Verslaving is een veel groter maatschappelijk probleem dan vaak gedacht word ... - Essay Marketplace

Verslaving is een veel groter maatschappelijk probleem dan vaak gedacht word …

Verslaving is een veel groter maatschappelijk probleem dan vaak gedacht word en omvat mensen uit alle lagen van de bevolking. De meeste van deze mensen functioneren prima in de maatschappij en ondervinden weinig tot geen hinder van hun verslaving. Een klein deel van de verslaafden komt echter wel in een neerwaartse spiraal terecht en heeft hulp of steun nodig om de verslavingsproblematiek het hoofd te bieden. Dit betreft diverse leefgebieden waaronder het leefgebied “Wonen”.

Als we naar dit leefgebied kijken dan betreft het dus een klein deel van de verslaafden die niet meer in staat zijn om zelfstandig (of in een thuissituatie) te kunnen blijven wonen. Maar wat zijn de mogelijkheden of opties dan wel?

Een aantal opties zijn onder andere:

Zelfstandig (of thuis) wonen met ambulante begeleiding

Ambulante begeleiding is begeleiding bij de cliënt thuis. Waarbij rekening wordt gehouden met het (eventueel aanwezige) gezin. Hierbij wordt samen een zorgplan opgesteld waarin doelen worden verwerkt. Deze worden jaarlijks samen met de cliënt nagekeken en eventueel aangepast. Indien nodig kan een cliënt doorverwezen worden naar een specialist of andere zorginstelling.

Woonvormen

In een woonvorm worden mensen opgevangen met psychiatrische, maatschappelijke en sociale problemen. Na evaluatie van de bestaande problemen wordt passende zorg en begeleiding geboden zodat het gevoel van eigenwaarde en zelfstandig functioneren wordt vergroot.

Intensief beschermd wonen (IBW)

Is een woonvorm bedoeld voor mensen die intensieve zorg en/of begeleiding nodig hebben waarbij de nadruk ligt op een langdurig of permanent verblijf in een instelling/ zorgvoorziening.

Duurzaam verblijf in een instelling

GGZ Drenthe (z.j.) schrijft op haar website dat Nederland 2 (beveiligde) klinieken kent waar mensen duurzaam kunnen verblijven.

Opname in deze klinieken vinden allen plaats met een rechterlijke machtiging.

Mensen die hier terechtkomen kampen met een diversiteit aan problemen waaronder verslaving. Hier vinden behandelingen plaats die enkele jaren kunnen duren.

Het doel van deze klinieken is mensen die het gevoel hebben machteloos aan de rand van de samenleving te staan, meer grip te laten krijgen op hun eigen leven. Dat kan door inzicht te krijgen in eigen beperkingen. En door eigen en andere keuzes te leren maken. Daarnaast is het doel om door te gaan met hulp te bieden en andere manieren te vinden om hulp te geven die tot dan toe niet werden aangeboord, net zolang totdat er daadwerkelijk verbetering optreedt.

Dakloos

In tegenstelling tot wat weleens gedacht wordt zijn daklozen lang niet altijd verslaafden. Uiteraard zijn er wel verslaafden die dakloos zijn. Veel van deze verslaafden zijn zogenoemde “zorgmijders” mensen die geen hulp zoeken terwijl ze die eigenlijk wel nodig hebben. Vaak hebben daklozen een verscheidenheid aan problemen die in elkaar overlopen. Er zijn diverse inloophuizen waar deze mensen terecht kunnen voor een kop koffie of een praatje. Er vinden hier geen behandelingen plaats. Ook is er niet altijd de mogelijkheid om te overnachten.

