In het jaar 907 v. Chr. won David het duel van Goliath... - Essay Marketplace

In het jaar 907 v. Chr. won David het duel van Goliath…

In het jaar 907 v. Chr. won David het duel van Goliath, zo wonnen de Israëlieten de strijd om de Vallei van Elah van de Filistijnen. Goliath was een Filistijnse reus en daarmee de sterkste strijder van het leger van de Filistijnen. Niemand durfde tegen Goliath te vechten tot op een dag David, een kleine herdersjongen, de uitdaging aanging. David leek gedoemd te verliezen, maar tot ieders verbazing won hij de strijd. Niemand had verwacht dat de drie meter lange reus het gevecht zou verliezen, maar de steen die David in één keer recht tussen de ogen gooide werd hem fataal.

Ook werd deze tactiek, van een onverwachte aanval van de zwakke partij, eerder toegepast in de geschiedenis. Ca. 1100 voor Christus versloeg Gideon met zijn leger van 300 man het leger van de Midianieten bestaande uit 135.000 man. Gideon veroorzaakt met zijn leger op een onverwacht moment chaos, waardoor brute kracht niet meer nodig was. Door de chaos die ontstond, bood het leger geen weerstand.

De geschiedenis blijft zich herhalen, maar natuurlijk niet letterlijk. Bestaande bedrijven zien zich steeds vaker geconfronteerd worden met kleine innovatieve bedrijven. Op het eerste oog lijken deze niet gevaarlijk, waardoor de grote bedrijven zich hier niet op voorbereiden. Net zoals dat Goliath zich niet voorbereidde op de steen die hem fataal werd, of de Midianieten die de verassingsaanval van Gideon niet aan zagen komen.

Een belangrijke vorm van innovatie is de boekdrukkunst die haar bloei kende rond het jaar 1500. De boekdrukkunst is niet alleen een innovatie op zich, maar bevorderde ook verder innovatie. Kennis kon immers opgeschreven worden. Een ander voorbeeld zal op het eerste gezicht niet zo zeer gezien worden als innovatie, maar heeft er wel alles mee te maken. Namelijk oorlog, oorlog is een motor voor innovatie. Landen willen in staat zijn elkaar te verslaan en daarom moeten zij ervoor zorgen steeds ‘de beste’ te zijn. Hierdoor ontstaat een wapenwedloop, waarbij landen elkaar proberen te overtreffen op het gebied van wapentechnologie of simpelweg het aantal wapens. Door deze wapenwedloop ontstond een allesvernietigend wapen, de atoombom. De atoombom was niet alleen letterlijk destructief voor gebieden, maar ook destructief voor de oorlog zelf. De dreiging van de atoombom was zo groot, dat de oorlog eigenlijk stil kwam te liggen. De boekdrukkunst en de atoombom zijn technologische innovaties waarvan de gevolgen nu nog zichtbaar zijn.

In de Bijbelverhalen was God de helpende hand, vandaag de dag zijn het de innovatieve ideeën die, op dezelfde manier als bij de boekdrukkunst en de atoombom, zorgen voor een ontwrichtende werking op de markt. Als een innovatie zo een ontwrichtende werking heeft op de markt noemt men dit een destructieve innovatie (synoniem: disruptief).

De deeleconomie speelt hierbij een grote rol. De deeleconomie wordt gezien als het niet meer nodig hebben van traditionele bedrijven/ instanties, maar vooral geld verdienen met wat je zelf hebt. Er wordt verdient waar oorspronkelijk niet verdient werd. Denk hierbij aan Airbnb, op deze site kun je een slaapplek aanbieden tegen betaling, deze zou anders gewoon leegstaan. Steeds meer bedrijven gaan proberen zo in te spelen op de behoefte van de consument. Het begrip deeleconomie klinkt positief, maar dat is niet altijd het geval. De centrale vraag die ik daarom met het onderzoek wil beantwoorden is: Wat moet onze samenleving doen, innovatie bevorderen of bestaande bedrijven hiertegen beschermen? Om deze vraag goed te kunnen beantwoorden moet ik ten eerste het begrip innovatie toelichten. Ten tweede gaan kijken welke rol innovatie speelt in onze huidige samenleving. Ten derde de inflexibiliteit van onze samenleving ten overstaande van innovatie onderzoeken. Vervolgens kijken naar het destructieve dilemma wat innovatie veroorzaakt. Ten slotte zal ik in een discussie alle punten die bij mijn onderzoek naar voren zijn gekomen tegen elkaar afwegen.

3. INNOVATIE

3.1 Wat is innovatie?

Innovatie: de ontwikkeling van nieuwe ideeën en dingen, een eerste commerciële toepassing van iets nieuws, het vernieuwen of sterk verbeteren van producten, diensten of processen (een uitvinding is niet per definitie een innovatie). Innovatie komt van het Latijnse woord ‘Innovationem’.

Oorspronkelijk werd bij innovatie alleen aan technologische innovatie gedacht maar met de overgang van de industrieel georiënteerde maatschappij naar de op kennis en diensten georiënteerde maatschappij kwam de opkomst van de sociale innovatie. Door de decennia heen werd innovatie steeds breder geïnterpreteerd.

