Mademoiselle X

In 1788 meldde Charles Bonnet een van de eerste gevallen van het Cotard���s syndroom. Een bejaarde vrouw was bezig met haar maaltijd toen ze opeens verlamd raakte aan een kant van haar lichaam. Toen de vrouw weer gevoel, beweging kreeg en weer kon praten, vertelde ze haar dochters dat ze haar onmiddellijk moesten begraven. De vrouw eisten tegen iedereen dat ze haar moesten behandelen als een dode. De vrouw wilde ook dat haar dochters haar kleedde in een lijkwaden en haar in een kist legden. Zodat iedereen kon rouwen om de vrouw. Toen de oude vrouw uiteindelijk in slaap viel, kleedde haar familie haar uit en legde ze haar in haar bed. Ze behandelde haar met opium en edelstenen poeder. De waanidee��n gingen weg maar kwam om de paar maanden weer terug.

Ongeveer 100 jaar na Bonnet kreeg de Franse neuroloog een pati��nt met een ongebruikelijke klacht, Mademoiselle X (43), zoals Cotard haar noemt in zijn aantekeningen. Ze beweerde dat ze geen hersenen, geen zenuwen, geen borst, geen maag en geen darmen meer had. Ze bestond alleen nog maar uit een hol karkas van vel en botten. Na een poging zich zelf in brand te hebben gestoken om van haar ���lijk��� af te zijn werd ze opgenomen in een inrichting. De vrouw geloofde dat ze ook onsterfelijk was. Daarom had ze geen behoefte om te eten en stierf dus al snel van de honger.

In 1880 presenteerde Jules Cotard dit geval aan zijn collega���s. Hij vertelde hun dat ze geen gevoel had in haar lichaam.
Jules had haar letterlijk links en rechts gestoken met naalden zonder enige reactie. Mademoiselle X was er heel erg van overtuigd dat ze dood was. Cotard���s beschrijvingen van de toestand van de vrouw werd uiteindelijk naar hem vernoemd.

Na Mademoiselle X beschreef Cotard nog meerdere gevallen uit zijn eigen inrichting. Vaak werden ze opgenomen na een su��cidepoging. De doodswaan gaat samen met melancholie (= depressie) en diepe angst pati��nten. Cotard schreef dat ze allemaal stuk voor stuk een ���n��gateur��� waren, ze ontkenden werkelijk alles. Bijvoorbeeld je vraagt men hun naam, ze hebben geen naam, hun leeftijd, ze hebben geen leeftijd, waar ze zijn geboren, ze zijn niet geboren. Sommige willen niks meer te maken hebben met hun lichaam omdat het niet meer aanvoelt als hun lichaam. Soms praten ze in zichzelf in een derde persoon.

Zes pati��nten van hem geloofden dat ze dood waren maar ook onsterfelijk waren. Cotard legde uit dat daar een merkwaardige, maar ook geen absurde logica in zat. ���Als je dood bent gegaan en toch nog voorleeft, kun je niet meer dood gaan blijkbaar ���- en ben je dus onsterfelijk. Maar die onsterfelijkheid voelde als een erge vloek, ze waren nu gedoemd voor eeuwig te blijven leven. Verschillende pati��nten trokken daar de conclusie uit dat zelfmoordpogingen dus zinloos waren.

Jules Cotard

Jules Cotard (Issoudun, 1 juni 1840 – Vanves, 19 augustus 1889) was een Franse neuroloog die vooral bekend is geworden door het naar hem genoemde syndroom van Cotard, een identificatiesyndroom waarbij men gelooft niet te bestaan of juist meent dood te zijn.
Na in Parijs medicijnen te hebben gestudeerd ging hij werken in het H��pital de la Salp��tri��re, waar hij onder andere werkte onder Jean-Martin Charcot. Hij hield zich vooral bezig met beroertes. Voor zijn onderzoek deed hij onder andere veel autopsie��n.
In 1869 verliet Cotard Salp��tri��re en toen de Frans-Pruisische Oorlog uit brak werd hij regimentsarts bij de infanterie. In 1874 verhuisde hij naar Vanves waar hij de laatste vijftien jaar van zijn leven heeft doorgebracht. Hier ging zijn medische aandacht vooral naar diabetes en wanen. In 1882 beschreef hij het d��lire des n��gations, dat later bekend geworden is als het syndroom van Cotard.
In augustus 1889 kreeg Cotards dochter difterie. Hij bleef toen vijftien dagen lang aan haar zijde tot ze weer beter was. Later bleek hij zelf ook besmet te zijn met de ziekte en stierf op 19 augustus.

Wat is het syndroom van Cotard?

