Paste your text in heSamenvatting artikel 1: - Essay Marketplace

Paste your text in heSamenvatting artikel 1:

Lang werd gedacht dat mensen met een licht verstandelijke beperking(LVB) geen alcohol of drugs gebruiken; niks blijkt minder waar. Ook LVB-jongeren, de doelgroep van dit onderzoek komen in aanraking met alcohol en drugs. Jongeren worden gezien als LVB wanneer hun IQ ligt tussen de 50 en 85 (Bransen, Schipper & Blekman,2009).

Dit onderzoek is gedaan omdat er uit de maatschappelijke zorg signalen kwamen dat het middelengebruik onder LVB-jongeren zeer problematische vormen aannam. Deze jongeren vormen een psychisch, lichamelijk en sociaal zeer kwetsbare doelgroep (Bransen, Schipper & Blekman,2009).

Het onderzoek naar middelen gebruik onder licht verstandelijke(LVB) is gedaan aan de hand van een steekproef onder 760 jongeren in de leeftijd van 12 t/m 25 jaar oud. De response op het onderzoek was 71%. 75% van de doelgroep gebruikte weleens alcohol en dan voornamelijk in het weekend. De meeste jongeren die alcohol gebruikte zaten in behandelcentra. Verder gebruikte ook 21% van de jongeren regelmatig softdrugs. Het gebruik van softdrugs en dan voornamelijk cannabis was gedurende de hele week. Net als bij alcohol wordt door deze doelgroep jongeren ook het meeste drugs gebruikt als ze in een behandelcentrum of justiti��le inrichting zitten. De gemiddelde leeftijd waarop LVB-jongeren voor het eerst alcohol gaan drinken is 13,5 jaar: voor softdrugs is de gemiddelde leeftijd 14,5 jaar (Bransen, Schipper & Blekman,2009).

Verder komt naar voren dat het middelen gebruik van LVB-jongeren weliswaar lager is dan onder andere jongeren, maar er dient rekening gehouden te worden met de kwetsbaarheid van de doelgroep. LVB-jongeren zijn vatbaarder voor problemen als gevolg van het gebruik en verslaving gevoeliger. Daarnaast is het ook opvallend te noemen dat de meeste van deze jongeren gebruiken in een buitengewone zetting zoals een behandelcentrum of een justiti��le inrichting. Ook stelt het onderzoek dat alle betrokkenen het probleem onder ogen moeten zich. Dit probleem vraag om een ontmoedigingsbeleid, aldus de onderzoekers Bransen, Schipper & Blekman.

Eigen conclusie artikel 1:
De jongeren met een lichtverstandelijke beperking is een risicovolle doelgroep. Ondanks dat deze doelgroep minder gebruikt dan gemiddeld zijn zij wel veel gevoeliger voor de gevolgen van middelengebruik. Hun psychische en sociale achterstand maakt dat risico���s van middelengebruik voor hen veel realistischer zijn. De jongeren zijn door hun beperking niet in staat om de gevolgen van het middelengebruik te overzien. Ze zien het veel meer als gangbaar om alcohol of drugs te gebruiken Het middelen gebruik bij deze jongeren was lang niet bekend en daarom is aandacht voor de problematiek achtergebleven. De LVB-jongeren konden hoogstwaarschijnlijk ongestoord hun gang gaan in behandelcentra en justiti��le inrichtingen. Uit het (deel) rapport komt niet duidelijk naar voren wat bij deze jongeren ���de oplossing��� zou kunnen zijn. Wel wordt er doormiddel van een praktijkvoorbeeld gesuggereerd dat de doelgroep visueel is ingesteld. Ik citeer: ���Henk geeft aan alleen een folder over alcohol of drugs te bekijken als hij wordt aangetrokken door een plaatje��� Bransen, Schipper & Blekman,2009). Ook wordt er gesteld dat alle betrokkenen bij deze jongeren dus; ouders, scholen, behandelaars etc. de handen in een moeten slaan om het probleem te erkennen en aan te pakken. Volgens de onderzoekers moet er gewerkt worden aan een ���ontmoedigingsbeleid���.

