Deelvraag 1 - Essay Marketplace

Deelvraag 1

Welke invloed hebben persoonlijke kernmerken op het koopgedrag van de consument?

We hebben onder verschillende mensen en in verschillende leeftijdsklassen een enqu��te uitgegeven. Hierin vroegen wij o.a. de leeftijd, woonplaats en het geslacht. Deze persoonlijke kenmerken hebben we gebruikt om het koopgedrag van mensen te vergelijken. Koopgedrag is de voorkeur voor spullen online of fysiek aanschaffen.

Per kleine deelvraag hebben we een persoonlijk kenmerk genomen, bij 1.1 geslacht, 1.2 woonplaats en bij 1.3 leeftijd. Zo bekijken we of mensen liever online of fysiek kopen. Elk fysiek kenmerk hebben we onderverdeeld in consumentenelektronica en mode. We hebben dus twee grafiekjes in elk onderdeel van de deelvraag, zes in totaal. We bespreken de grafieken stuk voor stuk en we vergelijken ze met elkaar

1.1 Geslacht, koopgedrag bij mannen en vrouwen

We kijken in deze grafiek naar het koopgedrag van mannen en vrouwen als het gaat om mode. We hebben mensen gevraagd of ze liever in een webwinkel hun kleding kopen of in een fysieke winkel zonder webshop.

Je ziet duidelijke verschillen als je naar deze grafiek kijkt. Allereerst geven de meeste mensen aan dat ze hun kleding liever in een fysieke winkel zonder een webshop kopen dan in een webshop. Dan gaan we kijken naar het geslacht. Vrouwen hebben meer voorkeur voor mode fysiek kopen dan mannen. 88% van de vrouwen koopt haar kleding in een fysieke winkel. Mannen doen dit voor 84%. Een verklaring hiervoor kan zijn dat vrouwen graag eerst de kwaliteit van de stof willen bekijken, het kledingstuk passen en de sfeer van het winkelen willen ���proeven���. Mannen daarentegen zijn veel gemakzuchtiger en zijn sneller tevreden met een product en kopen een kledingstuk dus sneller online. Ook houden mannen niet zo van winkelen.

Bij deze grafiek kijken we ook naar het koopgedrag bij mannen en vrouwen, maar dan bij consumentenelektronica.

Als je deze grafiek vergelijkt met de vorige grafiek zie je wel degelijk een verschil. Bij mode waren de verschillen erg groot, maar bij consumentenelektronica zijn de verschillen kleiner, al is er nog wel een kleine voorkeur voor de fysieke winkel.

Allereerst kijken we naar de mannen. Ongeveer 57% koopt zijn consumentenelektronica het liefste in een fysieke winkel. 44% heeft een voorkeur voor zijn spullen online kopen. Er is dus nog een kleine voorkeur voor offline, maar toch niet zoveel als de 84% de fysieke mode-inkopen.

Bij vrouwen zie je een groter verschil. 68% van de vrouwen koopt haar consumentenelektronica nog in een fysieke winkel. 33% koopt haar spullen het liefste online. Je ziet het aantal wel toenemen als je kijkt naar mode, waar nog maar 12% van de vrouwen het liefste online koopt.

Je ziet dus wel degelijk verschil tussen mannen en vrouwen. Mannen zijn misschien sneller tevreden met een product dan vrouwen. Ook houden mannen over het algemeen minder van winkelen dan vrouwen en ze zijn gemakzuchtiger. Vrouwen daarentegen willen het product keuren en aanraken.

1.2 Woonplaats, woonachtig in dorp of stad

In de komende twee grafieken vergelijken we de woonplaats met het koopgedrag. We bekijken of er verschil is in koopgedrag als iemand in een dorp of in een stad woont. Het zou kunnen zijn dat iemand in een stad eerder zijn spullen in een fysieke winkel koopt.

We kijken eerst naar het verschil tussen fysieke aankopen en online aankopen. Hier zie je ook weer een groot verschil, ongeveer 70%. Als je kijkt naar het verschil in aankopen in dorp en stad zie je een erg klein verschil, ongeveer 2%.

We hadden eigenlijk gedacht dat dit aantal groter zou zijn aangezien stedelingen makkelijker de stad kunnen inlopen en iets fysiek kopen, terwijl dorpelingen sneller iets online kopen, maar dat is dus niet zo. Dorpelingen kopen blijkbaar veel in de lokale winkels en nemen hier genoegen mee. Stedelingen kopen toch voor een klein deel nog online, terwijl ze eigenlijk alles al in de stad hebben.

