Thesis: Met deze masterproef over 'De houding van de Kortrijkse geschreven pers ... - Essay Marketplace

Thesis: Met deze masterproef over ‘De houding van de Kortrijkse geschreven pers …

Inleiding
1. Introductie
Met deze masterproef over ‘De houding van de Kortrijkse geschreven pers tegenover de politieke veranderingen van 1893, met name de uitbreiding van het cijnskiesrecht tot het algemeen meervoudig mannenstemrecht’, beoog ik graag een, weliswaar bescheiden, bijdrage te leveren aan de Vlaamse persgeschiedenis en dan in het bijzonder aan de geschiedenis van de stad Kortrijk. De historiografie die op dit moment, anno 2015, omtrent deze materie bestaat, is namelijk behoorlijk minimaal, om niet te zeggen onbestaande. Ofschoon de opmerkingen en reacties van die kranten een geringe invloed hadden op de Belgische politiek, meende ik toch dat het interessant kon zijn om kranten in een dergelijke situatie van naderbij te bekijken. Niet in het minst omdat enige vooronderstelling kan leiden tot de ruime en ongenuanceerde gedachte dat het bekomen resultaat wellicht voor meerdere zogenaamde afgelegen gedeelten van het Belgenland zou kunnen gelden.1
Daarin schuilen dan ook de grootste troeven van deze verhandeling voor historici die op deze scriptie willen verder bouwen. Het feit dat er nauwelijks onderzoek is gedaan naar deze thematiek, zorgt ervoor dat dit werk als leidraad kan gebruikt worden door historici, professionelen dan wel amateurs, om informatie te verschaffen over dit onderwerp. Daarnaast biedt het gemotiveerde historici ook de kans om verder te bouwen op dit onderzoek. Zij kunnen trachten aanvullingen op de eventuele hiaten te brengen, diepgaander te werken rond deze thematiek of zelfs vergelijkende studies te maken. Vooral dat laatste aspect biedt een volgende grote troef. Het is namelijk zo dat dit werk zich uitstekend leent tot vergelijkende studies. Er kan een studie gemaakt worden over hoe de Kortrijkse pers reageerde op een andere herziening in de grondwet, bijvoorbeeld op de invoering van het vrouwenstemrecht in 1948.2 Een andere mogelijkheid is om een vergelijkende studie te maken tussen het katholieke bastion Kortrijk en een andere stad die gedomineerd wordt door een bepaalde strekking, bijvoorbeeld het relatief socialistische Gent.3 Een derde optie is om Kortrijk te vergelijken met bijvoorbeeld een stad aan de andere kant van de Belgische taalgrens. Dit zijn uiteraard maar oppervlakkige suggesties en ik vertrouw op het intellect en de creativiteit van de latere generaties historici om hier zelf hun weg te plaveien.
Daarnaast heeft dit werk voor mij een persoonlijke meerwaarde omdat ik zelf opgegroeid ben in Bellegem, een relatief landelijke deelgemeente van Kortrijk.4 Schrijven over en onderzoek doen naar de geschiedenis van Kortrijk is bijgevolg een soort van kennismaking met het verleden van mijn eigen regio, hetgeen een dergelijk onderzoek toch nog altijd net iets interessanter maakt. Vandaar dat dit historisch onderzoek voor mij dan ook een plezier was om te verrichten.
De paper is opgedeeld in een inleidend gedeelte en een gedeelte dat de resultaten van het eigenlijke historische onderzoek behandelt. In de inleiding komt de meer algemene informatie aan bod die van belang is voor het lezen en begrijpen van deze meesterproef. Het gedeelte over de onderzoeksresultaten is onderverdeeld in vier hoofdstukken. In Hoofdstuk I gaat het vooral over de meer algemene zaken van de katholieke pers in Kortrijk eind negentiende eeuw. Kortrijk was en is
1 COUDRON, De Houding van de Ieperse Pers, 3.
2 KEYMOLEN, CASTERMANS en SMET, De Geschiedenis geweld Aangedaan, 17.
3 REYNEBEAU, ‘De Kiescijnsverlaging van 1848’, 302.
4 VAN BETSBRUGGE, CALLENS en DECALUWE, Bellegem, 9.
6
namelijk een katholiek getinte stad, en dat zal ook blijken uit de verhoudingen in het Kortrijkse perswezen. In Hoofdstuk II wordt dieper ingegaan op die dominantie van de katholieke kranten. Het gaat dan vooral om de standpunten die zij zelf innemen en de polemiek die daaruit volgt. Die polemiek ontstaat zowel onder de katholieke kranten onderling als onder katholieke kranten en kranten van een andere ideologische strekking. In Hoofdstuk III staan de overige kranten meer centraal. Er valt namelijk ook debat te ontwaren bij de niet-katholieke kranten. In datzelfde hoofdstuk komen ook kranten die zich eigenlijk niet in het debat mengen en zich geheel niet polemisch opstellen aan bod. In het vierde en laatste hoofdstuk wordt nagegaan hoe de katholieke kranten, die toch enigszins de toon zetten in het Kortrijkse persbestaan, evolueerden na de invoering van het algemeen meervoudig mannenstemrecht. Het zou namelijk blijken dat die invloed allesbehalve gering was.
2. Historische context
De Kortrijkse kranten en vooral de onderwerpen waarover ze schrijven zijn uiteraard niet uit het ijle gegrepen. De kranten waren toen, net zoals vandaag trouwens, een kind van hun tijd en hadden, globaal gezien, hoofdzakelijk als doel de dagdagelijkse realiteit in woord, en eventueel beeld, te vervatten zodanig dat de lezers enigszins wisten wat er leefde in de stad, in de regio of in het land. Deze masterproef focust voornamelijk op wat de houding van de Kortrijkse kranten was tegenover de uitbreiding van het stemrecht in 1893, een politieke aangelegenheid dus. Bijgevolg wordt in deze paragraaf een omkaderende uitleg gedaan over zowel de politieke sfeer en verhoudingen in Belgi?? op het einde van de negentiende eeuw als over wat de grondwetswijziging van 1893 eigenlijk inhield en wat die in gronde betekende voor de al dan niet stemmende Belgische burgers van dat moment.
2.1. Politieke sfeer en verhoudingen in Belgi?? eind negentiende eeuw
De weg naar de invoering van het algemeen meervoudig mannenstemrecht was een lange en die beslissing was natuurlijk ook niet op een specifiek moment gevallen. Reeds meerdere jaren voor 1893 wijzigden allerlei zaken in Belgi?? en in het bijzonder in de Belgische politiek. De overwinning van de katholieken bij de verkiezingen van 1884 stelde een eind aan de liberale hegemonie. Met beloften als: oplossing van de schoolstrijd, beperking der militaire uitgaven, daling der belastingen, etcetera, konden ze het gros van de kiezers naar hun kant overhalen. Zo sleepten ze meer dan de helft van de zetels in de wacht.5 Hiermee werd een lange katholieke regeringsperiode ingezet die tot de Eerste Wereldoorlog zou duren. Van 1884 tot 1894 werd het ministerie geleid door Beernaert.6
De eerste taak van de nieuwe regering bestond erin een oplossing te zoeken voor de schoolkwestie. De vorige liberale regering stond volledig in het licht van de schoolpolitiek. De polemiek die daarrond ontstaan was, zou niet volledig verdwijnen. Zo werden een groot aantal leerkrachten werkloos door de afschaffing van vele offici??le scholen. Terwijl omgekeerd leerkrachten van vrije scholen door een aantal linkse gemeentebesturen in de kou gelaten werden. Beernaert bedacht hiervoor het volgende systeem: de werkloze leraars van de offici??le scholen kregen wachtgeld, bepaald in de wet op de terbeschikkingstelling. Voor vrije scholen werd staatssteun uitgetrokken op een speciale begroting. Dat nam echter niet weg dat de pers tot 1894 vele bladzijden
5 COUDRON, De Houding van de Ieperse Pers, 9.
6 LUYKX, Politieke Geschiedenis van Belgi??, 547.
7
aan dit probleem wijdde. Pogingen tot daling of afschaffing van het wachtgeld lokten telkenmale protestvlagen uit.7
De persoonlijke inzet van Beernaert bevoordeligde de koloniale politiek van Leopold II. De ontginning van Congo eiste enorme financi??le inspanningen zodat de vorst meerdere malen beroep moest doen op staatsleningen. Telkens was het Beernaert die de verdediging ervan op zich nam in het parlement. In 1890 werd bepaald dat Congo voor tien jaar naar Belgi?? zou overgaan in ruil voor een lening van 25 miljoen Belgische Frank. Dergelijke beslissingen waren weinig aangenaam. Congo was toen niet erg populair bij de Belgische bevolking, allerminst bij het liberale deel van de Belgische burgers. ‘Encore une fois, la Belgique n’a pas et ne d??sire pas avoir des colonies.’8
Meer belangstelling ging er uit naar de politiek rond de landsverdediging. In het katholieke verkiezingsprogramma van 1884 had het anti-militarisme een voorname plaats bekleed. ‘Geen man, geen cent, geen kanon meer’, luidde het. Daar kwam echter weinig van in huis. De gespannen internationale toestand deed Belgi?? uitzien naar een reorganisatie van het leger en van haar versterkingen. Een linie van forten langs de Maas moest mogelijke vijanden tegenhouden. Van der Smissen, Brialmont en Nicaise werkten hiervoor een plan uit dat in de Kamer werd gestemd. Het oorlogsbudget diende aanzienlijk te worden uitgebreid. De liberalen konden dit niet goedkeuren. Honderden malen beschuldigden ze de katholieken ervan hun kiesbeloften niet te houden. De antimilitaristische Woeste voerde ook een campagne tegen die ‘drie tirannieke generaals’. Dit kon echter niet verhinderen dat Beernaert en Leopold II met de steun der katholieke meerderheid het voorstel goedgekeurd kregen.9 Al evenveel woorden werden verspild aan het lotelingensysteem. De socialisten, de liberalen, Beernaert en Leopold II hoopten hieraan een einde te maken door de invoering van de persoonlijke dienstplicht. Dit voorstel stootte op erge tegenstand van de conservatieven. Vooral Woeste was niet te spreken over de rol die Beernaert in deze hele situatie speelde.10 Tegen dergelijke tegenstand kon men niet op. Bijgevolg verwierp de Kamer het voorstel met een kleine meerderheid.11
Dat alles werd echter in de schaduw gesteld door de sociale woelingen van 1886 en de gevolgen ervan. Minimale lonen, te hoge arbeidsduur, gebrek aan rechten voor de arbeiders, etcetera, waren aanleiding tot gewelddadige stakingen in het Waalse steenkoolbekken, die leidden tot bloedige rellen. De chaos werd met krachtig wapengeweld bedwongen.12 Die sociale troebelen hadden een enorme invloed op de Belgische binnenlandse politiek. Ze rukten de politici uit hun cocon van passiviteit. De in 1885 opgerichte Belgische Werklieden Partij kwam plots in de belangstelling te staan.13 Deze partijstichting betekende voor de socialistische stroming een bekroning en tevens de start van een doorbraak. Hoe weinig opzichtbaarheid dit feit destijds wekte, des te groter leek haar belang na de stakingen. Haar programmapunten als algemeen stemrecht, kosteloos onderwijs, wekelijkse rustdag, minimum loon, maximum arbeidsuren en een autonome arbeidersbeweging waren in zekere mate te vereenzelvigen met de eisen der opstandige werklieden. De socialistische
7 COUDRON, De Houding van de Ieperse Pers, 10.
8 DE PAEPE, La R??forme, geciteerd uit: COUDRON, De Houding van de Ieperse Pers, 10.
9 COUDRON, De Houding van de Ieperse Pers, 11.
10 WOESTE, M??moires, geciteerd uit: COUDRON, De Houding van de Ieperse Pers, 11.
11 COUDRON, De Houding van de Ieperse Pers, 11.
12 COUDRON, De Houding van de Ieperse Pers, 11.
13 VAN GINDERACHTER, Het Rode Vaderland, 19.
8
leiders konden nu sommige van hun idee??n laten aannemen. De sociale wetten konden niet veel langer uitblijven.14
Dat wekte grote paniek bij de katholieken. Zij werden voor een dualiteit geplaatst: ofwel blijven vasthouden aan hun privileges en conservatisme, ofwel een doeltreffende oplossing zoeken voor de heersende sociale problemen die vanaf dat moment steeds meer aan de kaak werden gesteld. Dat lag aan de grondslag van een tweespalt in de katholieke rangen. De meerderheid was van mening dat de ‘orde’ ten allen koste moest stand houden. Men mocht met andere woorden niet raken aan het politiek en economisch monopolie van de burgerij. Zij kenden wel de noden van de lagere klasse en wilden hen helpen, maar alleen door paternalisme en dus niet via politieke wegen.15 Politieke autonomie en arbeidersbeweging waren dus uit den boze.16 Sociaal voelende katholieken daarentegen beseften dat die liefdadigheid onvoldoende was. Wilden zij voorkomen dat de socialisten de ganse massa achter zich zouden krijgen, dan moesten ze daadkrachtig optreden en snel ageren. Daarom propageerden ze het corporatisme dat door de verdeling in leidende en geleide klassen, onder monopolie van de burgerij, de sociale tegenstellingen moest afzwakken. In realiteit betekende dat een heroprichting van de gilden waarvan onder andere de Belgische Boerenbond, door Helleputte gesticht in 1890, als een belangrijk voorbeeld gold. Deze gemengde beroepsverenigingen brachten geen veranderingen teweeg voor de arbeiders. Het was een onbereikbaar ideaal, als ware het een utopie, dat in de middeleeuwen, doch geenszins in de negentiende eeuw toepasbaar was. Van die situatie waren enkele democratische katholieken zich bewust geworden. In de sociale congressen van 1890 te Luik trokken ze de aandacht met hun pleidooien voor afzonderlijke arbeidersverenigingen in plaats van gilden. Te Gent bestond er op dat moment al een kern van christelijke arbeidersbeweging.17 Een vooruitstrevende stroming bij de katholieke, kleine burgerij deed zich ook voor in de Vlaamse beweging.18 Sinds 1830 hadden de katholieken wel de verdediging van de Vlaamse belangen op zich genomen, doch al te laks naar de mening van de flaminganten, die van de conservatieve meerderheid vanaf 1884 doortastende hervormingen eisten.19 Ze richtten gouw- en landdagen in, die de Vlaamse actie leven moest inblazen.20 Hun inzet bracht, tijdens de regering Beernaert, enkele winstpunten op.21
Het toenemend belang van de arbeiders na 1886 stelde vlug het probleem van de uitbreiding van het kiesrecht.22 De socialisten wilden van geen uitstel meer weten. De arbeiders hadden volgens hen meer dan recht op kiesrecht. De verruiming van het kiezerskorps kon slechts gebeuren mits een herziening van de grondwet. In 1848 immers was de kiescijns verlaagd tot het grondwettelijk minimum, zodat een herziening van bepaalde artikels noodzakelijk was, wou men nog maar aan kiesuitbreiding denken. Dan ging het vooral om artikel 47. De precieze geschiedenis van hoe dat in zijn werk ging, staat uitgelegd in het volgende onderdeel, ‘naar een nieuw electoraat’. De katholieken wilden van deze verandering niets weten, hoewel vooruitstrevenden onder hen, tijdens de liberale
14 COUDRON, De Houding van de Ieperse Pers, 12.
15 VAN ISACKER, Averechtse Democratie, geciteerd uit: COUDRON, De Houding van de Ieperse Pers, 12.
16 COUDRON, De Houding van de Ieperse Pers, 12.
17 COUDRON, De Houding van de Ieperse Pers, 13.
18 ELIAS, De Geschiedenis van de Vlaamse gedachte, 89.
19 COUDRON, De Houding van de Ieperse Pers, 13.
20 SIMON, Le parti catholique belge 1830-1945, 122.
21 COUDRON, De Houding van de Ieperse Pers, 13.
22 CRAENEN, DE WACHTER en LISMONT, De Belgische grondwet van 1831 tot heden, 39.
9
regering, diezelfde eis hadden geformuleerd. Maar nu waren zij tevreden met de bestaande toestand. Voor hen moest niets veranderen.23
De socialisten voerden een hevige campagne in de pers ten voordele van de kiesuitbreiding en gesteund door de werklieden dreigden ze met algemene stakingen. In hun actie kregen ze de steun van de progressieve liberalen.24 Die laatsten hadden zich in 1887 verenigd onder de leiding van Janson in de Progressistische Partij. De kloof tussen doctrinairen en progressisten had zich scherper gesteld na 1886. De vooruitstrevenden vonden dat de liberale traditie ten voordele van de arbeiders op een re??lere basis moest gevormd worden. Die ‘slappe’ belangstelling voldeed geenszins. Hun programma hield onder andere volgende eisen in: verplicht lager onderwijs, algemeen stemrecht, legerhervorming met persoonlijke dienstplicht, etcetera. Een dergelijk programma konden de doctrinairen van Fr??re-Orban niet aannemen, vooral het algemeen stemrecht niet. ‘Un programme tellement os?? que bien longtemps doctrinaires et radicaux furent des adversaires acharn??s.’25 Tijdens en door de grondwetsherziening ontstond de christendemocratie of ze werd toen op zijn minst noemenswaardig.26 Ofschoon ze bij het katholicisme aanleunde, werd ze er nooit volledig ge??ntegreerd. Hun godsdienstige maar vooral sociale opvattingen strookten steeds minder met die van de conservatieve kern. Vooral vanaf 1890 wonnen deze democratische en flamingantische strijders aan invloed en zochten ze hun idee??n ingang te laten vinden. De grondwetsherziening kwam dan ook echt als geroepen. Door versoepeling van het stemrecht zou de volksklasse ontvoogd worden en zouden de Vlamingen hun rechten kunnen veroveren. In heel het Vlaamse land kende deze strekking sympathie. Maar ook buiten Vlaanderen, in Verviers, Luik en Brussel ijverden verschillende intellectuelen voor een radicale democratisering.27
Tegen een dergelijke strijdende groep waren de conservatieven niet opgewassen. In november 1890 werd de grondwetsherziening in de Kamer in overweging genomen op aandringen van Beernaert. Noodgedwongen moest men nu een bepaald kiessysteem selecteren uit vele mogelijke alternatieven. De conservatieve katholieken waren hun kiezers, met name de plattelandsbevolking, indachtig en verdedigden het Engels huismanskiesrecht. Dat hield kortweg in dat het kiesrecht verbonden was aan de huisvesting.28 De corporatisten, met Helleputte voorop, verdedigden de belangenvertegenwoordiging, wat wilde zeggen dat de kiezers werden ingedeeld in drie groepen. Het gaat dan ten eerste om de arbeid, ten tweede om het kapitaal en ten derde om de vrije beroepen.29 Op die manier zou elke groep voor een derde vertegenwoordigd zijn. Deze groep sloot zich uiteindelijk aan bij de meerderheid van hun partij.30 De liberalen waren het wel eens over de verandering van artikel 47, maar niet over het stelsel dat in de plaats moest komen. ‘Les deux groupes n’avaient pu s’entendre sur ce qu’ils voulaient mettre ?? la place du r??gime condamn??: Il en r??sulte qu’ils se contrar??rent l’un ?? l’autre dans leur attitude ?? la Constituante.’31 De progressisten verdedigden, zoals gezegd, het algemeen stemrecht. De doctrinairen kwamen op voor het
23 COUDRON, De Houding van de Ieperse Pers, 14.
24 SCHOLL, De Geschiedenis van de arbeidersbeweging, 32.
25 COUDRON, De Houding van de Ieperse Pers, 14.
26 RESZOCHARY, Origines et Formation du Catholicisme social en Belgique, 97.
27 COUDRON, De Houding van de Ieperse Pers, 15.
28 COUDRON, De Houding van de Ieperse Pers, 15.
29 VAN ISACKER, Het Daensisme: de Teleurgang van een onafhankelijke, christelijke arbeidersbeweging in Vlaanderen 1893-1914, 52-54.
30 COUDRON, De Houding van de Ieperse Pers, 15.
31 DE PAEPE, La R??forme, geciteerd uit: COUDRON, De Houding van de Ieperse Pers, 15.
10
bekwaamheidskiesrecht, dus gekoppeld aan de intellectuele ontwikkeling, het bezit en het beroep van de kiezer in kwestie.32 Aanhangers van het algemeen stemrecht waren de socialisten, enkele christendemocraten en de progressisten.33 Zij wensten aan elke burger het recht op deelname aan de verkiezingen te schenken.34
Iedere groep met zijn stelsel gewapend, begon de wedloop naar de massa.35 De christendemocraten klopten bij het Vlaamse volk aan. Zij zouden hen in het parlement verdedigen daar zij de Vlaamse taal en de Vlaamse problemen kenden. De katholieken en de liberalen kwamen met ellenlange lijsten vol beloften en verwezenlijkingen. De socialisten organiseerden in heel het land meetings en stakingen ten voordele van de promotie van het algemeen stemrecht.36 In vele plaatsen gingen ze hand in hand met de progressistische liberalen.37
Vele parlementaire zittingen werden aan dit probleem gewijd. Er werd zelfs een speciale commissie met dit specifieke doel opgericht. De grondwetsherziening betrof immers vele hervormingen.38 De Senaat diende in democratische zin te worden hervormd. De troonopvolging moest nader geregeld worden op verlangen van Leopold II. De vooruitstrevenden wensten de evenredige vertegenwoordiging door te voeren. Door dit stelsel zouden de zetels zo verdeeld worden dat kleinere partijen ook een aantal zetels konden veroveren, wat in het meerderheidsstelsel uitgesloten was. Daarbij kwam nog het voorstel van Leopold II om het referendum te koppelen aan de grondwetsherziening. Zo zou hij rechtstreeks beroep kunnen doen op de bevolking. Zowel rechts als links kantte zich ertegen omdat ze het beschouwden als een vorm van caesarisme.39
Bijna twee jaar sleepten de onderhandelingen aan. De katholieken waren niet gehaast, en het vinden van een twee derden meerderheid was geen overkomelijke kleinigheid, zoals in 1970 opnieuw zou blijken. In april 1893 bereikte men uiteindelijk een overeenkomst. Het stelsel Nyssens werd aanvaard: de periode van het meervoudig algemeen stemrecht werd ingezet.40 Wat dit stelsel precies inhield staat in grote lijnen beschreven in het volgende onderdeel, ‘Verandering: naar een nieuw electoraat’.41
Zowel het referendum als het voorstel om over te schakelen naar het principe van de evenredige vertegenwoordiging werd dus verworpen. Nu kon men enkel wachten tot de verkiezingen van 1894 om het resultaat van de veranderingen te weten te komen. Dat was helemaal niet zo opzienbarend. Het algemeen meervoudig stemrecht gaf elke burger wel het stemrecht, maar de cumulatie tot drie stemmen en het meerderheidsstelsel konden slechts de katholieken voordeel brengen. En inderdaad, de verkiezingen van 1894 brachten hen terug een grote zege.42 Ze behaalden 53 procent van de stemmen tegenover 29 procent voor de liberalen en negentien procent voor de socialisten. De liberalen waren dus als de grote verliezer uit de strijd gekomen. Vooral daarom bleven ze samen
32 COUDRON, De Houding van de Ieperse Pers, 16.
33 RESZOCHARY, Origines et Formation du Catholicisme social en Belgique, 97.
34 COUDRON, De Houding van de Ieperse Pers, 16.
35 COUDRON, De Houding van de Ieperse Pers, 16.
36 BERTRAND, Histoire de la d??mocratie et du socialisme, 87.
37 COUDRON, De Houding van de Ieperse Pers, 16.
38 CRAENEN, DE WACHTER en LISMONT, De Belgische grondwet van 1831 tot heden, 39.
39 COUDRON, De Houding van de Ieperse Pers, 16.
40 GOBLET D’ALVIELLA, La repr??sentation proportionelle en Belgique, 19.
41 COUDRON, De Houding van de Ieperse Pers, 17.
42 VAN MOLLE, Het Belgisch Parlement 1894-1968, 21.
11
met de socialisten en de christendemocraten verder opkomen voor de ingebruikname van het principe van de evenredige vertegenwoordiging.43
2.2. Verandering: naar een nieuw electoraat
29 augustus 1831, de dag van de eerste algemene verkiezingen voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat in de jonge staat Belgi??.44 Voor tijdsgenoten waren die eerste verkiezingen in de kersverse staat inderdaad ‘algemene verkiezingen’. Met de geboorte van de Belgische natie kwam ook de geboorte van de meest progressieve en liberale grondwetten van het moment.45 Vanuit presentistisch oogpunt waren deze eerste verkiezingen echter verre van algemeen. Enkel mannen ouder dan 25 jaar die bovendien genoeg belastingen hadden betaald, waren stemgerechtigd.46 Een dergelijk stelsel waarbij stemrecht gebaseerd is op de betaalde belastingen heet men het cijnskiesrecht. Aan die eerste ‘algemene’ stemming konden bijgevolg slechts 46 099 mensen deelnemen, waarvan slechts twee derde effectief kwam opdagen.47 Het zogenaamde meerderheidsstelsel verdeelde de zetels van beide Kamers.48 Partijlijsten zoals we die vandaag kennen werden niet gebruikt omdat katholieken en liberalen of vrijzinnigen een verbond had gesloten, wat men de periode van het unionisme noemt.49 Omwille van die ‘samenwerking’ tussen de verschillende strekkingen bestonden partijlijsten voor 1877 niet.50 Kiezers brachten tot 1877 hun stem uit door de naam van de kandidaten van hun voorkeur op een formulier te noteren.51 De stemming verliep dus absoluut niet strikt geheim. De kiezer kon zoveel namen van kandidaten van zijn voorkeur neerschrijven als er zetels te verdelen waren in de desbetreffende kieskring. Die kandidaten konden enkel verkozen worden bij absolute meerderheid, vandaar de naam van dit meerderheidsstelsel. Als er na de eerste stemronde geen absolute meerderheid bereikt was, werd een tweede stemronde gehouden tussen de kandidaten die die na de eerste ronde het best gerangschikt waren om een zetel binnen te rijven.52 Het systeem van de lijstsysteem zoals we dat nu min of meer kennen werd ingevoerd in 1877, waarna elke partij voor zichzelf opkwam. Die wijze van stem bleek heel populair onder de stemgerechtigden.53 Dit systeem heeft lange tijd standgehouden, met name tot 1893, ondanks de stijgende druk om het aan te passen aan de maatschappelijke veranderingen en het open te stellen voor andere politieke partijen, met name de socialisten.54 De Liberale en Katholieke partijen die intussen gevormd waren, hadden immers veel schroom om de grondwet aan te passen. Menig historicus is het er over eens dat er zich sindsdien twee belangrijke evoluties hebben voorgedaan. Ten eerste is het aantal kiezers stelselmatig vergroot en ten tweede werd het meerderheidsstelsel vervangen door het stelsel van de evenredige vertegenwoordiging.55
43 COUDRON, De Houding van de Ieperse Pers, 17-18.
44 FIERS, De spelregels van de democratie, 161.
45 DUJARDIN, DUMOULIN, BEYEN e.a., Nieuwe Geschiedenis van Belgi??, 17.
46 FIERS, De spelregels van de democratie, 161.
47 VAN EENOO, ‘Kiesstelsels en verkiezingen’, 50.
48 FIERS, De spelregels van de democratie, 162.
49 MADDENS, Kiesgedrag en partijstrategie, 79.
50 MADDENS, Kiesstelsels, 61.
51 FIERS, De spelregels van de democratie, 162.
52 MADDENS, Kiesstelsels, 61.
53 FIERS, De spelregels van de democratie, 162.
54 FIERS, De spelregels van de democratie, 163.
55 FIERS, De spelregels van de democratie, 162.
12
Na een eerder kleine aanpassing van de cijns in 1848 vond de eerste diepgaande wijziging aan het kiesstelsel plaats bij de grondwetswijziging van 1893.56 Het ging om een compromis dat onder druk van de liberale partij, de Belgische Werkliedenpartij en de christendemocratische partij van de Aalsterse priester Adolf Daens tot stand kwam.57 Het algemeen meervoudig stemrecht werd ingevoerd, waardoor alle mannelijke Belgen die ouder waren dan 25 jaar mochten stemmen bij de parlementsverkiezingen, terwijl je voor de Senaat vanaf je dertigste mocht stemmen.58 Die stemgerechtigden konden over ‘?n, twee of drie stemmen beschikken, naargelang hun vooropgestelde ‘capaciteiten’. 35-jarige gezinshoofden die belastingen betaalden, grootgrondbezitters, universitair afgestudeerden en de clerus konden extra stemmen verwerven.59 Het aantal stemgerechtigden explodeerde bijgevolg. In 1892 waren er slechts 136 755 stemgerechtigden, terwijl dat er in 1894 1,370 miljoen waren. Door de uitbreiding van de kieswetgeving vertienvoudigde het electoraat dus.60 Samen met de invoering van het meervoudig stemrecht , werd ook de opkomstplicht ingevoerd. Zowel de progressieven als de conservatieven waren daar voorstander van. De progressieven (socialisten en liberalen) vreesden dat de arbeiders uit onwetendheid geen gebruik zouden maken van dat recht, terwijl de conservatieven (de katholieken) vreesden dat alleen de meest extreme aanhangers zouden gaan stemmen indien het enkel bij een stemrecht zou blijven, waardoor het partijlandschap dreigde te polariseren.61 Een tweede belangrijke wijziging naast de verruiming van het kiezerskorps was de invoering van het stelsel van de evenredige vertegenwoordiging in mei 1900. De verkiezing bij absolute meerderheid werd vervangen door een stelsel waarbij het relatieve aantal zetels evenredig met het relatieve aantal stemmen liep. De desbetreffende zetels werden verdeeld volgens een politieke sleutel, uitgewerkt door de Belgische wiskundige, jurist en wetenschapper Victor D’Hondt.62 Dit stelsel opende de deur voor nieuwe politieke partijen en zorgde voor de overleving van onder meer de liberale partij. Immers leiden meerderheidsstelsels de facto steeds naar steeds naar een politiek systeem met slechts twee, hooguit drie dominante politieke partijen.63 In negentiende-eeuws Belgi?? was dit niet anders. Na het einde van het unionisme rond 1857 maakten de liberale en katholieke partij om de beurt deel uit van de regering. Maar onder druk van een steeds sterker wordende socialistische partij, die een verbond had gesloten met de liberalen, en ook onder druk van de christendemocraten, steeg de druk op de Katholieke Partij om de verkiezingen voortaan via een proportioneel stelsel te laten verlopen.64 De invoering van de evenredige vertegenwoordiging ging niet onopgemerkt voorbij. De liberale partij won een groot aantal zetels bij, grotendeels ten koste van de socialistische partij, die onder impuls van het algemeen stemrecht in 1893 in opmars was in het oude meerderheidsstelsel. Op termijn zou de socialistische partij echter aan belang winnen.65 In zeven jaar tijd kende de kieswetgeving in Belgi?? een volledig keerpunt, een keerpunt dat het kiessysteem in de richting stuurde van het systeem zoals we dat vandaag kennen.
56 MADDENS, Kiesstelsels, 63.
57 FIERS, De spelregels van de democratie, 163.
58 FIERS, De spelregels van de democratie, 163.
59 MADDENS, Kiesstelsels, 63.
60 VAN EENOO, ‘Kiesstelsels en verkiezingen’, 59.
61 FIERS, De spelregels van de democratie, 163.
62 http://www.ibzdgip.fgov.be/result/nl/doc.php.
63 FIERS, De spelregels van de democratie, 165.
64 FIERS, De spelregels van de democratie, 165.
65 MADDENS, Kiesstelsels, 65.
13
3. Vraagstelling en afbakening
De idee om deze scriptie te schrijven kwam op gang door een persstudie die ik een aantal jaar geleden maakte. Sindsdien bleef mijn voorkeur in het historisch onderzoek uitgaan naar allerhande persstudies. Daarnaast heb ik een grote interesse voor de politieke en economische geschiedenis van de negentiende en twintigste eeuw. Na heel wat in te lezen wilde ik graag werken rond iets wat te maken had met verzuiling en de evolutie van het stemrecht. Beide elementen hadden in Belgi?? een heel specifiek karakter en kenden een geheel eigen invulling.66 Door mijn interesse in persstudies had ik dit thema graag benaderd vanuit een persstudie. De gespecialiseerde literatuur benadrukt daarnaast dat in alle landen, maar niet in het minst in Belgi??, de regionale verschillen betreffende politieke kleur en politieke voorkeur heel groot zijn. Ook in een klein land als Belgi?? zijn de verschillende regio’s heel verscheiden.67 Op die manier speelde het idee om te kijken welke persstudies in Kortrijk reeds waren verricht. Tot mijn grote verbazing waren dat er bitter weinig. De persstudies die er wel waren over Kortrijk, zijn eigenlijk geen werken met een echte historische inslag. Door mijzelf meer te verdiepen in de literatuur die reeds over Kortrijk was verschenen, bemerkte ik geleidelijk aan dat er over dit onderwerp nog niet echt iets gepubliceerd was voor Kortrijk. Uit de weinige informatie die ik bezat bleek echter dat Kortrijk een stad was en is met een specifiek politiek karakter. Het was dus een stad waarvan het zeker de moeite waard was om een studie over te maken. Zie daarvoor ook het onderdeel ‘introductie’. Op die manier kwam dus het thema en de invalshoek tot stand. Ik zou een persstudie maken over de Kortrijkse kranten en de nationale politiek. Dan restte me nog de vraag welke politieke periode ik wilde behandelen. Ik had verschillende voorkeuren, maar mijn grootste aandacht en interesse ging initieel al uit naar de periode van 1893 tot de Eerste Wereldoorlog. Het was namelijk een periode met heel wat politieke veranderingen op nationaal vlak, en dus kon het volgens mij niet anders dan dat daar ook in de Kortrijkse kranten op een specifieke manier over werd gepubliceerd. Daarnaast liet ook het bronnenmateriaal mij toe deze periode te bespreken, maar daarover meer in onderdeel vijf, ‘voorstelling van het bronnenmateriaal’. Dit is natuurlijk een grove schets van en in grote lijnen hoe ik tot mijn eerste onderzoeksvraag ben gekomen, maar dergelijke voorstelling geeft een ruw beeld van hoe mijn afgelegde weg eruit ziet.
Mijn aanvankelijke onderzoeksvraag was de volgende: ‘Hoe trachten partijgekleurde kranten het eigen en ander electoraat te be??nvloeden om de politieke veranderingen te aanvaarden dan wel te verwerpen’? De afbakening hier vertrok nog bij het beginpunt 1893, het jaar waarin het algemeen meervoudig mannenstemrecht werd toegekend aan de Belgische burgers. Het einde van de chronologische afbakening was 1914, het jaar waarin de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Twee zaken waren echter problematisch aan deze eerste onderzoeksvraag en afbakening. Ten eerste bleek vrij snel uit het bronnenonderzoek dat de gekozen periode veel te lang was. Kortrijk had een relatief hoog aantal kranten, waarvan sommige heel goed zijn bewaard en andere iets minder. De combinatie van deze onderzoeksvraag en deze afbakening was dus geen voer voor een masterproef maar eerder voor een doctoraat. De afbakening in tijd moest dus ingekort worden. Ten tweede was er een probleem met de onderzoeksvraag op zich. Het is wel mogelijk om te onderzoeken hoe
66 DELWIT en DEWAELE, Les Partis Politiques en Belgique, 9-10.
67 WATELET, ‘Cartografie en Politieke in het Belgi?? van de 19de eeuw’, 17.
14
partijgekleurde kranten of periodieken met een bepaalde ideologie trachtten het electoraat te be??nvloeden, maar het is quasi onmogelijk om te onderzoeken of die betrachtingen dan ook wel enige invloed hadden. Het was met andere woorden niet mogelijk om te onderzoeken of het electoraat wel of niet werd be??nvloed door de schrijvende pers. Logisch denkend aan wat volgen zou, besefte ik alvast dat het niet heel erg nuttig en veelzeggend is om de pogingen die periodieken doen om het electoraat te be??nvloeden te onderzoeken, zonder in mijn onderzoek te kunnen vermelden of die pogingen al dan niet werkten. Het een brengt het ander met zich. Meer zelfs, het een vraagt het ander om bepaalde resultaten hard te maken. Een dergelijke onderzoeksvraag zou de facto dus mijn eigen masterproef ondergraven. Daarbij kwam ook nog dat ik de onderzochte periode wilde inkorten, en een deel van de onderzoeksvraag dus verviel. De politieke veranderingen waarvan sprake waren namelijk veel minder van aard indien ik slechts een of enkele jaren zou bespreken in mijn scriptie.
Na het beperken van de chronologische afbakening en de herziening van de eerste onderzoeksvraag, was dit de nieuwe onderzoeksvraag: ‘Hoe gaan de verschillende politieke kranten om met de veranderingen inzake de uitbreiding van het stemrecht in 1893 en hoe verhouden zij zich daarin tegenover elkaar’? Drie aspecten van deze onderzoeksvraag dienen verklaard te worden. Ten eerste werd de periode rond het jaar 1893 gekozen, omdat in dat jaar de grootste politieke verandering uit de aanvankelijke periode plaatsvond. Daarnaast is dat ook de verandering uit die gehele periode die het meest betekende voor de Belgische burgers. Het zijn namelijk zijzelf die stemrecht kregen. Vandaar kwam ook mijn vermoeden dat de kranten in Kortrijk hier het meest zouden over schrijven. Het was namelijk de bedoeling te ontwaren hoe partijkranten of ideologische kranten met de ideologische veranderingen omgingen. Als we dan indachtig zijn dat kranten eind negentiende eeuw werden beschouwd als het meest praktische middel om de massa te bereiken omtrent berichtgeving, dan mogen we stellen dat de Kortrijkse pers deze gebeurtenis allesbehalve onbesproken liet voorbijgaan.68 Ten tweede is het eerste deel van de onderzoeksvraag wat de houding was van de Kortrijkse kranten tegenover de politieke veranderingen van 1893. Dat waren namelijk veranderingen die op nationaal niveau werden doorgevoerd. Het viel dus te verwachten dat er in Belgi?? heel wat regionale verschillen ten aanzien van dit besluit te ontwaren vielen. Ten derde gaat de onderzoeksvraag ook over hoe de kranten zich onderling tegenover elkaar verhoudden. Een bekend gegeven uit de geschiedenis van de Belgische pers, en in het bijzonder die van de kranten, is dat de onderlinge polemiek allesbehalve achter de schermen plaatsvond. Open en bloot werden andere kranten aangevallen of gecorrigeerd.69 Soms kon zelfs worden gesproken van een heuse persstrijd.
