Uit recent onderzoek blijkt dat 90% van de verpleegkundigen... - Essay Marketplace

Uit recent onderzoek blijkt dat 90% van de verpleegkundigen…

Uit recent onderzoek blijkt dat 90% van de verpleegkundigen in ziekenhuizen de werkdruk als te hoog ervaart, 40% van hen geeft zelfs aan het beroep te willen verlaten (Abvakabo FNV, 2014).

Alles wat de verpleegkundigen doen, heeft invloed op de kwaliteit van zorg. In onderzoeken is aangetoond dat er een verband bestaat tussen een hoge werkdruk en een verhoging van decubitus, valincidenten en medicatiefouten. In extreme gevallen kan hoge werkdruk zelfs lijden tot onnodig overlijden van patiënten. Patiëntveiligheid is een prioriteit van de World Health Organization en staat op de politieke agenda in vele landen (Al-Kandari & Thomas, 2008; Van Oostveen & Vermeulen, 2015).
De turnover van patiënten wordt de laatste jaren steeds hoger. Technieken verbeteren en daardoor verblijven patiënten steeds korter in het ziekenhuis. Verpleegkundigen moeten steeds meer gespecialiseerde zorg leveren in een korter tijdsbestek en nemen meer taken over van de artsen. Het aantal patiënten met multidiagnostiek neemt toe, hierdoor moet meer kennis verworven worden. De combinatie van meer kennis moeten verwerven en meer complexe handelingen uit moeten voeren, kan de ervaren werkdruk voor de verpleegkundige vergroten (Reijerse, 2015; Van Oostveen, 2015).
Verpleegkundigen besteden 35 tot 40% van de werktijd aan directe patiëntenzorg. Dat wil zeggen dat de rest van de tijd gaat zitten in overleg, administratie en overige werkzaamheden. Verpleegkundigen zouden dit graag anders zien (Consumentenbond, 2010; Van der Bles, 2007).

De werkdruk neemt toe en dit is merkbaar op verpleegafdeling 234 chirurgie en urologie van het Maxima Medisch Centrum (MMC) te Veldhoven. In het laatste medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO) van april 2015 komt naar voren dat 52,2% van de verpleegkundigen van verpleegafdeling 234 chirurgie en urologie de werkdruk als hoog ervaart en zelfs 13% als veel te hoog (Van Zeijst, 2015).
De ondernemingsraad (OR) van het MMC heeft het onderwerp werkdruk in 2015 onder de aandacht gebracht bij de Raad van bestuur. Het bleek namelijk dat er vele signalen kwamen vanuit de verpleegafdelingen dat de werkdruk als zeer hoog werd ervaren en dan met name vanuit de chirurgische verpleegafdelingen. Hiermee is bereikt dat het onderwerp een vast punt is in het managementoverleg.
Om voor het ziekenhuismanagement inzichtelijk te krijgen wat de oorzaak van de werkdruk is, zou het meten van de zorgzwaarte hier aan bijdragen (Van Oostveen & Vermeulen, 2015). Uit eigen literatuur onderzoek blijkt dat in Nederland geen valide zorgzwaarte meetinstrument voor een chirurgische verpleegafdeling voor handen is. Er is een bedrijf genaamd Hotflo bezig om naar aanleiding van een grootschalig onderzoek een zorgzwaarte meetinstrument te ontwikkelen. Er is telefonisch contact geweest met het bedrijf en deze gaven aan dat het nog minimaal één jaar gaat duren voordat er een valide meetinstrument is voor het bepalen van de zorgzwaarte op een chirurgische verpleegafdeling. Om aan te sluiten bij een eventuele implementatie van een zorgzwaarte meetinstrument is het van meerwaarde om door middel van dit onderzoek inzichtelijk te maken wat de ervaren werkdruk voor verpleegkundigen op afdeling 234 van het Maxima Medisch Centrum zo hoog maakt.
In dit onderzoek streven de onderzoekers ernaar meer inzicht te krijgen hoe patiënten de werkdruk van de verpleegkundigen ervaren. Komt de ervaren werkdruk van verpleegkundigen overeen met de ervaren werkdruk van patiënten? Zij zijn een belangrijke groep in het geheel van de zorg. Buiten de ervaring van patiënten met betrekking tot de werkdruk van verpleegkundigen willen de onderzoekers inzichtelijk krijgen of de werkdruk van verpleegkundigen invloed heeft op de uiting van de zorgvraag van de patiënten.