Het kan zijn dat stedelingen iets minder snel tevreden zijn met het aanbod in de fysieke winkels waardoor ze eerder online gaan kopen. Het kan ook zijn dat de winkels in de steden steeds meer verdwijnen, waardoor mensen ook sneller online gaan kopen. De lokale winkels in de dorpen blijven meestal wel, omdat de winkels meestal niet afhankelijk zijn van een grote keten.

Bij deze grafiek bekijken we de consumentenelektronica met het koopgedrag in een woonplaats.

Je ziet bij consumentenelektronica weer een verschil ontstaan met mode. De dorpelingen gaan bij consumentenelektronica meer online kopen, nu wel 34%. Bij mode was dit nog 15%, het aantal is dus verdubbeld. Waarschijnlijk omdat op internet gewoonweg meer aanbod hebt en je dingen kunt vergelijken.

Bij de stedelingen zie je ook een toename, nog meer dan bij de dorpelingen. Bij mode kocht nog 12% het liefste online. Bij consumentenelektronica zie je dat dit aantal 39% geworden. Dit aantal is dus verdriedubbeld. De stedelingen kopen nu nog meer online dan de dorpelingen als het gaat om consumentenelektronica, terwijl bij mode de dorpelingen meer online kochten. Dit is erg opvallend, aangezien stedelingen meer fysiek aanbod hebben dan de dorpelingen.

Een verklaring hiervoor kan zijn dat dorpelingen zijn misschien eerder tevreden met spullen die voor de hand liggen dan de stedelingen dat zijn. Het is ook zo dat stedelingen soms meer eisen stellen aan consumentenelektronica, waardoor ze sneller online kopen.

1.3 Leeftijd

Bij de volgende twee grafieken gaan we bekijken of er veel verschil zit in leeftijd als het gaat om online kopen of in een fysieke winkel. We verwachten dat jongeren sneller online gaan kopen dat de oudere mensen rond de 40, 50.

Wat allereerst hierin opvalt is dat de mensen in de leeftijdsklasse [30,40] het liefste online kopen, dit is 23% van de ondervraagde mensen. Hierna komt de leeftijdsklasse [50,60] waarvan 16% het liefste online koopt. Daarna komt de klasse [40,50], hierna komt de klasse [10,20]. Opvallend is dat de leeftijdsklasse [20,30] als ����n van de laatsten uit de bus komt. Het blijkt dat de jongste twee klassen en de laatste klasse het liefst nog offline kopen, tegen onze verwachtingen in. Van de ouderen hadden we het wel verwacht, omdat deze nog niet zo actief zijn op internet. Wel moeten we zeggen dat we relatief weinig ouderen hadden, dus deze klasse is niet zo representatief.

Van de jongere twee klassen is het wat opvallender, aangezien deze toch het meest technologisch ingesteld zijn. Het zou kunnen zijn dat jongeren nog wat meer tijd hebben om een dagje te gaan winkelen en nieuwe kleding te gaan kopen, terwijl de leeftijdsklasse [30,40] drukker is met werken en kinderen opvoeden

Nu kijken we naar de leeftijd en de verschillen bij offline en online aankopen als het gaat om consumentenelektronica.

Weer zie je een verschil met mode, consumentenelektronica wordt meer online gekocht dan bij mode. Opvallend is dat de jongeren in de leeftijdsklasse [10,20] het meeste online kopen, terwijl ze bij mode als ����n van de laatsten uit de bus kwamen. Je ziet dus dat jongeren voorwerpen zoals mobieltjes veel meer online kopen, ook al koopt 60% zijn artikelen nog het liefste offline. Hierna komen de mensen in de leeftijdsklasse [50,60] dit aantal stijgt ook sterk, van 16% naar 40%, deze leeftijdsklasse gaat dus ook meer online kopen als het gaat om consumentenelektronica. Bij alle leeftijdscategorie��n heb je een stijging in het online kopen, zelfs bij de leeftijdsklasse [60-60>. Alleen bij de leeftijdsklasse [40,50] zie je niet zo���n grote stijging, zij blijven dus meer offline kopen dan de rest.

Conclusie deelvraag 1
Welke invloed hebben persoonlijke kernmerken op het koopgedrag van de consument?

Elke keer zie je een patroon, de hele deelvraag door. Je ziet telkens dat consumentenelektronica veel meer online wordt gekocht dan mode artikelen.