Verder komt uit de praktijkvoorbeelden duidelijk naar voren dat er een link is tussen middelengebruik bij (LVB) jongeren en criminaliteit. Er wordt een voorbeeld genoemd van een jongen die in jeugddetentie zit, maar in het weekend op verlof mag. De jongen pleegt feiten om alcohol te kunnen kopen. Dat laatste voorbeeld geeft ook aan wat de ���simpele��� gedachtegang van deze jongeren is. Ze hebben behoeftes, geen geld om daarin te voorzien, je zit in detentie en toch worden er weer feiten gepleegd om de behoefte te kunnen vervullen. LVB-jongeren denken op zeer korte termijn en kunnen gevolgen op lange termijn niet overzien.

��� Artikel 2

Samenvatting:
Dr. Hendrien Kaal is lector aan de Hogeschool van Leiden en gespecialiseerd in LVB en jeugdcriminaliteit. In 2016 is er een congres geweest in Utrecht waar zij heeft gesproken over de link tussen lichtverstandelijk beperking en criminaliteit.

Er is een relatie tussen criminaliteit en IQ. Veelplegers hebbe gemiddeld een veel lager IQ dan andere mensen. In Nederland wordt gesproken over LVB als iemand een IQ tussen de 50 en 85 heeft. Er is nog weinig onderzoek gedaan naar welke groep criminelen een laag IQ heeft. Als reden wordt aangedragen dat LVB-gedetineerde vaak niet willen meewerken aan onderzoeken. Toch kan er gezegd worden dat ongeveer 30 tot 40% van de criminelen een licht verstandelijke beperking heeft(Kaal,2016).

Hoe het kan dat LVB-groepen vaak in aanraking komen met politie en justitie is een lastige. Er zijn verschillende redenen te bedenken zoals; crimineel gedrag is een strategie om toch te bereiken wat ze willen zoals mooie kleren etc., be��nvloeding door vrienden, weinig binding met de maatschappij, impulsief en weinig zelfcontrole. LVB(jongeren) zijn daarom zeer kwetsbaar voor het ontwikkelen van delinquent gedrag. De verhoogde kwetsbaarheid van LVB-jongeren zorgt ook voor dat ze grotere kans hebben om verslaafd te raken door middelengebruik. Zo wordt er vaak gebruikt om bij een groep te horen, om de stress van de overvraging draagbaar te maken of om zelfcontrole uit te oefenen.
Dat LVB doelgroep niet snel en goed genoeg behandeld wordt is omdat de problematiek niet altijd herkend of erkend wordt. De mensen zijn intelligenter dan vaak wordt gedacht (Kaal,2016).

Van de jongeren die LVB-hulp krijgen, vertoont 20% problematisch middelengebruik terwijl dat bij jongeren met een LVB en bijkomende problematiek 75% is. De meeste methode die nu ontwikkeld zijn voor het aanpakken van criminaliteit en verslaving zijn gericht op jongeren met een ���normaal��� IQ. De interventies zijn vaak kort en gericht op het direct oplossen van de verslaving of criminaliteit. Bij LVB-jongeren werkt dat niet. Welk kunnen ���normale��� methodieken omgezet worden naar LVB proof methodieken via de Richtlijn effectieve interventies LVB(Kaal,2016).

Eigen conclusie artikel 2:
In dit artikel wordt door Dr. Kaal gespecialiseerd in LVB-jongeren en criminaliteit geen duidelijk verband gelegd tussen middelengebruik en criminaliteit. Echter na het lezen van het hele artikel kan er wel geconcludeerd worden dat ook dit artikel de hypothese onderstreept. LVB-jongeren zijn vaker crimineel dan andere jongeren en vaak gaat de criminaliteit gepaard met het gebruik van bepaalde middelen. De LVB doelgroep wordt omschreven als kwetsbaar, maar intelligenter dan vaak gedacht. LVB doen er alles aan om hun beperking te verdoezelen. Ze zijn niet direct te herkennen en worden daarom ook door hulpverleners niet altijd als LVB erkend.

