Volgens de World Health Organization is depressie de grootste epidemie van de 21e eeuw (WHO; 2014). Depressie is een van de meest voorkomende psychische stoornissen: ongeveer 19% van de volwassenen heeft ooit in het leven met een depressie te maken gehad (Kessler et al., 2013). Een depressie wordt gekenmerkt door een sombere stemming of interesseverlies, die gepaard gaan met gevoelens van waardeloosheid, vermoeidheid, slaap-, eet-, of concentratieproblemen (DSM-V; American Psychiatric Association, 2013). Naast de beperkingen in het dagelijks functioneren op werk en de stijgende ziektekosten, (rare link?) kan depressie op zijn hevigst leiden tot suïcide (Romijn & Bool, 2010). Opvallend bij depressie is het sekseverschil in prevalentie, een depressie komt twee keer zo vaak voor bij vrouwen dan bij mannen (Grant., 2004). Hoewel dit sekseverschil in vele onderzoeken gevonden wordt, is er nog geen overeenstemming bereikt over de oorzaak die dit kan verklaren. In dit onderzoek wordt er gekeken naar een mogelijke verklaring voor dit sekseverschil bij depressie. Laatste stukkie loopt niet spang

Op dit moment wordt deze vraagstelling benaderd vanuit verschillende invalshoeken. Biologische factoren verklaren dit sekseverschil vanuit verschillen in geslachtshormonen en … Psychosociale factoren verklaren dit verschil vanuit stress als gevolg van de maatschappelijke druk die vrouwen ervaren. Toch blijkt uit een meta-analytisch review dat geen van deze factoren volledig het sekseverschil bij depressie verklaren (Piccinelli & Wilkinson, 2000). raar

Volgens Nolen-Hoeksema (1991) kan dit sekseverschil in depressie verklaard worden door rumineren (maar ik leg alleen rumineren uit in deze alinea mongool, ). Rumineren is een denkstijl, dat gekenmerkt wordt door het herhaaldelijk en passief denken over iemands eigen depressiesymptomen en de mogelijke oorzaken en consequenties van deze symptomen (..)..Op verschillende manieren blijkt rumineren geassocieerd met depressie (Nolen-Hoeksema et al., 2008). Een voorbeeld hiervan is dat rumineren het denken pessimistischer maakt, waardoor mensen minder goed in staat zijn om problemen op te lossen (..). Problemen worden als bedreigender en minder controleerbaarder ervaren dan ze daadwerkelijk zijn. Dit leidt tot een fixatie op het probleem en de bijhorende gevoelens zonder actie te ondernemen (te lang?gevolg nog uitleggen invloed op depressie?). Daarnaast blijkt rumineren te leiden tot negatievere gedachten over het verleden, heden en toekomst (..). Dit houdt in dat negatieve herinneringen meer herinnerd worden dan positieve herinneringen, huidige gebeurtenissen negatiever worden geïnterpreteerd en er lage verwachtingen zijn van positieve gebeurtenissen in de toekomst. (te lang?). Er ontstaat een negatieve spiraal waarbij rumineren de effecten van een sombere stemming op het denken versterkt, waardoor negatieve gedachten en herinneringen worden geactiveerd om weer de omstandigheden waarin iemand verkeerd te begrijpen (..). Op deze manier zorgt rumineren ervoor dat beginnende depressie symptomen steeds heviger worden en zich gezamenlijk kunnen ontwikkelen tot een depressie (..). Daarnaast concludeerden Joorman en Gotlib (2010) uit hun onderzoek dat mensen met een ernstige depressie meer gebruik maakten van rumineren dan mensen die hersteld waren van een depressie. Hieruit volgt dat rumineren vaak samen met depressie voorkomt (alinea te lang?, verbinding met volgende alinea?).

Volgens Nolen-Hoeksema ( ) rumineren vrouwen meer dan mannen, door een sterkere neiging om de aandacht op zichzelf te richten als reactie op bepaalde gebeurtenissen, terwijl mannen juist geneigd zijn om afleiding te zoeken. (nodig om afleiding uit te leggen, bijv alcoholgrijpen?) Dit werd ondersteund door een onderzoek waaruit bleek dat vrouwen meer rumineerden tijdens een negatieve stemming dan mannen (Nolen-Hoeksema, 1987). Een ander onderzoek onderzocht bij 622 Afro-Amerikaanse adolescenten naast rumineren ook de sekseverschillen in depressiesymptomen. Hieruit bleek dat vrouwen meer rumineren en meer depressieve symptomen vertonen dan mannen ( ). Bovendien werd de variantie in depressieve symptomen verklaard door rumineren. Dit impliceert dat rumineren niet alleen meer voorkomt bij vrouwen maar ook meer depressiesymptomen veroorzaakt. Deze alinea komt opsommend over, onderzoeken/conclusies iets meer uitleggen ?