Deze bovenstaande opties betreffen de meest voorkomende en reguliere mogelijkheden die er zijn. Dit neemt niet weg dat er steeds meer (liefdadigheid-) instellingen, gemeenten en andere al dan niet religieuze stichtingen eigen initiatieven nemen en samenwerkingsverbanden aangaan om de mensen binnen de doelgroep verslaving vooruit te helpen. In 2014 onderzocht Stollenga een samenwerkingsverband tussen Het Amsterdamse filmbedrijf en het Zwarte Gat. Zij hebben samen met verschillende instellingen voor verslavingszorg een educatief programma opgezet. Tijdens het programma worden een aantal verslaafden inclusief hun begeleiders vanuit de instelling waar zij verblijven gevolgd tijdens het herstelproces.

Werk en scholing

Er zijn veel verschillende verslavingen, iemand kan bijvoorbeeld verslaafd zijn aan hard- en/of softdrugs, alcohol, gokken, gamen, sporten of roken. Niet alle verslavingen hebben invloed op school- of werkprestaties en sommige zijn zelfs maatschappelijk geaccepteerd. Denk aan de klasgenoot die trots vertelt vijf keer in de week te sporten, of de collega’s die tijdens de pauze hun sigaretje roken. Tegenwoordig is die laatste wel regelmatiger in opspraak. Roken wordt namelijk op steeds meer plekken verboden.

Longarts Pauline Dekker pleit in het artikel ‘Werkgevers moeten roken onder werktijd verbieden’ voor een verbod op roken onder werktijd. Rokers zouden omgerekend drie weken per jaar ‘betaald’ roken. Ook gaf zij aan dat rokers anderhalf keer zo vaak en zo lang ziek zijn als niet-rokers. (Van Dongen, 2015)

De verslavingen die wij uitgebreid onder de aandacht willen brengen, zijn verslavingen die invloed kunnen hebben op school- of werkprestaties en waarbij mensen in aanraking kunnen komen met de verslavingszorg. Een gameverslaving of het misbruik van middelen heeft een negatieve invloed op school- of werkprestaties. Iemand met een verslaving begint regelmatig te spijbelen of komt zelfs helemaal niet meer naar school of werk. De gevolgen van een verslaving kunnen aanzienlijk zijn, schoolprestaties gaan achteruit en mensen kunnen hun baan verliezen doordat zij niet meer goed functioneren op het werk.

Uit recent onderzoek van het Trimbos-instituut (2016) blijkt dat het aantal jongeren dat de afgelopen maand alcohol had gebruikt, fors daalde van 38% in 2011 naar 26% in 2015.

In vergelijking met alcohol laat het drugsgebruik weinig veranderingen zien. De harddrug waar de meeste jongeren tussen de 12 en 16 jaar ervaring mee hebben blijft XTC, zo’n 1,9%. Met cocaïne heeft 1,3% van de jongeren ervaring, en met amfetamine 1,1%. Een opvallend resultaat uit het onderzoek is het hoge percentage van scholieren tussen 12 en 16 jaar dat ooit lachgas heeft gebruikt, namelijk zo’n 8%. Het middel is voor het eerst meegenomen in het onderzoek omdat er in 2011 nog geen indicaties waren dat dit middel door veel scholieren werd gebruikt. Uit het onderzoek blijkt ook dat het gebruik van enige harddrug ooit in het leven het hoogst is op VMBO-b.

Het preventieprogramma ‘De Gezonde School en Genotmiddelen’ (z.j.) is er daarom ook voor scholen die aandacht willen besteden aan de preventie van alcohol en drugs.

De Gezonde School en Genotmiddelen (DGSG) bestaat al meer dan 20 jaar en is ontwikkeld door het Trimbos-instituut.

De grote kracht van het preventieprogramma is volgens Trimbos-instituut de brede opzet. Het programma biedt naast voorlichting aan leerlingen, aandacht voor een goed schoolbeleid en het betrekken van ouders. Ook is er speciale aandacht voor het signaleren en begeleiden van leerlingen die problematisch alcohol of drugs gebruiken. Het doel van het programma is het voorkomen van riskant gebruik van genotmiddelen door jongeren. De regionale GGD of instelling voor verslavingszorg (IVZ) biedt ondersteuning bij de uitvoering van DGSG.

