“Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic anda thu, wat unbidan we nu?” is de oudste Nederlandse zin, maar letterlijk staat er: “Hebben alle vogels nesten begonnen behalve ik en jij, waar wachten we nog op?”. Mensen kunnen ook zeggen dat het is de oudste Nederlandse liefdeslied. Het zinnetje, in een voor kenners duidelijk West-Vlaams handschrift, moet begin elfde eeuw in het Engelse Rochester zijn neergeschreven door een kopiist, een monnik die boeken overschrijft, die even zijn pen uitprobeerde. De Britse taalkundige Kenneth Sisam ontdekte het op het achterste schutblad van een boek met preken, de Catholic homilies van Ælfric van Eynsham. Sisam vermoedde direct dat het Nederlands was, en zijn Groningse collega Moritz Schönfeld gaf hem gelijk — al zag die er toch ook wat Engelse trekjes in (Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde, Leiden: E. J. Brill, jg. 52 (1933), p. 1).
Kern Er is veel over de zin gepubliceerd en het is bijna een spandoektekst van het Nederlands taalonderzoek geworden. Dus, “in 1998 was “Hebban olla vogala” het motto voor een tentoonstelling over het alfabet in de Nieuwe Kerk in Amsterdam” (van Maanen, H., Encyclopedie van misvattingen, Amsterdam: Uitgeverij Boom, 2010). “ Hier zijn drie oudere Nederlandse zinnen: ‘An âuont in an morgan in an mitdon dage tellon sal ic in kundon, in he gehôron sal.’ ‘Visc flot aftar themo uuatare.’ ‘Gelobistu in got alamehtigan fadaer.’ Het is niet van deze tijd, maar er staat toch duidelijk: ”s Avonds en ‘s morgens en ‘s middags zal ik vertellen en verkondigen, en hij zal horen.’ ‘Een vis zwom in het water.’ ‘Geloof je in God de almachtige vader’ “ (van Maanen, H., Encyclopedie van misvattingen, Amsterdam: Uitgeverij Boom, 2010). Maar in welke taal staan de regels? In 2004 publiceerde de Belgische taalkundige Luc De Grauwe een artikel waarin hij aannemelijk maakt dat de taal van het zinnetje Laatoudengels was, en geen Oudnederlands met Engelse trekjes (Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde, Leiden: E. J. Brill, jg. 120, p. 44). Het was wel enigszins verhaspeld Oudengels, maar dat kwam doordat de naar Kent overgestoken West-Vlaamse scribent het Engels nog niet zo beheerste. De meeste taalkundigen lijken zijn argumenten als doorslaggevend te beschouwen. De tekst is geen Nederlands, maar middeleeuws steenkolenengels (van Oostrom, F., Stemmen op schrift, Amsterdam, 2006). Deze regels werden als pennenproef neergeschreven in 1100 door een Vlaamse monnik die in Engels klooster verbleef. Hij heeft in zijn dagelijks leven van Latijnse en Oudengelse teksten overgeschreven. Hij heeft zijn pen op de laatste pagina van zijn boek geprobeerd en hij heeft de eerste ding die in zijn binnen schiet, en dat was “Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic anda thu, wat unbidan we nu?”, een Vlaamse liefdesversje dat hij nog uit zijn jeugd kende. Dus, het was een incident dat begint een nieuw fenomeen met de wijsheid van eeuwen later: “het gebruik van het Nederlandse taal als medium voor literatuur-op-schrijft” (Hebban olla vogala: Het Nederlands op schrijft, entoen.nu. Geraadpleegd in 2006, van http://www.entoen.nu/hebbanollavogala). Dat die vroege Nederlandstalige pennenvrucht tot stand kwam in een kloosteromgeving en bewaard is gebleven in een gewijd kloosterboek is natuurlijk geen toeval. Lang was het schrijven een aangelegenheid van monniken en werd het schrift vooral gebruikt voor de sacrale, Latijnse teksten van de kerk (Hebban olla vogala: Het Nederlands op schrijft, entoen.nu. Geraadpleegd in 2006, van http://www.entoen.nu/hebbanollavogala). Deze zin is een zin dat over het liefde gaat. De vogels kunnen mensen zijn en de nesten kunnen het start van een gezin zijn. En een vrouw of een man vraagt zich af waarom een gezin nog niet heeft begonnen. De zin heeft ook een religieuze betekenis. De schrijver drukt zijn “verlangen uit om te horen bij de gemeenschap van God. . Deze interpretatie is samen met het idee dat de vers een liefdesgedicht is, het populairst en het meest logisch” (Thiessen V., spellingenzo.nl, Oud Nederlands: De oudste zin in poëzie, Geraadpleegd op 7 juli 2014, van http://www.spellingenzo.nl/oud-nederlands-de-oudste-zin). Conclusie “Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic anda thu, wat unbidan we nu?” zijn de eerste woorden van een Vlaams liefdeslied die is bijna 1000 jaar oud. Dit is een bijzonder liefdeslied omdat deze woorden ook de eerste woorden dat in het Nederlandse taal zijn opgeschreven. Deze zin is bijna duizend jaar geleden geschreven door een monnik, maar het mysterie is nog niet helemaal ontrafeld. Het is moeilijk om de zin te achterhalen want het is zo oud. Dus, mensen vragen zich af of het Oudnederlands is. Sommige zeggen dat deze zin is een combinatie van Oudnederlands en Oudengels. Er zijn ook sommige oudere zinnen van dialecten van Oudnederlands, maar deze zin is de oudste Nederlandse zin, en we kunnen zeggen dat het is de oudste en romantische Nederlandse zin.