koopzondagen heeft ze naast deze genoemde arbeidsvoorwaarden ook nog recht op toeslagen.
De arbeidsomstandigheden zijn naar Patricia’s mening wel goed. Ze zit vast aan een CAO. Op een gegeven moment kun je niet meer verder doorgroeien binnen de verkoopsector. Patricia vindt dat je dan wel extra beloond mag worden als je heel goed bent in je werk of als je heel veel ervaring hebt. Maar zoals het nu het geval is, verdienen deze mensen evenveel als mensen met minder ervaring. Daar kan volgens Patricia wel wat verandering in komen.
De arbeidsomstandigheden zijn zoals eerder genoemd wel goed. Ze zijn een goed team en de band tussen werknemers en bijvoorbeeld de filiaalmanager is ook goed. De filiaalmanager had namelijk gezegd dat hij niet meer is dan de verkopers en andersom ook niet. Ook heeft ze bijvoorbeeld nog nooit te maken gekregen met dingen als loonmatiging. Zoals uit dit stukje wel te merken is, is Patricia over het algemeen zeer tevreden over alle omstandigheden en voorwaarden binnen haar werk, dus vandaar dat ze ook geen lid is van een vakorganisatie of een vakcentrale. Deze vakcentrales/vakorganisaties behartigen de belangen van werknemers (vooral over de arbeidsvoorwaarden).
Stel dat Patricia werkloos zou raken, dan krijgt ze van Didi een sociaal plan mee naar huis. Dit plan geeft haar de gelegenheid om een uitkering te ontvangen, zodat ze nooit zonder geld komt te zitten.
Andere rechten die Patricia heeft als het gaat om sociale voorzieningen zijn natuurlijk de WW (werkloosheidswet). Deze uitkering heeft ze ontvangen toen ze bij haar vorige bedrijf wegging. Als iemand nou een aantal jaar bij Didi heeft gewerkt en een filiaal zou failliet gaan of zou om een andere reden sluiten, dan zou de Didi ook meehelpen om een andere baan voor jou te zoeken en je krijgt dan ook geld mee. Ook zal er dan een overleg plaatsvinden met vakbonden.
Patricia wordt natuurlijk betaald voor het werk wat ze verricht, maar ze denkt dat het ook best mogelijk zou kunnen zijn om dit als vrijwilligerswerk te doen. Als iemand bijvoorbeeld een dagje mee zou willen draaien, zou diegene altijd welkom zijn.
Patricia zou dit werk liever niet als ZZP’er willen verrichten, want op dit moment is detailhandel niet het sterkste beroep. De ZZP’ers die in deze bedrijfstak zitten hebben het op dit moment heel moeilijk en heel zwaar.
Patricia heeft aangegeven dat ze deze vragen die wij hebben gesteld interessant vond, want zo is ze zelf ook pas echt gaan nadenken van wat ze zelf nou precies allemaal doet en wat ze met dit werk allemaal heeft bereikt of nog kan bereiken.
Ten slotte geeft ze nog wat tips voor mensen die net zijn begonnen in dezelfde functie als Patricia: je moet in jezelf blijven geloven en vooral goed luisteren naar degene naar wie je moet luisteren (dit zijn vaak de klanten). Ook is het belangrijk dat je kritiek opneemt als een opbouwend iets waarmee ze je alleen maar willen helpen.