LVB-jongeren gebruiken vaak om diverse redenen zowel ���positief��� als negatief. Er wordt gebruikt om het zelfbeschikkingsrecht onder controle te houden of om de stress van de overvraging weg te roken of te drinken. LVB gebruiken ook vaak om bij de groep te horen, omdat middelen vaak in groepsverband worden gebruikt. Dit artikel noemt de laatste reden als ���positief��� omdat ze dan toch een sociale binding zoeken met andere. Er zijn verschillende theorie��n te bedenken voor het middelengebruik van LVB, maar een eenduidige conclusie kan niet getrokken worden.

Opvallend aan het artikel is dat er door de Dr. Kaal wordt erkend dat er aan de hulpverlening van LVB (jongeren) nog veel schort. Hulpverleners herkennen de LVB-problematiek vaak niet en interventies en methodieken zijn niet afgestemd op de doelgroep. De zorg weet nog niet goed wat ze met deze (criminele, verslaafde) LVB mensen aan moeten en geven het probleem door aan andere organisaties. Niemand voelt zich verantwoordelijk om het probleem rondom criminele, verslaafde en risico LVB (jongeren) in regie te nemen.

3. Juridische context

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de juridische context van middelengebruik onder jongeren. Voorafgaand aan de dit hoofdstuk moet er wel bij vermeld worden dat de overheid en zorginstanties nog weinig kennis hebben over middelengebruik en LVB-jongeren en de link met criminaliteit. Er wordt daarom ingegaan om middelen gebruik onder jongeren in het algemeen. Dit hoofdstuk bevat de volgende onderdelen:

-Wetsartikelen en verdragen van toepassing op middelengebruik en jongeren;
-Jurisprudentie;
-Preventief beleid ten aanzien van middelengebruik en jongeren;
-Handhavingsbeleid ten aanzien van middelengebruik en jongeren.

3.1 Wetsartikelen en verdragen

o Wetsartikelen ten aanzien van tabak
Op 6 maart 1988 is Tabakswet ingevoerd. Deze wet is ingevoerd om het tabaksgebruik te beperken en om de niet-roker te beschermen. Voor het middelengebruik onder probleemjongeren zijn vooral Artikel 7 en Artikel 8 van de tabakswet van toepassing (Wetten-en regelgeving 1988).

– Artikel 8 lid 1 van de Tabakswet omschrijft het verbod om tabaksproducten te verkopen aan jongeren onder de 18 jaar. In artikel 8 lid 2 wordt de legitimatieplicht beschreven en in artikel 8 lid 3 wordt beschreven dat ieder die tabak verkoopt verplicht is te melden dat eronder de 18 jaar geen tabak wordt verkocht (Wetten-en regelgeving 1988)
– Wet op de accijns artikel 1

o Richtlijnen en verdragen met betrekking tot tabak:
– Wet 26 april 2016 tot wijziging van de Tabakswet ter implementatie van Richtlijn 2014/40 EU, inzake de productie, presentatie en de verkoop van tabaks- en aanverwante producten.
– EU-richtlijn Tabaksproducten;
– WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging; Gen��ve, 21 mei 2003 (Tractatenbland van het koninkrijk der Nederlanden, 2004).

o Wetsartikelen ten aanzien van alcohol
– Drank en Horecawet:
Artikel 20, (lid 1 en 4) van de Drank- en Horecawet. Oftewel het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende drank aan een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en het duidelijk zichtbaar aangeven van de leeftijdgrens (Centrum Criminaliteit Preventie Veiligheid 2014).
– Artikel 20, lid 4 van de Drank- en Horecawet. Het verplicht aanduiden van de leeftijdsgrens.
Dronkenschap/doorschenken (Centrum Criminaliteit Preventie Veiligheid 2014).
– Artikel 20, lid 5 van de Drank- en Horecawet. Het verbod om personen in kennelijke staat van dronkenschap toe te laten in een horecazaak of op het terras (Centrum Criminaliteit Preventie Veiligheid 2014).
– Aan jongeren onder de 18 jaar mag geen alcohol worden verkocht.
��� Jongeren onder de 18 jaar zijn strafbaar als ze alcohol bij zich hebben. Zowel op straat als op andere plekken toegankelijk voor het publiek. Bijvoorbeeld in een kroeg, winkelcentrum, stationshal of park.
��� De wet maakt geen onderscheid meer tussen zwak alcoholische drank en sterke drank. Het maakt dus niet uit of wat voor soort alcohol jongeren beneden de 18 bij zich hebben. Ze zijn in beide gevallen strafbaar.
��� De burgemeester kan de alcoholverkoop in de detailhandel tijdelijk verbieden. Bijvoorbeeld als is vastgesteld dat de leeftijdsgrenzen drie keer zijn overtreden binnen een periode van twaalf maanden.
��� De gemeenten houden toezicht op de naleving van de Drank- en Horecawet. De Handreiking Drank- en Horecawet helpt gemeenten bij de uitvoering van hun nieuwe taken (politie, z.j.).