Het karakter van de onderzoeksvraag is dus drieledig. De onderzoeksvraag is echter uit een stelling opgebouwd, omdat in realiteit de drie lagen van de onderzoeksvraag door elkaar liepen. Het een viel bijgevolg niet altijd te verklaren of te beantwoorden zonder het andere erbij te betrekken. In deze thesis zijn de hoofdstukken dan ook niet onderverdeeld per krant of per laag van de onderzoeksvraag. De verschillende elementen lopen ietwat door elkaar. Toch is getracht in de hoofdstukken enige gelaagdheid aan te brengen om de structuur voor de lezer duidelijk te houden. Op welke manier en met welk bronnenmateriaal de onderzoeksvraag is opgelost, komt in de volgende twee onderdelen, met name ‘methode’ en ‘voorstelling bronnenmateriaal’ aan bod.
68 LUYKX, Evolutie van de Communicatiemedia, 304.
69 DE BORGER, Bijdrage tot de geschiedenis van de Antwerpse pers, 51.
15
4. Methode
Bij studies waarin het aanmeten van een bepaalde ideologie of beeldvorming het doel is, kunnen verschillende soorten bronnen gebruikt worden om dergelijke inslagen te achterhalen.70 Toch is in deze meesterproef geopteerd om periodieken te bestuderen. Ten eerste is dit een hele interessante inslag voor het onderzoek, maar ten tweede is het zo dat periodieken vaak geen objectieve weergave van de werkelijkheid trachtten te geven. Dat was ook niet het doel van de opiniepers. Zij wilden hun lezers en anderen een welbepaalde visie op de wereld en het dagelijkse leven meegeven. Daarom gingen de auteurs heel vaak onderwerpen selecteren die de vooropgestelde visie bekrachtigden. Het al dan niet integreren van bepaalde informatie in de artikelen droeg hier mede toe bij.71 Op die manier konden dagbladen en andere periodieken een hele sterke rol spelen, vooral op het vlak van opinie- en beeldvorming bij de lezers.72 De historische methode die ik hanteerde voor het onderzoek kan samengevat worden in drie kernelementen, zijnde benaderend, kwalitatief en vergelijkend.
Het onderzoek is ten eerste een benaderend onderzoek. Na het bekijken van het bronnenmateriaal besloot ik een strategie uit te werken van hoe ik mijn onderzoek ging voeren. Een heel belangrijk aspect van die strategie was beslissen welke bronnen ik wel of niet zou selecteren voor het onderzoek. Op die manier werkte ik een eigen discours uit. De methode bestond erin alle Kortrijkse bladen door te nemen voor het jaar 1893 en de thema’s die over politiek handelden te bekijken. Daarnaast werden ook twee steekproeven gehouden. Ten eerste werden ook van de jaren kort voor en na 1893 verschillende artikelen met betrekking tot politieke onderwerpen doorgenomen, ten tweede werden ook ruimere artikelen bekeken. Ik wilde vooral de verschillende manieren van werken en schrijven over gelijkaardige thema’s benaderen vanuit kritisch perspectief. Daarnaast wilde ik ook de kranten met elkaar vergelijken en een totaalbeeld geven van hoe de kranten zich tot elkaar verhielden betreffende de gebeurtenissen van 1893. Door op deze wijze te werk te gaan kon ik mij een relatief goed beeld vormen van wat er in de Kortrijkse opiniepers speelde in de periode rond 1893.
Ten tweede gaat het om een kwalitatief onderzoek. Het is nooit de hoofdbedoeling geweest van deze masterproef om een studie te maken van welke onderwerpen meer of minder dan andere onderwerpen aan bod kwamen in de Kortrijkse pers. Het was evenmin de bedoeling om te bestuderen welke kranten het meest met politiek of politieke besluitvorming, in het bijzonder de uitbreiding van het kiesrecht, bezig waren en daarover publiceerden. Het was daarentegen wel van bij aanvang de bedoeling om een inhoudelijke persstudie te maken. De optiek van waaruit de kranten dergelijke thema’s benaderden en de manier waarop zij publiceerden en daarmee omgingen ten aanzien van hun lezerspubliek was vanaf het begin een van de centrale doelstellingen van deze studie. Het zou daarenboven quasi onmogelijk zijn dit onderzoek vanuit een kwantitatief perspectief te voeren, omdat veel van de Kortrijkse kranten simpelweg te fragmentarisch bewaard zijn om hier een ongenuanceerd, eenduidig en correct beeld over te kunnen vormen. Een kwalitatief onderzoek biedt ook meer mogelijkheden dan een kwantitatief onderzoek wanneer het doel is om verschillende kranten te vergelijken. De polemiek tussen de Kortrijkse kranten onderling is een van de steunpijlers van deze meesterproef, waardoor een kwantitatieve benadering eigenlijk meteen was uitgesloten. Wanneer het de bedoeling is om het te hebben over debat tussen de verschillende Kortrijkse
70 VAN MOLLE, ‘Voorstellingen van de agrarische samenleving in Belgi’??, 113.
71 DENECKERE, Historische kritiek van woord en beeld in de massamedia, 3.
72 DEBOSSCHERE, Het Imago van de Boer in WO I: Een Persstudie, 48.
16
kranten, dan lijkt een kwalitatieve en inhoudelijke benadering en bespreking van de desbetreffende kranten en vooral bijhorende artikels de meest voor de hand liggende en enige juiste uitweg. Daarenboven zou een kwantitatieve benadering voor de inslag van deze studie geen absolute meerwaarde hebben en bovendien zou, zoals hierboven reeds werd aangehaald, de correctheid en representativiteit van de genoemde cijfers zwaar in twijfel te trekken vallen.
Ten derde gaat het om een vergelijkend onderzoek. Het is namelijk niet de bedoeling om simpelweg een opsomming te maken van wat de visie van een welbepaalde krant ten aanzien van de uitbreiding tot het algemeen meervoudig mannenstemrecht van 1893 is. Uiteraard is dit een element dat zeker aan bod komt in deze meesterproef, omdat een dergelijke basis in feite de ruggengraat van dit onderzoek vormt. Zonder te weten waar elke krant voor staat, kan onmogelijk worden begrepen hoe andere aspecten van de onderlinge discussie daaruit voortvloeien. Het is heel belangrijk dat indachtig te houden, want de polemiek en het debat dat er tussen de verschillende kranten was, kwam natuurlijk voort uit re??le verhoudingen ten opzichte van elkaar. Maar deze meesterproef biedt dus meer dan een louter exhaustief verslag van de houding van de Kortrijkse kranten tegenover de uitbreiding van het stemrecht. Het is ook de bedoeling om de onderlinge verhouding van en de polemiek tussen die kranten te bestuderen. Dat geeft een extra cachet en een meerwaarde aan deze verhandeling. De manier waarop deze onderlinge verhoudingen werden ontwaard, kwam op de lange termijn tot stand, het was namelijk een proces van lange adem. Lezen en herlezen was hier de boodschap, het was namelijk de bedoeling om een heel goed zicht te krijgen op waar elke krant voor stond, zodanig dat ik tussen de regels van de ene krant door bepaalde stellingen, perspectieven, visies of zelfs onderhuidse verwijten kon koppelen aan andere kranten. Dat was allesbehalve een eenvoudige opgave. Daarnaast gaan sommige kranten ook open en bloot de polemiek met elkaar aan, waardoor het op dergelijke ogenblikken ietwat eenvoudiger werd om het heersende debat te ontwaren, te bestuderen en te bespreken.
5. Voorsteling bronnenmateriaal
Naast de vraagstelling en de gehandhaafde historische methode is niet in het minst het bronnenmateriaal dat voor handen is essentieel in de mogelijkheid tot het al dan niet slagen van het gevoerde historisch onderzoek.73 Die bronnen vormen namelijk een belangrijk deel van het gevoerde betoog.74 In dit onderdeel wordt daarom het gebruikte bronnenmateriaal kort voorgesteld. Dit is echter een beperkte voorstelling, omdat in andere delen van de scriptie specifieke gegevens van de periodieken worden meegegeven. In dit deel wordt het bronnenmateriaal dus eerder algemeen voorgesteld, waar later in de masterproef meer specifieke aspecten van de afzonderlijke kranten naar voren worden geschoven.
Heel recent verrichtte een werkgroep van de Stad Kortrijk een monnikenwerk. Onlangs zijn in Kortrijk namelijk een heleboel oude kranten ‘openbaar gemaakt’. Voordien mochten ze door weinigen worden bekeken, terwijl de kranten nu zijn gebundeld en sommige zelfs digitaal beschikbaar zijn gemaakt. Dit is een project onder leiding van Erfgoed Kortrijk in samenwerking met Beeldbank Kortrijk.75 De Bibliotheek van Kortrijk beheert een belangrijke en omvangrijke historische
73 EVANS, In Defence of History, 103-128.
74 SOEN, Inleiding tot de Historische Wetenschap, 104.
75 http://www.vlaamse-erfgoedbibliotheek.be/nieuws/2014/01/3085-historische-krantencollectie-kortrijk-online, laatst geraadpleegd op 18-11-2014.
17
krantencollectie. Deze kranten geven een specifieke inkijk in de lokale en regionale geschiedenis van de negentiende en twintigste eeuw. Met dit project wil de stad de kranten vrijwaren van verval en ze ontsluiten naar een breed publiek. De kranten worden ontsloten via de stedelijke beeldbank. Een eerste focus ligt op de periode rond de Eerste Wereldoorlog. Dit zorgt ervoor dat bronnen die voordien moeilijk raadpleegbaar waren nu worden opengesteld aan een groter publiek. Er is bijgevolg nog maar nauwelijks onderzoek gedaan naar deze kranten. Dat is trouwens een van de meerwaarden van deze studie.76 Deze ontwikkeling is tegelijk een van de redenen waarom deze studie zich focust op de periode rond 1893. Het materiaal dat voor handen is, was vroeger niet altijd even toegankelijk. Door deze openstelling zijn de bronnen echter veel vlotter te bereiken en zorgt dit ook voor een vlottere en aangenamere manier van werken. De grote verbetering die hier nog aan te raden valt, is een zoekfunctie te installeren bij de Kortrijkse Beeldbank, maar dat is natuurlijk een werk van immens lange adem dat wellicht meerdere jaren in beslag zou nemen.
De periodieken die hier zijn bestudeerd zijn van velerlei aard. Eigenlijk bood het archief veertien kranten aan die geschikt zijn om de onderzoeksvraag van deze meesterproef op te projecteren. In samenspraak met de promotor van deze meesterproef, prof. dr. Martin Kohlrausch, bleek dat dit zeker voldoende bronnen waren om mijn masterproef hierover te schrijven. Door deze grote hoeveelheid bronnen moest mijn aanvankelijke onderzoeksvraag wel enger worden geformuleerd, wat hierboven in het onderdeel ‘vraagstelling en afbakening’ reeds beschreven werd. Wanneer mijn onderzoek echter vorderde, bleek een vand e aangeboden kranten niet beschikbaar te zijn. Het bleek om ‘De Landbouwgalm’ te gaan. De collectie is wellicht zoek geraakt in de verhuis van het ene archief naar het andere, veronderstelden de verantwoordelijken. Bijgevolg is deze studie gebaseerd op dertien verschillende periodieken in plaats van veertien. Die dertien bronnen zijn geselecteerd op hun relevantie voor de stad Kortrijk. Het zijn allemaal min of meer Kortrijkse lokale periodieken die bewaard zijn gebleven. Met uitzondering van de Landbouwgalm zijn dit tevens alle bewaarde Kortrijkse lokale kranten uit deze periode, wat alleen maar bijdraagt tot de volledigheid van het gevoerde historisch onderzoek.
De bestudeerde periodieken zijn, uiteraard, van heel uiteenlopende aard. Er zijn vijf belangrijke verschillen of nuances aan te halen. Een eerste belangrijk verschil is dat de meeste van de periodieken werden uitgegeven in Kortrijk en gebuurten, maar dat enkelen ook nog buiten Kortrijk en omgeving werden uitgegeven. Welke dat precies zijn staat kort per krant aangegeven wanneer die besproken wordt. Ten tweede is het zo dat sommige periodieken heel duidelijk een politieke inslag hebben, maar dat dat bij enkele veel minder het geval is. De meeste van de bestudeerde periodieken kunnen geplaatst worden in het verlengde van deze of gene partij of ideologie. Maar enkele periodieken lijken daar minder onderhevig aan te zijn. Ten derde zijn niet alle periodieken in dezelfde taal geschreven. Zes van de bestudeerde periodieken zijn in het Nederlands opgesteld, de zeven andere werden in het Frans geschreven. De taalkeuze is absoluut niet arbitrair, over het algemeen hangt die sterk samen met de ideologie die de periodiek in zich droeg.77 Frans werd eind negentiende eeuw nogal vaak gezien als de taal van de elitaire en de gecultiveerde bevolking. De taal waarin geschreven werd is dus afhankelijk van de ideologie van de desbetreffende periodiek en vooral van het publiek dat die periodiek trachtte te bereiken.78 Ten vierde verscheen niet elke periodiek even
76 http://www.vlaamse-erfgoedbibliotheek.be/nieuws/2014/01/3085-historische-krantencollectie-kortrijk-online, laatst geraadpleegd op 18-11-2014.
77 DELWIT en DEWAELE, Les Partis Politiques en Belgique, 9-10.
78 WILS, ‘Beproefde Samenwerking: Katholieken en Vrijzinnigen in de Vlaamse Beweging, 1860-1914’, 171.
18
vaak. Sommige verschenen nagenoeg dagelijks of twee maal per week, anderen een maal per week, of zelfs een of twee maal per maand. Ook dat zorgde voor essenti??le verschillen voor de inhoud van de kranten. Bij kranten die over de orde van de dag schreven was het veel logischer om bepaalde artikels terug te vinden dan bij kranten die bijvoorbeeld een maal per maand verschenen. De redactie van die laatste kranten moest namelijk veel meer selecteren wat betreft de inhoud, voor wat wel of niet de krant zou halen. Nu dient het wel gezegd dat de uitbreiding van het kiesrecht in 1893 een dergelijk belangrijk thema was, dat weinig tot geen periodieken niet hierover publiceerden. Ten vijfde en laatste zijn sommige van de bewaarde periodieken slechts heel fragmentarisch bewaard. Bij die periodieken was het niet altijd eenvoudig om de vooropgestelde methode toe te passen. Toch heb ik getracht om mij zoveel mogelijk aan de insteek van mijn onderzoek te houden om mijn bevindingen en onderzoeksresultaten zo correct mogelijk te kunnen rapporteren.
Dit is een algemene schets van de eigenheden van de bestudeerde bronnen. Ook de nuances die werden gemaakt zijn nog vrij algemeen. Waar het essentieel is om de context van bepaalde zaken uit het onderzoek te begrijpen, wordt later in de meesterproef extra uitleg gegeven over een welbepaalde krant. Het heeft echter geen zin om dergelijke aspecten in dit onderdeel te bespreken, omdat dit te veel zou afleiden van de algemeenheden die over het bronnenmateriaal dienen gesteld te worden.
6. Historiografische context
Naast het onderwerp, de vraagstelling en de manier van werken die ervoor zorgden dat deze masterproef tot stand kwam, dient in deze inleiding ook in enige mate vermeld te worden wat al wel of niet over dit onderwerp is geschreven. In deze status quaestionis wordt ingegaan op het belang van zowel internationale als nationale publicaties, alsook op het meestal ontbreken van lokale studies voor de specifieke Kortrijkse situatie. Drie aspecten zijn van belang in deze status quaestionis. Ten eerste, en dit is veruit het belangrijkste deel voor dit historiografisch overzicht, wordt in grote lijnen besproken hoe kranten reeds werden besproken in de huidige historiografie. Daarop verdergaand en verdiepend komt het aspect van de geschiedenis van de kranten in Belgi?? alsook de manier waarop de partijpers werd onderzocht in de huidige stand van het onderzoek aan bod. Ten derde en laatste dient kort iets worden gezegd over de historiografie over de uitbreiding tot het algemeen meervoudig mannenstemrecht in 1893. Dat laatste onderdeel is echter bewust beperkt gehouden, omdat de verrichte onderzoeken hier relatief eensgezind tegenover staan.
6.1. Kranten
Kranten worden in de historiografie nagenoeg altijd gerekend tot middelen om aan massacommunicatie te doen. Het zijn met andere woorden massacommunicatiemiddelen. Massamedia is een term die vaak een ongedekte lading draagt. Zeker in de huidige maatschappij waarin bepaalde sociale media zoals Facebook hun opmars maken, mag niet licht over het begrip massamedia worden gegaan. Het begrip mass communication werd in 1995 bevraagd, onderzocht en gedefinieerd door de socioloog John Thompson. In zijn publicatie The Media and Modernity. A social theory of the media poneert hij dat de term massacommunicatie vaak verkeerdelijk wordt gebruikt en zelfs misleidend kan zijn.79 Volgens hem wordt de term te vaak ongepast gebruikt, omdat het vaak gaat over een eenzijdige communicatie naar een relatief beperkt publiek. Onder leiding van
79 THOMPSON, The Media and Modernity, 19.
19
historicus David Cannadine verschijnt de bundel History and Media waarin hij samen met andere auteurs tracht te achterhalen of interesse in geschiedenis in het Verenigd Koninkrijk groter is dan ooit en wat de invloed van de media hierop kan zijn.80 Jane Chapmans studie Comparative media history: an introduction 1789 to the present verscheen in 2005, vier jaar later gevolgd door de studie van Peter Burke en Asa Briggs.81 82 A social history of the media van Burke en Briggs en Comparative media history van Chapman kunnen als belangrijke basiswerken omtrent de geschiedenis van de media aanzien worden.83 84 Dat voor wat betreft de internationale geschiedschrijving over het belang van media.85
Vanuit een dergelijke evolutie stelde Marshall McLuhan in 1989 dat we weldra in een Glabal Village zouden leven.86 Dat Global Village is in de westerse wereld nu min of meer realiteit geworden. De tijds-en plaatsbarri??res voor het communiceren zijn minimaal geworden, en verkleinen nog steeds. De technische mogelijkheden, het gevoel van verbondenheid en de impact van deze media op de samenleving worden als revolutionair beschouwd, maar er wordt al eens vergeten dat ook eerdere revoluties een gelijkaardige impact hadden op de toenmalige samenlevingen.87 Irvin Fang schreef in 1997 A History of Mass Communication: Six Information Revolutions. In dat boek behandelt hij, zoals uit de titel blijkt, zes revoluties die elk hun weerslag en belang niet misten.88 ‘De eerste revolutie is de ‘Writing Revolution’ die ca. 800 v.C. plaatsvond in Griekenland. Die werd opgevolgd door de ‘Printing Revolution’ in de helft van de vijftiende eeuw en de ‘Mass Media Revolution’ in de helft van de negentiende eeuw. De ‘Entertainment Revolution’ op het einde van die eeuw werd gekenmerkt door goedkope fotografie en radio. Het huis werd een locatie in de ‘Communication Toolshed Home’, waar informatie en entertainment werden ontvangen dankzij de telefoon en televisie in het midden van de twintigste eeuw. De zesde revolutie die Fang beschrijft is de hedendaagse ‘Information Highway’ waar informatie ons razendsnel bereikt dankzij de technologische vooruitgang.89 De derde revolutie van Fang, namelijk de ‘Mass Media Revolution’ die centraal staat in deze masterproef, vond plaats als gevolg van verschillende factoren. Het analfabetisme daalde ten gevolge van betere educatie en cre??erde zo een groter publiek voor het kopen van kranten en tijdschriften.90 Kranten en tijdschriften waren het belangrijkste medium in de tweede helft van de negentiende eeuw, andere communicatiemiddelen, zoals de telefoon, waren nog niet als massaproduct ontwikkeld.91 De drukpers evolueerde door houten persen te vervangen door ijzeren persen om zo de oplage van de kranten te verhogen.92 Daar was uiteraard ook papier voor nodig en de vraag er naar steeg enorm. Door verschillende innovaties binnen de papierindustrie verhoogde
80 CANNADINE, D., red., History and Media, Abington, 2003.
81 CHAPMAN, J., Comparative Media History , Cambridge en Malden, 2005.
82 BRIGGS A. en BURKE, P., A social history of the Media: From Gutenberg to the Internet, Cambridge en Malden, 2009.
83 CHAPMAN, Comparative Media History.
84 BRIGGS en BURKE, A social history of the Media: From Gutenberg to the Internet.
85 NAGELS, Van Kinds Af Aan, 8.
86 MCLUHAN, The global village: transformations in world life and media in the 21st century, 117.
87 NAGELS, Van Kinds Af Aan, 6.
88 FANG, A History of Mass Communication: Six Information Revolutionas, Boston, 1997.
89 FANG, A History of Mass Communication, introductie: XVII-XVIII.
90 FANG, A History of Mass Communication, 47.
91 FANG, A History of Mass Communication, 47.
92 FANG, A History of Mass Communication, 49.
20
de papierproductie die vervolgens aan deze vraag kon voldoen. In de jaren 70 en 80 van de negentiende eeuw verzesvoudigde het aantal dagelijkse verkochte kranten.93 en 94 Deze auteurs rekenen de kranten dus tot belangrijke communicatiemiddelen. Toch dient het ook gezegd dat dit niet zo vanzelfsprekend is. Verschillende auteurs stellen dat het belang van kranten in de geschiedenis van de communicatie ook niet overschat mag worden. Een van die auteurs is Peter Hugill. In zijn werk over Global Communications since 1844 poneert hij dat het belang van kranten eigenlijk heel gering was als je kijkt naar andere middelen om aan internationale communicatie te doen.95 Hij poneert dat de invloed van kranten als massacommunicatiemiddel veel kleiner was dan bijvoorbeeld die van de telegrafie, de radio of de telefonie. De Belgische historicus Theo Luykx gaat daar ietwat tegenin. Hij stelt het belang van de kranten als massacommunicatiemiddel op dezelfde voet als bijvoorbeeld de ontwikkeling van bijvoorbeeld de telegrafie. Meer nog, hij stelt dat zij eigenlijk onlosmakelijk samengaan.96
In de internationale historiografie wordt het belang van kranten en de verschillende aspecten ervan over het algemeen relatief eenduidig beschreven. Er zijn verschillende denkwijzen over kranten en het belang ervan, maar de meeste historici kennen hen toch min of meer dezelfde kenmerken en evoluties toe. Bij het onder de loep nemen van de specifieke situatie voor Belgi?? en de bijhorende partijpers, wordt snel duidelijk dat de visies ten aanzien van dit onderwerp zich toespitsen op een meer specifieke situatie, die dus ook deels vanuit ander oogpunten wordt beschouwd door verscheidene auteurs.
6.2. Kranten in Belgi?? en partijpers
De Belgische liberale grondwet kende vanaf het begin een vrij eigen karakter. Dat liberale karakter was aanvankelijk echter niet volledig terug te vinden in het bestaande perswezen. ‘De Belgische onafhankelijkheidsstrijd van 1830 was een strijd voor vrijheid. Niet enkel een strijd voor territoriale vrijheid maar ook de persvrijheid nam een belangrijke plaats in de omwenteling. Onder het Koninkrijk der Nederlanden werd die persvrijheid teveel beknot, zo schrijft De Bens.97 De progressieve grondwet die volgde op de Belgische Revolutie legde die persvrijheid vast. Zo stond in de grondwet dat de censuur nooit kon worden toegepast, of dat er geen borgstelling mocht ge??ist worden van in Belgi?? wonende drukkers, uitgevers of schrijvers.98 Door die persvrijheid ontstonden na 1845, volgens Vanthoor, al snel veel politieke opiniebladen, al dan niet gebonden of financieel afhankelijk van een politieke partij.99 Dat ruime aanbod van politieke opiniebladen kan gezien worden als een uiting van pluralisme.100 De echte doorbraak van de krant kwam er echter pas vanaf het einde van de 19de eeuw. Vanaf 1880 werd de krant onderdeel van massamedia door het wegvallen van belastingen zoals de zegelbelasting en door technische innovaties.101 Met andere woorden, de productiekosten van de pers gingen drastisch omlaag en zo kon de verkoopprijs ook dalen. De dagbladpers werd veel goedkoper dan de jaren ervoor, waardoor nu ook de mensen met
93 FANG, A History of Mass Communication, 55.
94 NAGELS, Van Kinds Af Aan, 6-7.
95 HUGILL, P., Global Communications Since 1844 ‘ Geopolitics and Technology, Baltimore, 1999.
96 LUYKX, T., Evolutie van de Communicatiemedia, Brussel, 1978.
97 DE BENS, De pers in Belgi??, 25.
98 VANTHOOR, De ontwikkeling van de pers in Belgi??, 30.
99 VANTHOOR, De ontwikkeling van de pers in Belgi??, 31.
100 DE BENS, De pers in Belgi??, 25.
101 DE BENS, De pers in Belgi??, 34-35.
21
lagere inkomens zich deze konden aanschaffen. Die mensen moesten echter ook in staat zijn om de krant te kunnen lezen. Aan deze voorwaarde werd voldaan toen in de tweede helft van de negentiende eeuw de leerplicht werd ingevoerd en het analfabetisme daalde. De pers was wat betreft de berichtgeving anno 1893 heel anders dan tegenwoordig. De verzuiling die zo tekenend was voor Belgi??, zorgde ervoor dat heel wat dagbladen uitkwamen voor een bepaalde opinie. Vandaar dat er gesproken wordt over de ‘opiniepers’ als er verwezen wordt naar de pers uit die periode. Slechts enkele kranten waren politiek neutraal. De katholieke zuil was in Vlaanderen de dominante zuil en over heel Belgi?? verschenen de meeste dagbladen vanuit die katholieke ideologie, zo voegt Luykx toe aan de historiografie.102 In Kortrijk liggen die verhouding absoluut niet anders, integendeel. Berichtgeving was dus sterk ideologisch gekleurd en vaak werden feiten en cijfers verdraaid zodat de eigen zuil er beter uitkwam.’103 De partijpers ontstond dus deels door het specifiek maatschappelijke klimaat in Belgi?? in de negentiende eeuw.
Een belangrijke nuance die hierbij dient gemaakt te worden is dat heel wat toonaangevende auteurs zoals De Bens en Fang de grote stijging van het aantal kranten vanaf de jaren 1880 situeren, maar dat niet iedereen met deze motie akkoord gaat.104 en 105 Zo plaatst bijvoorbeeld Pierre Van den Dungen in zijn werk Millieux de presse et journalistes en Belgique de grote stijging van de Belgische pers eerder in de jaren 1850 en vooral de jaren 1860.106 De grote oorzaak van deze onenigheid is dat er geen vaste definitie bestaat voor wat wel of niet tot de Belgische pers mag gerekend worden. Daarnaast heeft Van den Dungen ook internationale cijfers in rekening gebracht, wat echter niet wil zeggen dat zijn assumptie daarom juister of fouter is dan die van andere historici.
De partij- en opiniepers kennen echter bijzondere eigenheden. ‘De expansie van die politieke opiniepers werd in de negentiende eeuw echter aanvankelijk nog afgeremd door de zegelbelasting. Dit maakte de pers zeer duur waardoor enkel welgestelden zich een krant konden veroorloven. In de eerste helft van de negentiende eeuw was de pers hoofdzakelijk burgerlijk ge??nspireerd met een onderverdeling tussen katholiek en liberaal. Door de hoge zegelbelasting was de prijs van de kranten zeer hoog en was er in Vlaanderen slechts een geringe interesse voor de pers, mede ook omdat analfabetisme nog wijd verspreid was. In 1848 werd de zegelbelasting afgeschaft waardoor een grotere diversiteit aan dagbladen ontstond. De brede waaier aan verschillende politieke opiniebladeren was een uiting van pluralisme.107 Alle politieke stromingen spiegelden zich af in de kranten en Belgi?? had daarmee een echte vrije pers. Het bewijs hiervoor was dat de kranten die voor een heraansluiting bij Nederland waren, bleven verschijnen en niet werden verboden ondanks het feit dat dit geen goede reclame voor Belgi?? was.’108 Hoe dan ook bevestigen heel wat auteurs dat het voor elke partij heel mooi meegenomen was dat het perswezen een boom doormaakte, waardoor zij de partijpers
102 LUYKX, Evolutie van communicatie media, 515-516.
103 Geciteerd uit DEBOSSCHERE, Het Imago van de Boer in WO I: Een Persstudie, 39-40.
104 DE BENS, E. en RAEYMAECKERS, K., De pers in Belgi??, 23-37.
105 FANG, A History of Mass Communication, 55.
106 VAN DEN DUNGEN, Millieux de presse et journalistes en Belgique, 109.
107 DE BENS, E. en RAEYMAECKERS, K., De pers in Belgi??, 23-37.
108 Geciteerd uit: HERBOSH, De Koning en zijn Kolonie, 7-8.
22
optimaal konden gebruiken om het electoraat te trachten te be??nvloeden.109 Dat is een gegeven dat onlosmakelijk verbonden was aan de verzuilde Belgische samenleving.110
6.3. Uitbreiding stemrecht en politiek klimaat
Wat betreft de historiografie omtrent de uitbreiding van het stemrecht en het politieke klimaat kan gesteld worden dat die minder rijk gediversifieerd is dan de historiografie uit de vorige onderdelen. Vaak gaat het op een opsomming van oorzaken die zorgden voor de uitbreiding van het kiesrecht. Er kan gerust gesteld worden dat hier min of meer consensus over bestaat.111 Er bestaat niet echt literatuur die het thema van het algemeen meervoudig stemrecht centraal stelt, en nog minder die een historiografische discussie over datzelfde thema aangaat. Wanneer geschreven wordt over de uitbreiding tot het algemeen meervoudig stemrecht, dient dat meestal ter ondersteuning of ter illustratie van een of enkele andere elementen, zonder verdere gespecifieerde bedoeling. Toch dient, zeker in het kader van deze meesterproef, het werk van Theo Luykx vermeld te worden. Hij is namelijk de enige die in zijn werk Evolutie van de Communicatiemedia de opkomst van de partijpers linkt aan de contemporaine politieke spanningen en ontwikkelingen.112 Op die manier brengt hij eigenlijk twee aspecten van deze studie dichter bij elkaar. Hij bespreekt er achtereenvolgens de opkomst of uitbreiding van ten eerste de katholieke pers, ten tweede de liberale pers, ten derde de socialistische pers en ten vierde de zogenaamd neutrale pers.
109 VAN DEN DUNGEN, Millieux de presse et journalistes en Belgique, 561.
110 DELWIT en DEWAELE, Les Partis Politiques en Belgique, 9-10.
111 WIITE, CRAEYBECKX en MEYNEN, Politieke Geschiedenis van Belgi??, 127-129.
112 LUYKX, Evolutie van communicatie media, 304-308.
23
Hoofdstuk I ‘ Het belang van de katholieke pers in Kortrijk
1. Inleiding
In dit hoofdstuk komt de dominante positie van de katholieke strekking in Kortrijk duidelijk naar voor. In de eerste paragraaf wordt de politieke cultuur in Kortrijk besproken. Van daaruit is het een kleine stap naar hoe die politieke cultuur en die politieke verhoudingen worden vertaald naar de Kortrijkse persverdeling. De reden dat aan die katholieke strekking een apart hoofdstuk is gewijd is drieledig. Ten eerste blijkt uit het onderzoek dat de pers van de katholieke strekking in Kortrijk absoluut het talrijkst was. Daardoor namen zij ook de meest dominante positie in het discours in. Ten tweede dient het ook gezegd dat de katholieke pers in Kortrijk ook de meest heterogene groep was. Dat komt enerzijds door dat er zo veel kranten waren, maar anderzijds ook door de interne verdeeldheid die eind negentiende eeuw ontstond in de katholieke strekking. Het gaat daarbij om de polarisatie tussen conservatieve katholieken enerzijds en de meer progressieve christendemocraten anderzijds. Ten derde blijkt dat enkele katholieke kranten heel vaak het gevoerde discours mee gaan bepalen, bewust dan wel onbewust. Door de twee voorgaande elementen blijkt dat katholieke kranten op regelmatige basis door andere kranten werden aangevallen. ‘Hoge bomen vangen veel wind’, luidt het spreekwoord. Ook de opkomende christendemocratie werd geviseerd door de andere kranten.
Aan de hand van de volgende twee paragrafen wordt duidelijk hoe de Katholieke Partij zich manifesteerde in Kortrijk. Wat de invloed daarvan was, komt aan bod in de derde paragraaf van dit hoofdstuk. Die paragraaf wordt ondersteund door citaten uit de desbetreffende kranten om bepaalde visies, houdingen en manieren van schrijven te illustreren.
2. Katholieke Partij in Kortrijk
Het politieke leven in Kortrijk wordt sedert 8 oktober 1830 gedomineerd door de katholieke strekking. Onder de burgemeesters die in de laatste jaren voor de Belgische onafhankelijk het ambt bekleedden, toen Kortrijk dus nog een stad in het Koninkrijk der Nederlanden was, was de Oranjegezindheid groot. Die burgervaders waren trouw aan koning Willem I en het huis Oranje-Nassau. Die burgemeesters staan daarom bekend als orangisten. Sedert bovenstaande datum, waarop Antoine Goethals de positie van burgemeester van de stad Kortrijk innam, is steeds een katholiek burgemeester aan de macht geweest. De enige uitzondering hierop vormt de periode van 1855 tot 1864, toen Danneel Benoit als eerste liberale burgemeester het stadsbestuur leidde. Pas onlangs kon de huidige burgemeester Vincent Van Quickenborne de traditie opnieuw doorbreken. In 2013 werd hij pas de tweede Kortrijkse burgemeester die niet uit de Katholieke Partij of een voortzetting ervan, met name de Christelijke Volkspartij of de Christendemocratische en Vlaamse Partij, afkomstig was. Om zijn burgemeesterschap was en is ook veel te doen, juist omwille van het feit dat het grootste deel van de Kortrijkzanen juist wel op de CD&V had gestemd, maar dat van Quickenborne via allerhande coalities toch een meerderheid had verkregen. Het Kortrijks electoraat was en is in de negentiende, twintigste en zelfs 21ste eeuw dus overwegend ‘ en in zeer ruime mate ‘ katholiek. De liberalen vormden lange tijd de tweede grootste partij in de stad, wat impliceert dat
24
het socialisme in de stad lange tijd afwezig of in elk geval onbetekenend is geweest. Dat is echter voor een deel te verklaren door het systeem van het algemeen meervoudig mannenstemrecht, dat toen in Belgi?? werd gehandhaafd.113 Dat hield in dat alle mannen boven de 25 jaar konden gaan stemmen en zelfs moesten gaan stemmen. Elke kiezer had recht op een, twee of drie stemmen, naargelang bekwaamheid, bezit en het feit of hij al dan niet gezinshoofd was.114 Ook in de periode die in deze masterproef wordt besproken is dus voortdurend een katholieke burgemeester aan de macht: namelijk Auguste Reynaert, gedurende dertig jaar burgemeester van de stad. In 1885 werd hij, na negentien jaar gemeenteraadslid te zijn geweest, burgemeester, om tot 1915 telkens herkozen te worden.
Toch vinden in deze op het eerste zicht conservatieve periode enkele belangrijke omwentelingen plaats. Het lijkt alsof het Kortrijks electoraat lang op dezelfde wijze haar stem uitbracht, en op die manier telkens dezelfde partij de macht gaf. Toch was de periode van 1893 tot de Eerste Wereldoorlog er ook een van politieke verandering. De periode werd voorafgegaan door de uitbreiding van het stemrecht. In 1893 traden de kleine burgerij en de arbeidersklasse tot het kiessysteem toe met de invoering van het algemeen meervoudig mannenstemrecht met verkiezing bij absolute meerderheid. Kort daarna, in 1899, werd dat algemeen meervoudig mannenstemrecht aangevuld met het systeem van de evenredige vertegenwoordiging. Dat kiessysteem gold van 1900 tot aan het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.115 Op nationaal niveau maakte dat een einde aan de volstrekte meerderheid van de Katholieke Partij in de Kamer. Zij blijven echter wel de meerderheid behouden, maar dan enkel in samenwerking met de christendemocraten. Op die manier raakten de conservatieve katholieken de alleenheerschappij in de Kamer kwijt en konden de christendemocraten druk uitoefenen om hun sociale programma ten uitvoer te brengen. In die periode van verandering is er echter iets wat in Kortrijk heel statisch blijft: hoewel het electoraat en de samenstelling van het bestuur verandert, behoudt de Katholieke Partij in Kortrijk de meerderheid. Kortrijk stemde dus nog steeds massaal op de katholieken, ondanks het feit dat de stad een relatief hoog aandeel arbeiders in haar electoraat had. Grafiek 1 illustreert duidelijk de voorkeur voor de Katholieke Partij in het Kortrijkse, in vergelijking met de rest van het land. Uit diezelfde grafiek blijkt dat kiezers in Kortrijk relatief constant stemmen, zeker in vergelijking met het grillige patroon dat in de Belgische lijn op de grafiek is te zien.
113 GERARD, Hedendaagse geschiedenis, 137.
114 FIERS, De Spelregels van de Democratie, 171.
115 LUYKX en PLATEL, Politieke geschiedenis van Belgi??, 228.
25
Op nationaal vlak verloor de Katholieke Partij ook langzaam maar zeker een deel van haar politieke gewicht, maar in Kortrijk bleef de publieke opinie de partij steunen. De Katholieke Partij weet dus de steun van het Kortrijks electoraat vast te houden. Dat gebeurt hoofdzakelijk door middel van massacommunicatie en dan vooral via de schrijvende pers. Onder meer daarom is in deze masterproef een volledig hoofdstuk gewijd aan de katholieke pers.