Het syndroom van Cotard is een aandoening die vaak voorkomt op middelbare leeftijd. Het komt even vaak voor bij vrouwen als bij mannen. Negen op de tien keer lijdt de pati��nt aan ernstige depressies. Ruim de helft heeft onsterfelijkheidswanen. De ongevoeligheid die ze hebben voor pijn kunnen pati��nten ertoe brengen om zichzelf ernstig te verminken zonder dat ze iets voelen. Ze maken zich erge zorgen over wat er met hun lichaam moet gebeuren. Ze zijn dood, dus het lichaam gaat rotten, waarschijnlijk stinkt het nu al, het moet zo snel mogelijk worden begraven of verbrand. Iemand moet wat doen. Maar niemand helpt.
Deze pati��nten met Cotard hebben bijna altijd wel een ���verhaal��� over hoe ze aan hun einde zijn gekomen. Met als kern dat er een of ander incident is gebeurt. ���Een vrouw die ooit op een vlucht van Engeland naar Amerika was flauwgevallen denkt nu dat ze toen is overleden. Een jongetje van tien weet zeker dat hij in 1995 is omgekomen bij de bomaanslag in Oklahoma City.��� En andere denken dat een mislukte zelfmoordpoging is gelukt.
De waan dood te zijn of organen te missen is helemaal volkomen immuun voor tegenbewijs. Een man die wegens een depressie was opgenomen zei bij een oogonderzoek dat hij geen ogen meer had. Hij werd zelfs voor een spiegel gezet en toen ontkende hij nog dat hij geen ogen meer had. Hij zei dat dat een arts zijn ogen er uit had gehaald toen hij op de spoedopvang lag. Even later zat hij bij de cardioloog, met hetzelfde verhaal.

Syndroom van Capgras

In 1923 schreef de Parijse psychiater Joseph Capgras een gevalsstudie over een vrouw die beweerde dat haar dochter was ontvoerd en vervangen door een dubbelgangster. Deze dubbelgangerswaan, betreft alleen de dierbaren van de pati��nt en nabije familieleden. De ���dubbelganger��� die hoopt de waan te verdrijven door iets te vertellen wat alleen zij twee��n kunnen weten, anders loopt het gevaar dat de pati��nt ervan word overtuigd dat zijn echte dierbaren nu ook al in het complot zit.
Sommige pati��nten lijden aan het syndroom van Capgras en dat van Cotard. De 35-jarige K.H. was opgenomen nadat hij zichzelf met een keukenmes in zijn arm had gestoken om te bewijzen dat er geen bloed meer in zijn lichaam zat. Hij verklaarde dat hij dood was. Deze waan reageerde goed op behandeling met antipsychotica. Een half jaar later was hij weer terug, deze keer met parano��de wanen. Zijn vader was vervangen door een dubbelganger. De doodswaan was nu verdwenen. Deze afwisseling van Capgras en Cotard bij een pati��nt riep de vraag op of de beide wanen misschien voor een deel door hetzelfde pathologische proces ontstaan.
De meest overtuigende verklaring voor de dubbelgangerswaan (geformuleerd in 1990) is dat de visuele herkenning van de dierbare niet meer wordt doorgegeven aan die delen van de hersenen die betrokken zijn bij de emotionele reactie die daar normaal gesproken bij past. Bijvoorbeeld de pati��nt ziet zijn vrouw binnekomen, maar hij voelt bij zichzelf niet de emotionele warmte die hij vroeger voelde. Zijn brein kan op dat moment maar een conclusie trekken dan: dan is het haar ook niet, hoewel ze er sprekend op lijkt. Daarom zijn het ook alleen de dierbaren die ze als dubbelganger zien.
Bij anderen mensen is het ontbreken van een emotionele reactie de normale situatie
De pati��nt met Cotard heeft een nog veel erge emoties in zijn stoornis. Ze voelen helemaal niks meer. Maar de pati��nten met Capgras ontkennen hun innerlijke doodsheid door wanen in de buitenwereld aan te passen. Zoals het is niet mijn vrouw te zeggen. Maar pati��nten met Cotard zoeken de oorzaak in zichzelf.