1.2 Contextbeschrijving
Het praktijkonderzoek is uitgevoerd op de verpleegafdeling 234 chirurgie en urologie van het MMC te Veldhoven. De verpleegafdeling 234 is gelegen op de tweede etage van het MMC. Op de tweede etage zijn nog twee andere chirurgische verpleegafdelingen gevestigd.

Het MMC heeft twee locaties:
– de locatie Eindhoven waar de planbare, minder complexe zorg plaats vindt.
– de locatie Veldhoven waar de complexere operaties worden uitgevoerd. Op deze locatie wordt intensieve en acute zorg verleend en bevindt zich een eerste harthulp. Daarom beschikt deze locatie over een spoedeisende hulp en een intensive- en medium care.

Het team van verpleegafdeling 234 bestaat uit 31,5 fulltime-equivalent (FTE):
– 22 FTE verpleegkundigen, waarvan 4,9 FTE hbo-verpleegkundigen
– 1,2 FTE verzorgenden
– 4,4 FTE voedingsassistenten
– 1,1 FTE secretaressen
– 1 FTE unithoofd
– 1,8 FTE leerlingen

Het team van verpleegafdeling 234 wordt geleid door één unithoofd. Sinds mei 2015 wordt er gewerkt met een stipdienst. Deze verpleegkundige heeft een coördinerende taak en zorgt ervoor dat de zorg op de verpleegafdeling evenredig wordt verdeeld. Samen met de twee andere chirurgische verpleegafdelingen op de tweede etage wordt hierin samengewerkt. Er is overleg op een vast tijdstip tussen de verpleegafdelingen om de werkdruk en personele bezetting te bespreken en waar nodig elkaar hulp te bieden. Op deze manier zijn de verpleegkundigen betrokken bij de personele bezetting en de verdeling van de zorgzwaarte op de verpleegafdeling.
Er wordt in het MMC gewerkt met ‘fitters’, dit zijn verpleegkundigen die een aantal uren voor vast op een verpleegafdeling werken en daarnaast een aantal uren flexibel inzetbaar zijn op de drie chirurgische verpleegafdelingen. Er zijn dus al een aantal maatregelen getroffen om de werkdruk op te vangen, echter blijft de ervaren werkdruk onder de verpleegkundigen te hoog.
Om voor het gehele ziekenhuis zichtbaar te hebben hoe het staat met de personele bezetting en werkdruk is er een vlinderdocument ontwikkeld dat voor het gehele ziekenhuis zichtbaar is via een Excel document. In dit document is in één oogopslag helder welke afdeling hulp kan bieden of ontvangen.

Sinds de verdeling van complexe- en laagcomplexe zorg over beide locaties van het MMC is de werkdruk op de locatie Veldhoven fors toegenomen. Daar is toen op ingespeeld door meer personeel op locatie Veldhoven in te zetten. Echter vanuit de huidige personele bezetting dient op de gehele tweede etage van het MMC zeven FTE bespaard te worden in de komende tijd met natuurlijk verloop. Dit is besloten door het management van het MMC door te kijken naar de bed bezetting en niet zozeer door te kijken naar de zorgzwaarte.

1.3 Relevante theorie
Werkdruk is niet hetzelfde als het druk hebben op je werk. Zolang iemand het werk aan kan is er geen probleem. Er zijn mensen die het juist fijner vinden om het druk te hebben dan rustig. Pas als de balans tussen werkbelasting en belastbaarheid verstoord is, kun je spreken van werkdruk. Werkdruk kan werkstress tot gevolg hebben. Werkstress is een gevolg van een te lange periode van werkdruk, maar kan ook te maken hebben met een nare ervaring (Ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid, 2016).
Er worden verschillende begrippen gebruikt voor werkdruk. Eén van die begrippen is zorgzwaarte, zorgzwaarte zegt iets over de hoeveelheid zorg of tijd die een patiënt van een verpleegkundige vraagt. Dit is meetbaar, dus objectief. Een ander begrip is complexiteit, een complexe patiënt heeft zorg nodig van meerdere disciplines. Het kan zo zijn dat een complexe patiënt minder zorgzwaar is dan een minder complexe patiënt. Ook werkdruk en werklast worden vaak met elkaar verward. De werklast kun je meten net als de zorgzwaarte. De werklast kan meevallen terwijl de werkdruk als hoog wordt ervaren (Van der Bles, 2007). Het begrip werkdruk is een beleving van de hoeveelheid werk, dit is een subjectief begrip. De werkdruk kan door iedereen anders beleefd worden en kan ook beïnvloedt worden door andere factoren zoals een voorraad die niet op peil is (Van Oostveen & Vermeulen, 2015).