Eerst en vooral is het belangrijk te begrijpen wat ‘de Katholieke Partij’ in deze periode precies betekent. Het ontstaan van de Katholieke Partij was een proces dat vele jaren besloeg. Reeds vanaf de Belgische onafhankelijkheid in 1830 was er een georganiseerde katholieke politieke stroming in Belgi??. Het was echter pas vanaf de jaren 1860 dat die katholieke organisatie ook daadwerkelijk de vorm van een politieke partij kreeg. Dat gebeurde op de congressen in Mechelen in 1863, 1864 en 1867. In 1869 werd de Katholieke Partij daadwerkelijk opgericht en dat vormde een eerste aanzet voor een confessionele politiek.116 De partij kreeg de naam F??d??ration des Cercles catholiques et des Associations conservatrices oftewel Verbond van Katholieke Verenigingen en Kringen.117 Tot de oprichting had de katholieke strekking regelmatig met de liberalen, die reeds in 1846 een liberale partij hadden opgericht, het bestuur over het land uitgeoefend.118 Vanaf de verkiezingen van 1884 tot 1918 had de Katholieke Partij de absolute meerderheid in het Parlement.119 De katholieke strekking organiseerde zich echter, politiek gezien, niet enkel door de oprichting van de Katholieke Partij. In 1893 ontstond namelijk een andere partij met eveneens een christelijke grondslag. Ze ontstond mede onder invloed van de veelbesproken gebroeders Daens en kreeg de naam Christene
116 DELWIT en DE WAELE, Les Partis Politiques en Belgique, 8.
117 16de INTERNATIONAAL COLLOQUIUM, De Gemeenteraadsverkiezingen en hun impact op de Belgische Politiek, 133. En DELWIT en DE WAELE, Les Partis Politiques en Belgique, 8.
118 VERHULST en HASQUIN, Het Liberalisme in Belgi??, 19.
119 MOINE, De Belgische Verkiezingsuitslagen tussen 1847 en 1914, 102-174.
0
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100
1894
1896
1898
1900
1902
1904
1906
1908
1910
1912
Procent van de stemmen
Jaartal
Grafiek 1 – Procentueel aandeel in de stemmen bij de Kamerverkiezingen
katholieken
Kortrijk
katholieken
Belgi??
Bron: http://www.ibzdgip.fgov.be
26
Volkspartij.120 Hoewel ook die partij katholiek was, kon ze moeilijk worden vergeleken met de Katholieke Partij. De Christene Volkspartij vond in de eerste jaren van haar bestaan toenadering bij de liberalen en de socialisten, vooral uit Aalst, hoewel ze die eerst zocht bij de Katholieke Partij. Die moest echter niet weten van een samenwerking tussen beide partijen wegens de sociale focus van de Christene Volkspartij.121 De belangrijkste punten op het programma waren enerzijds de poging om een brug te slaan tussen de, volgens hen, goddeloze socialisten en de conservatieve kapitalistische katholieken en liberalen,122 anderzijds vertoonde ze solidaristische trekjes en zette ze zich af tegen zowel het marxisme als het harde kapitalisme. Hoewel dit niet tot de doelstellingen van de partij behoorde, was ze naar de toenmalige normen behoorlijk Vlaamsgezind. Ook haar radicaal-populistische stijl en haar kritische houding ten opzichte van het gevestigde gezag waren afwijkend van andere christendemocratische stromingen.123 Het grote aantal stemmen voor de Christene Volkspartij bleef echter achterwege, zowel in Kortrijk als op het nationale niveau.
Dat betekende echter niet dat de christendemocratische strekking op het einde van de negentiende en in het begin van de twintigste eeuw geen of nauwelijks navolging kreeg. De stemmen voor de christendemocratische Christene Volkspartij bleven weliswaar beperkt, maar toch kon een christendemocratische strekking een groot aantal kiezers voor zich winnen, niet in het minst in Kortrijk en omstreken, maar dan binnen de Katholieke Partij. Veel katholieken hadden immers weet van de enorme armoede die aanwezig was in het zich snel industrialiserende Belgi?? en maakten zich zorgen over het socialisme dat om zich heen greep. Op het einde van de negentiende eeuw was ook de Katholieke Partij er zich van bewust dat er een tijd van sociale en politieke veranderingen aanbrak. Mede daarom voerde de Katholieke Partij een interne democratisering door.124 Het democratiseringsproces binnen de Katholieke Partij liep gelijktijdig met de oprichting van de Christene Volkspartij, wat waarschijnlijk een van de belangrijkste redenen was voor het relatief laag aantal stemmen voor deze nieuwe partij. De kiezer die de partij wilde bereiken werd nu namelijk, deels onverwacht, benaderd door de Katholieke Partij, waardoor die kiezer nog steeds een stem kon uitbrengen op de Katholieke Partij, waarvan hij wist dat zij nu ook tegemoet kwam aan zijn noden en eisen. De Katholieke Partij bleef dus voor vele kiezers een valabel alternatief in plaats van de Christene Volkspartij. Op die manier was aan het begin van de twintigste eeuw een transformatie merkbaar van de Katholieke Partij tot een meer christendemocratische partij. Binnen de Katholieke Partij waren er eind negentiende eeuw dus als het ware twee stromingen te onderscheiden. Enerzijds was er het conservatisme van de katholieken, anderzijds was er de christendemocratie. Het verschil tussen beide stromingen vervaagde echter snel. Waar de christendemocratie aanvankelijk een strekking binnen het katholicisme was, positioneerde de hele Katholieke Partij zich op het einde van de negentiende en in het begin van de twintigste eeuw wat linkser en werd zij een centrumpartij.125
De periode 1893 en later, pakweg tot de Eerste Wereldoorlog, was dus een periode van veranderingen, niet enkel op vlak van kieswetgeving, maar ook wat het karakter van de Katholieke
120 STRIJPENS, Pieter Daens, 98.
121 ELIAS, Priester Daens en de Christene Volkspartij (1893-1907), 28.
122 VAN ISACKER, Het Daensisme: de Teleurgang van een onafhankelijke, christelijke arbeidersbeweging in Vlaanderen 1893-1914, 52-54.
123 SANNEN, Een Bijdrage tot de Geschiedenis van de Christendemocratie, 24-26.
124 GAUS, Politieke en Sociale Evolutie van Belgi??, 44.
125 GERARD en VAN DEN WIJNGAERT, Van Katholieke Partij naar Christelijke Volkspartij, 17.
27
Partij betrof. Het is net die partij en die periode die in dit hoofdstuk worden bestudeerd. Daarom is het van belang om bovenstaande informatie te gebruiken bij de analyse van de manier waarop de schrijvende katholieke pers het Kortrijks electoraat be??nvloedt. Kranten en andere massacommunicatiemiddelen konden uitgaan van de katholieke strekking, maar omdat ze in een periode van verandering functioneerden, is het belangrijk om ook te achterhalen van welke substructuur ze uitgingen. De twee meest voorkomende strekkingen waren dus al dan niet sterk conservatief enerzijds en al dan niet sterk christendemocratisch anderzijds. Wanneer het uitging van een meer christendemocratische strekking, dan ging het in Kortrijk nagenoeg altijd over de christendemocratische strekking binnen de Katholieke Partij, en niet over de Christene Volkspartij. Ook tussenvormen konden optreden, samen met een al dan niet sterk Vlaams of Franstalig karakter.
Alle verschillen die de politieke wereld in kampen verdeelden, hadden een heel sterke weerklank in het dagelijkse leven van elke Belg. Dat kwam door het sterk verzuilde karakter van de Belgische maatschappij.126 De politieke strekking waartoe een individu behoorde bepaalde het volledige leven van het desbetreffende individu, van de wieg tot het graf. Socialisten, liberalen en katholieken hadden allerhande scholen, jeugdbewegingen, vakbonden en vele andere organisaties, waartoe de burgers van die strekking behoorden. Het was een uitzondering wanneer iemand niet zijn of haar hele leven binnen dezelfde zuil vertoefde. Die verzuiling had in het begin van de twintigste eeuw ook betrekking op de communicatie van de partij met de potenti??le kiezers. Elke partij of politieke strekking wist op de een of andere manier het electoraat te bereiken (cf. supra). Omdat het partijlandschap relatief versnipperd was, was het aantal kranten in Kortrijk allesbehalve gering. Deze studie richt zich uiteraard op de kranten met een katholieke strekking.
Doorheen de geschiedenis van Belgi?? in het bijzonder is gebleken dat heel wat kranten de tand des tijd konden doorstaan, ook al was hun oplage beperkt. Ook en niet in het minst gold dit voor de katholieke kranten die werden uitgegeven in Kortrijk en omstreken. Als gevolg van de persvrijheid die meteen in de Belgische grondwet van 1831 werd opgenomen, ontstond er een brede waaier aan politieke opiniebladen.127 Kortrijk kende een sterk katholiek electoraat (cf. supra), wat met zich bracht dat de meeste kranten die in Kortrijk werden uitgegeven van de katholieke strekking uitgingen. Die kranten waren in oplage beperkt, simpelweg omdat ze zo talrijk waren en dus elkaar bekampten en probeerden elkaar lezers te ontfutselen. De min of meer katholieke kranten waren op te delen in twee groepen: enerzijds was er de groep kranten met een (ultra)conservatief karakter, anderzijds waren er kranten met een meer progressief en liberaal-katholiek karakter. Dat onderscheid bestond al sinds 1831. Toen paus Gregorius XVI met zijn encycliek ‘Mirari Vos’ het liberaal-katholicisme veroordeelde, gaven de journalisten en uitgevers van de progressief-katholieke pers hun kranten toch verder uit.128 Een gelijkaardige evolutie is ruim een halve eeuw later merkbaar, wanneer de katholieke pers polariseerde tot enerzijds de conservatieve pers en anderzijds de meer progressieve pers. De katholieke kranten verschenen in beide landstalen. Sommigen verschenen in het Nederlands, anderen in het Frans.
126 RIGHART, Katholieke verzuiling in Belgi?? als historisch probleem, 543.
127 DE BENS en RAEYMAECKERS, De Pers in Belgi??, 25.
128 Ibidem, 25-26.
28
3. De katholieken aan het woord
In deze paragraaf komen de katholieke kranten aan bod. Elke krant en het gedachtengoed dat ze in zich draagt wordt gecontextualiseerd. Daarnaast gaat het bij elke krant ook om de idee??n die de desbetreffende krant erop nahoudt ten aanzien van de grondwetsherziening van 1893. Dat dit vooral voor het katholieke deel van de Kortrijkse pers in dergelijke mate is uitgeschreven, is te wijten aan een van de vaststellingen van het onderzoek. Het is namelijk zo dat de politieke verhoudingen in Kortrijk, waarbij de Katholieke Partij duidelijk de meest dominante is, ook weerspiegeld worden in de Kortrijkse pers. Niet alleen hebben de meeste Kortrijkse lokale kranten een katholieke inslag, daarnaast werd in het onderzoek ook duidelijk dat in het door de kranten gevoerde discours alsook in de polemiek, het de kranten van de min of meer katholieke strekking zijn die de dominante positie innemen. Heel vaak zullen zij als het ware het te voeren discours uitstippelen, de een al iets meer dan de ander, en daardoor tegenreacties uitlokken bij andere kranten.129
Deze paragraaf is drieledig. In een eerste deel komen de kranten van de zuiver katholieke insteek aan bod. Het gaat dan om De Gazette van Kortrijk, Le Journal de Courtrai en L’Echo de Courtrai. In het tweede deel van deze paragraaf komen de kranten die wel een katholieke insteek hebben maar meer naar de christendemocratische kant neigen aan bod. Voor Kortrijk zijn dat er twee, namelijk De Waarheid en het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk. In het laatste onderdeel van deze paragraaf komen twee kranten aan bod die wel duidelijk vanuit katholieke hoek publiceren, maar bij geen van beide vorige onderverdelingen zijn onder te brengen aan bod. Het gaat hier om La Vaclette en La Brouette.
3.1. Katholieke inslag
De Gazette van Kortrijk
Als eerste en misschien wel belangrijkste katholieke krant komt De Gazette van Kortrijk aan bod. Deze krant is misschien wel de meest aanwezige in het hele Kortrijkse persdiscours aangaande de electorale veranderingen van 1893. Dat komt grotendeels door de grote oplage van de krant. De precieze cijfers van lezersaantallen of abonnementen zijn niet helemaal duidelijk, maar vast staat wel dat dit een van de meest gelezen kranten in Kortrijk was.130
In 1893 werd voor de eerste maal in de Belgische geschiedenis de grondwet herzien. Het betrof voornamelijk artikel 47, dat bij de nationale verkiezingen stemrecht toestond aan wie voldoende cijns betaalde. Sedert 1848 was de cijnseis voor de uitoefening van het actief kiesrecht op het grondwettelijk minimum van 42,32 fr. gebracht. Elke uitbreiding van het stemrecht eiste een grondwetsherziening. Het parlementair initiatief tot deze hervorming ging uit van de radicalen, omdat de socialisten en de christendemocraten nog niet in de Kamers vertegenwoordigd waren. Reeds op tien november 1870 had de radicaal Paul Janson een voorstel tot grondwetswijziging in de Kamer neergelegd, maar het werd toen niet eens in overweging genomen.
Na de stakingen van 1886 werd echter, zowel binnen als buiten het Parlement, met klem op deze hervorming aangedrongen door drie groepen: de radicalen, een kern van sociaal-katholieken en de socialisten. Het wetsvoorstel tot grondwetsherziening dat andermaal door Janson werd ingediend,
129 Cf. infra.
130 MAES, De ‘Gazette van Kortrijk’, 18.
29
zou op 27 november 1890, onder de druk van allerhande manifestaties en met de steun van Beernaert, door de Kamer ditmaal wel in overweging genomen worden.131 Over de besprekingen die van November 1890 tot begin 1892 werden gevoerd met betrekking tot het principe van een herziening, bracht de Gazette van Kortrijk steeds verslag uit. Vanwege de sterk uiteenlopende standpunten geloofde het blad lange tijd dat de herziening niet zou doorgaan. De krant publiceerde veelzeggend: ‘Hoogs waarschijnlijk, gelijk wij het meermalen voorzeid hebben: al dat geruchte, al dat lawijt over ‘t stemrecht, al die herzieningen te wege, zullen sluiten met alles ‘ te bezien en ‘ gelijk te laten!’132 De Gazette van Kortrijk stond overigens nogal sceptisch tegenover een grondwetswijziging. Begin 1892 schreef ze nog: ‘Wat ons betreft, wij hebben reeds meermaals gezeid dat wij al die veranderingen met geene goede ogen aanzien. De Grondwet heeft Belgenland 60 jaar van geluk en voorspoed gebracht; en niemand kan zeggen wat al die veranderingen ons zullen bijbrengen.’133 Toch behield de krant het vertrouwen in de katholieke meerderheid, ze stelde namelijk dat ‘de katholijken nooit het stemrecht zullen uitbreiden dat het tegen het eigen volk keert. Ze zullen het eigen volk niet de doodsteek geven.’134
Pas in het voorjaar van 1893 raakte men het eens over het principe van een herziening en over de artikels die voor herziening vatbaar waren. Daarna werd het parlement ontbonden. Bij de verkiezingen van 14 juni 1892 zou een Constituante of Grondwetgevende Vergadering worden gekozen. De Gazette van Kortrijk noemde die verkiezingen de belangrijkste sedert 1830. De rust, het welzijn en de toekomst van Belgi?? stonden op het spel. Daarom riep ze haar lezers op om te stemmen voor kandidaten die beloofden dat de herziening behoudsgezind zou gebeuren.135 De Katholieke Partij behaalde een ruime meerderheid in beide Kamers, maar ze beschikte toch niet over de twee derden meerderheid van de zetels, zodat zij voor een grondwetsherziening de steun van de oppositie nodig had. De Gazette van Kortrijk tilde daar nauwelijks tot niet aan. Nu zouden de Katholieken de last van dit ontzaglijke werk niet alleen moeten dragen.136
Opmerkelijk is dat de Gazette van Kortrijk enkel oog had voor de uitbreiding van het stemrecht. Voor de hervorming van de Senaat had de krant, samen met veel andere kranten, omzeggens geen interesse, wat dan ook verklaart waarom die kwestie in deze bespreking nauwelijks aan bod komt.
Over de veranderingen aan artikel 47 waren de meningen sterk verdeeld. De meeste katholieken waren aanhangers van het Engelse occupatiestelsel of ‘huismanskiesrecht’, waarbij aan de bewoners van een huis of hoeve het stemrecht zou worden toegekend.137 Dat was in het voordeel van het platteland, alwaar de katholieken een groot deel van hun stemmen haalden. De Gazette van Kortrijk eiste herhaaldelijk dat de herziening het platteland evenveel rechten moest geven als de steden, iets wat Fr??re-Orban met zijn bekwaamheids- en cijnskiesstelsel niet wilde. De liberalen zagen in de herziening trouwens enkel een middel om het land in onrust en woeling te brengen, om zo het verloren bewind weer in handen te krijgen.138 Enkele radicalen en sommige katholieken waren
131 LUYKX, Politieke Geschiedenis van Belgi??, 192-193.
132 GK, 24 December 1891, p. 1d 2a.
133 GK, 18 Februari 1892, p. 1bc.
134 GK, 15 Maart 1891, p.1ab.
135 GK, 12 mei 1892, p. 1c EN GK 9 juni, p. 1a.
136 GK, 19 juni 1892, p. 1b.
137 COUDRON, De Houding van de Ieperse Pers, 15.
138 GK, 15 maart 1891, p. 1ab; 15 november, p. 1ab; 24 november, p. 1ab; 12 mei 1892, p. 1c; 5 februari 1893, p. 1c; 9 maart, p. 1c.
30
voorstander van een politiek corporatisme, waarbij ‘de arbeid, het kapitaal en de vrije of intellectuele beroepen’ elk een derde van de stemmen zouden krijgen.139 De Gazette van Kortrijk maakte echter geen melding van dit voorstel. Een zeer kleine minderheid, namelijk de radicalen en sommige sociaalkatholieken, ijverden voor het algemeen stemrecht. Daar was de Gazette van Kortrijk principieel tegen gekant. Ze vond het een onrechtvaardig stelsel omdat zowel geleerden als ongeletterden evenals belanghebbenden en belangelozen dezelfde rechten kregen. Heer en knecht werden gelijkgesteld. Een bedelaar en een landloper zouden evenveel te zeggen hebben als een kasteelheer. Daarbij kwam dat de lieden die dit eisten, de hervorming niet wilden ten voordele van het volk, maar enkel op persoonlijk succes waren belust. De herziening was voor hen een middel om met de hulp van de socialisten aan de macht te komen. 140
Geen enkel van deze voorstellen werd door de Constituante aanvaard. Uiteindelijk zou de Leuvense professor Nijssens op 11 april 1893 een compromisvoorstel indienen. De Gazette van Kortrijk vond de ‘meervoudige stemming’ een stelsel dat in ieder geval ‘overweging en rijp onderzoek’ verdiende.141 Toen het algemeen meervoudig stemrecht op 18 april in de Kamer werd goedgekeurd dacht de Gazette van Kortrijk nogal gauw aan de electorale gevolgen: het aantal kiezers was enorm uitgebreid en alle katholieke organisaties moesten zich inspannen om de nieuwkomers op te vangen.142
Samen met artikel 47 waren ook nog tien andere artikelen gewijzigd. Een daarvan was artikel 48, dat bepaalde dat de verkiezingen voortaan in de gemeente zouden doorgaan, terwijl dat vroeger meestal in de arrondissementshoofdplaats was. De Gazette van Kortrijk noemde dit een grote verbetering omdat men op die manier geld, moeite en tijd spaarde, vermits men nu geen lastige verplaatsingen meer zou moeten doen.143 Over de verplichte stemming die eveneens in dit artikel werd opgenomen, gaf de krant haar mening niet te kennen.
Het door de koning gevraagde volksreferendum werd niet in de grondwetsherziening opgenomen. Het maakte geen enkele kans omdat de Katholieke Partij er niet aan dacht om aan de koning nog meer macht te geven en omdat ze daarin werd gesteund door de doctrinairen.144 Ook de Gazette van Kortrijk was er niet voor. De krant vreesde dat de koning op die manier het ‘alleman soldaat’ zou invoeren en dat het vroeg of laat zou leiden tot de republiek, ‘waarvan God ons voor altijd wille sparen’.145 De Gazette van Kortrijk was ook gekant tegen de evenredige vertegenwoordiging. Volgens de krant mocht Beernaert dit stelsel persoonlijk genegen zijn, maar het aan de katholieke volksvertegenwoordigers opdringen tegen de wil van hun lastgevers kon niet. De evenredige vertegenwoordiging zou de redding betekenen voor de liberalen en in het nadeel uitvallen van de Katholieke Partij. In die zelfmoordpoging kon het blad de regeringsleider niet volgen.146 De evenredige vertegenwoordiging werd niet alleen opgenomen in de
139 LUYKX, Politieke Geschiedenis van Belgi??, 194.
140 GK, 4 september 1890, p. 1bc; 30 november, p. 1c; 4december, p. 1b; 26 maart 1891, p. 1a; 21 augustus 1892, p. 1c; 6 november, p. 1a.
141 GK, 19 maart 1893, p. 1ab.
142 GK, 4 mei 1893, p. 1ab.
143 GK, 30 april 1893, p. 1d; 14 mei, p. 1a.
144 WILS, De Politieke Ontwikkeling in Belgi??, 204.
145 GK, 18 februari 1892, p. 1bc; 3 maart, p. 1c; 17 maart, p. 1a; 31 maart, p. 1ab; 15 mei, p. 1ab.
146 GK, 21 mei 1893, p. 1a.
31
grondwetsherziening, maar zou ook de aanleiding worden van het ontslag van de regering Beernaert op 17 maart 1894.147
In haar houding tegenover de grondwetsherziening toonde de Gazette van Kortrijk dat ze een conservatief blad was dat de belangen van de landbouwers en de kleine burgerij behartigde. Volgens de krant kon men de herziening pas geslaagd noemen als volgende twee punten in acht werden genomen: het algemeen enkelvoudig stemrecht mocht niet worden ingevoerd en de herziening moest de electorale achteruitstelling van het platteland tegenover de steden ongedaan maken. De herziening zou volledig aan de verwachtingen van het blad beantwoorden.
Eenmaal de katholieke stevig in het zadel zaten en de regering de voornaamste grieven hersteld had, zou het antiliberalisme van de Gazette van Kortrijk geleidelijk aan afnemen. De Gazette van Kortrijk zou zich tijdens de regeringsperiode Beeranaert vooral toespitsen op de militaire, Vlaamse en sociale problematiek. De continu??teit in de stellingname van het blad tegenover de militaire kwestie voor de jaren 1876-1884 en de periode 1884-1893, was niet moeilijk vast te stellen: elke militaire verzwaring was gewoon uit den boze. Na 1884 prononceerde de Gazette van kortrijk zich veel meer dan voorheen als een strijdend Vlaams blad. In haar houding tegenover de sociale problematiek toonde de krant zich een uitgesproken verdediger van de belangen van de landbouwers en de kleine burgerij. Vooral met betrekking tot de grondwetsherziening was dit duidelijk. Voor wat de arbeiderskwestie betrof, zag ze de oorzaak van alle moeilijkheden in het teloorgaan van de godsdienstzin. Om de arbeiders uit de greep van de socialisten te houden, zou ze vanaf 1890 de Gildenbeweging steunen.148
Le Journal de Courtrai
Le Journal de Courtrai verscheen vanaf 1874 tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, in 1914, een maal per week. Daarvoor verscheen ze drie maal per week. Die periode liep van 1863 tot 1874. De krant was een voortzetting van L’Union de Courtrai et de L’Arrondissement, die bestond van 1834 tot 1863 en voornamelijk een reclameblad was. Le Journal de Courtrai was een deel van de katholieke partijpers in Kortrijk. De krant publiceerde heel vaak artikelen over de actualiteit en over het stadsleven.149 Ze wijdde echter minder aandacht aan de politieke besluitvorming, zeker in vergelijking met bijvoorbeeld L’Echo de Courtrai, een andere conservatief-katholieke krant uit Kortrijk.
Het standpunt van Le Journal de Courtrai ten aanzien van de uitbreiding van het kiesrecht is 1893 is relatief duidelijk. ‘Le gouvernement a ??t?? plus loyal. Assumant une responsabilit?? qui ne lui incombait pas, pregnant une initiative qui ne pouvait lui ??tre impose, le gouvernement a fait conna??tre un ensemble de modifications et de propositions qu’il n’a cependant jamais pr??tendu imposer ne varietur.’150 De krant besefte dus enigszins dat de contemporaine politieke verhoudingen een herziening van de kieswetten noodzakelijk maakten. Zij sloten zich aan bij het standpunt van de regering. Voor Le Journal de Courtrai was het duidelijk dat het kiesrecht moest uitgebreid worden, maar het zuiver algemeen stemrecht was een stap te ver voor het blad. Zij wilde eerder voor een tussenvorm opteren, maar stelde zelf geen voorstellen van hoe die tussenvorm er dan zou moeten
147 WILS, De Politieke Ontwikkeling in Belgi??, 206.
148 MAES, De ‘Gazette van Kortrijk’, 146.
149 http://www.odis.be
150 ‘La Chambre’, Le Journal de Courtrai, 01-05-1892
32
uitzien of welke kiessystemen zij als het ideale zagen voor. Dat hing samen met het feit dat de krant sowieso relatief terughoudend was op vlak van politieke artikelen.
Als die redenering werd doorgetrokken naar de bredere situatie, werd duidelijk dat tot 1893 de krant niet kwaadwillig stond tegenover de christendemocraten in de Katholieke Partij. Zij hoopte dat de partij haar eenheid kon behouden. Na 1893, wanneer de Christene Volkspartij opkwam, zou blijken dat de christendemocratische strekking in die partij wel meer bekampt zou worden.151 Maar tot 1893 begreep Le Journal de Courtrai dat er iets moest gebeuren voor de gewone man, vooral voor de arbeiders.152 Zij vond alleen niet dat universeel stemrecht daar de ideale oplossing voor was. Onder meer daarom kantte het blad zich ook tegen de socialisten. De krant wilde niet dat de socialisten door hun beloftes te veel kiezers voor zich konden winnen.
‘Deux meetings ont ??t?? donn??s Dimanche dernier, en notre wille, par les socialistes gantoi. Malgr?? la Propagande effr??n??e faite par eux, les jours pr??c??dents, aupr??s des ouvriers, ils ont abouti un fameux fiasco. Soixante personnes assistaient ?? la conference donn??e. Il est curieux de voir comment le Vooruit en rend compte: ‘De eerste, die te Overleie plaats had, in die wijk die zoo ultrakatholiek is, lukt uitstekend. De sprekers zetten goed de noodzakelijkheid der Grondwetsherziening uit een en de dringende invoering van het Algemeen Stemrecht. De toehoorders begrepen dit zeer goed, want hunne toejuichingen bewezen dit ten volle.”153
Met een dergelijke boodschap wilde de krant dus benadrukken dat er niet te veel vertrouwen in de socialisten moest worden gelegd. Ten eerste liegen zij in hun kranten tegen hun lezers. Ten tweede wilde Le Journal de Courtrai haar lezers aantonen dat de idee??n die door het socialisme werden verspreid absoluut niet zo sterk aansloegen als de socialisten zelf beweerden en dat al zeker niet in Kortrijk. Le Journal de Courtrai zou dus zoals de meeste katholieke kranten vooral de socialistische strekking viseren in het kader van de hervorming van de kieswetgeving van 1893.
L’Echo de Courtrai
L’Echo de Courtrai (et de l’Arrondissement) was een krant die van 1876 tot 1914 twee maal per week verscheen. Voorheen (vanaf 1849) verscheen ze drie maal per week. De krant was een voortzetting van de periodiek Petites affiches de Courtrai. Dat was een katholiek blad, met een relatief liberale tint. In het jonge Belgi?? was het een van de meer progressieve kranten van de katholieke strekking.154 Het was een krant die de nadruk legde op het politieke aspect van het dagelijkse leven. Bij de voortzetting van Petites affiches de Courtrai in L’Echo de Courtrai verdween de liberaal-katholieke inslag voor een meer uitgesproken katholieke visie. Voor het Kortrijkse electoraat van die tijd vormde dat geen probleem, aangezien het toch grotendeels katholiek was. Het was echter wel zo dat het verdwijnen van het liberale aspect en de voortzetting van het zuivere katholicisme aantoonde dat de krant conservatief was, en bijgevolg sterk pausgezind en ultramontaans.155 En waar de Belgische maatschappij snel evolueerde, bleef de toon van L’Echo de Courtrai onveranderd. Dat aanhoudende traditionalisme, in combinatie met de vooruitgang die in Belgi?? op politiek vlak werd geboekt, zorgde voor een relatieve achteruitgang tegenover de Belgische
151 Hoofdstuk IV.
152 ‘Les classes ouvri??res’, Le Journal de Courtrai, 02-09-1894.
153 ‘Les socialistes ?? Courtrai’, Le Journal de Courtrai, 22-03-1891
154 http://www.odis.be
155 DE BENS en RAEYMAECKERS, De Pers in Belgi??, 25.
33
burger, de Kortrijkzaan in het bijzonder.156 Dat verklaarde des te meer het vasthouden aan de Franse taal en aan de conservatieve opvattingen, enerzijds te verklaren door haar opzet en haar ontwikkelingen, anderzijds te verklaren door de kloof die ontstond tussen haar publiek en het (groeiende) electoraat. Samen met Le Journal de Courtrai, de krant die hierboven werd besproken, was dit de krant die het meest aanleunde bij de Katholieke Partij. Beide kranten waren dan ook typevoorbeelden van elementen van de katholieke partijpers.
L’Echo de Courtrai is een katholieke krant die heel vaak over politiek rapporteerde.157 Ondanks dat deze krant een deel van de partijpers van de Katholieke Partij was, schreef L’Echo de Courtrai niet uitdrukkelijk de katholieke burgers aan. Vaak is het de bedoeling van de partijpers om de eigen partij te promoten, maar dat is minder het geval bij L’Echo de Courtrai. In die zin past het discours van L’Echo de Courtrai niet volledig in de theorie die Luykx neerschreef.158 Het is vooral de bedoeling van de krant om op een relatief objectieve manier over belangrijke politieke kwesties te schrijven. Vooral ook de impact van bepaalde beleidsbeslissingen op het leven van de lezers van de krant worden vaak gepubliceerd. ‘Un projet de loi important a ??t?? d??pos?? au d??but de la s??ance de la chambre de mardi. En voici l’expos?? des motifs.’159 Dat de krant haar lezers op de hoogte wil houden van de politieke besluitvorming komt ook tot uiting door het feit dat er in elke editie een artikel Le Chambre gepubliceerd wordt, waarin de belangrijkste politieke beslissingen van dat moment worden vermeld. Die poging tot een objectieve visie komt ook tot uiting in het debat met andere kranten, of beter in het gebrek eraan. L’Echo de Courtrai vindt namelijk zelf dat ze schrijft voor de meer elitaire bevolking, vandaar dat ze weinig tot niet in debat treedt met andere kranten. Dat doet ze om zichzelf beschaafd te houden voor de elite waarvoor ze schrijft.
Ondanks deze pogingen tot objectiviteit en beschaafdheid, vallen hier en daar toch elementen te ontwaren die bewijzen dat L’Echo de Courtrai wel degelijk vanuit een bepaalde ideologie schrijft. Zeker wanneer de electorale veranderingen van 1893 de kop opsteken vallen dergelijke elementen af te leiden. Ten eerste is het duidelijk dat de krant zich tegen het opkomende socialisme kant. Aan de ene kant weten zij niet goed wat ze moeten verwachten van het socialisme en hoe ze dat socialisme dus moeten inschatten, aan de andere kant willen ze juist om die reden de boot van het socialisme afhouden en zijn ze de socialisten liever kwijt dan rijk. Socialisme en collectivisme bedreigen hen en hun toekomst en ze laten het niet na dat in de krant aan de lezers te publiceren. 160 De krant zal zelfs grote problemen zoals de toenmalige hongersnood in Rusland afschuiven op de ontluikende socialistische en zelfs al communistische idee??n.161 Ten tweede valt uit deze persstudie ook af te leiden dat L’Echo de Courtrai wel koningsgezind was, iets wat niet in de gehele Katholieke Partij hetzelfde was.162 Ondanks de voorliefde voor de koning wilden ze hem echter ook niet te veel macht toekennen.163 De krant steunde de koning dus zeker en vast en hield vast aan de monarchie, maar vond wel dat de monarchale macht ook beperkt moest blijven of worden.
156 WITTE, CRAEYBECKX en MEYNEN, Politieke Geschiedenis van Belgi?? sinds 1830, 107-108.
157 ‘Nominations Eccl??siastiques’, L’Echo de Courtrai, 24-01-1892.
158 LUYKX, Evolutie van communicatie media, 304-308.
159 ‘Projet de loi concernant nos relations, L’Echo de Courtrai, 21-01-1892.
160 ‘Le Collectivisme: une soci??t?? Future’, L’Echo de Courtrai, 10-01-1892.
161 ‘La famine en Russie’, L’Echo de Courtrai, 14-01-1892.
162 ‘Vive le Roi! Vive le Gouvernement!’, L’Echo de Courtrai, 11-02-1892.
163 ‘R??union des droites’, L’Echo de Courtrai, 11-02-1892.
34
Ten derde zorgt de sfeer die hangt rond de noodzaak tot de uitbreiding van het stemrecht in 1893 ervoor dat de krant ook hier in zekere zin in haar kaarten laat kijken. Aanvankelijk rapporteert de krant nog neutraal over de hele thematiek en over de mogelijkheid tot uitbreiding van het kiesrecht, omdat op dat moment nog niets beslist is en het debat dus in principe nog verschillende richtingen uitkan.164 Wel brengen ze van bij het begin de nuance aan dat de hele kwestie niet favorable voor ‘hun zaak’ zou zijn. Echter naarmate duidelijker en zekerder wordt dat de uitbreiding van het kiesrecht er zal komen, verandert de toon van L’Echo de Courtrai in enige mate. Redelijk snel zal de krant verkondigen dat de uitbreiding zeker niet hoeft. Om deze visie kracht bij te zetten, zal de krant zich redelijk eenduidig richten tot de socialisten, die het zullen moeten bekopen. Ten eerste haalt de krant aan dat de Belgische burgers wel het recht hebben om te staken, maar dat zij daar ook niet in moeten overdrijven. ‘Queles partisans de suffrage universel multiplient les meetings, les assembl??es, les manifestations pcifiques en faveur d’une r??forme qu’ils appellen de tous leurs voeux, c’est leur droit incontestable ‘ Mais sans sortir des bornes de la l??galit??.’165 Ten tweede brengt de krant aan dat de socialistische leiders het algemeen stemrecht niet willen invoeren voor het belang van de Belgische burgers, maar wel omdat ze hun eigen interesses en belangen willen behartigen.
Tel n’est pas l’avis d’une poign??e d’entre ceux qui d??siraient voir le suffrage universel substitu?? au cens dans la Constitution belge. Meneurs par profession, ils souhaitent l’av??nement du suffrage universel bien moins parce que ce syst??me ??lectoral leur para??t juste, que parce qu’il leur semble devoir servir utilement leurs ambitions et leurs int??r??ts personnels.’166
Wanneer de uitbreiding tot het algemeen meervoudig mannenstemrecht toch wordt goedgekeurd in april 1893 is de teleurstelling enigszins te merken in L’Echo de Courtrai. De toon van de artikelen is relatief dof, de teneur is negatief. De krant rapporteert wel over wat beslist is geweest over de uitbreiding van het stemrecht, maar het is wel redelijk duidelijk dat zij er liever niet al te veel woorden meer aan vuil wil maken.167 Voor hen is het duidelijk dat de katholieken hun krachten meer zullen moeten bundelen in plaats van zich op te splitsen in een conservatief en een progressief kamp. De krant stelt zelf vast dat de katholieken zullen moeten samenwerken om de dreiging die van het algemeen meervoudig stemrecht uitgaat, te kunnen overwinnen. ‘Les catholiques auront prochainement ‘ le suffrage universel ‘ leurs triomphes: union fait la force.’168 Daarvoor ent het zich ook op wat een Gentse periodiek zei over het bundelen van de katholieke krachten. L’Echo de Courtrai verwijst heel zelden naar andere kranten en als ze dat doen is dat over het algemeen niet om enige polemiek uit te lokken of om te reageren op bepaalde beschuldigingen, maar eerder om ene of gene bevriende krant aan te halen of bij te treden. In dit specifieke geval gaat het om Le Bien Public. ‘Le Bien Public rappelle aux catholiques la n??cessit?? de modifier, en vue des luttes futures, nos m??thodes de propagande.’169 Het is daarenboven eigenlijk pas vanaf dan dat L’Echo de Courtrai zich minder neutraal gaat opstellen, zeker ten aanzien van specifiek politieke aangelegenheden. Dat blijkt extreem goed uit de veranderende toon van de artikels en nog beter uit het feit dat bij nakende
164 ‘Elections Futures’, L’Echo de Courtrai, 09-10-1892.
165 ‘Tentatives r??volutionaires en Belgique’, L’Echo de Courtrai, 20-11-1892.
166 ‘Tentatives r??volutionaires en Belgique’, L’Echo de Courtrai, 20-11-1892.
167 ‘Adaption du vote plural’, L’Echo de Courtrai, 23-04-1893.
168 ‘Avant la bataille’, L’Echo de Courtrai, 12-08-1894.
169 ‘A nos amis’, L’Echo de Courtrai, 04-10-1894.
35
verkiezingen de krant haar lezers expliciet zal aansporen om voor de Katholieke Partij te stemmen.170 Op die manier wil zij aan propaganda doen om kiezers voor de partij te winnen.171
3.2. Christendemocratische inslag
De Waarheid
De Waarheid schonk zichzelf de ondertitel Onpartijdig Weekblad in 1899 en behield die ondertitel tot 1940. Doorheen de hele periode legde het blad zelf expliciet en met zekere regelmaat doorheen haar publicaties de nadruk op die onpartijdigheid. Zelf weet het weekblad haar volledige ontstaan en bestaan alsook haar legitimiteit aan die onpartijdigheid, die zij, naar eigen perspectief, als enige van de Kortrijks kranten aan haar lezers kon aanbieden.