Verslag interview Jessy:
Jessy werkt bij het bedrijf Maverick voor een werkgever. Hij is bij dit bedrijf extern audiovisueel productspecialist. Dit houdt in dat hij klanten adviseert bij trajecten of projecten waar audiovisuele middelen bij komen kijken (dit is dus de arbeidsinhoud van zijn werk). Om dit werk te kunnen verrichten, is het belangrijk dat je commercieel sterk bent, sterk in je schoenen staat, dat je bekend bent met bepaalde processen, dat je je mannetje staat en dat je ook technische kennis hebt van de oplossingen die je voert. Dit zijn de benodigde sterke punten voor dit beroep, maar dit zijn allemaal vaardigheden en kennis die ook onder het begrip cultureel kapitaal te verstaan zijn. Hij moet ook goed kunnen communiceren. Je hebt niet echt een bepaalde opleiding nodig die hierbij aansluit, want dit had Jessy ook niet. Hij heeft namelijk een opleiding als grafisch vormgever gedaan. Hij heeft daarna ook geen andere opleiding meer gevolgd of hoeven volgen om bij dit soort werk aan de slag te kunnen.
Jessy is begonnen met werken bij het ADX in Nijmegen. Dit is een reclamebureau. Hier heeft hij een half jaar gewerkt. Hij werkt nu al 2,5 jaar bij Maverick, dus in totaal heeft hij al 3 jaar werkervaring binnen deze functie die hij nu heeft.
Het werk is zeer vari??rend. Dat is ook juist wat Jessy zo leuk vindt aan zijn werk: de afwisseling. Zijn baan wordt gedreven door techniek en de techniek veranderd steeds. Elke week komen er nieuwe oplossingen en je kan steeds andere dingen in de markt positioneren. Hij spreekt steeds nieuwe mensen. En het netwerk dat je opbouwt binnen het bedrijf groeit steeds verder, zodat je uiteindelijk gewoon je eigen ding kan doen. De tijden zijn ook heel afwisselend. ‘?n keer in de week zit Jessy op kantoor om 9 uur tot ongeveer 5 uur. Dit is meestal op de maandagen. De rest van de week heeft hij vooral te maken met klantenafspraken en administratie. Ook moet hij wel eens naar leveranciers toe.
Wij vroegen Jessy of hij een werkdag kon beschrijven. Hij heeft een werkdag aan ons beschrijven die op zo’n maandag plaatsvindt en wat de taken dan allemaal precies zijn. Maandag is dus zijn kantoordag. Deze dag is meestal redelijk hetzelfde. Alle andere dagen zijn steeds anders. In Bodegraven beginnen ze ‘s ochtends met een teammeeting. Ze bespreken dan wat er allemaal in de planning staat van wat er allemaal gedaan moet worden, de projecten die er spelen worden besproken, ze bespreken de nieuwe klanten die ze hebben of welke nieuwe klanten ze binnen moeten halen. Ook bespreken ze de resultaten die behaalt zijn of die nog behaalt moeten worden. Deze teammeeting duurt ongeveer een uur. Daarna checkt hij even zijn mailbox, want er stromen toch altijd vragen en opmerkingen binnen. Daarna plannen ze alvast de afspraken met klanten voor de week daarop. De klanten die ze bellen zijn vaak klanten die ze allang niet meer gesproken hebben. Daar maken ze dan een afspraak mee. Bovendien moet de showroom volgeboekt worden. Vervolgens hebben ze een ‘google-sessie’ om te kijken wat er speelt en wat er in de wereld om je heen allemaal gebeurt. Daarna hebben ze ook nog een accountmanagermeeting. Tijdens zo’n meeting wordt er besproken hoe ze interne processen kunnen verbeteren. Dan worden de lopende offertes nagegaan en ze kijken hoe het daarmee staat. Daarnaast komen er ook wel eens leveranciers op bezoek en die geven af en toe een presentatie. Deze maandagen zijn dus een soort administratiedagen met veel verschillende taken die gedaan moeten worden.
Af en toe moet hij in het weekend werken, maar dat is alleen ter sprake als hij bijvoorbeeld achterloopt met de administratie of met bepaalde offertes. Hij geeft aan dat het werk vrij flexibel is, als je je ding maar gedaan krijgt. Hier is dus ook duidelijk de flexibilisering binnen het werk terug te vinden en daar is bij Jessy’s werk dus zeker sprake van, zoals hij zelf ook al aangeeft.
Wat hij minder leuk vindt aan zijn werk is de concurrentie van andere bedrijven. Over het algemeen vindt hij dit werk heel leuk om te doen. Het is geen hobby waar hij zijn beroep van heeft gemaakt, maar hij wilde al heel lang het werk uitoefenen wat hij nu doet. Hij heeft al een hele lange weg afgelegd om uiteindelijk te hebben bereikt waar hij nu is. In de winkel waar hij eerst werkte sprak hij iemand die iets vergelijkbaars deed als wat Jessy nu doet. Hij heeft allerlei vragen aan hem gesteld over zijn werk en zodoende heeft hij zelf ook besloten dat hij dit werk graag wilde doen. Hij hecht dus veel waarde aan zijn werk en hij heeft dus een positieve arbeidsethos.