Werkdruk bevat subjectieve en objectieve factoren. Objectief omdat je te maken hebt met energiebronnen en stressbronnen door werkdruk. Deze zijn vaak objectief en dus meetbaar. En subjectief omdat iedereen de werkdruk anders ervaart, dit hangt ook af van de capaciteiten van die persoon (Stichting arbeidsmarkt ziekenhuizen, 2016).

1.4 Probleemstelling
Wat bepaalt de werkdruk voor de verpleegkundigen en wat is de invloed hiervan op de patiënten van verpleegafdeling 234 chirurgie en urologie van het Maxima Medisch Centrum te Veldhoven?

1.5 Onderzoeksdeelvragen
Hieronder volgen de deelvragen van het onderzoek. De deelvragen zullen nader uitgewerkt worden in de volgende hoofdstukken.

1. Wat bepaalt dat verpleegkundigen op een chirurgische verpleegafdeling in het ziekenhuis werkdruk ervaren?
Deze deelvraag wordt gezamenlijk onderzocht door middel van de literatuurverkenning.

2. Welke factoren bepalen dat de verpleegkundigen van verpleegafdeling 234 chirurgie en urologie de werkdruk als hoog ervaren?
Deze deelvraag wordt onderzocht door Kristel Smets.

3. Welke invloed heeft de werkdruk van verpleegkundigen op de uiting van de zorgvraag van de patiënten op verpleegafdeling 234 chirurgie en urologie?
Deze deelvraag wordt onderzocht door Margo Ham.

1.6 Doelstelling
Voor één januari 2017 is op verpleegafdeling 234 chirurgie en urologie in het Maxima Medisch Centrum te Veldhoven inzichtelijk welke factoren de werkdruk verhogen van verpleegkundigen en welke invloed dit heeft op de patiënten en hun uiting van de zorgvraag. Dit om zo handvatten te kunnen aanreiken om de werkdruk te verminderen.

1.7 Leeswijzer
In hoofdstuk twee wordt de eerste deelvraag beantwoord middels literatuurverkenning. In het derde hoofdstuk wordt de methode van deelvraag twee en drie beschreven. In hoofdstuk vier volgen de resultaten van deelvraag twee en drie. In het vijfde hoofdstuk is de eindconclusie en discussie beschreven. Als laatste hoofdstuk zes waarin de aanbevelingen worden weergegeven.

2. Literatuurverkenning

Met de literatuurverkenning is onderzoek verricht naar de volgende onderzoeksdeelvraag: Wat bepaalt dat verpleegkundigen op een chirurgische verpleegafdeling in het ziekenhuis werkdruk ervaren?

Daarnaast is de gevonden literatuur gebruikt voor het opstellen van de interviews voor de andere onderzoeksdeelvragen.

2.1 Zoekstrategie
Voor het beantwoorden van de onderzoeksdeelvraag is er gezocht naar wetenschappelijke artikelen in de volgende databanken: Pubmed, Cinahl, Medline en Google Scholar. Pubmed is een bibliografische databank met artikelen uit meer dan 4300 (meest Engelstalige) tijdschriften op het gebied van geneeskunde en aanverwante vakgebieden vanaf 1966. Cinahl en Medline zijn databanken met een belangrijke informatiebron voor professionele literatuur op het gebied van verpleging, alternatieve en paramedische gezondheidszorg, biomedische wetenschappen en reguliere gezondheidszorg (Beurskens, Van Peppen, Stutterheim, Swinkels & Wittink, 2012). Google scholar is geraadpleegd in verband met de Nederlandstalige en grijze literatuur.