In een YouTube-video van VNN Verslavingszorg (2015) is te zien dat DGSG op een creatieve wijze wordt toegepast, door middel van een theaterworkshop voor kinderen met een ouderavond. Dit is gedaan in samenwerking met theater Smoar.

Uit een rapport namens het Trimbos-instituut van Goossens (2012), is te zien dat indien preventie op school niet beschikbaar of toereikend is, mensen met drugsafhankelijkheid jaarlijks gemiddeld 19,9 dagen verzuimen. Dat is 3,9 dagen meer dan mensen zonder drugsafhankelijkheid. Iemand die afhankelijk is van alcohol, verzuimt 11,5 dagen meer dan iemand zonder alcoholafhankelijkheid.

Verslavingszorg Noord Nederland (z.j.) geeft aan dat een goed beleid in het bedrijf op het gebied van preventie, de problematiek beperkt en kan leiden tot afname van ziekteverzuim en productieverlies. Zij concluderen dat snelle hulpverlenende interventies nodig zijn om te werken aan het niet meer gebruiken van middelen of in ieder geval beheerst gebruik. Het middelen gebruik en de achterliggende problemen dienen als eerste geïnventariseerd te worden. Om te kunnen werken aan een verbetering en herstel van het vertrouwen is het nodig, om in nauwe samenwerking met de hulpverlening en de arbeidstoeleiding, de werkzaamheden zo snel mogelijk weer op te pakken. Dit kan worden gerealiseerd door een combinatie van gerichte verslavingshulpverlening en ondersteuning vanuit arbeidstoeleiding.

Vrijetijdsbesteding

Een verslaving kan zowel invloed hebben op je persoonlijke relaties als op je vrijetijdsbesteding waarbij een groot deel van je sociale leven tot stand komt of in stand blijft. Het is belangrijk om dezelfde dingen te blijven doen tijdens het begin van je drugsgebruik als de activiteiten die je hiervoor deed.

De website van Mindmasters (2014), beschrijft dat een verslaving begint in de experimentele fase. Mensen zijn nieuwsgierig naar de effecten en gebruiken drugs vaak alleen voor de gezelligheid in het bijzijn van vrienden. Hierbij verandert de vrijetijdsbesteding zelden. De activiteiten waar zij voor het gebruik aan deel namen blijven bestaan en ook blijven zij dezelfde persoonlijke relaties hebben. Voor mensen die dit gebruik in stand houden is er een kans dat zij in 1 van de volgende fasen terecht komen; ‘de recreatieve fase of de functionele fase’.

In de recreatieve fase ervaren mensen vooral de positieve effecten van het gebruik en doen zij dit ook ter ontspanning. Zij maken de bewuste keuze om wel of niet te gebruiken en laten zich hierbij ook niet beïnvloeden door anderen. Ook houden zij rekening met het moment van gebruiken zodat zij hierdoor niet in de problemen komen met werk of activiteiten. Zij zorgen ervoor dat werk en activiteiten in stand worden gehouden. Wanneer je constateert dat dit niet lukt en deze activiteiten veranderen kan het zijn dat je uit balans raakt en je de bewuste keuze om drugs te gebruiken kwijtraakt. Wanneer je op dit punt uitkomt, zit je al snel in de gewoonte/ functionele fase.

Wanneer je de gewoonte/functionele fase van een verslaving bereikt ben je niet meer in staat om elke keer een bewuste keuze te maken, drugs gebruiken wordt een gewoonte. Vaak zie je bij deze fase dat verslaafde in hun vrije tijd standaard een joint roken. Het gaat dan niet meer om de gezelligheid of het positieve gevoel maar om negatieve gevoelens zoals spanningen en problemen kwijt te raken. Ook zie je in deze fase vaak de persoonlijke relaties met mensen die niet gebruiken vervagen en nemen zij afstand van sociale activiteiten. Om een verslaving te verminderen of kwijt te raken kan deelnemen aan activiteiten een grote rol spelen.

