Paper ingediend als onderdeel van de Ge��ntegreerde Proef van het tweede jaar van de derde graad

Een ervaring om te beleven

���

Inhoudsopgave
Motivatie 3
Inleiding 4
1. De noodzaak
1.1 De basis 5
1.2 De schoen 5

2. Een vrij gevoel 6
2.1 Twee soorten vrijheid 7
2.2 Eenzaamheid 7

3. Flaneur 8

4. Francis Al��s
4.1 een korte bio 10
4.2 Hoe gaat deze man te werk? 11
4.2.1 Distillatie 11
4.2.2 Proliferatie 12
4.2.3 politiek en po��zie 12
4.3 het stappen 13

5. En in de kunst? 14

6. Vincent van Gogh
6.1 Het kindje 15
6.2 De fascinatie van jong af 16
6.3 De mengelmoes 16
6.4 Van Gogh in de Borinage 16
6.5 Parijs & Arles & Saint ��� Remy 17
6.5.1 Parijs 17
6.5.2 Arles 18
6.5.3 Saint ��� R��my 19
6.6 Wandelingetje 20

7. Het besluit 21

8. De bronnen 23

Wandelen (motivatie)
Ik was een klein meisje. In de buggy of in de rugzak, heb ik uren verslonden. Mijn ouders die langs bomen, meren, rotsen, bergen en rivieren stapten. En ik��� Ik genoot van de stilte, kleuren en geuren en het zonnetje.
Later, toen ik al een iets ouder klein meisje was, had ik eindelijk mijn eerste stapjes gezet en kon ik na een tijdje al heel goed ���stapjes zetten���. Al snel mocht ik samen met mama en papa wandelen. Dat was leuk. Voorheen keek ik, voelde ik, hoorde en rook ik. Maar, nu kon ik zelf naar mooie dingen toe gaan. Ik kon dingen zelf ontdekken. Het was ook leuk om mezelf moe te maken, en daarna lekker inslaap te vallen in de auto.

Wandelen is voor mij altijd al iets speciaals geweest. Vroeger kon ik me helemaal uitleven als ik aan het marcheren was. Nu, is wandelen voor mij een soort van rustpuntje. Ik geniet dan van de rust, het alleen zijn en de verstomming die in mij opkomt bij alles wat ik ontdek tijdens mijn wandelingen, waardoor ideetjes continue in mij opduiken.

Ik heb dit onderwerp genomen omdat ik ���wandelen��� nodig heb om mij goed te voelen. Om terug naar de basis te gaan.

Inleiding
Wandelen, heerlijk rustig in de natuur wandelen, even aan niets denken. En genieten.
Wandelen is ook de voornaamste manier om je te verplaatsen. Vandaag de dag zijn er verschillende andere en snellere manieren om je te verplaatsen zoals een fiets en een auto,��� en juist daarom heeft wandelen iets speciaals.
Ik ga opzoek naar dat speciale tintje van het stappen.
In deze paper vestig ik mijn aandacht eerst en vooral aan de werkelijk functie van het wandelen (zoals in de tijd van de nomaden). Ik raak dus eventjes de geschiedenis aan, maar ga daarna direct over naar het gevoel van vrijheid dat je tijdens een ���lange��� trektocht vrijwel zeker eens zult tegenkomen. En wat met eenzaamheid tijdens het wandelen?
Maar moet het stappen om te stappen altijd in de natuur gebeuren? Waarom kan dat ook niet in een stad, zoals het flaneren, dat vaak gebeurde in negentiende eeuw gebeurde.
Ook ga ik het wandelen in contact brengen met kunstwereld door twee kunstenaars eventjes aan te raken.

1. De noodzaak

1.1 De basis
Wandelen is het eerste vervoersmiddel dat er bestaat, zonder wandelen waren wij, de mens, niet instaat om te kunnen leven. Want als je je niet kan verplaatsen, hoe kan je dan eten en water verzamelen? Je zou kunnen zeggen dat je niet hoeft te kunnen lopen om te overleven, want slakken hebben daar ook geen nootzaak aan. Ze kruipen gewoon rustig verder en ze zien wel of er op hun pad iets eetbaar valt te vinden. Maar dat is voor ons anders, slakken eten voornamelijk blaadjes/planten. Wij, mensen, eten groenten/planten maar ook heel veel vlees. Vlees is noodzakelijk voor ons, wij zijn namelijk omnivoren! Om goed vlees te kunnen eten, moeten we ons dus snel en beweeglijk kunnen bewegen om te kunnen jagen.
Onze voorouders waren jager-verzamelaars. Ze trokken in groepen rond om eten te verzamelen. En hoe trokken ze rond? Wel te voet! Een reden om steeds rond te trekken was omdat ze nog niet het besef hadden om aan landbouw te doen, en dieren verplaatsen zich als er bedreiging is (namelijk de mens).
Geleidelijk aan evolueerde de mens, ze werden meer bewust van het feit dat als je goede tools hebt, je handiger dieren kan doden. Men werd ook handiger in het conserveren van voeding, bijvoorbeeld door het gebruik van potjes.
Later deden ze ook aan domesticatie waardoor ze na een tijd een kudde dieren bij elkaar hadden waardoor ze een zekerheid van vlees hadden. De mens was ge��volueerd van verzamelaar naar nomade. Ze trokken nu nog rond voor planten en kruiden en soms nog voor de jacht. Maar ook dat werd na een tijdje aan de kant geschoven de mens was namelijk tot de kennis van de landbouw gekomen. Men begon velden van (nog steeds) wilde gewassen te beschermen tegen wilde dieren. En zo evolueerde we verder tot wat we nu zijn. Het gewone rondtrekken, het wandelen is dus eigenlijk de basis van ons bestaan.
Zonder wandelen zijn we niets. Kijk maar hoe blij ouders zijn wanneer hun kind haar/zijn eerste stapjes zet, of hoe ongelukkig en vastgeroest we ons voelen als we bijvoorbeeld niet meer instaat zijn te wandelen.
We kunnen dus zeggen dat wandelen een noodzaak is voor onze gemoedsrust en lichamelijke balans. Het staat tevens voor vrijheid, het is voor vele mensen een vergeten vrijheid. Toch word wandelen als nog goed in de media gebracht, pelgrimstochten, wandel groepen, enz.

