Essay: Hoe worden stress, prestatiedruk en faalangst gedefinieerd? - Essay Marketplace

Essay: Hoe worden stress, prestatiedruk en faalangst gedefinieerd?

1.1 Stress

Er zijn meerdere definities van stress. De definitie die ik gebruik is als volgt: Stress is een vorm van spanning die in het lichaam van mensen, dieren of planten optreedt als reactie op externe prikkels en die gevolgd wordt door een bepaald patroon van fysiologische reacties.

Van oorsprong is stress een term uit de bouw: stress is de kracht die uitgeoefend wordt op een voorwerp. Of stress schadelijk is, hangt af van de draagkracht. Een sterke metaalsoort krijgt bijvoorbeeld ook scheurtjes als het te veel belast wordt. Stress betekent dat er geen goede balans is tussen je draagkracht en draaglast. Soms is spanning positief, dan maakt het je alert, geconcentreerd en effici??nt. Maar als we over stress spreken gaat het meestal over negatieve gevoelens zoals angst, onzekerheid en druk.

Niet iedereen bedoelt het zelfde met stress, het woord ‘stress’ valt tegenwoordig snel en roept vaak iets negatiefs op. In het boek ‘Hoe je kind helpen bij stress’? worden definities van stress door kinderen genoemd. Zo zegt een 10-jarig meisje: ”Stress is helemaal in de war zijn door een misverstand.”. Een 20-jarig meisje definieert stress als volgt: ”Stress is een vervelend gevoel in mijn buik, zenuwen. En ook pijn: hoofdpijn en buikpijn.”. Een 13-jarige jongen omschrijft het weer als: ”Stress is veel te veel aan een onderwerp denken.”(Swinnen, 2011, p. 154). Het woord stress betekent dus voor veel mensen iets anders. Maar over het algemeen is iedereen het er over eens dat bij stress de draagkracht en draaglast niet in evenwicht zijn, wat gevolgd wordt door fysiologische reacties.

Stress zorgt ervoor dat het lichaam klaar is om in actie te komen. Een stressreactie is bedoeld om maar kort aanwezig te zijn, daarna heeft je lichaam de tijd nodig om te herstellen. Als de stress aanhoudt, kan je lichaam niet herstellen en kan je last krijgen van verschillende symptomen.

Er zijn zeven soorten stress:
‘ Werkstress: Dit spreekt eigenlijk voor zich, dit is stress op het werk. Meestal veroorzaakt door een lastige situatie in de werkomgeving.
‘ Posttraumatische stress: Dit is een spanningsreactie na een ingrijpende gebeurtenis. De persoon voelt zich hierdoor niet veilig meer.
‘ Relatiestress: Spanning binnen een relatie kan voor stress zorgen.
‘ Informatiestress: Het verzamelen van zoveel informatie dat het niet meer te verwerken valt. Er is een angst om achter te lopen en zo geen controle meer te hebben.
‘ Vakantiestress: Stress die vaak veroorzaakt wordt door oververmoeidheid en het onvermogen zich vast te kunnen houden aan gewoontes. Tijdens een vakantie in een vreemde omgeving kan er vaak minder invloed uitgeoefend worden op de eigen situatie.
‘ Sportstress: Bij sportstress wordt vaak de stress zelf opgezocht, dit is positieve stress. Er is dan behoefte aan een kick. Er bestaat ook negatieve sportstress, vaak als gevolg van een ongeluk of mislukking. Hierdoor wordt er minder gepresteerd en ontstaat er angstgedrag.
‘ Burn-out: Dit is een verzamelnaam voor verschillende symptomen die het gevolg zijn van chronische stress(wanneer je te veel en te lang bent blootgesteld aan stress, zonder er iets aan te doen). Dit kent drie dimensies: emotionele uitputting, onverschilligheid en twijfel. Een burn-out is een staat van lichamelijke en geestelijke uitputting.

Er is eustress en distress. Bij eustress wordt het mechanisme als positief ervaren, en bij distress wordt stress ervaren als vervelend en ongezond. In het wetenschappelijk onderzoek en in het dagelijks leven wordt er hoofdzakelijk gefocust op de negatieve betekenis van stress.

1.2 Prestatiedruk

De definitie van prestatiedruk is: De druk om zo goed mogelijk te presteren.

Bart Cosijn(opinieschrijver in NRC) beschrijft prestatiedruk als volgt: ”Om op te vallen moeten mensen een soort merk worden, anders en bijzonderder zijn dan anderen. En als dat niet lukt, is het je eigen schuld en moet je door. De meeste mensen willen niet per se anders zijn, maar hebben wel het gevoel dat dit zo moet zijn door de omgeving. Het lijkt of we unieker moeten zijn dan anderen en dat iedereen dat ook moet vinden.”
Het gevoel dat je unieker en beter moet zijn dan anderen zorgt ervoor dat de druk om te presteren toeneemt.

Bij prestatiedruk is er een gevoel dat alleen de prestatie telt, en niet de weg daarnaar toe. Er worden hoge eisen gesteld en men krijgt het idee daar aan te moeten voldoen.

1.3 Faalangst

De definitie van faalangst is als volgt: Faalangst is de angst om te falen, tekort te schieten of om aan bepaalde verwachtingen van jezelf of anderen niet te kunnen voldoen.

Er zijn verschillende soorten faalangst. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen positieve en negatieve faalangst:
‘ Bij positieve faalangst helpt de angst om beter te functioneren, of om je beter te concentreren. De stress vormt hier een extra prikkel, en werkt dus positief. Ook kan positieve faalangst leiden tot het extra goed voorbereiden op een moeilijke taak of situatie waar men tegenop ziet. Dit wordt ook wel actieve faalangst genoemd.
‘ Negatieve faalangst houdt in dat een persoon een moeilijke situatie ziet als iets wat je moet vermijden of als het begin van een mislukking. Dit zorgt ervoor dat de persoon tijdens een prestatie meer bezig is met zijn eigen angst dan met zijn opdracht. Er is vaak geen re??el beeld van eigen kunnen en zo presteert diegene onder zijn/haar eigen niveau. Hierdoor komt de persoon vaak in een negatieve spiraal. Dit kan er voor zorgen dat er wordt opgegeven omdat ‘het toch hopeloos is’. Dit wordt ook wel passieve faalangst genoemd.