Jessy heeft zo’n 220 collega’s. De functies van deze collega’s lopen heel erg uiteen. Het varieert namelijk van receptioniste tot iemand die het gebouw beheerd. Ook heb je nog inkopers, teamleiders, consultants, productmanagers, logistiekmedewerkers en ga zo maar door. In totaal zijn er een stuk of 40 verschillende functies binnen dit bedrijf. Tussen deze functies zijn dus wel kenmerkende rollenpatronen te zien die je goed van elkaar kan onderscheiden, maar volgens Jessy is dit ook wel noodzakelijk, want er zijn zoveel verschillende functies. Er is dus ook sprake van veel arbeidsverdeling en dan vooral van maatschappelijke arbeidsdeling, want het werk wordt niet onderverdeeld in deeltaken zoals bij technische arbeidsdeling, maar al het werk wordt onder verschillende mensen verdeeld. Dat is hier zeker wel ter sprake. Om tegenstellende belangen tussen al deze functies en tussen klanten en werkgevers zo veel mogelijk tegen te gaan, bestaat er bij het bedrijf een speciale training in eerlijk zaken doen. Er zijn namelijk wel wetten waar je je aan moet houden als je zaken doet met klanten. Je mag bijvoorbeeld geen illegale prijsafspraken maken. Het is dus een soort training in het tegengaan van tegenstrijdige belangen.
Jessy heeft nog nooit echt aan mensen gevraagd hoe die zijn status zouden omschrijven met dit werk. Hij geeft wel aan dat het een prima baan is, dus hij denkt dan ook wel dat mensen hem zien als een hardwerkende man.
Binnen Jessy’s werk is er zeker sprake van globalisering en informatisering. Het bedrijf zit namelijk wereldwijd. Het bedrijf Maverick valt onder Tech Data. Dat is een wereldwijde organisatie. Heel af en toe werkt hij zelf ook in het buitenland. Meestal bezoekt hij dan een leverancier die nieuwe dingen gaat presenteren. Meestal gaat hij daar samen met klanten naartoe. Er worden ook nieuwe afspraken gemaakt. Er worden onder andere nieuwe businessplannen geschreven voor het volgende kwartaal. Ook is er zeker sprake van informatisering, want ze werken bij Maverick met een centraal managementsysteem, waarin je orders terug kan kijken en klanten op kan zoeken in een bestand. Eerst moest je dit bekijken op een computer, maar nu kan dat ook op een iPad. Daarmee is het werken een stukje mobieler geworden. Informatie is namelijk directer beschikbaar.
Met het werk dat Jessy uitvoert zorgt hij ervoor dat hij mensen het leven makkelijker maakt. Hij zorgt bijvoorbeeld voor de omroep en de borden op het station die aangeven waar je heen moet. Dat is voor mensen fijn en overzichtelijk. Zijn huidige maatschappelijke positie is natuurlijk niet zo hoog als bijvoorbeeld een dokter, maar ook zeker niet laag. Hij staat met zijn werk waarschijnlijk ergens midden op de maatschappelijke ladder. Er is voor hem wel een mogelijkheid tot sociale mobiliteit (de mogelijkheid om te stijgen op de maatschappelijke ladder), want je kan alle kanten uit in dit beroep. Het is maar net hoe alles loopt (en hoeveel klanten ze trekken).
Jessy heeft niet het idee dat er binnen zijn werk sociale ongelijkheid bestaat. Hij denkt dat er vast wel mensen zijn die niet helemaal tevreden zijn, maar dat heeft ieder bedrijf wel. Hij hoeft dus ook niet echt te streven naar emancipatie, maar als dat nog wel nodig zou zijn, dan zou hij dat zeker willen doen. Hij vertelde namelijk dat hij het wel aan zou geven dat er iets aan gedaan moet worden als een collega bijvoorbeeld even hard zou werken als hijzelf en minder zou verdienen. Dat zou niet eerlijk zijn.
Een van de arbeidsvoorwaarden binnen zijn werk is bijvoorbeeld kwartaalbonus. Ook krijgt hij een auto, een telefoon en een notebook van de zaak. Daar hoeft hij zelf dus niet voor te zorgen. De arbeidsvoorwaarden zijn dus best wel goed en daar is hij ook tevreden mee. Ook is hij heel blij met de arbeidsomstandigheden, want hij heeft werk gevonden bij Maverick dat hij leuk vindt om te doen. Naar zijn eigen mening krijgt hij ook gewoon een prima salaris, dus dat is allemaal prima. Daar heeft hij niets over te klagen! Bij de arbeidsverhoudingen vindt hij de bonusstructuur zoals die bij zijn werk opgebouwd is een beetje ondoorzichtig. Het is uit heel veel factoren opgebouwd en hij vindt dat op dat gebied nog wel ruimte bestaat voor verbetering. Voor de rest zijn alle arbeidsverhoudingen dik in orde.