Innovatie heeft altijd met verandering te maken en betrekking op vernieuwing. Maar innovatie is niet hetzelfde als vernieuwing of een uitvinding. Zoals Buys zei “Innovatie is een sprongsgewijze verandering in Product-markt-technologie-combinaties van bestaande (industriële) bedrijven.”

Er kan onderscheid gemaakt worden tussen sociale en technologische innovatie (zie figuur 1)

– Technologische innovatie; gericht op vernieuwing of sterke verbetering door middel van technologische kennis, R&D- en ICT-investeringen, onderzoek en ontwikkeling en kenniscreatie.

– Sociale (niet-technologische) innovatie; het aanbrengen van veranderingen in de manier van organiseren, managen en inrichten van de arbeid welke nieuw is voor de organisatie en/of bedrijfstak.

Op het niveau van verandering kan ook nog onderscheid gemaakt worden;

– Radicale innovatie: een hele andere wijze van werken of productie, het hele proces veranderd drastisch.

– Incrementele innovatie: het proces zo aanpassen dat het op dezelfde manier gaat maar dan beter. Het gaat hierbij om kwantitatief (arbeidsproductiviteit) of kwaliteit (verbetering producten).

3.2 Hoe ontstaat innovatie?

Innovatie is een noodzakelijke voorwaarde voor een gezonde en succesvolle organisatie, op korte en lange termijn.

‘Survival of the fittest’ geldt niet alleen in de natuur, ook in het bedrijfsleven is hier sprake van. Er moet constant vernieuwd en verbeterd worden of een bedrijf overleefd het niet. Het draait allemaal om het verbeteren van de concurrentiepositie. Het vernieuwingsproces wordt steeds complexer. Technologische ontwikkelingen en economische turbulentie stellen eisen aan het aanpassings- en vernieuwingsvermogen van bedrijven. Innovatie kan op allerlei verschillende schaalniveaus toegepast worden.

3.3 Wat zijn de gevolgen van innovatie?

Innovaties hebben invloed op de economie van een land, de ontwikkelingen of veranderingen die hierbij tot stand komen kunnen negatieve en positieve gevolgen hebben. De gevolgen van innovaties raken alles en iedereen; de overheid (en haar wetten), de maatschappij (consumenten), de bedrijven (producenten) en het buitenland (concurrentiepositie). Snelle technologische verandering, toenemende internationale concurrentie en veranderende markten en marktomstandigheden maken innovatie een steeds belangrijker onderdeel van de bedrijfsvoering.

“Innovatie heeft zich over de jaren heen ontwikkeld als een begrip dat staat voor economische dynamiek, voor noodzakelijke vernieuwing, voor zogenaamde ‘creative destruction’, dynamiek mogelijk ten koste van sommige belangen maar ten goede van de maatschappij.

Het begrip innovatie heeft dan ook een positieve connotatie: het succesvol invoeren van nieuwe producten of processen. Voor zover er sprake is van mogelijke negatieve maatschappelijke aspecten zijn die vooral van morele of ethische aard, en vallen onder de rubriek ‘technology assessment’ waarbij de overheid in het extreme geval overgaat tot regulering om technologische ontwikkelingen af te remmen. Veranderingsprocessen zijn in sommige sectoren echter veel complexer. Als de technologische ontwikkeling sneller gaat dan de regulering hiervan ontstaat het fenomeen ‘destructieve creatie’. De regulering kan het moeilijk bijbenen omdat dit voornamelijk de taak is van de overheid en deze dan moet zorgen voor gedetailleerde en continu opgewaardeerde expertise over het opereren van het netwerksysteem en kennis en wetenschappelijke inzichten over nieuwe vormen van dienstverlening en hun maatschappelijke implicaties.”

De aankomende vergrijzing van Nederland gaat een krimpende beroepsbevolking als gevolg hebben. Een banenvernietigingsplan, meer produceren met minder mensen, zal misschien de oplossing zijn in plaats van een banenplan. Dan moet er wel verandering komen aan het beleid van de overheid, welke nu extreem rigide is. Een voorbeeld is de werkloosheid onder de jongeren. Deze werkloosheid is er niet omdat jongeren, als outsiders, te weinig rechten hebben maar omdat ouderen, als insiders, teveel rechten hebben. De arbeidsmarkt is in dit geval extreem rigide.

3.4 Wanneer is innovatie destructief?

Disruptive innovation, a term of art coined by Clayton Christensen, describes a process by which a product or service takes root initially in simple applications at the bottom of a market and then relentlessly moves up market, eventually displacing established competitors.’ Oftewel, destructieve innovatie is het proces waarbij een bedrijf met een product of dienst onder aan de ladder begint en doormiddel van kleine veranderingen de ladder opklimt en de bestaande concurrentie vervangt. Het is een proces van voortdurende innovatie, waarbij succesvolle toepassingen van nieuwe technieken de oude vernietigen. Destructieve innovatie wordt ook wel creatieve destructie (creative destruction) genoemd. Deze term komt van Sombart, een marxistisch econoom. Een creatieve oplossing, innovatie kan zelfs destructief zijn voor een hele sector.

Deze destructieve werking die innovatie kan hebben heeft ervoor gezorgd dat er kritiek is op innovatie. Innovatie is voornamelijk destructief voor de arbeidsgelegenheid. Er wordt een patroon herkend in de innovatieve ontwikkelingen. Eerst is vrijwel alle industriële arbeid verdwenen door technologische innovatie. Nu is de middenklasse van de dienstensector aan de beurt.