– Mediawet:
��� Artikel 22 Mediawet mag geen alcoholreclames uitzenden tussen 06:00 en 21:00(Jellinek, z.j.).
��� Artikel 23 Mediawet geen alcoholreclames op de radio of televisie op jongerenzenders (Jellinek, z.j.).

– Reclame code Alcoholhoudende drank en restricties aan de reclamevorm van alcohol;

– Wetboek van strafrecht:
��� Artikel 252 Wetboek van Strafrecht. Verbod om dronken personen te schenken (Centrum Criminaliteit Preventie Veiligheid 2014).
��� Artikel 453 Wetboek van Strafrecht. Verbod om zich in kennelijke staat van dronkenschap op de openbare weg te begeven (Centrum Criminaliteit Preventie Veiligheid 2014).
��� Je mag iemand die dronken is niet nog meer alcohol tappen of iemand dwingen alcohol te drinken (Jellinek, z.j.);

– De Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) kan ook restricties opleggen m.b.t. alcohol zoals bijv. alcoholverbod (Jellinek, z.j.).

o Wetsartikel ten aanzien van soft en harddrugs
-Opiumwet (artikel 14)
��� Lijst 1 drugs met een groot risico zoals coca��ne, amfetamine, XTC, hero��ne en LSD
��� Lijst 2 softdrugs zoals hennepplanten, wordt gebruikt voor het maken van wiet en hasj.
��� Strafbaar: maken, produceren, verkopen en exporten van drugs.
��� Richtlijnen voor gedoogbeleid coffeeshops:
Die zijn:
– geen reclame
– geen harddrugs
– geen overlast
– geen verkoop en toegang aan jongeren onder de 18
– geen verkoop van meer dan 5 gram per dag per persoon.
– geen toegang voor en verkoop aan anderen dan ingezetenen van Nederland (Jellinek, z.j.).

-Wetboek van Strafvordering
��� Artikel 167 wetboek van strafvordering
��� Artikel 242 wetboek van strafvordering

o Verdragen ten aanzien van soft en of harddrugs
– Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, Wenen, 1988(Verdragenbankz.j.).
– Verdrag inzake de sluikhandel over zee, ter uitvoering van artikel 17 van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, Straatsburg 01-05-2000(Verdragenbankz.j.).
– Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen, 1961, zoals gewijzigd door het Protocol […] het Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen, 1961, New York, 30-03-1961.Geldend: 25-04-1988(Verdragenbankz.j.).
-Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK); New York, 20 november 1989. Bescherming tegen drugs(IVRK,1990).
3.2. Jurisprudentie

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
28-07-2010
Datum publicatie
28-07-2010
Zaaknummer
201000706/1/H3
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2009:BL1082, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 15 september 2008 heeft de burgemeester [appellant] tot 1 juni 2009 vergunning verleend voor de exploitatie van een coffeeshop op het adres [locatie] (hierna: de coffeeshop).
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

In deze zaak is een coffeeshophouder in beroep gegaan bij de bestuursrechter, omdat de vergunning van zijn coffeeshop niet is verlengd. De burgemeester heeft de beslissing genomen dat het ontmoedigen van het gebruik van softdrugs onder jongeren zwaarder weegt dan het belang van ondernemers. De coffeeshophouder zat te dicht in de buurt van een school en daarmee de zwaarwegende reden dat jongeren in de verleiding kunnen komen om drugs te kopen. Coffeeshophouders is het er niet mee eens dat zijn vergunning is afgewezen. Sinds 1 juni 2009 mogen coffeeshops niet meer tot een bepaalde afstand van scholen zijn. De coffeeshophouder vindt zijn financi��le belang zwaarder wegen dan het maatschappelijke belang. Echter gaat de rechter mee in de beslissing van de burgemeester. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de burgermeester heeft gelijk gekregen (de rechtspraak, 2010).

