Essay: Ziektes en genezing: hoe gingen mensen in de oude wereld hiermee om? - Essay Marketplace

Essay: Ziektes en genezing: hoe gingen mensen in de oude wereld hiermee om?

Introductie
De Grieken hadden allerlei mythen omtrent het ontstaan van de wereld. E??n van deze mythen verklaart hoe ziektes ontstonden. De godin Pandora opende een verboden vat of doos, wat “burdensome toil and sickness that brings death to men” (91’2), diseases (102) and “a myriad other pains” (100) bevatte. Het bracht allerlei kwaad de wereld in, waaronder ziektes.
De Grieken geloofden dat ziektes en ongevallen veroorzaakt werden door de goden. Dit is duidelijk zichtbaar in verscheidende toneelstukken en gedichten. Een voorbeeld hiervan is de Illias van Homerus. Het gedicht opent met dat de god Apollo een pest op het Griekse leger af stuurt. Dit doet hij om de Griekse leider te straffen voor zijn ongehoorzaamheid.
Als goden ziektes en dergelijke konden veroorzaken dan konden ze die toch ook weer genezen? Mensen associeerden bepaalde goden met geneeskrachtige bekwaamheden. Ook dachten ze dat men genezing kon verkrijgen met behulp van magische handelingen, offers of gebeden. E??n van de bekendste goden met helende krachten was Asklepios. Vele zieken werden naar zijn heiligdom in Epidauros gebracht. Daar brachten ze de nacht door in de hoop dat Asklepios in een van hun dromen zou verschijnen en de weg naar genezing zou aangeven. Dit is te vergelijken met de hedendaagse bedevaarttochten, waarbij sommige mensen aan deelnemen om genezing te zoeken.
In dit essay zal de volgende vraag centraal staan: Hoe keken simpele, volkse mensen naar hun ervaringen van ziektes en genezingen? Hierbij zal vooral gekeken worden naar miraculeuze genezingen. Dit zijn genezingen waarvan het leek alsof er een goddelijke interventie plaatsvond, waardoor de genezing gekarakteriseerd werd als een wonder. Gelukkig bieden Griekse literatuur en epigrafie ons enkele verslagen over deze miraculeuze genezingen, wat ons ook van dienst zal zijn om de hoofdvraag zo goed mogelijk te beantwoorden. Voorbeelden hiervan zijn de Sacred Tales van Auelius Aristides of inscripties, gewijd aan individuen, gevonden in de heiligdommen van Asclepius in Athene, Epidaurus, Lebena en Pergamon.
Er zal aandacht worden geschonken op een nogal specifieke groep van zulke verslagen, beter bekend als ‘propitiatory inscriptions’ of confessie inscripties. Deze term karakteriseert een groep inscripties afkomstig uit de tweede en derde eeuw na Christus en gevonden in de regio’s Phrygia en Lydia.
Tevens zal om de vraagstelling zo juist mogelijk te beantwoorden vijf propitiatory inscriptions aan het licht worden geworpen. Hiervan worden er drie uitgebreid geanalyseerd en de andere twee dienen ter aanvulling. Als bijlage aan dit essay, zal er een mini corpora van de vijf inscripties aan het einde verschijnen.