In ons onderzoek ondervonden wij dat vrouwen liever hun mode artikelen in een fysieke winkel kopen en mannen hun kleding iets meer in een webshop winkel kopen, maar uiteindelijk kopen beide groepen hun meeste modeartikelen in een fysieke winkel. Vrouwen doen dit waarschijnlijk omdat ze nog graag een dagje gaan winkelen en kleding liever nog even willen passen. Mannen kopen iets sneller hun kleding in een webwinkel omdat ze misschien gewoon wat makkelijker zijn in iets kopen en hoeven niet pers�� te hebben dat de kleding gelijk goed past. Ook hebben de meeste mannen niet veel animo om een dag door de winkelstraten van een stad te lopen.

Bij consumentenelektronica zie je dat steeds meer mannen dan vrouwen hun producten online gaan kopen. Het aantal fysieke kopers is in totaal afgenomen vergeleken met de modeartikelen. Bij consumentenelektronica zag je het aantal online kopers toenemen. Nog steeds kopen mannen meer online dan vrouwen, het verschil is alleen maar groter geworden.

Dorpelingen kopen nog iets vaker hun modeartikelen online dan stedelingen, maar het verschil is nihil. Opvallend genoeg zie je bij consumentenelektronica dat de stedelingen meer online gaan kopen dan de dorpelingen.

Mensen in de leeftijdsklasse [30,40] en [50,60] kopen het liefste hun mode artikelen online. Opvallend is dat jongeren het liefste nog een dagje gaan shoppen en fysiek blijven kopen, terwijl ze eigenlijk veel technischer in zijn gesteld. Mensen in de jongste leeftijdsklasse [10,20] en [20,30] kopen dus het liefste nog fysiek.

Mensen in de leeftijdsklassen [20,30] en [40,50] kopen hun elektronicaproducten het meeste online. De ����n na oudste en de een na jongste groep dus. De leeftijdsklassen [40,50] en [60,65] kopen het minste online bij elektronica.

���
Deelvraag 2
Welk effect heeft het hebben van een webshop bij een fysieke winkel of het hebben van een fysieke winkel bij een webshop op de inkomsten?

Voor ons onderzoek vroegen wij ons af of er veel voordelen aan zitten als je bij een fysieke winkel ook een online webshop zou openen. Zou dit invloed hebben op de inkomsten? Om deze vraag te beantwoorden hebben wij onder andere interviews afgenomen bij verschillende, meestal lokale, mode- en elektronicawinkels, zowel in de stad Deventer als in het dorp Wierden. Wij vroegen ons onder andere of zij een webshop hadden of niet en of zij vonden dat het invloed had op hun omzet.

2.1 Wel of geen webshop?
Een van de vragen die wij stelden was of de ondernemer een webshop of een website had. Ook vroegen wij of zij gebruik maakten van sociale media, zoals Facebook of Instagram.

Wij ondervonden dat veel winkels die een eenmanszaak waren er niet voor kozen om een webshop te openen. Een oorzaak hiervoor kan zijn dat ����n eigenaar nooit alleen alle bestellingen af kan werken, zonder heel veel personeel aan te nemen. Het personeel moet zich dan bezig gaan houden met de winkel draaiende te houden en een webshop te runnen, dit is niet erg re��el.

Ook wezen zij ons er op dat het hebben van een webshop veel tijd en geld kost. Je moet allereerst iemand inhuren, of je moet zelf gevorderd zijn in een website met webshop maken, om de webshop te maken. Ook moet je deze hierna blijven onderhouden. Elke dag komen er wel bestellingen binnen die moeten worden verstuurd.

Een ander punt is het verzenden. Om een pakketje te verzenden moet de ondernemer geld betalen. In sommige gevallen betaald de koper dit geld, dit zijn de verzendkosten, maar het kan ook zijn dat de winkel zelf de verzendkosten betaalt, dit is nadelig voor de winst. Dan heb je ook nog de retourzendingen die veel geld kosten, het product kan immers daarna niet meer verkocht worden aan een andere koper.

Het is dus veel werk om een webwinkel te starten, dus je moet goed voorbereid zijn. Ondernemers die denken ���even een webshop te starten komen al snel in de problemen, omdat het blijkt dat het veel meer geld en tijd kost dan ze dachten.

Wel gebruiken veel winkels sociale media om hun waar te promoten. Ze gebruiken hiervoor dan vaak Facebook of Instagram. Meestal plaatsen ze op Facebook hun nieuwe aankopen om deze te promoten. Ook heeft een groot aantal ondernemers een website. Hierop hebben ze dan hun kleding staan. Ze verkopen dan hun kleding niet online, maar laten wel zien wat ze verkopen.

