Voorkomen van een gezondheidsprobleem door meer te bewegen in een verzorgingshuis. - Essay Marketplace

Voorkomen van een gezondheidsprobleem door meer te bewegen in een verzorgingshuis.

Gezondheidsvoorlichting over bewegen voorkomt vallen bij een oudere in een verzorgingshuis.

Door het inleveren van dit werkstuk verklaar ik dat het werkstuk eigen werk is en vrij van plagiaat.

Inhoudsopgave
1. Inleiding. 3
2. Gezondheidsbevordering en gezondheidsvoorlichting 4
2.1 Gezondheidsbevordering. 4
2.2 Gezondheidsvoorlichting. 4
3. Analyse van het gezondheidsprobleem. 6
3.1 Het gezondheidsprobleem. 6
3.2 Hoe vaak komt het voor. 6
3.3 Is het een werkelijk probleem? 7
3.4 Welke gedrag factor speelt een rol? 7
3.5 De oorzaak van het gedrag. 9
4. Het doel. 10
4.1 Het doel voor de zorgvrager. 10
4.2 Het doel voor de zorgverlener. 11
5. Het plan. 12
5.1 De interventie. 12
5.3 Adoptie en implementatie van het plan. 13
5.1 Stages of Change. 13
5.2 De implementatie. 14
6. Evaluatie van de preventieve interventies. 15
7. Evaluatie van het maken van het verslag. 17
7.1 Proces evaluatie. 17
7.2 De product evaluatie. 18
8. Reflectie. 19
Literatuurlijst: 20

1. Inleiding.

Mijn naam is Bea de Vries student deeltijd hbo-v aan de Saxion Hogeschool te Deventer. Mijn werkplek is woonzorgcentrum Huize Salland te Colmschate in de functie van co��rdinator zorg.

Dit verslag is geschreven in het kader van het doen en maken van een gezondheidsvoorlichting voor producttoets 3.1 op gevorderd niveau voor het domein zorg in de rol van zorgverlener.
De kerncompetentie die voor dit verslag beoordeeld moet worden is ‘Om een gezonde leefstijl bij pati��nten en hun familieleden te bevorderen geeft de hbo-verpleegkundige op basis van een programmatische aanpak informatie, voorlichting en advies aan individuen en groepen’. (Beoordelingsinstrument beoordelingsaspect 3.1 Niveau gevorderd, juli 2015).

De HBO competentie die in dit verslag te zien moet zijn is ‘het effectief gedrag in midden complexe beroepssituaties t.a.v. meerdere zorgcategorie��n zorgvragers zowel op eigen initiatief en als dit gevraagd wordt'(competentiekaarten hbo-v Saxion, juli 2011).

De gezondheidsvoorlichting is een onderdeel van de gezondheidsbevordering en is in dit verslag gericht op het belang van meer bewegen door ouderen in een verzorgingshuis. Volgens het rapport Onbewogen over bewegen, geschreven door de afdeling klinische neuropsychologie van de vrije universiteit Amsterdam (Binnekade, T., Eggermont en L.H.P, Scherder, E.J.A. 2012), bewegen tussen de 86% en 96% van de ouderen in een zorginstelling niet volgens de Nationale Norm Gezond Bewegen (Nationaal Kompas, 2015). Volgens het nationaal kompas is voor mensen van 55 jaar en ouder de norm om per dag tenminste een half uur, het liefst 7 dagen per week, een matig intensieve activiteit uit te voeren.

Volgens het rapport Onbewogen over bewegen (2012) zijn ook incontinentie, angst, verminderde cognitie en verstoring van het slaap-waakritme grote risico’s door het niet tot nauwelijks bewegen van de ouderen, in dit verslag zal alleen het gezondheidsprobleem vallen worden uitgewerkt.
Voorlichting over bewegen, en de uiteindelijk beoogde gedragsverandering meer bewegen, kan dus ook positieve gevolgen hebben voor andere gezondheidsproblemen.

In dit verslag zal eerst uitgelegd worden wat gezondheidsbevordering en gezondheidsvoorlichting is.
Het verslag is verder opgebouwd volgens de stappen van Intervention Mapping, dit is een planningsmodel geschikt voor intentionele gezondheidsvoorlichting, volgens Sassen (2014).
In hoofdstuk 3 wordt een analyse van het gezondheidsprobleem gemaakt en in hoofdstuk 4 wordt beschreven welk doel wordt gesteld waarvoor in hoofdstuk 5 een plan wordt gemaakt. In hoofdstuk 6 wordt uitgelegd hoe de adoptie en de implementatie zal zijn waarna in hoofdstuk 7 de evaluatie van het plan wordt beschreven.

Tot slot volgt er een product en proces evaluatie over het verslag en ik sluit af met een reflectie.

2. Gezondheidsbevordering en gezondheidsvoorlichting

Gezondheidsbevordering is het stimuleren van positieve invloeden op de gezondheid waardoor gezondheidsschade kan worden voorkomen of worden beperkt.
Gezondheidsvoorlichting is een onderdeel van de gezondheidsbevordering. Zonder gezondheidsvoorlichting zal de gezondheidsbevordering niet goed tot stand kunnen komen.

De voorlichting kan op verschillende manieren gebeuren en is een onderdeel van het voorlichtingsplan, gericht op het veranderen van ongunstig gedrag voor de gezondheid in gunstig gedrag voor de gezondheid.
Er zijn verschillende vormen van voorlichting zoals een faciliterende voorlichting, door onder andere folders, of een intentionele voorlichting deze is actief en planmatig gericht op het veranderen van het gedrag van de persoon, volgens Sassen (2014).