PET-scan

Voor het eerst werd er in 2013 een PET-scan afgenomen bij een pati��nt met Cotard. Graham, een 48 jarige depressieve man uit Exeter (Engeland). De man had een broodrooster bij zich in bad getrokken en werd weer wakker in het ziekenhuis. Sindsdien geloofd hij dat zijn brein was ���doorgebrand��� en dat hij hersendood was. Hij proefde en rook niks meer. Gedachtes over zijn toekomst had hij niet. ���Er zat niets anders op dan te accepteren dat ik op geen enkele andere manier echt dood kon gaan. Het was een verschrikkelijke nachtmerrie.��� Hij gaf toe dat hij nog kon denken en spreken en ook dat dit toch bewees dat hij in leven was, maar hij had geen idee hoe dat nou mogelijk was met een dood brein. Zijn huisarts verwees Graham naar een neurologische kliniek.
De PET-scan van de ���hersendode��� toonde een sterk verminderde activiteit in de prefrontale cortex (een gebied in de hersenen), de temporaalkwab en de parietaalkwab. Dat zijn delen in de hersenen die betrokken zijn bij de handhaving van bewustzijn en het integreren van ervaringen tot een ���zelf��� dat deze ervaringen ondergaat.

Het is een patroon dat twee factoren suggereert die alleen in de combinatie een waan kunnen veroorzaken. Schade aan de temporaalkwab en de parietaalkwab zorgt ervoor dat de pati��nt geen gevoel uit zijn lichaam meer ervaart. Dit onbegrijpelijke gevoel van binnen roept bij de pati��nt het angstige vermoeden op dat die organen dan misschien wel verdwenen zijn of dat hij zelfs dood is. Naar deze gedachtes worden pas een echte waan als de voorhoofdskwabben niet meer in staat zijn om bizarre idee��n te corrigeren. Dat is het tweede factor, pas als de voorhoofdhersenen door wat voor oorzaak
Behandeling

Behandeling van het syndroom is verschillend. Meestal hebben ze een combinatie van anit-depressiva en anti-psychotische medicijnen, alhoewel elektroshocktherapie succesvol blijkt te zijn. Graham is wel een van de gelukkigen want veel mensen hebben vroeger geleden aan deze aandoening en zijn gestorven van de honger. En een ding is zeker: Het syndroom toont aan alleen al hoe weinig we weten over het menselijk brein in de 21e eeuw.

Symptomen

Volgens Cotard waren dit de symptomen:

– Stemmingsstoornis: stoornis waarbij de gemoedsstemming of emotie van een pati��nt ziekelijk is verstoord of niet past bij de situatie waarin hij verkeert.
– Nihilistische waan: overtuiging dat hij-zij of de wereld om zich heen niet meer bestaat
– Onsterfelijkheidswanen: de gedachte dat men onsterfelijk is
– Depressieve wanen: heeft een verstoord beeld van de werkelijkheid
– Sensibiliteitsstoornissen: het reactievermogen van zintuigen dat verstoord is
– Hallucinaties: bedrogwaarneming
– Gedragsanomalie: een gedragsafwijking

Hoeveel mensen lijden aan een zeldzame ziekte?

���Het totaal aantal mensen dat aan een zeldzame aandoening lijdt, wordt geschat op ruim 6% van de bevolking. Het gaat dus om circa 1 miljoen mensen in Nederland. Deze cijfers zijn een schatting, omdat van de meeste zeldzame ziekten geen cijfers worden bijgehouden door gebrek aan onderzoek, registratie en diagnostiek.��� Het is dus ook niet bekend hoeveel mensen er lijden aan deze ziekten. Bron: http://www.zzf.nl/veelgestelde_vragen.php

Mevrouw L

Mevrouw L, is een 53-jarige Filipijnse vrouw. Zij werd toegelaten tot de psychiatrische afdeling toen haar familie 911 hadden gebeld. De pati��nt was aan het klagen dat ze doos was en stonk naar rottend vlees, de vrouw wilde naar een lijkenhuis bij de andere dode mensen. Bij een interview in het ziekenhuis zei de vrouw dat ze vreesde dat een hulpverlener haar huis in brand te steken waar ze woonde met haar neef en haar broer. Ze gaf ook toe aan dat ze wanhoop, lage energie, verminderde eetlust en slaperigheid had
De vrouw vermelden ook dat ze antidepressiva had terwijl ze in de Filipijnen had gewoond voor 18 jaar (maar was slechts een maand geleden daarvoor verhuist naar de Verenigde Staten, maar kon helaas niet meer de dosering van de medicatie herinneren
Na biologische oorzaken waren uitgesloten, werd er een behandeling met quetiapine en bupropione SR gestart. In eerste instantie was de pati��nt terughoudend om de medicijnen in te nemen of te eten. Vervolgens ontwikkelde ze een verstoring van de elektrolytenbalans. Ook was verwaarloosde mevrouw L haar persoonlijke hygi��ne en besteedde ze een groot deel van de dag alleen maar in bed.
Met de steun van haar familie werd de beslissing genomen om de patient voor de rechter dat ze een behandeling zou krijgen. Nog steeds kreeg ze bupropion SR en olanzapine. Een paar dagen later kreeg de vrouw een twijfelachtige aanval, ze werd doorgestuurd naar een medische eenheid
Na drie dagen keerde ze terug naar de psychiatrie verdieping waar haar medicatie inclusief olanzapine, escitalopram (vanwege de twijfelachtige beslag op bupropion) en lorazepam (voor agitatie).