1.2 De schoen
Als we wandelen dan komen we verschillende dingen tegen op de grond, doorntjes, stenen,��� Maar daardoor kunnen onze voeten heel veel beschadiging oplopen. En er is niets zo erg als pijnlijke voeten! De oplossing voor dit probleem is zeer eenvoudig, je moet goede schoenen dragen. Tegenwoordig we hebben we schoenen in verschillende vormen, en we hebben enorm veel keuzen aan schoenen. Nu is de schoen echt ge��volueerd naar een voorwerp waarmee je een deel van je persoonlijkheid toont aan de buitenwereld.
De eerste mensen liepen altijd op blote voeten, maar ze hadden als snel door dat als je iets onder je voeten plaatst, dat handiger stapt. Doordat wij mensen goed ontwikkelde hersenen hebben kwamen we op het idee van schoenen. De eerste schoenen waren ofwel van leer gemaakt of van plantaardig materiaal.
De oudste schoenen die we terug hebben gevonden, waren sandalen gemaakt van plantaardig materiaal, voornamelijk geweven gras. De oudste lederen schoen werd door archeologen in 2010 op gegraven in een Armeense grot. Deze schoen is redelijk goed intact dat zie je omdat de veters en de voering van gras nog goed bewaard zijn gebleven.
Er zijn ook schilderingen aangetroffen in de grot van Altamira in Spanje, die het eerste gebruik van schoeisel aantonen. De muurschilderingen zouden ongeveer 15.000 jaar oud zijn.
Het leder, dierenhuiden, is het meeste gebruikte materiaal voor schoenen. Vanaf het prille begin van de schoen is leder het meest gebruikte materiaal bij de schoen. En waarom dan leder? Wel, leder was vroeger ����n van de meest beschikbare materialen. En het is ook heel vervormbaar, je kunt er in naaien en het kan ( a.d.h.v. bepaalde technieken) waterdicht gemaakt worden. Leder is ook heel robuust en daardoor beschermt het de voeten tegen letsels.

1 2
1 2
Foto 1: Geweven gras sandaal gevonden in de Arnold Research Cave in Missouri, USA. Deze sandaal zou 8300 jaar oud zijn
Foto 2: Oudste leren schoen, hij zou 5500 jaar oud zijn.

2. Een vrij gevoel
E��n van de belangrijkste kenmerken van het wandelen, is het gevoel van vrijheid, een time-out. Je kunt zo goed als alle lasten voor heel even vergeten. Het is eigenlijk pure ontspanning voor het denken. Je bent even met iets anders bezig en laat alle zorgen ergens anders. Je bent buiten in de frisse lucht en ziet eindelijk, op een ontspannen manier, de omgeving rondom jou. Dit alles kan je verkrijgen, als je gewoon maar een korte wandeling maakt, of als je een lange trektocht doet. Alleen worden die gevoelens en ervaring gewoon sterker. Maar er is nog ����n bonus bij een trektocht, je ontsnapt aan de dagelijkse rituelen.
Maar ondanks al de vrijheden die je verkrijgt als je wandelt, krijg je ook met heel wat beperkingen en kwaaltjes te maken. Dit kan het gewicht van een rugzak zijn, maar ook de weersomstandigheden, de lengte van de wandeling���Echte ontspanning is ook niet de perfecte benadering van wandelen. Stel je staat op een kruispunt van verschillende bergweggetjes je moet dus kiezen welke kant je op gaat, maar je kiest het verkeerde weggetje, dan word het misschien wel een hele zware en heel lange tocht naar je eind punt (als je dat hebt). Of je vindt gewoon je eindpunt niet. Er blijft dus altijd een bepaalde dwang om bijvoorbeeld tijdig bij je bestemming te raken.
Als je dat zo allemaal opsomt, dan lijkt wandelen voor mensen die er geen ervaring mee hebben, niet iets dat je gelukkig maakt. Zo schrijft Fr��d��ric gros in zijn boek Wandelen, dat wandelen voor deze mensen kan lijken op een dwaasheid, verstandsverbijstering en vrijwillig slavernij.
Maar toch worden de meeste mensen er gelukkig van om gewoon maar een ommetje te maken. Dat komt door het primitieve dat wandelen met zich meebrengt. Men zit op dat moment niet meer vast in een hok waar een botsbal constant heen en weer botst. Hierbij stelt de bewegende botsbal de constante uitwisselingen van informatie voor die we moeten opnemen en verwerken.

2.1 twee soorten vrijheid.
Volgens Fr��d��ric Gros zijn er twee soorten vrijheden die te pas komen bij het wandelen. Een eerste vrijheid is een kortstondig weg zijn van je gewoontes, je ritueel, je habitat. Je bent dan blij even weg te zijn, om even op adem te komen, maar je bent ook blij om weer terug naar je ritueel over te gaan.
En dan is er nog een tweede soort vrijheid, maar deze is vele opstandiger en ruwer. Hier bij ga je, in tegenstelling tot de eerste vrijheid, voor een langere tijd de weidse landschappen in trekken. Je geeft dan absoluut geen aandacht meer aan het dagelijkse dat je gewoon bent. Je zet je schrap voor een nieuw avontuur voor zogezegd ���het vreemde���. Je gaat de verwilderde natuur in en herontdekt er het mooie van, het wonderlijke van de sterrennachten en de mooie landschappen die je ogen voorgeschoteld krijgen geven je een nieuwe energie.
Het wandelen kan dus ook een mentaal effect hebben.
Maar hoe komt het nu dat we een vrijheid ervaren na al wat er hierboven is gezegd? Volgens Fr��d��ric Gros is de oorzaak van dit gevoel van vrijheid, het ontsnappen aan het idee van iemand te zijn, een eigen identiteit te hebben. Tijdens het wandelen ben je eigenlijk niemand, je volgt gewoon het paadje dat je wordt voor geschoteld. Je bent ���alleen���. Je hebt dus geen geschiedenis. Je bent eenzaam.