‘Het bestaan van de Waarheid hangt af: 1?? van hare onafhankelijkheid; 2?? van hare onpartijdigheid. Zoodra deze twee hoedanigheden komen te ontbreken, mag het blad op den zelfden voet als de Gazette van Kortrijk of De Stad Kortrijk geschoven worden, en om dergelijke politiek voor te staan, zijn die twee organen al meer dan genoeg.’172
Maar ook voor 1899 hechtte het blad reeds zoveel belang aan onpartijdigheid. Sedert 1893 had het blad de ondertitel Onpartijdig Nieuws-en Handelsblad. Onder de titel stonden drie kernwoorden, namelijk Moedertaal, Godsdienst en Vaderland. Die drie kernwoorden hingen samen met de ideologie die de krant in zich droeg. Toch wilde de krant de onpartijdigheid nastreven, ook wat politieke aangelegenheden die gepubliceerd werden in De Waarheid betrof. Zij probeerde een feitelijke weergave te brengen van hoe de debatten over de uitbreiding van het kiesrecht in 1892 en 1893 verliepen, zonder daarbij deze of gene partij te promoten, laat staan te beschuldigen.
‘Deze week is ten einde en de Kamers hebben weinig voortgang gedaan met de nieuwe kieswet. Enkelijk heeft er, benevens eene ondervraging van den Heer Feron, over de vervalsching der kiezerslijsten voor den werkrechtersraad, te Gent, slechts een weinig gerept geweest over art. 23; dat de drievoudige stem verleenen zou aan ‘ doch het werdt verworpen met 50 tegen 41 en 1 onthouding.’173
Maar de absolute onpartijdigheid die de krant trachtte na te streven ondergroef zichzelf in feite. Ten eerste verraadden bovenstaande drie kernwoorden dat het blad eigenlijk niet zo onpartijdig was als het zelf wilde laten uitschijnen. Dat viel te verklaren doordat je politieke boodschappen veel makkelijker naar buiten kon brengen onder de noemer onpartijdig, zeker wanneer het de bedoeling was andere mensen voor de eigen zaak gewonnen te krijgen. Ten tweede zorgde de onpartijdigheid die de Waarheid nastreefde ervoor dat andere kranten, die niet onpartijdig waren en bijgevolg duidelijk in het verlengde van deze of gene partij lagen, met Argusogen werden gevolgd. Die kranten moesten het in De Waarheid vaak bekopen. Zij hielden zich namelijk niet aan de ethische waarden van de journalistiek. Enerzijds moesten de kranten namelijk proberen om objectief en correct over de actualiteit, en dus niet in het minst de belangrijke politieke kwesties, te rapporteren. Nog belangrijker, anderzijds, was dat De Waarheid stelde dat partijdige bladen ervoor zorgden dat er eigenlijk verschillende, zelfs contrasterende visies over eenzelfde onderwerp verschenen, iets wat
170 ‘Avis’, L’Echo de Courtrai, 07-10-1894.
171 ‘Renouvellement int??gral des Chambres L??gislatives’, L’Echo de Courtrai, 11-10-1894.
172 ‘Ons levensdoel’, De Waarheid, 15-12-1901.
173 ‘De Kamers’ De Waarheid, 24-12-1893.
36
het imago van de pers in Kortrijk, en in principe ook elders, meer schaad berokkende dan dat het de pers goed deed. Op die manier ontstaat er enige polemiek van De Waarheid naar andere Kortrijkse lokale kranten.
‘Hoe de politiek verschillende denkwijzen en oordeelingen kan doen ontstaan, over een en hetzelfde punt, is dikwijls kluchtig om na te zien. De kennis van goed en kwaad, van wit en zwart, wordt er door beneveld. Een en hetzelfde feit wordt op twee, op drij verschillende wijzen beoordeeld, naar gelang zulks in ‘t voordeel is van deze of gene partij, van dezen of genen persoon. Het is vooral in de drukpers, ‘dit noodzakelijk kwaad’, gelijk sommige het noemen, dat men die kluchtige zotten tegenkomt. ‘t Is eender welk blad in onmin geraakt met eender welken persoon, met eender welke partij, seffens ziet men ‘nen hoop verwijtingen in ‘t midden brengen, die iets vuil en gemeen noemen, wat in andere omstandigheden deftig en bewonderensweerdig heette. Ziet de antwoorden maar eens na, die, gelijk in welk blad, verschijnen. Onveranderlijk wordt het blad van alle laagheden beschuldigd, van alle booze inzichten, en dit door personen die elders dezelfde feiten schoon en overheerlijk vinden, er voor in bewondering staan en van harte toejuichen. ‘t Is ook zoo met de personen gelegen: Iemand die zich, in ‘t grootste belang eener partij, in ‘t grootste gevaar stelt, wordt doorgaans een held genoemd; men bewondert en moedigt hem aan; maar anderen noemen hetzelfde feit schandalig en leelijk, en maken van den held een onmensch! ‘ Het dunkt ons dat men Hierboven niet weinig moet lachen met den mierennest, die ‘menschdom’ geheeten wordt. Hoe klein en bekrompen is heel dit leven! Nog niet eens kunnen bepalen wat wezentlijkt wit of zwart is; ziedaar hoever het menschdom gevorderd is op onze dagen.’174
De onpartijdigheid die De Waarheid trachtte te promoten ondergroef zichzelf ook nog op een derde punt. Ten derde en misschien wel het belangrijkst van allemaal in de optiek van De Waarheid, wilde de krant zich als onpartijdig promoten, omdat ze zich in elk opzicht wilde distanti??ren van de Katholieke Partij. De Waarheid hield zichzelf namelijk een relatief christendemocratische visie voor, zo zou uit het onderzoek blijken. Eind negentiende eeuw was het echter nog niet duidelijk welke richting het zou uitgaan met de Katholieke Partij, zo benadrukten ook Delwit en Dewaele in hun boek Les Partis Politiques en Belgique.175 De katholieke christendemocraten vonden binnen hun partij geen echte aansluiting, en de meerderheid bleef conservatief.176 De christendemocraten wilden dus enerzijds afstand nemen van de Katholieke Partij en een deel van de waarden waarvoor ze stond, maar anderzijds wilden zij niet volledig breken met de partij. Zij hadden ook nog gemeenschappelijke belangen en daarnaast profiteerden zij mee van de structuur, de financi??n maar vooral het electorale succes van de Katholieke Partij. Daarom bleven de christendemocraten dus ook verankerd in de Katholieke Partij. Bijgevolg was het begrijpelijk dat De Waarheid zich niet expliciet tegen de Katholieke Partij wilde kanten, maar aan de andere kant wilde de krant zich ook enigszins distanti??ren van de Katholieke partij. Zij wilde bij haar lezers en het ruimere electoraat niet voorkomen als een van de partijkranten en besloot zichzelf daarom te profileren als onpartijdig.
Ten vierde speelde ook het Vlaamsgezinde karakter van de Waarheid een belangrijke rol. De krant wilde dat het Nederlands een belangrijkere positie zou krijgen binnen de Belgische staat en zag in de uitbreiding van het kiesrecht hiervoor een ideale oplossing. Door de uitbreiding van het
174 ‘Politiek Oordeel’ De Waarheid, 07-08-1898.
175 DELWIT en DEWAELE, Les Partis Politiques en Belgique, 9-10.
176 SANNEN, Een Bijdrage tot de Geschiedenis van de Christendemocratie, 31.
37
kiesrecht zouden namelijk veel meer Vlaamstaligen hun stem kunnen laten gelden, waardoor de behartiging van de Vlaamse belangen moeilijk kon uitblijven.
‘Het uitgebreid kiezerskorps voor de gemeente zal voorzeker niet meer tevreden zijn met hetgeen op taalgebied in de gemeentebesturen gebeurt. De steden en dorpen waar onze moedertaal de eerste plaats bekleedt, maken de uitzondering uit. Nog altijd is de oude Fransche slenter de baas. Een verfranschte burgemeester ofwel sekretaris springt met de taalrechten om als de kat met eene muis. Zoover gaat het dat ‘t Fransch spreken in de gemeenteraden der Vlaamsche steden de algemene regel is. Ja, te Kortrijk spreekt men nog altijd Fransch, alhoewel er duizende arme lieden uit Overleie en andere wijken geen Fransch kennen. Nog altijd zijn de zittingen, besluiten, rekeningen in het Fransch! Maar wat geeft dit? De menschen waren geen kiezer, en waren maar goed om een kruimel brood uit handen van den armmeester te ontvangen. Nu zal en moet die verfransching eindigen! en in al de gemeenten van Vlaanderen zal het Algemeen Stemrecht, onze geliefde moedertaal weer in de stadhuizen brengen, waaruit de plicht vergeten Vlamingen haar verbannen hebben. De Vlaamsche kiezers zullen de uitvoerders zijn der besluiten van het Algemeen Stemrecht, ondanks de onrechtveerdige 3e en 4e stem.’177
Bovenstaand citaat vat min of meer de essentie van de houding van De Waarheid tegenover de uitbreiding van het kiesrecht in 1893 samen. Twee aspecten waren belangrijk. Ten eerste bleek dat de Vlaamsgezindheid van de krant er mee ging voor zorgen dat zij een positieve houding innamen tegenover de uitbreiding van het kiesrecht. Ten tweede verwoordde De Waarheid in dit citaat dat zij eigenlijk meer voorstander was van het algemeen enkelvoudig stemrecht dan van het algemeen meervoudig stemrecht. Dat hield in dat zij eigenlijk vasthield aan het principe van een stem voor elke Belgische, weliswaar mannelijke, burger. Ook dat toonde de christendemocratische inslag van de krant aan.
De Waarheid wilde zichzelf dus expliciet profileren als onpartijdige periodiek, toch dienden hier enkele nuances te worden gemaakt. Zo kon vastgesteld worden dat de krant zich onpartijdig noemde om de eigen idee??n vrijer aan de man te kunnen brengen. Daarnaast mengde De Waarheid zich in de polemiek tussen verschillende kranten, wat er op wees dat zij toch niet zo onpartijdig was als ze wilde laten uitschijnen. Ten slotte had de krant wel degelijk een gekleurde visie ten aanzien van de grondwetswijziging van 1893, met name de electorale uitbreiding tot het algemeen meervoudig mannenstemrecht die er kwam. Zij hechtte veel belang aan die juridisch-electorale wijziging.
Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk
De tweede krant van christendemocratische inslag die in Kortrijk werd uitgegeven is het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk. Er zijn enkele gelijkenissen op te merken met de Waarheid, maar er zijn zeker minstens evenveel, zo niet meer fundamentele verschillen op te noemen. Allereerst dient het gezegd dat het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk zowel een katholieke als christendemocratische inslag had. Die katholieke inslag viel aan twee aspecten op te merken. Ten eerste werd het belang van God voor de samenleving niet onder stoelen of banken gestoken. God schuilde in alles en aan Hem had de mensheid ook alles te denken. Bij het publiceren van artikelen die al dan niet met politiek te maken hadden, viel de rol voor het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk dan ook
177 ‘Het Vlaamsch in de Gemeenten’ De Waarheid, 28-04-1895.
38
absoluut niet te verloochenen. Ten tweede viel het katholieke karakter ook te linken aan het ultramontanisme dat van de krant uitging. De paus was de leider van de Katholieke Kerk en aan zijn intenties en besluiten diende dan ook gehoor te worden gegeven. Zo was de krant absoluut een voorstander van de pauselijke encycliek Rerum Novarum. ‘(‘) In de roemrijke encykliek ‘Rerum Novarum’ geeft de Paus een stellig voorschrift wanneer hij zegt: ‘Er is eene wet van natuurlijke rechtveerdigheid die bevestigd dat de dagloon voldoende moet zijn om den treffelijken en matigen werkman te laten bestaan.’ Deze waarheid is gemakkelijk te verstaan. (‘)’178
Ondanks die gevolgde ideologie stelde het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk dat het niet aan een politieke partij was verbonden. Zij stelden letterlijk: ‘(‘) Wij willen getrouw blijven aan Godsdienst, Huisgezin, Eigendom, en dit zegt genoegzaam dat wij de vijanden zijn en zullen blijven van socialism, anarchism, omwenteling. Wij willen ons met geene politieke partij versmelten. (‘) Wij blijven dus onafhankelijk, maar zijn gereed een eerlijk verdrag te sluiten met de partij die dezelfde grondgedachten heeft als wij.’179 Zelf zagen zij zich nochtans onlosmakelijk verbonden aan de paus. Daarnaast beschouwden zij zichzelf als werkelijke christendemocraten. Dat strookte niet volledig met wat bleek uit bovenstaand citaat. Toch publiceerden zij het zelf als volgt in hun krant: ‘(‘) De Paus, in zijne Encycliek, heeft aan de beginsels der school van Manchester den doodslag gebracht. Wij, christene demokraten, zullen het woord van den Paus doen naleven door het kapitaal en de samenleving. (‘)’180
Dat was vreemd om twee zaken. Ten eerste scheen de krant toch duidelijk uit te gaan van de christendemocratische strekking, hoewel ze zelf beweerde niet aan een partij verbonden te zijn. Dat viel misschien te verklaren door het feit dat de krant zich wilde distanti??ren van de Katholieke Partij omdat ze zichzelf als louter christendemocratisch zag. Ten tweede, en dat is merkwaardig, riep het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk toch op om voor de christendemocraten te stemmen. Maakte zij geen publiciteit voor de christendemocraten in de Katholieke Partij, dan deed ze dat als nog voor de Christene Volkspartij vanaf wanneer dat kon. ‘(‘) Gildebroeders, christene werklieden, die deze woorden lezen zult, moed en betrouwen! En vooruit ten heilige strijde. Voor het Volk, voor de Christene Volkspartij!’181 Op die manier kon eigenlijk een verdeling van het electoraat dat de krant wilde bereiken, plaatsvinden.
Het moge dus duidelijk zijn dat het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk een blad was dat de christendemocratie zeker en vast promootte. De makers beschouwden zichzelf als los van een partij, maar gaven eigenlijk wel te kennen dat ze christendemocraten zijn. ‘(‘) De Paus, in zijne Encycliek, heeft aan de beginsels der school van Manchester den doodslag gebracht. Wij, christene demokraten, zullen het woord van den Paus doen naleven door het kapitaal en de samenleving. (‘)’182 Vanuit die christendemocratische visie schreef het blad zeker niet voor alle katholieken. Het richtte zich vooral tot de kleine burgerij en de arbeiders. Het wierp zich dus vooral op de belangen van die groepen en tracht die belangen ook te benadrukken en te verdedigen.
‘Men herhaalt gedurig dat de kleine burgerij noodzakelijk moet verdwijnen. En inderdaad, daar is voor te vreezen indien de belanghebbenden zelf niet hand aan ‘t werk en slaan en de
178 ‘Minimum van dagloon’, Gildeblad, Juli 1893.
179 ‘De Volkspartij’, Gildeblad, September 1894.
180 ‘De Volkspartij’, Gildeblad, September 1894.
181 ‘De Volkspartij’, Gildeblad, September 1894.
182 ‘De Volkspartij’, Gildeblad, September 1894.
39
behoedmiddels niet gebruiken waarover zij beschikken? Verscheidenen in getal zijn de vijanden waartegen de kleine neringdoeners en ambachtslieden te kampen hebben. De bijzonderste zijn: 1?? De samenwerking van verbruik van de werklieden; 2?? De samenwerking van verbruik van de rijken; 3?? Het groot kapitaal. (‘)’183
Toch handelde het blad anders vanuit die christendemocratische insteek, dan dat bijvoorbeeld De Waarheid dat deed. De politieke besluitvorming leek van minder belang in het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk. Enkel de meest essenti??le politieke zaken werden in de krant gepubliceerd, terwijl dat aspect in De Waarheid veel meer aan bod kwam. Omdat juist de kleine burgerij en de arbeiders het te verdedigen publiek waren voor het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk, wierp ze zich op als behartigde om het principe van de vakverenigingen te verdedigen en zelfs te promoten. De krant richtte zich dus vooral tot het behartigen van de individuele en collectieve belangen van de kleinere man.
‘Tot wat dienen de Vakvereenigingen? Hoe dikwijls is deze vraag reeds herhaald geworden, sedert er spraak is deze te stichten. En het zijn soms de beste de verstandigste der werklieden, deze die de leiders hunner werkbroeders zouden moeten zijn die ons vragen: ‘Welk voordeel kan eene vakvereeniging ons bijbrengen? (‘)’ Men heeft daarop schoon te antwoorden, dat de vereeniging sterkte geeft, dat in de bijzonderste nijverheidsteden de werklieden zich vereenigen omdat zij er voordeel in zien, dat vereenigd zij veel gemakkelijker verbetering in den werkerstand zullen bekomen. (‘) die vakvereenigingen , noemt men in Engeland trade-Unions, zij hebben voor doel door alle treffelijke en wettige middelen de verbetering van den werkersstand, en bijzonderlijk de verhooging der dagloonen en vermindering der werkuren te bekomen. Daarin hebben zij den besten uitslag bekomen! (‘) Kristene werklieden die getrouw wilt blijven aan hetgene uwe ouders u leerden, komt tot de Vakvereenigingen die het oud evangelie als steunpunt der verbroedering tusschen armen en rijken aanveerden. (‘)’184
De krant had het dus veel meer over dergelijke aspecten van praktische aard dan over de meer politieke kwesties, ook niet die kwesties die specifiek met de christendemocratie te maken hadden. Enkel heel belangrijke politieke zaken werden in het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk gepubliceerd. Heel wat historici zoals onder andere Luykx, Delwit, Platel en De Waele stelden dat de uitbreiding tot het algemeen meervoudig mannenkiesrecht een hele belangrijke stap was in de evolutie van het Belgisch kiesstelsel.185 en 186 Ook door tijdsgenoten werd dit zo ervaren. Daarom werd ook in het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk gepubliceerd over deze verandering. Toch kwam dit in deze krant veel minder aan bod dan in veel kranten van eenzelfde of zelfs andere ideologie. De krant hechtte dus minder belang aan de politieke veranderingen. De wijzigingen en verbeteringen moesten niet op nationaal-politiek of electoraal vlak worden doorgevoerd, maar wel op het meer praktische niveau, zodanig dat dit voelbaar zou zijn voor de gewone man uit de straat. Het was echter niet omdat de periodiek hier minder belang aan hechtte, dat zij tegen de uitbreiding van het kiesrecht was. Zij zag gewoon niet welke positieve gevolgen dit zou hebben voor de situatie van de kleine man.
183 ‘De kleine brugerij.’, Gildeblad, September 1894.
184 ‘Tot wat dienen de Vakvereenigingen’?, Gildeblad, Juni 1893.
185 LUYKX en PLATEL, Politieke Geschiedenis van Belgi??, 107.
186 DELWIT en DE WAELE, Les Partis Politiques en Belgique, 9-10.
40
‘(‘) De herziening der grondwet, schonk aan de werklieden het kiesrecht, en willens of onwillens, hebben zij partij te nemen op politiek gebied, zooveel te meer dat het duidelijk bewezen is dat den stoffelijken toestand der werkende klas niet zal en misschien niet kan verbeterd worden door de persoonlijke handeling van eenigen, dat de bescherming van den arbeid van de werkmansrechten gepaard moet gaan met de al te groote bescherming onder alle vormen aan het kapitaal gegeven; dat de bekommernissen der openbare macht zich moeten uitstrekken aan de minderen, uit reden dat zij de talrijkste zijn en het meest belangstelling verdienen. (‘)’187
De krant beschouwde de uitbreiding van het kiesrecht dus voor de gewone burger niet als iets negatief, maar vond dat ook geen uiterst positieve ontwikkeling. Het liet hen enigszins koud. Een positief punt schoven zij wel naar voor in de hele evolutie die had plaatsgevonden: de uitbreiding van het electoraat zou als drukkingsmiddel kunnen dienen tegenover de Katholieke Partij, zeker tegenover de conservatieve kant ervan. Door het uitgebreide electoraat zou de Katholieke Partij vanaf 1893 ook de eisen van de christendemocraten in haar programma moeten verwerken. Eigenlijk gaf de uitbreiding van het kiesrecht dus meer slagkracht aan de progressieven in de Katholieke Partij.188 Wanneer de Christene Volkspartij ontstond, zou duidelijk blijken dat de krant zich meer en meer achter die partij schaarde, ondanks dat zij altijd stelden tot geen partij te behoren.
Het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk besefte echter ook dat door de uitbreiding van het electoraat ook de traditionele stemverhoudingen gewijzigd konden worden. De krant vreesde voor een te grote verdeeldheid onder de katholieke stemmers, waardoor de Katholieke Partij eigenlijk heel wat stemmen aan de socialisten zou verliezen. En dat laatste aspect is een aspect dat nog niet is behandeld in dit onderdeel, maar eigenlijk kant het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk zich heel vaak en vaak ook heel sterk tegen de opkomende socialisten. Zij riepen op aan alle katholieke en liberale stemmers om goed overdacht hun stem of stemmen uit te brengen, zodanig dat verkiezingen niet zouden resulteren in een overwinning voor de socialistische partij. De krant vond dus dat liberalen en katholieken in zekere mate konden samenspannen tegen de socialisten, wat opnieuw de katholieke insteek van de krant weergaf. Het katholieke aspect primeerde op de sociale problematiek als het erop aankwam. In de krant riepen ze het volgende op: Kristenen! Wij moeten elkander niet bevechten: De vijand is daar, ‘t en is noch de oude liberale partij, noch de nieuwe vooruitstrevende partij, ‘t en is het socialismus!’189
De socialisten waren dus de grote vijand voor het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk. De krant zag hen als kwakzalvers van de goeie zaak.190 Eigenlijk vond de redactie dat de socialisten de belangen van ‘het volk’ niet verdedigden zoals het zou moeten. Enkel de christendemocraten, dus de eigen strekking, deed dit zoals het hoorde. In de krant werd benadrukt dat zijzelf geen Kristene socialisten waren. De ideologie de christendemocratie was volgens het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk onverzoenbaar met die van het socialisme. ‘Tusschen deze twee ligt er een afgrond gegraven door de verloochening onzer diepste overtuigingen nopens godsdienst, eigendom en huisgezin, grondzuilen der maatschappelijke orde die wij trots alles moeten en zullen verdedigen.’191 De socialisten waren bijgevolg de gebeten
187 ‘De kiezingen’, Gildeblad, Oktober 1894.
188 ‘De kiezingen’, Gildeblad, Oktober 1894.
189 ‘De kiezingen’, Gildeblad, Oktober 1894.
190 ‘Kwakzalvers!’, Gildeblad, April 1893.
191 ‘Het ‘Volksrecht’ tegen de Gilde’, Gildeblad, februari, 1894.
41
hond. Ook God steunde hen niet volgens het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk. Zij beschuldigden de socialisten er zelfs van de christelijke religie totaal verkeerd te beleven. De socialisten waren voor de krant werkelijk godslasteraars.192
Het was vooral die concurrentieslag met de socialisten die zou zorgen voor debat tussen het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk en enkele socialistische bladen. Eigenlijk was het verkeerd om te stellen dat er echt sprake was van een debat. Eenrichtingsverkeer was een betere term om de gegeven situatie te duiden. Het was namelijk het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk dat allerlei beschuldigingen aan adressen van allerlei socialistische kranten maakte. De krant die het meeste verwijten naar zich geworpen kreeg, was De Vooruit.193 Daarnaast kreeg ook Het Volksrecht bakken kritiek naar zich vanuit het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk. Tussen hen ontstond op bepaalde momenten een zekere polemiek.’ In ‘Het Volksrecht’ van verleden Zondag schrijft een Kortrijksche roode dat de Gilde aan ‘t dalen is! Gij zijt mis jongen.’194 Op een bepaald moment werd de persstrijd met Het Volksrecht zelfs uitgevochten tot in de rechtbank. ‘Men weet dat het roode socialisten blad van Meenen voor de rechtbank gebracht is geworden door onzen Hoofdman om dezen gelasterd te hebben.’195 Wanneer dergelijke disputen de krant beheersten, vroeg het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk expliciet om dergelijke bladen niet meer te lezen. Het leek hen veel beter om bladen als Het Volk te lezen in de plaats.196
Drie zaken waren in het licht van deze masterproef dus heel belangrijk aan het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk. Ten eerste was dit duidelijk een christendemocratisch blad, hoewel het zelf beweerde niet bij een politieke partij, en bijgevolg ook niet bij de Katholieke Partij te horen. Dat gaf aan dat ook in het katholieke bastion de verdeling onder het electoraat en daarmee samenhangend ook onder de pers allesbehalve gering was. Ten tweede bleek het blad heel antisocialistisch te zijn. Het zocht de toenadering veel liever tot andere katholieken, ook al waren het conservatieven, of de liberalen, dan samen te werken met de socialisten. Ten derde was de uitbreiding tot het algemeen meervoudig stemrecht in 1893 van ondergeschikt belang voor het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk. Veel belangrijker waren de besluiten die een rechtsreeks en vooral voelbare verbetering voor de kleine burgerij en de arbeiders inhielden.
3.3. Overige katholieke kranten
De laatste twee kranten die in deze paragraaf aan bod komen zijn La Vaclette en La Brouette. Die twee kranten zijn minder belangrijk voor deze masterproef omdat zij niet echt publiceerden over politieke aangelegenheden en eigenlijk ook niet voorkwamen in het persdebat op het einde van de negentiende eeuw. Toch worden ze in deze paragraaf besproken, al ware het vooral om de volledigheid van de bespreking van de Kortrijkse katholieke pers te kunnen garanderen. Wegens hun gering belang, worden deze twee kranten ook minder uitvoerig besproken.
192 ‘Socialistische Beestigheden’, Gildeblad, April 1893.
193 ‘Socialistische Beestigheden’, Gildeblad, April 1893.
194 ‘Het ‘Volksrecht’ tegen de Gilde’, Gildeblad, Februari 1894.
195 : ‘Veroordeling van het Volksrecht’, Gildeblad, Augustus 1893.
196 ‘Het Volk’, Gildeblad, Augustus 1891.
42
La Vaclette
La Vaclette heette eigenlijk La Vaclette ‘ Journal r??dig?? en Patois de Lille ‘ Artistique, excentrique, non politique. In de titel werd al aangegeven dat dit een blad was dat nauwelijks over politiek rapporteerde. De krant was een humoristisch blad, dat uitgegeven werd in zowel Kortrijk als Rijsel. Wegens de grote populariteit van het blad in Kortrijk, werd het in deze masterproef meegerekend tot de Kortrijkse lokale kranten. Over dit blad viel op politiek gebied weinig te zeggen, behalve dat er duidelijk een katholieke visie van de krant uitging.
Ten eerste publiceerde het blad heel wat verhalen, al dan niet humoristisch. In die verhalen speelde God altijd een belangrijke rol. Er zou echter nooit met hem gespot worden. Daarmee samengaand werden heel vaak satirische artikelen gepubliceerd. Voorwerp van spot waren vaak ook politieke partijen of figuren. Het viel echter op dat dit vooral liberalen of socialisten waren. Klerikalen zouden zelden of nooit geschoffeerd worden, wat enerzijds getuigde van een vorm van respect, maar anderzijds ook van enige politieke voorkeur ten aanzien van de katholieken.197
Ten tweede waren de onderwerpen waarover geschreven werd typisch voor katholieken en ook enigszins voor liberalen. Dergelijke onderwerpen wezen erop dat de krant eigenlijk vooral de maatschappelijke en intellectuele elite trachtte te bereiken. Zo ging het soms over wat te doen met geld, bijvoorbeeld investeren in opkomende bedrijven.198 Een ander element dat soms naar voren kwam was een artikel gericht aan de imaginaire ??lecteurs de Tartagbor.199 Daarin kwam hoofdzakelijk terug dat kiezers slimmer moesten zijn dan de politici. Die politici deden namelijk vaak loze beloftes. De krant wilde waarschuwen voor die beloftes en wilde verhinderen dat de meer intellectuele kiezers in die beloftes trapten. De krant vond daarom ook het hele debat dat tussen politieke partijen enerzijds en tussen de politieke kranten anderzijds totaal overbodig was, en dat ze eigenlijk elk gewoon voor hun standpunten moesten staan en die dan ook gewoon dienden uit te voeren wanneer ze de kans daartoe kregen. La Vaclette leek dus enigszins de hele politieke heisa wat moe te zijn, en vond daarom haar uitweg in een soort van humoristisch escapisme.
La Brouette
La Brouette werd wekelijks uitgegeven in Kortrijk en ook in Tourcoing, maar is voor deze masterproef niet echt belangrijk. Het was een satirisch weekblad. Allerhande elementen uit het dagelijkse leven werden op een satirische wijze benaderd. Het ging hier voornamelijk om oppervlakkige thema’s zoals eten en drinken. Politiek werd in tegenstelling tot in La Vaclette eigenlijk niet behandeld. Het belang van God en het katholicisme kwam wel aan bod in La Brouette, maar niet in die zin dat gesteld kon worden dat er een politieke voorkeur voor de Katholieke Partij op te merken viel in dit weekblad.200
4. Besluit
Besluitend voor dit hoofdstuk zijn een aantal vaststellingen belangrijk. Ten eerste moest de dominante positie van de katholieke pers sterk genuanceerd worden. Het is namelijk niet zo dat er
197 ‘Richesse et Pauvret’?? La Vaclette, 08-10-1893.
198 ‘Richesse et Pauvret’?? La Vaclette, 08-10-1893.
199 ‘Aux ??lecteurs de Tartagrobor’ La Vaclette, 27-08-1893.
200 ‘A L’Hotel De Dieu’ La Brouette, 30-09-1894.
43
iets bestond als de katholieke kranten. Veel correcter was om te spreken van kranten die publiceren vanuit de katholieke strekking of vanuit een katholiek gedachtengoed. Uit dit hoofdstuk bleek dat de katholieke kranten duidelijk heel sterk verschillen van elkaar. Aan de ene kant zijn er de meer conservatieve kranten en aan de andere kant de christendemocratische kranten. Toch zijn ook binnen die groepen nog bijkomende verschillen op te merken. Alle besproken kranten hadden aan de ene kant dus bepaalde elementen met elkaar gemeen, maar aan de andere kant had elke krant ook haar eigenheden. In dit besluit werd niet dieper ingegaan op La Vacelette en La Brouette, omdat hun meerwaarde voor deze masterproef slechts van gering belang is.
Ten eerste kwam bij alle vijf de kranten de politieke voorkeur duidelijk naar voren. Er zijn genoeg elementen die wijzen op het katholieke karakter van de kranten. Alle kranten waren in toch minstens enig opzicht verbonden aan de Katholieke partij. Ten tweede verloochenden sommige kranten, en dan ging het de facto over de christendemocratische kranten, hun band met de Katholieke Partij. Dat deden ze juist vanuit ideologisch standpunt. Dat zou een eerste voorwerp van debat en polemiek met zich brengen. Ten derde, en dat was specifiek voor deze studie, ging elke krant anders om met de uitbreiding van het kiesrecht. Dat zou een tweede voorwerp van debat en polemiek met zich brengen. Ten vierde trachtten enkele kranten hun eigen discours te vormen en zich daaraan te houden. Daarnaast gingen andere kranten, in grote of kleinere mate, in debat met kranten van andere strekkingen. Dergelijke belangrijke elementen zorgden ervoor dat een zeker debat te ontwaren viel in de Kortrijkse perswereld eind negentiende eeuw. Dat debat kon plaatsvinden tussen de kranten van de katholieke strekking onderling enerzijds, maar vond even goed en misschien zelfs nog meer plaats tussen katholieke en andere kranten. Dat is echter onderwerp voor Hoofdstuk II.201
201 Heer en meester, mondelinge katholieken.
44
Hoofdstuk II ‘ Heer en meester, mondige katholieken
1. Inleiding
Dat de Katholieke Partij de sterkste was in regio Kortrijk, werd reeds duidelijk in deze meesterproef. Dat dat zich vertaalde naar een dominante positie van de katholieke pers kwam ook reeds aan bod. In dit hoofdstuk staan het debat en de polemiek van die katholieke pers voorop. Het verdeelde politieke en perslandschap van de negentiende eeuw bracht echter met zich dat er heel wat verdeeldheid was, niet enkel onder de traditionele zuilen, maar ook binnen de traditionele zuilen. Het is die verdeeldheid die uitmondde in een debat tussen de kranten van Kortrijk onderling. Uit het gevoerde historisch onderzoek bleek dat een aantal katholieke kranten een voortrekkersrol namen in dat debat. Die kranten gingen heel vaak debat ontketenen. Als zij het debat niet in gang zetten, dan waren zij er alsnog als de kippen bij om in te pikken op onterechte dan wel terechte beschuldigingen van andere kranten, iets wat bij de kranten van andere strekkingen toch enigszins minder het geval was. Het is die leidende rol van de katholieken die in dit hoofdstuk aan bod komt. In Hoofdstuk III wordt ingegaan op het debat bij de andere strekkingen onderling.202
Dit hoofdstuk werd onderverdeeld in twee paragrafen. In de eerste paragraaf komt het debat bij de katholieke pers onderling aan bod. In het eerste hoofdstuk werd namelijk al duidelijk dat de katholieke pers in Kortrijk een heterogene groep kranten was, en dat vertaalde zich onder meer naar een onderling gevoerd debat, hoewel dat ook niet overschat mocht worden. In de tweede paragraaf staat het debat tussen katholieke kranten en kranten van een andere strekking in Kortrijk centraal. Beide paragrafen zijn toegespitst op het thema van de uitbreiding van het kiesrecht in 1893.
2. De onderlinge verschillen in de katholieke pers
Deze paragraaf over het debat bij de Kortrijkse pers van de katholieke stroming onderling is onderverdeeld in drie delen. Inhoudelijk was deze opsplitsing in principe niet nodig. Een dergelijk gestructureerde paragraaf maakt de paragraaf echter wel overzichtelijker. Op die manier wordt tegemoetgekomen aan het gemak van de lezer. In het eerste onderdeel komt het geringe debat bij de conservatieve kranten onderling aan bod. Het tweede onderdeel focust op de positie die de twee Kortrijkse christendemocratische innamen ten opzichte van elkaar. In het derde onderdeel ten slotte ligt de aandacht bij het debat dat tussen de kranten van de twee strekkingen binnen de Katholieke Partij in Kortrijk werd gevoerd. Deze paragraaf is daarenboven enigszins beperkt gehouden, omdat heel wat elementen die de basis van de argumentering vormen, reeds in zekere mate uit de doeken werden gedaan in Hoofdstuk I. Uiteraard krijgen die elementen in deze paragraaf een andere invulling, maar de feiten errond blijven dezelfde.
2.1. Conservatieven onder elkaar
Eigenlijk was er weinig sprake van debat bij de conservatief-katholieke kranten onderling in Kortrijk. Alle drie lagen ze in het verlengde van de Katholieke Partij, en als het op politieke thema’s en bijgevolg ook op de kwestie van de kieshervorming aankwam, dan trokken de drie kranten aan hetzelfde zeel. Meer zelfs, bij alle drie kwam eigenlijk het antisocialisme naar boven. De drie kranten
202 Woord en wederwoord.
45
trachtten echter hun eigen discours uit te zetten. Zij waren deel van de dominante partij en stonden dus sterk tegenover het lezerspubliek en het electoraat. Voor hen was het niet nodig om onder elkaar te debatteren. Door hun dominante positie kregen zij al genoeg kritiek van andere kranten te verwerken, waardoor zij elkaar absoluut niet gingen bekampen. L’Echo de Courtrai beschreef het zelfs als ‘Union fait la Force’.203 Ten aanzien van de uitbreiding van het stemrecht ijverden de conservatief-katholieke kranten ervoor dat de katholieke strekkingen en dus ook de bijhorende pers bleef samenwerken om optimale resultaten te bekomen die enkel in het voordeel van de Katholieke Partij zouden spelen.
2.2. Verschillende beweegredenen bij de christendemocraten
Bij de twee christendemocratische kranten in Kortrijk eind negentiende eeuw was echter veel minder eensgezindheid vast te stellen. Tussen De Waarheid en het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk was geen absolute eensgezindheid vast te stellen ten aanzien van de grondwetsherziening van 1893. Een aantal fundamentele verschillen waren vast te stellen. Het diende echter gezegd dat een deel van het debat direct gebeurde, maar een deel van het debat kon ook indirect worden vastgesteld. Het impliciete deel van dat debat werd, vanzelfsprekend, ook in dit onderdeel opgenomen.
Ten eerste besteedden beide kranten op een geheel andere manier aandacht aan de uitbreiding van het kiesrecht begin jaren 1890.204 In het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk werd een pak minder aandacht besteed aan deze kieswethervorming, en ruimer gezien aan politiek in het algemeen, dan dat in de Waarheid het geval was. Dat kwam omdat beide kranten de christendemocratie andere doeleinden vooropstelden en dat ze die christendemocratie op een andere wijze wilden inzetten. Door de contrasterende visies van beide kranten op het nut en het doel van de christendemocratie, gingen ze zichzelf ook een andere houding aanmeten ten opzichte van de uitbreiding van het kiesrecht in 1893. Het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk durfde zelfs te stellen dat het niet eens nodig was om de kleine burgerij en de arbeiders zoveel te informeren over politieke aangelegenheden als De Waarheid deed.
‘Reeds meermalen hebben wij er op aangedrongen dat al de werklieden als ook de vrienden van den werkerstand eene grote plicht hebben nopens de Gazetten. Veel wordt er gelezen. Zulks is een gevolg van het onderwijs dat meest alle de jongere werklieden ontvangen hebben. Maar wat leest men? Wel te verstaat wat de Gazetten betreft? Politieke Gazetten? Van politiek trekken de werklieden zich niet veel aan.’205
In de opinie van het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk besteedde De Waarheid met andere woorden teveel aandacht aan de uitbreiding van het stemrecht in 1893.
Ten tweede, en dat kwam deels voort uit het eerste punt, vond het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk dat De Waarheid te veel verwachtte van de uitbreiding tot het algemeen meervoudig kiesrecht. Voor het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk was dit namelijk een politiek-electorale stap die niet nodig was om het dagelijkse leven van de kleine man te verbeteren. Zij vond veeleer dat ze zich diende op te werpen als behartigde om het
203 ‘Avant la bataille’, L’Echo de Courtrai, 12-08-1894.