Jessy’s bedrijf richt zich vooral op de mensen die te maken hebben met educatie, gezondheidszorg, retail, restaurants, vergadercentra etc. Er zijn 10 ‘verticale markten’ waar ze zich op richten.
Jessy is niet echt lid van een vakorganisatie of een vakcentrale, maar hij heeft wel bepaalde certificaten die hij moet behalen om bepaalde taken binnen het werk mogelijk te maken. Hij heeft onder andere de certificaten CTE, infocom, collaboration management en zo nog ongeveer 4 certificaten behaald.
Jessy gaat met veel plezier elke dag naar zijn werk. Hij wordt er gewoon vrolijk van en kan er zijn creativiteit in kwijt. Hij wordt ook redelijk vrijgelaten om beslissingen te nemen (hier is ook weer een stukje flexibiliteit zichtbaar). Er wordt goed geluisterd naar zijn idee??n. Zijn werk heet dus een grote invloed op zijn dagelijks leven. Hij is er priv?? zelfs ook nog af en toe mee bezig. Dit is misschien meer onbewust, want vaak als hij in een drukke winkelstraat loopt en iets is ‘niet voor elkaar’, dan valt dat toch wel op en dan maakt hij er een foto van. Hier is dus ook goed zijn werkzame leven terug te vinden, want naast de 40 tot 60 uur in de week die hij al aan zijn werk besteed, is hij er ook nog wel eens in zijn priv??leven mee bezig.
Jessy doet dit werk natuurlijk als betaald werk, maar hij denkt dat ze het bij zijn bedrijf ook heel graag zouden zien dat er vrijwilligers dit werk gaan doen. Dat kost voor het bedrijf zelf natuurlijk ook minder geld. Het kan dus wel, maar het is volgens Jessy niet echt gebruikelijk.
Het is ook wel mogelijk om dit werk als ZZP’er uit te voeren. Verschillende klanten van het bedrijf Maverick zijn namelijk ZZP’er. Toch maakte Jessy niet echt de indruk alsof hij zelf ook als ZZP’er zou willen gaan werken. Hij heeft nog nooit met dingen te maken gehad als bijvoorbeeld loonmatiging en de andere arbeidsomstandigheden zijn ook allemaal goed, dus eigenlijk ziet hij ook geen reden om als ZZP’er aan het werk te gaan.
Wij vroegen Jessy of mensen makkelijk aan een baan zouden kunnen komen binnen de sector waar hij nu ook werkt. Hij zei dat het nogal van je netwerk afhangt. Als je je werk goed verricht, je kent veel mensen, je laat jezelf zien en je bent open en eerlijk, dan heb je een grote kans op een baan. Je bouwt een cv op binnen je netwerk, dus je cv wordt steeds uitgebreider en je hebt steeds meer kans op een baan binnen dezelfde sector. Daarbij gaf hij het voorbeeld dat hij meteen weer aan een nieuwe baan zou kunnen komen bij bijvoorbeeld een concurrent van Maverick, omdat ze je goed kennen en ze zien je uitgebreide netwerk met daarbij je cv. Dan hopen ze dat je naar hun bedrijf komt, want zo’n soort mensen kunnen ze dan goed gebruiken. Jessy geeft wel aan dat het werk niet voor zo heel veel mensen bekend terrein is. Jessy denkt dat je al redelijk makkelijk aan een baan komt, als je maar de juiste instelling en motivatie hebt en je hebt een beetje een idee van wat de distributeur doet.
Jessy heeft, dankzij de verzorgingsstaat, recht op herplaatsing binnen dezelfde sector als hij werkloos raakt, want er is wellicht ergens anders iets te doen. Hij komt dan wel ergens anders terecht, zoals een concurrent, zoals al eerder gezegd. Als dit niet het geval zou zijn, dan krijgt hij een aantal jaar salaris mee. Waarschijnlijk zou hij ook wel een sociaal plan meekrijgen, maar dat weet hij niet zeker, omdat hij dat pas te horen zou krijgen op het moment dat hij werkloos zou raken. En natuurlijk kan hij rekenen op een werkloosheidsuitkering. Dit is een sociale voorziening.
Andere dingen waar hij recht op heeft met zijn werk zijn vakantiedagen en overurencompensatie. Lunches en parkeerbonnetjes worden zelfs gedeclareerd!
Ten slotte vroegen wij wat hij van deze vragen vond. Hij zei ons dat hij sommige vragen wel interessant vond, maar dat we misschien nog even naar bepaalde vragen moesten kijken. Nu ging dit natuurlijk wel lastig,omdat we het interview al hebben afgelegd, maar toch is het wel een nuttige tip voor de volgende keer. Jessy gaf nog meer tips, maar deze zijn bedoeld voor mensen die net zijn begonnen in een functie die hetzelfde of soortgelijk is aan de functie van Jessy. Hij zei dat het belangrijk is om erover te lezen, ermee te trainen en aan zoveel mogelijk mensen dingen te vragen. Ook is het belangrijk dat je leergierig blijft en natuurlijk gewoon je ding doet!