Bij bedrijven als Uber en VandeBron zie je dat ook een heel bedrijf een innovatief opgezet kan zijn en destructief kan zijn voor andere bedrijven. Bij Uber neemt de app. de taken van de taxicentrale over, hier verdwijnen banen en deze banen komen niet bij Uber terug want hiervoor is de app. Bij dit voorbeeld is technologische innovatie destructief voor de werkgelegenheid. Bij VandeBron komt een klein energiebedrijf met een andere manier van organisatie waardoor ze de taken van de ouderwetse energiemaatschappijen overnemen. Hier is sociale innovatie destructief voor de grote energiemaatschappijen en daar de werkgelegenheid.

4. DE ROL VAN INNOVATIE IN VERSCHILLENDE GROEPEN VAN ONZE SAMENLEVING

4.1 Hoe speelt innovatie een rol bij wet- en regelgeving?

Innovatie is van groot belang voor onze welvaart, echter loopt Nederland achter ten overstaande van andere Europese landen. Het probleem ligt bij al bestaande bedrijven, die geen noodzaak zien in innoveren. Zij worden niet gedwongen om te innoveren, puur omdat de concurrentie er niet is. Daarnaast worden veel bedrijven beschermt door de wet, door octrooien, monopolies, maar bovendien de wetgeving zelf.

Tegenwoordig kan een octrooi aanvragen slechts met een paar drukken op de knop, een afspraak en klaar. De slogan schreeuwt: ‘Bescherm uw idee’ . Daarnaast zijn er meerdere instanties die gaan over octrooiaanvragen. Op het moment dat een octrooi wordt aangevraagd moet deze aan de volgende eisen voldoen: nieuwheid, inventiviteit en industriële toepasbaarheid. Daarna krijg je bescherming van je uitvinding tot een maximum van 20 jaar. Dus ongeacht die innovatieve(re) ideeën die in de tussentijd op de markt komen. Daarnaast zijn er ook wetgevingen die (onbedoeld) innovatie belemmeren. Met als voorbeeld de nieuwe aanbestedingswet. De nieuwe aanbestedingswet moet het ‘onderhands gunnen’ van grote opdrachten van overheid tot bedrijf doen voorkomen. Deze wet heeft een vrij strak karakter en houdt geen rekening met het uiteenlopende aanbod van de verschillende bedrijven. Zo vragen de ICT-projecten vaker om een uniekere en innovatievere aanpak en dit wordt belemmerd door de rigiditeit van deze wet (überhaupt elke wet).

Zoals al eerder is gezegd is innovatie essentieel voor een gezonde en toenemende welvaart. Moet onze wet dan niet meedoen met innoveren? Tegenwoordig is alles wat niet in de wet staat, maar wel gebeurt, illegaal. Terwijl de definitie van illegaal is, ‘in strijd met wettelijke voorschriften’. Wanneer iets niet in de wet staat, is het dus in feite legaal. Dit spreekt voor zich aangezien veel wetten gebaseerd zijn op problemen waar de maatschappij mee te kampen kreeg. Destructieve innovators omzeilen dus de wet, wat in de ogen van de maatschappij de stempel ‘illegaal’ krijgt. In feite is dit alleen maar het gevolg van een wetgeving die niet mee-innoveert.

4.2 Hoe speelt innovatie een rol in de maatschappij?

De maatschappij is waarvoor men innoveert. De maatschappij als gemeenschap, samenleving en als wereld. Concurrentie tussen bedrijven, wat leidt tot innovatie is gunstig voor de maatschappij. Het zorgt voor een goede verhouding tussen prijs en kwaliteit en een ruimer aanbod. De rol van de maatschappij is dus groot. Onbedoeld geef je bedrijven feedback, wanneer je een aankoop (niet) doet.

Het is dan ook de maatschappij die ervoor zorgt dat een innovatie destructief wordt. Zolang een innovatie geen gevolgen heeft is er geen haan die er naar kraait. Als de maatschappij erop reageert dan is er pas echt een ‘probleem’. De nieuwste hypes worden trends en vervolgens blijvend.

De rol van de media hierbij is groot. De media is de schakel tussen wereld en thuis. Krijgt iets aandacht in de media, ‘dan moet het wel goed zijn’. Niet alleen positieve aandacht zorgt ervoor dat de innovatie opgemerkt wordt door de massa, maar ook negatieve aandacht kan hiervoor zorgen. Bijvoorbeeld de taxi-app Uber (zie blz. 13). Deze kwam vooral negatief in de aandacht, wat vervolgens heeft gezorgd voor alleen maar meer bekendheid. Wat mensen er vervolgens mee doen is aan hen. De jongere generatie is vatbaarder voor dit soort ‘gemoderniseerde’ trends. De oudere generatie houdt het voornamelijk bij dat wat ze kennen. Het duurt wel even voordat een innovatie door de maatschappij omarmd wordt en als blijvend wordt beschouwd.

Daarnaast is de aard van de innovatie ook zeer van belang. Wordt er ingespeeld op een primaire- of een luxe levensbehoefte? Een innovatie gericht op de primaire levensbehoefte zal een grotere acceptatiegraad kennen. Niet alleen, omdat deze toegankelijk is voor een grotere groep mensen, maar bovenal zal de impact van zo’n innovatie op het dagelijks leven veel groter zijn.