Propitiatory inscriptions
Deze teksten, die toegewijd waren aan verscheidende lokale goden en geschreven in simpel Grieks, hebben een typische structuur. Een persoon bekent dat hij een zonde heeft begaan (of in sommige vallen een familielid); een god dwingt de zondaar tot een confessie door de persoon of een familielid te straffen (meestal met ziekte, ongeval of dood). De ziekte wordt of tot in details beschreven of er wordt een generale beeld gevormd; soms wordt het gestrafte orgaan afgebeeld boven de tekst . De zondaar (of een familielid) maakt de zonde weer goed, waarschuwt anderen om de macht van de god niet te onderschatten en prijst de god. Natuurlijk zijn niet alle propitiatory inscripties zo gedetailleerd als het geschetste patroon; soms is een algemene expressie voldoende om een complexe fenomeen van zonde, straf en boetedoening te indiceren.
Deze getuigenissen zijn ongetwijfeld van belang voor de geschiedenis van medicijnen en van religie. Normaliter waren de personen die zulke getuigenissen opschreven individuen die diepe religieuze gevoelens waarborgden, maar waren zich niet bewust van de ‘wetenschappelijke’ medicijnen van hun tijd. Dit ter observaties van hun referenties naar recepten en methoden van genezing.
Het belang van deze simpele teksten geschreven door mensen die woonden in kleine dorpjes in verafgelegen gebieden trokken nooit de interesse van onze literaire bronnen en dat is overduidelijk. Het is waar dat in sommige gevallen we moeten aannemen dat priesters de zonderaars hielpen in het schrijven van hun confessies. Desalniettemin hebben we nog steeds te maken met indivudiuele verslagen, die op een directe manier de gevoelens en houdingen van simpele mensen uitdrukken tegenover ziektes, genezing, medicijnen en dokters. Hoewel propitiatory inscripties vaak in relatie staat met de geschiedenis van oude religie, is hun contributie voor de geschiedenis van medicijnen verwaarloosd gebleken. Het belang van propitiatory inscripties voor oude medicijnen ligt in de eerste plaats in de dichte, causale relatie tussen zonde en ziekte, wat expliciet gerefeerd is in verscheidende teksten. Bijvoorbeeld de confessie van Diogenes : inscriptie 1
Deze causale relatie tussen zonde en ziekte is niet verrassend; het manifesteerde zich ook al in de oudste Griekse literaire teksten, de Homerische gedichten (bijvoorbeeld in het eerste boek van de Illias), en blijft levendig gedurende de Griekse geschiedenis, vooral in de volksreligie en mentaliteit (voetnoot 11)
De propitiatory inscriptions bieden veel bewijs voor de eigenzinnigheid van deze houding in de streken van Lydia en Phrygia in de eerste eeuwen van onze jaartelling. Eerst zullen we kijken naar de vermeende oorzaken van de ziektes, in andere woorden de zonden die de boosheid van de goden aanwakkerden en zodoende de ziekte (voetnoot 14). In de teksten die direct of indirect refereren naar ziekte of dood als straf voor een zonde, zal ik onderscheiden in de volgende categorie??n van overtredingen: rituele onzuiverheid ‘ bijvoorbeeld het eten van verboden voedsel, dragen van vieze kleding, co??tus hebben etc. (voetnoot 15) ‘ schade aan heiligdommen en hun bezittingen (16), het falen om een belofte te vervullen (17), weigering om een god diensten aan te bieden (18), meineed (19), onrechtvaardige vloeken (20), en diefstal en fraude. (21) Het is duidelijk dat we alleen te maken hebben met religieuze overtredingen.
De volgende vraag wat voor soort ziektes kregen de zondaars, is ook belangrijk in onze context. Als we kijken naar de propitiatory inscripties, die ons inzicht bieden in welke ziektes het vaakst voorkwamen, zien we dat ogen het vaakst werden aangetast. Doordat dit zo een groot aantal is, kunnen we concluderen dat dit niet toeval is. De auteur Anglos Chanitios, die het artikel: Illness and cures in the Greek propitiatory inscriptions and dedications of Lydia and Phrygia, heeft geschreven, suggereert dat blind worden een bepaalde betekenis had voor de Grieken. Hij schrijft in zijn artikel dat problemen die geen externe oorzaken of symptomen hadden, zoals bijvoorbeeld het verlies van je zicht en/of psychische stoornissen konden makkelijker worden toegewezen aan goddelijke interventie en goddelijke straf, dan bijvoorbeeld ziektes die je kon zien. Denk aan bijvoorbeeld wonden of koorts, die je aan een pati??nt kan zien. Volgens de auteur was het een wijdverspreide gedachte dat blindheid een vorm van een goddelijke straf was. In de oudheid be??nvloedde blindheid het leven van een persoon in hoge mate en werd het gezien als een grote sociale probleem. In tegenstelling tot andere ziektes, die behandeld konden worden door bijvoorbeeld een geneesheer of leidde tot een snelle dood, waarbij de pati??nt werd verlost van zijn lijden en ook zijn familieleden van de zware taak om voor hem te zorgen, kon in het geval van blindheid alleen een god helpen. Als een god dit weigerde, dan concludeerde men dus dat het een straf was en als iemand dan uiteindelijk genas, dan had dat volgens hen te maken met goddelijke interventie.
Van de 45 propitiatory inscriptions gevonden in Lydia en Phyrigia, die ziektes beschreven die genezen waren door een god, waren er 12 te maken met ogen.