204 Cf. Hoofdstuk I.
205 ‘Het Volk’, Gildeblad, augustus 1891.
46
principe van de vakverenigingen te verdedigen en zelfs te promoten.206 De krant richtte zich dus vooral op het behartigen van de individuele en collectieve belangen van de kleinere man, waar De Waarheid dan eigenlijk juist teveel bezig was met politieke zaken zoals de uitbreiding van het kiesrecht. Dat waren volgens het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk zaken die zich eigenlijk boven het hoofd van de kleine man afspeelden en waar zij dus nauwelijks wel konden bij varen. De Waarheid focuste volgens het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk dus eigenlijk op de verkeerde onderwerpen en belangen.207 Kranten moesten dus meer bezig zijn met en meer publiceren over de specifieke noden van haar lezerspubliek, in plaats van ver-van-het-bed onderwerpen te publiceren.
Het antwoord van de Waarheid op dergelijke beschuldigingen was eigenlijk relatief eenvoudig. Zij hanteerde eigenlijk juist de omgekeerde redenering als die van het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk. Die hield dan in dat er slechts iets voor de kleine man uit de straat verwezenlijkt kon worden als de politieke fundamenten daarvoor aanwezig waren.208 Door de uitbreiding van het kiesrecht kon de christendemocratische strekking van de Katholieke Partij zich meer laten gelden, wat uiteindelijk de burgers meer ten goede zou komen. Daarom kaatste de Waarheid de bal terug. Zij stelde dat het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk geen rekening hield met de realiteit.209 Het was volgens De Waarheid onmogelijk om op het laagste niveau de levensomstandigheden van de kleine man te verbeteren, zonder dat dergelijke elementen in hogere wetten vervat lagen. De Waarheid stelde dus dat het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk geen rekening hield met hoe het er in werkelijkheid aan toeging en dat de uitbreiding van het kiesrecht in 1893 dus veel belangrijker was dan dat het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk wilde inzien. Bij al die verwijten kwam dan nog dat de Waarheid de zogenaamde onpartijdigheid van het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk bekritiseerde.210 Voor een onpartijdig blad bekenden zij namelijk veel te veel politieke kleur.
Op dergelijke beschuldigingen reageerde het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk niet. Het blad ging wel in de tegenaanval. Het blad vond namelijk dat De Waarheid allesbehalve het recht had om de omgang met ideologie van het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk door het slijk te halen. De Waarheid diende eerst naar zichzelf te kijken. Zij wilde namelijk om de verkeerde redenen de uitbreiding van het kiesrecht bekomen, zo stelde het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk.211 Het blad vond namelijk dat de voornaamste drijfveer voor De Waarheid om tot de uitbreiding van het kiesrecht te komen niet het algemeen belang van de kleine burger was. Het was hen, zo stelde het blad, voornamelijk te doen om een breder electoraat te voor zich te winnen, zodat de Vlaamse eisen belangrijker werden op het eigen programma. Het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk beweerde met andere woorden dat de drijfveer voor De Waarheid niet de christendemocratische idealen waren, maar alles wat te maken had met de taalpolitiek en de vernederlandsing van Belgi??. Daarbij voegde het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk ook nog dat als De
206 ‘Tot wat dienen de Vakvereenigingen’?, Gildeblad, juni 1893.
207 ‘Ons levensdoel’, de Waarheid, 15-12-1901.
208 ‘Struktureel’, de Waarheid, 15-12-1892.
209 ‘De Waren’, de Waarheid, 15-12-1892.
210 ‘Onpartijdig’?, de Waarheid, 11-02-1893.
211 ‘Enkel Vlaamsch’, Gildeblad, maart 1893.
47
Waarheid echt inzat met de belangen van de kleine burgerij en de arbeiders in plaats van met de taalpolitiek, zij zich meer achter de paus zouden scharen. Dergelijke verwijten kwamen uiteraard voort uit het ultramontaanse karakter van het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk.212
Hier hield het debat tussen beide kranten eigenlijk op. Het was dus eigenlijk nog maar de vraag of bij een dergelijke situatie van over en weer schelden wel van een debat kon worden gesproken. Sommigen zouden zeggen van niet, volgens deze studie kon dat wel. Beide kranten gingen namelijk verder op wat de ander voordien had aangebracht, ook al verdwenen veel argumenten en beschuldigingen in het ijle. Doordat zoveel argumenten in het ijle verdwenen, werd de discussie eigenlijk ook niet echt beslecht. Wanneer het algemeen enkelvoudig stemrecht werd ingevoerd in 1893 verdween dit onderwerp uit de pers, en daarmee verdween ook de polemiek tussen beide christendemocratische kranten.
2.3. Conservatieven en christendemocraten
De discussie die er was begin jaren 1890 rond de uitbreiding van de kieswetgeving was tweeledig. Ten eerste waren er een aantal algemene discussiepunten tussen de christendemocratische kranten en de conservatieve katholieke kranten. Ten tweede waren er ook enkele specifieke kwesties die in een krant werden gepubliceerd waarbij de andere strekking gehekeld werd. Er kon gesteld worden dat het vooral de christendemocratische kranten waren die een agressieve houding innamen ten opzichte van de conservatief-katholieke kranten. Zij stelden zich op hun beurt assertief op.
De Katholieke Partij raakte eind negentiende eeuw min of meer onderverdeeld in een conservatieve en een christendemocratische strekking. De katholieke kranten in Kortrijk waren volgens diezelfde scheidingslijn opgedeeld.213 Ten eerste verschilden hun meningen ten aanzien van de uitbreiding van het kiesrecht in 1893 van elkaar. Die verschillen hingen samen met de ideologie waarvoor de krant stond, wat reeds aan bod kwam in Hoofdstuk I. Ten tweede diende het gezegd dat de christendemocratische kranten zich agressiever opstelden. Zij beschouwden henzelf als enigszins losstaand van de Katholieke Partij, wat bij de christendemocratische kranten absoluut niet het geval was.214 Ten derde kwam daaruit voort dat de discussie vooral vanuit de christendemocratische kranten richting de conservatief-katholieke bladen ging.215 Zij stelden dat de conservatieve bladen te weinig bezig waren met de re??le noden van de burgers. De ideologie die zij aanhingen was verouderd en paste niet meer binnen de samenleving. Er moest iets ondernomen worden en dat was wat de christendemocratische strekking wilde doen.216 Dat de Katholieke Partij de kleine burgers geen stem wilden geven, vonden de christendemocraten zelfs onchristelijk.217 De algemene reactie die de conservatief-katholieke bladen voorstonden, was dat verdeeldheid tussen de beide strekkingen voorkomen moest worden. Beide kampen en dus ook de bladen van elke strekking moesten opnieuw naar elkaar toegroeien. De Katholieke Partij moest samenblijven. In die zin stelden de conservatief-katholieke bladen dus het belang van de Katholieke Partij voorop, waar
212 O.a. ‘Minimum van dagloon’, Gildeblad, juli 1893.
213 Cf. supra.
214 Cf. supra.
215 ‘Onpartijdig’?, de Waarheid, 11-02-1893.
216 ‘Tot wat dienen de Vakvereenigingen’?, Gildeblad, juni 1893.
217 ‘De Waren’, de Waarheid, 15-12-1892.
48
de christendemocratische kranten juist de eigen ideologie voorop plaatsten. De conservatief-katholieke kranten stelden zich dus ‘verzoenend’ op en wilden een brug bouwen tussen beide strekkingen.218 Daarnaast stelden zij wel dat de christendemocraten afdwaalden van het traditioneel katholieke pad door het stemrecht danig te willen uitbreiden. Daar kwam echter geen tegenreactie meer op van de christendemocratische zijde.
Ten vierde stelde Het Gildeblad dat de uitbreiding van het electoraat als drukkingsmiddel zou kunnen dienen tegenover de Katholieke Partij, zeker tegenover de conservatieve kant ervan. Door het uitgebreide electoraat zou de Katholieke Partij vanaf 1893 ook de eisen van de christendemocraten in haar programma moeten verwerken. Eigenlijk gaf de uitbreiding van het kiesrecht dus meer slagkracht aan de progressieven in de Katholieke Partij.219 Wanneer de Christene Volkspartij ontstond zou duidelijk blijken dat de krant zich meer en meer achter die partij schaarde, ondanks dat zij altijd stelden tot geen partij te behoren. De conservatief-katholieke kranten reageerden echter dat de standpunten waarvan sprake niet in de Katholieke Partij thuishoorden en dat de christendemocratische strekking zich meer moest schikken naar de Katholieke Partij, omdat die er nog altijd onderdeel van uitmaakte.220
Ten vijfde en laatste hekelde De Waarheid vaak de partijdigheid van de conservatief-katholieke bladen. ‘Het bestaan van de Waarheid hangt af: 1?? van hare onafhankelijkheid; 2?? van hare onpartijdigheid. Zoodra deze twee hoedanigheden komen te ontbreken, mag het blad op den zelfden voet als de Gazette van Kortrijk of De Stad Kortrijk geschoven worden, en om dergelijke politiek voor te staan, zijn die twee organen al meer dan genoeg.’221 De Waarheid stelde onpartijdigheid steeds voorop als een van de belangrijkste troeven van een krant, zeker van de eigen krant. Op dergelijke aantijgingen kwam echter geen tegenreactie van de conservatief-katholieken.
3. Niet onbewogen
In de derde paragraaf van dit hoofdstuk komt aan bod dat de dominante positie van de katholieken in Kortrijk niet onbewogen bleef. Andere bladen tornden aan die stevige positie van de katholieke bladen. Ook zij eigenden zich het recht toe om te verkondigen wat zij belangrijk vonden. In eerste instantie komen de liberale kranten aan bod, die duidelijk de discussie met de katholieke bladen trachtten aan te gaan. In tweede instantie ligt de focus op de socialistische bladen uit Kortrijk, hoewel hun aandeel in de polemiek veel minder was. Dat hing natuurlijk samen met de populariteit van de respectievelijke partijen in Kortrijk.
3.1. De liberalen
In dit eerste onderdeel werd het debat tussen de katholieke en de liberale kranten onderzocht. Daarvoor werden de drie liberale kranten uit Kortrijk van elkaar onderscheiden. Het gaat respectievelijk om L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement, De Stad Kortrijk en Het Weekblad van Yperen en het Arrondissement. De eerste krant, L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement, was een doctrinaire liberale krant, de twee laatste daarentegen waren progressistische kranten. Enkel de eerste twee werden in dit hoofdstuk besproken. Het Weekblad van Yperen en het Arrondissement
218 ‘Avant la bataille’, L’Echo de Courtrai, 12-08-1894.
219 ‘De kiezingen’, Gildeblad, Oktober 1894.
220 ‘Avant la bataille’, L’Echo de Courtrai, 12-08-1894.
221 ‘Ons levensdoel’, De Waarheid, 15-12-1901.
49
werd hier om twee redenen buiten beschouwing gelaten. Ten eerste was dit eigenlijk een Ieperse krant. Zij was echter heel populair in Kortrijk en werd daarom in deze masterproef even goed tot de Kortrijkse kranten gerekend.222 Ten tweede, en dat is eigenlijk de belangrijkste reden, verwees Het Weekblad van Yperen en het Arrondissement eigenlijk niet tot nauwelijks naar andere kranten. Het volgde een eigen discours en eigenlijk viel daar dus nauwelijks een debat te ontwaren. Bij de twee eerste kranten is het polemische karakter veel duidelijker. Beide kranten richtten zich zowel tegen de conservatieve als tegen de christendemocratische katholieke kranten.
L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement
Deze liberale krant maakte een belangrijk deel uit van de Liberale Partij en kon dus zeker als een partijkrant beschouwd worden. De krant was heel goed gevuld met allerlei politieke thema’s. Het was dus een krant die echt met politiek bezig was en bijgevolg ook op de hoogte was van wat andere politieke kranen schreven. Via deze krant trachtte men vooral liberaal gezinden te bereiken. De liberale pers was belangrijk voor de Liberale Partij in Kortrijk om niet volledig overrompeld te worden door de dominante Katholieke Partij. L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement hoorde eigenlijk bij de doctrinaire stroming onder de liberalen en zou zich dus weinig positief uitlaten over een algemeen enkelvoudig stemrecht. Aan de andere kant besefte de krant wel dat er iets moest wijzigen in de kieswetgeving en stond ze dus wel open voor verandering.
‘M. Beernaert a d??clar’? la s??ance de mardi ?? la Chambre qu’en tout ??tat de cause le d??bat sur la r??vision constitutionnelle sera abord?? avant la fin du mois. Ce langage est correct et ferme. Il prouve que le gouvernement conserve toute sa bonne volont?? de faire la revision et de la faire promptement. Mais, que feront les partis? Quel concours apporteront-ils ?? la bonne volont?? du gouvernemont? Le doute ne sera pas long, et au moins avant quelques jours nous serons fixes. Car, tout d??pendra des positions que prendront d’embl??e les chefs des partis, et nous saurons s’ils veulent d??nouer la crise ou s’ils veulent la provoquer. Leur responsabilit?? sera lourde.’223
De verandering die deze krant wilde zien was vooral een nieuwe wetgeving rond de verkiezing van de Senaat. Eigenlijk ging deze krant simpelweg alle kranten die tegen de hervorming waren viseren. Het ging daarbij in Kortrijk eigenlijk vooral om de katholieke kranten. Die kranten werden dus geviseerd, en dat hing heel hard samen met het antiklerikalisme dat van L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement uitging. De krant stelde eigenlijk niet goed te begrijpen waarom een krant tegen een hervorming van de kieswetgeving van de Senaat zou zijn. Ook vroegere wetsvoorstellen met betrekking tot hervormingen werden voorgelegd en goedgekeurd en nu zou dat op gelijke wijze, even goed en overdacht gebeuren. Ze hadden er dus alle vertrouwen in dat de regering een goede beslissing zou nemen.
‘Plusieurs journaux qui discutent ?? perte de vue la question de l’organisation du S??nat, ne paraissent pas se douter que les syst??mes qu’ils pr??conisent comme des nouveaut??s, ont ??t?? pr??sent??s, discut??s, examin??s sous toutes leurs formes et sous toutes leurs faces, en Belgique m??me, il y a soixante ans, par le Congr??s national.’224
Hun standpunt ten aanzien van de hervorming van de kieswetgeving is dus relatief duidelijk. Dat hangt ook samen met wat hierboven al werd geschreven over de doctrinaire strekking bij de Liberale
222 LOONTJENS, Geschiedenis van Kortrijk, 97.
223 ‘La Revision de la Constitution’, L’Avenir de Courtrai, 24-01-1892.
224 De l’Organisation du S??nat’ L’Avenir de Courtrai, 24-01-1892.
50
Partij.225 L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement zal dus minder in debat treden met de katholieke Kortrijkse kranten over de kwestie van 1893. Dat is ook enigszins logisch, omdat de beide visies op de situatie moeilijk te verzoenen zijn. De verschillende visies waren gekend en die voortdurend extra benadrukken in de kranten had weinig tot geen zin. Wat daarentegen wel opvalt is dat L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement zich enorm grof zal opstellen tegenover de katholieke kranten. Vooral de Gazette van Kortrijk zou het moeten bekopen in L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement. De krant werkte eigenlijk haar antiklerikale frustraties uit op de Gazette van Kortrijk.
‘Les cl??ricaux ont toujours eu, comme les corbeaux, une pr??dilection marqu??e pour les cadavres; jamais ils ne raten tune occasion d’ex??cuter autour d’un mort la danse des sauvages avant le sacrifice des victimes. ‘ La ‘Gazette van Kortrijk’ seule a commis cette imprudence.’226
De krant wilde De Gazette van Kortrijk, en eigenlijk ook de andere katholieke kranten, zwart maken. Op die manier zou de Katholieke Partij misschien kiezers verliezen. Maar de doctrinair-liberale krant durfde zelfs nog een stapje verder te gaan hierin. Het bleef niet louter bij grove woorden, in L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement werden de katholieke kranten ook vaak echt belachelijk gemaakt. Twee kranten moesten het extra bekopen. Ten eerste ging het opnieuw om de Gazette van Kortrijk: ‘L’oracle a parl??! Par la bouche de la ‘Gazette van Kortrijk,’.227 Daarnaast ontsprong ook het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk vaak de dans niet.
‘Le cercle cl??rico-socialiste, fond?? l’ann??e pass??e, devait combler une lacune au dire de ses fondateurs; il manquait une officine pour cl??ricaliser les masses et asseoir la domination cl??ricale sur l’ignorance et la soumission. Pour achever l’oeuvre commenc??e, on a cru tr??s urgent de fonder un journal ?? l’usage exclusive des membres du cercle; la lecture de cette feuilles est de plus r??jouissantes. A Courtrai, un journal pour rire faisait d??faut: le ‘Gildeblad’ est venu combler cette lacune.’228
Daaruit bleek dat niet een strekking van de Katholieke Partij werd geviseerd. Zowel conservatieven als christendemocraten moesten eraan geloven. Dat bewees dat de antiklerikale insteek de bovenhand had bij L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement in het persdebat, zeker aangaande politieke thema’s. Een echte respons van de katholieke kranten bleef eigenlijk uit. De Waarheid probeerde wel enkele tegenargumenten te publiceren, maar hechtte daar zeker ook niet al te veel belang aan. De beste poging om enig wederwoord te bieden werd nog ondernomen door de Gazette van Kortrijk, waarin gesteld werd dat L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement haar lezers zou bedriegen, maar de argumenten die daarvoor aangebracht werden verdwenen ook in het ijle. L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement bleef doorgaan op haar elan en het leek alsof dit de katholieke kranten weinig kon schelen. Zij focusten op wat zij belangrijk vonden en een debat over politieke kwesties, in het bijzonder de kwestie van de uitbreiding van het kiesrecht in 1893, behoorde daar niet toe.
De Stad Kortrijk
De Stad Kortrijk was ook een liberale en antiklerikale krant. Zij hoorde echter meer bij de progressistische strekking van de Liberale Partij. In die zin verschilde het debat met de krant en de katholieke kranten niet zo heel veel van dat van L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement en de
225 Inleiding.
226 ‘Chronique Locale ‘ Choses et autres’ L’Avenir de Courtrai, 14-02-1892.
227 ‘Chronique Locale ‘ Choses et autres’ L’Avenir de Courtrai, 31-01-1892.
228 ‘Chronique Locale ‘ Choses et autres’ L’Avenir de Courtrai, 07-02-1892.
51
katholieke kranten. Omdat de wijze waarop de polemiek gevoerd werd relatief gelijklopend was met die van L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement, worden in dit onderdeel vooral gelijkenissen en verschillen tussen beide kranten inzake het debat met de katholieke kranten besproken. Daarbij verduidelijken citaten telkens de gestelde elementen.
Een eerste gelijkenis is dat het antiklerikale aspect van de krant zowat altijd naar voren kwam. Net zoals bij L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement vormde dat eigenlijk absoluut de rode draad doorheen het hele politieke, maar ook het bredere debat. Anders is wel dat De Stad Kortrijk ook meer de kerkelijke instellingen zal aanvallen. Het antiklerikale aspect ging hier dus verder dan louter de beschuldigingen aan het adres van de Katholieke Partij of haar partijpers. ‘Hooger spraken we van den eerbied, welken sommige priesters hebben voor de dooden. Wij hebben Dinsdag op het kerkhof vastgesteld dat het daar even zoo slecht gaat.’229
Ten tweede bleef het niet enkel bij dergelijke beschuldigingen. Ook in De Stad Kortrijk was het de bedoeling om de Katholieke Partij en bijhorende persapparaten compleet belachelijk te maken. Zo publiceerde de krant volgend cynisch artikel waarbij eigenlijk de omgekeerde psychologie werd gebruikt om de katholieken voor schut te zetten.
‘Katholieken, ik beken het in ootmoedigheid: Gij zijt onze meesters, tegen u kunnen wij het niet ophalen. Gij zijt onze meesters, niet omdat gij het bewind hebt, maar omdat gij meer vernuft hebt dan wij, dat uwe inbeelding onuitputbaar is en dat gij op meesterlijke wijze begaafd zijt om de menschen te foppen.Op dit terrein, zegt de Volksvrijheid, mogen wij uit al onze krachten streven, wij zullen u nooit kunnen navolgen. Wilt gij den nieuwen truc kennen, lezers, door die slimme mannen uitgevonden om de centen uit onze zakken te lokken? Hij is hun opgeleverd door de kwestie der herziening van de Grondwet. Wat! Zult gij uitroepen, de herziening der Grondwet! Wat gemeens heeft dit met de katholieke geldklopperij? Luistert, lezers, het is een tjevenblad welk het schrijft. In een artikel te lang om hier overgeschreven te worden zegt het ten gronde wat volgt: ‘De kieshervorming is een moeilijk vraagpunt; want het is niet zonder vrees dat men de hand mag leggen aan de Grondwet onder welke het land 60 jaar geluk en vooruitgang genoten heeft. God heeft tot nu toe Belgenland geholpen en, daar iedereen bekent dat de kieshervorming niet manger mag uitgesteld worden, moeten wij onze toevlucht tot God nemen, opdat hij ons niet zoude verlaten.’ Tot hiertoe is het schoon, maar ‘ het komt aan: ‘Wij zullen Gods hulp door gebeden en aalmoesen bekomen.’ En nu: in cauda venenum: ‘En de aalmoes, die aa God de aangenaamste is, is die welke men aan zijne Kerk doet!’ Oef! ‘t Is er! En kan men behendiger te werk gaan? Dus, goede sullen, naar den zak en met de handen vol naar de Kerk, hoe meer gij geeft, hoe beter, en de herziening, met de gratie Gods, zal gelijk op rolletjes loopen.’230
Ook hier werden dus zowel de conservatieven als de christendemocraten belachelijk gemaakt. Dat doen ze onder meer ook door te stellen dat de Gazette van Kortrijk zelf geen respect kon opbrengen voor haar godsdienst. De Gazette van Kortrijk verloochende met andere woorden haar eigen ideologie. Bijgevolg verraadde die krant logischerwijs waar de eigen partij voor stond. Een eerste groot verschil tussen De Stad Kortrijk en L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement was daarmee samengaand dat De Stad Kortrijk sneller de wind van voren kreeg van de katholieke kranten. Vooral langs christendemocratische zijde kwam er enige tegenreactie, zij het dat die kritiek
229 ‘Hooger besluiten’ De Stad Kortrijk, 10 -01-1892.
230 ‘Boum, Boum, Boum!’ De Stad Kortrijk, 17-01-1892.
52
toch ook relatief beperkt bleef.231 Dat viel te verklaren door de optiek van waaruit de kranten schreven. Van de doctrinaire kranten verwachtten christendemocratische kranten dergelijke beschuldigingen en verwijten aan hun adres. Die konden ze ook relatief eenvoudig een plaats geven. De progressistische strekking van de liberalen leunde echter iets dichter aan bij de christendemocratische strekking. Uit die hoek vielen dergelijke kritieken dus veel minder te verwachten en waren die dus ook moeilijker te verwerken. Vandaar dat er wellicht veel sneller reactie kwam uit christendemocratische hoek op de verwijten geformuleerd door de progressisten dan die afkomstig van de doctrinairen. Vanuit diezelfde redenering viel ook te begrijpen waarom het eerder de christendemocratische kranten dan de conservatief-katholieke kranten waren die de progressisten van repliek dienden.
Het was echter niet zo dat de verwijten uitsluitend in een eenrichtingsverkeer gingen, maar dat de katholieken de polemiek startten was eerder de uitzondering dan de regel.232 Ook na de invoering van het algemeen meervoudig stemrecht bleef de polemiek tussen liberalen en katholieken over dit thema stand houden. ‘ ‘t Is alzoo door dat onrechtvaardig stelsel, dat onlangs de katholieke gekozen geweest zijn te Doornijk, Ath, Waremme en Brussel.’233
3.2. De socialisten delven het onderspit
In Kortrijk werden anno 1893 een aantal socialistische bladen gelezen. Zij waren echter veel minder talrijk dan de katholieke of liberale uitgaves. Het gaat hier ten eerste om Le Mutuelliste, ten tweede om De Westvlaamsche Landbouwer en ten derde om Het Volksrecht. De polemiek tussen de katholieke kranten en die bladen is veel armer dan die tussen de katholieke en de liberale kranten. Waar de liberale kranten zelf ‘de aanval’ inzetten op de katholieke kranten, kregen de socialistische Kortrijkse bladen zelf de volle laag. Vooral een blad was daar verantwoordelijk voor, namelijk het christendemocratische Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk.
Het was vooral haar concurrentieslag met de socialisten die zou zorgen voor debat tussen het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk en enkele socialistische bladen. Eigenlijk was het verkeerd om te stellen dat er echt sprake was van een debat. Eenrichtingsverkeer was een betere term om de gegeven situatie te duiden. Het was namelijk het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk dat allerlei beschuldigingen aan adressen van allerlei socialistische kranten maakte. De krant die het meeste verwijten naar zich geworpen kreeg, was De Vooruit.234 Dat was een belangrijk socialistisch blad dat in Gent en omstreken werd uitgegeven.235 Daarnaast kreeg ook Het Volksrecht bakken kritiek naar zich vanuit het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk. Tussen hen ontstond op bepaalde momenten een zekere polemiek.’ In ‘Het Volksrecht’ van verleden Zondag schrijft een Kortrijksche roode dat de Gilde aan ‘t dalen is! Gij zijt mis jongen.’236 Op een bepaald moment werd de persstrijd met Het Volksrecht zelfs uitgevochten tot in de rechtbank. ‘Men weet dat het roode socialisten blad van Meenen voor de rechtbank gebracht is geworden door onzen Hoofdman om dezen gelasterd te hebben.’237 Wanneer dergelijke disputen de krant beheersten, vroeg het Gildeblad der Ambachten,
231 ‘Ons levensdoel’, De Waarheid, 15-12-1901.
232 ‘Ons levensdoel’, De Waarheid, 15-12-1901.
233 ‘De Liberalen zijn dood!’, De Stad Kortrijk, 4-11- 1894
234 ‘Socialistische Beestigheden’, Gildeblad, April 1893.
235 DE WITTE, De Geschiedenis van Vooruit, 337.
236 ‘Het ‘Volksrecht’ tegen de Gilde’, Gildeblad, Februari 1894.
237 : ‘Veroordeling van het Volksrecht’, Gildeblad, Augustus 1893.
53
Neringen en Nijverheden van Kortrijk expliciet om dergelijke bladen niet meer te lezen. Het leek hen veel beter om bladen als Het Volk te lezen in de plaats. De repliek van deze bladen bleef echter om twee redenen uit. Ten eerste zagen die socialistische bladen niet in waarom zij in debat zouden gaan met het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk. Het stond veel sterker in de stad dan hen. Ten tweede zagen de kranten er geen voordeel in om in een dergelijk debat in te stappen. Het zou hen niets verder brengen. Zij wilden zich focussen op hun lezers en de zaken die zij belangrijk vonden, zoals het zuiver algemeen stemrecht.
Dan restte nog de vraag waarom enkel het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk van beide christendemocratische bladen in Kortrijk zo zwaar uithaalde naar de socialistische bladen. Die vraag viel relatief eenvoudig te beantwoorden. Zoals hierboven reeds werd geponeerd richtte het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk zich op de meer praktische aard van de maatschappij. Het blad wilde dat veranderingen meteen voelbaar zouden worden voor de kleine burgerij en de arbeiders, terwijl dat voor De Waarheid veel minder het geval was.238 De Waarheid wilde vooral eerst op het beleidsniveau de nodige veranderingen doorgevoerd zien.239 Daardoor kwamen de socialisten en de socialistische bladen veel meer in het vaarwater van het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk dan dat van De Waarheid. Voor De waarheid was het dus veel minder nodig om zich af te zetten van de socialistische bladen. Voor het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk daarentegen gold een ander verhaal, want dat blad wilde juist duidelijk maken dat haar christendemocratische visie niet te vereenzelvigen viel met die van de socialisten. Het blad stelde duidelijk dat zij geen christelijke socialisten waren.
‘Na protset geteekend te hebben tegen hen die de kristene volksmannen willen doen doorgaan als kristene socialisten, zegt de schrijver: Het eerste doel onzer beweging was te zorgen dat zekere maatschappelijke waarheden te lang miskend aangenomen worden door de belanghebbende. Volgens ons moet de ware anti-socialistische propaganda voor oogwit hebben aan de werklieden de bewustheid te geven van hunne rechten en plichten en hen aan te moedigen de herstelling hunner wettige grieven te bewerken. Het is noodig dat de werklieden zich wel overtuigen dat indien men, tusschen de hervormingen gevraagd door het ongodsdienstige socialismus, er sommige vindt die van aard zijn op eene pratische wijze hunne wettige vragen te voldoen, alle deze hervormingen, wetens of onwetens, door het socialismus geput zijn in de kristelijke leering en in de kristelijke overlevering.’240
De twee andere Kortrijkse socialistische bladen, met name De Westvlaamsche Landbouwer en Le Mutuelliste kwamen nauwelijks of zelfs niet in het debat met de katholieke kranten voor. Dat kwam omdat zij een duidelijk doelpubliek hadden dat niet in eerste instantie door een van de katholieke bladen beoogd werd te bereiken, zeker niet wanneer het ging om de uitbreiding van het kiesrecht tot het algemeen meervoudig stemrecht in 1893. Onderling waren er wel enkele discussies, maar dat komt in Hoofdstuk III aan bod.241
238 Cf. supra.
239 Cf. supra.
240 ‘Het ‘Volksrecht’ tegen de Gilde’, Gildeblad, Februari 1894.
241 Woord en wederwoord.
54
4. Besluit
Uit dit hoofdstuk vallen zes essenti??le zaken te besluiten. Ten eerste stonden binnen eenzelfde strekking van de Katholieke Partij, respectievelijk de conservatieve dan wel de christendemocratische strekking, niet alle neuzen dezelfde kant op. Ook binnen eenzelfde strekking vielen een aantal fundamentele verschillen, misschien zelfs contradicties, op te merken, wat meteen ook een van de verklaringen is voor de rijke traditie aan katholieke bladen in de stad Kortrijk. Ten tweede viel dezelfde redenering door te trekken voor de hele katholieke pers. Het ging om een heterogene groep kranten waar eensgezindheid nagenoeg onmogelijk kon bekomen worden. Dat aspect werd eerder in deze meesterproef al behandeld.
Ten derde was het opvallend dat het debat tussen de liberalen en de katholieken veel rijker en vooral veel heviger was dan dat tussen de socialisten en de katholieken. Dat had twee verklaringen. Ten eerste was er in de Kortrijkse politiek sowieso veel meer een tweestrijd aan de gang tussen de katholieken en de liberalen eind negentiende eeuw, wat zich automatisch vertaalde naar de Kortrijkse lokale pers. Ten tweede was voor beide partijen onduidelijk welke partij het meest gebaat zou zijn met de grondwetsherziening van 1893. Vooral bij de katholieken speelde die onduidelijkheid een belangrijke rol. Voor hen was dat dus een hekel punt waarover de zenuwen strak gespannen stonden. De socialisten waren sowieso blij met eender welke uitbreiding van het kiesrecht, met als absolute voorkeur uiteraard het algemeen enkelvoudig stemrecht, zodanig dat zij zich automatisch minder in het debat mengden. Daarnaast had dat voor hen juist zeker in Kortrijk weinig zin, omdat zij zich weggedrukt voelden door de twee andere grote partijen.242
Ten vierde was het vrij duidelijk dat de liberale kranten zichzelf als de agressieve pers opstelden tegenover die van de katholieken. Zij voelden de noodzaak om zichzelf te profileren ten koste van de katholieken, hun kranten en hun imago, niet in het minst ten aanzien van de uitbreiding van het kiesrecht in 1893. De gematigde reactie van de katholieke kranten hierop, ten vijfde, was echter veelzeggend. De katholieken lieten die agressieve opstelling van de liberalen in zekere mate aan zich voorbijgaan en snauwden maar af en toe terug. Dat had allemaal te maken met de politieke verhoudingen in Kortrijk eind negentiende eeuw. De Katholieke Partij was absoluut de dominante partij en de katholieken en hun pers waanden zich in een ivoren toren. Het leek hen niet noodzakelijk zich te verzetten tegen de verwerpelijke aantijgingen, afkomstig uit liberale hoek.
Als zesde en laatste was het debat tussen de katholieke en de socialistische bladen er eigenlijk vooral een van het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk tegen allerhande andere socialistische bladen. Twee socialistische bladen die typisch in Kortrijk sterk stonden, met name De Westvlaamsche Landbouwer en Le Mutuelliste, bleven eerder buiten schot.
242 DELWIT en DEWAELE, Les Partis Politiques en Belgique, 9-10.
55
Hoofdstuk III ‘ Woord en wederwoord
1. Inleiding
In dit ietwat kortere derde hoofdstuk komt aan bod wat er in Kortrijk nog gebeurde op vlak van persdebat, naast het debat waarin de katholieken een belangrijke rol speelden.243 Vooral de liberale kranten bleken soms enigszins tegenstrijdige visies te hebben op de uitbreiding van het kiesrecht in 1893. Bij de socialistische pers is dat debat nauwelijks aanwezig. Toch komt dat kort aan bod, al ware het voor de volledigheid van deze paper. Dit hoofdstuk is opgedeeld in twee paragrafen. In de eerste en grootste paragraaf wordt het onderlinge debat bij de liberale kranten ten aanzien van de uitbreiding tot het algemeen meervoudig kiesrecht besproken. In de tweede, weliswaar meer beperkte paragraaf, komt kort de socialistische pers aan bod, ook al speelde die nauwelijks een rol in het Kortrijkse persdebat.
2. Onenigheid bij de liberalen
In deze paragraaf ligt de focus bij de liberale kranten in Kortrijk. De verschillen die er waren ten aanzien van de uitbreiding van het kiesrecht, liggen vooral tussen de progressistische kranten De Stad Kortrijk en Het Weekblad van Yperen en het Arrondissement enerzijds en de meer doctrinaire krant L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement anderzijds. De katholieke pers van Kortrijk en ook de bredere katholieke pers stuurde dat debat ook in enige mate. Daarom wordt ook die strekking af en toe vermeld in deze paragraaf. Toch gaat het vooral om hoe de liberale kranten zich positioneren tegenover de uitbreiding van het kiesrecht.
Het voornaamste politiek probleem tijdens de regering Beernaert was, zoals reeds werd aangehaald, de grondwetsherziening. De aanleiding hiertoe was de eis naar uitbreiding van het kiesrecht, dat beperkt werd door artikel 47 van de grondwet. Bij de liberalen lokte dat verschillende reacties uit. Die reacties positioneerden zich tegenover de politiek-electorale kwestie enerzijds en de reacties van de andere liberale en zelfs katholieke bladen op hetzelfde onderwerp anderzijds. De eis tot grondwetsherziening die reeds langer door de radicalen werd geformuleerd, werd zonder ophouden herhaald door de twee progressistische bladen de Stad Kortrijk en Het Weekblad van Yperen en het Arrondissement. Die kranten waren er min of meer van overtuigd dat alle burgers, ongeacht hun belastingscijfer, recht hadden op deelname aan de verkiezingen, zowel voor de gemeente en de provincie als voor het parlement.244 Ze meenden dat elke Belg, of hij nu een bepaalde census betaalde of niet, belang had bij het bestuur van zijn land. Het principe van ‘celui qui paie l’imp??t al de droit d’en controler l’emploi’, betekende voor hen geen vaste basis meer. Artikel 47 van de grondwet bepaalde echter dat het betalen van 42;32 frank aan de belasting noodzakelijk was om kiezer te worden. Sinds 1848 was dat grondwettelijk minimum reeds bereikt, wat de progressieve ingesteldheid van het jonge Belgi?? aantoonde, zo stelde Maddens.245 De herziening van de grondwet was bijgevolg onvermijdelijk om aan kiesuitbreiding te doen. De christendemocratische Kortrijkse kranten stonden in enige mate hetzelfde tegenover de grondwetsherziening, maar de conservatieve
243 Cf. Hoofdstuk II.
244 ‘De Cijns’, De Stad Kortrijk, 27-10-1889.
245 MADDENS, Kiesstelsels, 63.
56
katholieke kranten waagden het liever niet te denken aan de hervorming van de grondwet.246 De conservatieve katholieke kranten vonden het beter om de katholieken te steunen in hun pogingen om de bestaande kieswetgeving zo te wijzigen dat zij niet langer in het nadeel van de katholieken uitdraaide.247 Het was voor de conservatieve katholieken vooral de bedoeling om de wet op de capaciteitskiezers uit 1883 te wijzigen. Die wet moest verdwijnen volgens de conservatieve katholieke bladen.248 Het voorstel Devolder van 1889 beoogde dit. Maar feitelijk hadden de katholieken geen slechter moment kunnen uitdenken om aan een restrictie van het kiezerskorps te doen, aangezien juist overal de vraag naar uitbreiding rees. Die vraag kwam niet in het minst uit socialistische en christendemocratische hoek.
Op aandringen van Beernaert nam de Kamer eindelijk de grondwetsherziening in overweging in november 1890, op voorstel van de progressist Janson. Het Weekblad van Yperen en het Arrondissement en De Stad Kortrijk beschreven die gebeurtenis als ‘het gewichtigste feit uit het parlementair leven’.249 De doctrinaire krant L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement daarentegen schreef ‘La R??vision de la Constitution faite en vue d’eviter un bouleversement sociale st reconnue n??cessaire’.250 De katholieke kranten vermeldden de herziening zonder veel bijkomende commentaar. Zo konden ze de kritiek van de liberalen enigszins ontwijken en bleven ze trouw aan de kern die in principe tegen de herziening was, maar ze uit noodzaak had aangenomen. L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement was zeer gematigd uit schrik voor het nieuwe systeem dat in de plaats van artikel 47 zou komen. Het Weekblad van Yperen en het Arrondissement en De Stad Kortrijk daarentegen waren opgetogen, want terugkrabbelen was nu absoluut niet meer mogelijk.