2.2 Eenzaamheid

Eenzaamheid is heel belangrijk als je echt wilt genieten van het wandelen. Er zijn heel veel filosofen die dit mede kunnen beamen, denk maar aan Jean Jacques Rousseau. Die aan het einde van zijn leven, na helemaal verstoten te zijn van de maatschappij omdat zijn verlichtende idee��n niet werden aanvaard, schreef hij zijn laatste boek ���De overpeinzingen van een eenzame wandelaar���.
In dat boek volg je samen met hem hoe het is om te wandelen, en dat in zeven teksten die hij als de zeven wandelingen beschrijft.
Hij schrijft over zijn beminde tochten naar de eenzaamheid van de natuur, en van het alleen zijn, ver van de mensen die hem in de steek hebben gelaten. En te midden van al dat mooie groen, beschrijft hij dit gevoel als het worden van een echte ���sociale mens���. Waarmee hij bedoelt, een wezenlijk goed oprecht mens te zijn. Eigenlijk krijgt hij het gevoel van niet meer begrensd te zijn. Zo schrijft hij:

���Deze vorm van eenzaamheid en meditatie zijn de enige van de dag waarin ik, zonder te worden afgeleid of te worden gehinderd,
volkomen zijzelf en mijzelf ben,
en waarin ik werkelijk kan zeggen dat ik ben wat de natuur heeft gewild.

Ook Nietzsche en Thoreau kunnen het alleen zijn tijdens een wandeling beamen. En dat is ook niet zo onlogisch. Bij wandelen is het de bedoeling dat je in een basisritme terecht komt. Het basisritme is het ritme dat bij jou persoon hoort, het zorgt er voor dat je niet te vermoeid wordt, zodat zo min mogelijk dingen van buiten af je zouden kunnen hinderen. Je moet dan alleen maar rekening houden met je zelf (en dat is soms ook al moeilijk genoeg).
Als je in een groep of met twee wandelt dan is de kans groter dat je struikelt of je voeten aan iets stoot omdat je aan het luisteren was naar wat anderen te zeggen hebben, en dan moet je ook nog eens je stapritme aanpassen. Maar nu spreek ik enkel over de lichamelijke hinderingen, zo kan je ook mentaal gehinderd worden. Ik denk maar aan een discussie, ���
Desondanks kan je met vier of met drie ook eenzaamheid bekomen. Zo kunnen al de vier persoon op hun eigen tempo wandelen, er vallen gaten en na een tijd roept ����n van de vier of als ok�� is.
Wandelen om te genieten gaat dus ook met vier. Maar als je met meer mensen bent, is de kans groter dat je gehinderd wordt in je eenzaamheid. Het hinderen kan als volgt gaan; je hoort mensen die praten ���de ene al wat luider dan de anderen���, er wordt gefloten, er worden kliekjes gevormd, mensen scheppen op��� Eigenlijk kun je het dan bekijken op de manier waarop honden zich in een groep gedragen. Honden proberen eerst elkaars geur op te snuiven om te kijken wat voor sfeer er bij hangt. Nadat ze iedereen besnuffeld hebben en er een paar kliekjes zijn gemaakt, proberen ze de rangen te zien en iedereen probeert zo hoog mogelijk in de rang te komen. Daar komen soms conflicten mee gepaard, want iedereen gaat zich zowat profileren. Bij mensen noemen we dit het opscheppen ��� Ooooh ik heb eens 100 km gaan fietsen terwijl mijn band de laatste 50 km gewoon weg plat was���.

Maar dit gevoel van incognito heb je niet alleen als je in de pure natuur rond zwerft. Je kunt je vaak het zelfde effect hebben van een natuurwandeling, als je gewoon maar in een stad rond dwaalt.

3. Flaneur
Als we aan het woord ���wandelen��� denken, dan komt het beeld van rondstappen in de natuur meestal voor het eerst naar boven in ons hoofd. Maar het ���wandelen��� hoeft niet alleen in de natuur gebeuren. Je kunt ook te voet door een stad gaan. Het wandelen in een stad kan je eigenlijk vergelijken met flaneren.
Nu, wat is flaneren eigenlijk? Als we het even algemeen bekijken, is flaneren alles betreffende de handeling van wandelen. Het woord kwam voor het eerst voor rond de 16-17 eeuw, maar weliswaar met een ���negatieve��� connotatie; luieren, niets doen, verspilling van tijd.
In de negentiende eeuw verdiept Charles Baudelaire, een Franse dichter maar ook een kunstcriticus, zich in het fenomeen flaneren. Baudelaire deed dit aan de hand van het boek ��� De schilder van het moderne leven���, waarin hij vol fascinatie schrijft over, een kunstenaar of beter gezegd de man van het leven, meneer G . Waarom wekt deze man van het leven zo veel interesse bij hem op?
Deze man wandelt in de straten en kijkt om zich heen, hij ziet wat er verandert elke dag, hij ziet de evolutie van de mode, de manier waarop mensen zich gedragen. Baudelaire is gefascineerd door meneer G omdat hij steeds verwonderlijk naar dingen kijkt, soms zelfs op een kinderlijke manier. Dit is voor hem flaneren. De man van de wereld begrijpt de motieven, gebruiken en zeden die er in de wereld rond gaan, hij is nieuwsgierig.
Volgens Baudelaire is een flaneur, iemand waarvan de menigte zijn element is, hij wil hartstochtelijk ����n worden met de menigte, en hij geniet van zijn incognito( iemand die niet herkenbaar wilt zijn). Het is een waarnemer, en wilt zich overal thuis voelen, ook als hij buitenshuis is. Een flaneur is ook gefascineerd door de toevallige omstandigheden. Dat laatste noemt Baudelaire moderniteit. Je moet dit wel in de goede tijdsgeest bekijken, je moet namelijk weten dat er in de negentiende eeuw heel veel dingen in de mode, schilderkunst, enz. gebaseerd waren op de renaissance (het verleden).
Flaneren is dan wel wandelen maar je kunt het bijvoorbeeld niet vergelijken met een lange natuurwandeling, daarvoor is flaneren een beetje te schokkerig en te onregelmatig in zijn ritme. Flaneren is ook geen straatslenteraar omdat hij door stapt en niet stopt bij elke attractie die er te beleven valt.
Eigenlijk is het ook iets dat je niet overal kunt doen, tenminste dat is het idee van Walter Benjamin die na het lezen van de werken van Charles Baudelaire, ook weer een verruimender beeld vormde van de flaneur. Volgens hem kan flaneren echt tot zijn recht komen in grote steden als Parijs, maar ook Berlijn en London. Deze steden hebben een stadstructuur die ontwikkeld werd in de negentiende eeuw (toevallig de tijd waarin het betrekkelijke woord tot haar echte betekenis kwam). Dit is een groot voordeel want in deze steden kan je urenlang wandelen zonder de stad werkelijk te verlaten. Doordat deze steden zo groot zijn, kom je tijdens het flaneren verschillende wijken en arrondissementen tegen. Telkens vormen deze laatste een verschillend karakter qua architectuur maar ook in sfeer en cultuur.
Volgens Walter Benjamin kan het flaneren pas ontstaan als de stad z�� groot is geworden dat het eigenlijk een landschap vormt.
Je zou kunnen zeggen dat flaneren iets waarbij je het kind in je moet naar boven brengen, je moet namelijk terug verwonderlijk kijken naar wat er rondom jou gebeurt en nieuwsgierig zijn. Maar dat is tegenwoordig wat moeilijker misschien. Want als we nu op straat komen zijn we te gefocust op de richting die we uitmoeten, we zijn vaak nog op onze gsm mailtjes aan het checken. En vergeten zo wat er rondom ons gebeurt.
Daarom denk ik dat het ���flaneren��� verplaatst is naar de digitale wereld, vele mensen komen verschillende informatie tegen op het internet. Eigenlijk kun je zeggen dat het internet de ���nieuwe stad��� is.