In de bovenstaande databanken zijn zowel met Nederlandstalige als Engelstalige zoektermen gezocht, zie tabel 1.

Tabel 1 Zoektermen in het Nederlands en Engels
Nederlands Engels
Chirurgie verpleegafdeling Surgical ward, nursing station
Ervaren Experienced
Factoren Factors
Het bepalen Determining
Invloed Influence
Verpleegkundige(n) Nurse(s)
Werkdruk Workload
Ziekenhuis Hospital

De zoektermen zijn gekoppeld met de booleans ‘AND’ en ‘OR’. Daarnaast zijn er limits van full tekst en artikelen vanaf 2007 toegepast om de zoekstrategie te verfijnen. De in- en exclusie criteria staan beschreven in tabel 2.

Tabel 2 In- en exclusiecriteria
Inclusiecriteria Exclusiecriteria
Setting chirurgie verpleegafdeling ziekenhuis Artikelen ouder dan tien jaar
Chirurgische patiënten Setting andere afdelingen zoals intensive care
Full tekst
Nederlands- en Engelstalig

In totaal zijn er 46 artikelen gevonden. Deze artikelen zijn beoordeeld op ‘abstract’.
De geselecteerde artikelen zijn door de onderzoekers afzonderlijk van elkaar beoordeeld. Waarna de resultaten gezamenlijk zijn besproken aan de hand van de in- en exclusiecriteria. Wanneer onderzoekers het niet met elkaar eens waren werd erover gesproken en overlegd om vervolgens tot zes geïncludeerde artikelen voor het literatuuronderzoek te komen die het beste bij de onderzoeksdeelvraag aansloten. Voor uitgebreide zoekstrategie van de artikelen van de literatuurverkenning zie bijlage 1.

2.2 Resultaten
Ziekenhuizen wordt door de overheid opgelegd om de efficiëntie te verbeteren met beperkte beschikbare middelen, dit legt druk op kwaliteit van de patiëntenzorg en op de betrokken zorgverleners. Werkdruk is erg belangrijk voor verpleegkundigen op chirurgische afdelingen omdat meer dan 50% verband houdt met chirurgische procedures (Van Oostveen, Vermeulen, Nieveen van Dijkum, Gouma & Ubbink, 2015).

Er wordt in de literatuur geen eenduidige definitie voor verpleegkundige werkdruk gegeven (Fagerström & Vainikainen, 2014; Myny et al., 2011). Er is echter een groeiende overeenstemming dat verpleegkundige werkdruk meer is dan de activiteiten in de nabijheid van de patiënt. Werkdruk als Medical Subject Heading (MeSH) in de algemene databank van de Amerikaanse National Library of Medicine (NLM) wordt gedefinieerd als het totale werk dat moet worden uitgevoerd door een persoon, een afdeling of een andere groep van werknemers in een periode van tijd. Hierna kwam er onderscheid in ‘directe’ en ‘indirecte’ zorg. Myny et al. (2011) definieert niet directe zorg als “de taken uit de buurt van het bed uitgevoerd’’ maar kan breder omschreven worden als “factoren die geen verband houden met directe patiëntenzorg’’ (p. 2110).

In het artikel van Myny et al. (2011) wordt de volgende definitie gebruikt:
“Werkdruk wordt niet alleen herleidt aan taakbelasting, maar ook aan organisatorische en omgevingsfactoren. Om werkdruk te meten worden in de studies verschillende variabelen gebruikt’’. (Myny et al., 2011, p. 2110).

Volgens Fagerström & Vainikainen (2014) is werkdruk te herleiden aan de organisatie (o.a. personele bezetting), arbeidsvoorwaarden (o.a. voorraad die niet aangevuld is en computers die niet werken), eigen invloeden (o.a. stress, haast en eigen competenties) en samenwerking (o.a. artsenvisite en wachten op bloeduitslagen).

De term verpleegkundige werkdruk houdt in:
“Alles wat een verpleegkundige doet rondom de patiënt, de verpleegkundige werkdruk wijst op de hoeveelheid werk dat wordt verwacht van de verpleegkundigen’’. (Alghamdi, 2016, p. 2).