Grafieken uit de enqu��te
Dan hebben we twee grafieken. Deze resultaten komen nog uit de enqu��te die we af hebben genomen voor de eerste deelvraag. De eerste twee grafieken gingen over een fysieke winkel zonder een webshop, deze grafieken gaan over een fysieke winkel met een webshop. We gaan bekijken of er verschil zit in het koopgedrag bij mensen.

Bij deze grafiek bekijken we de modeaankopen. Deze kunnen weer fysiek zijn, dit keer een winkel met een webshop, of puur online. We vergelijken deze grafiek met de vorige grafiek over mode, deze hebben we behandeld in deelvraag 1.1.

In deze deelvraag bespreken we alleen het koopgedrag bij mannen en vrouwen en niet zoals bij deelvraag 1 ook nog de leeftijd, woonplaats enz. omdat het verslag anders te uitgebreid wordt.

Wat opvalt is dat vooral mannen meer online zijn gaan kopen als een fysieke winkel toch al een webshop heeft. Als je dan toch online gaat kopen, hoef je niet pers�� bij die winkel te gaan winkelen, maar je kan ook bij een andere modewebwinkel gaan shoppen, zoals de Wehkamp.
Het aantal pure online kopers is nu toegenomen tot 26%, dit was 16%, het aantal neemt dus met 10% af.

Bij vrouwen zie je een iets kleiner verschil. We denken dat de meeste vrouwen het niet uitmaakt of een winkel een webwinkel heeft of niet, de meeste vrouwen blijven namelijk toch wel offline kopen. Toch kiest 2% meer ervoor om in een andere webwinkel te kopen als een fysieke winkel ook een webshop heeft. Het percentage wat nog fysiek koopt in een winkel met een webshop daalt naar 86%, eerder was dit 88%.

Bij deze grafiek bekijken we de consumentenelektronica. Ook deze keer hebben we een fysieke winkel met een webshop en de webwinkels die alleen maar een webwinkel hebben, zonder fysieke winkel dus. Ook deze grafiek vergelijken we weer met die van de eerste deelvraag en bekijken we wat het verschil is met de mode in de vorige grafiek in deze deelvraag.

Allereerst kijken we naar de grafiek in de vorige deelvraag. Je ziet dat mannen net iets meer online gaan kopen als een fysieke winkel ook een webshop heeft, maar het verschil is klein, maar 1%. Je ziet wel dat vrouwen meer in een pure onlinewinkel zijn gaan kopen. Het aantal dat in een fysieke winkel met een webshop koopt is nu gedaald naar 62%, terwijl bij een fysieke winkel zonder webshop dit nog 68% was. In totaal is dit dus met 6% gedaald, terwijl mannen juist 1% meer gingen kopen in een fysieke winkel met webshops ipv. in een pure onlinewinkel.

Dan vergelijken we deze grafiek met de vorige grafiek over mode. Je ziet weer een verschil ontstaan bij het kopen van mode en consumentenelektronica. Veel mensen kopen hun consumentenelektronicaspullen online, veel meer dan kleding. Ook is het verschil tussen mannen bij consumentenelektronica niet zo groot, hier is het namelijk maar 4%, terwijl het bij de mode nog 12% was.

Winkelbeheerders van eenmanszaken beginnen vaak geen webshop door het extra werk dat er bij komt kijken en de hoge kosten. Voor consumenten maakt het dus niet zo veel uit of een winkel een webshop heeft of niet, slechts een klein deel stapt over naar de pure onlinewinkel. Als de fysieke winkels wel een webshop heeft koopt maar een klein percentage zijn spullen op de site. De meesten consumenten blijven hun artikelen kopen in de fysieke winkel of kopen hun artikelen in een andere webshop.

Omzetontwikkeling detailhandel.
Bij deze tabel en grafiek kijken we naar de omzetontwikkeling van de detailhandel. Jammer genoeg konden we alleen de getallen vanaf 2014 vinden en omdat de gegevens van 2016 alleen maar tot het derde kwartaal lopen moeten we het met de gegevens van 2014 en 2015 doen.

De jaren zijn ���verdeeld��� in drie staven. De eerste blauwe staaf gaat over de fysieke winkel met een webshop. De tweede iets donkerblauwe staaf gaat over de fysieke winkel zonder een webshop. De groene staaf gaat over de pure online winkels.

