De Verzamelwet heeft sinds januari 2016 een aantal wetten gewijzigd op het terrein van het ministerie van Sociale Zaken en werkgelegenheid. De wijzigingen betroffen met name het gebied van de socialezekerheidswetgeving . Het ging hierbij om het verduidelijken van een aantal zaken, vereenvoudiging en het aanpassen van enkele onjuistheden. - Essay Marketplace

De Verzamelwet heeft sinds januari 2016 een aantal wetten gewijzigd op het terrein van het ministerie van Sociale Zaken en werkgelegenheid. De wijzigingen betroffen met name het gebied van de socialezekerheidswetgeving . Het ging hierbij om het verduidelijken van een aantal zaken, vereenvoudiging en het aanpassen van enkele onjuistheden.

De kostendelersnorm is op een aantal punten gewijzigd, niet alle punten hebben voor gemeenten even grote impact. In dit hoofdstuk wordt er kort ingegaan op de volgende wijzigingen:

• Het begrip kostendelende medebewoner

• Verduidelijking jongeren tot 21 jaar en studenten

• Technische aanpassingen niet-rechthebbende partner

• Het overgangsrecht

2.5.1. Het begrip kostendelende medebewoner

Het artikel van de kostendelersnorm wordt gesplitst in twee artikelen, artikel 19a PW en artikel 22a PW. Het nieuwe artikel 19a PW geeft een omschrijving van het begrip ‘kostendelende medebewoner’. De wijziging beoogd dat de kostendelersnorm niet langer van toepassing is op belanghebbenden die met medebewoners hoofdverblijf in dezelfde woning hebben, maar waarvan alle medebewoners zijn uitgezonderd van de kostendelersnorm. De formule hoeft in dit geval niet meer te worden ingevuld, maar mag gewoon de basisnorm ( artikel 20, 21, 22 of 24) van de Participatiewet worden toegepast. De uitkeringsgerechtigden merken hier niks van, de hoogte van de uitkering blijft namelijk gelijk maar de berekening wordt anders. Daarnaast heeft de splitsing in twee artikelen ook gevolgen voor de bewoording. In artikel 20 tot en met 22 PW vervalt “die niet met een of meer andere meerderjarige personen dan de echtgenoot in dezelfde woning hun hoofdverblijf hebben”. In plaats daarvan wordt er gesproken over “zonder kostendelende medebewoners” .

2.5.2. Jongeren tot 21 jaar

In het nieuwe artikel 22a PW is in het eerste lid bepaald dat de kostendelersnormsystematiek alleen van toepassing is op belanghebbenden van 21 jaar of ouder. Er is door deze aanpassing niks verandert met de huidige situatie, echter is het sneller te zien in het artikel. Voorheen was dit als uitzondering opgenomen in het derde lid.

2.5.3. Studenten en de kostendelersnorm

Studenten zijn uitgezonderd van de kostendelersnorm. De wet omtrent deze doelgroep bleek echter niet helemaal duidelijk te zijn, vandaar dat het artikel is aangepast. Er heeft dus geen beleidswijziging plaatsgevonden, maar wel een verduidelijking. De eerste wijziging betreft de leeftijd. Aan het subonderdeel waarin wordt verwezen naar de tegemoetkoming op grond van de WTOS is een leeftijdscriterium toegevoegd. De studerende moet bij aanvang van de opleiding aan de voorwaarde met betrekking tot de leeftijd (artikel 2.3. van de WTOS) voldoen.

De tweede wijziging betreft de nationaliteit; alle studenten worden uitgezonderd van de kostendelersnorm ongeacht hun nationaliteit .

2.5.4. Niet- rechthebbende partner

Artikel 24 PW ziet toe op de situatie dat er sprake is van een echtpaar waarvan één van beide partners geen recht op algemene bijstand heeft. Met het huidige artikel ontstond verwarring over wanneer de kostendelersnorm (22a PW) en wanneer art. 24 PW moest worden toegepast als er sprake was van een niet- rechthebbende partner. Daarom is het artikel per 1 januari 2016 gewijzigd.

Eerst moet er worden nagegaan of er sprake is van een kostendelende medebewoner:

• Er zijn geen kostendelende medebewoners. In dit geval is artikel 24 PW van toepassing;

• Er zijn wel kostendelende medebewoners. Dan moet er worden nagegaan of:

o De rechthebbende partner 21 jaar of ouder is? Zo ja, dan geldt de kostendelersnorm;

o Is de rechthebbende partner jonger dan 21 jaar, dan wordt artikel 24 PW toegepast. De persoon is in dat geval geen kostendelende medebewoner en valt op grond daarvan niet onder de kostendelersnorm .

2.5.5. Overgangsrecht

Door de invoering van de kostendelersnorm krijgen bepaalde groepen een lagere norm. Voor die groepen geldt het overgangsrecht van zes maanden. Op dit moment staat dit vermeld in artikel 78z PW . In onderstaande tabel wordt het overgangsrecht duidelijk geschetst.

Review this essay:

Name
Rating
Your review: (optional)

Latest reviews:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.