Hoewel werkdruk vaak bestudeerd is in de literatuur zijn de factoren die de verpleegkundige werkdruk beïnvloeden minder vaak onderzocht (Myny et al., 2011).
Alghamdi (2016) beschrijft dat de werkdruk onderverdeeld kan worden in vijf onderwerpen, namelijk alle tijd die wordt besteed aan directe patiëntenzorg, de kennis waarvan verwacht wordt dat de verpleegkundigen deze bezitten, de intensiteit van de directe patiëntenzorg, de fysieke, mentale en emotionele inspanning die wordt geleverd in de tijd dat zorg wordt geleverd en het vermogen van de verpleegkundigen om in te spelen op onverwachte situaties.
Schachner et al. (2015) verdeelt de verpleegkundige werkdruk in 37% van de directe zorg, 41% van de indirecte zorg, 1% ondersteunende taken, 11% taken niet gerelateerd aan de patiënt en 10% persoonlijke activiteiten (Schachner et al., 2015).

Vanuit de probleemstelling en doelstelling van dit onderzoek is er gezocht naar de factoren die invloed hebben op de werkdruk. Naar aanleiding van het lezen van de artikelen zijn er thema’s naar voren gekomen, daarom is ervoor gekozen om de resultaten te beschrijven per thema. Voor analyse thema’s zie bijlage 2.
De resultaten worden onderverdeeld in de volgende vijf thema’s, welke hieronder verder worden uitgelegd:
– Patiënt gerelateerde zorg
– Directe patiëntenzorg
– Indirecte patiëntenzorg
– Niet patiënt gerelateerde zorg
– Gevolgen van een hoge werkdruk

Patiënt gerelateerde zorg
Deze kenmerken vertegenwoordigen patiënt gerelateerde zorg: leeftijd, polyfarmacie, medische diagnose, complicatie, intensive care (IC) verblijf, American Society of Anesthesiologists (ASA) classificatie, body mass index (BMI), voeding, afhankelijkheid van de patiënt en angst of delirium tijdens de ziekenhuisopname. Verpleegkundigen ervaren patiëntenzorg na IC verblijf als meest intensieve zorg. Interacties tussen bepaalde kenmerken zijn niet bekend, bijvoorbeeld tussen leeftijd en ASA classificatie of tussen leeftijd en polyfarmacie (Van Oostveen et al., 2015). Op een aantal patiënt gerelateerde aspecten heeft de verpleegkundige weinig invloed zoals de complexiteit van de patiëntenzorg en de duur van het verblijf. De complexe zorg en de vaardigheden of competenties van de verpleegkundige zijn met elkaar verbonden. Hoe meer complex en divers het verzorgen van een patiënt is, hoe hoger de werkbelasting. Dit wil echter nog niet zeggen dat de werkdruk hoog is voor iedere verpleegkundige, dit hangt af van de competenties van de verpleegkundige (Myny et al., 2011).

Directe patiëntenzorg
Directe patiëntenzorg is zorg die rechtstreeks aan de patiënt word uitgevoerd, dat wil bijvoorbeeld zeggen, het controleren van vitale functies (Early Warning System, EWS), het stimuleren van zelfzorg van de patiënt en bijvoorbeeld wondverzorging. Verpleegkundigen geven in de artikelen niet aan dat de directe patiëntenzorg werkdruk oplevert, wel dat ze er te weinig tijd aan kunnen besteden (Al-Kandari & Thomas, 2008; Schachner et al., 2015; Van Oostveen et al., 2015).
Al-Kandari & Thomas (2008) beschrijven de relatie tussen werkdruk en negatieve gevolgen. Deze omvatten o.a. klachten van patiënten en families, te laat gegeven medicatie, het ontdekken van decubitus, wondinfectie, urineweginfectie en infectie van insteekopening van een intra veneuze (iv) canule.