2.1 Gezondheidsbevordering.
Gezondheidsbevordering is het stimuleren van positieve invloeden op de gezondheid waardoor gezondheidsschade kan worden voorkomen of worden beperkt. Dit doe je door het doen van preventieve interventies waarmee de positieve invloeden worden gestimuleerd en negatieve invloeden worden beperkt. Deze preventieve interventies kunnen bestaan uit gezondheidsvoorlichting, het aanbieden van voorzieningen en de wet en regelgeving, dit zijn onderdelen van de gezondheidsbevordering, volgens Sassen (2014).

2.2 Gezondheidsvoorlichting.
Volgens Sassen (2014), is de gezondheidsvoorlichting gericht op het doel om de leefstijl en gedrag van mensen te veranderen, door aan hen uit te leggen waarom een ander gezonder gedrag beter zou zijn om zo een gezondheidsprobleem te voorkomen. De beste manier om dit te doen is door het maken van een systematisch plan. Dit plan zal gericht moeten zijn op de veranderingen in kennis, houding, vaardigheden en het gedrag van de persoon. Het doel van dit plan is dat het zal leiden tot een verbetering van de gezondheidssituatie of van de kansen op gezondheid. Gezondheidsvoorlichting is dus een belangrijk onderdeel van de gezondheidsbevordering.

Volgens Sassen (2014) zijn er 2 grondvormen van gezondheidsvoorlichting namelijk de intentionele en de faciliterende gezondheidsvoorlichting.

De intentionele voorlichting is dat wat een verpleegkundige doet door middel van interventies. Het doel hiervan is dat d.m.v. een planmatige aanpak het gedrag, dat een ongunstige invloed zal hebben op de gezondheid van de cli��nt, zal veranderen in gunstig gedrag. De verpleegkundige probeert met de intentionele voorlichting bewust een verandering aan te brengen in kennis, houding en gedrag, zonder dat de cli��nt of doelgroep daar zelf om heeft gevraagd. Het veranderen van het gedrag zal dan ook een keuze van de cli��nt of doelgroep zelf blijven.

De faciliterende voorlichting is informatief en gericht op de kennis over het gedrag of het gezondheidsprobleem om zo mogelijk het risico gedrag te veranderen. Binnen de verpleegkunde wordt de faciliterende voorlichting (bijv. het geven van een folder) eigenlijk alleen gebruikt als ondersteuning voor de intentionele voorlichting. Het is geheel vrijblijvend voor de doelgroep of cli��nt.

Intentionele voorlichting kan worden gedaan d.m.v. het maken van een preventieplan volgens het model Intervention Mapping. Dit is een model waarmee op een planmatige manier een gezondheidkundige interventie ontwikkeld kan worden, voorwaarde is wel dat het gedrag be��nvloedbaar moet zijn.
Het model bestaat uit de volgende 6 stappen:
1. Gezondheidskundige analyse.
2. Maken van gedragsdoelen en bepalen welke veranderingen nodig zijn.
3. Zoeken naar Evidence voor theorie��n en model waarmee het gedrag te veranderen is.
4. Maken van het interventieplan.
5. Maken van het implementatieplan.
6. Evalueren, volgens Sassen (2014).

Gezondheidsvoorlichting is een onderdeel van de gezondheidsbevordering en de verpleegkundige kan de meeste invloed uitoefenen op het veranderen van gedrag door middel van de intentionele voorlichting omdat ze zich daarmee kan richten op de attitude, kennis en gedrag van diegene van wie het gedrag een ongunstige invloed heeft op de gezondheid.

3. Analyse van het gezondheidsprobleem.

Een gezondheidsprobleem ontstaat door een bepaald gedrag door invloed van gezondheidsdeterminanten, een gezondheidsdeterminant heeft een specifieke invloed op een bepaald gezondheidsprobleem. Er zijn dus verschillende factoren die van invloed zijn op de gezondheid van de persoon en om te kunnen bepalen wat het (dreigend) gezondheidsprobleem van iemand is, zal er eerst gekeken moeten worden naar de determinanten van die persoon voor het (dreigende) gezondheidsprobleem, volgens Sassen (2014).

3.1 Het gezondheidsprobleem.
Het gezondheidsprobleem wat in dit verslag onderzocht gaat worden is het veelvuldig vallen van mevr. J. door te weinig beweging in een verzorgingshuis.

In het rapport Onbewogen over bewegen, geschreven door de afdeling klinische neuropsychologie van de vrije universiteit Amsterdam (Binnekade, T., Eggermont en L.H.P, Scherder, E.J.A. 2012)., is veel te lezen over het gedragsprobleem dat ouderen te weinig bewegen in o.a. een verzorgingshuis.
Volgens het rapport Onbewogen over bewegen (2012) zijn ook incontinentie, angst, verminderde cognitie en verstoring van het slaap-waakritme grote risico’s door het niet tot nauwelijks bewegen van de ouderen, in dit verslag zal alleen het gezondheidsprobleem vallen worden uitgewerkt.

3.2 Hoe vaak komt het voor.
Volgens het rapport Onbewogen over bewegen (2012), bewegen de meeste ouderen in zorginstellingen niet volgens de Nationale Norm Gezond Bewegen (Nationaal Kompas, 2015). Volgens het nationaal kompas is voor mensen van 55 jaar en ouder de norm om per dag tenminste een half uur, het liefst 7 dagen per week, een matige intensieve activiteit uit te voeren.
Van de ouderen in een zorginstelling voldoet tussen de 86% en 96% niet aan de norm, afhankelijk van de soort zorginstelling, zie tabel 1. Voor mensen die niet meer actief kunnen zijn is elke hoeveelheid lichaamsbeweging zinvol, maar in een zorginstelling voor ouderen bewegen volgens Binnenkade, T. et al (2012), de ouderen op geen enkele manier en geen enkele dag in de week minimaal 30 minuten.