Mevrouw L toonde verbetering van de symptonen dan een maand op olanzapine 25 mg per dag, escitalopram 20 mg per dag, en lorazepam 2 mg per dag. Bij ontslag ontkende ze nihilistisch of parano��de wanen en hallucinaties en sprak hoop over haar toekomst en een verlangen om deel te nemen in de psychiatrische nazorg.

Bipolaire stoornis

Een bipolaire stoornis is een stemmingsstoornis die ongeveer 2% bij de bevolking voorkomt. Deze stoornis wordt gekenmerkt door het afwisselende stemmingen (dan vrolijk en dan weer depressief). Dit komt even vaak voor bij mannen als vrouwen.
Kenmerken aan de depressies die voorkomen is de sombere stemmingen. Dit kan zo weer omslaan in onverklaard verdriet. Soms voelen mensen niks meer, zoals de liefde voor zijn of haar partner, kinderen of mensen die dicht bij ze staan. Dit kan ook tijdelijk zijn. Het gevoel om plezier te hebben of te beleven is heel erg verminderd of weg. De pati��nt is erg stil, teruggetrokken, bang, boos etc. het gevoel van eigenwaarde is laag en mensen kunnen zich verwijten van alles. Ook de slaap en eetlust is slecht. Gedachtes over de dood komen vaak voor.
Een manische perioden wordt vaak in het begin niet herkend door de pati��nt maar wel door familie. In deze perioden is de pati��nt veel positiever dan normaal, overactief, onrustig en bemoeit zich met iedereen. Het gevoel van eigenwaarde is hoog. Het risico van de manie worden vaak onderschat omdat dit een groot gevaar kan zijn. Bijvoorbeeld een pati��nt kan opeens heel veel geld uitgeven aan drugs en alcohol.
Meer dan 60% van de pati��nten die een bipolaire stoornis hebben, heeft wel eens een psychose tijdens de depressie of manie, met wanen of hallucinaties. Bij een psychose bestaat de stoornis van het denken of het waarnemen van iets. Dit uit zich dan in hallucinaties die voor anderen niet bestaan. Zoals het horen van stemmen die zeggen dat ze iets moeten doen, of dingen zien die anderen niet waarnemen. Ook kan het zich voordoen als een waan: een persoonlijke overtuiging, die in strijd is met de werkelijkheid.

Oorzaken en gevolgen:

– Erfelijke factoren
– Familieleden hebben vaak een depressie of bipolaire stoornis (als een van de ouders bipolaire stoornis heeft hebben de kinderen vaak ook kans, en wanneer een tweelingzus of ���broer het heeft is de kans dat de ander het heeft ook groot)
– Alleenstaanden hebben vaker een bipolaire stoornis dan mensen die samen wonen. Mogelijk kan zijn dat een relatie beschermt tegen het (opnieuw) optreden van een manie of een depressie. Maar het kan ook zijn dat mensen met een bipolaire stoornis moeilijker dan anderen een relatie in stand kunnen houden.
– De bipolaire stoornis komt vaker voor in grote steden dan kleine stede
– Volwassenen die cannabis gebruiken hebben 5x zoveel kans dat een bipolaire stoornis zich ontwikkeld.
– Levensgebeurtenissen
– Traumatische jeugdervaringen, zoals mishandeling en verwaarlozing, verhogen ook de kans op een bipolaire stoornis.

��� Gevolgen:
– Mensen met een bipolaire stoornis functioneren slechter dan mensen zonder deze stoornis. Zij ervaren hun gezondheid als minder goed. Zij hebben 2 tot 3 keer meer kans om vroegtijdig te sterven dan mensen die deze stoornis niet hebben. Zelfmoord (word vaak gepleegd tijdens een depressieve of een gemengde perioden.
– Een bipolaire stoornis heeft grote invloed op het leven van familieleden, vrienden en collega’s van de pati��nt etc.
– Iemand gedraagt zich anders dan normaal tijdens een depressieve periode, ze maken sneller ruzie, doen onverantwoordelijke financi��le uitgaven of heeft vaak zelfmoordgedachten.
– Daarnaast is de omgeving vaak bezorgd of en wanneer iemand een nieuwe periode zal meemaken.

Leave a Comment

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.