De insteek van de burgermeester is juist. De wet schrijft voor dat jongeren onder de 18 jaar geen softdrugs, alcohol of tabak mogen kopen. Ook mogen jongeren onder de 18 jaar geen alcohol, tabak of softdrugs in de openbare ruimte in hun bezit hebben of gebruiken.

Wat mag wel?
Buiten de straal van 250 meter en in overeenstemming met het bestemmingsplan van de gemeente kan dat coffeeshophouder zijn coffeeshop ergens anders vestigingen. Mits hij een vergunning aanvraagt en deze ook wordt afgegeven (de rechtspraak, 2010).

Wat mag niet?
Na 1 juni 2009 mogen coffeeshops niet in straal van 200 tot 250 meter loopafstand van een middelbare school gevestigd zijn (de rechtspraak, 2010). De rechter vond in deze zaak het ontmoedigingsbeleid van de burgemeester zwaarder wegen dan de ondernemersbelangen van te tegenpartij.

Wat zijn de uitzonderingen?
Er is in Nederland een gedoogd beleid. Je mag softdrugs wel gebruiken, maar niet produceren of exporteren. Coffeeshops mogen dus wel softdrugs verkopen, maar niet zelf telen. Verder mag elke volwassenen 18+ maximaal 5 gram softdrugs op zak hebben (de rechtspraak, 2010).

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
21-11-2013
Datum publicatie
21-11-2013
Zaaknummer
AWB 13/6189 en 13/6239
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie
De burgemeester van Apeldoorn houdt in zijn coffeeshopbeleid rekening met de aanwezigheid van zogenoemde kwetsbare groepen in een straal van 350 meter rondom de coffeeshop. Daaronder valt in het normaal maatschappelijk verkeer niet een buitenschoolse opvang, ook niet als daar enige 13- of 14-jarigen zonder begeleiding naar toe gaan. De gedoogverklaring voor de coffeeshop kan standhouden, aangezien ter plaatse een ruime bestemming tot horeca geldt en er geen sprake is van ontoelaatbare nadelige invloed op de naastgelegen woning.
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Coffeeshopbeleid moet rekening houden met de kwetsbare groepen in de omgeving. In de uitspraak is de genoemde coffeeshop niet in strijd met het gedoogd beleid. De voorzieningenrechter vindt doorslaggevend dat het gebruik van het perceel voor de vestiging en exploitatie van de coffeeshop past binnen de bestemming. De coffeeshop voldoet namelijk aan de eisen van zowel een caf�� als van een snackbar. In de coffeeshop worden namelijk producten verkocht die je binnen kan nuttigen of kan afhalen om ergens anders te eten. Gezien het bestemmingsplan heeft de coffeeshophouder gelijk dat een coffeeshop het woon- en leefklimaat niet nadelig be��nvloedt dan een volgens het bestemmingsplan toegestane cafetaria of caf��(Rechtspraak,2013).

In de uitspraak van 19 september 2013 (AWB 13/5368) heeft de voorzieningenrechter overwogen dat het begrip ���kwetsbare groepen��� vol moet worden getoetst en dat, gelet in de maatschappij onder kwetsbare groepen wordt verstaan. De tegenpartij heeft geen juiste invulling gegeven aan wat een kwetsbare groep betekent (Rechtspraak,2013).

De voorzieningenrechter ziet in wat de tegenpartij heeft gezegd geen aanleiding over de uitleg van het begrip ���kwetsbare groepen��� anders te oordelen dan in de uitspraak is gedaan. De aanwezigheid in de buitenschoolse opvang van enige 13- of 14-jarigen, is onvoldoende om de buitenschoolse opvang onder het begrip kwetsbare groep te plaatsen. De buitenschoolse opvang heeft ongelijk gekregen, want de coffeeshop voldoet aan de eisen (Rechtspraak,2013).