In de casus van mevr. J. beweegt ze wel maar heeft zij niet alle dagen 30 minuten een matige intensieve activiteit, dat is niet voldoende volgens de norm.

Percentage ouderen in zorginstellingen van 65 jaar en ouderen dat voldoet aan de Nationale Norm Gezond Bewegen, naar woonvorm 2008 ‘ 2009.

Indicatie NNGB Verzorgingshuis Somatisch verpleeghuis Totaal
Voldoende beweging 14% 4% 12%
Niet

normactief
86% 96% 88%
Inactief 76% 89% 78%
Tabel 1 Bron: (Binnenkade, T. et al., 2012. p. 12).

3.3 Is het een werkelijk probleem?
In het rapport Onbewogen over bewegen (Binnenkade, T. et al., 2012) beschrijft men een aantal veel voorkomende gezondheidsproblemen, door het niet of te weinig bewegen bij ouderen, die lichamelijk, cognitief of gedragsmatig van aard zijn.

De lichamelijke problemen zijn onder meer: incontinentie, osteoporose en valincidenten. Deze lichamelijke problemen kunnen voorkomen worden door het bevorderen van meer fysieke activiteit. Fysieke activiteit blijkt ook een positief effect te hebben op het cognitief functioneren en gedrag, dat gestuurd wordt door de frontale hersengebieden. Deze frontale hersengebieden zijn weer zeer belangrijk voor de complexe hersenfuncties die weer heel belangrijk zijn voor de zelfredzaamheid, volgens Binnenkade, T. et al. (2012).

Te weinig fysiek beweging kan dus leiden tot een gezondheidsprobleem.
In dit verslag zal de gezondheidsvoorlichting in de casus van mevr. J. gericht worden op meer beweging om het vele vallen te voorkomen.

3.4 Welke gedrag factor speelt een rol?
Mevr. J. is een bescheiden vrouw van 81 jaar bekend met de ziekte van Parkinson waarvoor ze medicatie gebruikt. Toen ze nog thuis woonde kon ze zich voor een deel zelf aan en uit kleden en maakte ze haar eigen ontbijt en lunch klaar. Ze liep in en rond het huis met haar rollator. Omdat haar zorgvraag groter werd en er meer ongeplande zorg kwam is ze in een verzorgingshuis komen wonen.

In het verzorgingshuis is het bedoeling dat mevrouw J begeleid wordt bij een deel van ADL taken vanwege de ziekte van Parkinson. De houding van sommige zorgverlener is (helaas) nog steeds om alle ADL taken over te nemen met de gedachte dat de zorgvrager dit prettig zal vinden. Dit overkwam ook mevr. J. ze heeft eerst nog een aantal keren gezegd dat ze zichzelf aan kon kleden en haar eigen ontbijt kon maken maar dat werd afgewimpeld met een ‘ach ik doe het graag voor u’ en na een aantal weken deed ze zelf nog heel weinig. Vanaf deze tijd viel ze regelmatig zonder dat er een duidelijke oorzaak voor aan te wijzen was vanuit de ziekte van Parkinson of andere direct lichamelijk oorzaken zoals bijvoorbeeld orthostatische hypertensie.

Mevr. liep de eerste weken nog regelmatig een rondje door huis en tuin maar ook dat werd steeds minder. Ze viel overdag steeds in slaap waardoor ze ook geen tijd en geen zin meer in had.

Als er gekeken wordt naar de leefstijl en gedrag van mevr. J. kunnen we zien dat haar leefstijl negatief veranderd is sinds ze in het woonzorgcentrum is komen wonen, door niet meer zelf een stukje te gaan lopen, en dat ze haar gedrag aangepast heeft aan haar omgeving, de zorgverlener.

Volgens Carpenito (2012), is bij de verpleegkundige diagnose ‘inactieve levensstijl’ de be��nvloedende factor, op de gezondheidsbevordering, een kennistekort over de positieve invloed van de fysieke activiteit . De uitkomst van de interventie moet kennis van gezondheidsgedrag zijn, volgens Carpenito (2012).

Door middel van het ASE (attitude, sociale invloeden en eigen effectiviteit) model volgens Sassen (2014) zie figuur 1, kijkt de verpleegkundige naar de redenen voor het gedrag waardoor ze ziet waar de knelpunten zitten voor verandering van het gedrag bij de persoon die het gedrag zou moeten veranderen.

ASE model.

Figuur 1 Bron: Sassen (2014)

Ten aanzien van het oplossen van het gezondheidsprobleem, de oudere/mevr. J. beweegt te weinig in een verzorgingshuis , kan de volgende analyse worden gemaakt door middel van het ASE model.

De attitude: Mevr. J is wel gemotiveerd om meer te gaan bewegen ze moet zelf wel nog beseffen dat ze hier zelf ook een aandeel in heeft. Ze heeft te weinig kennis van het nut van bewegen om te beseffen dat ze door meer bewegen minder zal vallen.

De sociale invloed zal in dit geval in negatieve zin van de zorgverlener kunnen komen die eerst kennis zal moeten hebben over bewegen, en er daarna aan zal moeten wennen om mevr. J. meer zelf de ADL te laten doen.

Eigen effectiviteit van mevr. J zal is positief aanwezig, ze weet dat ze het kan als ze zich goed voelt.

De intentie om te veranderen is aanwezig, mevr. J. wil heel graag van de valincidenten af en ze wil graag de regie over haar eigen leven voor een deel weer op zich nemen.