Indirecte patiëntenzorg
Indirecte zorg is bijvoorbeeld het documenteren in het Elektronisch Patiënten Dossier (EPD), de uitwisseling van patiënten informatie tijdens overdrachten, bereiden van medicatie voor patiënt en benodigdheden verzamelen voor onder andere wondzorg bij een patiënt (Al-Kandari & Thomas, 2008; Schachner et al., 2015).
De indirecte patiëntenzorg wordt door Myny et al. (2011) ingedeeld in vijf categorieën op basis van hun niveau van invloed op werkdruk: het ziekenhuis en de afdeling, verpleegkundige team, individuele verpleegkundige, patiënt en familie en meta eigenschappen. Sommige factoren hebben een directe invloed op de werkdruk, weer andere factoren hebben invloed op hoe iemand de werkdruk ervaart (Myny et al., 2011).
Familie die vragen heeft voor de verpleegkundige veroorzaakt niet alleen vertraging maar daarnaast ook een onvoorziene werkonderbreking. Het vereist dat de verpleegkundige stopt met wat hij of zij aan het doen is. Dit geldt ook wanneer verpleegkundigen een patiënt moet halen of brengen naar de operatiekamer. Deze onderbrekingen hebben een impact op de doorloop van het werk en indirect op de verpleegkundige werkdruk (Myny et al., 2011).
Loopafstanden worden beïnvloed door bouwkundige elementen, bijvoorbeeld een operatie afdeling met een decentrale plaats zorgt voor langere loopafstanden. Door de kwaliteit en de uniformiteit van apparatuur, bijvoorbeeld wanneer verschillende infuuspompen worden gebruikt op de intensive care afdeling en chirurgische verpleegafdeling waardoor elk infuus moet worden vervangen bij overplaatsing (Myny et al., 2011).

Niet patiënt gerelateerde zorg
Ten slotte wordt de hoge werkdruk niet alleen bepaald door de vraag naar patiëntenzorg direct of indirect maar ook door personeel en organisatorische factoren (Van Oostveen et al., 2015). Denk hierbij aan begeleiden van leerlingen en begeleiden van nieuw personeel zoals verpleegkundigen (Alghamdi, 2016). Zo geven verpleegkundigen ook aan dat een goede sfeer in het team de werkdruk kan verminderen (Fagerström & Vainikainen, 2014; Van Oostveen et al., 2015). Als verpleegkundigen zich mentaal niet goed voelen door persoonlijke omstandigheden, kan dit een negatieve invloed hebben op de ervaren werkdruk. Verpleegkundigen kunnen de ervaren werkdruk beïnvloeden door elkaar te helpen en ondersteunen, zowel op de afdeling zelf als afdelingen onder elkaar (Fagerström & Vainikainen, 2014).

Gevolgen van een hoge werkdruk
Door de hoge werkdruk komen pauzes in het gedrang en dit heeft uiteindelijk weer gevolgen voor de gezondheid van de verpleegkundigen. Er is een duidelijk verband tussen hoe verpleegkundigen zich voelen en hun prestaties. Het vak verpleegkunde wordt in het algemeen beschreven als stressvol werk dat met een hoge werkdruk kan leiden tot stress en zelfs tot een burn-out (Fagerstrom & Vainikainen, 2014). Daarnaast heeft een hoge werkdruk invloed op de tevredenheid en plezier in de baan als verpleegkundige (Van Oostveen et al., 2015).
Voor patiënten heeft hoge werkdruk ook nadelige gevolgen zoals meer infecties, langere opnameduur, decubitus, vallen en een hogere sterfte (Al-Kandari & Thomas, 2008; Myny et al., 2011; Van Oostveen et al., 2015).

2.3 Conclusie
De onderzoeksdeelvraag van dit literatuuronderzoek luidt:
– Wat bepaalt dat verpleegkundigen op een chirurgische verpleegafdeling in het ziekenhuis werkdruk ervaren?