Drie zondaars werden gestraft met een mentale ziektes: inscriptie 2
De tweede inscriptie is nogal fragmentarisch, maar we kunnen het werkwoord esemanen (hij maakte gek) en dat de zondaar waarschijnlijk een vrouw was herkennen. Deze mentale stoornissen waren waarschijnlijk toegeschreven aan een goddelijke straf voor redenen die overeenkwamen met de redenen voor blindheid.

Zoals we gezien hebben, waren de wraakzuchtige goden van Lydia en Phrygia niet fantasieloos in het kiezen van straffen voor zondaars. Desondanks, de verschillende soorten ziektes in propitiatory inscripties, lijkt het er op dat ziektes die niet gemakkelijk behandeld konden worden door seculiere medicijnen (zoals ogen en mentale stoornissen) het vaakst werden toegeschreven aan goddelijke straffen. Maar hiervoor moeten we niet alleen kijken naar propitiatory inscripties maar ook naar toewijdingen en geloftes die gerelateerd waren aan goddelijke vloeken van hetzelfde gebied en geadresseerd aan dezelfde goden. In Tabel is te zien dat praktische iedere lokale god in staat was om een lichamelijke ziekte te veroorzaken.

De lokale goden van Phrygia en Lydia werden niet alleen gezien als een oorzaak van de ziektes maar ook om ze te genezen. Op dit punt zijn de teksten niet anders dan de mirakleuze genezingen van Asclepius in Epidaurus of in Lebena. Toch is er wel een verschil met die van de Griekse Asclepieia, namelijk in terminilogie en de beschrijving van medicinale praktijken. De priesters van Asclepius, die de collecties van mirakelen in Epidaurus en Lebena beschreef, beschreven ook in hun rapporten de recepten en gebruikte ook hedendaagse medicinale termen. (voetnoot 38). Bij de inscripties van Phyrgia en Lydia werd alleen de getroffen orgaan besproken.
Deze observatie leidt tot een overweging van genezingspraktijken in deze gebieden en in lokale heiligdommen. Er is geen twijfel mogelijk dat zelfs in de meest verafgelegen gebieden van Asia Minor de doktoren hun beroep wel uitoefenden; er zijn referenties naar iatpoi in propitiatory inscripties (voetnoot 41; betaling aan dokters; = dus bewijs). Hierdoor kunnen we dus aannemen dat toch enige mate van algemene kennis van medicinale praktijken en terminologie de onopgeleide mensen kon bereiken die de inscripties toewijdden, of de priesters die in sommige gevallen het voor hun schreef. En toch gingen dorpelingen vaker naar de lokale heiligdom voor hulp dan naar de dichstbijzijnde dokter.
De kosten, risico, onzekerheid, ongemak of gewoonweg pijn vanwege de oude medicinale behandeling (voetnoot 42) en aan de andere kant het geloof in de almacht van de goden kan verklaren waarom een persoon naar een genezende god zou keren voor hulp. Maar in vele gevalen werkten de goden en dokters toch wel samen, wat te zien is op een paar inscripties.