Tot op heden worden constructen zoals depressie en rumineren (..) onderzocht vanuit het reflectieve model (..). In dit model wordt depressie beschouwd als een latente variabele: een onderliggende gemeenschappelijke oorzaak voor alle depressiesymptomen. Depressiesymptomen kunnen volgens dit model niet direct invloed uitoefenen op elkaar, maar zijn alleen met elkaar gecorreleerd omdat ze veroorzaakt zijn door dezelfde latente variabele, namelijk ‘depressie’. Echter, stelt Borsboom (2013) dat bijvoorbeeld vermoeidheid een gevolg is van slapeloosheid en niet alleen gecorreleerd kunnen zijn omdat ze voortkomen uit dezelfde latente variabele. Hier iets meer argumentatie Dit betekent dat depressie niet vanuit het reflectieve model onderzocht kan worden.

Het netwerkmodel is een nieuwe benadering van mentale stoornissen waarin symptomen juist direct met elkaar verbonden zijn (..). Hierbij worden symptomen niet geïnterpreteerd als gevolg van één onderliggende oorzaak zoals ‘depressie’. In tegendeel, een stoornis wordt geconceptualiseerd als een complex dynamisch systeem waarin symptomen direct verbonden zijn en elkaar wederzijds beïnvloeden (..). Dit betekent dat symptomen elkaar activeren, bijvoorbeeld slapeloosheid dat vermoeidheid veroorzaakt, de vermoeidheid veroorzaakt weer lusteloosheid; en de lusteloosheid veroorzaakt een sombere stemming (..). Wanneer dit netwerk van symptomen elkaar herhaaldelijk blijft activeren en versterken, kan iemand een depressie ontwikkelen (Borsboom & Cramer, 2013). Bij mensen met een sterk verbonden netwerk zijn symptomen sterker met elkaar geassocieerd: wanneer één symptoom geactiveerd wordt worden andere symptomen in het netwerk ook sneller geactiveerd. Uit een recent onderzoek bleek dat patiënten met een hevigere depressie een sterker verbonden netwerk hebben dan patiënten met een mildere depressie (Van Borkulo et al., 2013). Dit impliceert dat mensen die kwetsbaarder zijn voor het ontwikkelen van een stoornis, een sterker verbonden netwerk hebben dan mensen die juist wat weerbaarder zijn.

Volgens het netwerkmodel zijn deze onderlinge relaties tussen symptomen belangrijk om te onderzoeken en is het niet voldoende om op één meetmoment een depressievragenlijst af te nemen. Experience Sampling Method (ESM) maakt het mogelijk om meerdere mensen, meerdere malen per dag, gedurende een vaste tijdsperiode een vragenlijst af te nemen (..) Door een depressievragenlijst in combinatie met rumineren herhaaldelijk af te nemen, kan er meer inzicht gekregen worden in de unieke rol die individuele symptomen spelen en hoe symptomen interacteren over tijd. Is het duuidelijk dat door 1 meetmoment je geen interactie kunt meten tussen sympyomen en is de definitie van ESM (in dagelijks leven geeft individu aan wat zijn affect is op dat moment) nog nodig om te vermelden?

In dit onderzoek wordt er voor het eerst met deze nieuwe benadering onderzocht in hoeverre depressienetwerken in combinatie met rumineren van mannen en vrouwen van elkaar verschillen, waarbij verwacht wordt dat vrouwen een sterker verbonden depressienetwerk hebben dan mannen. Daarnaast wordt verwacht dat rumineren een centralere/belangrijke rol speelt in het depressienetwerk van vrouwen vergeleken met mannen. Door behandelingen voor vrouwen aan te passen op symptomen die een belangrijke rol spelen in het netwerk, kan een terugval in/van depressie voorkomen worden.

Is het duidelijk waarom verwacht wordt dat vrouwen een sterker verbonden netwerk hebben en dat ruminerern een belangrijkere rol speelt? Moet ik ook zeggen dat ik verwacht dat vrouwen meer rumineren

Leave a Comment

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.