Uit de resultaten van het literatuuronderzoek kan geconcludeerd worden dat er verschillende factoren zijn die bepalen dat er een hoge werkdruk wordt ervaren op een chirurgische afdeling. In de artikelen wordt er op verschillende manieren naar gekeken. De factoren die hierin naar voren komen zijn:
– De complexiteit van de patiënt wordt als een factor gezien voor werklast. Daarnaast indirect ook als factor voor de werkdruk en dan met name de patiënt die op de intensive care heeft gelegen.
– De competentie van de verpleegkundige bij een complexe patiënt kan de werkdruk beïnvloeden. Een complexe patiënt hoeft geen werkdruk te geven, maar doet dat wel als een verpleegkundige niet competent is om die patiënt te verzorgen.
– Werkonderbrekingen maken dat de werkdruk als hoog wordt ervaren. Hier worden voorbeelden van gegeven zoals het brengen en ophalen van een patiënt op de operatiekamer en vragen van de familie van de patiënt.
– De indirecte patiëntenzorg die verhoging van werkdruk kan geven zijn overdrachten, administratie en het klaarmaken van medicatie.
– Ook niet patiënt gerelateerde factoren tellen mee in de verhoging van de ervaren werkdruk. Een voorbeeld hiervan is het begeleiden van nieuwe collega’s of leerlingen. Een ander en zeker niet onbelangrijk voorbeeld is de werksfeer.

Vanuit deze conclusies zijn de topics gehaald voor de interviews voor deelvraag 2 en 3.

3. Onderzoeksmethode

In dit hoofdstuk worden de onderzoeksmethoden toegelicht voor de deelvragen 2 en 3.

3.1 Deelvraag 2
In de deelvraag wordt de vraag beantwoord: Welke factoren bepalen dat de verpleegkundigen van verpleegafdeling 234 chirurgie en urologie de werkdruk als hoog ervaren? Deze deelvraag is uitgewerkt door Kristel Smets.

3.1.1 Onderzoeksbenadering
De deelvraag wordt beantwoord door middel van een kwalitatief beschrijvend onderzoek. Er is gekozen voor een kwalitatief beschrijvend onderzoek omdat de deelvraag een brede open vraag is waarin de onderzoeker inzichten wil krijgen in de ervaringen van verpleegkundigen met betrekking tot de werkdruk op de verpleegafdeling (Baarda, 2014).

3.1.2 Dataverzamelingstechniek
Voor de dataverzamelingstechniek is gekozen voor een mondeling open individueel topicinterview. Er is besloten om een mondeling open individueel interview te houden omdat het over persoonlijke ervaringen en belevingen gaat van de verpleegkundigen, observeren heeft dan geen gewenst effect op deze vraag en het is niet het doel van dit onderzoek (Baarda et al., 2013). Door één op één met de verpleegkundigen in gesprek te gaan hoopt de onderzoeker dat ieder zijn of haar mening verwoordt en hierin niet beïnvloed wordt door anderen (Baarda, 2014).
Het interview is semigestructureerd van aard. Hiervoor is gekozen omdat de vraagmethode open is, maar de onderwerpen (topics) die aan bod komen min of meer vastliggen. Om tot de onderwerpen (topics) te komen is er voorkennis nodig omtrent het onderwerp werkdruk, vandaar dat er in dit onderzoek gestart is met een literatuurverkenning (Baarda et al., 2013), zie gezamenlijke deelvraag 1. Topiclijst zie bijlage 3.

3.1.3 Onderzoekspopulatie
De onderzoekspopulatie in dit onderzoek zijn de verpleegkundigen van verpleegafdeling 234 chirurgie en urologie van het MMC te Veldhoven. Er zijn in- en exclusiecriteria opgesteld, zie tabel 3.

Tabel 3 In- en exclusiecriteria
Inclusie criteria Exclusie criteria
Gediplomeerd MBO en HBO verpleegkundigen verpleegafdeling 234 chirurgie en urologie van het Maxima Medisch Centrum te Veldhoven Flexibel inzetbaar talent (FITT’er), flex verpleegkundige, leerling verpleegkundige verpleegafdeling 234 chirurgie en urologie
Leeftijd 18-67 jaar Leeftijd onder 18 jaar
Werkzaam 24-36 uur per week Werkzaam minder dan 24 uur per week
Mannelijke en vrouwelijke verpleegkundigen –