Ook wordt er onderscheid gemaakt op 3 verschillende gebieden, namelijk: cognitief, sociaal en motorisch.
‘ Cognitieve faalangst heeft te maken met leren. Dit is de meest bekende vorm van faalangst. Leerlingen zijn bang dat het toch niet gaat lukken om een voldoende te halen voor een proefwerk, hebben veel angst voor een spreekbeurt of durven geen antwoord in de klas te geven. Het leren van te voren gaat vaak prima, maar als het moment van presteren op school is aangebroken faalt de leerling, door de angst ontstaat er een blokkade en de leerlingen krijgen een black-out.
‘ Sociale faalangst is de angst voor andere mensen of de angst om contact te maken. Deze mensen kampen vaak met een minderwaardigheidscomplex en durven geen nee te zeggen in de angst dat de ander hem/haar niet meer aardig vindt. Ook hebben ze vaak moeite met het aannemen van complimenten. Bij het toespreken van mensen kan er een blokkade ontstaan uit angst iets verkeerds te zeggen en daardoor trekken ze zich vaak terug. Er kan ook sprake zijn van emotionele faalangst, het tonen van emoties wordt dan gezien als zwakte.
‘ Motorische faalangst is de angst voor het mislukken van het gebruik van het lichaam en daardoor het negatief beoordeeld worden door andere mensen. Het kan voorkomen dat men lichamelijk prima prestaties kan leveren, maar de angst laat overheersen waardoor het toch mislukt. Men trekt zich terug en doet zo min mogelijk aan bepaalde oefeningen mee. Vaak wordt er veel vergeleken met anderen waardoor het zelfvertrouwen afneemt. ‘
Wat zijn de oorzaken van stress, prestatiedruk en faalangst?

2.1 Stressoren

De veroorzakers van stress worden stressoren genoemd. Er zijn ontzettend veel stressoren. Je hebt kortdurende stressoren, maar ook langdurige of chronische stressoren en zich herhalende kortdurende stressoren. Vaak speelt de omgeving een rol in stress. Maar ook persoonlijke eigenschappen kunnen het veroorzaken van stress be??nvloeden.
Hier enkele eigenschappen die invloed hebben op stress:
‘ Perfectionisme
‘ Prestatiegerichtheid
‘ Veeleisendheid
‘ Groot verantwoordelijkheidsgevoel
‘ Grote betrokkenheid bij gezin of werk
‘ Streven naar waardering van anderen
‘ Moeilijk ‘nee’ kunnen zeggen, grenzen kunnen aangeven of voor zichzelf opkomen
‘ Moeilijk steun kunnen vragen
‘ Gevoelens slecht kunnen uiten
‘ Pessimisme

Er bestaan verschillende wetenschappelijke onderzoeken waarbij de link tussen lichaam en geest steeds duidelijker wordt. Er zijn bijvoorbeeld metingen gedaan naar de hoeveelheid cortisol bij kleuters van wie de moeder onder stress staat. Over deze biologische en omgevingsfactoren zijn verschillende boeken geschreven. Professor Boudewijn van Houdenhove is van mening dat stress aangeboren kan zijn, hier heeft hij een boek over geschreven: In wankel evenwicht. Dit boek gaat over baby-, peuter- en kleuterstress. Hij denkt daarbij aan problemen tijdens de geboorte, een postnatale depressie of andere psychische problemen bij de moeder, maar ook fysieke ongemakken zoals pijn spelen een rol.

Maar ook mensen zonder deze eigenschappen kunnen last van stress hebben. De meest voorkomende oorzaken zijn dan:
‘ Gebeurtenissen met hoge eisen aan aanpassingsvermogen: Hierbij moet je denken aan de dreiging van geweld, een ernstige ziekte en/of operatie of een openbaar optreden.
‘ Verlies- en rouwervaringen: Dit gaat vooral om het overlijden van een partner of vrienden/verwanten, werkeloosheid of een scheiding.
‘ Overbelasting: Bij overbelasting is er sprake van te veel werk en te weinig rust. De taken of werkzaamheden zijn dan te zwaar. Er is dan geen evenwicht tussen draagkracht en draaglast.
‘ Onderbelasting: Bij onderbelasting zijn de taken of werkzaamheden juist te eenvoudig of zinloos. Hierbij is er een verlies van verantwoordelijkheid. Ook hier is er geen evenwicht tussen draagkracht en draaglast.
‘ Controleverlies: Als men een situatie niet meer in de hand heeft en zich machteloos voelt.

De omgeving speelt dus een belangrijke rol bij stress. Zo kan bijvoorbeeld het gezin zorgen voor stress, maar ook zorgen voor het verminderen van stress. Slechte sociale relaties, slechte woonomstandigheden, geldzorgen, een nare werksituatie en te veel betrokkenheid bij het nieuws kunnen ook stressoren zijn. Tegenwoordig klagen vooral werkende ouders over stress, veroorzaakt door overbelasting(voor het huishouden zorgen en werken). Stress is geen objectief fenomeen meer, het heeft te maken met keuzes maken, abstract denken en onzekerheid. Een situatie kan door ieder persoon anders bekeken worden.

Het werk is dus ook een belangrijke factor. Als de arbeidsomstandigheden niet gunstig zijn, neemt stress al gauw toe. Hierbij moet je denken aan: temperatuurwisselingen, te weinig frisse lucht en lawaai. De organisatie is ook erg belangrijk, een goede verstandhouding is daarbij een goede balans. Dit geldt natuurlijk ook voor de school. De jongeren moeten een juiste basis hebben, ze moeten vertrouwen hebben in de organisatie en voldoende gesteund worden.

Jongeren hebben soms te maken met andere oorzaken. Zo kan de overgang van puberteit naar volwassenheid zwaar en stressvol zijn. Ook de overvloed aan informatie speelt een belangrijke rol, social media is daar een onderdeel van. Over de invloed van social media ga ik het later nog hebben, maar het is zeker een belangrijke oorzaak.
Ook komt keuzestress de laatste tijd veel voor. Hierbij moet je denken aan het kiezen van een profiel op school, het kiezen van een studie, het kiezen van een baan en het op kamers gaan. Maar ook de liefde kan een rol spelen. Een beginnende relatie kan stress opleveren, met vaak de vraag of het serieus is of niet. Maar ook het hebben van geen relatie kan stress opleveren, vooral als er veel mensen in de vriendenkring een relatie hebben. Als er veel ruzie is thuis, is dit ook niet erg bevorderlijk. Vooral in het examenjaar hebben jongeren veel last van stress, ze hebben dan een drukke agenda en de onzekerheid neemt vaak toe. Onzekerheid is iets wat vaak voorkomt bij jongeren, de vraag speelt vaak of ze wel knap en leuk genoeg zijn voor anderen. Hoog sensitieve jongeren hebben vaak ook veel last van stress.

Volgens de Amerikaanse Consumentenbond is het werk de belangrijkste oorzaak van stress en problemen bij volwassenen, ongeveer 39%. Op de tweede plaats staat het gezin met 30%. Dan zijn er nog oorzaken als gezondheid (10%), bezorgdheid om de economie (9%) en bezorgdheid om internationale conflicten en terrorisme (4%).

In Europa wordt het werk ook als belangrijkste oorzaak aangegeven. Het aantal werknemers in Europa dat ziek wordt door werkstress, is zo’n 10 miljoen per jaar. Uit de vierde European Working Conditions Survey is gebleken dat 22% van de werknemers in de EU werk gerelateerde stress ondervond. De landen met de minste werkstress volgens dit onderzoek zijn: Verenigd Koninkrijk(12%), Duitsland(16%), Ierland(16%), Nederland(16%), Tsjechi??(17%), Frankrijk en Bulgarije(beide 18%). De landen met de meeste werkstress zijn: Sloveni??(38%), Zweden(38%) en Griekenland(55%).