Vragenlijst:
1. Waar werkt u precies?
2. Werkt u voor een werkgever of zelfstandig?
3. Wat houdt uw beroep precies in en wat zijn de werkzaamheden (oftewel de arbeidsinhoud)?
4. Wat zijn de benodigde sterke punten om het beroep te kunnen doen?
5. Moet u goed kunnen communiceren in het beroep?
6. Wat voor een opleiding en opleidingsniveau heeft u gedaan om dit werk te (kunnen) beoefenen?
7. Wat sprak u aan voor die keuze opleiding en hoe is dat precies gekomen?
8. Heeft u nog andere opleidingen gedaan? Zo ja, welke?
9. Heeft u een groot cultureel kapitaal nodig voor dit werk?
10. Waar bent u eigenlijk begonnen met werken?
11. Hoe lang werkt u al binnen het bedrijf waar u nu werkt?
12. Hoeveel jaar werkervaring heeft u op dit moment binnen uw functie?
13. Is uw beroep veel hetzelfde of valt dit wel mee?
14. Wat vindt u zo leuk aan het werk wat u nu doet?
15. Wat vindt u minder leuk aan het werk dat u doet?
16. Kent u een positieve of een negatieve arbeidsethos toe aan uw werk? Oftewel, hecht u veel waarde aan het werk dat u verricht of niet?
17. Wat voor een functies hebben uw collega’s?
18. Hoe is de arbeidsverdeling binnen het werk? Zijn er kenmerkende rollenpatronen of niet?
19. Is er in dat geval sprake van technische arbeidsdeling, maatschappelijke arbeidsdeling of allebei?
20. Is er sprake van tegenstrijdige belangen tussen mensen die dit beroep ook uitoefenen?
21. Wat voor een status/aanzien heeft u met dit werk?
22. Werkt u fulltime of parttime?
23. Hoeveel uur in de week werkt u?
24. Binnen welke tijden moet u aanwezig zijn op je werk? Is dit verschillend?
25. Werk je ook weleens in het weekend?
26. Is er sprake van globalisering bij je werk?
27. Wat is uw huidige maatschappelijke positie?
28. Is er voor jou een mogelijkheid tot sociale mobiliteit? (Zijn er veel mogelijkheden binnen uw werk om u zelf te ontwikkelen?)
29. Is er sprake van sociale ongelijkheid binnen uw werk? (of sociale stratificatie?)
30. Op welke doelgroep richt u zich binnen uw werk?
31. Is er sprake van informatisering bij uw werk?
32. Is er sprake van flexibilisering bij uw werk? ( Wordt er veel flexibiliteit van u verwacht?)
33. Werkt u zelf ook weleens in het buitenland? Zo ja, wat voor een functie heeft u in het buitenland?
34. Heeft u van uw hobby uw werk kunnen maken of is dat niet zo?
35. Wat zijn de arbeidsvoorwaarden binnen uw werk?
36. En wat zijn de arbeidsomstandigheden binnen uw werk? Bent u daar tevreden mee?
37. En wat zijn de arbeidsverhoudingen binnen uw werk?
38. Bent u lid van een vakorganisatie of vakcentrale?
39. Wat voor een invloed heeft uw werk op het dagelijks leven?
40. Bent u priv?? nog wel eens met uw werk bezig? (Heeft u dus een werkzaam leven?)
41. U doet betaald werk, maar is het ook mogelijk om dit werk als vrijwilliger te doen?
42. Kunt u in het kort een werkdag beschrijven?
43. Kunt u makkelijk aan een baan komen in uw sector waar u in werkt?
44. Ons land is een verzorgingsstaat, waarop heeft u recht als u bijvoorbeeld werkloos raakt?
45. Welke rechten heeft u nog meer als het gaat over sociale voorzieningen?
46. En als het gaat over sociale verzekeringen? .
47. Heeft u wel eens te maken gehad met loonmatiging?
48. Zou u ZZP’er willen worden in het werk wat u nu doet?
49. Wil u streven naar emancipatie binnen het werk (zelfstandigheid en gelijkheid)?
50. Wat zijn uw verdere toekomstverwachtingen binnen dit werk?
51. Wat vond u van deze vragen?
52. Heeft u verder nog tips voor mensen die net zijn begonnen in uw functie of mensen die net zijn begonnen in een soortgelijke functie?