In 2000 doet het begrip ‘co-creation’ haar intrede. Nieuwe ideeën en innovaties ontstaan vanuit een ander standpunt. Samenwerking tussen alle betrokken partijen staat hier centraal. Eerst innoveerden bedrijven voor de maatschappij, nu innoveren bedrijven met de maatschappij.

Co-creation kent 5 verschillende modellen: ‘de developer, de mass-customiser, de ideacollector, de integrator en de facilitator’. Bij de ‘developer’ wordt de consument minimaal betrokken, bij de ‘facilitator’ wordt de consument optimaal betrokken. Een voorbeeld van de ‘idea-collector’: ‘Maak de smaak’ van Lays. Consumenten kunnen smaken indienen bij Lays en via een ‘battle’ op het internet kiest de consument het winnende product. Lays betrekt hierbij de consument in 2 stadia: het verzamelen van ideeën en de uiteindelijke keuze maken. Op deze manier krijgt Lays een goed beeld van wat de consument nou precies wil. De kans dat het product verkoopt neemt toe, door de aandacht die campagne krijgt, maar bovenal door het feit dat het product is samengesteld en gekozen door een meerderheid van de massa.

In afbeelding 1 is te zien hoe nieuwe innovaties (of trends) zich ontwikkelen in de maatschappij.

Toelichting :

Technology Trigger: een technologische breuk. Dit wekt de interesse van de media waardoor het bij het publiek komt. Producten die eerst niet bestonden, bestaan en worden bereikbaar.

Peak of Inflated Expectations: de eerste successen van de innovatie worden bekend.

Sommige al bestaande bedrijven reageren op deze concurrentie, maar de meeste niet.

Trough of Disillusionment: de interesse neemt af. De overlevenden overleven doordat het product wordt vernieuwd en weer in de smaak valt.

Slope of Enlightenment: de innovatie wordt ‘begrepen’ door de buitenwereld en overgenomen door andere bedrijven.

Plateau of Productivity: Het product wordt opgenomen in de maatschappij.

Afb 1. Hype Cycle by Gartner

4.3 Hoe speelt innovatie een rol bij bedrijven?

Bedrijven innoveren, of niet. Bedrijven zijn producenten van goederen of diensten en daarmee afhankelijk van de vraag van de consumenten en gebonden aan de wetgeving. Bedrijven zijn bijzonder vatbaar voor concurrerende ondernemingen en moeten dus ook ten alle tijde op de hoede zijn voor deze concurrenten. Daarnaast moeten bedrijven op de hoogte zijn van de laatste trends en elke toe- of afname in de vraag van de consument is een reden voor ‘zorgen’.

Ook zullen bedrijven gedwongen worden om te innoveren, door natuurlijke factoren. Het maatschappelijke probleem ‘milieu’ roept om innovaties. Het is ook niet voor niets dat de overheid investeert in innovaties. Ook investeren in tijden van crisis zijn erg belangrijk voor bedrijven. In tijden van crisis wordt gestreefd naar hoge efficiëntie. Met zo min mogelijk, zoveel mogelijk.

‘In eerste instantie raak je verstard’, reageert ondernemer en eigenaar van een mediabedrijf Jeroen Veldkamp, een van de 10.000 bezoekers donderdag van de ondernemersweek in Utrecht. ‘Maar op een gegeven moment moet je toch in beweging komen en boven het maaiveld uit. Dat vind ik het goede aan de crisis.’

Dit geldt natuurlijk niet voor ieder bedrijf, veel bedrijven zijn alleen maar bezig met hun hoofd boven water houden, slechts een klein deel kan innoveren. Veel bedrijven gaan niet zo zeer innoveren, maar ‘nieuwe paden bewandelen’. Ze zoeken oplossingen in andere landen, of in andere al bestaande manieren. Stil zitten in een crisis is sowieso geen optie.

Een algemeen kenmerk is dat er verandering plaatsvindt, om geld te besparen en meer winst te maken. Vaak gaan innovaties ten koste van de werkgelegenheid, zogeheten diepteinvesteringen zorgen ervoor dat arbeid wordt vervangen door kapitaalgoederen. Bedrijven innoveren op allerlei verschillende manieren. Allereerst kunnen bedrijven innovaties toepassen in het aanbod, nieuwe producten of diensten op de markt brengen. Daarnaast kan een bedrijf ook innoveren in de bedrijfsuitoefening, manier van werken, organisatie etc.

Steeds meer bedrijven gebruiken dus ‘co-creation’ om hun innovaties te plannen en uit te voeren. Het idee is dat alle belanghebbenden op gelijke manier worden behandeld, gehoord en vertrouwd. De consument heeft op deze manier het gevoel wat toe te voegen. De bedrijven komen er op deze manier achter of de ideeën die ze al hadden in de smaak vallen bij de kopers. Daarnaast wordt hun beleid vanuit een ander oogpunt bekeken. Je behaalt op verschillende fronten voordeel met het introduceren van ‘co-creation’ in een onderneming. Allereerst maak je gebruik van de capaciteit van mensen buiten de onderneming, zonder een heel nieuw team in te moeten schakelen. Ook neemt de snelheid van het innoveren toe. Iets wat eerst maanden duurde om te onderzoeken, kan in dagen klaar zijn. Doordat je alle stakeholders bij het proces betrekt, vermijdt je dat je extra onderzoeken hoeft te doen. Hierdoor kun je ook grotendeels voorkomen dat een innovatie faalt. Ten slotte zorg je voor een aanbod waarbij de prijs-kwaliteitverhouding door de klant geaccepteerd wordt. Je aanbod wordt gefilterd en zo houdt je over wat de consument prefereert.