Volgens onderzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt in
Nederland 1/3 van het ziekteverzuim veroorzaakt door stress. Uit dit onderzoek blijkt ook dat 12% van de werknemers burn-out klachten heeft, 40% zijn/haar werk mentaal belastend vindt en 25% vindt dat zij onder hoge tijdsdruk moet werken. Daarbij geeft 40% van de werknemers aan extra maatregelen te willen om werkstress te voorkomen.

Hetzelfde geldt voor Azi??, ook hier hebben ze veel last van werkstress. Dit komt vooral door de snelle industrialisatie en de economische groei, er moet hard gewerkt worden om voldoende producten te produceren.
In Azi?? is vooral de prestatiedruk erg hoog, hier kom ik later op terug.

Stress is niet iets van de laatste tijd, maar stress is in onze moderne wereld van een heel andere orde. De oorzaken van stress zijn tegenwoordig veel subtieler dan in de prehistorie. Het duurt veel langer voor men weet of men goed gereageerd heeft. In de prehistorie kon elke vergissing fataal zijn, nu moet men leren van vergissingen. Er is een snelle evolutie geweest die zwaar is voor onze hersenen. De technische evolutie heeft voor andere waarden gezorgd. Individuele waarden zoals carri??re en kennis en collectieve waarden zoals uitwisseling van die kennis zijn nu erg belangrijk. Die systemen kunnen botsen, mensen raken in verwarring en hebben geen idee meer waar ze thuishoren.
Volgens de Amerikaanse onderzoeker Robert Sapolsky hebben we tegenwoordig helemaal niet meer stress dan voorheen. Er overlijden alleen meer mensen aan stress gerelateerde ziektes. Dit komt omdat we langer leven en minder risico lopen op andere ziektes.

2.2 Oorzaken van prestatiedruk

Prestatiedruk kan een soort overlevingsmechanisme zijn. Omdat er ooit iets vervelend is gebeurd, wil men zich gaan bewijzen. De druk wordt zo hoog mogelijk om maar zo goed mogelijk te presteren, zo kan men zichzelf bewijzen aan de wereld.

Nieuwsprogramma EenVandaag (1V) heeft onderzoek gedaan naar stress bij jongeren, hier kwam ook naar voren dat de prestatiedruk erg groot is. Zo zegt een deelnemer: ‘Doordat je in deze maatschappij hoger op moet komen moet je blijven presteren. Succesvol zijn, een hoge opleiding, een goed sociaal leven, weten wat je wilt etc. Tevens mag je nooit falen. Hierdoor is de prestatiedruk erg hoog,’ Dit laat duidelijk zien dat de maatschappij een grote rol speelt in het ontstaan van prestatiedruk. De lat wordt tegenwoordig vaak hoog gelegd.

Ouders kunnen ook voor prestatiedruk zorgen. Ouders proberen vaak hun kind te laten goedmaken wat hun zelf niet gelukt is. Ouders leiden hun zelfbeeld af van hun kind. Presteert het kind goed; dan zijn zij ook succesvol. Op die manier willen zij zich bewijzen aan de buitenwereld. Wat dan vaak gebeurt, is dat ouders gaan opscheppen over hun kind. Omdat ouders zo graag willen dat hun kind goed presteert, verhoogt dit de druk op de kinderen. Kinderen willen hun ouders niet graag teleurstellen en zullen hier ook alles aan doen om dit te voorkomen.

De meeste jongeren koppelen prestatiedruk aan school. Voor school moet je veel doen, en er wordt ook sterk benadrukt dat dit allemaal erg belangrijk is. Alles telt mee. Huiswerk, proefwerken, examens; alles moet goed gedaan worden. De cijfers worden vaak als erg belangrijk geacht.

In Aziatische landen, in het bijzonder China, is presteren erg belangrijk. De prestatiedruk is erg sterk. Aangezien kinderen vaak enig kind zijn, wordt er meer van hen verwacht. Een goede studie is erg belangrijk, zo heb je een grotere kans op een goede baan. Met een matige studie, wordt je vaak niet aangenomen. De Chinese cultuur is een schaamtecultuur, het tonen van emoties wordt als een zwakte gezien. De Chinese cultuur is ook erg collectivistisch, kinders en ouders delen dezelfde trots en schaamte. Als een kind slecht presteert, is dit een schande voor het hele gezin. Daarom pushen de ouders de kinderen vaak heel erg.

De prestatiedruk is niet alleen groot op school, ook in de vrije tijd moeten jongeren steeds meer en vaker presteren. Het begint al met zwemdiploma’s, dan een muziekdiploma, sportwedstrijden en ga zo maar door. Jongeren willen ook graag een sociaal leven met zo veel mogelijk vrienden. Niemand wil buitengesloten worden, dus jongeren doen er graag alles aan om leuk gevonden te worden. Social media speelt hier ook weer een belangrijke rol bij, zoals eerder gezegd kom ik hier later op terug.

2.3 Oorzaken van faalangst

Er zijn verschillende factoren die bijdragen aan faalangst. Ten eerste de druk om te presteren. Een actie die gefaald heeft hoeft in principe geen reden voor het ontstaan van faalangst te zijn. Het gaat vaak meer om de reactie van anderen. Het lachen om een fout en er grapjes over blijven maken kan genoeg zijn om iemand uit evenwicht te brengen.
Opmerkingen met een negatieve lading werken natuurlijk ook niet mee.
Ook kunnen goedbedoelde reacties een negatief effect hebben. Opmerkingen zoals ‘Jammer hoor, maar de volgende keer gaat het vast beter.’ leggen een hoge verwachting en druk op de persoon, dus is de angst om nog een keer te falen nog groter.

Ten tweede is een gebrek aan zelfvertrouwen een belangrijke oorzaak. Als je zelfvertrouwen laag is, denk je sneller dat je gaat falen. Iemand die blaakt van zelfvertrouwen zal niet snel bang worden van een fout en zal dit afdoen als een incidentje. Hij/zij zal zich dan ook niks aantrekken van opmerkingen van de omgeving. Maar wanneer het falen vaker gebeurt en er ook steeds opmerkingen gemaakt worden kan het zelfvertrouwen afnemen. De persoon belandt dan in een vicieuze cirkel. Doordat de angst groot is, wordt er meer gefaald, daardoor komen er nog meer opmerkingen, waardoor het zelfvertrouwen nog meer afneemt, en dan wordt er weer meer gefaald. Faalangst gaat vaak maar over een onderdeel van het leven, maar als het echt ernstig wordt kan het een heel leven gaan beheersen.