Barri��res die genomen moeten worden door mevr. J zijn zelf gaan bewegen, ook als ze geen zin heeft, en kennis opdoen over het nut van bewegen. De zorgverlener zal moeten leren om mevr. J. zelf haar ADL weer voor een deel te laten doen.

3.5 De oorzaak van het gedrag.
Aan de hand van het ASE model kan de oorzaak van het gedrag gevonden worden in het niet hebben van kennis over het nut van bewegen, en daardoor te passief zijn in het bewegen. De gezondheidsvoorlichting zal dan gericht moeten worden op intentionele voorlichting aan mevr. J met doel om meer te gaan bewegen, en op faciliterende voorlichting voor de zorgverlener over bewegen bij ouderen ter preventie van valincidenten.

Kennis over de effectiviteit van meer bewegen is een vaardigheid die aangeleerd moeten worden bij mevr. J. en bij de zorgverlener, volgens Carpenito (2012)

Bij mevr. J. is het maken van een systematisch plan met een duidelijk doel de beste manier, de intentionele voorlichting d.m.v. Intervention Mapping.

Voor de zorgverlener is een faciliterende voorlichting d.m.v. een folder voorlopig voldoende, hier kan eventueel een intentioneel plan aan gekoppeld worden.

Door het gedrag te analyseren door middel van het ASE model blijkt dat mevr. J. wel gemotiveerd is om meer te gaan bewegen en dat ze dat ook zal kunnen als de sociale omgeving haar zal ondersteunen. Het ontbreekt mevr. J. echter aan kennis over het nut van meer bewegen, dit kan volgens Carpenito (2012), de reden zijn voor een inactieve levensstijl. De barri��re die genomen moet worden is om haar kennis over bewegen te vermeerderen.
In de volgende hoofdstukken zal dit verder worden uitgewerkt.


4. Het doel.
Het gezondheidsprobleem is veel vallen door te weinig bewegen, dit blijkt ook uit het rapport Onbewogen over bewegen (Binnenkade, T. et al., 2012). In dit rapport wordt beschreven dat ouderen na plaatsing in een zorginstelling, meestal onbedoeld, volledig afhankelijk worden gemaakt van de verzorging. Daardoor zal de wil en het vermogen om zelfstandig de ADL handelingen uit te voeren sterk dalen.

Uit het rapport Onbewogen over bewegen (Binnenkade, T. et al., 2012) blijkt dat verminderde spierkracht een belangrijke risicofactor voor vallen kan zijn. Ook een leeftijd boven de 80 jaar en een verminderde balans zijn een risicofactor.
Meer fysieke activiteit heeft een positief effect op de spiermassa, de botmassa en de botstructuur.

Specifiek voor mevr. J. is het vallen als gevolg van te weinig bewegen o.a. tijdens de ADL taken een gezondheidsprobleem.
Door middel van het ASE model is gebleken dat de oorzaak van het te weinig bewegen voortkomt uit te weinig kennis over het bewegen van de zorgverlener tijdens de ADL taken volgens het rapport Onbewogen over bewegen (Binnenkade, T. et al., 2012), en uit het gedrag van mevr. J. omdat ze te weinig kennis heeft over het bewegen.

4.1 Het doel voor de zorgvrager.
Een gedragsdoel is het beoogde effect van de interventie die de verpleegkundige in gaat zetten, volgens Sassen (2014). Er moet dus omschreven worden welke uitkomst nodig is om het gedrag te veranderen. Dit doel wordt in kleine stapjes gemaakt, het is beter om een paar doelen te hebben en daar aan te werken dan aan 1 einddoel. Door het werken aan alleen 1 einddoel zal het overzicht en de motivatie snel afnemen waardoor de kans van slagen erg klein zal zijn. Door het bereiken van een tussendoel zal de motivatie voor het behalen van het volgende doel groter zijn.

Voor mevr. J. zijn 5 doelen beschreven, op verschillende termijnen, waarmee het gedrag te weinig bewegen omgezet zal worden in voldoende bewegen, dat is dus het einddoel. Deze doelen zijn haalbaar, re��el en meetbaar. Er is ook een doel bij welke niet voor mevr. J. zelf is maar wel voor de zorgverlener om mevr. J. te helpen haar doel te behalen. Het doel voor de zorgverlener is bedoeld om te helpen de barri��re bij mevr. J. weg te nemen.

1. Mevr. J weet op 1 februari te benoemen waarom het belangrijk is om meer te bewegen.
2. De zorgverlener weet op 1 februari te benoemen wat het belang is van meer bewegen door de zorgvrager en hoe ze daar naar moet handelen.
3. Mevr. J. helpt zelf op 1 maart 2016 actief mee in de ADL en gaat iedere dag een kwartiertje wandelen.
4. Op 15 maart 2016 zal in het zorgleefplan van mevr. J. beschreven zijn hoe en wanneer mevr. J. zich actief inzet op het gebied van bewegen en dit zal opnieuw ondertekend worden door mevr. J.
5. Op 1 juli 2016 valt mevr. J. minder dan 1 keer per maand.

Deze doelen komen overeen met de interventies die zijn opgesteld door Carpenito (2012)

4.2 Het doel voor de zorgverlener.
In het rapport van TNO preventief bewegen in instelling in de ouderen zorg (Wijlhuizen van, Tak en Chorus, 2011) wordt een aanbeveling gedaan om onderwijs en scholing te geven aan personeel, cli��nten en hun familie over het belang, de mogelijkheden en voordelen van preventief bewegen. Een andere aanbeveling is het vastleggen van de dagelijkse manier van bewegen van de cli��nt in het zorgleefplan van de bewoner.