Flaneren. Fraai uitgedoste, wandelende en zittende vrouwen en Kinderen op de Champs-��lys��es. Frankrijk, Parijs, 1910-1914

Maar ook nu de dag wordt het traditionele flaneren nog wel uitgeoefend. Een goed voorbeeld van een hedendaagse flaneur, is de Belgisch-Mexicaanse kunstenaar Francis Al��s.

4. Francis Al��s
4.1 een korte bio
Francis Al��s is een Belgische kunstenaar, naast Luc Tuymans ����n van de twee bekendste kunstenaars van ons land.
Al��s is geboren in 1959 in Antwerpen. Van 1983 tot 1986 studeerde hij aan het Institut Sup��rieur d’Architecture Saint-Luc in Doornik. En later aan het Instituto Universitario di Architettura in Veneti��. Francis Al��s is dus eigenlijk een architect. Na zijn afstuderen, realiseerde hij dat er al veel gebouwen waren in heel Europa, hij zag eigenlijk hier in Europa geen nood aan nog meer architecten. Daarom verhuisde hij naar Mexico City, hij werkte er in het atelier van Jacobo Islas Mendoza (een wever) in samen werking met Felipe Sanabria.
Mexico City lied een indruk na voor Francis, hij was gefascineerd door de hoeveelheid loslopende dieren die er waren in de stad. En deze fascinatie was de directe aanloop naar the collector (1991- 1992), waar hij met een sculptuur, in de vorm van een dier, door de straten van de stad wandelt.
Het dier is gemaakt van materiaal dat de kunstenaar had gevonden op de straat. The Collector werd gepresenteerd in Al��s tweede solo expo in de Galeria Arte Contempor��neo in Mexico City. Het waren dan foto���s van het sculptuur en van zijn gebruik, want The Collector was een performance.

Foto 1: The Collector – Francis Al��s & Felipe Sanabria, 1990-1992
Foto 2: The Collector – Francis Al��s & Felipe Sanabria, 1990-1992
Foto 3: Francis Al��s ���Collectors���, 2006 36 kleine honden, magneten, metaal afval, nylon snaren, een kaart op papier bevestigd op hout, grafiet en acryl

4.2 Hoe gaat deze man te werk?
Van Francis Al��s kan je niet zeggen dat hij een schilder is of en architect of een performance kunstenaar, een tekenaar, een beeldhouwer, ��� . Al��s is eigenlijk een kunstenaar die van alles wat doet. Zijn werken hebben dus geen vaste materi��le vorm, dat wil zeggen dat je vaak voor verassingen staat als je naar een tentoonstelling zou gaan kijken. Op een bepaald moment kan je een getuige/ een toeschouwer zijn van de kunstenaar aan het werk, en dan is er ook die moment dat je zijn werken kunt bezichtigen op foto���s en schilderijen, ��� in musea. Het is daarom belangrijk dat je bij Al��s zijn project moet bestuderen in plaats van maar ����n schilderij, foto, ��� En om het project te kunnen begrijpen moet je dan aan de hand van zijn verschillende werken mede een onderzoek doen.
Er zijn twee dingen die altijd in zijn werk zitten. Mark Godfrey schrijft in Politiek/po��zie: het werk van Francis Al��s: ��� Om te begrijpen wat hij doet, kunnen we beter beginnen met te kijken hoe zijn projecten tot stand komen, en ons afvragen wat voor objecten, idee��n en beelden in de loop van hun ontwikkeling worden voortgebracht. Dat kunnen we doen door twee belangrijke impulsen op te sporen die structuur geven aan zijn werk, en die zelf verstrengeld zijn met politiek en po��zie: distillatie en proliferatie.���

4.2.1 Distillatie
Met distillatie bedoelt Mark, de manier waarop Francis elk project tot ����n bondig geheel laat vorderen. Vaak worden de onderzoekbeelden van zijn handeling over het hoofd gezien, en focust men zich dan vaak enkel op de acties die de kunstenaar onderneemt, die dan worden vertoond aan de hand van video���s en foto���s. Volgens Mark Godfrey kan men zeggen dat Francis Al��s een kunstenaar is die voornamelijk aan de hand van beelden denkt en werkt, in plaats van vertellingen of gebeurtenissen. De beelden waarover ik spreek zijn eigenlijk mentale beelden, dat de ene keer gewoon een klein schilderijtje kan zijn of een collage.