4.4 Hoe speelt innovatie een rol met betrekking tot het buitenland?

Toenemende innovatie verbetert de concurrentiepositie van een land. Op dit moment staat Nederland op de 14e plaats van meest competitieve landen. Dit lijkt wel oké, totdat duidelijk wordt dat de concurrentiepositie van Nederland alleen maar is gedaald de afgelopen jaren. In 2000 stond Nederland nog in de top 5.Redenen voor deze daling is het financieringstekort, het slecht functioneren van de financiële- en de arbeidsmarkt en oplopende zorgen over de stabiliteit van Nederlandse banken. Daarnaast is de daling te wijten aan afnemende bedrijfsuitgaven en het uitstellen van investeringen in onderzoek. SP-leider Emile Roemer oefent druk uit op het kabinet met de volgende uitspraak: ‘Rutte II maakt consequent de verkeerde keuzes. Succesvolle landen investeren in innovatie en onderwijs.’ Ook academici ondersteunen deze uitspraken. Professor Henk Volberda van de Erasmus Universiteit in Rotterdam stelt: ‘Nederland moet een ‘ondubbelzinnige focus’ leggen op excellent onderwijs en superieure innovatie’. Daarnaast vindt hij dat Nederland op economisch gebied faalt en het bedrijfsleven te weinig investeert in onderzoek en ontwikkeling.

De top 3, Zwitserland, Singapore en Finland, hebben hun koppositie te danken aan het blijven investeren in onderzoek en innovatie. Daarnaast is Duitsland door haar innovatiebeleid met twee plaatsen gestegen. Wat is de kracht van deze landen? Zo’n 20 jaar geleden gooit Finland het roer om zo uit de economische depressie te klimmen. De situatie verergerde in Finland nadat de Sovjet-Unie ineenstortte, een van de belangrijkste handelspartners van Finland. Finland koos voor economische vernieuwing, dit zou bereikt moeten worden via investeringen in onderwijs, technologische ontwikkeling en onderzoek. Het onderwijs in Finland is dan ook een van de beste ter wereld. Niet alleen geld speelt hierbij een rol, maar ook de Finse mentaliteit. Zo is leraar of lerares ook een van de meest gewaardeerde beroepen. Ook staan Finnen er om bekend, meer ruimdenkend te zijn op het gebied van nieuwe dingen en innovaties. ‘In Finland staat de technologie op nummer één. Nederland wil op te veel gebieden tegelijk wat doen. Het wil van alles een beetje: distributieland, landbouwexporteur en kennisland. Maar je kunt niet alles tegelijk goed doen. Daar is geld en aandacht voor nodig.’

Net als Finland is ook de Verenigde Staten met haar ‘Silicon Valley’ hoog aangeschreven als innovatieland. De ‘geoliede’ machine Silicon Valley is waar de toekomst wordt gemaakt. Silicon Valley is het ‘walhalla’ van startups innovatie. Het is daarom ook de plek waar alle grote bedrijven zoals, Google, Whatsapp en Facebook zich vestigen. Martijn Arts schreef op basis van onderzoek een artikel: ‘Silicon Valley: 10 voorwaarden voor succesvol ondernemen’. De belangrijkste voorwaarden van deze 10 zijn: hard, Venture Capital, naïeve passie en focus. Allereerst ‘hard’, ‘You need less money, fewer people and a very tight deadline to innovate and make a success’, zei BJ Fogg, CEO van het Persuasive Technology Lab at Stanford. Oftewel hard werken staat centraal, maar niet alleen hard werken ook de hardheid van de innovatiewereld. Wie niet presteert, verliest. Hierdoor wordt men gefocust. Vervolgens ‘Venture Capital’, wat niet verward moet worden met subsidie. Dit zijn particuliere investeerders die je als innovator voor je moet winnen. Jij hebt een idee, zij geven jou de brandstof. Dan de ‘naïeve passie’ die de innovators in Silicon Valley bezitten. Falen is niet negatief, maar positief. Zo heeft iedere innovator in Silicon Valley meerdere startups lopen waar vaak alles van mislukt, maar soms is er een schot in de roos. Tot slot de ‘focus’, ‘Find something really simple, build it and get it out there’ een uitspraak van Hiten Shah. Shah zijn eerste 20 startups faalden, de 21e was een doorslaand succes.