Stellingen (over politieke kleur):
1. Het is belangrijk dat de overheid een grote rol heeft in onze samenleving en dat de verzorgingsstaat in stand blijft, zodat ik altijd kan rekenen op een goede uitkering als ik werkloos raak of met pensioen ga.
Patricia haar mening: Patricia is het met deze stelling voor een groot deel mee eens. Ze vindt dat je recht hebt op een uitkering als je een groot aantal jaren gewerkt hebt. Dan is ze er mee eens.
Jessy zijn mening: Jessy is het vooral eens met deze stelling voor zijn eigen belang. Als er niet sprake was van zijn eigen belang, had hij een ander antwoord op deze stelling gegeven.
2. De overheid moet een maximum kunnen stellen aan het jaarinkomen van mensen, want zo wordt de sociale ongelijkheid in een samenleving minder groot.

Patricia haar mening: Patricia is het niet eens met deze stelling, want als alle functies een bepaald salaris krijgen, dan is er geen uitdaging meer om door te groeien. Je wilt ook doorgroeien om steeds hoger in salaris te kunnen. Het moet wel uitdagend blijven, met meer salaris.

Jessy zijn mening : Jessy was het er zeker niet mee eens, zeker niet als je een eigen bedrijf hebt en hard werkt en het verdient goed, dan moet daar geen maximum aan gesteld worden.

3. Iedereen moet evenveel verdienen, van arbeider tot directeur.

Patricia haar mening: Patricia is het niet eens met deze stelling, haar mening sluit aan op de vorige stelling.

Jessy zijn mening: Jessy is het oneens met de stelling, hij vindt dat de verantwoordelijkheden binnen verschillende functies iets anders liggen.