Foto1: la le��on de musique, 2000
Foto2: studie voor La Ronde, 1998-2006 (geen titel)
Foto 3: Gibraltar, 2006-2008
Foto 4: studie voor: la Bataille du bien & du Mal, 2001

4.2.2 Proliferatie
(expansie, voortplanting)
Met proliferatie wordt de periode tijdens het rijpingsproces bedoeld, wanneer hij nog geen beslissing kan nemen hoe het uiteindelijke product zal vertoond worden (video, meerschermenprojectie, film). Met proliferatie bedoeld Mark Godfrey dat de kunstenaar nog opzoek is naar een kernbeeld, voor bijvoorbeeld een prentkaart. Maar tegelijkertijd is Francis ook nog steeds tekeningen en schilderijen aan het maken, deze tekening maakt hij ofwel buiten in de open lucht (en plein air) of in zijn studio. Dit is heel belangrijk voor hem want het geeft hem ruimte tot denken, en hij moet zich dan eventjes niet bezig houden met programmeren, productie ect.
Wat ook heel belangrijk is voor de kunstenaar is het handwerk, door te tekenen, te schilderen behoud hij het fysieke en mentale contact met zijn werk, hij houdt het levend.

4.2.3 Politiek en po��zie.
Wat het werk van Al��s typeert is de manier waarop hij de ingewikkelde politiek en alle facetten daarrond op een po��tische en fantasie rijke manier weet te benaderen. Veel voorkomende onderwerpen in zijn werk zijn; daklozenprobleem in Mexico City, de beloften en mislukkingen van modernisering in Latijns���Amerika en natuurlijke ook (heel actueel) de immigratieroutes tussen Afrika en Europa.
Om deze onderwerpen over te brengen, kiest hij niet voor een presentatie op een documentaire wijze of aan de hand van vertellingen, nee, hij prefereert eerder acties. Deze acties kunnen redelijk banaal overkomen: het duwen van een ijsblok doorheen de stad, al wandelend een trui laten uitrafelen, of een groep mensen er aan toe zetten om een berg zand te verplaatsen. Het po��tische aan zijn werk is dan weer het absurde aan de acties waar vaak het onvoltooide en het raadselachtige dat verschillende interpretaties kan oproepen.
Niet alleen zijn acties hebben een po��tische tint, maar ook zijn kleine schilderijtjes en tekeningen.

When Faith Moves Mountain, Lima 2002

4.3 Het stappen
Francis Al��s werkt vaak met het aspect ���wandelen��� maar misschien beter gezegd het flaneren. De acties die de kunstenaar onderneemt, spelen zich vooral af in de stad. Vaak haalt hij ook zijn inspiratie van dingen die er in een stad gebeuren. Een heel mooi voorbeeld hier van is The collector, zoals ik hierboven al heb vermeld.

Hier trekt Al��s hierbij een zelfgemaakt diertje voort wanneer hij door de stad wandelt. Dat diertje stelt dan een straathond voor. Omdat het dingetje gemaakt is van gevonden materialen en vooral ook vele magneten, trekt het dan ook veel ijzeren voorwerpen aan. Deze voorwerpen zouden dan als een trofee dienen voor het diertje, net zoals straathonden ook hebben als ze eten vinden of als ze voorwerpen vinden die voor hen speeltjes kunnen zijn, maar ook het oppikken van geurtjes hoort hierbij.
Wat de kunstenaar hier ook mee wil uitdrukken is ���het verzamelen���. Hiermee wil hij het verband leggen tussen kunst verzamelen ( collectioneren) en het snuffelen tussen het vuilnis.

Nog een goed voorbeeld is ���The Last Clown���. Rond dit project hangt een verhaal aan vast van een criticus op wandel in een park. De man is zo in zijn gedachten verdiept dat hij een hond die naar hem toe was aan het lopen, niet ziet en er over struikelt. Dit verhaal maakt hij duidelijk door een eerder kinderlijk tekenfilmpje. Met het filmpje wil hij de wisselwerking tussen het belachelijke en de cultuur/kunstproductie aanraken.
Hierbij stelt de in gedachten verzonken man, een kunstenaar, intellectueel of een criticus voor. Deze mensen kan je eigenlijk voorstellen als entertainers, maar zij hebben enkel succes omdat mensen alleen maar uitkijken naar hun val.

Maar ook in ���Fairy Tales��� verwerkt hij het element wandelen, of beter gezegd, het flaneren in zijn project. Ook bij dit project wandelt hij door de stad (Stockholm) terwijl hij een trui aan heeft die uitrafelt terwijl hij verder stapt. De performance Fairy Tales is een fabel die gaat over het verlies. Terwijl hij door de stad wandelt met de ontrafelende trui, wil hij eigenlijk een spoor achter laten. Je moet je dan voorstellen dat het een tekst is die hij ontrolt, open doet, ontdekt. Maar je kan stellen dat de draad als het ware het verhaal maakt, de draad weeft het verhaal maar ontrafeld het tegelijkertijd. Het werk is eigenlijk een allegorie op verschillende mythes als Hans en Grietje, maar vooral het verhaal van Penelope. Deze actie is ook zeer typerend voor Al��s door het feit dat de route die de kunstenaar volgt, ook een methode is om de stad te tekenen.

5. En in de kunst?
Wandelen is ook een veel voorkomende actie in de kunstwereld, voorbeelden hier van zijn de en plein air schilderijen vanaf ongeveer 1832.
En plein air, is eigenlijk de perfecte term, want het verteld gewoon letterlijk dat schilders gewoonweg hun tubes verf, pallet en ezel, mee naar buiten namen en gewoon ergens op een mooie plek begonnen te schilderen. ����n van de trend zetters van deze toen ongewone techniek was John Constable, een Engelse kunstschilder in het romantisch realisme. Hij maakte voor het eerst schetsen met olieverf die niet in een atelier zijn vervolledigd, ze zijn terplekke gemaakt.
Deze techniek kwam ook mede tot stand door de verbetering van het schildersmateriaal. Dat komt door de komst van de verf tubes in 1840. Maar ook in het begin van de 19de eeuw was het maken van verf ge��ndustrialiseerd en werd de verf in varkensblaasjes verpakt.
Het echte hoogtepunt van het en plein air schilderen was rond 1830 in Parijs. Vele schilders gingen in die tijd naar de regio ��le-de-Fran��e, waar ze in het bos de natuur schilderde. Maar ,zoals we vaak zien in de kunstgeschiedenis, werd iets nieuws niet aanvaard door de Salon(de academisch regerende kunst critici).
Het en plein air fenomeen heeft de schilderkunst verder be��nvloed, zo was het voor de impressionisten heel erg belangrijk. Zelfs vandaag de dag wordt het en plein air schilderen als heel traditioneel gezien.
Gerelateerde kunstenaars van deze techniek zijn, zoals ook hierboven vermeldt, impressionisten zoals: Claude Monet, Eduard Manet, ���
Maar ook postimpressionisten zoals Vincent Van Gogh.

