Essay on disruptive students - Essay Marketplace

Essay on disruptive students

 

2. PROBLEEMANALYSE

Iedere leerkracht heeft er wel eens mee te maken: leerlingen die alle aandacht opeisen. Dit wordt dikwijls door leerkrachten ervaren als storend gedrag. Dit kan zich op verschillende manieren manifesteren, hierbij denkend aan ‘het laatste woord hebben’, zeggen te stoppen maar toch doorgaan of door de leerkracht uit te dagen. Het consequent naleven van straffen bij ongewenst gedrag of het belonen van gewenst gedrag lijkt hierbij niet te helpen. Deze kinderen drukken een stempel op de klassensfeer. Ook de stemming van de leraar heeft hieronder te lijden. In het ergste geval werkt hun gedrag aanstekelijk op andere kinderen, waardoor de situatie in de groep uit de hand kan lopen. Deze leerlingen vragen zoveel energie van de leerkracht dat hij of zij aan het einde van de dag het gevoel heeft alleen met deze kinderen bezig te zijn geweest. Uit gesprekken met collega’s blijkt dat zij het gevoel delen dat ze daardoor de overige leerlingen te kort te doen.

Het gevolg van ordeproblemen kan zijn dat er veel effectieve lestijd verloren gaat. Niet alleen het welbevinden van de leerlingen maar ook dat van de leraar komt hierdoor regelmatig in het gedrang. In groep 7 van Basisschool X geeft de leerkracht aan dat ze het hanteren van orde in haar klas vaak lastig vindt. Wat ze ook doet, het vertonen van ongewenst gedrag wordt steeds erger. Leerlingen ondervinden hier ook last van. Het leef- en leerklimaat wordt negatief be??nvloed. Leerprestaties van andere leerlingen kunnen lijden onder het (ver)storende gedrag in de klas en docenten ondervinden stress (Onderwijsraad, 2010).

Basisschool X heeft ongeveer 195 leerlingen. Ze werken met acht groepen. Twee kleutergroepen, een groep 3, groep 4, groep 5, groep 6, groep 7, groep 8. De school staat in een gemiddelde wijk. Met gemiddelde wijk wordt bedoeld dat het merendeel van deze ouders een modaal inkomen en minimaal een middelbaar schooldiploma heeft. De leerkrachten van de Basisschool X zijn van mening dat het hun taak is om invloed uit te oefenen op de groep, zeker op het gebied van gedrag. Leerkrachtgedrag is voor een groot deel bepalend voor de resultaten van leerlingen. Zowel op sociaal-emotioneel als op cognitief gebied is de leerkracht verantwoordelijk. Alle leerkrachten van Basisschool X zijn bekwaam in hun vak en begaan met het welzijn van hun leerlingen. Het blijft moeilijk als leerkracht om te gaan met ongewenst gedrag. Het is nooit de gehele groep die negatief gedrag vertoont, dit is meestal terug te voeren op een klein groepje leerlingen.

Ook wanneer de klassenleerkracht uit de groep is en de stagiaire of vervanger lesgeeft, vertonen deze leerlingen sterk ongewenst en ordeverstorend gedrag. Nadat de situatie dusdanig ge??scaleerd was tijdens een vervanging in de groep heeft de groepsleerkracht de volgende dag een gesprek gehad met de kinderen waarin de situatie besproken was en nieuwe regels en afspraken gemaakt werden. Vervolgens gaat het een paar dagen goed maar vervallen de kinderen daarna weer in hetzelfde patroon.

Dit ongewenste gedrag van een aantal leerlingen zorgt voor ordeproblemen. Veel leerkrachten zitten met de handen in het haar. Wat kun je daaraan doen in de dagelijkse schoolpraktijk? Hoe krijg je als leerkracht grip op je groep? Vaak blijkt dat de leerkrachten veel invloed op het gedrag van de leerlingen hebben, zij kunnen het probleem gedrag verergeren of verminderen (BarGil & Schiff, 2004).

Gedragsmatig moeilijke leerlingen hebben hulp nodig van klasgenoten en leerkrachten om het negatieve gedrag achterwege te laten en gewenst gedrag te vertonen (Wolf & Beukering, 2011). Wat is hierin de rol van de leerkrachten? Probleemgedrag is niets nieuws, dat er lastige leerlingen zijn en dat leerkrachten tekort schieten is al jaren een veelgehoord probleem (Van der Hoeven, 2006, in Wolf &
Beukering, 2011).

Leerkrachten vragen zich regelmatig af hoe zij ervoor kunnen zorgen dat het gedrag van leerlingen verandert (Marzano & Pickering, 2011). Marzano (2007) stelt dat het invoeren van regels en routines probleemgedrag in de klas met 28% laat afnemen. Uit observaties blijkt dat effectieve leerkrachten maatregelen nemen die gericht zijn op het voork??men van probleemgedrag. Net als het onderwijzen van lezen, schrijven en rekenen, moet de leerlingen specifiek gewenst gedrag aangeleerd worden (Golly & Sprague, 2011) en het gewenste gedrag moet voortdurend herhaald worden.