Ook in het rapport van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ): Staat van de gezondheidszorg (2012), staat als opdracht aan de instellingen voor ouderenzorg om het meer bewegen van ouderen in het beleid op te nemen voor 2015.

Er zijn nu 5 doelen beschreven die, als ze behaalt zijn, mevr. J kunnen helpen om het gezondheidsprobleem vallen te verminderen. Deze doelen zijn gevonden vanuit het ASE model. Daar is gebleken dat mevr. J. geen kennis heeft van de preventieve werking van meer bewegen. Als ze kan benoemen wat het belang is van meer bewegen kan zal ze beginnen met meer bewegen door o.a. meer zelf te doen bij de ADL. Voorwaarde daarvoor is dat de zorgverlener kennis heeft over het bewegen. Dit doel staat wel bij de doelen omdat het belangrijk is, en daarom benoemd moet worden, maar wordt verder in dit verslag niet uitgewerkt. In hoofdstuk 3.2 is het doel en het belang over het doel voor de zorgverlener wel kort omschreven.

In dit verslag wordt niet verder op ingegaan op de voorlichting voor de zorgverlener. Alleen het plan voor mevr. J. zal uitgewerkt worden.


5. Het plan.

Er zijn een aantal doelen opgesteld om het negatieve gedrag van mevr. J. te weinig bewegen te veranderen in het positieve gedrag, voldoende bewegen volgens de norm Nationale Norm Gezond Bewegen (Nationaal Kompas, 2015).
Om het einddoel te kunnen behalen is dit verdeeld in 5 doelen die op korte, middellange en lange termijn kunnen worden behaald.

Om mevr. J. te kunnen ondersteunen bij het behalen van deze doelen zal een interventie plan moeten worden gemaakt. Voor dit interventieplan moet er gekeken worden naar welke interventies nodig zijn en of er bewezen is vanuit de literatuur of deze interventies ook daadwerkelijk helpen.

Aan de hand van het ASE model kan de oorzaak van het gedrag gevonden worden in het niet hebben van kennis over het nut van bewegen, en daardoor te passief zijn in het bewegen. De gezondheidsvoorlichting zal dan gericht moeten worden op intentionele voorlichting aan mevr. J met het doel om meer te gaan bewegen.

Uit het ASE model blijkt dat de interventie gericht moet zijn op de sociale invloed en op de barri��res die genomen moeten worden. De sociale invloed is in het geval van mevr. J. de zorgverlener daar zal, zoals gezegd, in dit verslag verder niet op in worden gegaan. De barri��re die genomen moet worden is vermeerdering van kennis bij mevr. J. over bewegen bij ouderen. Doordat de kennis over bewegen zal vergroten zal de motivatie waarschijnlijk ook toenemen.

5.1 De interventie.
Interventie op de barri��re kennis: kennis vergroten over valpreventie en bewegen.

Mevr. J. kan zelf haar kennis vergroten door deel te nemen aan het preventieprogramma In Balans, te vinden op de website van Loketgezondleven.nl (Loketgezondleven.nl, 2015), deze website is van de overheid en er wordt onderzocht of een interventie effectief is of matig effectief of niet effectief. Het preventie programma In Balans is beoordeeld als goed onderbouwd en deze interventie geeft een valreductie van 63%.

De beste interventie voor mevr. J. is:

Kennis vergroten bij mevr. J. over het belang van meer bewegen door middel van deelname aan het programma In Balans.

Het plan is om mevr. J. te helpen aan meer kennis over bewegen door mevr. te stimuleren om deel te nemen aan het interventieprogramma: In Balans.
Het preventieprogramma In Balans, zie bijlage 1, is een goede interventie omdat er onder begeleiding voorlichting gegeven wordt en er een oefenboek aangeboden wordt. Bovendien is het mogelijk om na iedere fase van het programma te stoppen, ze hoeft zich dus nog nergens definitief vast te leggen en heeft de vrijheid om te stoppen als ze dat wil. Het doel van In Balans is het voorkomen van valincidenten bij ouderen door be��nvloeding van het eigen beweeggedrag.’
5.3 Adoptie en implementatie van het plan.
Voor het gezondheidsprobleem vallen bij mevr. J. is nu vastgesteld dat er een interventie mogelijk is die Evidence Based is.
Voor mevr. J. is gekozen voor de interventie deelname aan het programma In Balans, zie bijlage 1. De vraag is nu of ze gemotiveerd zal zijn om aan dit programma deel te nemen.

Daarom moet er, volgens Sassen (2014), gekeken worden naar de fase van motivatie voor de verandering van mevr. J. De begeleiding moet afgestemd zijn op de fase waarin mevr. J. op dit moment zit. Om de fase te bepalen kan er gebruik worden gemaakt van het model Stages of Change, volgens Sassen (2014). Met adoptie wordt bedoeld dat mevr. J. het veranderde gedrag zal accepteren. De manier waarop dit gebeurt is afhankelijk van de fase waarin ze zit t.a.v. de verandering.
5.1 Stages of Change.
De motivatie fase waarin mevr. J. nu zit kan bepaald worden door de het Stages of Change model, volgens Sassen (2014), zie figuur 2. Dit model gaat uit van een aantal fasen die iemand doorloopt voordat ongewenst gedrag omgezet is in gewenst gedrag. Het zijn 6 fasen en men kan overal instappen maar ook uitstappen. Iedere fase kan enige maanden duren en nadat men uitgestapt is, is het mogelijk om in een eerdere fase weer in te stappen.

Figuur 2 Bron: Sassen (2014).

