De “redzame ouderen” in de participatiemaatschappij - Essay Marketplace

De “redzame ouderen” in de participatiemaatschappij

In de huidige samenleving wordt er steeds meer een beroep gedaan op de kracht en zelfredzaamheid van de burgers. Dit geldt ook voor een grote en kwetsbare groep binnen onze samenleving: de ouderen. Verzorgingshuizen verdwijnen, er wordt minder verpleging ingezet en mantelzorgers worden in toenemende mate belast. Burgers kunnen minder een beroep doen op gefinancierde voorzieningen en moeten meer putten uit eigen kracht en ondersteuning van informele sociale netwerken. Het beschikken over sociale contacten die ondersteuning bieden wint daardoor steeds meer aan belang (Jag & Dijkman, 2011). Als maatschappelijk werker is het mijn taak om het tot zijn recht komen van de cliënt in wisselwerking met zijn omgeving te bevorderen (Jag & Dijkman, 2011), maar op dit moment signaleer ik zowel probleem veroorzakende als probleemversterkende factoren binnen de regels en wetten die sinds de invoering van de Wmo van kracht zijn gegaan. Daarom vraag ik mij af of de participatiemaatschappij de kans op eenzaamheid bij ouderen vergroot, in plaats van tegengaat.
Ouderen worstelen met vraagverlegenheid
Met de komst van de Wmo in 2007 en de uitbreiding in 2015 zijn de taken van onder andere de huishoudelijke hulp verschoven naar de gemeenten (Rijksoverheid, z.d.). Door meer beroep te doen op informele hulpverlening wil de Wmo de kosten van formele hulpverlening terugdringen. Met de nieuwe weg die is ingeslagen wordt er meer participatie en zelfredzaamheid van de burgers verwacht. Een manier om de zelfredzaamheid te vergroten is het zo lang mogelijk thuis laten wonen van ouderen, hierdoor wordt er veel verwacht van de familie en sociale omgeving van deze mensen. Het idee is dat informele hulpverlening moet worden gegeven door de sociale kring van de cliënt, de totstandkoming van deze informele hulpverlening kan echter worden belemmerd door vraagverlegenheid. Vraagverlegenheid is het voelen van terughoudendheid bij het vragen om hulp, uit onderzoek Janlöv (Janssen, 2014) blijkt dat onder ouderen een zekere mate van vraagverlegenheid speelt. Voor het laten slagen van deze manier van hulpverlening is het van belang dat ouderen zich niet bezwaard voelen om hulp te vragen, maar dit is op dit moment wel het geval. Er is gebleken dat de zelfwaardering van ouderen daalt wanneer zij vragen om hulp. Het resultaat is dat ouderen zich dan nutteloos voelen.
De tijd waarin de ouderen in onze samenleving zijn opgegroeid was heel anders. In deze tijd werd men opgevoed met de norm dat ze zelf hun problemen kunnen oplossen. Ze willen niet afhankelijk zijn en de controle uit handen geven. Met dit in mijn achterhoofd, zet ik mijn vraagtekens bij de manier waarop de Wmo omgaan met de overgang van formele naar informele hulpverlening. Ik kan me voorstellen dat het voor veel mensen moeilijk en beangstigend is om aan je naasten hulp te vragen en toe te geven dat je het niet meer zelf kan. Daarom denk ik dat het verstandig zou zijn om hier meer begeleiding en controle in aan te bieden.