Lokman, Bransen, Dupont en Boon (2015, p. 14) concluderen in recent onderzoek dat Moti-4 een preventief aanbod is voor jongeren van 14-24 jaar bij wie de verslaving tot problemen dreigt te leiden. “In maximaal 4 individuele gesprekken leren jongeren kritisch na te denken over hun eigen gedrag, met als uiteindelijke doel om minder alcohol of drugs te gebruiken, te gokken of gamen.”

De website van Novadic-Kentron (2016) beschrijft verschillende invloeden die het deelnemen aan activiteiten kan hebben;

• Het kan ervoor zorgen om de controle over eigen leven terug te krijgen

• Het kan zorgen voor het ontmoeten van nieuwe mensen

• Het opnieuw grip krijgen op de dag structuur

• De vrije tijd op een goede, ontspannende en prettige manier leren invullen

• Werken aan een gezonde leefstijl

Activiteiten kunnen zowel in een instelling als thuis worden uitgevoerd. De activiteiten die aansluiten verschillen per instelling en per persoon. Mogelijke activiteiten die een positieve invloed kunnen hebben zijn;

• Creatieve activiteiten; Er kan gewerkt worden met verschillende (hobby)materialen. Hiermee kan creativiteit worden ontdekt of verder worden ontwikkeld en kunnen vaardigheden en technieken worden aangeleerd. Ook zijn creatieve activiteiten mogelijk om gevoelens en herinneringen naar boven te halen om dieper tot de problematiek te kunnen komen.

• Sport en bewegen; Met verschillende vormen van beweging en sport kan gewerkt worden aan de conditie maar het kan ook dienen als agressietraining. Ook is sport en bewegen vaak een afleiding voor de negatieve gevoelens die mensen ervaren.

• Kassen en tuin; Dit kan zowel individueel als in groepsverband gebeuren. Er kan gewerkt worden aan het verzorgen van planten of een bloemstuk maken.

Soms komen door het deelnemen aan activiteiten lang vergeten talenten en vaardigheden naar boven of wordt er ontdekt wat zij leuk vinden om te doen. Deze positieve gevoelens spelen mee in de behandeling en hebben een groot effect op het herstel.

Relaties en (psychische) gezondheid

Per opleidingsniveau wordt er toegelicht hoeveel mannen en vrouwen verslaafd zijn aan alcohol. Dit artikel zal toelichten dat naar mate de jaren overmatig alcoholgebruik gestegen is. Dit zal ook afhangen van het opleidingsniveau.

Bijna 9 op de 10 hoogopgeleide 65-plussers geven aan wel eens alcohol te drinken. Onder hun laagopgeleide leeftijdsgenoten zijn dat er bijna 7 op de 10. De hoogopgeleide drinker van 65 jaar of ouder valt het vaakst in de categorie overmatige drinker. Ze geven zelf aan dat ze vaker stevig drinken dan hun laagopgeleide leeftijdsgenoten en ook vaker dan de jongere hoogopgeleiden. Dit blijkt uit cijfers van de Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor van het CBS, het RIVM en het Trimbos-instituut.

Van de hoogopgeleiden van 25 jaar of ouder zegt 89 procent in de afgelopen 12 maanden weleens alcohol te hebben gedronken. Onder hun middelbaar- en laagopgeleide leeftijdsgenoten is dit 83 en 70 procent.

Vooral onder hoogopgeleiden die aangeven weleens alcohol te drinken, neemt het percentage overmatige drinkers toe met de leeftijd. 15 procent van de hoogopgeleide 65-plussers drinkt overmatig, bijna twee keer zoveel als 25- tot 45-jarigen. Onder laagopgeleide drinkers is het aandeel overmatige drinkers juist lager onder 65-plussers vergeleken met de 45- tot 65-jarigen (10 tegenover 14 procent).