De cultuur speelt ook een rol in faalangst. In iedere cultuur zijn er waarden en normen waarvan verwacht wordt dat je je daar aan houdt. Als je je daar niet aan houdt, ben je een mislukkeling. Maar er zijn zoveel waarden en normen dat er onmogelijk aan alles voldaan kan worden. Falen is dus niet te voorkomen, en dit bezorgt angst.
In sommige culturen is presteren heel belangrijk, in die culturen zal faalangst dus ook vaker voorkomen. Zoals eerder genoemd is dit vooral zo in de Aziatische landen. In collectivistische culturen betekent een slechte prestatie van een individu, een ondergang voor de hele familie.

Faalangst kan je ook van huis uit meekrijgen. Kinderen kopi??ren vaak het gedrag van hun ouders. Als een van de ouders of beide ouders niet om kunnen gaan met tegenslagen en verlies en dan paniekerig of gestrest reageren, kan een kind dit overnemen. Maar ook als de druk in een gezin heel hoog ligt, kan dit invloed hebben op een kind. Bijvoorbeeld als een kind goed MOET presteren op school, en absoluut geen lage cijfers mag halen. Het kind moet dan alles op alles zetten om zo goed mogelijk te presteren. De enorme inzet is dan vaak belangrijker dan het resultaat, daardoor is het moeilijk na te gaan of het uiteindelijk wel met succes is uitgevoerd. Hierdoor komt vaak de gedachte op dat er is gefaald. Ook het altijd flink en sterk moeten zijn zorgt voor faalangst. Er wordt wanhopig geprobeerd om de emoties onder controle te houden en te verbergen, maar omdat het zich allemaal ophoopt zal er een uitbarsting komen. Dit wordt dan weer gezien als falen.

Ook kan het gevoel er zijn dat de ouders meer houden van het andere broertje/zusje, dit kan zorgen voor angst om verstoten te worden/minder leuk gevonden te worden. Het is onmogelijk om iedereen tevreden te stellen, dus ook hier ontstaat een gevoel van falen.

School speelt ook een belangrijke rol in faalangst. Als de nadruk te veel ligt op de fouten en er weinig wordt gekeken naar wat het kind wel kan, kan faalangst ontstaan. Negatieve reacties van leerkrachten, klasgenoten en ouders kunnen dit verergeren. Het kind gaat dan twijfelen aan zijn capaciteiten en gaat zich daar ook naar gedragen. Opdrachten worden bijvoorbeeld niet serieus gemaakt, omdat ze denken dat ze toch wel gaan falen. En aan de andere kant, als een opdracht dan wel lukt, denken ze dat dit komt door andere omstandigheden, en rekenen ze dit niet toe tot hun eigen kunnen.

Faalangst zelf is niet aangeboren. Er zijn wel eigenschappen die faalangst ‘stimuleren’. De ene persoon is van nature angstiger dan de ander. Of faalangst ook echt tot ontwikkeling komt, hangt af van de omgeving.

2.4 Eigen ervaringen met oorzaken van stress, prestatiedruk en faalangst

Tijdens gesprekken met mijn vriendinnen, klasgenoten en teamgenoten komt het onderwerp stress regelmatig naar voren. Vaak gaat het dan over school; stress voor toetsen, stress door huiswerk en stress door studiekeuze. Er worden ook vaak grappen over gemaakt, zoals uitspraken als: ‘Ik raak nog depressief door school.’. Maar meestal zit er wel een serieuze gedachte achter, ik merk dat veel van mijn vriendinnen stress ervaren. Ze willen, net als ik, graag goed presteren op school. Ik merk zelf wel dat karakter zeker een invloed heeft op de mate van stress, perfectionistische mensen ervaren meer stress. Een paar klasgenoten zijn tevreden met een 6 en voor hen is alles prima, zolang ze het jaar maar halen. Deze mensen ervaren vaak ook minder stress. Andere klasgenoten(en ik zelf ook) willen graag hoge cijfers halen en proberen het maximale uit zichzelf te halen. Stress speelt dan een grotere rol in hun leven. Ik denk dat niet alleen het karakter, maar ook het geslacht een rol speelt. Ik merk dat meisjes sneller gestresst zijn, jongens laten eerder iets gewoon zijn gangetje gaan. Een onvoldoende halen ze later wel weer op, terwijl meisjes vaak in paniek raken. Maar er zijn natuurlijk ook uitzonderingen. Ook denk ik dat meisjes meer praten over hun stress, jongens houden het voor zich. Ik denk ook zeker dat de omgeving van invloed kan zijn. Klasgenoten met een goede thuissituatie praten minder vaak over stress, klasgenoten van wie ik weet dat er thuis moeilijkheden zijn hebben het vaker over stress.
Er wordt soms ook behoorlijk over ouders geklaagd, ze zouden niet begrijpend zijn en stress opleveren. Ik hoor echter niet vaak over ouders die te veel pushen en geen slechte cijfers dulden.
De rol van social media wordt denk ik onderschat. Veel mensen hebben niet door dat zij hier veel mee bezig zijn, en dat het eigenlijk een deel van hun leven beheerst. Het is heel normaal geworden om constant bereikbaar te zijn en je telefoon altijd in de buurt te houden. Als je geen smartphone hebt, hoor je er eigenlijk niet meer bij. Ik denk dat het daarom voor veel afleiding zorgt, maar ook voor onzekerheid. Iedereen wil ergens bij horen. Als je op school om je heen kijkt, zie je ontzettend veel mensen met hun telefoon lopen. Veel klasgenoten zijn ook tot laat in de avond/nacht nog bezig met hun telefoon.
Ik denk alleen dat social media in mijn geval niet de oorzaak is van mijn stress. Ik kan de overpositieve berichten makkelijk relativeren en voel zelf geen druk om een zo druk mogelijk leven te leiden om zo leuke berichten op Facebook/Instagram/Twitter etc. te kunnen plaatsen. Als ik ga leren, kan ik mijn telefoon gewoon even aan de kant leggen.