De sociale kring van ouderen is vaak niet groot genoeg
Gezinnen worden tegenwoordig steeds kleiner vergelijking met vroeger en staat in verband met het aantal beschikbare mantelzorgers binnen de sociale kring van de ouderen. De Wmo verlangt van de burgers dat zij zelf informele hulp zoeken, maar dit kan bemoeilijkt worden doordat er simpelweg weinig tot geen familieleden of kennissen de tijd en ruimte hebben om de zorg voor iemand op zich te nemen. Het feit dat kinderen minder tijd hebben om voor hun ouders te zorgen is met name te verklaren doordat gezinnen met tweeverdieners zijn toegenomen. (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2011). Doordat ouderen vaak geen uitgebreid sociaal netwerk hebben, en hun vaak al hardwerkende kinderen niet willen belasten met nog meer verantwoordelijkheden verzwijgen ze hun problemen en behoefte aan zorg. Hierdoor verdwijnen zij uit beeld bij hulpverleningsorganisaties en krijgen zij niet meer de hulp en ondersteuning die zij nodig hebben en verdienen.
Het zicht op zorgmijders verdwijnt
Zorgmijders zijn mensen die de noodzaak van het vragen om hulp niet inzien. Zij vermijden zorg of zijn niet in staat om naar hulp te vragen. Bij deze mensen is vaak sprake van een beperkt sociaal netwerk, zoals bij ouderen ook vaak het geval is. De band met familie en vrienden is vaak verstoord (GGZ Friesland, z.d.).
Zoals ik eerder aangegeven heb kampen veel ouderen met vraagverlegenheid waardoor zij niet de juiste hulp krijgen. Hierdoor verdwijnen zij uit beeld bij hulpverlening en instanties. Ik vind het een zorgwekkend gegeven dat deze mensen niet langer in beeld zijn en geen passende hulp krijgt. Ik ben van mening dat er weinig rekening is gehouden met deze kwetsbare doelgroep. De mate waarop deze mensen in staat zijn om te participeren wordt op deze manier alleen maar bemoeilijkt en teruggedrongen. Een maatschappelijk werker kan een grote rol spelen om deze doelgroep toch te bereiken door outreachend te gaan werken. Outreachend werken zorgt ervoor dat er een beweging plaatsvindt tussen de systeemwereld, bureau’s en de leefwereld van de kwetsbare ouderen. Op deze manier worden de ouderen bereikt en kunnen ze toch in beeld komen bij de instanties.
Er zit rek in de zorgvermogens van de samenleving
Er is natuurlijk goed nagedacht over het invoeren van de Wmo en de manier waarop er op kosten bespaard moet worden. Het kabinet wil op deze manier de kostenbesparing hand in hand laten gaan met het bevorderen en het herstel van de zelfredzaamheid van mensen. De overheid rekent er op dat en rek zit in de zorgvermogens van burgers (“Doet iedereen wel mee?”, 2011). En de overheid heeft natuurlijk het recht om hier van uit te gaan. We zijn een samenleving. We leven, wonen en werken samen. Waarom zouden we dan niet een stap verder kunnen gaan, en zorg voor elkaar op ons nemen? Het klinkt aannemelijk en bijna als iets vanzelfsprekends, iets wat mensen voor hun familie en naasten over hebben.
Ik vind het een mooi en goed idee om informele zorg te stimuleren, maar het is gebleken dat mensen niet zo in elkaar zitten. De moderne mens zou steeds meer rationeel en calculerend ingesteld zijn, handelen uit eigenbelang en niet meer belangeloos investeren in de ander. Dit beeld wordt bevestigd door onderzoeksresultaten van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI). Zij vroegen mensen naar hun mening over het verlenen van mantelzorg en hieruit werd de conclusie getrokken dat de meeste Nederlanders de verantwoordelijkheid voor mantelzorg bij de overheid en samenleving leggen (Linders, 2010). Het blijkt dat mensen een praatje op straat maken prima vinden, maar veel verder dan dat willen zij veelal niet gaan. Verschillende redenen hiervan heb ik al eerder beschreven. Uit het onderzoek van het NIDI blijkt dus dat mensen lang niet zo welwillend en sympathiek zijn als werd gedacht toen de Wmo ingevoerd werd.
Conclusie
Al met al ben ik van mening dat de participatiemaatschappij de eenzaamheid onder ouderen vergroot. Ik vind dat er niet voldoende is nagedacht over de mogelijk gevolgen die kunnen optreden bij kwetsbare burgers, zoals bij ouderen. Ik denk dat er beter moet worden nagedacht over wat de gevolgen kunnen zijn. Ik vind dat er meer onderzoek gedaan moet worden naar hoe veel zorgmijders er daadwerkelijk zijn, hier zijn nog geen concrete cijfers van bekend waardoor deze mensen totaal uit beeld blijven bij (informele) hulpverlening en instanties. De aantallen ouderen die aangeven dat zij zich structureel eenzaam voelen vind ik schrikbarend hoog en is voor mij een signaal dat hier vanuit de gemeenten en overheid niet goed genoeg mee omgegaan wordt, ondanks de nieuwe weg die er is ingeslagen met het invoeren van de Wmo. Er kan gezegd worden dat er nog onderzoek gedaan moet worden om een goed functionerend systeem te ontwikkelen, om zo problemen zoals eenzaamheid bij ouderen te voorkomen. Ik vind dat de methode outreachend werken hier een grote rol in kan spelen, want dit zijn maatschappelijk werkers die contact leggen met een doelgroep die moeilijk te bereiken is, ze onderzoeken de vragen, kunnen de ouderen motiveren en verwijzen naar andere vormen van hulpverlening en-of Maatschappelijke Opvang of anderszins.
Paste your essay in here…

Review this essay:

Name
Rating
Your review: (optional)

Latest reviews:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.