Politieke kleur Jessy en Patricia:
Politieke kleur Jessy
Voor ons is het duidelijk geworden dat Jessy redelijk rechts oftewel liberaal is. Zijn politieke kleur is dus waarschijnlijk blauw.
Dat zien we namelijk aan de hand van de eerste stelling, doordat hij het ermee eens is, maar dan puur voor zijn eigen belang. Hiermee laat hij blijken dat hij dus niet zozeer om het algemeen belang van de burgers geeft. Hieruit kunnen wij concluderen dat hij gelijkheid niet de belangrijkste waarde vindt die we in Nederland hebben. Linkse partijen vinden gelijkheid meestal wel ‘?n van de belangrijkste waarden. Bij het socialisme is solidariteit ook redelijk belangrijk. Dankzij de beantwoording van de eerste stelling laat hij zien dat het voor hem niet echt uitmaakt of anderen een uitkering krijgen, als hij dat zelf maar wel krijgt. Dat laat dus zien dat er een stukje solidariteit ontbreekt bij hem, en dus is hij duidelijk geen aanhanger van het socialisme.
Met de tweede stelling was hij het absoluut niet eens. Dat geeft dus ook aan dat hij sociale ongelijkheid (en sociale stratificatie) binnen een samenleving niet zo erg vindt. Socialisten zouden dit zoveel mogelijk willen voorkomen. Daarom blijkt ook uit stelling nummer twee dat hij niet echt een fan is van het socialisme, maar meer van het tegenovergestelde, namelijk het liberalisme.
Bij de derde stelling is het eigenlijk hetzelfde verhaal als bij de tweede stelling. Deze stelling heeft namelijk ook weer te maken met sociale ongelijkheid. Bij communistische regimes is er vaak wel sprake van gelijke inkomensverdeling. Iedereen krijgt daar evenveel geld, onafhankelijk van de hoogte of de verschillen in verantwoordelijkheid tussen bepaalde functies. Communistische landen zijn extreem links. Hier is hij dus fel op tegen. Dit wil niet meteen zeggen dat hij helemaal rechts is, maar hij is naar onze mening absoluut geen voorstander van het socialisme.
Al met al is het ons duidelijk geworden dat hij aanhanger is van een rechtse partij. Hij toont weinig solidariteit en vindt een waarde als gelijkheid onbelangrijk.
Politieke kleur Patricia
Voor ons is het duidelijk geworden dat Patricia waarschijnlijk tussen midden en rechts in zit.
Dit zien we bij de eerste stelling terug doordat ze een uitkering wel belangrijk vindt voor mensen die hard ervoor hebben gewerkt, maar voor mensen die er in haar ogen dus niet hard genoeg voor hebben gewerkt, verdienen het eigenlijk niet om zo’n uitkering te ontvangen als ze werkloos zijn. Dat zit dus een beetje tussen de waarden van het liberalisme en het socialisme in, maar net iets meer aan de rechter kant dan aan de linker kant. Het toont namelijk wel meer solidariteit dan bij Jessy’s mening, maar er is ook geen sprake van volledige gelijkheid.
Bij de tweede stelling is ze het er absoluut niet mee eens, want ze wil wel uitdaging blijven behouden bij haar werk en dus zelfontplooiing en daar hoort als beloning dan wel een hoger salaris bij. Als je geen maximum stelt aan het inkomen wat iemand kan verdienen, dan probeer je dus niet de sociale ongelijkheid te voorkomen, zoals de socialisten doen. Dit wijst er in ieder geval op dat ze niet links is. Dan hebben we nog de middenpartijen en de rechtse partijen over.
Bij de derde stelling is het weer een beetje hetzelfde verhaal als bij de tweede stelling. Ze gaf ongeveer hetzelfde antwoord als Jessy, dus dat geeft aan dat ze Nederland absoluut niet willen zien als een communistisch en extreem links land.
Het is voor ons dus wel zeer duidelijk geworden dat Patricia geen aanhanger is van het socialisme, maar het in ons niet helemaal duidelijk geworden of ze nou echt rechts is of meer in het midden zit. Daarom trekken wij de conclusie dat ze er een beetje tussenin zit.