Ik vind niet dat school de enige schuldige is, maar voor mij speelt school wel een belangrijke rol. De stress die ik ervaar heeft grotendeels met school te maken, maar dat komt ook door mezelf. Ik wil het zelf goed doen, en het maximale uit mezelf halen. Dat is niet iets wat de school van mij eist, de school wil alleen graag dat iedereen slaagt. Ik leg zelf de lat erg hoog, dit komt vooral omdat ik erg perfectionistisch ben. Ik wil ook graag dat iedereen tevreden met me is en ik wil niemand teleurstellen. Ik wil graag hoge cijfers dus ik moet erg hard voor school werken, het gaat niet vanzelf. Ik zit vaak tot laat te leren en heb moeite om dingen los te laten, iets afronden kost soms veel moeite, het is voor mijn gevoel nooit helemaal goed. Dit zorgt ook voor onzekerheid en de angst om iets niet goed te doen. Soms maken docenten echter wel opmerkingen die dit versterken, opmerking zoals: ‘Als jullie zo doorgaan, zakken jullie voor het examen.’ ‘Jullie zijn zo passief, vind je het gek dat er onvoldoendes gaan rollen’?. Ik vind dit soms ook frustrerend, omdat ik weet dat ik stil ben in de klas, maar dit betekent niet dat ik niks doe en dat het me niet interesseert.
Er is nooit officieel vastgesteld dat ik faalangst heb, maar ik herken mezelf er wel in. Door de informatie die ik verzameld heb, ben ik dit meer gaan beseffen. Ik heb niet heel veel zelfvertrouwen en trek me veel aan van de meningen van anderen. Ik heb dit zeker niet van huis uit meegekregen, mijn ouders zijn niet faalangstig en steunen me altijd goed. Ze vinden inzet naast prestatie ook belangrijk, dus zij stimuleren mijn faalangst niet. Bij gym heb ik bijvoorbeeld veel demotiverende opmerkingen en cijfers gehad, waardoor ik er nu vaak erg tegenop zie. Ik wil zo graag bewijzen dat ik het wel kan, maar het lukt vaak niet, waardoor de angst om iets stoms te doen nog groter wordt.

Wat zijn de gevolgen van stress, prestatiedruk en faalangst?

3.1 Gevolgen van stress

Stress kan verschillende gevolgen hebben. De symptomen zijn onder te verdelen in lichamelijke klachten en psychische klachten:
‘ Lichamelijke klachten: De meest voorkomende klachten zijn hoofdpijn, rugpijn, stijve schouders, maagklachten, rusteloosheid, slaapproblemen en vermoeidheid. Maar ook druk op de borst, hartkloppingen, hyperventilatie, paniekaanvallen, trillen, tintelingen in handen en voeten, koude handen en voeten, droge mond, oorsuizen, vertroebeld zicht, neiging tot staren en zweten zijn symptomen.
‘ Psychische klachten: De meest bekende klachten zijn snel ge??rriteerd zijn, frustratie, het hebben van huilbuien, een gevoel van ongelukkigheid, machteloosheid en pessimisme. Maar ook een verminderde concentratie, moeite met nadenken, vergeetachtigheid, geheugenproblemen, problemen met creativiteit, bazigheid, angst en piekeren, terugtrekken uit het sociale leven, straat- en pleinvrees, depressie, destructieve gewoontes (verslavingen, dwangklachten) en gevoelens van ‘onwerkelijkheid’ zijn symptomen.

Een reactie op stress is vechten of vluchten(de flight-or-fightreactie). Tegenwoordig kiezen de meeste mensen voor vluchten. We hebben geleerd gevoelens te onderdrukken en wachten af tot het overgaat. Er kan dan nieuwe energie aangemaakt worden en het lichaam kan tot rust komen. Als wij in onze maatschappij spreken over ‘last hebben van stress’ schiet de stressrespons zijn doel voorbij. De stress houdt dan aan en dit zorgt voor gezondheidsproblemen.
Een burn-out is een van de meest ernstige gevolgen. Bij een burn-out zijn er veel lichamelijke en psychische klachten. Burn-out is een toestand van emotionele uitputting en wordt vergezeld van extreme stress. Daarnaast is er ook depersonalisatie en dehumanisatie en een verminderd vertrouwen in de persoonlijke competenties. Er is sprake van een negatieve kijk op de wereld. Vroeger werd hier vooral onderzoek naar gedaan bij volwassenen, een burn-out bij jongeren leek onmogelijk. Tegenwoordig erkent men dat aandoeningen zoals een burn-out ook bij kinderen en jongeren fors toenemen.

Stress zorgt ervoor dat er veel adrenaline wordt aangemaakt. Dit heeft het volgende tot gevolg:
‘ De hartslag en bloeddruk worden verhoogd. Hierdoor wordt het bloed ergens anders weggehaald, bij de huid. Daarom zorgt stress er vaak voor dat mensen er bleek uitzien.
‘ De luchtpijp wordt verwijd, ademhalen is natuurlijk erg belangrijk als je een belangrijke prestatie moet neerzetten.
‘ Het bloedsuikerniveau wordt verhoogd, zo kunnen de spieren zich goed aanspannen.
‘ Agressie wordt opgewekt. Dit kan zorgen voor een ‘waas voor je ogen’.
‘ Je gaat meer zweten.

Een stressreactie komt als volgt tot stand: Er gebeurt een stressvolle gebeurtenis ‘ Brein ontvangt de gebeurtenis ‘ De hypothalamus stuurt een chemische reactie naar de hypofyse ‘ De hypofyse maakt ACTH aan ‘ ACTH gaat via de bloedsomloop naar de bijnieren ‘ De bijnieren maken cortisol en noradrenaline + adrenaline aan ‘ Glucose in de bloedsomloop neemt toe en activering sympathisch zenuwstelsel ‘ Bloeddruk en hartslag stijgt, andere stressreacties ontstaan.
In onderstaand figuur is deze oorzaakgevolg-relatie te zien.

Figuur 1: Stressreactie

In principe zijn dit geen negatieve gevolgen. Maar die zijn er natuurlijk wel:
‘ De behoefte aan slaap neemt sterk af. Dit betekent niet dat je minder slaap nodig hebt, maar het wordt moeilijker om in slaap te komen.
‘ Stress kan zorgen voor gedragsveranderingen. Dit zijn onaangename gebeurtenissen en deze zorgen ervoor dat de betrokkene in een cyclus terecht komt. Stress veroorzaakt stressreacties, deze stressreacties (gedragsveranderingen) veroorzaken weer stress etc. etc.
‘ Stress kan ook leiden tot een verkeerd eetpatroon. Dit kan zich uiten in overmatig eten, om even niet aan de stress te denken. Maar dit kan zich ook uiten in een verminderde eetlust, die uiteindelijk kan doorslaan in helemaal niet meer eten. Eetstoornissen kunnen dus het gevolg zijn van stress.
‘ Het immuunsysteem kan aangetast worden, hierdoor ben je nog vatbaarder voor ziektes. Je lichaam breekt eigenlijk zichzelf af, om voldoende brandstof te leveren aan de stress. Hierdoor worden verschillende systemen en functies in je lichaam onderdrukt, waaronder dus het immuunsysteem. Dit kan leiden tot botontkalking en maagzweren. Omdat hormonen langdurige gevolgen kunnen hebben, tasten ze de organen ook nog aan als de stressreactie over is. In onderstaand figuur zijn de reacties van het lichaam te zien:

Figuur 2 Aantasting immuunsysteem

In de eerste fase is de stressbestendigheid hoog, in de tweede fase houdt dit een tijdje aan en dan daalt het. In de derde fase is er sprake van uitputting en stort het immuunsysteem in.

‘ Ook aan de spijsvertering wordt niet voldoende energie geleverd. Er kan dan ook een maagzweer worden ontwikkeld, dit noemt men een stressulcus. Een ander bekend gevolg is het irritable bowel syndrome. Dat wijst op buikpijn en darmkrampen, vooral na de maaltijden.