John Constable, ‘Stoke-by-Nayland’ circa 1810-11
6. Vincent Van Gogh
Schilderijen, heel veel schilderijen 860 om precies te zijn. En maar liefst 1200 tekeningen of prenten. We herinneren Vincent als vooral een werklustige man, hij was een passionele man die nooit echt erkenning heeft gehad.

Vincent van Gogh in 1866, ����n van de drie foto���s die ooit van hem zijn getrokken

6.1 Het kindje
Vincent Van Gogh werd geboren op 30 maart 1853 te Zundert (Noord ��� Brabant, Nederland).
We weten niet veel over de kindertijd van de kunstenaar, maar het feit dat hij het kind was van een dominee van een klein dropje op het platteland, kunnen aanwijzingen geven dat hij opgevoed is met veel aandacht voor; behaaglijkheid, bescheidenheid, ijver en welgemanierdheid.
Van Gogh verliet al op een heel jonge leeftijd zijn ouderlijk huis, hij ging op internaat.
In het internaat van Tilburg kreeg hij naast Frans, Engels en Duits ook tekenles. Dat is zijn eerste en eigenlijk ook zijn laatste tekenles. Hij heeft ook, toen hij ouder was, een tijdje aan de Koninklijke Academie in Antwerpen gestudeerd, maar dat was echt geen succes doordat hij het academische ten sterkste afkeurde.
Toen Vincent 16 jaar was begon zijn leven in de kunstwereld, hij ging namelijk in de leer bij het filiaal van Goupil & Cie, kunsthandelaars, in Den Haag, het bedrijf waar zijn oom Cent (afkorting van Vincent) de basis aan had gegeven.

6.2 Fascinatie van jong af.
Vincent had al van toen hij klein was een fascinatie voor de natuur, verschillende bronnen vermelden dat hij tijdens zijn kindertijd vaak rond zwierf door weilanden, dennenbossen, heidelandschappen, enz. Het ontstaan van zijn voorliefde voor de natuur is duidelijk hier ontstaan. De zwerftochten hadden ook een hele grote invloed op de manier waarop van Gogh naar boeren, eigenlijk de gewone mens keek. Voor hem waren boeren de ��chte mensen, hij keek op naar de boeren, zij begrepen het echte leven.
Deze verschillende invloeden zijn duidelijk zichtbaar in zijn honderden schilderijen en eens zoveel tekeningen en prenten die hij maakte. Eigenlijk was van Gogh vooral gefascineerd in het gewone der dingen. Dat merk je ook in zijn schilderijen, veel voorkomende onderwerpen als natuurlandschappen en schoenen duiden dit.
6.3 De mengelmoes
Toen Vincent in de leer was bij Goupil en Cie, leerde hij de ��chte kunstwereld kennen. Hij bestudeerde schilderijen en al snel begon hij interesse te krijgen in het schilderen. Hij begon stilletjes aan ook te tekenen en zijn eigen mening te vormen tegenover kunstenaars, die volgens hem niet het ���echte leven��� schilderde. Tijdens zijn loopbaan als kunstverkoper, werd hij vaak overgeplaatst naar Parijs en Londen. Deze periode was de aanloop van zijn leven als kunstenaar. Maar er verliepen ook verschillende dingen mis, waardoor hij op 1 april 1876 ontslagen werd. Zijn ouders begonnen hem minder en minder te steunen, en zo werd zijn contact met zijn broer Theo belangrijker voor hem.
Kort nadat hij werd ontslagen, werkte hij als onderwijzer en later ook als hulppredikant in Engeland.
Hij reisde ook veel rond in Nederland. Zo werkte hij in 1877 in een boekhandel in Dordrecht, en later in dat jaar verhuisde hij naar Amsterdam om zich voor te bereiden voor een studie theologie. Een jaar later stopt hij zijn studie en verhuisd hij naar Belgi��, zo komt hij een tijdje later terecht in de Borinage. In deze Belgische mijnstreek wilde hij de mijnwerkers helpen door als een soort van priester aan de slag te gaan. Maar dat ging hem niet goed af en hij werd dan ook ontslagen.

6.4 Van Gogh in de Borinage
Zijn tijd in de Borinage waren eigenlijk de begin jaren van zijn leven als kunstenaar. De eerste werken van Van Gogh waren vooral schetsen van mijnwerkers, deze schetsen waren voor hem ook een verwerkingsproces van de verschrikkelijke beelden die hij zag over de leefomstandigheden van deze mensen. Hij is er ook in geslaagd deze sfeer in zijn tekening weer te geven.
Maar toevallig of niet heeft hij ook veel stillevens gemaakt met als onderwerp schoen, en dat is nu juist het materiaal dat je als wandelaar echt wel nodig hebt.
Ook uit zijn brieven en preken toont Vincent zijn fascinatie voor het wandelen:

���Het is een oud geloof, en het is een goed geloof, dat ons leven een pelgrimage is, dat wij vreemdelingen op aarde zijn. Maar als is dit zo, dat we niet alleen zijn, want onze Vader is met ons. Wij zijn pelgrims, ons leven is een lange wandeling of reis van de aarde naar de hemel.���
(uit Van Goghs preek in isleworth, eind oktober 1876)

Van Gogh wandelde in deze periode heel veel. In maart 1880 maakte hij een voettocht met een afstand van 70 km, hij deed er een week over. Maar eigenlijk was het een pelgrimstocht om de schilder Jules Breton te bezoeken. Vincent bewonderde Breton heel erg vooral om zijn voorstelling van het boerenleven, net als Millet en Isra��l deden.
Tijdens deze trektocht genoot hij ten volle van de natuur, en zag de vele boerderijen. Hij zag ook heel veel mooie onderwerpen die hem dan aan het schilderen zette; het sprokkelen van hout, wevers en voermannen . Van Gogh heeft Breton uiteindelijk niet ontmoet, maar tijdens deze pelgrimstocht heeft hij wel een zekerheid gevormd over zijn idee om kunstenaar te worden.
Nadat hij terug was gekeerd van zijn tocht blijft hij nog even in de Borigage en hij begon ���grootse tekeningen naar Millet te schetsen��� om figuurtekenen te oefenen. Zo ontstond ook zijn hele serie van ���De Zaaier��� die hij doorheen zijn leven aanvulde.