We bekijken eerst de omzetontwikkeling van de fysieke winkels met een webshop, de eerste staaf dus. Je ziet dat in 2014 de winst met 12,5% is gestegen met het jaar daarvoor, want 2013=100%. In 2015 zie je dat de omzet met 21,7% is vergeleken met 2014. In het staafdiagram zie je deze omzetstijging ook terug.

Dan bekijken we de fysieke winkels zonder een webshop. Je ziet dat de omzetontwikkeling in 2014 hoger is dan bij de fysieke winkel met een webshop, namelijk 18,2% ten opzichte van 2013. In 2015 zie je juist een lager percentage ontstaan dan bij de fysieke winkels met een webshop, dit percentage is 20,8% ten opzichte van 2014. De groei is dus ook kleiner dan bij de fysieke winkels met een webshop, het totale verschil is hier maar 2,6%, terwijl de fysieke winkels een totale stijging hadden van 9,2%

Dan kijken we naar de pure online winkels. Je ziet dat in 2014 er maar een omzetstijging van 8,4%, vergeleken met 2013. Maar als je kijkt naar 2015 zie je een groot verschil ontstaan. De omzetontwikkeling in 2015 was 22,4%, de omzet is dus flink gestegen. De omzet steekt nu boven alle omzetten uit. In totaal is de omzet wel 14% gestegen.

Omzet, winst en verlies van verschillende typen retailers
Bij het vorige onderdeel hadden we het over de omzet van webshops, maar het belangrijkste gedeelte is natuurlijk de winst. Het is de vraag of webshops echt veel winst maken, of dat de omzet ten onder gaat aan alle kosten die ze maken. Veel webshops roepen wel dat het goed gaat en dat ze veel mensen trekken, maar is dat wel zo? Je ziet nu dat sommige webshops een fysieke winkel gaan openen naast een webwinkel, misschien maken ze wel te weinig winst om te blijven bestaan, waardoor ze een fysieke winkel moeten openen. In deelvraag 2.2 gaan we hier verder op in.
We hebben op internet een overzicht gevonden met de omzet en de winst van verschillende bekende bedrijven. Dit kunnen webwinkels zijn, maar ook fysieke winkels.
Je ziet dat de omzet bij alle winkels bekend is, maar de winst niet overal, vooral bij de webwinkels ontbreekt de winst, of zelfs het verlies.

Fysieke winkels zonder webshop
We bekijken eerst de fysieke winkels zonder webshop, dit zijn de Primark en de Action. Je ziet dat de Action 1,5 miljard euro omzet draaide in 2014. Ze hadden elk jaar een sterke omzetgroei, in het laatste jaar wel 30%. Ze hadden een winst van 165 miljoen euro, een flinke winst dus. De Action is fysieke winkelketen.
Dan de Primark. Deze had een flinke omzet in 2014, namelijk 7,5 miljard. Elk jaar hebben ze een omzetgroei van tientallen procenten. In totaal hadden ze bijna een miljard euro winst, om precies te zij 944 miljoen euro.
Beide winkels hebben bewust geen webshop omdat ze hun spullen goedkoop willen blijven aanbieden en nieuwe winkels willen blijven openen.

Fysieke winkel met webshop
Dan de fysieke winkels met een webshop, dit zijn de Zara, H&M en de vanHaren.
Allereerst de Zara. Je ziet dat de omzet in 2015 ongeveer 19,6 miljard was, een stuk hoger dan bijvoorbeeld de Primark. Het bedrijf had een omzetgroei van 16% ten opzichte van 2014. Ook de winst in 2015 is een stuk hoger dan die van de Primark en de Action, namelijk 4,43 miljard euro. De winstgroei is ten opzichte van 2014 18%. Eerst was de Zara een fysieke winkel, waarna de keten ook nog een webshop bij de winkel startte. Op dit moment loopt de webshop erg goed.

Hierna komt de H&M. Deze keten had in 2015 een omzet van 23,1 miljard euro. In totaal had de keten ten opzichte van 2014 een omzetgroei van 19%. De winst was 2,3 miljard euro, dit was een winstgroei van 5% ten opzichte van het jaar daarvoor. De H&M is als fysieke winkel begonnen en later overgegaan als fysieke winkel met een webshop. Ze ziet de keten de webshop alleen als een service voor de mensen, niet als winst voor het bedrijf. Ze behalen de winst door de fysieke winkel.