De liberalen waren het oneens over het stelsel dat in de plaats moest komen. Het Weekblad van Yperen en het Arrondissement en De Stad Kortrijk verdedigden het zuiver algemeen stemrecht waarbij elke mannelijke Belgische burger stemrecht moest krijgen. Zij stelden hiervoor de leeftijd op 21 jaar.251 De redenering was dat als men vanaf die leeftijd goed was voor het leger, men dan ook goed was om te gaan stemmen. L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement daarentegen dacht er niet aan hiermee in te stemmen. Op die wijze meende de krant dat er velen kiezer zouden worden, terwijl die er eigenlijk onbekwaam toe waren. Daarom eiste de krant bepaalde garanties van de kiezer, zoals kunnen lezen en schrijven.252 Ook de conservatieve katholieke kranten schreven terstond het algemeen stemrecht af.253 Zij meenden dat het de liberalen toekwam een voorstel in te dienen in verband met het kiesstelsel. Die wezen echter op hun beurt de meerderheidspartij aan.254 De progressistische Stad Kortrijk was ervan overtuigd dat de ‘kaloten’ en vooral Woeste de herziening wilden begraven en zochten om er zich aan te onttrekken door alles op de lange baan te schuiven. De gespannen sfeer verergerde toen er opnieuw sprake was van algemene staking om de regering onder druk te zetten. Toen beslist werd een koninklijk referendum te organiseren, liet zowel de katholieke als de liberale pers doorschijnen dat de Belgische bevolking dit met gemengde
246 Cf. supra.
247 COUDRON, De Houding van de Ieperse Pers, 81.
248 ‘Les Electeurs’, L’Echo de Courtrai, 09-11-1889.
249 ‘Eindelijk’, Het Weekblad van Yperen, 29-11-1890.
250 ‘La R??vision’, L’Avenir de Courtrai, 29-11-1890.
251 ‘iedereen gelijk’, Het Weekblad van Yperen, 07-03-1891.
252 ‘Les Electeurs’, L’Avenir de Courtrai, 01-04-1890.
253 Cf. Supra
254 ‘De Katholieken’, De Stad Kortrijk, 15-03-1891.
57
gevoelens onthaalde.255 De uitslag van de verkiezingen van 1892 werd zowel bij de katholieke als bij de liberale kranten positief onthaald. De katholieken waren blij met hun overwinning. De liberalen waren tevreden omdat het erom ging te voorkomen dat de katholieken een twee derde meerderheid zouden behalen en zo de grondwet alleen zouden kunnen herzien. Dat gebeurde niet en het gevolg was dat de katholieken voortaan de liberalen nodig hadden om een nieuwe kieswet te stemmen in de Kamer.256
De nieuwe politieke verhoudingen zorgden voor een stroomversnelling. Na de verkiezingen van 1892 kwam eindelijk meer schot in de zaak van de grondwetsherziening. In juli 1892 werd door de Kamer een speciale commissie ingericht. Schoorvoetend kwamen de partijen met hun nieuwe kiessystemen voor de dag. De conservatieve partij was voor het grootste deel voorstander van het ‘huismanskiesrecht’. Het kiesrecht moest volgens hen gekoppeld worden aan het bewonen van een huis of een hoeve.257 Dit bevoordeligde precies de plattelandsbewoners, de katholieke kiezers, die sedentaire bewoners waren. Hierin stonden ze in tegenstelling tot de arbeiders die omwille van hun werk regelmatig verhuisden.258 Het algemeen stemrecht kreeg de voorkeur bij de socialisten, progressief liberalen en enkele weinige christendemocraten. De doctrinairen hielden vast aan het bekwaamheidskiesrecht, eventueel gekoppeld aan het bestaande cijnsstelsel, waarmee ze hun geprivilegieerden indachtig waren.259
Na de juniverkiezingen van 1892 formuleerde ook de hier besproken kranten hun stellingen duidelijker. Het Weekblad van Yperen en het Arrondissement bleef aanhanger van het zuiver algemeen stemrecht.260 Het bedacht de doctrinairen en de katholieken met dezelfde kritiek. Ze speelden zogezegd onder een hoedje om een oerconservatief systeem te vinden.261 Alleen Nothomb maakte hier een uitzondering op, volgens de krant. Deze sociaal voelende katholiek had immers zijn ontslag ingediend bij de Association Conservative omdat hij als aanhanger van het algemeen stemrecht en van de herziening geen bevrediging kon vinden bij zijn partij en hij onmogelijk akkoord kon gaan om Janson tegen te werken. Het Weekblad van Yperen en het Arrondissement steunde hem terstond en vroeg zelfs naar andere dergelijke onafhankelijken. De Stad Kortrijk was het hier volledig mee eens.262 Het algemeen stemrecht werd dan ook het platform van het kiesprogramma van de Kortrijkse liberalen.
L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement schreef het huismanskiesrecht dadelijk af. Het blad was ervan overtugd dat men in de Kamer nooit een twee derde meerderheid zou behalen zonder de liberalen en daar speculeerde het op.263 Een samenbundeling van alle liberale krachten was hiervoor nodig. Maar wat zouden zij als tegenvoorstel moeten voorleggen? Het algemeen stemrecht? Het bekwaamheidsstelsel? L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement dat relatief doctrinair was, eiste bepaalde garanties en schaarde zich dan maar achter het bekwaamheidsstelsel. Samengaan met de
255 COUDRON, De Houding van de Ieperse Pers, 85.
256 ‘De Kamer’, De Stad Kortrijk, 24-06-1892.
257 Cf. supra
258 VAN DEN EERENBEEMT, De Huisvesting van de Arbeiders, 21.
259 LUYKX, Politieke Geschiedenis van Belgi??, 196-197.
260 ‘Kiesstelsel’, Het Weekblad van Yperen, 07-10-1892.
261 ‘Valsschaards’, Het Weekblad van Yperen, 23-07-1892.
262 ‘De Juisten’, De Stad Kortrijk, 20-11-1892.
263 ‘Jamais’, L’Avenir de Courtrai, 10-07-1892.
58
progressisten of socialisten, zelfs simpelweg om de katholieken te saboteren, kwam bij de krant nog niet op.
Vermits er een compromis nodig was om een voldoende meerderheid te vinden, stelde de regering in januari 1893 een mengsel voor van het huisvestingssysteem en het censussysteem, gekoppeld aan het bekwaamheidsexamen.264 Hiermee hoopte ze de doctrinairen naar zich over te halen. Dat bleek echter ijdele hoop, want het voorstel was tevergeefs. L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement beschreef dat mengsel zeer typisch: ‘Cette mixture comprend du bon et du mauvais. C’est un pudding au rhum sans rhum et c’est ce d??faut de rhum qui fait que le pudding au rhum n’est pas un pudding au rhum et on ne le mangera probablement pas.’265
In april 1893 kwamen de liberalen en de katholieken tot een compromis. Het voorstel Nyssens werd aanvaard: op 25 jaar had elke man recht op minstens een stem, maar hij kreeg de kans te cumuleren tot drie stemmen, indien hij aan de gestelde voorwaarden voldeed. Het stemmen werd tevens verplicht en zou voortaan in de gemeente plaatsvinden.266 Van de katholieke kranten kon algemeen gesteld worden dat zij alle lof uitspraken over Nyssens. Een democratischer en logischer oplossing dan het algemeen stemrecht konden de kranten niet meteen uitdenken. Op een gelaten wijze legde de doctrinaire L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement er zich bij neer. Voor die doctrinaire krant was het de enige oplossing om uit die benarde situatie te geraken waarin men nu al twee jaar verzeild was geraakt.267 Met bezorgdheid keek de krant uit naar de verdeling van de bevolking in de categorie??n van een, twee of drie stemmen. De krant hamerde erop dat daar veel kans tot fraude in schuilde.268 De Stad Kortrijk en Het Weekblad van Yperen en het Arrondissement vonden in het algemeen meervoudig stemrecht maar halve bevrediging.269 Ook zij achtten die keuze nochtans gerechtvaardigd, gezien de moeilijke en benarde situatie. Ze bleven verder het zuiver algemeen stemrecht als hun doel beschouwen.
De grondwetsherziening hield ook de hervorming van de Senaat in democratische zin in. Daarbij ging het om een herziening van artikel 56. De Kortrijkse progressistische bladen wensten een zo laag mogelijke census om zo een vertegenwoordiging van alle bevolkingslagen mogelijk te maken. Het doctrinaire L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement was aanhanger van het voorstel van F??ron, namelijk belangenvertegenwoordiging in de senaat.270 De Senaat zou aldus samengesteld worden uit 152 leden. De kiezers zouden ingedeeld worden in vier groepen: de vertegenwoordigers van de wetenschap, landbouw, handel en industrie. Ze zouden respectievelijk 20, 44, 44 en 44 senatoren mogen aanduiden. Doch L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement besloot zelf dat dit praktisch niet realiseerbaar was, omdat de bevolkingsindeling in vier groepen een onmogelijke taak was. F??rons voorstel bleef een droom voor L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement.
Het wikken en wegen duurde zo lang dat de Senaatshervorming dezelfde weg dreigde op te gaan als die van artikel 47. In augustus 1893 kwam het voorstel van Bocarm?? uit de bus. Dezelfde kiezers die de Kamerleden verkozen, zouden de senatoren verkiezen maar de wet kon hun leeftijd bepalen
264 ‘Solution’?, L’Avenir de Courtrai, 12-01-1893.
265 ‘Pudding au rhum’, L’Avenir de Courtrai, 05-01-1893.
266 Cf. supra.
267 ‘C’est Ca’, L’Avenir de Courtrai, 23-04-1893.
268 ‘Attention!’, L’Avenir de Courtrai, 27-04-1893.
269 ‘Verder!’, Het Weekblad van Yperen, 22-04-1893. en ‘Waarom’?, De Stad Kortrijk, 23-04-1893.
270 LAUREYS, VAN DEN WIJNGAERT, FRANCOIS, e.a., De Geschiedenis van de Belgische Senaat, 83.
59
op dertig jaar. De verkiesbaarheidsconcensus werd verlaagd tot 1200 frank. Provinciale senatoren zouden voortaan in de Senaat zetelen.271 In feite was het aantal verkiesbaren weinig omhoog gedreven, namelijk met slechts een op de 5000 inwoners. De liberale pers drukte hierover geen spijt uit. Ze bleef de Senaat als een aristocratische instelling beschouwen, wat bij de katholieke pers anders lag. Daarna zou ook nog de evenredige vertegenwoordiging voer van debat worden bij onder andere de liberale kranten, maar dat thema behoort niet meer tot de afgebakende periode van deze masterproef die meer focust op de grondwetsherziening van 1893.
3. De socialisten waren verdeeld
Wat de socialistische pers uit Kortrijk betrof, was er weinig debat aangaande de grondwetsherziening van 1893. Het zuiver socialistische blad Het Volksrecht pleitte enkel en alleen voor het zuiver algemeen stemrecht. Iedere burger verdiende zijn stem en moest die ook krijgen. Het blad weigerde daar van af te wijken. Tot de bekendmaking van de nieuwe wetgeving in april 1893 bleef het blad daarvoor ijveren. Wanneer echter bekend raakte dat niet het zuiver algemeen stemrecht, maar wel het algemeen meervoudig stemrecht zou worden ingevoerd, sprak het blad van een ‘Historische vergissing’ van de regering.272
De twee andere bladen van de socialistische strekking, met name De Westvlaamsche Landbouwer en Le Mutuelliste waren echter meer opgezet met de wetgeving. Ook zij pleitten voor zuiver algemeen stemrecht, maar tilden hier minder zwaar aan dan Het Volksrecht. Dat kwam omdat de socialistische invulling die De Westvlaamsche Landbouwer en Le Mutuelliste aan de grondwetsherziening gaven, anders was dan die van Het Volksrecht. Le Mutuelliste wilde eigenlijk vooral dat de mutualiteiten sterk kwamen te staan in Belgi??. Zij pleitten voor een degelijke ontwikkeling ervan. Mutualiteiten waren niet typisch socialistisch, maar Le Mutuelliste sloot hier wel enigszins bij aan. Toch kon ook gesteld worden dat Le Mutuelliste enig liberaal karakter in zich had. Op bepaalde vlakken mat het zichzelf namelijk een relatief elitaire visie aan in plaats van zich te bekommeren om de arbeiders.273
De Westvlaamsche Landbouwer gooide het juist over een andere boeg. Ook daar was enige socialistische inslag merkbaar, maar toch kon ook niet worden gesproken van een echt socialistisch blad. Eigenlijk werden de socialistische principes door De Westvlaamsche Landbouwer voornamelijk toegespitst op de landbouwersklasse.
‘Ik weet het, de landbouw kwijnt, de landman is in gevaar; maar tot nu toe was het moeilijk voor den landbouwer iets te doen. Na de uitbreiding van het stemrecht zal het gemakkelijker zijn. Ziedaar de woorden welke de Heer Minister van Landbouw uitsprak aan de leden der commissie van onzen Bond, door hem laatstmaal in bijzonder verhoor ontvangen. Welaan! vrienden landbouwers, die tijd is nabij, de hoop op redding nadert. Reeds is het nieuw wetsontwerp door Kamers en Senaat gestemd; het stemrecht zal uitgebreid zijn! Aan u toekomst!!! Gij zijt de macht!!! Schaart u dus allen onder ‘?n vaandel. Werkt allen hand in hand en welhaast zult gij uw doel bereiken. Voortaan zal men niet meer achteloos op u nederzien; men zal in de Kamers niet meer moeten zeggen zooals het het onlangs een liberaal volksvertegenwoordiger zeide: ‘Wij
271 ‘De Senaat’, L’Avenir de Courtrai, 29-08-1893.
272 ‘Fout’, Het Volkrsrecht, 25-04-1893.
273 ‘Choses de Pharmacie’, Le Mutuelliste, 01-09-1894.
60
moeten de landbouwers weinig of niets geven, van hen hebben wij niets te vrezen, zij maken geene omwentelinge.’ Neen! omwentelinge zult ge nooit maken, ten minste niet in den zin der nooittevreden socialisten. Maar toch zult gij gebiedend het woord mogen voeren, en uwe zwakke stem zal driemaal krachtiger dwingen dan deze van veel hedendaagse roepers en schreeuwers. Daarom Landbouwers, vereenigt u allen in ‘?nen machtigen Bond. Dat geheel Belgi?? door, van Noord tot Zuid, van Oost tot West, dat vooral geheel het Vlaamsche land zich verbinde; dan en dan all’?n zult gij machtig zijn, dan zal men naar u luisteren, dan zal men naar u luisteren, dan zal men u beschermen en die bescherming zal uwe macht verdubbelen.’274
Elk van de drie bladen had dus een eigen focus. Door die specifieke focus van twee van de drie bladen kon dus eigenlijk even goed beargumenteerd worden dat zij geen uitdrukkelijke socialistische bladen waren. Toch werden zij in deze paragraaf besproken omwille van de socialistische invloeden die toch ook in die bladen zijn binnengeslopen.
4. Besluit
Voor Hoofdstuk III kan eigenlijk een relatief kort besluit gelden. Slechts twee zaken werden hier expliciet duidelijk. Ten eerste was de Kortrijkse liberale pers verdeeld. De scheuring in de Liberale Partij in een doctrinaire en een progressistische vleugel was ook in de Kortrijkse pers merkbaar. Breder kon gezegd worden dat die kranten publiceerden volgens de denkwijzen van de respectievelijke politieke vleugels. Er was relatief weinig contradictie tussen het gedachtengoed van de ruimere politieke beweging enerzijds en de publicaties in de respectievelijke kranten anderzijds. Ten tweede werd het duidelijk dat de socialistische bladen in Kortrijk, als ze die naam al mogen dragen, te verschillend waren om voor een debat te zorgen. De bladen lagen eigenlijk niet in elkaars verlengde maar stonden eerder afzonderlijk naast elkaar. Die positie en die visie op het maatschappelijke leven zorgde ervoor dat elk blad zich met de eigen belangen bezighield, zonder daarbij in elkaars vaarwater te komen.
274 ‘Hoop op de Toekomst!’, De Westvlaamsche Landbouwer, 31-05-1893.
61
Hoofdstuk IV ‘ Het naspel van 1893
1. Inleiding
Ook na 1893 bleef de Kortrijkse pers bestaan. De katholieke dominantie in Kortrijk bleef en dat gold ook voor de dominantie van de katholieke kranten. Toch veranderde ook heel wat binnen de katholieke zuil na 1893. Er kwam een nieuwe partij, met name de Christene Volkspartij, die het evenwicht tussen de conservatieven en de christendemocraten binnen de Katholieke Partij opnieuw verstoorde. De uitbreiding van het kiesrecht zorgde er ook voor dat de christendemocratische strekking sterker in haar schoenen kwam te staan. Dergelijke evoluties hadden ook hun impact op de katholieke kranten in Kortrijk. In dit afsluitende hoofdstuk werd per katholieke krant ge??valueerd welke evolutie die doormaakte. Sommige kranten bleven conservatief, anderen gingen zich geleidelijk aan progressiever opstellen ten opzichte van de wijzigende en de nieuwe politieke opvattingen. Rond die maatstaven van conservativiteit enerzijds en progressiviteit anderzijds werd dit afsluitende vierde hoofdstuk opgebouwd. Het dient ter volledigheid van de beschouwing van de katholieke dominantie in de Kortrijkse politiek eind negentiende eeuw.
2. Verscheidene evoluties
2.1. L’Echo de Courtrai
L’Echo de Courtrai (et de l’Arrondissement) was een krant die van 1876 tot 1914 twee maal per week verscheen. Voorheen (vanaf 1849) verscheen ze drie maal per week. De krant was een voortzetting van de periodiek Petites affiches de Courtrai. Dat was een katholiek blad, met een relatief liberale tint. In het jonge Belgi?? was het een van de meer progressieve kranten van de katholieke strekking.275 Het was een krant die de nadruk legde op het politieke aspect van het dagelijkse leven. Bij de voortzetting van Petites affiches de Courtrai in L’Echo de Courtrai verdween de liberaal-katholieke inslag voor een meer uitgesproken katholieke visie. Voor het Kortrijkse electoraat van die tijd vormde dat geen probleem, aangezien het toch grotendeels katholiek was. Het was echter wel zo dat het verdwijnen van het liberale aspect en de voortzetting van het zuivere katholicisme aantoonde dat de krant conservatief was, en bijgevolg sterk pausgezind en ultramontaans.276 En waar de Belgische maatschappij snel evolueerde, bleef de toon van L’Echo de Courtrai onveranderd. Dat aanhoudende traditionalisme, in combinatie met de vooruitgang die in Belgi?? op politiek vlak werd geboekt, zorgde voor een relatieve achteruitgang tegenover de Belgische burger, de Kortrijkzaan in het bijzonder.277 Dat verklaarde des te meer het vasthouden aan de Franse taal en aan de conservatieve opvattingen, enerzijds te verklaren door haar opzet en haar ontwikkelingen, anderzijds te verklaren door de kloof die ontstond tussen haar publiek en het (groeiende) electoraat.
Zoals vaak het geval is traden ook hier nuances op. Die hadden betrekking op de schrijfstijl van de krant. De toon die in de krant heerste, was tot 1914 volledig conservatief. Toch was er ook een merkbaar proces van verandering gaande aan het begin van de twintigste eeuw. Die verandering betekende echter niet dat er een meer progressief karakter van de krant uitging. De verandering had
275 http://www.odis.be
276 DE BENS en RAEYMAECKERS, De Pers in Belgi??, 25.
277 WITTE, CRAEYBECKX en MEYNEN, Politieke Geschiedenis van Belgi?? sinds 1830, 107-108.
62
wel alles te maken met de toename van de het overwicht van christendemocratengezinde mensen binnen de katholieke partij. Een dergelijk fenomeen was voor de krant nefast. Met de invoering van het algemeen mannenstemrecht in 1893 is duidelijk gebleken dat de krant niet moest weten van de opkomende arbeidersklasse in het electoraat. Ruim een jaar later, in 1894, weigerde de krant nog steeds de maatschappelijk-politieke veranderingen die zich voordeden te accepteren.278 Toch werd het ook voor de conservatief-katholieke strekking duidelijk dat de christendemocraten steeds meer zeggenschap binnen de partij kregen. Daarom was een tendens van toenadering merkbaar aan het eind van de negentiende eeuw. De tendens bestond erin om de politiek getinte artikelen nu ook positief te laten gelden ten opzichte van de arbeidersklasse. Dat leek een progressieve inslag van de krant, maar niets was minder waar, integendeel. Waar de krant een eerlijk evenwicht zou kunnen hebben gezocht tussen de conservatief-katholieke en de christendemocratische strekking, stelde ze zich eerder hypocriet op, in vergelijking met reeds gepubliceerde artikelen over politieke onderwerpen. De krant bleef er een van de conservatieve strekking, maar met nieuwe verkiezingen in het vooruitzicht, publiceerde ze ook artikelen die aantrekkelijk waren voor mensen die neigden naar de christendemocratische kant binnen de Katholieke Partij. Een tweetal maanden voor de desbetreffende verkiezing, wanneer ook de partijen campagne begonnen te voeren, wijzigde de algemene toon van L’Echo de Courtrai.279 Vraag blijft dan natuurlijk of de potenti??le kiezer dergelijke praktijken niet doorzag. Het moest toch opvallen dat de houding van de krant ten opzichte van politieke punten sterk veranderde naargelang het feit of er al dan niet nieuwe verkiezingen in aantocht waren? Het antwoord op deze vraag was echter negatief. Dat komt vooral door de manier waarop het Kortrijkse electoraat naar verkiezingen toeleefde. Politiek is lange tijd, en sommigen durven zelfs stellen dat dat nu nog het geval is, iets geweest van de sociale en politieke elite. Politiek en politieke interesse werden ook door de ‘kleine’ kiezer zo aanzien. Kennis van politiek betekende dus ook intellectueel aanzien, net zoals velen zich nu nog goed voelen als ze iemands anders politieke visie kunnen becommentari??ren als gevolg van de eigen politieke kennis. Dat bracht tegelijk met zich dat de politieke discussie vooral gevoerd werd in komkommertijd.
Die komkommertijd werd handig gebruikt als middel om een politieke visie van een krant met meerde mensen mee te geven. Mensen die L’Echo de Courtrai doorheen het jaar niet lazen, lazen in de verkiezingsperiode veel vaker ook die krant.280 Omdat een krant een van de makkelijkste communicatiemiddelen was voor de kiezer om zijn politieke inzicht te verscherpen, lazen kiezers ook meer kranten wanneer de verkiezingen naderden. Tegelijk waren bepaalde artikelen uit die kranten vaker gespreksonderwerp dan op een ander moment. Dat zorgde ervoor dat dat kranten die een bepaalde visie wilden verspreiden, dat het best konden doen in de aanloop van een welbepaalde verkiezing. Vooral voor L’Echo de Courtrai was dat een belangrijk gegeven. Net omdat zij zo conservatief was, was het nodig om een meer gematigdere positie in te nemen dan ze doorgaans deed. Haar conservatieve karakter bekoorde namelijk wel de alledaagse, vaste lezers van de krant, maar de nieuwe, tijdelijke lezers moesten evenzeer bekoord worden. Dat deed de krant op twee verschillende manieren binnen de periode van 1893 tot 1914.
278 ‘R??union de l’association Catholique et Constitutionelle de l’arrondissement de Courtrai’, L’Echo de Courtrai, 23-09-1894.
279 ‘A l’Oeuvre’, L’Echo de Courtrai, 16-03-1902.
280 http://www.odis.be.
63
Een eerste manier, die we terugvinden in het eerste deel van de periode 1893 tot 1914, waarbij het jaar 1906 als een jaar van cesuur fungeerde, was er uitdrukkelijk op gericht ook de meer gematigde kiezers voor zich te winnen. Dat deed de krant door enkele weken voor een verkiezing het Kortrijkse electoraat mee te slepen in de conservatieve beweging. Conservatieve stemmers moesten niet overtuigd worden, aangezien zij reeds voor de conservatieve strekking gewonnen waren, maar de progressieve en dus vooral christendemocratische kiezers des te meer. De krant probeerde de christendemocratiegezinden te overtuigen door ze te paaien: zo sprak ze de arbeidersklasse positief aan en vermeldde ze de arbeiders ook positief in haar krant. Vreemd, aangezien ze de maanden daarvoor nog niets moest weten van de arbeidersklasse. Zoiets was heel duidelijk bij bijvoorbeeld de verkiezingen van 1902.281 Het was echter een manier die redelijk doorzichtig was, en het aantal stemmen op de conservatieve figuren binnen de Katholieke Partij bleef ongeveer hetzelfde. Dat is niet echt verwonderlijk, omdat de kloof tussen christendemocraten en conservatieven binnen de partij steeds groter werd. Een grote overredingskracht zou van de krant moeten uitgaan om progressieve kiezers te overhalen, temeer omdat slechts een deel van de artikelen positief was voor de christendemocratische strekking. Het andere deel bleef conservatief van toon, en wie de krant effectief las, bleef dus wat op zijn honger zitten.
Ook de krant zelf besefte dat hun pogingen om progressieven, of in elk geval gematigden, over de streep te trekken onvoldoende krachtig waren. Daarom veranderde hun manier van schrijven ook relatief snel. Die tweede manier is er geen van schijnheilig schrijven, maar wel van vriendschappelijker schrijven. Haar kracht lag in de poging om conservatieve en progressieve katholieken terug te verenigen, zoals dat halverwege de negentiende eeuw was geweest. Die manier van schrijven was vooral merkbaar vanaf 1906. De krant probeerde niet meer om zowel conservatieve als progressieve katholieken te paaien, dan wel om een gevoel van eensgezindheid te cre??ren.282 Dat deed ze vooral op twee manieren. Enerzijds stelde ze de liberalen en de socialisten als de gemeenschappelijke vijand voor. Natuurlijk kon ze de Christene Volkspartij daar niet bij rekenen, anders zou ze de steun van heel wat progressieven verliezen, en dat zou het tegengestelde betekenen van wat de krant wilde bereiken.283 Anderzijds wees L’Echo de Courtrai erop dat de hoofdideologie van zowel conservatieven als progressieven dezelfde is. Het waren namelijk beide katholieken, en daarom moesten ze elkaar steunen, en niet tegenwerken binnen dezelfde partij.284 Dat was natuurlijk een vreemde reden. Enkele jaren voordien was de discrepantie er namelijk niet gekomen omwille van onenigheid over de religieuze beleving, maar wel omwille van de mate van toenadering naar de kleine man. Daarnaast was ook de toegenegenheid aan de paus een reden van tweespalt, maar dat had geen of nauwelijks betrekking op het al dan niet christen zijn. Bovendien verklaarde de krant enkele maanden voordien, toen de verkiezingen nog veraf waren, net het tegenovergestelde.285 Toen stelde de krant nog dat een ware katholiek de paus altijd erkent als leidende figuur binnen de katholieke kerk. De krant poneerde dat de christendemocraten dat niet altijd op de correcte manier deden, waardoor zij niet ten volle het katholicisme beleefden. Ook dat toonde aan dat de krant eigenlijk geen verzoening wilde tussen beide strekkingen.
281 ‘A l’Oeuvre’, L’Echo de Courtrai, 16-03-1902.
282 ‘Le Karteel’, L’Echo de Courtrai, 06-05-1906.
283 Ibidem.
284 ‘A m??diter’, L’Echo de Courtrai, 20-05-1906.
285 ‘L’Eglise; le Pape; les Pers??cuteurs’, L’Echo de Courtrai, 11-03-1906.
64
De pogingen van de krant om gematigde en progressieve kiezers op de conservatieve katholieken te laten stemmen waren maar weinig succesvol. De aanpak voor 1906 was veel te doorzichtig, en gaf ook een wantrouwig karakter aan de krant. Na 1906 raakte dat vertrouwen weer opgekrikt, maar ondanks veel subtielere pogingen om stemmen te ronselen bleef het resultaat uit. Eigenlijk was dat ook niet te verwonderen. De kiezers lazen dan wel meer kranten ten tijde van verkiezingen, hun bedoeling was niet zich te laten overhalen om op een meer conservatieve katholiek te stemmen. Hun doel was niet de conservatieve en de christendemocratische ideologie met elkaar te vergelijken, dan wel de visie van beiden te vergelijken. L’Echo de Courtrai was dan ook de enige krant die een dergelijke poging tot stemmen ronselen ondernam in Kortrijk. Desondanks slaagde ze niet in haar opzet. Maar dat was niet de enige reden waarom dit een merkwaardig fenomeen is. De vraag ‘waarom’? is ook belangrijk. Want wat was het voordeel van de krant om de conservatieve figuren binnen de Katholieke Partij meer stemmen te laten krijgen? De krant verdedigde dan wel de conservatie kant van de Katholieke Partij, ze ging er niet van uit. De krant had geen baat bij meer stemmen voor de conservatieve strekking, dus is het vreemd dat zij toch poogde dit te bereiken. Het antwoord daarop is onbekend.
Hoe dan ook was L’Echo de Courtrai de meest conservatief-katholieke en minst flexibele krant van Kortrijk van 1893-1914. Er is nauwelijks een evolutie merkbaar vanaf het begin van haar ontstaan tot het einde van haar bestaan, in 1914.
2.2. Le Journal de Courtrai
De tweede katholieke krant van Kortrijk die paste binnen de meer conservatieve traditie is Le Journal de Courtrai. De krant verscheen vanaf 1874 tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, in 1914, een maal per week. Daarvoor verscheen ze drie maal per week. Die periode liep van 1863 tot 1874. De krant was een voortzetting van L’Union de Courtrai et de L’Arrondissement, die bestond van 1834 tot 1863 en voornamelijk een reclameblad was. Betreffende de feitelijke evolutie van de krant valt op dat die redelijk gelijk liep met de evolutie van L’Echo de Courtrai. Betreffende de inhoudelijke evolutie is er echter wel een verschil merkbaar. Waar L’Echo de Courtrai onbewogen bleef bij de maatschappelijke veranderingen die zich voordeden op politiek en sociaal vlak op het einde van de negentiende en aan het begin van de twintigste eeuw, was er bij Le Journal de Courtrai wel degelijk een verandering merkbaar. Het weekblad bleef er zeker en vast een van de conservatieve strekking, toch sloeg zij, deels, een brug tussen arbeidersklasse en burgerij. Die betrekking van de arbeidersklasse op het inhoudelijk vlak van de krant toonde aan dat de krant een toenadering zocht naar een andere lezer dan waaraan de krant initieel vasthield. Dat proces van toenadering gold vooral vanaf de eerste jaren van de twintigste eeuw.286 Daarnaast verschilde Le Journal de Courtrai op inhoudelijk vlak ook van L’Echo de Courtrai omwille van het feit dat Le Journal de Courtrai, meer dan L’Echo de Courtrai een beeld wilde schetsen van het leven in de stad Kortrijk.
Reeds op het einde van de negentiende eeuw waren politieke een maatschappelijke veranderingen merkbaar in Belgi?? en Le Journal de Courtrai hield hier van meet af aan rekening mee. In de volledige periode van 1900 tot 1914 was er dus ook, enigszins beperkt, enige ruimte voor de arbeidersklasse in het weekblad. Ook in L’Echo de Courtrai was dat een gangbaar proces, maar wel op die manier dat L’Echo de Courtrai op een onoprechte manier de progressieven en de
286’Nos ??lections’, Le Journal de Courtrai, 13-04-1902.
65
arbeidersklasse vermeldde. Le Journal de Courtrai vermeldde de christendemocraten wel op een eerlijke manier, maar dusdanig dat zij niet altijd positief onder de conservatieve zon kwamen. De eerlijkheid zat hem in het feit dat de krant wel aandacht had voor de veranderingen, maar het conservatieve schuilde in de kritiek die de krant soms had op de politico-sociologische veranderingen. Zo plaatste Le Journal de Courtrai de christendemocratische strekking van de Katholieke Partij vaak in een negatief daglicht. Bij de verkiezingen van 1900 al verweet het weekblad (een deel van) de progressieve katholieken een gebrek aan katholicisme.287 De krant waarschuwde het Kortrijks electoraat om op de ware katholieken te stemmen, en niet op diegene die zich aansloten bij de Katholieke Partij omdat ze op die manier meest kans hadden om verkozen te worden, terwijl ze in werkelijkheid andere doeleinden voor ogen hadden. De conservatieve katholieken waren in de ogen van Le Journal de Courtrai de ware katholieken.
Toch is het belangrijk te vermelden dat Le Journal de Courtrai ook enig progressief karakter in haar rangen had. Zo hamerde de krant wel degelijk op een meer socialistisch standpunt dat uitging van de katholieken. Waar L’Echo de Courtrai hiaten liet in het uitdrukken van progressieve standpunten, vermeldde Le Journal de Courtrai wel degelijk zaken in verband met pensioenhervormingen, een zaak die de opkomende arbeidersklasse absoluut aanbelangde.288 Het was in dergelijke zaken dat het meer progressieve karakter van het weekblad schuilde. Niet alles jegens de progressieven binnen de Katholieke Partij was namelijk negatief. Maar hoeveel of hoe weinig belang de krant hechtte aan dergelijke progressieve standpunten, toch bleef ze voet bij stuk houden om haar lezers ervan te overtuigen op de conservatieve mannen van de Katholieke Partij te stemmen. Reeds een week voor de verkiezingen publiceerde de krant artikelen inzake hoe te stemmen op de Katholieke Partij. Daar was op zich niets bijzonders aan, maar wel het feit dat benadrukt wordt enkel een hoofdvakstem uit te brengen. ‘Attention Donc! On ne peut plus donner qu’un seul coup de crayon.’289 Dat is logisch vanuit een conservatief standpunt, want op de lijst die uitgaat van de Katholieke Partij staan de meer conservatieven nog steeds bovenaan. Het uitbrengen van voorkeursstemmen zou de zogenaamde logische volgorde kunnen doorbreken, waardoor een progressief lid de plaats inneemt die door de partij voor een conservatief lid was bestemd.290
Het is duidelijk dat de krant aan het begin van de negentiende eeuw nog steeds wat balanceerde tussen een volledig conservatieve en een minder conservatieve visie. Aan de ene kant zocht Le Journal de Courtrai duidelijk toenadering tot de progressieven en de christendemocraten in sommige artikelen, maar dat bleef heel beperkt. Wanneer ze dat deed, lag de focus vooral op pensioen. Aan de andere kant distantieerde ze zich soms heel duidelijk van de christendemocraten binnen de Katholieke Partij. Zo scheerde ze voor de verkiezingen van 1900 de liberalen, socialisten, Christene Volkspartij en christendemocraten over dezelfde kam.291 De christendemocraten waren volgens het weekblad niet katholiek genoeg. Op die manier stelde de krant de conservatieven en de christendemocraten daadwerkelijk lijnrecht tegenover elkaar, als ware het geen strekkingen binnen eenzelfde partij. Eind negentiende eeuw was de krant dus duidelijk nog een conservatieve krant, die vooral hamerde op het strikte katholicisme binnen de Katholieke Partij. Toch was reeds dan al enige
287 ‘Pour la maison de dieu’, Le Journal de Courtrai, 22-04-1900.
288 ‘La pension des vieux’, Le Journal de Courtrai, 13-05-1900.
289 ‘L’Instruction Publique’, Le Journal de Courtrai, 20-05-1900.
290 FIERS, De Spelregels van de Democratie, 182.
291 ‘Les Catholiques veulent la paix religieuse et sociale’, Le Journal de Courtrai, 27-05-1900.
66
toenadering naar de minder conservatieve kant binnen de Katholieke Partij merkbaar, een evolutie die in de jaren daarna alleen maar zou versterkt worden.
Het was ook vooral daarom dat Le Journal de Courtrai als een progressievere krant dan L’Echo de Courtrai kon worden gezien. De evolutie lag in het feit dat het weekblad de discrepantie tussen conservatieven en christendemocraten wist te verbergen. Dat getuigde ook van het feit dat Le Journal de Courtrai zich meer dan L’Echo de Courtrai vergewiste van de veranderingen die gaande waren binnen de Katholieke Partij. Aan het begin van de twintigste eeuw merkten de conservatieven binnen de partij namelijk dat het overwicht aan christendemocraten steeds groter werd. Dat valt vooral te verklaren doordat het de jongere, opkomende generatie politici was die vatbaar was voor de jonge ideologie. De hele Katholieke Partij voerde daarom een interne democratisering door (cf. supra). Die veranderingen binnen de partij kenden ook hun weerslag op de inhoud van Le Journal de Courtrai. De krant maakte zelf minder onderscheid tussen christendemocraten en conservatieven, en besefte ook dat de Katholieke Partij in een meer christendemocratische richting werd gestuwd. Dat impliceerde twee belangrijke zaken. Ten eerste stelde de krant katholicisme nog steeds voorop, maar gaat ze de progressieve, christendemocratische ideologie niet meer veroordelen, een logisch gevolg van de geslagen brug binnen de partij, hoewel L’Echo de Courtrai daar niet aan toegaf.292 Ten tweede, en dat is een gevolg van het voorgaande, impliceerde dat ook dat Le Journal de Courtrai de christendemocratische strekking binnen de Katholieke Partij niet langer als een tegenstander dan wel als een medestander van de conservatieven zag.293 Dat was een belangrijk gegeven, aangezien een medium als de krant begin twintigste eeuw een grote invloed had op het electoraat. Waar de krant verdeeldheid zaaide in haar publicaties, zaaide zij ook verdeeldheid bij haar lezers. Op die manier werd de tegenstelling tussen conservatieven en christendemocraten vaak versterkt.
Le Journal de Courtrai was de tweede conservatieve krant in Kortrijk in de periode 1893-1914. Toch verschilde ze van L’Echo de Courtrai, omwille van haar meer progressieve karakter. Dat verschil in progressiviteit schuilde in twee belangrijke zaken. Ten eerste had Le Journal de Courtrai wel degelijk oog voor de veranderingen in de maatschappij en de politiek, vooral omdat ze, meer dan L’Echo de Courtrai, een beeld wilde schetsen van het Kortrijks stadsleven. De krant stond dus niet onbeweeglijk tegenover de maatschappij, een belangrijk gegeven voor de hedendaagse kranten. Ten tweede was ze progressief in haar houding tegenover de christendemocraten, wat deels een gevolg was van haar eerste kenmerk, deels van haar besef dat de Katholieke Partij wel degelijk een democratiseringsproces doorvoerde in het vooroorlogse Belgi?? en dus, niet in het minst, ook in Kortrijk. Ook deze krant verdween voorgoed uit het Kortrijks stadsbeeld na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.