Vervolgens probeert hij een leven in Brussel en Nederland op te bouwen, echter zonder succes. Uiteindelijk overtuigt zijn broer Theo hem om bij hem in Parijs te komen wonen.

6.5 Parijs, Arles & Saint-R��my

6.5.1 Parijs
De offici��le reden voor zijn vertrek naar Parijs, was het feit dat Vincent het gevoel had dat hij tijd aan het verliezen was. Vincents gezondheid was er eigenlijk slecht aan toe en hij had al eerder vermeld dat hij vermoedde dat een lang leven er voor hem niet in zat. Toen zijn broer hem vertelde over de historische schilder Fernand Cormon en over zijn mentaliteit tegenover het aanleren van kunst (een academische stijl maar toch veel vrijheid), was hij helemaal verkocht.
Vincents verblijf in Parijs was een echte openbaring. Als snel kon hij in de leer gaan bij Cormon en daar raakte hij bevriende met Toulouse���Lautrec, Louis Anquetin, John Russel en ��mile Bernard. Ook Paul Gauguin behoorde al snel tot zijn kunstenaarskring.
De stad Parijs bruiste op dat moment van het impressionisme. Het impressionisme dat radicaal streed tegen het academische, en voor die tijd abnormale onderwerpen aanraakte (alledaagse dingen en landschappen). Deze kunststromingen was voor velen een beetje choquerend en werd dan ook opgehangen in salons waar mensen met deze schilderijen konden lachen.
Maar al snel verovert het impressionisme Parijs en verwerven de hoofdrolspeler, zoals Claude Monet en Auguste Renoir, hun plekje op de kunstmarkt. Zo komt er een nieuwe stroming op gang, het postimpressionisme, waar het Pointillisme op kwam. De moderne kunst doet haar intrede.
Hoewel je zou denken dat Vincent Van Gogh heel positief zou reageren op deze vernieuwingen in de schilderkunst, was Van Gogh toch geen echte fan. Het was niet dat hij de werken ���niets��� vond, maar hij vond de boerse voorstelling van Millet toch meer hebben. Dat Van Gogh gefacineerd was voor Millet is heel duidelijk. Hij heeft De Zaaier namelijk heel veel keer geschildert.
Een paar invloeden van de postimpressionisten neemt hij echter over, deze zie je duidelijk in het hieronder staande schilderij.

Desondanks Van Gogh in Parijs heel veel bijleerde en ook hard werkte (op kunstzinnig gebied), maakte hij vaak ruzie met iedereen in zijn omgeving. Dat laatste had ook veel gevolgen voor zijn relatie met zijn broer.

Uitzicht uit Vincents raam 1888

Zijn verblijf in Parijs had ook een paar gevolgen voor Vincents gezondheid, zoals al vermeld was had hij het gevoel dat hij sterk verzwakte en dat was ook zo het geval in Parijs. Hij voelde ook een gemis. Hij miste de natuur en hij werd een beetje depressief. Dit komt vooral door de vele regen en de grijze sfeer in Parijs. Daarom zocht hij na twee jaar een verblijfplaats in de Provence.

6.5.2 Arles.
In februari 1888 (op 34 jarige leeftijd) verhuist hij naar Arles. De eerste weken verblijft hij in een hotel, en daarna huurt hij een huis. Dit huis is wereldwijd bekend als ���het gele huis���. In dat huis heeft hij de vrijheid om het in te richten als een schildersatelier.

Het gelehuis(de straat), 1888

De eerste maanden in Arles verlopen heel goed, het waren ook enkele van de productiefste van zijn tien jaar durende fase als kunstenaar. En dat merk je goed op als je naar de briefuitwisseling kijkt tussen Vincent en zijn broer Theo. Zo schrijft Vincent:
���Ik ervaar een voortdurende arbeidszucht.���
Hij past zich ook zeer snel aan, aan het leven in Arles, en dat was niet het geval in Parijs.
E��n van de redenen hiervoor zou zijn, dat er in de Provence ongeveer dezelfde onderwerpen te vinden waren als in Nederland, zijn geboortestreek. En dat was vooral zo in de vlakte van La Crau, waar veel sloten en grachten te vinden waren en dus ook veel bruggen. Dit kunnen we ook weer afleiden uit zijn brieven naar Theo:
���Veel onderwerpen zijn hier in wezen helemaal hetzelfde als in Nederland. Het verschil zit in de kleur. Overal waar de zon op schijnt, is er een zwavelgele kleur te zien.���
Hier uit blijkt ook dat Vincent hier, in Arles, vooral ge��nteresseerd was voor de mooie warme kleuren die er ontstaan als de zon er op schijnt. Veel voorkomende onderwerpen uit deze periode zijn dan ook bruggen (ophaalbruggen) en boten.