Stress zorgt voor veel frustraties en een overmatige prikkeling. Het lichaam wordt ontregeld en door een afname van concentratie, slapeloosheid en overgevoeligheid kan een depressie ontstaan. Een aantal autonome functies wordt verstoord, het eten smaakt niet meer, er ontstaan ernstige slaapproblemen, er is bijna nergens meer interesse voor, men is minder actief en voelt zich als het ware immobiel. Vaak is er geen moed meer hier verandering in te brengen en leeft men op een passieve wijze voort.

Spanning zorgt voor een kick. Voor sommige mensen is deze kick verslavend. Maar omdat de bloedsuikerspiegel ontregeld is, is er een behoefte aan middelen die kalmeren. Dit kan zorgen voor een afhankelijkheid van kicks of verslavende middelen. De spanning slaat dan om in stress.

Mensen met stress hebben vaak last van vage klachten. Dit zijn klachten zoals zenuwachtigheid, hoofdpijn en misselijkheid. Een arts kan hier vaak weinig mee. Mensen kunnen dan een zoektocht starten naar hulp en raadplegen verschillende dokters, ze voelen zich niet serieus genomen en in de steek gelaten. Dit verergert ook weer de stress.

3.2 Gevolgen van prestatiedruk

Mensen willen graag uitblinken. Als zij hun taak met goed gevolg hebben uitgevoerd, geeft dat een bevredigend gevoel. Dit zorgt voor een boost aan het zelfvertrouwen. Een mens heeft af en toe zelfbevestiging nodig. Als dit ontbreekt, stapelt teleurstelling zich op en neemt het zelfvertrouwen af. Hierdoor kan faalangstig gedrag optreden. Er wordt op een negatieve manier naar het leven gekeken, alles wordt gezien als een teleurstelling, niets voldoet aan de eigen eisen. Men komt dan in een soort cyclus terecht: verlangen naar erkenning stimuleert ambitie, ambitie leidt tot grote inzet, inzet leidt tot prestaties, maar er wordt geen grens meer gesteld. De ene prestatie moet dan de andere prestatie opvolgen anders faal je in je eigen ogen.

Prestatiedruk zorgt vooral voor stress. Er worden hoge eisen gesteld en men wil daar graag aan voldoen. Daarvoor is volle inzet vereist, en dit zorgt voor stress. Ook is faalangst een gevolg van prestatiedruk. De druk wordt vaak te hoog, ‘?n slechte prestatie kan dan leiden tot een grote angst voor nog meer mislukkingen. Dit kan zorgen voor een depressie.

In extreme gevallen kan prestatiedruk ook leiden tot een burn-out. Sevendays(een jongerenkrant) heeft onderzoek gedaan naar spanning onder jongeren en kwam tot de conclusie dat prestatiedruk een belangrijke oorzaak is. 78% van de ondervraagde jongeren ervaart een hoge prestatiedruk.
Verder staat er ook in het artikel dat psychologen steeds vaker jongeren moeten behandelen met een burn-out als gevolg van een te hoge prestatiedruk.

Maar prestatiedruk heeft niet altijd negatieve gevolgen, sommige mensen gaan er juist beter van presteren. De druk moet dan natuurlijk niet te hoog zijn, maar voor sommige mensen motiveert en stimuleert de prestatiedruk. Ze willen voldoen aan de verwachtingen, maar kunnen zichzelf goed in de hand houden en zorgen ervoor dat ze niet bezwijken onder de druk.

3.3 Gevolgen van faalangst

Faalangst kan zich ook op verschillende manieren uiten. Bij iedere persoon ziet het er weer anders uit. Er zijn 6 verschillende gedragspatronen:
‘ Gesloten: Deze personen kunnen zich vaak moeilijk uitdrukken. Ze zijn teruggetrokken en hebben moeite met het beantwoorden van directe vragen.
‘ Afhankelijk: Deze personen stellen zich erg afhankelijk op en vragen veel om hulp. Ze kunnen hun faalangst onder woorden brengen en accepteren van iedereen hulp.
‘ Clown: Deze personen proberen voortdurend grappen te maken, ze proberen hun faalangst voor de rest van de wereld te verbergen. Vervelende reacties hierop nemen ze voor lief.
‘ Brutaal: Deze personen stellen zich erg agressief op. Door zich hard en sterk voor te doen proberen zij hun faalangst te verbergen voor anderen. Bij deze personen wordt vaak niet gedacht aan faalangst.
‘ Supermens: Deze personen willen vaak zo positief mogelijk overkomen. Uit angst om niet aardig gevonden te worden, zetten zij alles op alles om als een ‘perfect’ mens gezien te worden.
‘ Apathisch: Deze personen hebben een enorm laag zelfbeeld. Ze hebben een aangeleerde hulpeloosheid ontwikkeld en vervallen snel in een verdrietige houding.

Faalangst is dus vaak in het gedrag te merken. Personen met faalangst willen graag bevestiging en reacties op hun geleverde werk. Ook is vaak onzekerheid bij onverwachte of nieuwe situaties, men wil het graag overzichtelijk houden. Ook kijken ze graag eerst naar hoe anderen iets doen, voordat zij zelf beginnen.

Vooral op school is faalangst duidelijk te merken. In de klas hebben faalangstige kinderen vaak moeite de grote lijnen van de uitleg te begrijpen, omdat zij geen enkel detail willen missen. Ook duiken ze vaak weg als er een vraag wordt gesteld, ze kijken naar beneden en vermijden oogcontact met de leraar. Als ze toch de beurt krijgen antwoorden ze vaak ‘Ik weet het niet.’ of ‘Die had ik niet.’. Ook durven ze zelf vaak geen vragen te stellen. Maar dit kan juist ook heel anders zijn, sommige faalangstige kinderen stellen juist extreem veel vragen om er zo zeker van te zijn dat ze alles goed door hebben. Voor faalangstige leerlingen is de sfeer in de klas erg belangrijk, als er maar iets mis is, slaan zij vaak al helemaal dicht. Tijdens en voor toetsen bewegen ze zich vaak onrustig en ze zien er opgewonden uit. Ze proberen de leerstof er zo in te stampen dat ze die zo kunnen opdreunen. Ze zijn namelijk erg bang voor een black-out. Aan het begin van het proefwerk kunnen ze aan niets ander meer denken dan de komende mislukking. Het duurt een flinke tijd voordat ze aan het werk kunnen beginnen. Maar soms starten ze juist heel snel zonder de vragen goed door te lezen. Ze reageren sterk op geluiden en bewegingen van de omgeving. De concentratie neemt hierdoor af, waardoor het maken van de toets nog moeilijker wordt. Dit zorgt weer voor een afname van het zelfvertrouwen. Aan het einde van de toets nemen de twijfels toe en gaan ze hun werk extra controleren, er worden dan vaak nog veel antwoorden veranderd(in de meeste gevallen worden ze dan fout veranderd). Na afloop van de toets weten ze niet hoe ze de toets gemaakt hebben, maar vaak hebben ze er toch een negatief gevoel over.