Wat mag wel?
Jongeren mogen vanaf hun 18e levensjaar softdrugs, alcohol en tabak gebruiken. Voor die tijd is het niet strafbaar, maar wel als jongeren onder de 18 jaar dat in de openbare ruimte doen (de rechtspraak, 2010).

Wat mag niet?
Volgens de uitspraak mag de coffeeshop niet het woon-en leefklimaat nadelig be��nvloeden. Jongeren van 13 en 14 jaar mogen de coffeeshop niet binnen al helemaal geen softdrugs kopen. Een coffeeshop mag het leefklimaat niet nadelig be��nvloeden en of effect hebben op kwetsbare groepen.

Wat zijn de uitzonderingen?
Als er sprake was van een kwetsbare groep, dan had de buitenschoolse opvang gelijk gekregen. Echter heeft de rechter beslist dat de jongeren van de buitenschoolse opvang geen kwetsbare groep is en dat het daarom onterecht zou zijn om de coffeeshop te sluiten.

3.3 Preventief beleid

De landelijk overheid heeft preventief beleid gemaakt om middelen gebruik bij jongeren tegen te gaan. In dit verslag werd onder middelengebruik verstaan alcohol en softdrugs. Er is daarom ook naar preventief beleid van deze twee middelen gekeken. Tot op heden is er nog geen specifiek beleid gericht op Licht Verstandelijk Beperkte jongeren(LVB). Echter liggen hier daarom nog genoeg kansen om in de toekomst dit beleid te gaan vormgeven. Op dit moment voert de landelijke overheid meerdere beleidsmaatregelen uit om jongeren te ontmoedigen te beginnen aan alcohol of drugs.

Sinds 1 juni 2009 is het voor coffeeshops niet meer toegestaan om binnen een straal van 350m rondom een middelbare school gevestigd te zijn. Dit houdt in dat sinds die tijd bij de vergunning van een coffeeshop wordt getoetst of er voldoende afstand is tussen de coffeeshop en de school. Dit beleid is gemaakt om de regulering van coffeeshops onder controle te houden, maar vooral om gebruik van softdrugs bij jongeren te ontmoedigen. Middelbare scholieren zitten in experimentele fase van hun leven en een coffeeshop om de hoek van de school is hee verleidelijk. Daarnaast speelt in deze leeftijdscategorie; onzekerheid en groepsdruk een belangrijke rol (wegwijzer jeugd en veiligheid z.j.)

Sinds 1 januari 2014 is het verkopen of aanbieden van alcohol aan jongeren onder de 18 jaar verboden. De leeftijdsgrens is toen der tijd omhoog gegaan van 16 naar 18, om jongeren nog meer te ontmoedigen om alcohol te drinken. Het doel hiervan Drank- en Horecawet is voorkomen dat er gezondheidsschade ontstaat en verstoring van de openbare orde en veiligheid. Het Rijksbeleid is specifiek gericht op de jongeren onder de 18 jaar oud. Jongeren onder de 18 jaar die alcohol bij zich hebben kunnen strafbaar gesteld worden. Tot 25 jaar oud moeten supermarkten en andere verkooppunten om een legitimatie vragen bij aankoop van alcohol. Gebeurd dat niet en komt dat tijdens een controle naar voren, dan kunnen er fixe boetes uitgedeeld worden. Ook sportkantines zijn door de vernieuwde wet- en regelgeving onder verscherpt toezicht komen te staan (wegwijzer jeugd en veiligheid z.j.)/

Ook op gemeentelijk niveau zijn er genoeg beleidsmaatregelen om middelengebruik bij jongeren tegen te gaan:

Alcohol
Sinds 2013 houdt de gemeente toezicht op de Drank -en Horecawet. Diverse gemeenten geven op hun eigen manier invulling aan dit toezicht. In veel gemeentes waaronder de grote gemeentes als Rotterdam en Amsterdam wordt er samengewerkt met ouders, scholen, GGD en horecagelegenheden gebruik van alcohol onder jongeren te ontmoedigen. De grote gemeentes hebben ingezien dat dat een integraal beleid het beste werkt. Met name het inzetten op preventie en vroegtijdig beginnen met voorlichtingen over de gezondheidsrisico���s van alcohol (wegwijzer jeugd en veiligheid z.j.).