Mevr. J. zit in de determinatie fase, ze ziet het nut van het veranderen van het eigen gedrag in en is bereid om te veranderen, haar intentie is positief. Het is van belang dat de verpleegkundige mevr. J. begeleid naar de volgende fase. In het geval van mevr. J. is dat de voorbereiding op de actie fase, de fase waarin ze werkelijk het andere gedrag gaat toepassen.

Het preventie programma In Balans, zie bijlage 1, is hier perfect voor omdat er onder begeleiding voorlichting gegeven wordt en er een oefenboek aangeboden wordt. Bovendien is het mogelijk om na iedere fase van het programma te stoppen, ze hoeft zich dus nog nergens definitief vast te leggen en heeft de vrijheid om te stoppen als ze dat wil. Ze zal waarschijnlijk door dit programma wel meer gemotiveerd worden om over te gaan naar de volgende fase. Als ze de actie fase heeft bereikt is het doel bijna gehaald. Pas als de actie fase 6 maanden duurt kun je spreken van een veranderd gedrag.

5.2 De implementatie.

Het implementatieplan kan gemaakt worden d.m.v. een communicatie matrix zie tabel 2.
Wie?
bron Wat ?
boodschap Hoe?
strategie Tegen wie? Doel
Openstaan
Aandacht. Verpleegkundige Moet meer bewegen In Balans Mevr. J. Motivatie om te gaan bewegen.
Begrijpen
Begrip Zorgverlener Meer bewegen Tijdens de ADL Mevr. J. Meer bewegen tijdens de ADL.
Willen
Attitudes
Sociale invloed
Eigen effectiviteit Mevr. J. Ja ik zie het nut er van in. Door steun van de zorgverlener en door deelname aan In Balans Aan zorgverlener melden dat ze de ADL zelf wil doen. Meer bewegen tijdens de ADL.
Kunnen
Barri��res
vaardigheden Mevr. J. Kennis over het bewegen. Deelname In Balans. Verpleegkundige. Meer kennis over bewegen.
doen Mevr. J. Zelf matig bewegen. 15 minuten wandelen en meer zelf doen tijdens de ADL. zorgverlener 1 keer per dag 30 minuten bewegen.
Blijven doen
gedragsbehoud Mevr. J. bewegen 30 minuten wandelen en ADL verpleegkundige Minder vallen.

Tabel 2. Bron: Powerpoint presentatie preventie les 3 2015 van Lisanne Diepenhorst.

In de matrix wordt beschreven hoe de communicatie tussen mevr. J., de verpleegkundige en de zorgverlener plaats zal vinden. Wie zegt wat via welke weg en tegen wie. Hieruit is op te maken hoe de gezondheidskundige interventie planmatig kan worden gemaakt.

Om een gedragsverandering te laten slagen is het noodzakelijk om eerst te kijken naar de fase waarin iemand zit volgens het model Stages of Change en daar de start van de interventie in te zetten. Als iemand overladen wordt door informatie terwijl hij nog niet gemotiveerd is dan zal die persoon er niets mee doen, volgens Sassen (2014). Als de fase en motivatie bekend zijn dan kan implementatie van het plan plaatsvinden. Dit moet met instemming van de cli��nt gebeuren om zo veel mogelijk draagkracht te krijgen voor het slagen van het plan, volgens Sassen (2014).’
6. Evaluatie van de preventieve interventies.

Het gezondheidsprobleem te weinig bewegen in een verzorgingshuis is voor de mevr. J. de reden van de valincidenten die ze heeft. Door middel van het ACE model is gevonden dat vermeerdering van kennis bij mevr. J. over meer bewegen de belangrijkste interventie zou moeten zijn. Er is gekozen voor de interventie deelname aan het preventieve preventie programma In Balans. Het doel van In Balans is het voorkomen van valincidenten bij ouderen door be��nvloeding van het eigen beweeggedrag (Loketgezondleven.nl, 2015).

Om te bepalen of een preventieve interventie effectief is geweest zal dit ge��valueerd moeten worden, volgens Sassen (2014).
Een goede manier om dit te doen is door middel van het RE-AIM model, dit model is gericht op de evaluatie van al ontwikkelde en uitgevoerde interventies, de letters van het model staan voor Reach, Efficacy, Adoption, Implementation, Maintenance.

De evaluatie van de preventieve interventie deelname aan In Balans met als doel meer bewegen zal door middel van de letters van het model beschreven worden.

R.
Het bereik van de gekozen interventie is nu alleen op mevr. J. gericht maar kan uiteraard voor meerdere bewoners van het verzorgingshuis dienen.

E.
De effectiviteit onder ideale omstandigheden is groot. De effectiviteit bij mevr. J zal groot zijn als ze aan het programma deel kan nemen. Ze zal meer gaan bewegen, en daardoor zullen de valincidenten minder worden, en dat zal haar stimuleren om meer onder de mensen te komen. De effectiviteit van meer bewegen door middel van het programma In Balans kan, door het verspreiden van de informatie die door mevr. J., gekregen is, nog groter zijn als daardoor meer mensen aan het programma deel willen nemen.

A.
Als mevr. J. heeft meegedaan aan het programma doen er daarna en daardoor, hopelijk, nog meer mensen mee. Als de niet uitgewerkte interventie, voorlichting aan de zorgverlener over bewegen bij ouderen, ook gedaan zou zijn dan zou de adoption nog veel groter kunnen zijn.

I.
Het plan is goed uit te werken en de dingen die wie, wat, hoe en wanneer gezegd/gedaan moeten worden zijn duidelijk uitgewerkt, hier zal goed mee te werken zijn. Het is voor iedereen duidelijk wat er verwacht wordt en van wie.