Vervolgens vanHaren. Deze keten had een omzet van 1,92 miljard, een stuk minder dan de andere ketens dus, net iets meer winst dan de Action. De winst is niet bekend, maar het is wel bekend dat het bedrijf meer winst maakt dan de voorgaande jaren. De winkel is ook ooit begonnen als fysieke winkel en heeft later ook een goed lopende webshop gestart.

Online winkels
De overige zes winkels zijn webwinkels. Allereerst de Zalando. De omzet is 2,2 miljard in 2014, een stuk lager dus dan de omzet van de H&M en de Zara. De cijfers vertellen niet hoeveel omzet de webwinkel in 2015, maar we weten wel dat de omzet met 25% is gegroeid. Als we de omzet uitrekenen komen we ongeveer op 3 miljard euro omzet.
Elk jaar heeft de webwinkel nog verlies gedraaid, zo���n 300 tot 400 miljoen per jaar.
De Zalando is een webwinkel maar de winkel heeft wel af een toe een pop up store in Berlijn. Sinds kort heeft de webwinkel ook outletcentra.

De volgende is Amazon een e-commercewebwinkel. De winkel had in totaal 82 miljard euro omzet in 2014. In 2015 was er een omzetgroei van 25%, waardoor de winkel op zo���n 105 miljard omzet komt in 2015. In 2015 had het bedrijf pas voor het eerst een kleine winst. Het is aannemelijker dat het bedrijf de komende jaren verlies draait, dan dat het winst maakt.
Amazon is van plan om 400 fysieke boekwinkels te openen.
Hierna komen de laatste drie online winkels: Coolblue, Wehkamp en Bol.com. De webwinkels hebben gemiddeld een omzet tussen de 560 de 680 miljoen euro in 2014 en 2015. Deze bedrijven hebben een sterke omzetgroei, maar draaien wel verlies, op de Wehkamp na die een kleine winst maakt. De webshops hebben op sommige plekken een fysieke winkel of afhaalpunt. De Coolblue heeft bijvoorbeeld een aantal fysieke winkels.

2.2 Een fysieke winkel openen n����st een webshop.
De laatste tijd openen sommige online winkels een fysieke winkel erbij. Coolblue is er daar ����n van. Deze webshop heeft in 2013, 2014 en 2015 de prijs ���Beste webwinkel��� gekregen, maar begon een paar jaar geleden ook met het openen van fysieke winkels, zoals in Rotterdam en Amsterdam. Klanten kunnen zo een praatje maken met de verkopen en vragen stellen over de producten. Ook kunnen ze de spullen eerst zien voordat ze iets kopen. Ook kan je je bestelde spullen afhalen in de winkel.

Ook Neckermann.com is laatst begonnen met het openen van fysieke winkels. Ze willen hiermee er voor zorgen dat als mensen hun bestelling ophalen in de winkel, ze gelijk ook even verder kunnen kijken in het assortiment in de winkel en hopelijk nog iets kopen.

Lincherie is een lingerie winkel die een combinatie heeft gemaakt van offline en online kopen. Je kan namelijk in de fysieke winkel van Lincherie een meetsessie krijgen om te ontdekken welke bh bij jou past en dan de bh aan te proberen. Als je tevreden bent met het model dan kan je hem in de webshop bestellen en wordt deze thuis bezorgd.

Veel webshops hebben ook fysieke afhaal punten. Zo heeft Bol.com dit bijvoorbeeld bij de Albert Heijn. Volgens Retail expert Cor Molenaar is het slechts ���een kwestie van tijd��� voordat deze afhaalposten in fysieke winkeltjes veranderen.

Wij vroegen de winkeliers of zij van deze nieuwe ontwikkelingen hadden gehoord en hoe ze hier over dachten. Vrijwel iedereen die wij interviewden zei dit goed te konden snappen. Mensen willen de stof voelen en de kleding in kledingwinkels passen. Ze willen apparaten in consumentenelektronicawinkels uitproberen, zien hoe ze in de hand liggen en hoe ze precies werken. En natuurlijk speelt weer het sociale aspect een grote rol. Veel mensen maken toch graag een praatje met de winkelier.

Tijdens de e-mailcorrespondentie die we hadden met Mark Slijkhuis, Marketing Intelligence Specialist bij de Wehkamp, vroegen we hem hoe Wehkamp hierover denkt en of zij van plan zijn om ooit een fysieke winkel te starten. Mark Slijkhuis vertelde ons dat Wehkamp zich vooral richt op het optimaliseren van hun webshop en app. Door het hebben van een online winkel kan een bedrijf veel meer producten aanbieden dan dat ze dat bij een fysieke winkel zouden kunnen doen. Zo heeft Wehkamp een assortiment van wel 200.000 verschillende producten. Hiermee kan de webwinkel een hoge omzet werven en zit er volgens Slijkhuis meer potentie in dan in fysieke winkels. De online markt groeit hierdoor hard en het de fysieke markt krimpt zelfs al���, aldus Mark Slijkhuis.

