Sociale invloed - Essay Marketplace

Sociale invloed

Naast de eigen attitude wordt gezondheidsgedrag ook bepaald door verschillende sociale invloeden van buitenaf. Er kunnen verschillende sociale invloeden worden onderscheiden: subjectieve norm, de sociale steun of druk en modelling. Onder subjectieve norm worden de verwachtingen van naasten (familie, kennis, vrienden en andere groepen) verstaan of de mate waarin iemand denkt zich daaraan aan te moeten passen. Bijvoorbeeld: ‘mijn partner verwacht dat ik de dieetadviezen opvolg‘ of ‘mijn vriendinnen op de sportschool verwachten dat ik gezond eet’. De persoon verwacht sancties (bijvoorbeeld buitengesloten worden in de groep) als men geen gehoor geeft aan de verwachtingen van de sociale omgeving.

Bij sociale steun of druk gaat het vooral om directe invloeden van buitenaf. Sociale steun treedt op wanneer iemand wordt gestimuleerd om bijvoorbeeld gezond te eten en regelmatig te gaan sporten. Deze steun kan gegeven worden door familie, vrienden en/of kennissen. Bij sociale druk is er sprake van een negatieve invloed op het gewenste gedrag. Deze treedt op wanneer iemand door zijn vrienden wordt aangespoord om even langs de McDonalds te gaan.

Er is sprake van modelling, ook wel het voorbeeldgedrag genoemd, als het gaat om het leren door het observeren van andermans gedrag. Wanneer in iemands omgeving veel wordt gesport, is de kans groter dat deze persoon zelf ook gaat sporten. Sporten is dan erg aantrekkelijk, het laat zien dat men bij de groep hoort (Brug & Kremers, 2002; Brug, van Assema& Lechner, 2010).

Eigen-effectiviteitsverwachting

Eigen-effectiviteitsverwachting is de verwachting iets te kunnen, ofwel het vermogen om een bepaald gedrag te kunnen uitvoeren. Als een persoon denkt dat hij niet in staat is om anders te gaan eten, is de kans klein dat diegene het zelfs maar zal proberen (Brug & Kremers, 2002). Eigen-effectiviteitsverwachting komt voort uit de Sociale Theorie van Bandura. Bandura beweert dat de eigen-effectiviteitsverwachting, samen met attitude, tot de belangrijkste persoonlijke voorspellers van gezondheidsgedragingen behoort (Strychar, Elisha& Schmitz, 2012).

De eigen-effectiviteitsverwachting kan variëren op drie dimensies:

(1) Magnitude; de inschatting van de moeilijkheid om een taak te volbrengen of een probleem op te lossen.

(2) Generality; de inschatting van problemen die hetzelfde gedrag in verschillende situaties kan veroorzaken.

(3) Strength; het vertrouwen hebben het gedrag zelf te kunnen uitvoeren (Brug, van Assema& Lechner, 2010). Uit een onderzoek blijkt dat kinderen met een hoge eigen-effectiviteitsverwachting meer voorkeur hebben aan gezonde voedingsmiddelen dan kinderen met een lage eigen-effectiviteitsverwachting (Thompson, Bachman, Baranowski&Cullen, 2007).

Kennis

De kennis over gezondheid, ziekte en gezondheidsrisico’s van bepaalde gedragingen is voor een deel nodig om tot het gewenste gedrag te komen. Echter heeft kennis geen directe invloed op het gedrag. Iemand die overgewicht heeft, weet ongetwijfeld dat fastfood niet goed is voor de gezondheid, maar toch eet deze persoon regelmatig fastfood. Toch ziet men kennis vaak als de noodzakelijke eerste voorwaarde voor gedragsverandering, maar alleen kennis is niet voldoende om het gewenste gedrag te bereiken (Brug, van Assema& Lechner, 2010).

Barrières(s) en vaardigheden

De drie belangrijkste determinanten (attitude, eigen-effectiviteitsverwachting en sociale invloed) bepalen uiteindelijk de gedragsintentie, het gedrag dat voorgenomen wordt. Maar om tot het gewenste gedrag te komen, is intentie alleen niet voldoende. Tussen intentie en het gewenste gedrag, kan er van alles gebeuren (zie figuur 1). Het komt vaak voor dat de gedragsintentie niet omgezet kan worden in het uiteindelijke gedrag. Dit kan komen door een aantal mogelijke barrières die ervoor zorgen dat de intentie niet leidt tot het gewenste gedrag. Naast barrières kunnen er ook gebrek aan vaardigheden ontstaan waardoor het gewenste gedrag niet wordt bereikt. Voorbeeld: ‘Ik heb dit jaar voorgenomen om weer eens gezond te eten, maar op mijn werk verkopen ze alleen maar ongezonde hapjes’ of ‘ik wil heel graag gezond eten, maar ik kan niet koken’. Het eerste voorbeeld heeft te maken met een barrière. Deze persoon wilt graag gezond eten, maar de kantine op zijn werk biedt deze mogelijkheid niet. Het tweede voorbeeld heeft te maken met een gebrek aan vaardigheden. Het vertonen van het gewenste gedrag wordt hierdoor een stuk lastiger. Het gewenste gedrag kan pas worden bereikt als de persoon de benodigde vaardigheden beschikt of eventuele belemmeringen heeft overwonnen (Brug, van Assema& Lechner, 2010).

Review this essay:

Name
Rating
Your review: (optional)

Latest reviews:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.