Drugs
Gemeenten hebben diverse mogelijkheden om het lokale drugsbeleid vorm te geven. Sinds 1996 kunnen gemeenten een coffeeshopbeleid voeren, dit kan doormiddel van vergunningen. Hier wordt dus ook rekening gehouden met het beleid van de landelijke overheid ofwel dat een coffeeshop minimaal op 350 meter afstand van een school moet staan (wegwijzer jeugd en veiligheid z.j.)

Aan alle beleidsmaatregelen zitten voor en nadelen. Het ontmoedigingsbeleid van de landelijke overheid in praktijk zeer moeilijk te handhaven. Het komt veelvuldig voor dat jongeren onder de 18 toch aan alcohol of drugs kunnen komen. Ze laten iemand anders voor hen kopen of thuis van de ouders wordt alcohol en softdrugs gedoogd. Ook zijn veel met name supermarktmedewerkers niet getraind om leeftijden goed in te schatten of sterk genoeg om vaak leeftijdsgenoten drank te weigeren. Daarnaast is er ook een morele kwestie, is de overheid wel het juiste orgaan om jongeren te verbieden wat ze wel of niet drinken? Het zijn morele en ethische kwesties die deze ���preventieve��� beleidsmaatregelen doorkruizen. Ook kan ieder zich afvragen of de verhoging van de leeftijdsgrens wel de juiste insteek is geweest, jongeren hebben vaak weinig geld, dus hen in de portemonnee raken werkt vaak het beste. Tot slot over alcohol los van alle goede bedoelingen; de maatregelen die zijn genomen voor jongeren in maatschappij waar alcohol net zo gewoon is als een glas water op z���n zacht gezegd hypocriet te noemen. ���Een druppel op een gloeiende plaat���.

Wanneer we het gaan hebben over de nadelen van het coffeeshopbeleid, dan komen we als snel terug bij alcohol. Moeten supermarkten en slijterijen ook minimaal 350 meter van een middelbare school staan? Het is willekeurbeleid en er kan bijna gesteld worden dan alcohol nog gevaarlijker is dan softdrugs. Het idee is goed, maar het streeft het doel voorbij: namelijk ontmoediging dat jongeren softdrugs gaan gebruiken. De leeftijdsgrens voor het kopen van softdrugs was op 18 vastgesteld. Het raakt de ondernemers van de coffeeshops onterecht, want zij krijgen geen vergunning terwijl de slijterij 50 meter verderop door kan gaan met het verkopen want zijn goed. Daarnaast is het de vraag in hoeverre het invloed heeft als een coffeeshop 400 meter van de school staat i.p.v. 300 meter.

Ondanks dat er genoeg nadelen te benoemen zijn voor beide beleidsmaatregelen om middelengebruik bij jongeren tegen te gaan, zitten er ook voordelen aan. Met deze vernieuwde maatregelen laat de overheid zien dat zij de problematiek wel degelijk serieus neemt. Als je elke keer wanneer je naar de supermarkt gaat je legitimatie moet laten zien om alcohol te kopen is toch een obstakel. Het verschil of iemand 14 of 18 jaar oud is, is ook eenvoudiger te zien dan 14 of 16 jaar oud. Ook worden jongeren op deze manier bewust gemaakt van het feit dat alcohol of softdrugs kopen toch niet ���heel normaal��� is, want je moet toch elke keer laten zien hoe oud je bent. Ook de strenge controles op verkooppunten en jongeren onder de 18 jaar met alcohol of drugs in bezit is alleen maar aan te moedigen. Jongeren die niet onder invloed zijn zullen nou eenmaal minder snel een first offender delict begaan, dan jongeren die wel onder invloed zijn. Jammer is wel dat het beleid nog steeds geen directe link heeft gelegd met LVB en criminaliteit.