Er zijn dus duidelijke signalen dat leraren van Basisschool X regelmatig handelingsverlegenheid ervaren in de omgang met leerlingen die ordeverstorend gedrag vertonen. Er zijn indicaties dat ‘?n op de vier leerlingen door leraren als ‘zorgleerling’ worden ervaren. De handelingsverlegenheid van de leerkrachten uit zich onder andere in gevoelens van incompetentie, stress en onmacht. De leerkracht heeft het gevoel verantwoordelijk te zijn maar geen passend antwoord te hebben op ordeverstorend gedrag. Iedereen die werkzaam is met kinderen zal hier in zijn loopbaan mee in aanraking komen. Dat maakt het niet alleen een herkenbaar, maar veelvoorkomend probleem.
2.2 Probleemstelling

Het probleem op Basisschool X is dat er in de groepen 6 tot en met 8 sprake is van dagelijks ordeverstorend gedrag van leerlingen. Dit gedrag verstoort het onderwijs- en leerproces. Leraren ervaren regelmatig handelingsverlegenheid in de omgang met leerlingen die ordeverstorend gedrag vertonen. Deze leerlingen houden zich niet aan de ingestelde regels en routines (Marzano, 2010). De leerkrachten ervaren onder andere problemen in het stellen van duidelijke grenzen, het consequent navolgen van de gestelde regels en het onder controle hebben van de klas.

De focus van dit onderzoek is omgaan met dagelijks ordeverstorend gedrag. Het doel van dit onderzoek is zicht krijgen op welke leerkrachtvaardigheden de leerkrachten van de groepen 6 tot en met 8 inzetten om effectief leiding te kunnen geven aan de groep en hoe ze daarin omgaan met ordeverstorend gedrag. Om dat te weten te komen, wordt het pedagogisch handelen van deze leerkrachten in kaart gebracht. De professionaliteit van de leerkrachten staat hierbij centraal.
3. THEORETISCH KADER

In dit hoofdstuk wordt er een actuele beschouwing van bestudeerde literatuur gegeven en zal het begrippenkader van de probleemanalyse worden verhelderd.

‘Het pedagogisch handelen van de leerkracht richt zich op het opstellen en toezien op de naleving van regels en procedures, het uitvoeren van maatregelen bij ordeverstorend gedrag en de optimale relatie tussen de leraar en de leerlingen’ (Marzano, 2009).

3.1. Pedagogisch handelen

Het beroep leerkracht is niet zomaar een baan. Een leerkracht werkt met mensen, en dat geeft verantwoordelijkheid. Voor de leerlingen is hij of zij een belangrijk voorbeeldfiguur. Samen met de ouders worden kinderen stap voor stap naar de grote wereld geleid. Ze leren lezen, rekenen en schrijven. Dit zijn enkele functionele vaardigheden. Maar in het onderwijs komt er meer bij kijken dan dat alleen. De ideale leraar is ook een pedagoog (Sipman, 2013). Of een leerkracht bekwaam is, zie je aan zijn handelen en aan zijn houding, stelt van Eijkeren (2005). Om goed pedagogisch te kunnen handelen heb je niet alleen kennis en vaardigheden nodig. Je moet ook de juiste beroepshouding ontwikkelen. Je ontwikkelt een professionele beroepshouding waarin je rekening houdt met de kinderen, de ouders, de collega’s en de normen en waarden van de school. Daarbij moet je wel jezelf kunnen blijven. Leerkrachten verschillen in hoe zij omgaan met kinderen en hoe ze lesgeven. Ze verschillen in houding. De houding van de leraren heeft grote invloed op het plezier waarmee de kinderen naar school gaan en hoe zij zich ontwikkelen.

Volgens Biesta en anderen (2002) hebben leerkrachten pedagogische idealen: de idee??n over goed onderwijs en goede opvoeding. Deze idealen spelen een relevante rol binnen het onderwijs, vooral in het alledaagse doen en denken van leerkrachten. Verschillende onderwijskundigen benadrukken dat effectief en goed opgezet pedagogisch en didactisch onderwijs de meest effectieve stimulans is voor positief gedrag van kinderen (Onderwijsraad, 2010; Goei & Kleijnen, 2009). De Onderwijsraad (2010) benadrukt dat zowel een boeiende en goed aangeboden onderwijsinhoud van belang is, alsook het cre??ren en in stand houden van een goede leeromgeving in een veilig en prettig pedagogisch-didactisch klimaat.

3.2. Positief pedagogisch klimaat
Onder pedagogisch klimaat wordt het totaal aan bewust gecre??erde en aanwezige omgevingsfactoren die inspelen op het welbevinden van het kind verstaan waardoor het zich in meer of mindere mate kan ontwikkelen (Alkema et al. 2006). Een stimulerend pedagogisch klimaat waarin kinderen zich vrij kunnen ontwikkelen, houdt rekening met de behoeften van kinderen (Van Eijkeren, 2007).
Het pedagogische klimaat is bepalend voor schooleffectiviteit (Marzano, 2007). Zonder veiligheid en duidelijke regels kunnen kinderen niet optimaal leren. Leerkrachten moeten zorg dragen voor een goede interactie met de kinderen en toezien op een positieve omgang tussen de kinderen onderling.
De school moet een veilige plek zijn waar kinderen zich fijn en geaccepteerd voelen. Op die manier leren kinderen vertrouwen in zichzelf en in anderen hebben. Wanneer dit ontbreekt, ontwikkelen ze zich niet optimaal (Looy en Houterman, 2004). Er zijn een aantal zaken belangrijk voor het scheppen van een positief pedagogisch klimaat. Het hanteren van duidelijke gedragsregels en grenzen is hier een van. Andere maatregelen zijn het aanleren van vaardigheden voor gewenst gedrag en het belonen van positief gedrag van individuele kinderen en de hele groep (Goei & Kleijnen, 2009). Ook moet er aandacht zijn voor de eigen verantwoordelijkheid en betrokkenheid van leerlingen.

 

Review this essay:

Name
Rating
Your review: (optional)

Latest reviews:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.