De Wehkamp denkt er dus niet over na om een fysieke Wehkamp-winkel te openen maar ze zouden wel een winkel, een zogenaamde outlet, kunnen openen waar ze hun overtollige voorraad kunnen verkopen onder een andere naam.
���
Conclusie deelvraag 2
Welk effect heeft het hebben van een webshop bij een fysieke winkel of het hebben van een fysieke winkel bij een webshop op de inkomsten?

Het hebben van een webshop kan gevolgen hebben op je bedrijf. Eenmanszaken nemen vaak geen webshop bij hun winkel omdat het te veel tijd, werk en geld kost. Wel gebruiken veel ondernemingen sociale media om hun waar te adverteren.

Wij vroegen ons af of een winkel met een webshop meer fysiek bezocht wordt of juist meer online. In de enqu��tes ondervonden wij dat het aantal mannen dat alleen online mode artikelen koopt toeneemt als de winkel ook een webwinkel heeft. Van zo���n 16% naar 26%. Bij de vrouwen was er een iets kleiner verschil, maar toch steeg het online winkelen met een kleine 7%, maar dan bij een andere webshop, niet per s�� bij de fysieke winkel met de webshop.

Bij de elektronica kopen mensen in het algemeen meer online dan bij mode artikelen. Maar als een winkel een webshop heeft wordt er niet per s�� meer verkocht. Mannen gaan voor 1,1% meer in de fysieke winkel met een webshop kopen, in plaats van een pure online winkel. Bij de vrouwen gaat wel 5,2% meer elektronica kopen via de webshop, maar dan ook weer via een andere webshop.

Als we kijken naar de omzet van detailhandel zien we dat de omzet van alleen webwinkels sterk stijgt met zo���n 15% in 2015 en de omzet van detailwinkels inclusief webwinkels stijgt met 9,2%. Dit terwijl de omzet van detailhandel zonder webwinkels maar stijgt met 2,6%. De winkels die dus gebruik maken van webshops boeken meer vooruitgang met de omzet.

Bij ondernemingen die alleen een webshop hebben zagen wij dat deze over het algemeen een redelijk hoge omzet hadden, maar bijna elke bekende webwinkel draait verlies. Steeds meer webwinkels hebben plannen om in de toekomst toch ook fysieke winkels erbij te openen.

De laatste tijd openen steeds meer online winkels een fysieke winkel er bij. Ze doen dit om zo meer omzet te maken en door de klanten hun bestellingen in de winkels te laten ophalen hopen ze dat de klant nog even blijft kijken en zo meer koopt. Toch zijn er ook nog webshops die liever alleen online hun producten blijven verkopen. Deze shops richten zich op het onderhouden van hun sites en ontwerpen apps voor mobiele telefoons.

���
Deelvraag 3
Hoe heeft de detailhandel zich de afgelopen tien jaar ontwikkeld? Welke mode ��� en elektronicawinkels zijn er ontstaan en welke zijn er verdwenen?

Bij deze deelvraag gaan we kijken naar de afgelopen 10 jaar. We hebben bij het CBS gegevens opgevraagd, bijvoorbeeld over de oprichting en de faillissement van winkels. In de eerste twee onderdelen van deze deelvraag kijken we naar de cijfers van het aantal oprichtingen en faillissementen. Het derde onderdeel van deze deelvraag gaat over de winkels die de afgelopen tijd failliet zijn gegaan. We verdelen de faillissementen en de oprichtingen weer in de consumentenelektronicabranche en de modebranche.
3.1 Oprichting van bedrijven
We kijken in deze grafiek en tabel naar het aantal oprichtingen van mode- en consumentenelektronicawinkels in de afgelopen 9 jaar. Wat meteen opvalt is dat in 2007 heel veel fysieke consumentenelektronicawinkels werden geopend, 470 in totaal. Dit aantal neemt door de jaren heen steeds meer af. De oprichtingen van fysieke modewinkels zijn meer gelijk gebleven. In 2007 werden er 225 fysieke modewinkels opgericht.