Zie afbeelding overmatige drinkers onder drinkers naar opleidingsniveau en leeftijd, 2014/2015.

Hoewel laagopgeleide mannen minder vaak drinken dan hoogopgeleide mannen (79 tegenover 93 procent) is hun alcoholgebruik (als ze drinken) wel vaker overmatig. Ruim 14 procent van de laagopgeleide drinkende mannen geeft aan meer dan 21 glazen alcohol per week te drinken, terwijl dit nog geen 11 procent is onder hoog opgeleide drinkende mannen.

Ook laagopgeleide vrouwen drinken minder vaak dan hoogopgeleide vrouwen (63 tegenover 86 procent). Onder drinkende vrouwen is het aandeel overmatige drinkers vergelijkbaar over alle opleidingsniveaus. Ongeveer 1 op de 10 geeft aan meer dan veertien glazen alcohol per week te drinken. Zie afbeelding overmatige drinkers onder drinkers van 25 jaar of ouder naar geslacht en opleidingsniveau, 2014/2015.

Vrouwen van 25 jaar of ouder drinken minder vaak dan mannen in dezelfde leeftijd (86 tegenover 74 procent) en als zij drinken, drinken ze ook minder vaak overmatig. Met name drinkende vrouwen van 25 tot 45 jaar drinken minder vaak overmatig dan hun mannelijke leeftijdsgenoten. Vanaf 45 jaar is onder de drinkers geen verschil meer zichtbaar tussen mannen en vrouwen wat betreft teveel alcohol drinken.

Zie afbeelding overmatige drinkers onder drinkers naar geslacht en leeftijd, 2014/2015

Daarbij zijn de gevolgen van overmatig alcohol schadend voor het psychische gedeelte blijvend. Op later leeftijd(uitzondering op een jongere leeftijd) kunnen alcohol verslaafde schizofrenie krijgen. Schizofrenie duurt langer dan een psychose. Iemand die schizofrenie heeft bevind zich eigenlijk in een hele lange psychose of meerdere psychoses achter elkaar. Je kunt ook zeggen dat iemand die lange tijd achter elkaar psychotisch is, schizofrenie heeft.

Mensen die schizofrenie hebben, denken op dat moment dat dingen die zij zien, horen of ruiken er écht zijn, terwijl niemand anders die dingen waarneemt. Dit kan heel eng zijn, omdat ze bijvoorbeeld steeds denken dat iemand vergif in hun koffie heeft gedaan of dat de politie naar hen op zoek is.

Iemand met schizofrenie kan de hele tijd afwijkend gedrag vertonen, maar soms ook normaal gedrag vertonen. Sommige mensen zijn vooral erg druk en doen veel rare dingen, andere worden juist erg verdrietig, somber en liggen de hele dag in bed.

Schizofrenie heeft de volgende kenmerken:

• Het zien, horen, ruiken, proeven of voelen van dingen die er niet echt zijn

• Het denken van dingen die niet waar zijn of niet kloppen

• Praten in wartaal of op een vreemde manier praten

• Vreemd, warrig gedrag of ineens niet meer bewegen

• Geen dingen meer willen doen die iemand daarvoor wel prettig vond of wilde doen.

• Iemand wordt niet meer blij en vrolijk, maar ook niet meer boos of verdrietig

• Iemand presteert niet meer goed op het werk of in hobby’s, kan niet goed meer met andere mensen omgaan en zorgt slecht voor zichzelf

Ook de jongeren zijn tegenwoordig steeds meer bezig met opzoeken van grenzen. Vaak heeft deze leeftijdscategorie nog geen besef van de gevolgen van middelengebruik. Er is dan ook een onderzoek gedaan naar hoe vaak jongeren die veel roken, drinken of drugs gebruiken daarbij ook psychische problemen hebben. Geconstateerd wordt dat de combinatie zwaar middelengebruik en psychische problemen bij 3,8% van de jongeren tussen 12 en 23 jaar voorkomt. Dat zijn bijna 85.000 jongeren. Onder zwaar middelengebruik wordt verstaan stevig roken, blowen, regelmatig harddrugs gebruiken of flink drinken.