2.3. De Gazette van Kortrijk
Een krant die noch bij de conservatieve strekking, noch bij het progressieve katholicisme hoorde was de Gazette Van Kortrijk. Dat kwam omdat ze voor een deel een Nederlands equivalent was van Le Journal de Courtrai, maar tegelijk ook opvallend meer progressieve standpunten innam dan Le Journal de Courtrai. De Gazette van Kortrijk die zichzelf ook profileerde als Vlaamsch Katholijk Weekblad verscheen wekelijks in het grote decennium van 1876 tot 1887. Vanaf 1888 daarentegen verscheen ze twee maal per week tot de krant ophield te bestaan in 1914. Eigenlijk was de stelling
292 ‘Un Peu de Bon Sens’, Le Journal de Courtrai, 14-06-1908.
293 ‘Honneur aux Catholiques’, Le Journal de Courtrai, 21-06-1908.
67
dat de krant noch bij de conservatieve, noch bij de progressieve categorie kon ondergebracht worden enigszins incorrect. Juister zou zijn om te stellen dat ze in beide categorie??n thuishoorde. De krant kon worden onderverdeeld bij de conservatieve kranten, in die zin dat de focus nog heel sterk op religie lag. Poneren dat het blad immens katholiek was, en zelfs vaak ultramontaanse sympathie??n liet doorschijnen, was zeker niet overdreven.294 Toch moest dat conservatieve karakter ook genuanceerd kunnen worden, omwille van het feit dat de krant zeker ook progressief was in bepaalde opzichten, vooral in vergelijking met L’Echo de Courtrai en Le Journal de Courtrai. De krant was relatief progressief in twee opzichten. Ten eerste veroordeelde De Gazette van Kortrijk de opkomende beweging van christendemocratie niet. Ze aanvaardde de christendemocratische strekking binnen de Katholieke Partij, maar aanvaardde evenzeer de Christene Volkspartij wat betreft politieke idee??n. Ze verweet de Christene Volkspartij wel een gebrek aan moraliteit en katholieke religiositeit, waardoor ze weigerde een brug te slaan naar de Christene Volkspartij toe. Ten tweede nam De Gazette van Kortrijk het gros van het programma van de Katholieke Partij en de beslissingen die uitgingen van de Katholieke Partij op in haar krant. Dat wees erop dat De Gazette van Kortrijk de volledige Katholieke Partij als ‘?n partij zag. Anders dan de kranten die hierboven reeds werden besproken, had zij geen sympathie??n voor het conservatieve kamp van de Katholieke Partij. Anders dan de kranten die hieronder beschreven staan, had de krant geen sympathie??n voor het progressieve kamp. De krant beschouwde de twee stromingen als evenwaardig binnen dezelfde partij. Ook dat was een relatief progressieve visie.
De Gazette van Kortrijk publiceerde vlak voor de verkiezingen van 27 mei 1900 verschillende redenen waarom niemand voor de democraten, in die zin dat het over de Christene Volkspartij ging, zijn stem moest uitbrengen. Volgend citaat komt uit dat artikel.
‘Ik zal voor de democraten niet stemmen omdat, iedere stem aan hen gegeven eene stem is die onttrokken wordt aan de katholieken en dus de liberalen een stap nader de zegepraal brengt, Ik zal voor de democraten niet stemmen, omdat ik daardoor de eenige katholieke lijste zou verzwakken, die kanse heeft de liberalen te overwinnen.’295
Een dergelijk citaat toonde aan dat de Gazette van Kortrijk de christendemocraten geen kwaad hart toe droeg, immers, de redenen om niet op de Christene Volkspartij te stemmen waren vooral ten voordele van de Katholieke Partij. Zij was namelijk de enige partij die de liberalen kon verslaan in de verkiezingen. De reden om niet op de Christene Volkspartij te stemmen is dus niet omwille van hun ideologie, dan wel om een stem uit te brengen op de Katholieke partij. Dat toonde zeker aan dat de Gazette van Kortrijk wel degelijk voor een stuk progressief was. Toch bevatte het citaat ook enige nuance, wat bleek uit het vervolg ervan.
‘Ik zal voor de democraten niet stemmen, omdat zij weigeren gehoor te geven aan die vermaningen van den Paus van Rome en alzoo de schuld kunnen worden van de vernietiging onzer katholieke meerderheid, van den val van het katholiek gouvernement en de aankomst van een ongodsdienstig ministerie, hetgeen rechtstreeks tegenstrijdig is met de belangen van godsdienst en vaderland.’
294 http://www.odis.be
295 ‘Ik zal voor de democraten niet stemmen’, Gazette van Kortrijk, 27-05-1900.
68
Het vervolg van het artikel toonde dus duidelijk dat het niet enkel en alleen om stemmen voor de Katholieke Partij te doen was. De Gazette van Kortrijk ging niet akkoord aan met de ideologie van de Christene Volkspartij. De afkeer lag hem echter niet zozeer in de politieke vooruitgang, met name de christendemocratie, van de partij, dan wel in de door de krant geponeerde goddeloosheid van de partij. Dat toonde opnieuw zowel de conservatieve als de progressieve zijde van het blad. Het conservatieve had vooral betrekking op het feit dat enkel de pure katholieken de stem verdienden, daartegenover stond het meer progressieve idee dat de christendemocratie helemaal geen achteruitgang vormde voor hat politieke kleurenpallet aan het begin van de twintigste eeuw.
De Gazette van Kortrijk had dus duidelijk christendemocratische sympathie??n, wat haar enigszins progressief maakte. Anderzijds hield de krant sterk vast aan het belang van het katholicisme.296 Dat maakte haar meteen ook weer een stuk conservatiever. Het blad balanceerde dus werkelijk tussen conservatisme en progressivisme wat de evoluties binnen de Katholieke Partij betrof. Dat ze balanceerde tussen beide stromingen, en op die manier de Katholieke Partij als ‘?n samenhangende partij etaleerde, zorgde er waarschijnlijk mede voor dat ze als de Nederlandstalige spreekbuis van de Katholieke Partij werd gezien. Daartegenover stond het feit dat de krant, en dat kan fundamenteel contradictorisch lijken, ook als het Nederlandstalige equivalent van Le Journal de Courtrai werd gezien. Toch was het nodig een dergelijke kijk op de zaken in zekere mate te nuanceren. Sommige artikels uit De Gazette van Kortrijk stemden inderdaad heel vaak overeen met diezelfde artikels uit Le Journal de Courtrai. Twee opmerkingen zijn hierbij echter noodzakelijk. Ten eerste moet het gezegd dat de overeenstemmende artikelen vooral gaan over feitelijke zaken. Artikelen over politiek ontsprongen hier vaak de dans. Dat kwam doordat beide kranten vooral poogden om het maatschappijleven in beeld te brengen. In dergelijke artikelen was er inderdaad een grote overeenkomst merkbaar. Daarnaast is het inderdaad soms zo dat de artikelen die wel over politiek gaan, overeenstemmen met artikelen uit Le Journal de Courtrai. Toch voegde De Gazette van Kortrijk vaak artikelen toe aan haar krant, om het evenwicht tussen de conservatieve stroming en de christendemocratische stroming enigszins te handhaven. Zo schreef de krant op 24 mei 1900 in het artikel ‘Inlichtingen voor den Kiezer’ dat de kiezers een hoofdvakstem moeten uitbrengen, om de logische volgorde van de Katholieke Partij niet te doorbreken.297 Toch schreef de krant in de artikelen ‘Oude Werklieden’ en ‘De Werklieden’ dat de werklieden veel hadden te danken aan (enkele mannen binnen) de Katholieke Partij.298 Daarom zou het niet meer dan normaal zijn dat enkele mannen van de christendemocratische stroming binnen de Katholieke Partij ook verkozen werden.
Dergelijke zaken toonden dus heel duidelijk aan dat de Gazette van Kortrijk zowel progressief als conservatief was. Maar ook daarbij hoorde een nuance. Het was namelijk zo dat de Gazette van Kortrijk een lichte metamorfose onderging in de periode 1900-1914. Ze koppelde zich grotendeels los van Le Journal de Courtrai, wat een direct en een indirect gevolg had. De onafhankelijkere positie van De Gazette van Kortrijk impliceerde dat de krant naar de jaren 1914 toe veel minder artikelen van Le Journal de Courtrai overnam, en op die manier veel minder artikelen publiceerde met betrekking tot de conservatieve stroming binnen de Katholieke Partij. Dat bracht op zijn beurt met zich dat de krant geen tegengewicht meer moest bieden voor conservatief geladen artikelen, en dus ook geen artikelen met betrekking tot de christendemocraten moest publiceren. Dat impliceerde, en dat is het
296 ‘Slecht stemmen’, Gazette van Kortrijk, 10-05-1900.
297 ‘Inlichtingen voor den kiezer’, Gazette van Kortrijk, 24-05-1900.
298 ‘Oude werklieden’, Gazette van Kortrijk, 24-05-1900. en ‘De werklieden’, Gazette van Kortrijk, 24-05-1900.
69
onrechtstreekse gevolg, dat de krant naar het jaar 1914 toe nagenoeg altijd publiceerde over de Katholieke Partij in plaats van over ‘?n of beide onderliggende stromingen. Dat impliceerde dan weer op zijn beurt dat de krant nu ook definitief een standpunt kon innemen over de Katholieke Partij. Dat standpunt werd bepaald door de gangbare ontwikkelingen binnen de partij aan het begin van de twintigste eeuw. Met name het democratiseringsproces binnen de Katholieke Partij zorgde ervoor dat De Gazette van Kortrijk een meer christendemocratisch en dus progressief standpunt innam.299 In de bestudeerde periode evolueerde de krant dus naar een meer progressief blad. Toch was zij het grootse deel van de periode van 1900 tot 1914 een evenwichtspunt tussen de conservatieve en de progressieve stroming binnen de Katholieke Partij. Wel was het zo dat strikt katholicisme een belangrijk punt bleef voor de krant, wat haar progressiviteit inzake politiek afremde.300
De Gazette van Kortrijk was rond de eeuwwisseling dus een krant die een evenwicht zocht tussen de conservatieve en de progressieve kant van de Katholieke Partij, voor een groot stuk omwille van het feit dat vele artikelen afkomstig waren uit Le Journal de Courtrai. Het progressieve zat hem in het feit dat de krant de hele Katholieke Partij als ‘?n partij aan de buitenwereld wilde tonen. Het conservatieve was de sterke focus op het katholicisme. Naarmate de Eerste Wereldoorlog dichterbij kwam, is een zekere evolutie van de krant merkbaar. Gaandeweg ging ze een meer christendemocratisch standpunt innemen, vooral omdat dat ook het standpunt was dat de volledige Katholieke Partij ging innemen. In die zin evolueerde ze mee met de politieke veranderingen binnen de partij, en was ze progressief. Toch bleef de sterke focus op het katholicisme een sterk conservatief punt, waardoor bezwarend kon gezegd worden dat De Gazette van Kortrijk bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog een progressieve krant was.
2.4. De Gulden Spore
Naast L’Echo de Courtrai, Le Journal de Courtrai en de Gazette van Kortrijk werden er in Kortrijk in de vooroorlogse periode nog twee andere kranten uitgegeven die duidelijk van het katholieke gedachtegoed uitgingen. Die twee gingen echter van een veel progressievere kijk uit. De meest gematigd progressieve krant was De Gulden Spore. De Waarheid daarentegen onderscheidde zich werkelijk als de meest progressieve katholieke krant in Kortrijk tussen 1896 en 1914. Het is niet toevallig dat dit net twee Nederlandstalige kranten zijn. Het progressieve in beide kranten zat hem in het feit dat ze beide een veel mindere nadruk legden op het katholicisme zelf dan de twee Franstalige kranten. Dat impliceerde echter niet dat religie en religiositeit geen aandacht kregen in De Gulden Spore en De Waarheid. De mate waarin katholieke zaken een rol speelden hadden echter veel minder invloed op het positieve of negatieve beeld van die zaken. Wat wel sterk verschilde met de meer conservatieve kranten is de socialistische inslag in beide kranten. Socialistische standpunten werden opvallend vaak vermeld in de progressieve kranten. De kranten gingen dan ook uit van de meer christendemocratische strekking binnen de Katholieke Partij. Die christendemocratische visie en het feit dat de kranten in het Nederlands publiceerden, hing nauw samen met de latere ontstaansdata van de beide kranten (cf. infra).
299 ‘De kiezing’, Gazette van Kortrijk, 12-05-1910.
300 ‘Niet tegen den godsdienst’, Gazette van Kortrijk, 15-05-1910.
70
De meest gematigde progressieve krant is De Gulden Spore. De krant verscheen wekelijks van 1896 tot 1914.301 Het weekblad ging uit van twee belangrijke perspectieven. Enerzijds was ze duidelijk katholiek, maar dan wel meer christendemocratisch getint, anderzijds kende de krant ook een sterk Vlaams karakter. De krant droeg als ondertitel dan ook Katholijk Weekblad van Kortrijk. Ze focuste vooral op levensbeschouwelijke zaken, vanuit een katholiek, christendemocratisch perspectief. Daarbij lag de nadruk vaak op politieke gebeurtenissen. Het katholieke uitgangspunt van het weekblad had echter een andere betekenis voor de inhoud van de publicaties van De Gulden Spore dan voor de meer conservatieve kranten. Het katholieke geloof kreeg wel een plaats binnen het weekblad, maar was geen visie. Katholicisme was in De Gulden Spore geen, of toch veel minder, manier of uitgangspunt om bepaalde, al dan niet politieke zaken, te benaderen en bijgevolg te beoordelen. In de kranten die hierboven reeds besproken zijn, was dat wel het geval. Katholicisme speelde in De Gulden Spore wel nog een belangrijke rol in die zin dat enkel katholieke mannen het waard waren te verkiezen. Katholicisme was dus geen manier van oordelen in de politiek, maar zeker wel een vereiste om aan politiek te doen voor De Gulden Spore. Dat is meteen ook het meest conservatieve element van het Kortrijks weekblad.
Reeds van bij de oprichting was het duidelijk dat De Gulden Spore een sterk christendemocratisch standpunt innam. Dat wilde echter absoluut niet zeggen dat het strikte katholicisme achterwege werd gelaten in de krant. Het christendemocratische standpunt zat vooral verscholen in de politieke ideologie van de krant. De katholieke inslag daarentegen had vooral betrekking op de maatschappijvisie en het levensbeschouwelijke aspect van de krant. Toch kende dat ook zijn effect op de inhoud van de politiek getinte artikelen. Door haar christendemocratische visie hechtte de Gulden Spore veel belang aan de arbeidersklasse.302 Het is echter wel zo dat de krant absoluut niets moest weten van de Christene Volkspartij. De Gulden Spore wilde haar lezers overtuigen niet voor de Christene Volkspartij te stemmen omwille van het feit dat de partij te goddeloos was.303 De krant was dus enkel volledig voorstander van de christendemocratische strekking binnen de Katholieke Partij. Toch ging ze zelden de conservatieve strekking binnen de Katholieke Partij bekritiseren. Dat komt vooral door het feit dat de conservatieve strekking zich nog uiterst katholiek toont. Het feit of politici al dan niet katholiek waren, woog dus onwaarschijnlijk zwaar door voor de krant om ze al dan niet te veroordelen. Zo draagt de Christene Volkspartij wel de naam ‘christen’, maar volgens de Gulden Spore is de krant die naam niet waardig.304 Dat was voornamelijk aan twee zaken te wijten. Ten eerste stemde de Christene Volkspartij niet altijd mee met de Katholieke partij. Dat was iets wat de krant moeilijk kon begrijpen, want de Katholieke Partij was de meest katholieke partij van het land. Als de Christene Volkspartij zichzelf waarlijk ‘christen’ wilde noemen, dan moesten ze op zijn minst medestander zijn van de katholiekste partij. Ten tweede waren leden van de Christene Volkspartij, zoals bijvoorbeeld Daens, uit hun priesterambt ontzegt, omdat zij weigerden hun bisschop te dienen zoals die het wenste.305 Dat wees er dus wel degelijk op dat het katholicisme nog belangrijk was voor de Gulden Spore, getuige daarvan ook hun amusante leesrubriek ‘Gelooven!’.306 Het was een rubriek die een verhaal vertelde waarin de Bijbel het centrale element was.
301 http://www.odis.be
302 ‘M. Vandevenne, vriend van den werkman’, De Gulden Spore, 30-06-1901.
303 ‘Kiezers’, De Gulden Spore, 18-05-1902.
304 ”t Is gedaan!’, De Gulden Spore, 27-04-1902.
305 ‘Knippel uit den zak’, De Gulden Spore, 11-05-1902.
306 ‘Gelooven!’, De Gulden Spore, 27-04-1902.
71
Dat was de conservatieve kant van het weekblad. Toch was de krant een, weliswaar gematigd, progressief blad. Politiek en godsdienst waren voor de krant, net zoals voor de paus, dan wel onafscheidbaar, toch moest dat genuanceerd worden.307 Het katholicisme was volgens de krant dan wel een belangrijk element om op de enige correcte manier aan politiek te doen, toch stelde de krant zich daarnaast ook veel nuchterder op ten opzichte van politiek. Daarin verschilde de conservatieve kant van de krant met de conservatieve kranten. De Gulden Spore betrekt katholicisme wel bij politiek, toch zijn er veel en belangrijkere argumenten die de krant aanhaalde. De krant focuste zich hierbij vooral op de arbeidersklasse, wat op zich al veel progressiever was dan wat de voorgaande kranten deden. Ze probeerde de arbeidersklasse ervan te overtuigen dat enkel de Katholieke Partij de partij was die hun positie kon verbeteren. Zo focuste zij vooral op de jonge partijleden van de Katholieke Partij, die het wel degelijk voor het werkvolk opnamen.308 Dat toonde aan dat, wat betreft politieke standpunten, De Gulden Spore meer aanleunde bij de christendemocratische strekking dan bij de conservatieve strekking binnen de Katholieke partij. Ze probeerde de kiezers uit de arbeidersklasse ook te onttrekken aan de andere partijen, iets wat de meer conservatieve kranten niet deden, aangezien de stem van de arbeider in hun ogen minder waard was. Dat was ook omwille van het meervoudig mannenstemrecht in principe wel zo. Op de socialisten moest volgens het weekblad niet worden gestemd, omwille van het feit dat die op een revolutie uit waren, en zodoende op een verbetering van de eigen positie.309 Op de liberalen moest niet worden gestemd omwille van het feit dat zij enkel ‘beliegen en bedriegen’. Want de vraag, uitgaande van De Gulden Spore, aan het arbeiderselectoraat was wat de liberalen ooit al voor hen hadden gedaan. Het antwoord op de vraag geven ze kort daarna zelf en was, natuurlijk, negatief. De enige partij die iets deed voor de arbeiders, was de Katholieke partij.310
Gaandeweg het bestaan van de krant veranderde er niet veel betreffende de toon in De Gulden Spore. De gedachten die paus Leo XIII meedeelde in zijn encycliek Rerum Novarum betreffende het feit dat de katholieken moesten opkomen voor de arbeiders, bleven de grondslag voor de christendemocratie dat De Gulden Spore publiceerde.311 Dat was reeds zo bij het ontstaan van de krant, in 1896, en zou zo blijven tot 1914. Ook tegenover de socialistische standpunten, in het bijzonder die die ook de Katholieke Partij hoog in het vaandel droeg, bleef de houding van het weekblad ongewijzigd. Het pleet daarbij duidelijk voor de arbeidersklasse.312 In die zin bleef De Gulden Spore gedurende haar volledige, relatief korte, bestaan een progressief weekblad. Tegelijk blijft ze ook in haar opvattingen over het belang van het katholicisme en haar idee betreffende het samengaan van kerk en staat ook conservatief. De krant weigerde toe te geven aan de politieke capaciteiten van mannen die hun geloof op de achtergrond plaatsten ten nadele van hun politieke ideologie.313
De Gulden Spore was dus vooral een progressieve krant omwille van twee belangrijke zaken. Ten eerste was de krant onbetwistbaar een aanhanger van de christendemocratie in Belgi??. Ten tweede, en dat was enigszins een gevolg van het eerste, sloeg de krant daadwerkelijk de brug naar de
307 ‘Wat Leo XIII ons voorhoudt’, De Gulden Spore, 11-05-1902.
308 ‘Aan ‘t werk, Katholieken’, De Gulden Spore, 8-06-1902.
309 ‘Overweegt en handelt’, De Gulden Spore, 04-05-1902.
310 ‘De Liberale Partij en ‘t werkvolk’, De Gulden Spore, 25-05-1902.
311 ‘Syndicaten of vakvereenigingen’, De Gulden Spore, 25-05-1907.
312 ‘Pensioen’, De Gulden Spore, 07-09-1907.
313 ‘De aanstaande gemeentekiezingen’, De Gulden Spore, 12-10-1907.
72
arbeidersklasse. Op zich is dat niet zo heel erg progressief, maar wel vanuit de context waarin strikt katholicisme en opkomende arbeidersklasse voordien nog nooit echt met elkaar verbonden waren, zeker niet vanuit de katholieke pers. Dat katholicisme was wel een conservatief punt, aangezien het nog zo een grote rol speelde voor de krant. De Gulden Spore verschilde met L’Echo de Courtrai en Le Journal de Courtrai in die zin dat het katholicisme niet werd gebruikt om vele politieke idee??n goed of af te keuren. Wel was het zo dat De Gulden Spore een sterke beleving van het katholieke geloof vereiste voor ze een kandidaat-politicus als waardig beschouwde. Dat impliceerde op zijn beurt dat het nagenoeg enkel de Katholieke Partij was die een goede indruk kon nalaten op het weekblad, en bijgevolg als enige partij als de juiste werd aanzien.
2.5. De Waarheid
De duidelijkst progressieve krant daarentegen was De Waarheid. De Waarheid was een Vlaams, katholiek, sociaal en ‘onpartijdig’ regionaal weekblad van de familie Nys uit Kortrijk dat verscheen van 1893 tot 1914 en van 1919 tot 1941. Het blad richtte zich vooral tot arbeiders, boeren en kleine middenstanders. Weduwe Nys en haar zonen Camiel en Constant waren stichters, drukkers, uitgevers en redacteurs. Voor WO I ijverde De Waarheid voor evenredige vertegenwoordiging en Vlaamse gelijkberechtiging en verzette zich tegen de zware militaire lasten en de overname van Congo door Belgi??.314 In een oogopslag wordt het progressieve karakter, en zelfs in enige zin de afkeer van de monarchie, dus meteen duidelijk. De Waarheid was een krant die perfect kon geplaatst worden binnen de christelijke arbeidersbeweging enerzijds en het Vlaams-nationalisme anderzijds.315 Omdat deze studie zich voornamelijk toelegt op het politieke aspect van de schrijvende pers aan het begin van de twintigste eeuw zal er in eerste instantie gefocust worden op de zaken die bijdroegen tot dat beeld van de christelijke arbeidersbeweging. Er zal in mindere mate aandacht uitgaan naar het Vlaams-nationalisme waar de krant ook voor staat. Toch zal ook dat aspect, zij het enigszins beperkt, aan bod komen omdat het een onmisbaar element is bij het schetsen van een globaal beeld van de krant, en al zeker inzake politieke visie.
De Waarheid schonk zichzelf de ondertitel Onpartijdig Weekblad in 1899 en behield die ondertitel tot 1940. Doorheen de hele periode van 1893 tot 1914 legde het blad zelf expliciet en met zekere regelmaat doorheen haar publicaties de nadruk op die onpartijdigheid. Ook voor 1900 en na 1914 bleef de krant veel belang hechten aan de beoogde onpartijdigheid. Zelf weet het weekblad haar volledige ontstaan en bestaan alsook haar legitimiteit aan die onpartijdigheid, die zij, naar eigen perspectief, als enige van de Kortrijks kranten aan haar lezers kon aanbieden.
‘Het bestaan van de Waarheid hangt af: 1?? van hare onafhankelijkheid; 2?? van hare onpartijdigheid. Zoodra deze twee hoedanigheden komen te ontbreken, mag het blad op den zelfden voet als de Gazette van Kortrijk of De Stad Kortrijk geschoven worden, en om dergelijke politiek voor te staan, zijn die twee organen al meer dan genoeg.’316
Ook wat betreft de zuiver politieke artikelen trad de poging om volledig onpartijdig te zijn sterk op de voorgrond. Waar alle andere kranten die in deze paper aan bod komen bij nakende verkiezingen enkel reclame maakten voor de Katholieke Partij, maakte De Waarheid voor alle
314 http://www.odis.be
315 Ibidem.
316 ‘Ons levensdoel’, De Waarheid, 15-12-1901.
73
partijen die in Kortrijk opkomen evenveel reclame. Dat resulteerde bijgevolg in een artikel waar voor geen enkele partij expliciet reclame werd gemaakt. De Waarheid beeldde in haar krant de vier kiezerslijsten af, zodanig dat de lezer een goed beeld kreeg van wie voor welke partij opkwam en welke plaats die persoon had op de lijst.317 De andere katholieke kranten daarentegen beeldden enkel de volledige lijst van de Katholieke Partij af. De andere partijlijsten gaven ze scheldnamen, zoals bijvoorbeeld ‘de lijste van de geuzen’. Ondanks deze overtuiging een onpartijdig weekblad uit te geven, was toch een duidelijk standpunt waarneembaar. Dat standpunt had, zoals hierboven reeds kort werd aangehaald, een katholiek en Vlaams-nationalistisch uitgangspunt. Wanneer De Waarheid publiceerde over de verkiezingen van 1902, eiste zij van haar lezers dat zij enkel voor mannen zouden stemmen die de Vlaamse taal beheersten en die taal ook spraken op de politieke b??hne. Frans was aan het begin van de twintigste eeuw nog steeds de meest gangbare taal in Belgi?? in de hoogste politieke organen. Toch was in diezelfde periode ook een vernederlandsing op te merken, een verschijnsel dat De Waarheid ten volle ondersteunde en zelfs promootte.
‘Eischt vooral van alle kandidaten, dat zij Vlaamsch spreken in de Kamer, en stemt alleenlijk voor hen, welke dien plicht zullen naleven. In Vlaanderen Vlaamsch!’318
Het Vlaams-nationalisme was dus sterk verweven in de krant, alsook het katholicisme. Zo vermeldde de krant altijd op de bovenkant van haar voorpagina, als ware het een imperatief, het woord ‘Godsdienst’.319 Daarnaast bleek uit de artikels vaak dat de religie wel degelijk een rol speelde voor De Waarheid, hoewel dat op een meer impliciete manier naar voren kwam. Zo werd in 1902 de zeshonderdste verjaardag van de Guldensporenslag gevierd, een evenement dat voor de Vlaamsgezinde krant absoluut niet onbesproken kon blijven. De Waarheid zag de overwinning van de Klauwaards op de Leliaards als een overwinning van het hele Vlaamse volk. Toch vierden de liberalen deze Vlaamse overwinning afzonderlijk, iets wat volgens De Waarheid uit den boze was, omwille van het feit dat dat tweedracht zaaide onder de Vlamingen. De afzondering van de liberalen omtrent de viering weet De Waarheid niet aan ideologische noch aan politieke redenen, maar wel aan godsdienstige redenen. Het weekblad stelde dat de liberalen de viering afzonderlijk vierden omdat zij zich in religie niet verbonden voelden met de andere politieke partijen.320 De krant vermeldde op die manier niet expliciet haar katholieke grondslag, toch bleek hieruit dat de krant wel degelijk van de katholieke strekking was. Ze voelde zichzelf namelijk slachtoffer omwille van discriminatie op basis van geloof. Daarnaast publiceerde De Waarheid elk jaar in de kerstperiode een kerstspel in haar krant, wat de christelijke inslag alleen maar duidelijker maakte.321 Deze voorbeelden toonden duidelijk het katholieke en Vlaams-nationalistische karakter van De Waarheid.
Daarnaast had De Waarheid een duidelijke christendemocratische inslag. Die christendemocratische inslag was nog veel duidelijker dan het Vlaams-nationalisme en al zeker dan het katholicisme dat van het weekblad uitging. De Waarheid nam het heel duidelijk en nagenoeg uitsluitend op voor de arbeiders, en kon daarom perfect een krant van de christelijke arbeidersbeweging genoemd worden. Het ontstaan van de krant liep dan ook niet zonder reden parallel met de gangbare veranderingen voor arbeiders op politico-electoraal en maatschappelijk
317 ‘De Kamerkiezingen’, De Waarheid, 11-05-1902.
318 ‘Vlamingen!’, De Waarheid, 25-05-1902.
319 De Waarheid, 02-02-1902.
320 ‘Kleingeestige politiek’?, de Waarheid, 03-08-1902.
321 ‘Een voet in den afgrond’, De Waarheid, 22-12-1901.
74
vlak. De sympathie voor de arbeiders ging echter verder dan positieve gevoelens voor de arbeidersklasse. Ook negatieve, om niet te zeggen antipathieke, uitingen tegen diegenen die het niet voor de arbeidersklasse opnamen werden op regelmatige basis gespuid in de politiek en sociaal getinte publicaties van De Waarheid tussen 1900 en 1914. Die aanklachten richtten zich vooral tegen de gegoede klasse van de Kortrijks burgerij, en tegen de allerrijksten in het algemeen. De kritiek had betrekking op twee zaken: ten eerste deed (een deel van) de sociale elite te weinig voor de arme arbeiders betreffende de politieke zaken. Daarnaast was er ook op sociaal en in die hoedanigheid ook op financieel vlak te weinig engagement van de rijksten naar de arme arbeiders toe volgens de mensen achter De Waarheid. Zo bekritiseerde het weekblad expliciet de veertig miljonairs die Kortrijk telde expliciet omwille van het feit dat zij niets van hun fortuin weggaven aan de arbeiders. Dat fortuin hadden ze overigens niet aan zichzelf te danken, maar wel aan de goede wil van God, wat opnieuw wees op het relatieve belang van geloof voor de krant.322 De Waarheid betreurde het feit dat niet iedereen die het kon een hand uitstak naar de arbeiders. Zij zag zichzelf in een bepaald opzicht als de vriend die de arbeiders nodig hadden. De krant probeerde de arbeiders er van bewust te maken wat voor hen belangrijk was. Dat was echter niet enkel belangrijk betreffende hun politieke stem, maar ook wie ze al dan niet konden vertrouwen en bij wie ze toenadering konden vinden kwam aan bod in het weekblad.
‘Wij trekken aanhoudend ten strijde, ten einde de oogen te openen van het Kortrijksche volk, om den werker onderscheid te leeren maken tusschen zijne vrienden en zijne vijanden; om den kleinen handelaar en neringdoener eene reddende hand toe te steken. Wij gelooven vast en zeker dat wij daarin gelukken zullen.’

‘Erkent het maar opentlijk, Gazette van Kortrijk, het staat voor u slecht, want gij hebt u reeds menigvuldige vijanden op den hals getrokken, door uwe onbehendige politiek van eerroverij; door uwe partijdige en verslaafde handelwijze, en voornamentlijk door ‘t verwaarlozen der belangen van den neeringdoende burger, den kleine handelaar, den werkman.’323
De Waarheid nam het omwille van haar christendemocratische inslag niet enkel op voor de werkman, ze verweet ook andere kranten in Kortrijk te weinig aandacht te schenken aan de arbeidersklasse. Dat verwijt richtte zich vooral tegen De Gazette van Kortrijk, de meest conservatieve katholieke krant die in Kortrijk in het Nederlands werd uitgegeven. Ook Le Journal de Courtrai en L’Echo de Courtrai werden vaak geviseerd door De Waarheid. Ook dat verraadde een licht-katholieke inslag van De Waarheid. De verwijten richtten zich namelijk vooral op de conservatieve kranten van de katholieke strekking, hoewel ook andere kranten, vooral van de liberale strekking, vaak minstens zo conservatief waren. Dat duidde erop dat De Waarheid vond dat kranten van de katholieke strekking meer oog moesten hebben voor de arme arbeidersklasse, iets wat ze sowieso niet van de liberalen verwachtte. In die zin kon worden gesteld dat De Waarheid zichzelf meer aanleunend voelde bij de katholieke kranten, dan bij kranten van een andere politieke strekking.
Binnen de periode van 1900 tot 1914 was nauwelijks een evolutie merkbaar op het inhoudelijke vlak van De Waarheid. De krant was dan ook reeds vanaf haar eerste publicaties een heel
322 ‘De kleine burgerij’, De Waarheid, 30-11-1902.
323 ‘Aanhoort ons’?, De Waarheid, 05-06-1904.
75
progressieve krant. Het weekblad richtte zich de hele vooroorlogse periode sterk naar de werkman. De artikels veranderden van onderwerp, nadat bepaalde sociale eisen werden bereikt, maar de toon bleef er een pro de kleine man. Zo schreef de krant in 1910 heel progressief:
‘Door meer en beter werk voort te brengen, zal de werkman min uren moeten arbeiden: Hij zal over heilzame vrije uren beschikken, om na te denken over zijne ziel, om zijne blikken naar het hoogere, naar het schoone en het edele te richten.’324
Dat citaat bewees niet enkel dat de krant op legislatief vlak verbetering eiste voor de arbeiders, maar ook op moreel en psychosociaal vlak. Het was aan het begin van de twintigste eeuw, volgens de gangbare normen en waarden in de elitekringen, niet aan de arbeiders om na te denken over het leven, te filosoferen. Handenarbeid was het werk van de arbeider, en daar moest het ook bij blijven. De Waarheid deelde die mening niet en ging zelfs uit van de mentale, intelligente capaciteiten van de arbeider. Dat vormde een geloof van bovenaf in de verstandelijke capaciteiten van de werkmannen dat voordien slechts zelden was geuit, wat op zich ook het progressieve karakter van De Waarheid benadrukte.
De Waarheid was dus zonder twijfel de meest progressieve, christendemocratische krant die uitging van de katholieke strekking. Toch moest dat genuanceerd worden. De Waarheid verschilde echter van de andere besproken kranten betreffende dat katholieke uitgangspunt. Waar de vier andere kranten als het ware konden fungeren als reclamebladen van de Katholieke Partij, ging De Waarheid wel uit van een licht-katholicisme, maar was het weekblad geen uithangbord van de Katholieke Partij. Het katholicisme was verweven in De Waarheid, maar dat ha d geen of weinig invloed op de politieke ideologie van de krant. Daarom was het ook moeilijk om vast te stellen bij welke partij de krant het meest aansloot. Enerzijds speelde religie, weliswaar een beperkte, rol betreffende de inhoudelijke toon van de krant. Daarnaast speelden ook socialistische standpunten een heel belangrijke rol. Het zou dan ook onjuist zijn geweest om de krant bij ‘?n welbepaalde partij onder te brengen. Correcter zou zijn om te stellen dat De Waarheid balanceerde of zocht naar een evenwicht tussen de Katholieke Partij en de Christene Volkspartij.
3. Besluit
De vijf kranten die onderwerp waren van dit laatste hoofdstuk hebben allemaal slechts ‘?n kenmerk gemeenschappelijk. Dat gemeenschappelijke kenmerk was de katholieke gedachte die achter de publicaties van de kranten zat. Toch was er een duidelijk verschil in de rol die de katholieke gedachte speelde en de impact die ze had op de artikels in de kranten. Hoe conservatiever de krant was, hoe meer het strikt katholicisme op de voorgrond trad, terwijl dat in de progressievere kranten veel minder het geval was. De rol die het katholicisme toebedeeld kreeg in de kranten veranderde ook naargelang het meer conservatieve dan wel het meer progressieve karakter van de desbetreffende krant. Waar in de conservatieve kranten religie, katholicisme in het bijzonder, gebruikt werd om naar bepaalde zaken te kijken en een mening te geven, werd katholicisme in de progressieve kranten niet gebruikt om een oordeel te vellen. Het was gewoon een vereiste om aan correcte politiek te doen. In dat opzicht is het nagenoeg onmogelijk om een lijn te trekken tussen een conservatieve dan wel progressieve inslag in het gebruik van religie. Het enige dat naar voren komt is
324 ‘De beroepsvorming’, de Waarheid, 03-04-1910.
76
dat respectievelijk de conservatieve en de progressieve kranten de religie op dezelfde manier gebruiken.
Daarnaast is er ook een duidelijke correlatie merkbaar tussen taal en ontstaansdatum enerzijds en conservatisme en progressivisme anderzijds. De twee meest conservatieve kranten werden in het Frans uitgegeven, de taal van de traditionele maatschappelijke elite in Vlaanderen en bijgevolg ook Kortrijk. De twee progressieve kranten daarentegen werden in het Vlaams uitgegeven, de taal van de arbeidersklasse in Vlaanderen. Daarnaast is het ook duidelijk dat de twee progressieve kranten veel later ontstonden dan de conservatieve kranten. Het karakter van de kranten hing nauw samen met de context en de periode waarin ze ontstonden. De conservatieve kranten behielden enigszins de grondslag waarmee ze begonnen zijn, de progressieve kranten daarentegen ontstonden in het laatste decennium van de negentiende eeuw. Die periode was een periode van fundamentele veranderingen in de maatschappij en in de Katholieke partij, en dat verklaarde ook de fundamentele verschillen tussen de conservatieve en de progressieve kranten. Vooral de uiterst conservatieve en de uiterst progressieve krant, respectievelijk L’Echo de Courtrai en De Waarheid plaatsten totaal tegenstrijdige zaken op de voorgrond. Dat zijn ook de enige twee kranten die andere kranten van de katholieke strekking op regelmatige basis bekritiseerden.
Vervolgens moet het ook gezegd dat in alle kranten vaak werd verwezen naar zaken die een welbepaalde partij al wel of niet had gedaan. De focus lag veel meer op de bewezen diensten van de partijen dan op de beloftes die werden gemaakt. Dat is iets dat in alle kranten aan het begin van de twintigste eeuw terugkomt, ook in niet-katholieke kranten. Een tweede element dat in alle kranten terugkwam is dat er heel vaak op de man werd gespeeld. De katholieke kranten pakten heel vaak de liberalen en socialisten aan op specifieke kwesties die nefast waren voor het katholieke electoraat, maar ook de liberalen en de socialisten deden dat met hun politieke tegenstanders.