Het geen onderscheid maken tussen seculiere en goddelijke medicijnen komt op een interessante manier tot uiting in deze recente gepubliceerde propitiatory inscriptie: inscriptie 4
Door Prepousa manier van denken achterhalen wij de mentaliteit van de bevolking in die tijd. Haar eerste prioriteit ligt bij het redden van haar zieke zoons leven. Ze denkt er serieus over na om naar een dokter te gaan, maar een dure dokter verzekerd er niet van dat haar zoons leven gered wordt. Hierdoor gaat ze eerder naar de lokale godheid toe. De god wilde wel een beloning, maar nadat hij hem had genezen. In het eerste geval zou Prepousa haar zoon kwijtraken, maar dan niet haar geld. We zien door Prepousa dat het zoeken naar een behandeling van dokters van serieuze belang was, ook al als er later voor een goddelijke behandeling wordt gekozen. En we moeten ook aannemen dat in sommige gevallen zieken pas naar de tempel gingen, nadat de dokters hun niet had kunnen genezen.
In veel gevallen kozen de zieke voor goddelijke hulp niet alleen door de hoge kosten, maar ook omdat ze de boosheid van de god aansprakelijk hielden voor hun ziekte. Sinds hun ziekte geen natuurlijke oorzaak had, moest het komen van een (on)bekende zonde (begaan door hen of een van hun familieleden). Hierdoor kon alleen genezing komen door boetedoening en niet door een seculiere medicijn. (voetnoot 45)
Sommige inscripties geven ook informatie over de manier waarop zondaars voor hulp vroegen aan de goden. (voetnoo 48). Bijvoorbeeld bij Trophime; zij vroeg de goden (””’?) om er achter te komen hoe ze haar straf moest beeindigen. Helaas zegt de tekst niet of ze daadwerkelijk genezen was. Het goddelijke antwoord werd meestal gegeven door middel van orakels.
Inscriptie 3: vinger
Op het eerste gezicht lijkt dit op een medische tekst. Er is een diagnosis (de zonde en de ziekte), een recept ( de voorgeschreven rite) en een therapie (waarbij de zonde wordt weggehaald). Maar de analogie is slechts een externe. De procedure heeft namelijk in realiteit niets te maken met genezing, of met medische praktijken. Op dit punt verschillen de propitiatory inscriptions met de genezende miraklen van het vasteland van Griekeland en west Asia minor. Ze proberen een echte medische procedure na te doen.
een ander verschil ligt ook in het doel. Bij medicijnen is het doel om zieke mensen te genezen, maar het doel bij rites, die we vinden in propitiatory inscriptions is om een zondaar te verlossen van zijn zonde.
De groep van inscripties die hier zijn gepresenteerd beiden ons meer vragen dan antwoorden. Maar ik geloof dat ze een plaats verdienen in de geschiedenis van oude medische als een directe bron van de gevoelens die mensen hadden toen ze geconfronteerd werden bij ziektes.
Under the watchful eyes
Het is algemeen bekend dat ziektes werden gezien als een straf door de goden. (voetnoot 7)
Hoofdvraag: Bemoeien sacrale autoriteiten zich met wettelijke disputen.
Asia minor is voor de hoofdvraag een goede geograpische startpunt door zijn overvloed aan bronnen, zoals propitiatory inscriptions. En het bestaan van traditionele heiligdommen, waarvan sommige aanzienlijke hoeveelheden bezittingen hadden en de meeste oefende ook significante sociale en morele invloed uit op de bevolking van dorpen. Voetnoot 9.
Tot nu toe zijn er 142 teksten gepubliceerd, maar meerdere zijn gevonden en wachten nog op publicatie. De meeste teksten zijn gevonden in Katakekaumene (noordoost-Lydia) ‘ voornamelijk in Maionia en in de gebieden van Saittai en Philadelpheia; andere belangrijke vindplaatsen in Lydia zijn Sardis en de regio tussen Apollonos Hieron en Tripolis; in Phrygia, confessie inscripties zijn gevonden in Akmonia en in de heiligdom van Apollo Lairbenos; een paar teksten zijn bekend van Tiberiopolis in Mysia voetnoot 10.