5. DE INFLEXIBILITEIT VAN ONZE SAMENLEVING TEN OVERSTAANDE VAN INNOVATIE

5.1 Hoe inflexibel is onze wet- en regelgeving ten overstaande van innovatie?

De wortels van de Nederlandse Wetgeving stammen uit 1800. Waarmee in 1848 de belangrijkste grondwetsherziening van de Nederlandse geschiedenis. En zo kennen wij ons stelsel nog steeds (grotendeels). De Trias Politica, een stelsel waarbij de politieke macht gescheiden is in drie takken, de wetgevende-, de rechterlijke- en de uitvoerende macht. Dit met de bedoeling om de kwaliteit van het regeren te verbeteren. In eerste instantie is het de bedoeling dat de verschillende machten elkaar tegenwerken. Daarentegen kunnen de wetgevende- en de uitvoerende macht wetten doorvoeren. Dit is nogal omstreden als de twee machten er zijn om elkaar tegen te werken. Het ontstaan van een wet in grote lijnen: De minister geeft ambtenaren de opdracht voor het maken van een wetsontwerp. Is dit ontwerp klaar, dan wordt het in de ministerraad besproken. Vervolgens wordt het ontwerp naar de Raad van State gestuurd. Deze voegen hun advies bij de wet. Dan wordt de wet naar de Tweede Kamer gestuurd. Deze zullen een voorlopig verslag maken voor de minister, de minister stelt een memorie van antwoord op. Dan maakt de Tweede Kamer een verslag en gaat over tot openbare behandeling. Elke artikel wordt individueel behandeld en er worden eventueel amendementen toegevoegd. Vervolgens gaat de Tweede Kamer over tot stemming. Als het wetsvoorstel is goedgekeurd door de Tweede Kamer gaat het voorstel naar de Eerste Kamer. Deze behandelen de wet net als de Tweede Kamer en stellen vervolgens ook een verslag op voor de minister. Ook hierop geeft de minister antwoord. Dan maakt ook de Eerste Kamer een verslag en gaat over tot openbare behandeling. De Eerste Kamer behandelt ook alle artikelen, alleen kunnen zij geen wijzigingen brengen. Vervolgens gaan zij over tot de stemming. Als een wet ook wordt goedgekeurd in de Eerste Kamer, wordt de wet ondertekend door de Koning(in). Daarna zullen alle betrokken ministers hun handtekening zetten. Als laatste ondertekent de minister van Justitie het wetsvoorstel. Als laatste wordt de wet gepubliceerd in het Staatsblad en treedt de wet in werking. Hieruit kun je dus wel concluderen dat een wet doorvoeren en/of aanpassen niet zo makkelijk gaat. Dit zorgt er dus voor dat onze wetgeving jaar in, jaar uit zo goed als hetzelfde blijft. Nederland kent daarom ook een rigide grondwet (ook wel: ‘Rigid Constitution’), voor normale wetsherzieningen is de meerderheid van beide Kamers nodig, voor grondwetsherzieningen is een tweederdemeerderheid nodig. Aangezien de fracties binnen deze Kamers er vaak ook nog een handje van hebben om elkaar tegen te werken, kan dit leiden tot een klimaat waarin niet het belang voorop staat, maar het ‘haantjes’ gedrag tussen de partijen.

Het tegenovergestelde van ‘Rigid Constitution’ is ‘Flexible Constitution’. Bij de ‘Flexible Constitution’ staan grondwet en ‘normale’ wet gelijk aan elkaar. Dit betekent dat bij het wijzigen van de grondwet ook maar een meerderheid nodig is en niet een tweederdemeerderheid. ‘Fundamentelere’ wetten kunnen zo makkelijker gewijzigd worden. De wet- en regelgeving zorgt er dus (onbedoeld) voor dat wordt vastgehouden aan ‘oude’ of ‘traditionele’ regels. Ook zorgt de complexiteit van de wet ervoor dat deze vrij snel omstreden kan worden. Steeds vaker vinden bedrijven een ‘gat’ in de wet. Hierdoor werken bedrijven niet volgens wettelijke voorschriften, maar ook niet, niet volgens wettelijke voorschriften. Uiteraard biedt de wet bescherming en zorgt het ook voor het beter en sneller functioneren van een land. Wetgeving kan op bepaalde fronten ook het handelen tussen landen vergemakkelijken. ‘Een voorbeeld hiervan is de TTIP, ‘Transatlantic Trade and Investment Partnership’. Een handelsovereenkomst tussen Europa en de Verenigde Staten. Een overeenkomst die ervoor zorgt dat er niet rekening gehouden hoeft te worden met bepaalde struikelblokken die het handelen tussen Europa en de Verenigde Staten bemoeilijkt. Denk hierbij aan het goedkeuren van goederen die nieuw op de markt verschijnen. Als een goed goedgekeurd is in de Verenigde Staten hoeft deze niet nog eens gekeurd te worden in Europa en andersom. Dit scheelt tijd en geld, maar bovenal zorgt het ervoor dat nieuwe innovaties sneller en gemakkelijker opgenomen kunnen worden in verschillende landen.

5.2 Hoe inflexibel is onze maatschappij ten overstaande van innovatie?

Onze maatschappij houdt onvoorwaardelijk vast aan normen en waarden. Kinderen leren lezen, schrijven en rekenen. Je wacht tot iedereen is uitgestapt voordat je de trein of bus in stapt en vervolgens sta je je plaats af aan oudere mannen of vrouwen. Normen en waarden zijn zo vastgeroest in onze maatschappij dat (bijna) niemand beter weet. ‘Het is gewoon zo’. Er wordt daarom ook vrij sceptisch gekeken naar alles wat nieuw is. Vaker nog wordt ‘het nieuwe’ meteen afgedaan, meestal door oudere generaties. Het is daarom ook vaak zo dat normen en waarden verschillen binnen generaties. Je hebt niet door dat normen en waarden verlegd worden, maar het gebeurt (zo goed als vanzelf.). Dit is goed zichtbaar in het telefoongebruik. De jongere generatie heeft hele gesprekken op ‘Whatsapp’ elke minuut van de dag met hun vrienden en vriendinnen. Oudere generaties geven toch liever de voorkeur aan een belletje op zondagavond, om zo de week te evalueren.