Ook op het sociale gebied is faalangst duidelijk te merken. Faalangstige personen durven vaak geen dingen te weigeren, ze doen veel voor anderen. Ook zijn ze zeer gevoelig voor kritiek, ze zijn bang om commentaar te krijgen en ze weten niet hoe ze moeten reageren op complimenten. Soms gaan deze personen juist veel kritiek geven op anderen. Ze voelen zich vaak ongemakkelijk in het gezelschap van ‘?n persoon en weten zich dan geen houding te geven. Er ontstaan stiltes en hierdoor neemt het zelfvertrouwen nog meer af. Faalangstige personen verbergen zich vaak liever in een grote groep of zoeken juist voortdurend steun bij een klein groepje mensen.

Faalangst heeft ook lichamelijke gevolgen. Deze gevolgen zijn vaak voor en tijdens de gevreesde taak. Na de taak verdwijnen ze weer. De symptomen verschillen per persoon, maar de meest voorkomende symptomen zijn hoofdpijn, buikpijn, misselijkheid, duizeligheid, droge mond en blozen. Spanning hoort omgezet te worden in concentratie, maar bij faalangstige personen gebeurt dit niet. De energie wordt gestopt in de angst om te falen. Hierdoor houden de lichamelijke reacties aan. Dit uit zich in overbeweeglijkheid, ze zitten veel te wiebelen en friemelen en ze vinden vaak geen rust in hun slaap. Slapeloosheid kan dus ook een gevolg zijn van faalangst.

Net als bij stress kan faalangst dus zorgen voor te veel spanning. Dit kan zorgen voor maagklachten, misselijkheid, overgeven en hyperventilatie. Als hier ook weer een angst voor ontstaat kan dit leiden tot paniekaanvallen.

3.4 Eigen ervaringen van de gevolgen van stress, prestatiedruk en faalangst

Over de gevolgen van stress hoor ik minder dan over de oorzaken. Ik hoor mijn vriendinnen wel vaak klagen over hoofdpijn, vermoeidheid en frustratie. Als zij bijvoorbeeld last van stress hebben door de toetsweek, krijgen zij daar hoofdpijn van en kunnen dan slechter slapen. Ook zijn zij dan sneller ge??rriteerd, als iets niet lukt leidt dit tot frustratie. De meeste vriendinnen zijn gelukkig nooit echt ziek geworden van de stress, ze hebben ook geen last gehad van een burn-out of eetstoornis. Er is echter een vriendin waarbij de stress te veel is geworden. Mijn vriendinnen en ik hadden wel door dat ze de laatste tijd erg moe en stiller was, maar we hadden niet zien aankomen dat het zo ernstig was. Ik vind het vervelend om te zien dat het slecht gaat met een vriendin, ze zit erg in de knoop met zichzelf en weet niet meer hoe ze alles moet aanpakken. Ze wil er zelf niet al te veel over kwijt, dus ik weet niet hoe alles in elkaar zit. Ik zou haar graag willen helpen, maar meer dan een luisterend oor zijn is op dit moment niet mogelijk. Het komt op deze manier wel weer dichtbij, stress speelt dus echt een grote rol in het leven van jongeren.

Ik denk dat lichte stress en prestatiedruk soms kan leiden tot betere prestaties, maar als de stress aanhoudt werkt dit volgens mij alleen maar in je nadeel. Ik ken een paar mensen die faalangstig zijn, maar ik vind het lastig om te zeggen wat voor hun de gevolgen zijn. Ik denk niet dat ik dit goed kan beoordelen, maar ik denk wel dat zij er teruggetrokkener van worden.

Zelf merk ik de gevolgen van stress lichamelijk en geestelijk. Ik zit sowieso vaak in een gespannen houding, en als ik veel stress heb verergert dit. Daardoor krijg ik last van mijn rug en nek. Ook wordt het dan heel druk in mijn hoofd, ik kan dan lastig rust vinden. Dit zorgt voor hoofdpijn en slapeloosheid. Ik ben een slechte slaper, en ik denk dat stress hier zeker een rol in speelt. Tijdens toetsweken slaap ik vaak bijna niet, omdat er allerlei gedachten door mijn hoofd heen gaan. Daar word ik weer moe en gefrustreerd van en zo word ik steeds pessimistischer. Af en toe zie ik school dan helemaal niet meer zitten, dan heb ik het gevoel dat ik het toch allemaal niet kan. Ook merk ik dat mijn huid hier op reageert en ben ik sneller emotioneel. In de onderbouw had ik eigenlijk alleen last van spanning, maar dit is omgeslagen. Ik weet zelf niet goed hoe dit komt, ik denk omdat je cijfers toch bepalender zijn nu. Maar ook buiten school ben ik hogere eisen gaan stellen aan mezelf, hier kan ik geen reden voor bedenken.
Ik heb wel goede vrienden die me moed inpraten en een sport waarbij ik even kan ontspannen. Met paardrijden kan ik even al mijn gedachten wegzetten en gewoon bezig zijn met het paard. Maar ook met paardrijden heb ik soms last van faalangst. Vroeger was ik erg bang en was ik het ‘watje’ van de groep, nu het beter gaat heb ik het gevoel dat ik me moet bewijzen. Dit hoeft helemaal niet, er is niemand die me een druk oplegt. Ik denk dat ik het eigenlijk ook aan mezelf wil bewijzen.
Faalangst merk ik verder vaak op school. Ik geef liever geen antwoord op vragen van docenten, ik wil niet dat mensen naar me kijken als ik iets zeg, ik vind presentaties ontzettend eng en ben gespannen voor toetsen. Ik vind het soms ook lastig om nee te zeggen, omdat ik mensen niet wil teleurstellen. Mijn ouders merkten ook op dat ik altijd zeg dat een toets slecht gaat, en dat ik dan vaak toch een goed cijfer heb. Ik weet zelf niet hoe dit komt, want voor mijn gevoel ging het dan ook echt niet goed. In mijn geval kan je dus waarschijnlijk spreken van positieve faalangst, ik haal er geen onvoldoendes door.