M.
De verwachting is dat het plan bestendig zal zijn voor een langere periode. Voor mevr. J. zal het werken zolang ze zich daar lichamelijk toe in staat voelt. Het plan kan ook opgepakt worden voor andere bewoners ter preventie van valincidenten.

Door te evalueren komt de verpleegkundige erachter of het een goed plan is geweest en of het doel is behaald door middel van de gekozen interventie. Als dit niet zo is kan de verpleegkundige kijken naar wat er is fout gegaan en waarom, deze informatie kan gebruikt worden bij een volgende interventie.


7. Evaluatie van het maken van het verslag.
Ik heb mijn verslag gemaakt over het maken van een gezondheidsvoorlichting voor een oudere dame in een verzorgingshuis die te weinig beweegt en daardoor valincidenten heeft. De evaluatie van dit verslag doe ik door het maken van een proces evaluatie en een product evaluatie.

In de procesevaluatie kijk ik naar het verloop van het proces van de ontwikkeling van mijn plan en ik kijk naar het resultaat.

In de productevaluatie kijk ik of de doelen die ik gesteld heb zijn behaald.

7.1 Proces evaluatie.
Het maken van dit verslag, over een interventie door middel van gezondheidsvoorlichting, was interessant om te doen. Ik heb eerst gezocht naar een zorgvrager, in het verzorgingshuis waar ik werk, die een duidelijk gedragsprobleem en daaruit voortvloeiend een gezondheidsprobleem heeft. Nadat mevr. J. een aantal keren gevallen was, zonder duidelijke aanwijsbare oorzaak, en ik erachter kwam dat ze zelf heel weinig meer deed in de ADL ben ik gaan zoeken in de literatuur om aan te kunnen tonen dat er een verband is tussen te weinig bewegen en vallen. Al snel kwam ik uit bij het rapport Onbewogen over bewegen (Binnekade, juni 2012) waaruit blijkt dat er zelfs nog meer verbanden zijn te leggen tussen te weinig bewegen bij ouderen in een verzorgingshuis en verschillende gezondheidsproblemen. Dit rapport was heel leerzaam om te lezen.

Het gedrag van mevr. J. is be��nvloedbaar waardoor ze een geschikte kandidaat is voor de preventieve interventie door middel van gezondheidsvoorlichting.
Om mijn verslag overzichtelijk te houden heb ik mij alleen gericht op het gezondheidsprobleem vallen en de interventie daarbij. Nadat ik duidelijk voor ogen had wat ik wilde gaan doen volgde de rest vrij snel. Vanuit het boek van Sassen (2014) en informatie uit de colleges heb ik de volgorde van het plan zo veel mogelijk gemaakt door middel van Intervention Mapping.

Het zoeken naar een Evidence based interventie die geschikt is, was iets lastiger maar uiteindelijk was er genoeg te vinden via de website http://www.loketgezondleven.nl . Ik heb voor mevr. J. het preventieprogramma In Balans gekozen omdat dit voldeed aan de voorwaarde die ik gesteld had, namelijk kennis krijgen over het nut en de zin van meer bewegen.

Uiteindelijk is deelname aan dit programma een voorwaarde om het doel te behalen, ik verwacht echter dat mevr. J. echt gemotiveerd zal zijn om deel te gaan nemen aan dit programma om zo haar valincidenten te verminderen.

7.2 De product evaluatie.
Het uiteindelijke plan is denk ik een plan waar goed mee te werken valt en waaruit veel effectiviteit is te verwachten. Ik verwacht dat mevr. J. gemotiveerd zal worden om aan het preventieprogramma In Balans deel te nemen en dat ze de resultaten zal merken door middel van minder valincidenten.

Ik verwacht ook dat de zorgverleners dit zullen merken en daardoor het preventieprogramma aan zullen bevelen bij andere zorgvragers. Daardoor kunnen de valincidenten en alle andere gezondheidsproblemen die door te weinig bewegen worden veroorzaakt afnemen.

Het is dus een goede gezondheidsvoorlichting waar veel meer mensen dan alleen mevr. J gezonder door kunnen worden of gezonder blijven.


8. Reflectie.

Het doel van dit verlag is het maken van een intentionele gezondheidsvoorlichting door middel van een programmatisch preventieplan. Het was leuk om te doen en ik had beter door wat er van mij verwacht werd in vergelijking met het vorige verslag over preventie.

Het maken van dit verslag ging dan ook al veel beter dan het maken van mijn eerste verslag omdat ik veel doelmatiger wist te plannen en te zoeken. Ik had al snel een gedrag voor gezondheidsprobleem gevonden maar ik twijfelde en heb toen nog een aantal uren besteed aan het vinden van een ander gezondheidsprobleem. Uiteindelijk kwam ik toch weer bij het eerste huidige probleem uit en was ik gemotiveerd om dit uit te werken.

Omdat ik nu meer dan voorheen wist hoe het proces zou gaan werd ik er minder door opgejaagd waardoor ik mij beter kon concentreren. Ik had al vrij snel een zeer interessant rapport gevonden waar ik veel informatie en inspiratie uit kon halen.

Met het resultaat ben ik wel tevreden ik hoop dat ik het preventieprogramma werkelijk kan activeren bij mevr. J. maar ik kan sowieso veel voorlichting geven over bewegen aan alle zorgvragers van het verzorgingshuis waar ik werk.

Zelf vind ik wel dat ik alsnog veel tijd heb moeten nemen voor het maken van dit verslag, ik weet echter ook niet wat een normaal aantal uren is voor het maken van een verslag. De volgende keer ga ik nog beter plannen en mij houden aan de eerste opzet.

