ANR: 865015
(1180 woorden)
De Homo Economicus in het moderne filosofische denkbeeld
Het filosofisch denkbeeld veranderd met de tijd. Deze ontwikkeling brengt ook een veranderend mensbeeld met zich mee. Een theocentrische benadering vertoont bijvoorbeeld wezenlijke verschillen met een antropocentrische benadering. Een mensbeeld wat deze overgang van de premoderne tijd naar de moderne tijd goed illustreert is de Homo Economicus. Hieronder word een wezen verstaan dat redeneert op basis van een rationale berekening van zijn eigenbelang. De Homo Economicus wordt vaak geassocieerd met de moderne vorm van kapitalisme. Deze essay zal beargumenteren dat het mensbeeld van de Homo Economicus aansluit bij het moderne filosofische denkbeeld omdat deze gebaseerd is op de stroming van het rationalisme. Dit zal uitgelegd worden aan de hand van de drie eigenschappen van de Homo Economicus; rationeel denken, nuts maximaliserend handelen en berekenend gedrag. Deze zullen in context worden geplaatst met moderne begrippen.
Rationalisme
‘’De eerste zekerheid is de zekerheid van de twijfel’’ ~ René Descartes
Deze Cartesiaanse wijsheid is typerend voor de filosofie. De twijfel is vaak een veelbesproken onderwerp onder filosofen. Het bevragen van dingen creëert een twijfel, die op haar beurt weer bevraagd kan worden en zodoende een nieuwe twijfel in het leven roept. Dat de twijfel bestaat moet dus vaststaan volgens Descartes. Diezelfde twijfel ligt ten grondslag aan het rationalisme, een moderne stroming waarin men in het beginsel handelt naar de rede in plaats van passies en begeerten. Dit rationele denken gebeurd zonder tussenkomst van iets anders dan het denken zelf en focust slechts op de twijfel als puurste vorm van denken.
Ten tijde van de Verlichting steeg de populariteit van dit rationalisme, en in het bijzonder, het bevragen van reeds voor waar aangenomen opvattingen. Deze denkwijze nam afstand van het theocentrisch denken en markeerde een overgang naar de moderne tijd binnen de filosofie. De Meditaties van René Descartes zijn hier een tekenend voorbeeld van. In dit werk bepleit Descartes het systematisch in twijfel trekken van alle opvattingen die men destijds had. Deze gedachte werd niet gedreven door paranoia, maar door de ultieme drang een verklaring voor al het bestaande te vinden. Dit is ook kenmerkend voor de Homo Economicus. In de essentie wordt dit wezen namelijk gedreven door het afwegen van zijn opties op basis van een rationele benadering. Deze persoonlijke oriëntatie op de wereld verschilt van de theocentrische benadering die vooral in de postmoderne tijd gehanteerd werd.
Nutsmaximalisatie
‘’Het is niet vanwege de goedheid van de slager, de brouwer of de bakker dat wij ons eten verwachten, maar vanwege hun eigenbelang.’’ ~ Adam Smith in ‘Wealth of Nations
Naast de rationele factor, legt het mensbeeld van de Homo Economicus ook een nadruk op nutsmaximalisatie. Dit is een begrip wat niet alleen in de moderne tijd bestaat. Echter, de vorm van nutsmaximalisatie waarop word gedoeld bij de Homo Economicus sluit niet aan bij de premoderne opvattingen van dit begrip.
De premoderne deugdethiek van Aristoteles sprak over eudaimonisme. Dit begrip stelt dat de mens handelt namens een doel dat hij als het juiste bestempeld heeft. Geluk vinden door middel van sociaal handelen werd gezien als ultiem doel, of telos, in het leven. Mensen hebben een ongeordend streefvermogen naar dit doel waarin we vaak te veel of te weinig voorzien in onze behoeften. De mens diende daarom volgens Aristoteles een zogenaamde gulden middenweg te vinden. Dit staat recht tegenover de opvatting van nutsmaximalisatie die de Homo Economicus typeert. Deze is namelijk constant op zoek naar manier om genot en gezondheid te maximaliseren door middel van rationeel handelen.