De selectie van de onderzoekspopulatie heeft plaatsgevonden aan de hand van de in- en exclusie criteria (Baarda, 2014).
Er is bewust gekozen voor de ‘vaste’ verpleegkundigen van verpleegafdeling 234 chirurgie en urologie omdat de andere groep verpleegkundigen ook werkzaam zijn op andere verpleegafdelingen wat vertekening kan geven.
De respondenten zijn mondeling of per mail benaderd voor deelname aan het onderzoek. Wanneer de respondenten toestemming gaven voor deelname hebben zij voorafgaand aan het interview informed consent gegeven middels het model informatiebrief van de Fontys Hogeschool Eindhoven, zie bijlage 5 (Baarda et al., 2013). Voor aanvang van het interview is nogmaals aandacht besteed aan de informatiebrief waarna de respondent tekende voor deelname aan het onderzoek. Er hebben elf interviews plaatsgevonden.

3.1.4 Data-analysemethode
De houding als onderzoeker voor het openstaan van nieuwe ervaringen en indrukken is erg belangrijk voor het analyseren van de data (Baarda, 2014). De kwalitatieve gegevens zijn een verzameling van alle uitgewerkte interviews. De thematische analyse van de kwalitatieve gegevens van de interviewverslagen heeft plaats gevonden aan de hand van de stappen/fasen van Braun & Clarke (2006), zie tabel 4.

Tabel 4 Thematische analyse van Braun & Clarke (2006)
Fase Onderwerp Actie
1 Verkennen van de gegevens Letterlijk woord voor woord de data uitschrijven aan de hand van de geluidsopname van het interview (transcriberen), lezen, herlezen en noteren van ideeën en wat opvalt.
2 De eerste codes maken Coderen van interessante items van de data op een systematische wijze over de volledige data set en gelijkwaardige codes aanbrengen en in verband brengen met elkaar (clusteren).
3 Thema’s zoeken Clusteren van codes door alle data relevant voor een (potentieel) thema bijeen te brengen.
4 Herziening van thema’s Checken of de thema’s werken in relatie tot de ruwe data en het totale beeld (alle data samen). Themamap maken van de analyse.
5 Benoemen en definiëren van thema’s Verfijnen van de specifieke betekenis van elk thema en het overkoepelende verhaal dat vertelt wordt. Maken van heldere definities en elk thema een naam geven. Het beantwoorden van de deelvraag als uitgangspunt houden om tot thema’s te komen.
6 Rapporteren Selecteren van citaten die het thema het best weergeven, laatste analyse van geselecteerde citaten, relatie tussen thema’s en onderzoeksvraag en literatuur, een rapportage van de resultaten.

3.1.5 Kwaliteitsborging van het deelonderzoek
De betrouwbaarheid van het kwalitatief onderzoek beschrijft de onderzoeker aan de hand van de volgende vier aandachtgebieden, technieken en procedures (Cox, De Louw, Verhoef, Kuiper, 2012):

– Geloofwaardigheid
De onderzoeker is niet geheel blanco in dit onderzoek doordat de onderzoeker zelf werkzaam is als verpleegkundige op de verpleegafdeling. De onderzoeker heeft al bepaalde verwachtingen en ideeën die in het onderzoek naar voren kunnen komen. De onderzoeker probeert zich hier zo bewust mogelijk van te zijn. Wat bijgedragen heeft is dat niet direct bij het onderzoek betrokken collega’s het onderzoek hebben gelezen. Dit wordt peer debriefing genoemd.

– Verplaatsbaarheid
Er is in dit onderzoek gekozen voor een doelgerichte selecte steekproef om bewust verpleegkundigen met ervaring op de verpleegafdeling te kunnen ondervragen om zo diepgaande informatie te verkrijgen.

– Plausibiliteit
Dit heeft de onderzoeker geprobeerd te bereiken door middel van geluidsopnames te maken van de interviews, transcripten te maken van de interviews en door met regelmaat medeonderzoeker Margo Ham, referentiegroep, projectbegeleidster en opdrachtgever het onderzoek te laten lezen en de mogelijkheid te bieden tot het geven van feedback.

– Verifieerbaarheid
Tijdens het onderzoek heeft de onderzoeker een logboek bijgehouden om daarin beslissingen en keuzes die zijn gemaakt vast te leggen. Dit om transparantie in de werkwijze van het onderzoek te tonen.

Review this essay:

Name
Rating
Your review: (optional)

Latest reviews:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.