Literatuurlijst:

https://www.loketgezondleven.nl/interventies/i-database/1400740.

http://www.igz.nl/zoeken, staat van de gezondheidszorg inleiding 7.2, hoofdstuk 6.
Preventief bewegen in instellingen in de gezondheidszorg TNO 2011. Daarin staat de conclusie over bovengenoemde 3.

Bron: Powerpoint presentatie preventie les 3 2015 van Lisanne Diepenhorst.

zie verslag ven Scherder, blz 22 – 25


Bijlage 1.

In Balans: valpreventie programma voor ouderen
Naam interventie In Balans: valpreventie programma voor ouderen
Eigenaar VeiligheidNL
Laatst gepubliceerd 24-08-2015
Algemene informatie
Korte omschrijving In Balans Valpreventieprogramma bestaat uit een voorlichtingscursus van vier bijeenkomst, waarna een bewegingsprogramma van minimaal tien weken volgt. Hierbij wordt theorie en praktijk gecombineerd. Na elke fase is voor de deelnemers een keuzemoment ingebouwd om door te gaan of om te stoppen. Totale duur van de hele cursus is in principe 14 weken 2 x per week. De deelnemers krijgen een oefenboek met achtergrondinformatie en oefenstof. De deelnemers worden gestimuleerd de oefenstof ook thuis te doen (home-based). Gemiddeld doen 12 personen per groep mee, maar dit kan uiteen lopen van 6 tot 15 deelnemers. Per groep is ‘�n begeleider.
Doel Het doel van In Balans is het voorkomen van valongelukken bij ouderen door middel van risicofactoren en beinvloeding van het eigen beweeggedrag.
Vorm van preventie Selectieve preventie
Website(s) http://www.veiligheid.nl (externe link)
http://valpreventie.veiligheid.nl (externe link)

Lokale uitvoeringen van deze interventie In Balans: een laagdrempelig valpreventie / valreductie project (GGD Gelderland-Zuid)
In Balans, valpreventie (Marente)

Contactperso(o)n(en)
Naam Marloes de Vries
Organisatie VeiligheidNL
E-mailadres [email protected] (link stuurt een e-mail)

Telefoonnummer organisatie 0205114511
Kwaliteit en effectiviteit
Erkenningsstatus Goed onderbouwd
Datum beoordeling 03-11-2009
Aanpak in het kort De aanpak van In Balans bestaat uit de volgende onderdelen:
Fase 1: Informatie. Bijeenkomst van twee uur. Hierna is een keuzemoment: Doe ik mee met de voorlichting?
Fase 2: Bewustwording. Voorlichtingscursus en bewegingsprogramma van drie bijeenkomsten van twee uur, inclusief risicoscreening en een balanstest. Keuzemoment: Doe ik mee met de training?
Fase 3: Training gedurende minimaal tien weken. Keuzemoment: Maak ik gebruik van het bestaande lokale aanbod?
Fase 4: Voortzetting in bestaande bewegingsgroepen met blijvende aandacht voor balanselementen, bijvoorbeeld Meer Bewegen voor Ouderen (MBvO), of in nieuwe groepen Tai Chi en/of Thuis Bewegen op basis van de oefeningen in het cursusboek.
Doelgroep In Balans is ontwikkeld voor zelfstandig wonende senioren vanaf ongeveer 70 jaar en senioren in woonzorgsituaties die zich onzeker op de been voelen tijdens lopen, bang zijn om te vallen of al vaker zijn gevallen en gebruikers van loophulpmiddelen zoals stok of rollator.
Materiaal in het kort De volgende materialen zijn beschikbaar:
cursusboek
docentenhandleiding
een dvd met instructies
Document(en) Kosten bijlage Menukaart Sportimpuls In Balans
Beschrijving In Balans

Thema
Geestelijke / psychische gezondheid Angst(stoornissen)
Leefstijlonderwerpen Lichamelijke activiteit / beweegstimulering
Lichamelijke gezondheid Bewegingsstelsel / reuma
Veiligheid / milieu / fysieke omgeving Valpreventie
Setting
Setting Welzijnsinstelling
Wijk / faciliteiten in de wijk
Niet-eerstelijnszorg
Thuiszorg
Woonzorginstelling
Doelgroep
Leeftijd 65 tot 99
Geslacht Beide
Doelgroep Ouderen
Methodiek
Activiteiten en methodieken Beweegaanbod
Scholing professionals / train de trainer
Internet / intranet
Lezing / presentatie
Screening / health check
Voorlichtingsmateriaal
Workshop / cursus / voorlichtingsbijeenkomst
Beleid / ketenontwikkeling / organisatie Monitoring
Netwerkontwikkeling
Procesgerichte interventie
Verankering
Documenten
Documenten en materialen Cd / dvd / video / film
Handleiding
Lesmateriaal / lespakket
Projectplan
Quiz / test
Folder / brochure / flyer
Weblinks Cursusboek voor ouderen (externe link)

Betrokken organisaties
Financier
Soort financier Eigen instellingsmiddelen
Fondsen
Nationale overheid
Organisaties Soort Naam en eventuele rol
Overheid / gemeente (Rol: Regie / co��rdinatie)
Thuiszorg (Rol: Regie / co��rdinatie)
Zorgverzekeraar (Rol: bevorderaar)

Evaluatie en ontwikkeling
Evaluatie type Effectevaluatie
Gebruikersonderzoek
Procesevaluatie
Succesfactoren van deze interventie Uit onderzoek van VU Amsterdam blijkt de cursus van het valpreventieprogramma In Balans te resulteren in een valreductie van 61% en een vermindering van angst van 37%.

Uitvoeringslocatie
Schaal van uitvoering Landelijk

Review this essay:

Name
Rating
Your review: (optional)

Latest reviews:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.