Conclusie/vergelijking
Uit de interviews kunnen we concluderen dat het belangrijk is om zelfverzekerd te zijn, zowel bij Patricia als Jessy. Bij het verkopen en adviseren van producten moet je het lef hebben om dit te doen. Hierbij heb je een goede babbel nodig en je moet zeker goed overkomen en dat je de benodigde kennis beschikt. Zonder deze vaardigheden zal het heel moeilijk zijn.
Er is zeker ook een groot verschil tussen de wereld van adviseurs en verkopers. Adviseurs, zoals Jessy helpen bedrijven bij welke middelen zij het beste kunnen inkopen. Deze bedrijven zullen ze ook weer verkopen. Didi, het bedrijf waar Patricia als verkoopster werkt is een bedrijf dat iets heeft ingekocht en het vervolgens verkoopt. Bij deze handelingen is er zeker een verschil tussen de processen.
Je merkt ook het verschil tussen grootschalige en kleinschalige bedrijven. Bij grootschalig bedrijf, zoals het wereldwijde bedrijf Maverick waar Jessy werkt komt er veel meer bij kijken. Er is veel meer contact met verschillende leveranciers. Bij een kleinschaliger bedrijf, zoals Didi zal het waarschijnlijk bij een paar leveranciers houden.
Daarnaast bestaat er een groot verschil tussen de bedrijven als je spreekt over globalisering. Het bedrijf Maverick is wereldwijd, maar het bedrijf Didi bestaat alleen in Nederland en Belgi??. Allebei de bedrijven hebben uiteindelijk te maken met dingen verkopen, maar er zit een groot verschil tussen. Een wereldwijd bedrijf heeft veel meer mensen nodig om van alles te regelen en het contact met het buitenland natuurlijk te onderhouden.
Patricia heeft van haar hobby haar werk kunnen maken, maar dit was in Jessy zijn geval niet zo. Patricia houdt heel erg van mode en is ook in de mode gaan werken, maar Jessy werkt meer in een businessachtige sfeer. Dit is een andere wereld als de modewereld. Business werd door hem niet echt als een hobby beschouwd.
Patricia en Jessy moeten allebei best flexibel zijn voor hun werk. Ze moeten ook weleens in het weekend werken. Op zaterdag en soms op zondag zijn de winkels open en er moeten toch mensen komen om te werken, daarom moet Patricia ook weleens in het weekend werken. Jessy moet soms ook in het weekend werken, maar dit is alleen zo als hij achterloopt met de administratie of met bepaalde offertes.
Eveneens zijn er zeker verschillen tussen de rollen op beide bedrijven. Bij Patricia hebben sommige een specifieke taak, zoals manager of dergelijke, maar uiteindelijk doen ze het wel allemaal samen. Bij Jessy zijn er duidelijkere banen en die gaan van receptioniste tot de hoge bazen. In totaal zijn het een stuk of 40 functies.

Bij Patricia is er sprake van een maatschappelijke arbeidsdeling, zij hebben een hoofdtaak, die bestaat uit meerdere deeltaken. Maar als zij een klant helpen, moet ze al deze deeltaken zelf uitvoeren. Het is niet zo dat iedereen een aparte deeltaak uitvoert om bij te dragen aan de hoofdtaak.
Bij Jessy is er ook sprake van een maatschappelijke arbeidsdeling, want al het werk wordt onder verschillende mensen verdeeld, vandaar ook de vele functies binnen het bedrijf.
Kortom, Jessy en Patricia zijn twee hardwerkende mensen bij commerci??le bedrijven. Ze zijn allebei druk bezig met het adviseren aan potenti??le kopers, maar Patricia is bezig met het adviseren van een outfit voor haar klant. Terwijl Jessy bezig is met het adviseren en uitzoeken hoe een bedrijf het beste een bepaald doel kan bereiken met bepaalde middelen.

Evaluatie
Het was best moeilijk om met de verplichte begrippen die soms best lastig zijn toch duidelijk te maken wat je bedoeld en je moet de vraag dus soms helemaal anders formuleren terwijl dit begrip voor jou helemaal helder en duidelijk is. Dit komt omdat we deze begrippen allemaal in de lessen hebben behandeld.
Doordat we zoveel vragen moesten stellen, kwam het voor dat deze vragen niet van toepassing waren op het werk dat onze ge??nterviewde personen doen. Dat kan soms een beetje frustrerend zijn, toch hebben we als het goed is alle begrippen in het verslag kunnen verwerken.
De opdracht en de samenwerking verliepen vrij soepel. Het is natuurlijk best wel lastig om het allemaal te plannen, maar we zijn er toch uit gekomen. Verder vonden wij het een interessante opdracht, waar we veel van hebben geleerd.

Review this essay:

Name
Rating
Your review: (optional)

Latest reviews:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.