Deze teksten, geschreven op stenen stelae en opgezet in heiligdommen, bevatten confessies van religieuze overtredingen, misdaden en wandaden. Wat op het eerste gezicht blijkt, is dat de confessie niet vrijwillig zijn gemaakt, maar werden gedwongen door goddelijke interventie. Bijvoorbeeld door de veroordeling van een schuldige persoon door een godheid door ziekte, ongeluk, dood of vernieling van een bezitting. Voetnoot 11. De overtredingen die staan geschreven zijn voornamelijk van religieuze aard: verwaarlozing of puriteits regelingen (bijvoorbeeld het consumeren van verboden voedelswaren, betreden van een heiligdom met vieze kleding of niet schone, coitus), beledigen van de goden door hun bevelen niet na te volgen, overtredingen wegens heilige bezittingen en meineed. Echter, verschillende teksten noemen vaak voorkomende overtredingen die vervolgd werden onder bezit en strafrechterlijke wetten, zoals diefstal, nalatenschap van het betalen van een schuld, fraude, belediging, laster, letsel, overspel en toverij. Voetnoot 12.
Wat we de langere teksten kunnen opmaken, is dat wanneer een persoon een misdaad of regel overtreed, intentioneel of niet, en dacht dat daardoor een god hem strafte, hij naar een lokale heiligdom ging voor hulp. Door middel van orakels, goddelijke boodschappers (angeloi) of dromen, de god onthulde de oorzaak van zijn boosheid en op welke manier vergiffenis kon worden aangevraagd. Voetnoot 13.
Echter alleen een paar teksten presenteren de feiten in de chronologische volgorde: tijdverdichting en (veel erger) onduidelijke taal zorgden voor obscure gebeurtenissen. Voorbeeld (inscriptie 2 Trophime):
Op het eerste gezicht lijkt het alsof het alleen gaat om de zondaar en de godheid, zonder bemoeienis van enig autoriteit, of het nou seculier of heilig is. Dingen zijn helaas niet zo simpel. Om te beginnen, een bemoeienis van priesters kan worden herkend in de confessie: in vele teksten (inclusief diegene die net is geciteerd) merken we een verandering van het ondewerp van het werkwoord ‘ van de derde naar de eerste persoon; dit kan misschien worden toegeschreven aan het feit dat een priester de confessie opschreef, of wellicht geschreven door een analfabeet. Toevoegend hieraan, waren het de priesters die de bevelen van de goden overbrachten en uitlegden, meestal in de vorm van orakels.
Historici die confessie inscripties onderzochten zijn het er mee eens dat priesters een grote rol speelden dan alleen het opschrijven van de teksten. Toch is er wel enig verschil in mening in de interpretatie van de individuele teksten en in het natuur van de activiteiten van de heilige autoriteiten. In het licht van de verwijzingen naar overtredingen die vaak werden vervolgd onder straftrechterlijke wetten en in het licht van het gebruik van wettelijke vocabulaire in vele confessie inscripties. Joseph Zingerle was de eerste in 1926 die opperde, toen het bekende materiaal nogal gelimiteerd was, dat de processen aangaande seculiere overtredingen vonden plaats in de heiligdommen van Phyrgia en Lydia: hij ging zo ver om te zeggen dat priesters niet aarzelden om de goden te assisteren in het uit oefenen van doodstraffen. Voetnoot 14. Zingerle??s ideeen konden toendertijd niet worden bevestigd met het beschikbare materiaal van die tijd en vond dus niet veel volgers. Voetnoot 15. O. Eger (1939) benadrukte dat er geen bewijs was voor deze processen; hij gaf toe, aan de ene kant, dat beschuldigingen wel moesten voorgelegd waren aan de priesters door de benadeelde partij, en dat vervolgens de priesters de schuldige partij vervloekten, interpreteerden de tekens van goddelijke wil en gaven advies aan degene die wensten boete te doen voor hun wandaden. Ender Varinlioglu (1989) suggereerden dat de wettelijke vocabulaire die gebruikt werd in deze inscripities soms metaforisch gebruikt werden. Marijane Ricl (1995) kwam tot dezelfde conclusie: de tempels handelden niet in hun eigen belang, maar alleen wanneer ze gevraagd waren te interveni??ren door de slachtoffers van een misdaad. De procedure hield in dat beide partijen een eed af moesten leggen en de overtreders werden vervloekt om de aandacht van de goden aan te trekken in de misdaad. Processen, zoals we die nu kennen met rechters en oordelen, vonden niet plaats voetnoot 16.
your text in here…

Review this essay:

Name
Rating
Your review: (optional)

Latest reviews:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.