Ophaalbrug met dame met parasol, 1888 olieverf op doek

Ik veronderstel dat het voor Van Gogh een voordeel was dat hij in februari, in het midden van de winter, naar Arles was gekomen. Zo zag hij de evolutie van de vier seizoen. En dat zie je ook in zijn werk. Zo zie je, wanneer Vincent nog maar net was aangekomen, dat hij vooral bloesem (takjes bloesem in een glazen vaas, bloesembomen) schilderde. Wanneer het dat zomer wordt, schilderde hij vooral landbouwakkers en weiden,���
Ook hield hij rekening met de boerenkalender. Zo schildert hij tijdens de oogsttijd in juni, hooimijten en de handeling van het afdoen van graan waren veel voorkomende onderwerpen. Deze periode draagt ook bij tot het totaal beeld dat we hebben van Vincents oeuvre, dit komt vooral door de gele warme kleuren die typerend zijn voor deze zuidelijke plaats, maar ook voor Vincents werken in het algemeen.
Tijdens zijn verblijf in Arles groeit ook zijn idee om een kunstenaars kolonie te stichten. Zo schrijft hij naar enkele bevriende kunstenaars zoals Paul Gauguin, ��mile Bernard, ���
Gauguin ging op de uitnodiging in en Vincent richtte zijn zo in dat zij samen het huis konden delen. Het samen leven en werken met Gauguin ging niet altijd even goed. Gauguin had namelijk een hele andere visie dan Vincent, op het vlak van de manier van leven maar ook op de manier van werken. Gauguin wilde alles nog al gestructureerd en wilde nog een echt leven naast het maken van kunst, hij wilde genieten, en rustig op terrasjes zitten. Terwijl Van Gogh zijn eigen leven volledig in het teken stond van het maken van kunst stond. Van Gogh was volgens Gauguin te gedreven en ging als een bezeten te werk.
Maar meer na het einde toe raken de twee meer en meer gefrustreerd door elkaar. Zo is Gauguin zo gefrustreerd dat hij niet meer bij Vincent wil wonen en vertrekt, Vincent vindt dit verschrikkelijk. Hij begint te hallucineren (dit is een vermoeden er zijn bronnen die verklaren dat hij daar vaker last van had) en snijd een stukje van zijn oorlel af.

6.5.3 Saint ��� R��my
Na het voorval met zijn oor gaat hij vrijwillig naar een hospitaal voor geesteszieken Saint Paul, waar hij na een jaar weer vertrekt en naar Auvers-sur-Oise gaat.
Maar de periode in het hospitaal is niet onbelangrijk! Want hier heeft Vincent ook een paar van zijn bekendste schilderijen gemaakt namelijk de serie van de irissen. Het zijn vooral irissen die hij vond in de tuin van het instituut, maar naar gelang de tijd vorderde mocht hij ook, onder toe zicht, buiten het instituut schilderen.
Na het hospitaal zocht hij verdere hulp in Auvers-sur-Oise bij dokter Gachet. Deze man had een speciale aanpak. Hij was zelf een fanatiek schilder en nodigde vaak Parijse impressionisten uit. Vincent schreef Theo ��� maar zijn ervaring als arts moet hem in evenwicht houden in zijn strijd tegen de zenuwziekte waaraan hij volgens mij net zo erg aan lijdt als ikzelf���.
Deze laatste periode was een redelijk evenwichtige periode. Maar op 27 juli 1890 wordt hij verwondt met een pistool en op 29 juli overlijd hij.

6.6 Wandelingetje
Het is duidelijk dat Van Gogh gelinked kan worden met het wandelen. Door deze fascinatie wilde hij de natuur dus in al zijn facetten bezichtigen. Daardoor wandelde hij veel. Ook om het feit dat hij altijd op pad ging om een mooie plek te zoeken waar hij kon schilderen. In ����n van zijn talrijke brief schrijf Vincent :

���Blijf maar altijd veel wandelen en veel van de natuur houden, want dat is de ware manier om de kunst meer en meer te leeren begrijpen.
De schilders begrijpen de natuur en hebben ze lief, en leeren ons zien. En dan, er zijn schilders, die niets dan goeds maken, die niets slechts kunnen maken, even als er ook gewone menschen zijn, die niets kunnen doen of het is goed.���

(Uit een brief naar Theo toen : Londen, januari 1874)

���
7. Besluit
Wandelen is dus over de jaren heen geevolueerd tot iets heel funcioneel naar pure ontspanning. Het is eigenlijk en verborgen genot geworden, en het wordt zelfs gebruikt om kunst te maken. Voor mij ,en ik kan me voorstellen ook voor Vincent Van Gogh, blijft het iets heel erg persoonlijk waarbij je je gedacht helemaal vrijlaat. En je voelt je dan ook niet meer bergrensd, zoals in de belevingswereld van een kind.���

9. De bronnen

De Revisor. Jaargang 19 �� dbnl. (n.d.). Retrieved November 23, 2015, from http://www.dbnl.org/tekst/_rev002199201_01/_rev002199201_01_0037.php

Guggenheim. (n.d.). Retrieved January/February, 2016, from http://www.guggenheim.org/new-york/collections/collection-online/artists/bios/11134/Francis Al��s in collaboration with Cuauht��moc Medina and Rafael Ortega

Gros, F., & Nes, L. V. (2013). Wandelen: Een filosofische gids. Amsterdam: De Bezige Bij.

Jager-verzamelaar. (n.d.). Retrieved September 20, 2015, from https://nl.wikipedia.org/wiki/Jager-verzamelaar

Hetebru��gge, J., Konze, M., & Lombaert, A. D. (2009). Vincent van Gogh: 1853-1890. Bath: Parragon

Hulsker,J.(2010). Vincent van Gogh Een leven in Brieven 1853 ��� 1890. Amsterdam: Meulenhoff

Schoenleer. (n.d.). Retrieved April 17, 2016, from http://www.leder-info.nl/index.php/Schoenleer

Oudste lederen schoen ter wereld ontdekt in Armeni��. (2010). Retrieved March 28, 2016, from http://www.hln.be/hln/nl/961/Wetenschap/article/detail/1116585/2010/06/10/Oudste-lederen-schoen-ter-wereld-ontdekt-in-Armenie.dhtml

CobraTV Aflevering 3: Francis Al��s. (n.d.). Retrieved January 10, 2016, from http://cobra.canvas.be/cm/cobra/videozone/archief/kunst/1.879881

Kijken naar Francis Al��s. (n.d.). Retrieved January 10, 2016, from http://cobra.canvas.be/cm/1.882263?view=popupPlayer

John Constable (1776-1837). (n.d.). Retrieved March 28, 2016, from http://www.visual-arts-cork.com/famous-artists/john-constable.htm

Godfrey, M., Pauwels, H., & Smets, I. (2010). Francis Aly��s: A story of deception. Tielt: Lannoo
Francis Aly��s. Schilder van luchtspiegelingen. (2013). Amsterdam: Ludion Amsterdam.

Leave a Comment

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.