Meisjes die middelen gebruiken hebben vaak negatieve seksuele ervaringen of zijn fysiek of geestelijk mishandeld door hun ouders. Jongens vertonen vaak gedragsproblemen. Tijdige signalering kan langdurige problemen voorkomen. Veel jongeren krijgen echter geen professionele zorg, omdat experimenteren met sigaretten, drank en drugs wordt gezien als iets wat erbij hoort tegenwoordig. De gevolgen worden hier vaak niet van overzien.

Een vaak voorkomend gevolg van overmatig drugsgebruik is een psychose zowel bij jongeheren als oudere. Mensen met een psychose denken op dat moment dat dingen die zij zien, horen of ruiken er daadwerkelijk zijn, dit is hun belevingswereld. Dit kan heel eng zijn, omdat ze bijvoorbeeld steeds denken dat iemand hen achtervolgt of complotgedachtes heeft. Het is dan ook ten zeerste afgeraden om iemand uit zijn psychose te halen. Iemand in een psychose kan raar gedrag vertonen en soms agressief.

Een psychose heeft de volgende kenmerken:

• Hallucinaties

• Wanen

• Praten in wartaal of op een vreemde manier praten

• Vreemd, warrig gedrag of ineens niet meer bewegen (iemand lijkt dan te ‘bevriezen)

De hierboven genoemde kenmerken zijn langer dan een dag, maar niet langer dan een

maand aanwezig. Na een psychose wordt iemand weer normaal. De psychose is dus

niet altijd aanwezig. Als deze kenmerken langer dan een maand aanwezig zijn, kan

iemand schizofrenie hebben.

Buiten het feit dat drugs en alcohol steeds normaler word voor zowel jong als oud, is er een wet en regelgeving die in relatie staat met het beleid over drugs binnen Nederland. De belangrijkste regels over drugs zijn vastgelegd in de Opiumwet. De Opiumwet maakt sinds 1976 onderscheid tussen harddrugs en drugs die een minder groot risico met zich meedragen (hasj en marihuana). Sinds 1 december 2008 vallen naast gedroogde paddo’s ook de verse paddo’s onder de Opiumwet, de verkoop van verse paddo’s is hierdoor verboden.

Bezit, handel, verkoop en productie van drugs zijn strafbaar, het gebruiken ervan valt er niet onder. Delicten worden zwaarder bestraft als harddrugs (middelen met onaanvaardbare risico’s). Ook wordt bezit van drugs voor de handel zwaarder veroordeeld dan bezit voor eigen gebruik. Politie en justitie geven prioriteit aan de aanpak van (grootschalige) handel en productie van drugs en kleine dealers. De verkoop van kleine hoeveelheden softdrugs in coffeeshops is strafbaar, maar wordt in de praktijk alleen vervolgd als bijvoorbeeld de coffeeshops zich niet houden aan de AHOJ-G.

Ten slotte nog een aanvullende documentaire over een man die verslaafd was aan alcohol. In deze documentaire wordt verteld wat voor invloed zijn verslaving op zijn privéleven had. Hierin is ook zichtbaar welke invloed de verslaving had op de persoonlijke relatie met zijn vrouw.

Vaak blijkt dat mensen uit de omgeving het meeste last hebben van de gehele situatie. Dit omdat hen het vaker bewust meemaken. Bij een verslaafde ligt de focus op het bevredigen van zijn/haar verlangens.

Review this essay:

Name
Rating
Your review: (optional)

Latest reviews:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.