Een gevolg van te veel stress kan dus een burn-out zijn. Ik heb 2 jongeren, Maud en Dominique, gesproken. Zij hebben de diagnose burn-out gehad. Maud (17 jaar) heeft nu een jaar last van een burn-out. Een burn-out omschrijft zij als ‘Geen puf en doorzettingsvermogen meer over hebben.’. Als oorzaak wijst zij het niet kunnen kiezen van een opleiding aan. Dit ging samen met maandenlange prestatiedruk, ze had het gevoel dat ze iets moest kiezen en dat die keuze ook meteen goed moest zijn. Ook de examens hebben bij haar voor enorm veel stress gezorgd. Dit heeft er toe geleid dat ze minder dingen durft te ondernemen en vaak ook nergens zin in heeft. Ze gaat hierdoor minder vaak het huis uit om (leuke) dingen te ondernemen. Ze kan ineens enorm emotioneel worden en heeft vaak het gevoel dat ze het leven niet meer ziet zitten. Ze voelt zich vaak ook zonder direct aanwijsbare reden erg opgejaagd. Ze heeft hulp gekregen van een kind- en jeugdpsychiater, ze volgt nu al een poosje een behandeltraject. Ze heeft echter niet het gevoel dat dit helpt, ze voelt zich door niemand begrepen. Ze heeft zelf geen idee hoe ze geholpen zou kunnen worden, en heeft ook geen tips voor jongeren met stress. Als ze dat wist zou ze het zelf wel toepassen zegt ze.
Ook Dominique(22 jaar) heeft last van een burn-out, deze diagnose is nog maar kort geleden gesteld. Zij omschrijft een burn-out als ‘Gewoon totaal opgebrand zijn.’. Een echte oorzaak kan zij niet aanwijzen, ze denkt dat alles zich langzaam opgestapeld heeft. Ze merkte dat er iets mis was, toen ze eigenlijk altijd maar moe was. Ze is te lang over haar eigen grenzen gegaan qua het kunnen handelen van zaken en managen van haar tijd. Ze is naar eigen zeggen tegen een muur opgelopen en totaal ingezakt. Op dat moment kon zij niks meer en maakte ieder klein dingetje haar moe. Hierdoor is zij (tijdelijk) gestopt met haar studie, ze kon het niet meer volhouden. Momenteel is Dominique in consult bij een psycholoog en op haar opleiding bij de studentconsulent. Ze kan hier nog weinig over zeggen, aangezien ze bij beide nog maar 2 consulten heeft gehad. Ze heeft wel het gevoel dat ze begrepen wordt, er wordt goed geluisterd. Dominique is van mening dat de druk op studenten tegenwoordig te hoog is. Vooral school en werk is niet meer te combineren. Volgens haar is werk nodig, omdat het financieel anders bijna niet meer mogelijk is. Ze zou graag meer financi??le tegemoetkoming zien voor studenten en de prestatiedruk moet ook afnemen.


Wat is de rol van social media bij stress, prestatiedruk en faalangst?

4.1 Social media en stress

Uit veel recente onderzoeken blijkt dat social media en stress zeker met elkaar verbonden zijn. Er is hier zelfs een nieuwe term voor bedacht: Social Media Stress(SMS).

In 2012 publiceerde de Nationale Academie voor Mens & Maatschappij een onderzoek over SMS onder jongeren. Jongeren geven hierin aan dat ze onder druk staan door de sterke aantrekkingskracht van social media, ze zijn bang om dingen te missen. In dit artikel wordt ook gezegd dat dit niet onderschat moet worden, omdat internetgebruik kan leiden tot depressies en andere psychische problemen omdat we een nieuwe bewustzijn moeten cre??ren waardoor we zelf de baas blijven.

In juni 2012 verscheen een onderzoek van de Missouri State University. Zij hebben 216 kinderen ondervraagd, waarvan 30% kenmerken van een depressie vertoonden. Het bleek dat deze kinderen de meest zware internetgebruikers waren, zij besteedden de meeste uren aan chatten, videogames en social media.
Als je veel tijd achter een beeldscherm doorbrengt, daalt de melatonine-aanmaak. Melatonine zorgt ervoor dat je kunt slapen. Doordat de aanmaak dus daalt, zorgt dit voor slaapproblemen. Slaapproblemen zorgen voor vermoeidheid en stress.
In verschillende onderzoeken geven jongeren aan niet meer zelfstandig te kunnen stoppen met het gebruik van social media, ze zijn bang om dingen te missen en buitengesloten te raken. Als dit ernstige vormen aanneemt, spreekt men van Fear of Missing Out (FOMO). Volgens jongeren is het ook erg belangrijk om jezelf op de juiste manier te presenteren op social media, omdat iedereen zich daar beter voordoet. Dit leidt tot een grote druk en onzekerheid. Ook geven jongeren aan dat het gebruik van social media ten koste gaat van het concentratievermogen, schoolresultaten, sport, contact met familieleden en slaap. Omdat dit niet gewenst is, levert dit veel stress op.
Een derde term die ontstaan is, is No Mobile Phobia(Nomophobia). Dit is een angst om je telefoon niet te kunnen raadplegen. Omdat veel mensen het liefst hun telefoon 24 uur per dag bij de hand willen hebben, ontstaat er stress als ze hun telefoon even niet in de buurt hebben. Jongeren willen hier graag controle over hebben en verliezen hun telefoon geen moment uit het oog. Vaak voelen ze zich ook verplicht om overal op te reageren, ook al zijn de berichten niet altijd belangrijk. Daardoor proberen jongeren vaak te multitasken, en dit werkt 9 van de 10 keer niet. Dit levert dan weer stress op.
Social media kan dus voor onzekerheid, concentratieproblemen en andere gezondheidsklachten zorgen. De invloed van social media en telefoongebruik wordt vaak sterk onderschat. Jongeren hebben vaak niet door dat zij zo afhankelijk zijn. Je hoort er tegenwoordig eigenlijk niet meer bij als je geen smartphone hebt.

4.2 Social media en prestatiedruk

Social media zorgt ook voor Peergroup Pressure, dit betekent de druk van de vriendengroep. Berichten op social media vormen steeds meer een maatstaf waaraan jongeren het gevoel hebben te moeten voldoen. Jongeren gaan zich steeds meer met elkaar vergelijken en dit zorgt voor een hoge prestatiedruk. Dat dit vooral bij jongeren gebeurt is logisch, omdat zij nog volop bezig zijn om een eigen identiteit te ontwikkelen. Als je vrienden alleen maar positieve berichten plaatsen, zoals goede cijfers, mooie vakantiefoto’s en feestfoto’s, kan dit voelen als een gemis bij jezelf. Men wil graag zo aantrekkelijk en leuk mogelijk overkomen op het internet, men wil niet achterblijven.

4.3 Social media en faalangst

De invloed van social media op faalangst is nog niet goed onderzocht. Maar ook hier geldt dat social media voor onzekerheden kan zorgen, en dan faalangst stimuleert. Social media kan echter ook een uitlaatklep zijn. Via social media kan je in contact komen met anderen die ook faalangst hebben, of mensen die je graag willen helpen. Ook is het voor sommige jongeren fijn om zich op social media anders voor te doen, een zelfverzekerde versie van zichzelf.

Pesten via social media is vaak een stuk makkelijker. Het wordt niet snel opgemerkt, dus de pester durft het sneller. Ook zijn de emoties van het slachtoffer niet goed zichtbaar, dit is ook makkelijker voor de pester. Pestgedrag kan natuurlijk een enorme invloed hebben op het zelfvertrouwen.

Review this essay:

Name
Rating
Your review: (optional)

Latest reviews:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.