3.4. Handhavingsbeleid

De gemeente Amsterdam heef een interventie c.q. handhavingsbeleid om middelengebruik bij jongeren tegen te gaan. In Amsterdam fietsen straatcoaches van Stichting Aanpak Overlast Amsterdam(SAOA). Deze straatcoaches zijn preventief om jeugdoverlast tegen te voorkomen of repressief om jongeren aan te spreken. Wat veel jongeren niet weten is dat straatcoaches ook terug rapporten aan de gemeente. Straatcoaches hebben namelijk ook een signalerende functie. Op het moment dat zij minderjarige zien met softdrugs of alcohol wordt dit gerapporteerd aan de gemeente. Uiteraard is het ook de taak van SAOA om de jongeren aan te spreken, maar zij hebben geen bevoegdheid om direct te handhaven. Wanneer zo���n melding binnenkomt bij de gemeente wordt er afhankelijk van de leeftijd altijd een interventie uitgezet. De interventie is meestal dat SAOA-huisbezoekers een huisbezoek afleggen bij de betreffende jongere om ouders op de hoogte te stellen van het alcohol of drugsgebruik van hun kind. Het is een methode die effectief is, omdat er laagdrempelig zonder gevolgen toch een duidelijk signaal wordt afgegeven naar ouders en kind. Een kind mag volgens de wet geen alcohol of softdrugs kopen en niet gebruiken in de openbare ruimte. Het is werkbare beleidsmaatregel van de gemeente Amsterdam om niet alleen repressief op te treden, maar aan de voorkant doormiddel van signalering direct op te treden. Het negatieve van dit aspect is dat er negatief beeld ontstaat bij de straatcoaches onder de jongeren, omdat zij hen ���verraden���, terwijl de gemeente Amsterdam ook beoogd om de straatcoaches als voorbeeldfunctie voor de jeugd te laten fungeren. Daarnaast hebben de straatcoaches geen bevoegdheid om de handhaven, dus is het de vraag in hoeverre alleen een huisbezoek zonder consequenties voor zin heeft. (Eigen informatie n.a.v. stage bij de gemeente Amsterdam).

De gemeente Amsterdam maakt ook gebruik van bestuurlijke maatregelen. De gemeenteraad heeft in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) de burgemeester de bevoegdheid toegekend, om besluiten te nemen om de Openbare Orde te handhaven. Een van de bestuurlijke maatregelen die burgemeester kan opleggen is een Alcoholverbod. Deze wordt benoemd onder handhavingsbeleid, omdat het door de gemeente vaak op deze manier wordt ingezet. Op plekken in Amsterdam waar veel jongeren bij elkaar komen om drugs te gebruiken of alcohol te drinken, wordt gekeken naar de mogelijkheid voor een alcohol -en blowverbod. Op die manier kan politie en de gemeentelijke handhavers sneller en effici��nter de Dranken Horecawet handhaven (Gemeente Amsterdam z.j.) Als ergens een alcoholverbod geldt mag er door niemand alcohol genuttigd worden. Deze alcoholverboden moeten jongeren ontmoedigen om elkaar in de openbare ruimte te treffen om middelen te gebruiken. De samenscholing in combinatie met middelengebruik heeft vaak vandalisme, overlast en of criminele gedragingen tot gevolg. De voordelen van deze handhavingsvorm is dat het voor iedereen geldt, er hoeft geen onderscheid gemaakt te worden tussen jongeren en ouderen. Het is daarnaast ook gewoon onwenselijk dat er in de openbare ruimte (met uitzonderingen van terrassen) alcohol genuttigd kan worden. Naast het feit dat middelengebruik ontmoedigd bij de jeugd, gaat het ook vervuiling tegen en verklein het de kans op incidenten of onleefbare situaties door openbare dronkenschap of de sterke geuren van softdrugs. De negatieve aspecten van dit handhavingsbeleid is dat je een ���waterbedeffect��� krijgt. Je voert de druk op waar een alcohol of blowverbod is en men verplaats zich naar een plek elders. Daarnaast richt je je met het opleggen van alcoholverboden niet uitsluitend op de jongeren, dat maakt dat de ernst van middelengebruik bij deze doelgroep nog niet voldoende onder de aandacht is. Ook is het gebied waar een alcoholverbod geldt niet altijd even specifiek aangegeven, het zorgt onder veel mensen voorverwarring.

re…

Review this essay:

Name
Rating
Your review: (optional)

Latest reviews:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.