Normen en waarden zorgen er dan ook vaak voor dat nieuwe ideeën, meteen veel kritiek krijgen. Eerst moeten ideeën uitgebreid gescreend worden, voordat men het überhaupt vertrouwt. Hetzelfde is het jarenlange gegeven dat de basis van het onderwijs lezen, rekenen en schrijven is. In een wereld waarin programmeren centraal staat is het nog maar de vraag of de prioriteiten echt liggen bij d’s en t’s. 

6. HOE ZIT HET DESTRUCTIEVE DILEMMA IN ELKAAR?

Zoals wij eerder al hebben vermeld kunnen innovaties zorgen voor een ontwrichtende werking op de maatschappij. In deelvraag 2.4 (zie blz. 5) hebben wij vermeldt wanneer zo’n innovatie destructief is. Deze innovaties zorgen voor veel kritiek. Voor de concurrentiepositie van een land is het belangrijk dat er veel geïnnoveerd wordt, omdat dit de economie bevordert, maar waar ligt de grens? Wanneer zijn de destructieve gevolgen zo groot, dat er ingegrepen moet worden?

6.1 Het destructieve innovatie dilemma toegepast op de taxibranche

In 1905 reed er in Amsterdam de eerste taxi. In 1909 wordt de eerste taxivergunning vergeven door het bedrijf ATAX. Sindsdien is het taxivervoer zich alleen maar gaan ontwikkelen. Nu kennen we verschillende taxiservices waarvan de bekendste uiteraard het ‘straattaxivervoer’ is.

Op 1 januari 2000 gaat de Wet op personenvervoer in (Wp2000), hierin zijn alle wettelijke verplichtingen van stads- en streekvervoer in vastgelegd. De wet is opgezet met het doel om de efficiëntie en de kwaliteit van het openbaar vervoer te verbeteren. Ook was de bedoeling dat mensen onder minimale voorwaarden als taxichauffeur aan de slag kon. Echter pakte dit wat minder positief uit en dit leidde onder andere tot ‘Taxioorlogen’. Dit betekent dat de taxicentrales en haar chauffeurs nogal agressief reageren op elke vorm van ander openbaar vervoer. Bijvoorbeeld bij de invoering van de treintaxi. De taxichauffeurs zagen dit gesubsidieerd vervoer als broodroof. Ook zorgde de wet ervoor dat het aantal taxichauffeurs massaal toenam. In de periode 2000 tot 2002 steeg het aantal taxi’s van 16.000 naar 23.000. Je zou denken dat deze toename zou zorgen voor een verbetering van de prijs en kwaliteit van het taxivervoer, maar niets is minder waar. De prijzen van het taxivervoer stegen met 25 procent. Daarnaast nam de vraag naar taxiritten sterk af, omdat die taxibranche inmiddels niet meer zo’n goed imago had. Kortom, de wet deed niet goed haar werk. In 2007 werden enkele aanpassingen gedaan in de wet, zo werd bijvoorbeeld de tariefopbouw aangepast. Echter bleef de onrust. In 2009 probeert de regering meer vat te krijgen op de hele situatie, door gemeenten hun eigen taxivervoer te laten regelen. Zo kunnen zij kiezen uit een strak beleid, waarbij alle chauffeurs aangesloten zijn bij één centrale of voor een wat losser beleid wat particulieren chauffeurs de kans geeft om zelfstandig te blijven. De negativiteit rondom de taxibranche blijft, maar tevens ook over de Wp2000 zelf. ‘Minder zorgvuldige wetgevingen (aangevuld met het gebruiken van gaten in wetgevingen door ondernemers) zorgen dat het niet altijd geheel duidelijk is of bijvoorbeeld ‘chauffeursservices’ en/of bijvoorbeeld ‘personenvervoer in afwijkende voertuigen’ (zoals bijvoorbeeld een Tuk Tuk) ook gerekend dienen te worden als onderhevig aan de Wet personenvervoer 2000, zoals vervoer met een reguliere taxi(bus). Mede dit zorgt er regelmatig voor dat de legitieme (reguliere) taxibranche enige oneerlijke concurrentie meent te ervaren.’

En dan is daar het veelbesproken ‘Uber’. ‘Uber brengt vooruitgang in de wereld. Door gebruikers via onze apps naadloos in contact te brengen met chauffeurs, maken we steden toegankelijker, creëren we mogelijkheden voor gebruikers en meer werk voor chauffeurs. Vanaf onze oprichting in 2009 tot de lancering van 70 steden vandaag de dag, brengt Uber’s groeiende aanwezigheid mensen en steden over de hele wereld dichter bij elkaar.’

Co-founder Travis Kalanick is Uber gestart met de visie: ‘Elk probleem heeft zijn eigen oplossing, je moet alleen creatief genoeg zijn om deze te bedenken’. Uber is een onderneming die personenvervoer aanbiedt in 42 verschillende landen, waaronder Nederland. Via de mobiele app wordt de klant rechtstreeks verbonden met taxi en privéchauffeurs. Met één druk op de knop verbindt de app je aan de dichtstbijzijnde chauffeur via de GPS van je telefoon. Ook kun je de tarieven checken voor jouw stad en rit in de app. Daarnaast kun je je rit beoordelen en de prijs delen met je vrienden.