Ten slotte was het heel duidelijk dat het gros van de kranten aan het begin van de twintigste eeuw heel subjectief publiceerde, vooral inzake politiek. Dat is waarschijnlijk het grootste verschil met aan het begin van de eenentwintigste eeuw. Dat heeft vooral te maken met het feit dat kranten nu veel minder duidelijk van ‘?n welbepaalde strekking uitgaan. Die subjectiviteit zorgde er wel voor dat elke krant haar eigen specifieke karakter kreeg en ook bleef behouden, en dat geen enkele krant dezelfde was. Elke krant was bestemd voor een vast lezerspubliek, en daar hield de krant zich nagenoeg altijd aan.
77
Slotbeschouwing
In de slotbeschouwing van deze meesterproef wordt in eerste instantie een terugkoppeling gemaakt naar de onderzoeksvraag waarrond dit onderzoek was opgebouwd. Die vraag luidde als volgt: ‘Hoe gaan de verschillende politieke kranten om met de veranderingen inzake de uitbreiding van het stemrecht van 1893 en hoe verhouden zij zich daarin tegenover elkaar’? Ten eerste dient het gezegd dat de manier waarop de kranten tegenover de uitbreiding van het stemrecht stonden, heel verschillend was. Sommige kranten publiceerden hier heel veel over, voor andere kranten was dat juist een thema van ondergeschikt belang. Heel duidelijk was wel dat de kranten toch in zekere mate de visie volgden die overeenkwam met de respectievelijke partij of strekking waartoe de krant in principe behoorde.
Ten tweede was het debat dat volgde uit die talrijke contrasterende visies van de Kortrijkse kranten een debat dat eigenlijk vooral door katholieken en liberalen werd gevoerd. De socialistische bladen vielen hier enigszins uit de boot. Dat had alles te maken met de politieke verhoudingen in de stad eind negentiende eeuw. De Katholieke en de Liberale Partij waren met voorsprong de twee grote partijen, terwijl het socialisme er enorm zwak stond. Dat laatste verklaarde echter mee het succes van de opkomende christendemocratische strekking in Kortrijk.325
Ten derde waren die ‘zwakke’ socialisten duidelijk de geviseerde partij in de katholieke Kortrijkse bladen. Zowel in de bladen van de conservatief-katholieke als van de christendemocratische strekking waren de socialisten telkenmale de spreekwoordelijke gebeten hond. Wanneer de liberale kranten echter het woord namen, wendden zij zich vooral tot de katholieken. In die bladen waren het zowel de conservatief-katholieken als de christendemocraten die geviseerd werden.
Ten vijfde tilden de geviseerde partijen hier nauwelijks aan. De socialistische bladen deden niet echt de moeite om de katholieke kritiek te keren of te kaatsen. De katholieke bladen deden dat ook niet altijd. Zij waanden zich door hun dominante positie in een ivoren toren en voelden de noodzaak niet om zich te verweren tegen de aantijgingen afkomstig uit liberale bladen, omdat zij het gevoel hadden toch telkenmale te kunnen terugvallen op hetzelfde traditionele en trouwe electoraat.
Ten zesde was dat traditionele electoraat een van de hoofdredenen voor de conservatief-katholieke bladen om zich, ondanks de verwijten van de christendemocraten, toch relatief verzoenend op te stellen. De conservatieve strekking wilde het risico niet lopen dat de Katholieke Partij gesplitst zou worden en stelde zich daarom gematigder op tegenover de christendemocratische strekking in de polemiek over de uitbreiding van het kiesrecht in 1893.326
Ten zevende dient het gezegd dat het zogenaamde debat er heel vaak in bestond eigen argumenten naar de andere persbladen te spuien. Veel minder werd er op enig niveau geargumenteerd waarom deze of gene krant het bij het rechte eind had in het debat. Dat was en is misschien wel karakteristiek voor dergelijke ideologische discussies over controversi??le politieke thema’s. In elk geval leken de kranten het debat vaak simpelweg naast elkaar te voeren. Dan was het vormen van aanklachten tegen de ander het hoofddoel.
325 MADDENS, De Geschiedenis van Kortrijk, 172.
326 ‘Avant la bataille’, L’Echo de Courtrai, 12-08-1894.
78
Daaruit kan dan concluderend worden besloten dat het persdebat dat in Kortrijk werd gevoerd een rijk debat was, waarin vooral allerhande argumenten over en weer gespuid werden. Eigenlijk leidde dat maar tot weinig resultaten, want elke krant bleef over het algemeen, uiteraard, het eigen gelijk voorop stellen. Als kranten toch evolueerden of zichzelf in enige mate een gewijzigde visie aanmaten, dan kwam dat hoofdzakelijk door andere redenen dan door het gevoerde persdebat, zoals bleek uit Hoofdstuk IV.
79
Abstract
Belgi?? was een land dat vanaf zijn ontstaan in 1830 een aantal liberale vrijheden in de grondwet had opgenomen. Een van die belangrijke vrijheden was de persvrijheid. Ondanks het statuut van de persvrijheid in de grondwet, werd die vrijheid toch door allerlei regels beknot. In de loop van de negentiende eeuw zou die persvrijheid zich toch geleidelijk aan uitbreiden. In de historiografie wordt over het algemeen geponeerd dat de Belgische pers haar hoogtepunt kende in de laatste decennia van de negentiende eeuw. Ook op het einde van de negentiende eeuw werd een tweede vrijheid ingelost. Het cijnskiesrecht werd afgeschaft en vervangen door het algemeen meervoudig stemrecht. Het zijn die twee vrijheden die de leidraad voor deze masterproef vormen.
De onderzoeksvraag die de masterproef tracht op te lossen, luidt als volgt: Hoe gaan de verschillende politieke kranten om met de veranderingen inzake de uitbreiding van het stemrecht van 1893 en hoe verhouden zij zich daarin tegenover elkaar? Om die onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden werden dertien Kortrijkse kranten onderzocht. Daarbij lag de nadruk vooral op de artikelen die met politiek, en dan zeker met de kieswetgeving, te maken hadden, maar bij wijze van steekproef werden ook andere artikelen bestudeerd. Een dergelijke studie over Kortrijk bestond nog niet en deze masterproef tracht bijgevolg dat hiaat op te vullen.
Uit de studie kwam naar voor dat de Katholieke Partij absoluut de dominante partij was in Kortrijk en dat zich dat vertaalde naar het perslandschap in Kortrijk. De tweede partij was de Liberale Partij en de socialisten stonden niet sterk in Kortrijk. Dat had als grote gevolg dat het debat zich vooral tussen de liberalen en de katholieken onderling afspeelde. Daarnaast was er ook binnen de zuilen onenigheid. De katholieken waren namelijk verdeeld door een breuk tussen de conservatieve en de christendemocratische strekking, terwijl de liberalen te kampen hadden met tweestrijd tussen de doctrinairen en de progressisten. Zij hadden onder andere over de uitbreiding van het kiesrecht in 1893 tegenstrijdige visies, en ook dat vertaalde zich naar de Kortrijkse pers. De socialisten speelden een ondergeschikte rol in het persdebat.
Dat alles zorgde voor een rijk debat tussen de verschillende deelnemers, maar van een vruchtbaar debat was weinig sprake. De argumenten modderden maar wat aan en eigenlijk werd de polemiek heel vaak naast elkaar gevoerd in plaats van tegen elkaar. De een had slechts weinig oor voor hetgeen de ander te zeggen had.
Het afsluitende hoofdstuk geeft een beeld van hoe de belangrijkste katholieke kranten uit Kortrijk evolueerden na de uitbreiding tot het algemeen meervoudig stemrecht in 1893. Die evolutie wordt besproken tot aan het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, een punt van cesuur in de westerse en eigenlijk ook de wereldgeschiedenis, zeker ook wat de Belgische politiek en het Belgische perswezen betrof.
80
Bronnen
– Rijksarchief Kortrijk
KORTIJK, Rijksarchief, Plaatsingslijst van het Archief van de Katholieke Grondwettelijke Vereniging Arrondissement Kortrijk (1884-1944), nr. 143: krantenartikel: ‘A l’Oeuvre’, L’Echo de Courtrai, 16-03-1902.
KORTIJK, Rijksarchief, Plaatsingslijst van het Archief van de Katholieke Grondwettelijke Vereniging Arrondissement Kortrijk (1884-1944), nr. 146: krantenartikel: ‘M. Vandevenne, vriend van den werkman’, De Gulden Spore, 30-06-1901.
KORTIJK, Rijksarchief, Plaatsingslijst van het Archief van de Katholieke Grondwettelijke Vereniging Arrondissement Kortrijk (1884-1944), nr. 143: krantenartikel: ‘Nos ??lections’, Journal de Courtrai, 13-04-1902.
KORTIJK, Rijksarchief, Plaatsingslijst van het Archief van de Katholieke Grondwettelijke Vereniging Arrondissement Kortrijk (1884-1944), nr. 146: krantenartikel: ‘R??union de l’association Catholique et Constitutionelle de l’arrondissement de Courtrai’, L’Echo de Courtrai, 23-09-1894.
– Stadsbibliotheek Kortrijk
De Gulden Spore
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: De Gulden Spore van 1902, nr. M30 R101 P4: krantenartikel: ‘Aan ‘t werk, Katholieken’, De Gulden Spore, 8-06-1902.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: De Gulden Spore van 1902, nr. M30 R101 P4: krantenartikel: ‘De aanstaande gemeentekiezingen’, De Gulden Spore, 12-10-1907.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: De Gulden Spore van 1902, nr. M30 R101 P4: krantenartikel: ‘De Liberale Partij en ‘t werkvolk’, De Gulden Spore, 25-05-1902.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: De Gulden Spore van 1902, nr. M30 R101 P4: krantenartikel: ‘Geloven!’, De Gulden Spore, 27-04-1902.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: De Gulden Spore van 1902, nr. M30 R101 P4: krantenartikel: ‘Kiezer’, De Gulden Spore, 18-05-1902.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: De Gulden Spore van 1902, nr. M30 R101 P4: krantenartikel: ‘Knippel uit den zak’, De Gulden Spore, 11-05-1902.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: De Gulden Spore van 1902, nr. M30 R101 P4: krantenartikel: ‘Overweegt en handelt’, De Gulden Spore, 04-05-1902.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: De Gulden Spore van 1902, nr. M30 R101 P4: krantenartikel: ‘Pensioen’, De Gulden Spore, 07-09-1907.
81
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: De Gulden Spore van 1902, nr. M30 R101 P4: krantenartikel: ‘Syndicaten of vakvereenigingen’, De Gulden Spore, 25-05-1907.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: De Gulden Spore van 1902, nr. M30 R101 P4: krantenartikel: ”t Is gedaan!’, De Gulden Spore, 27-04-1902.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: De Gulden Spore van 1902, nr. M30 R101 P4: krantenartikel: ‘Wat Leo XIII ons voorhoudt’, De Gulden Spore, 11-05-1902.
De Stad Kortrijk
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: De Stad Kortrijk 1892-1904, nr. 12: krantenartikel: ‘De Cijns’ De Stad Kortrijk, 27-10-1889.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: De Stad Kortrijk 1892-1904, nr. 12: krantenartikel: ‘De Katholieken’ De Stad Kortrijk, 15-03-1891.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: De Stad Kortrijk 1892-1904, nr. 12: krantenartikel: ‘De Kamer’ De Stad Kortrijk, 24-06-1892.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: De Stad Kortrijk 1892-1904, nr. 12: krantenartikel: ‘De Juisten’ De Stad Kortrijk, 20-11-1892.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: De Stad Kortrijk 1892-1904, nr. 12: krantenartikel: ‘Waarom’? De Stad Kortrijk, 23-04-1893.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: De Stad Kortrijk 1892-1904, nr. 12: krantenartikel: ‘Boum, Boum, Boum!’ De Stad Kortrijk, 17 Januari 1892.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: De Stad Kortrijk 1892-1904, nr. 12: krantenartikel: ‘De Liberalen zijn dood!’, De Stad Kortrijk, 4 November 1894.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: De Stad Kortrijk 1892-1904, nr. 12: krantenartikel: ‘Hooger besluiten’ De Stad Kortrijk, 10 Januari 1892.
De Westvlaamsche Landbouwer
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: De Westvlaamsche Landbouwer 1889-1893, nr. 6-9: krantenartikel: ‘Hoop op de Toekomst!’, De Westvlaamsche Landbouwer, 31-05-1893.
De Waarheid
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: De Waarheid 1893-1928, nr. 1-31: krantenartikel: ‘De Waren’ De Waarheid, 24-12-1893.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: De Waarheid 1893-1928, nr. 1-31: krantenartikel: ‘Onpartijdig’? De Waarheid, 11-02-1893.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: De Waarheid 1893-1928, nr. 1-31: krantenartikel: ‘Politiek Oordeel’ De Waarheid, 07-08-1898.
82
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: De Waarheid 1893-1928, nr. 1-31: krantenartikel: ‘Struktureel’ De Waarheid, 24-12-1893.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: De Waarheid 1893-1928, nr. 1-31: krantenartikel: ‘Het Vlaamsch in de Gemeenten’ De Waarheid, 28-04-1895.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: De Waarheid, nr. M30 R104 P1: krantenartikel: ‘Aanhoort ons’?, De Waarheid, 05-06-1904.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: De Waarheid, nr. M30 R104 P1: krantenartikel: ‘De beroepsvorming’, De Waarheid, 03-04-1910.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: De Waarheid, nr. M30 R104 P1: krantenartikel: ‘De Kamerkiezingen’, De Waarheid, 11-05-1902.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: De Waarheid, nr. M30 R104 P1: krantenartikel: ‘De kleine burgerij’, De Waarheid, 30-11-1902.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: De Waarheid, nr. M30 R104 P1: krantenartikel: ‘Een voet in den afgrond’, De Waarheid, 25-05-1902.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: De Waarheid, nr. M30 R104 P1: krantenartikel: ‘Kleingeestige politiek’?, De Waarheid, 03-08-1902.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: De Waarheid, nr. M30 R104 P1: krantenartikel: ‘Ons levensdoel’, De Waarheid, 15-12-1901.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: De Waarheid, nr. M30 R104 P1: krantenartikel: ‘Vlamingen!’, De Waarheid, 25-05-1902.
Gazette van Kortrijk
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gazette van Kortrijk van 1900, nr. M30 R48: krantenartikel: ‘p. 1a’, Gazette van Kortrijk, 26-03-1891.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gazette van Kortrijk van 1900, nr. M30 R48: krantenartikel: ‘p. 1a’, Gazette van Kortrijk, 09-06-1891.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gazette van Kortrijk van 1900, nr. M30 R48: krantenartikel: ‘p. 1a’, Gazette van Kortrijk, 17-03-1892.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gazette van Kortrijk van 1900, nr. M30 R48: krantenartikel: ‘p. 1a’, Gazette van Kortrijk, 06-11-1892.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gazette van Kortrijk van 1900, nr. M30 R48: krantenartikel: ‘p. 1a’, Gazette van Kortrijk, 21-05-1893.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gazette van Kortrijk van 1900, nr. M30 R48: krantenartikel: ‘p. 1ab’, Gazette van Kortrijk, 15-03-1891.
83
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gazette van Kortrijk van 1900, nr. M30 R48: krantenartikel: ‘p. 1ab’, Gazette van Kortrijk, 15-11-1891.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gazette van Kortrijk van 1900, nr. M30 R48: krantenartikel: ‘p. 1ab’, Gazette van Kortrijk, 24-11-1891.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gazette van Kortrijk van 1900, nr. M30 R48: krantenartikel: ‘p. 1ab’, Gazette van Kortrijk, 31-03-1892.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gazette van Kortrijk van 1900, nr. M30 R48: krantenartikel: ‘p. 1ab’, Gazette van Kortrijk, 15-05-1892
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gazette van Kortrijk van 1900, nr. M30 R48: krantenartikel: ‘p. 1ab’, Gazette van Kortrijk, 31-03-1892.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gazette van Kortrijk van 1900, nr. M30 R48: krantenartikel: ‘p. 1b’, Gazette van Kortrijk, 04-12-1890.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gazette van Kortrijk van 1900, nr. M30 R48: krantenartikel: ‘p. 1b’, Gazette van Kortrijk, 19-06-1892.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gazette van Kortrijk van 1900, nr. M30 R48: krantenartikel: ‘p. 1bc’, Gazette van Kortrijk, 04-09-1890.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gazette van Kortrijk van 1900, nr. M30 R48: krantenartikel: ‘p. 1bc’, Gazette van Kortrijk, 18-02-1892.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gazette van Kortrijk van 1900, nr. M30 R48: krantenartikel: ‘p. 1bc’, Gazette van Kortrijk, 18-02-1892.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gazette van Kortrijk van 1900, nr. M30 R48: krantenartikel: ‘p. 1c’, Gazette van Kortrijk, 30-11-1890.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gazette van Kortrijk van 1900, nr. M30 R48: krantenartikel: ‘p. 1c’, Gazette van Kortrijk, 12-05-1891.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gazette van Kortrijk van 1900, nr. M30 R48: krantenartikel: ‘p. 1c’, Gazette van Kortrijk, 03-03-1892.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gazette van Kortrijk van 1900, nr. M30 R48: krantenartikel: ‘p. 1c’, Gazette van Kortrijk, 12-05-1892.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gazette van Kortrijk van 1900, nr. M30 R48: krantenartikel: ‘p. 1c’, Gazette van Kortrijk, 21-08-1892.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gazette van Kortrijk van 1900, nr. M30 R48: krantenartikel: ‘p. 1c’, Gazette van Kortrijk, 18-03-1893.
84
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gazette van Kortrijk van 1900, nr. M30 R48: krantenartikel: ‘p. 1d 2a’, Gazette van Kortrijk, 24-12-1891.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gazette van Kortrijk van 1900, nr. M30 R48: krantenartikel: ‘De Kiezing’, Gazette van Kortrijk, 12-05-1910.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gazette van Kortrijk van 1900, nr. M30 R48: krantenartikel: ‘De Werklieden’, Gazette van Kortrijk, 24-05-1900.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gazette van Kortrijk van 1900, nr. M30 R48: krantenartikel: ‘Ik zal voor de democraten niet stemmen’, Gazette van Kortrijk, 27-05-1900.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gazette van Kortrijk van 1900, nr. M30 R48: krantenartikel: ‘Inlichtingen voor den Kiezer’, Gazette van Kortrijk, 24-05-1900.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gazette van Kortrijk van 1900, nr. M30 R48: krantenartikel: ‘Niet tegen den Godsdienst’, Gazette van Kortrijk, 15-05-1910.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gazette van Kortrijk van 1900, nr. M30 R48: krantenartikel: ‘Oude Werklieden’, Gazette van Kortrijk, 24-05-1900.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gazette van Kortrijk van 1900, nr. M30 R48: krantenartikel: ‘Slecht stemmen’, Gazette van Kortrijk, 10-05-1900.
Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk 1891-1907/1908, nr. 1-17: krantenartikel: ‘De kiezingen’, Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk, Oktober 1894.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk 1891-1907/1908, nr. 1-17: krantenartikel: ‘De kleine burgerij.’, Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk, September 1894.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk 1891-1907/1908, nr. 1-17: krantenartikel: ‘De Volkspartij’, Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk, September 1894.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk 1891-1907/1908, nr. 1-17: krantenartikel: ‘Enkel Vlaamsch’, Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk, maart 1893.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk 1891-1907/1908, nr. 1-17: krantenartikel: ‘Het Volk’, Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk, Augustus 1891.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk 1891-1907/1908, nr. 1-17: krantenartikel: ‘Het ‘Volksrecht’ tegen de Gilde’, Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk, Februari 1894.
85
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk 1891-1907/1908, nr. 1-17: krantenartikel: ‘Kwakzalvers!’, Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk, April 1893.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk 1891-1907/1908, nr. 1-17: krantenartikel: ‘Minimum van dagloon’, Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk, Juli 1893.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk 1891-1907/1908, nr. 1-17: krantenartikel: ‘Socialistische Beestigheden’, Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk, April 1893.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk 1891-1907/1908, nr. 1-17: krantenartikel: ‘Tot wat dienen de Vakvereenigingen’?, Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk, Juni 1893.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk 1891-1907/1908, nr. 1-17: krantenartikel: ‘Veroordeling van het Volksrecht’, Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk, Augustus 1893.
Het Volksrecht
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Het Volksrecht van 1893, nr. 7: krantenartikel: ‘Fout, Het Volksrecht, 28-04-1893.
Het Weekblad van Yperen en het Arrondissement
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Het Weekblad van Yperen en het Arrondissement 1881-1894, nr. 9: krantenartikel: ‘Eindelijk’, Het Weekblad van Yperen en het Arrondissement, 29-11-1890.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Het Weekblad van Yperen en het Arrondissement 1881-1894, nr. 9: krantenartikel: ‘Iedereen gelijk’, Het Weekblad van Yperen en het Arrondissement, 07-03-1891.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Het Weekblad van Yperen en het Arrondissement 1881-1894, nr. 9: krantenartikel: ‘Kiesstelsel’, Het Weekblad van Yperen en het Arrondissement, 07-10-1892.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Het Weekblad van Yperen en het Arrondissement 1881-1894, nr. 9: krantenartikel: ‘Valsschaards’, Het Weekblad van Yperen en het Arrondissement, 23-07-1892.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Het Weekblad van Yperen en het Arrondissement 1881-1894, nr. 9: krantenartikel: ‘Verder!’, Het Weekblad van Yperen en het Arrondissement, 22-04-1893.
La Brouette
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: La Brouette 1885-1895, nr. 4: krantenartikel: ‘A L’Hotel De Dieu’ La Brouette, 30 september 1894.
86
La vaclette
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: La Vaclette de 1891 ?? 1895, nr. 1-9: krantenartikel: ‘Aux ??lecteurs de Tartagrobor’ La Vaclette, 27Augustus 1893.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: La Vaclette de 1891 ?? 1895, nr. 1-9: krantenartikel: ‘Richesse et Pauvret’?? La Vaclette, 8 Oktober 1893.
Le Journal de Courtrai
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Le Journal de Courtrai van 1874-1894, nr. M30 R100 P4: krantenartikel: ‘Les socialistes ?? Courtrai’, Le Journal de Courtrai, 22-03-1891.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Le Journal de Courtrai van 1874-1894, nr. M30 R100 P4: krantenartikel: ‘La Chambre’, Le Journal de Courtrai, 01-05-1891.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Le Journal de Courtrai van 1874-1894, nr. M30 R100 P4: krantenartikel: ‘Les classes ouvri??res’, Le Journal de Courtrai, 02-09-1894.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Le Journal de Courtrai van 1900, nr. M30 R100 P4: krantenartikel: ‘Honneur aux Catholiques’, Le Journal de Courtrai, 21-06-1908.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Le Journal de Courtrai van 1900, nr. M30 R100 P4: krantenartikel: ‘La pension des vieux’, Le Journal de Courtrai, 13-05-1900.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Le Journal de Courtrai van 1900, nr. M30 R100 P4: krantenartikel: ‘Les Catholiques veulent la paix religieuse et sociale’, Le Journal de Courtrai, 27-05-1900.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Le Journal de Courtrai van 1900, nr. M30 R100 P4: krantenartikel: ‘L’Instruction Publique’, Le Journal de Courtrai, 20-05-1900.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Le Journal de Courtrai van 1900, nr. M30 R100 P4: krantenartikel: ‘Pour la Maison de Dieu’, Le Journal de Courtrai, 22-04-1900.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Le Journal de Courtrai van 1900, nr. M30 R100 P4: krantenartikel: ‘Un Peu de Bon Sens’, Le Journal de Courtrai, 14-06-1908.
Le Mutuelliste
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: Le Mutuelliste, nr. 7-18: krantenartikel: ‘Choses de Pharmacie’, Le Mutuelliste, 01-09-1894.
L’Avenir de Courtrai
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement 1885-1896, nr. 1-11: krantenartikel: ‘La R??vision’ L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement, 29-11-1890.
87
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement 1885-1896, nr. 1-11: krantenartikel: ‘Les Electeurs’ L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement, 01-04-1890.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement 1885-1896, nr. 1-11: krantenartikel: ‘Jamais’ L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement, 10-07-1892.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement 1885-1896, nr. 1-11: krantenartikel: ‘Solution’? L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement, 12-01-1893.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement 1885-1896, nr. 1-11: krantenartikel: ‘Pudding au rhum’ L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement, 05-01-1893.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement 1885-1896, nr. 1-11: krantenartikel: ‘C’est Ca’ L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement, 23-04-1893.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement 1885-1896, nr. 1-11: krantenartikel: ‘Attention!’ L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement, 27-04-1893.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement 1885-1896, nr. 1-11: krantenartikel: ‘De Senaat’ L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement, 29-08-1893.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement 1885-1896, nr. 1-11: krantenartikel: ‘Chronique Locale ‘ Choses et autres’ L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement, 14 februari 1892.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement 1885-1896, nr. 1-11: krantenartikel: ‘Chronique Locale ‘ Choses et autres’ L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement, 31 januari 1892.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement 1885-1896, nr. 1-11: krantenartikel: ‘Chronique Locale ‘ Choses et autres’ L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement, 7 februari 1892.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement 1885-1896, nr. 1-11: krantenartikel: ‘La Revision de la Constitution ‘ Une D??claration de du Gouvernement’ L’Avenir de Courtrai et de l’Arrondissement, 24 januari 1892.
L’Echo de Courtrai
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: L’Echo de Courtrai van 1892, nr. M30 R99 P2-4: 68/25: krantenartikel: ‘Elections futures’, L’Echo de Courtrai, 09-10-1892.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: L’Echo de Courtrai van 1892, nr. M30 R99 P2-4: 68/25: krantenartikel: ‘La famine en Russie’, L’Echo de Courtrai, 14-01-1892.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: L’Echo de Courtrai van 1892, nr. M30 R99 P2-4: 68/25: krantenartikel: ‘Le Collectivisme: une soci??t?? Future!’, L’Echo de Courtrai, 10-01-1892.
88
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: L’Echo de Courtrai van 1892, nr. M30 R99 P2-4: 68/25: krantenartikel: ‘Les Electeurrs’, L’Echo de Courtrai, 09-11-1889.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: L’Echo de Courtrai van 1892, nr. M30 R99 P2-4: 68/25: krantenartikel: ‘Nominations Eccl??siastiques’, L’Echo de Courtrai, 24-01-1892.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: L’Echo de Courtrai van 1892, nr. M30 R99 P2-4: 68/25: krantenartikel: ‘Projet de loi concernant nos relations’, L’Echo de Courtrai, 21-01-1892.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: L’Echo de Courtrai van 1892, nr. M30 R99 P2-4: 68/25: krantenartikel: ‘R??union des droites’, L’Echo de Courtrai, 11-02-1892.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: L’Echo de Courtrai van 1892, nr. M30 R99 P2-4: 68/25: krantenartikel: ‘Tentatives r??volutionaires en Belgique’, L’Echo de Courtrai, 20-11-1892.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: L’Echo de Courtrai van 1892, nr. M30 R99 P2-4: 68/25: krantenartikel: ‘Vive le Roi! Vive le Gouvernement!’, L’Echo de Courtrai, 11-02-1892.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: L’Echo de Courtrai van 1893, nr. M30 R99 P2-4: 68/25: krantenartikel: ‘Adaption du vote plural’, L’Echo de Courtrai, 23-04-1893.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: L’Echo de Courtrai van 1894, nr. M30 R99 P2-4: 68/25: krantenartikel: ‘A nos amis’, L’Echo de Courtrai, 07-10-1894.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: L’Echo de Courtrai van 1894, nr. M30 R99 P2-4: 68/25: krantenartikel: ‘Avant la Bataille’, L’Echo de Courtrai, 12-08-1894.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: L’Echo de Courtrai van 1894, nr. M30 R99 P2-4: 68/25: krantenartikel: ‘Renouvellement int??gral des Chambres L??gislatives’, L’Echo de Courtrai, 11-10-1894.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: L’Echo de Courtrai van 1906, nr. M30 R99 P2-4: 68/25: krantenartikel: ‘A m??diter’, L’Echo de Courtrai, 20-05-1906.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: L’Echo de Courtrai van 1906, nr. M30 R99 P2-4: 68/25: krantenartikel: ‘Le Karteel’, L’Echo de Courtrai, 06-05-1906.
KORTRIJK, Stadsbibliotheek, Verzameling: L’Echo de Courtrai van 1906, nr. M30 R99 P2-4: 68/25: krantenartikel: ‘L’Eglise; le Pape; les Pers??cuteurs’, L’Echo de Courtrai, 11-03-1906.
89
Literatuurlijst
16de INTERNATIONAAL COLLOQUIUM, De Gemeenteraadsverkiezingen en hun Impact op de Belgische Politiek (1890-1970), Brussel, 1994.
BERTRAND, L., Histoire de la d??mocratie et dus socialisme en Belgique depuis 1830, Deel I, Brussel, 1906.
BEYLS, J, DE PAEPE, R., DEWILDE B. e.a., Kortrijk, 14-18, Kortrijk, 1994.
CANNADINE, D., red., History and Media, Abington, 2003.
COUDRON, M.C., De Houding van de Ieperse Pers tegenover de Belgische politiek (1889-1894), Onuitgegeven Licentiaatsverhandeling, Katholieke Universiteit Leuven, Departement Geschiedenis, 1974.
CRAENEN, G., DE WACHTER, W. en LISMONT, E., De Belgische grondwet 1831 tot heden, Leuven, 1971.
DE BENS, E. en RAEYMACKERS, K., De Pers in Belgi??, het Verhaal van de Belgische Dagbladpers Gisteren, Vandaag en Morgen, Tielt, 2010.
DE BORGER, Bijdrage tot de geschiedenis van de Antwerpse pers. Repertorium 1794-1914, Leuven, 1968.
DEBOSSCHERE, C., Het imago van de boer in WO I: Een persstudie naar de beeldvorming van de boer in de Vooruit en Het Volk, Onuitgegeven Licentiaatsverhandeling, Katholieke Universiteit Leuven, Departement Geschiedenis, 2014.
DELWIT, P. en DE WAELE, J.M., Les Partis Politiques en Belgique, Brussel, 1997.
DENECKERE, G., Historische kritiek van woord en beeld in de massamedia, Gent, 2002.
DE WITTE, P., De Geschiedenis van Vooruit en de Gentsche socialistische werkersbeweging sinds 1870, Gent, 1898.
DUJARDIN V., DUMOULIN M., BEYEN M. e.a., Nieuwe Geschiedenis van Belgi??, Tielt, 2009.
ELIAS, H.J., Geschiedenis van de Vlaamse gedachte 1780-1914, 4 dln., Antwerpen, 1963-1965.
ELIAS, H.J., Priester Daens en de Christene Volkspartij, Aalst, 1940.
EVANS, R.J., In Defence of History, Londen, 2000.
FANG, I.E., A History of Mass Communication: Six Information Revolutionas, Boston, 1997.
FIERS, S., De Spelregels van de Democratie. Kiesstelsels en politieke systemen in Europa, Amersfoort, 2013.
90
GAUS, H., Politieke en Sociale Evolutie van Belgi??, Leuven, 2001.
GERARD, E., Hedendaagse Geschiedenis, Leuven, 2005.
GERARD, E. en VAN DEN WIJNGAERT, M., Van Katholieke Partij naar Christelijke Volkspartij, Brussel, 1982.
GOBLET D’AlVIELLA, E., La repr??sentation proportionelle en Belgique, Brussel, 1900.
HERBOSH, A., De Koning en zijn Kolonie, Onuitgegeven Licentiaatsverhandeling, Katholieke Universiteit Leuven, Departement Geschiedenis, 2014.
HUGILL, P., Global Communications Since 1844 ‘ Geopolitics and Technology, Baltimore, 1999.
KEYMOLEN, D., CASTERMANS, G. en SMET, M., De Geschiedenis geweld Aangedaan: De Strijd om het Vrouwenstemrecht 1886-1948, Antwerpen, 1981.
LAUREYS, V., VAN DEN WIJNGAERT, M., FRANCOIS, L., e.a., De Geschiedenis van de Belgische Senaat (1831-1995), Tielt, 1999.
LOONTJENS, A., Geschiedenis van Overleie: Overleie (670-1933), Kortrijk, 1933.
LUYKX, T. en PLATEL, M., Politieke geschiedenis van Belgi??, deel 1, Antwerpen, 1985.
LUYKX, T., Evolutie van de Communicatiemedia, Brussel, 1978.
LUYKX, T., Politieke Geschiedenis van Belgi??, Brussel-Amsterdam, 1978.
MADDENS, B., Kiesgedrag en partijstrategie. De samenhang tussen de beleidsmatige profilering van de partijen en het kiesgedrag van de Vlamingen op 24 november 1991, Uitgegeven Doctoraatsverhandeling, Katholieke Universiteit Leuven, Departement Politologie, 1994.
MADDENS, B., Kiesstelsels, Leuven, 2006.
MADDENS, N., De Geschiedenis van Kortrijk in het kort, Kortrijk, 2005.
MAES, P., De ‘Gazette van Kortrijk’ 1876-1893, Onuitgegeven Licentiaatsverhandeling, Katholieke Universiteit Leuven, Faculteit Letteren en Wijsbegeerte – Departement Geschiedenis, 1982.
MCLUHAN, M., The global village: transformations in world life and media in the 21st century, New York, 1989.
MOINE, W., De Belgische Verkiezingsuitslagen tussen 1847 en 1914, Brussel, 1971.
NAGELS, S., Van Kinds Af Aan, Onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Katholieke Universiteit Leuven, departement Geschiedenis, 2014.
RESZOCHARY, R., ‘Origines et formation du catholicisme social en Belgique 1842-1909’, recueil de travaux d’histoire et du philologie du Louvain, Leuven, 1958.
91
REYNEBEAU, M., ‘De Kiescijnsverlaging van 1848 en de politieke ontwikkeling te Gent tot 1869’, Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis, 11 (1980), 261-306.
RIGHART, J.A., Katholieke verzuiling in Belgi?? als historisch probleem. Enkele historiografische kanttekeningen (Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste geschiedenis. 15), Gent, 1984.
SANNEN, L., Monseigneur Eugeen Keesen, 1841-1923: een Bijdrage tot de Geschiedenis van de Christendemocratie, Onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Katholieke Universiteit Leuven, departement Godgeleerdheid, 1978.
SCHOLL, S.H., De geschiedenis van de arbeidersbeweging in West-Vlaanderen 1875-1914, Brussel, 1953.
SIMON, A., Le parti catholique belge, 1830-1945, Brussel, 1958.
SOEN, V., Inleiding tot de Historische Wetenschap: Praktijk, Methode, Discipline, Leuven, 2011.
STRIJPENS, H., Pieter Daens, J.B. Van Langenhaeke en de Daensistische beweging : de geschiedenis van de democratie in Vlaanderen en Belgi?? : 1850-1893, Aalst, 2004.
THOMPSON, J.B., The Media and Modernity. A social theory of the media, Cambridge, 1995.
VAN BETSBRUGGE, G., CALLENS, I. en DECALUWE, C., Bellegem, Tielt, 1993.
VAN DEN DUNGEN, P., Milieux de Presse et journalistes en Belgique (1828-1914), Louvain-la-Neuve, 2005.
VAN DEN EERENBEEMT, H.F.J.M., De Huisvesting van de Arbeiders rond het midden der negentiende eeuw, Leiden, 1957.
VAN EENOO, R., ‘Kiesstelsels en verkiezingen 1830-1914’, Geschiedenis van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, Brussel, 2003, 49-60.
VAN GINDERACHTER, M., Het Rode Vaderland: de Vergeten geschiedenis van de communautaire spanningen in het Belgische Socialisme voor WO I, Tielt, 2005.
VAN ISACKER, K., Averechtse Democratie. De gilden en de kristelijke demokratie in Belgi?? 1875-1914, Antwerpen, 1959.
VAN ISACKER, K., Het Daensisme: de Teleurgang van een Onafhankelijke, Christelijke Arbeidersbeweging in Vlaanderen 1893-1914, Antwerpen, 1959.
VAN MOLLE, L., ‘Voorstellingen van de agrarische samenleving in Belgi?? rond 1900’, Boeren, burgers en buitenlui, Leuven, 1990, 113-132.
VAN MOLLE, P., Het Belgisch Parlement 1894-1968, Gent, 1969.
VANTHOOR, R., De ontwikkeling van de pers in Belgi??, Brussel, 1950.
92
VERHULST, A. en HASQUIN, H. red., Het liberalisme in Belgi??. Tweehonderd jaar geschiedenis, Brussel, 1989.
WATELET, M., ‘Cartografie en politiek in het Belgi?? van de 19de eeuw: bronnen voor de nationale en lokale geschiedschrijving’, in Gemeentekrediet van Belgi??, Brussel, 1987.
WILS, L., ‘Beproefde Samenwerking: Katholieken en Vrijzinnigen in de Vlaamse Beweging, 1860-1914’, Wetenschappelijke tijdingen op het gebied van de geschiedenis van de Vlaamse Beweging, 3 (1999), 155-189.
WILS, L., De Politieke Ontwikkeling in Belgi??, 1870-1894,NAGN XII, Haarlem, 1978, 164-206.
WITTE, E.,CRAEYBECKX, J. en MEYNEN, A., Politieke Geschiedenis van Belgi?? sinds 1830: spanningen in een burgerlijke democratie, Antwerpen, 2005.
WOESTE, C., M??moires pour servir ?? l’histoire contemporaine de la Belgique, Brussel, 1933.
http://www.ibzdgip.fgov.be/result/nl/doc.php, laatst geraadpleegd op 12-12-2014.
http://www.odis.be, laatst geraadpleegd op 07-02-2015.
http://www.vlaamse-erfgoedbibliotheek.be/nieuws/2014/01/3085-historische-krantencollectie-kortrijk-online, laatst geraadpleegd op 18-11-2014.

Review this essay:

Name
Rating
Your review: (optional)

Latest reviews:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.