...Po Geschiedenis Nancy en Aniek - Essay Marketplace

…Po Geschiedenis Nancy en Aniek

Hoofdvraag:

In hoeverre ontwikkelde de gelaagde samenleving zich in de tijd van jagers en boeren en de middeleeuwen?

Deelvragen:

Welke standen waren er in het begin en aan het einde van het tijdvak van de jagers en boeren?

Welke invloed had de agrarische revolutie op de gelaagde samenleving?

Hoe zagen de standen eruit in de vroege en late middeleeuwen uit?

Wat veranderde aan de gelaagde samenleving door het hofstelsel, het feodale stelsel en de opkomst van de steden?

Uitwerking:

Welke standen waren er in het begin en aan het einde van het tijdvak van de jagers en boeren?

Aan het begin van de tijd van jagers en boeren waren er geen standen. De mensen (homo habilis) leefden in kleine groepen van 20 a 30 man. De mensen werden niet heel erg oud, maar ongeveer 30 jaar. In de groepen had iedereen dezelfde taak. De mannen jaagden en de vrouwen verzamelden en zorgden voor de kinderen. Tussen de mannen en vrouwen was dus wel een duidelijke rolverdeling, maar tussen mannen en vrouwen onderling was er geen verschil. Dit kwam omdat er weinig leeftijdsverschil was en iedereen had dezelfde taak: zorgen voor voedsel. Er waren geen machtsverschillenen omdat niemand macht kon hebben. Niemand had meer bezittingen dan de andere omdat iedereen destijds nog voor elkaar zorgden en hun eten deelden. Iedereen had dus evenveel bezittingen. Als er beslissingen genomen moesten worden dan werd dat gedaan door te overleggen, aangezien ze maar met een kleine groep rekening hoefden te houden. Hierdoor kon niemand meer te zeggen hebben.
Aan het einde van deze tijd ontstond wel een standenverdeling. Mensen gingen zich op een plaats vestigen en gingen aan landbouw doen. Er ontstond een voedseloverschot en niet iedereen hoefde zich niet alleen maar met landbouw bezig te houden. Zo ontstonden nieuwe beroepen. Omdat nu iedereen verschillende hoeveelheden in bezit had konden mensen macht uitoefenen op andere. Dit leggen we verder uit in de volgende deelvraag.

Welke invloed had de agrarische revolutie op de gelaagde samenleving?

In eerste instantie houdt de agrarische revolutie in dat mensen van hun nomadische leven over gingen op een sedentair bestaan. Dat wil zeggen dat ze zich gingen vestigen. De reden hiervoor is nog steeds een beetje onduidelijk. Er zijn verschillende verklaringen, maar niks is zeker. Dit gevestigde bestaan hing samen met de overgang van jagen en verzamelen op landbouw doen. Ze gingen hun akkers bewerken waardoor er voorraden ontstonden. Deze voorraden waren de oorzaak van een verschijnsel dat nooit meer weg zou gaan, de hiërarchie. Door deze voorraden ontstonden er verschillen in bezittingen. Mensen met een goede oogst hadden meer eten en mensen waarbij de oogst mislukt was waren afhankelijk van andere. Door deze afhankelijkheid konden mensen macht uitoefenen. Sommige mensen deden aan veeteelt, sommige zorgden voor de groenten en sommige voor aardappels. De boeren waren dus op elkaar aangewezen voor voedselvoorzieningen.
Conclusie: door het ontstaan van de landbouw kregen mensen hun eigen akkers. Sommige waren succesvoller dan andere. Hierdoor ontstonden verschillen in rijkdom, macht en aanzien.

Door de grote overschotten van eten ontstonden steden (en later ook staten). In die steden hoefde niet iedereen zich meer bezig te houden met voedselvoorzieningen. Mensen gingen zich specialiseren. Er ontstonden nieuwe beroepen zoals pottenbakker, kleermaker en smid. Doordat er allemaal nieuwe spullen kwamen waarmee je kon handelen ontstond ook het beroep van koopman. De kooplieden vormden een welvarende en invloedrijke groep. Een andere groep specialiseerde zich in het contact met goden: de priesters. In de samenleving ontstond niet alleen een arbeidsverdeling maar ook een verschil in rijkdom en macht.. er kwamen verschillende sociale lagen en onderaan de sociale ladder stonden de boeren, het grootste gedeelte van de bevolking. De steden hadden ook bestuurders nodig, omdat er veel mensen in steden leefden en de samenleving dus complexer werd. Na verloop van tijd werden de bestuurders tot koning gekroond en werd hun positie erfelijk.

Door het ontstaan van het schrift werden de sociale verschillen nog groter. Het schrift was nodig voor het besturen van het land en administratie door koningen en priesters. Alleen de geestelijke en de bestuurders beheerden et schrift. De burgers en boeren konden niet lezen en schrijven. Bovendien was de beheersing erg moeilijk, omdat het alfabet uit heel veel tekens bestond. Hierdoor ontstond een nog groter verschil.

Hoe zagen de standen eruit in de vroege en late middeleeuwen uit?

Wat veranderde aan de gelaagde samenleving door het hofstelsel, het feodale stelsel en de opkomst van de steden?

Review this essay:

Name
Rating
Your review: (optional)

Latest reviews:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.