Naam: Milica Jokic - Essay Marketplace

Naam: Milica Jokic

Studentennummer: 10675736

Docent: dr. I. Verhoeven

Opdracht: Opdracht week 1

Aantal woorden: 509/

Datum: 09-09-2015

De zelforganiserende stad: coöperatie Stadsdorp Zuid.

In 2010 zijn de bewoners van de Apollobuurt in Amsterdam een initiatief gestart genaamd Stadsdorp Zuid. Het initiatief heeft als kerntaak het aanbieden van dienstverlening door betrouwbare vakmensen. Daarnaast verstrekken zij duidelijke zorginformatie en ondersteunen zij burgers die wonen met zorg (www.StadsdorpZuid.nl). Doordat de overheid steeds meer bezuinigt op de uitgaven van de zorg, zet Stadsdorp Zuid zich in om het gat in de zorg op te vullen (www.Stadsdorp Zuid.nl). Dit doen zij door de belangen te behartigen van de leden die thuis wonen en zorg nodig hebben. Stadsdorp Zuid wil voor de leden die toch hun woning moeten verlaten passende alternatieven bieden om zo niet al te ver van hun sociale netwerken terecht te komen (www.Stadsdorp Zuid.nl). Daarnaast speelt elkaar beter leren kennen en modern nabuurschap ook een grote rol binnen Stadsdorp Zuid. Modern nabuurschap is het bijeenkomen in de buurt om elkaar beter te leren kennen. Bewoners kunnen dit doen door bijvoorbeeld bij elkaar op de koffie te gaan, een wandeling te maken of mee te gaan naar doktersafspraken (www.StadsdorpZuid.nl). De dienstverlening die Stadsdorp Zuid aanbiedt bestaat uit een selectie van betrouwbare vakmensen (www.StadsdorpZuid.nl).

De coöperatie Stadsdorp Zuid is een voorbeeld van een zelforganisatie die door burgers is opgericht. Deze vorm van bottom-up organisatie wordt als oplossing gezien voor de staat en markt die niet langer alles kunnen realiseren (Uitermark 2012: 5). De bewoners van de Apollobuurt hebben daarom besloten zichzelf te organiseren en bij te springen in het tekort dat is ontstaan in de zorg. Deze zelforganisatie zorgt volgens Uitermark (2012: 8) naast voordelen, zoals mensen die initiatieven nemen en oplossingen zoeken, ook voor een aantal nadelen. De zelforganiserende stad zorgt er namelijk voor dat er ongelijkheden en segregatie ontstaan (Uitermark 2012: 8; Schinkel 2012: 12). Mensen die al sterke netwerken hebben en de middelen hebben om zichzelf te organiseren zullen verder af komen te staan van mensen waarvoor zelforganisatie niet is weggelegd. Dit betekent dat er een kloof ontstaat tussen de creatieve klasse en mensen die niet tot de creatieve klasse behoren (Uitermark 2012: 6). Dit hoeft echter niet altijd het geval te zijn. Als we kijken naar de toegankelijkheid van de coöperatie Stadsdorp Zuid dan zien wij dat de drempel tot participatie juist laag ligt (www.StadsdorpZuid.nl). De focus ligt voornamelijk op senioren maar ook de jongeren worden betrokken onder de primaire doelgroep. De drempel ligt daarnaast ook zeer laag als het gaat om lid worden van de coöperatie Stadsdorp Zuid (www.StadsdorpZuid.nl). Dit betekent dat ook bewoners met een lager inkomen lid kunnen worden en deel kunnen nemen aan de activiteiten. De coöperatie Stadsdorp Zuid zorgt uiteindelijk juist niet voor een kloof maar brengt de bewoners bij elkaar (www.StadsdorpZuid.nl). Ook hebben bewoners de mogelijkheid lid te worden van het bestuur van de coöperatie Stadsdorp Zuid. Maar de bewoners kunnen ook terecht bij het bestuur voor eigen ingevingen (www.StadsdorpZuid.nl). Om dus zoals Uitermark (2012) te zeggen dat zelforganisaties leiden tot ongelijkheid hoeft niet automatisch zo te zijn, sommige zelforganisaties brengen de burgers juist dichter bij elkaar.

Literatuurlijst:

• Schinkel, W. (2012) ‘Van bestuur naar zelfbestuur: overheid, burger en zelforganisatie’. In Raadvoor de Leefomgeving en Infrastructuur, Toekomst van de Stad, Den Haag: RLI.

• Stadsdorp Zuid. http://www.stadsdorpzuid.nl/wat-doen-wij/. Geraadpleegd op 9 september 2015.

• Uitermark, J. (2012) ‘De zelforganiserende stad. Van bestuur naar zelfbestuur: overheid, burger en zelforganisatie’. In Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur, Toekomst van de Stad, Den Haag: RLI.

Vragen:

1. In het stuk van Uitermark wordt de claim gemaakt dat zelforganisatie leidt tot ongelijkheid en segregatie maar in hoeveel gevallen is dat daadwerkelijk zo?

2. In de tekst van Schinkel wordt gezegd dat meer mensen verantwoordelijk gemaakt moeten worden voor beleid, maar in hoeverre hebben de burgers het laatste woord en kunnen zij wel verantwoordelijk gehouden worden?

3. In de tekst van Vrielink, Verhoeven en Wijdeven is het gedepolitiseerde burgerschap nog iets te vaag voor mij. Er wordt gezegd dat burgers die tegen bepaald beleid dus de (boe-roepers) vaak het liefst achterwegen gelaten worden, maar heeft de overheid wel de middelen om deze mensen als het ware weg te drukken? Door de opkomst van het internet heeft juist deze groep een groter platform gekregen om hun mening te laten horen.

Review this essay:

Name
Rating
Your review: (optional)

Latest reviews:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.