De deugdethiek van Aristoteles vormde ook een basis voor de denkbeelden van de vroege Christelijke wereld. Binnen het christendom werd de mens namelijk geacht altijd naar het juiste doel te handelen met begrip voor de medemens. De Tien Geboden zijn een goed voorbeeld van de manier waarop het Christelijk geloof sociaal en empathisch gedrag verlangt van haar aanhangers. Toch begonnen de eerste kenmerken van de Homo Economicus al langzaam zichtbaar te worden. Zoals Sedlacek in hoofdstuk 4 van zijn ‘Economie van Goed en Kwaad’ beschrijft, speelden geld en andere economische zaken al een grote rol in de Bijbel. Het socio-economisch thema zou zelfs na afgoderij het meest voorkomende thema in de Bijbel zijn. Toch is dit niet significant genoeg om verenigbaar te zijn met het moderne nuts maximaliserende aspect van de Homo Economicus. Er bestond in de vroege Christelijke wereld namelijk nog steeds de aanname dat geldzucht een zonde was en dat men zich hier niet door moest laten leiden. De mens werd dus nog steeds gezien als een nederig wezen dat zijn of haar eigenbelang niet voorop diende te stellen.
De vorm van nuts maximalisatie die wordt verondersteld in het mensbeeld van de Homo Economicus begon pas in opkomst te raken toen het rationalisme en het moderne kapitalisme zijn intrede deed. Adam Smith heeft een groot aandeel gehad in het ontstaan van dit denkbeeld. Hij stelt in zijn ‘Wealth of Nations’ dat menselijk handelen altijd te maken heeft met zelfliefde. Echter, hij stelde ook dat de mens altijd met liefde voor een ander handelde. In het denkbeeld van Smith is de mens dus niet compleet egoïstisch waardoor hij niet gezien kan worden als de absolute vader van de Homo Economicus. Smith erkend echter wel dat eigenbelang een ook belangrijke rol speelt in de economie. Het eigenbelang waar hij hier op doelt is wel verenigbaar met het mensbeeld van de Homo Economicus omdat het hier een drang naar maximale consumptie van goederen en diensten betreft.
Toch zijn er ook vanuit de moderne tijd tegengeluiden. Bernard Mandeville was het niet geheel eens met het mensbeeld van de Homo Economicus. Hij stelde dat de mens een natuurlijke neiging naar empathie en solidariteit kende en dus niet altijd vanuit eigenbelang kon handelen. Ook David Hume beargumenteerde dat de morele gevoelens van de mens het rationele denken overheersen.
De mens als berekenend wezen
“De twee bezigheden van ons verstand, intuïtie en deductie, waarop wij hebben vastgesteld te moeten vertrouwen in de vergaring van kennis.” ~ René Descartes
De Homo Economicus onderscheid zich door zijn calculerend vermogen. Door middel van berekenend handelen kiest hij de beste optie voor zichzelf. Dit vereist een objectieve afweging van alternatieven. Omdat mag worden aangenomen dat de Homo Economicus geen voorliefde voor bepaalde goederen of diensten heeft, kan men dus stellen dat er vanuit de rede gehandeld word en niet vanuit empathie of solidariteit. Deze laatste twee waarden werden in de premoderne tijd vaak naar voren gebracht. De komst van het rationalisme maakte echter dat de mens niet meer vanuit deze gevoelens ging handelen. Dit staat aan de grondslag van de mens als berekenend wezen. Tevens is het calculerende vermogen van de Homo Economicus essentieel voor het realiseren van nuts maximalisatie. Volgens René Descartes handelde de rationele mens voornamelijk naar intuïtie en deductief redeneren om zijn of haar opbrengsten te optimaliseren. Vooral dit laatste is kenmerkend voor de Homo Economicus als berekenend wezen.
Concluderend kan gesteld worden dat de opkomst van het rationalisme binnen de filosofie een van de hoofdredenen is waarom de Homo Economicus gezien kan worden als een modern mensbeeld. Hij wordt niet door passies of begeerten geleid en benaderd alles vanuit de rede. Naast rationeel denken in zijn algemeen, is het calculerende aspect ook een direct gevolg hiervan. Het deductieve denkvermogen wordt voortgebracht door het rationeel benaderen van situaties. Daarnaast stelt dit denkvermogen de Homo Economicus in staat nuts maximaliserend te handelen. De Homo Economicus staat centraal in het moderne economische denken en veel aannames binnen de economie zijn gebaseerd op dit mensbeeld. Daarom kan de Homo Economicus als mensbeeld gezien worden dat voornamelijk ontstaan is vanuit moderne denkbeelden.