Uber lanceerde de app voor het eerst in 2009, in San Francisco. Al snel breidde Uber haar diensten uit, zo kon men als snel kiezen uit een assortiment aan auto’s: UberX (alledaagse auto), UberTaxi, UberBlack (luxe auto met privéchauffeur), UberSUV (stijlvolle 6persoonswagen) en de UberLux (ultieme luxe). Later werd UberPop geïntroduceerd. Deze laatste dienst zorgde voor veel ophef in het nieuws.

UberPop wordt door de Inspectie Leefomgeving en Transport verboden, het zou zorgen voor oneerlijke concurrentie en daarnaast is de dienst in strijd met de Wet op Personenvervoer (Wp2000). UberPop wordt verboden in Brussel, Hamburg en Berlijn. Onze Europese Commissaris Neelie Kroes noemt de Brusselse minister van Vervoer, Brigitte Gouwels, ‘minister van antimobiliteit’.

De huidige taxibranche valt niet meer in de smaak bij de consument, maar Uber valt niet in de smaak bij de taxibranche. Voor de rest zijn de meningen verdeeld over Uber. Het komt er vooral op neer dat Uber een concept neerzet met UberPop wat erg aantrekkelijk is, maar ook erg fraudegevoelig. UberPop is een dienst waarbij je mee kunt rijden met particuliere chauffeurs, dus geen geregistreerde taxichauffeurs. Van deze ritten krijgt Uber ook nog eens 20 procent. Uber zelf presenteert UberPop als georganiseerd meeliften. Het zou dus ook om een reis moeten gaan die in eerste instantie gemaakt zal worden, ongeacht of er iemand met je meerijdt of niet. Dit lijkt niet helemaal het geval. Een bestuurder erkende dat hij was gezakt voor zijn taxichauffeursexamen en dus nu via UberPop alsnog zijn professie kon uitoefenen. Een ander kon niet melden of hij een inzittendenverzekering had. Ook komen de meeste chauffeurs speciaal voor de ritjes en waren zij dus niet de bedoeling om deze al te maken. In hoeverre is Uber een ‘oneerlijke’ concurrent?

Uber presenteert zichzelf als een technologiebedrijf, geen taxibedrijf. ‘Wij zijn geen vervoerder, wij brengen vraag en aanbod bij elkaar’. Uber omzeilt hiermee de Nederlandse Wet op Personenvervoer (Wp2000) Hoofdstuk V Taxivervoer

Ten eerste Artikel 75: het is verboden taxivervoer te verrichten zonder een daartoe door Onze Minister verleende vergunning. Deze vergunning is voor onbepaalde tijd en moet zichtbaar zijn voor de inzittende. De vergunning wordt verleend op basis betrouwbaarheid en vakbekwaamheid. De vergunning kan ten alle tijden worden geweigerd, gewijzigd, geschorst of ingetrokken. UberPop zou hierbij dus al de wet overtreden, UberPop werkt met particuliere chauffeurs en geen taxichauffeurs.

Ten tweede Artikel 81: met het oog op de inzichtelijkheid voor de consument worden bij ministeriële regeling regels gesteld over tarieven voor taxivervoer. Deze regels kunnen betrekking hebben op: de wijze waarop het tarief is opgebouwd, de verplichting om de tariefopbouw toe te passen en een toe te passen maximumtarief. Uber werkt zonder een maximumtarief, weliswaar wel met een tariefopbouw.

In de tijd dat deze wet werd geïntroduceerd, kende Nederland niet of nauwelijks innovatie. Het succes van Uber bewijst dan ook dan ook dat de consument toe is aan iets nieuws. ‘Aangezien het aantal taxi’s verdubbelde, de prijzen stegen, maar de vraag naar taxi’s daalde met 25 procent. Daarnaast is meer dan 80 procent van de Uber-gebruikers enthousiast over de kosten, de reistijd en het gebruiksgemak.’ Ook zou UberPop als alternatief dienen voor het eigen autoverbruik. ‘Taxivervoer al prominente rol in het vervoersbeleid.’

De uitspraak die Uber verbindt met de visie achter de Wet op Personenvervoer (Wp2000). Nu lijkt het Uber te zijn die de Wp2000 dan eindelijk, na 15 jaar uitvoert. Toch staat Uber bij veel mensen toch echt bekend als een achterbaks bedrijf. Zo wil Uber journalisten die slecht over hen spreken ‘aanpakken’. Ook wil Uber doormiddel van ‘Gods View’ klanten en journalisten volgen. Hiermee sjoemelt Uber met normen en waarden. Kortom, Uber is een bedrijf waar iedereen zijn eigen mening over vormt. Hetzelfde geldt voor de huidige taxibranche. Eén aspect wordt door beide discussies benadrukt: de consument is toe aan verandering. Doordat de consument toe is aan verandering, is de wetgeving gedwongen om mee te veranderen. De wetgeving is immers wat ons bescherming biedt.

Review this essay:

Name
Rating
Your review: (optional)

Latest reviews:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.