Vooral in 2008 zie je bij beide branches dat er minder fysieke winkels zijn geopend, dit komt voornamelijk door de economische crisis. Bij de fysieke consumentenelektronicawinkels zie je dat de opening van het aantal winkels steeds af blijft nemen, behalve in 2012, dan is er een kleine piek. Dit kan veroorzaakt worden door de leegstaande panden. Veel ondernemers wilden een gokje wagen om een winkel op te starten. Dit was precies het goede moment, aangezien de economie er weer een beetje bovenop kwam op dat moment. Ook maakten een aantal winkels individueel een doorstart. Veel winkelketens waren failliet gegaan. Sommige winkeliers kozen ervoor om zelf door te gaan. Uiteindelijk werden er in 2015 nog maar 170 nieuwe fysieke consumentenelektronicawinkels geopend een verschil van 200 dus, dit is best een groot verschil.

Bij mode zie je dus een meer geleidelijke daling van het aantal geopende fysieke modewinkels. Je ziet wel een groot verschil tussen 2007 en 2008, waar de economische crisis een rol speelt, aangezien toen het dieptepunt was van de crisis.

In 2009 ging het weer een beetje beter met de oprichtingen van modewinkels, maar in 2010 en 2011 zakt het aantal oprichtingen weer. Ook bij de oprichtingen van modewinkels zie je een piek in 2012. Hierna zakt het aantal oprichtingen weer geleidelijk, maar in 2015 zie je het aantal weer langzaam stijgen.

Uiteindelijk is het aantal oprichtingen in 2015 naar 210 gedaald, eigenlijk maar 15 oprichtingen minder, dus het valt best mee als het gaat om het aantal oprichtingen van fysieke modewinkels.

In 2007 werden er nog meer fysieke consumentenelektronicawinkels geopend dan fysieke modewinkels. In 2015 zie je een verschil. Er worden nu meer modewinkels geopend dan consumentenelektronicawinkels. Het aantal oprichtingen voor de consumentenelektronicawinkels is dus zorgwekkender dan het aantal oprichtingen van winkels in de modebranche. Dit heeft ook te maken met het feit dat steeds meer mensen hun elektronicaspullen online kopen, waar de fysieke winkels onder lijden.

3.2 Ontwikkeling van de detailhandel

Bedrijven in de detailhandel in consumentenelektronica
We kijken bij deze grafiek naar de bedrijven in de consumentenelektronica. Deze winkels zijn onderverdeeld in fysieke winkels en webwinkels. Je ziet allereerst dat er in 2012 2865 fysieke winkels waren, er kwamen, zo zag je in het vorige gedeelte van deze deelvraag, zo���n 250 fysieke consumentenelektronicawinkels bij. Het aantal webshops blijft in 2012 nog ver achter, maar is wel aan het opkomen, je ziet namelijk een stijgende lijn. Vanaf 2012 begint het aantal fysieke consumentenelektronicawinkels afnemen, steeds een klein beetje, met het derde kwartaal van 2014 als dieptepunt. Deze winkels hoeven natuurlijk niet alleen failliet zijn gegaan, ze kunnen ook gewoonweg zijn opgeheven. De laatste twee jaar zijn het aantal winkels weer een beetje gelijk gebleven en zelfs nog weer een beetje gestegen. Het aantal hangt nu op ongeveer 2560, dit is toch wel sinds 2012 een afname van ongeveer 300 fysieke consumentenelektronicawinkels, dit is een afname van 12%

Dan kijken we naar de webshops. Wat meteen opvalt is dat de webshops flink aan het opkomen zijn. Er waren in 2012 nog maar 1610 webshops, maar dit aantal neemt sinds 2013 steeds meer toe. Je ziet echter in het derde kwartaal van 2012 tot het tweede kwartaal van 2013 een daling, er verdwenen dus zelfs weer wat webshops. Maar vanaf het derde kwartaal van 2013, neemt het aandeel van de webshops in de elektronicabranche steeds meer toe. Zelfs nu blijft het aantal stijgen, tot ongeveer 1980 webshops in 2016. Dit is in totaal een toename van 23%

Bedrijven in de detailhandel in mode
Fysieke modewinkels
Hierna is de modebranche aan de beurt. Allereerst bespreken we de fysieke modewinkels. Je ziet in 3 jaar dat de fysieke verkooppunten zijn afgenomen. Allereerst bekijken we de damesmode. Je ziet dat in 2014 er nog zo���n 7000 verkooppunten waren. In 2016 zijn er nog maar zo���n 6800 verkooppunten, dit is een afname van 2,8%. Dan de herenmode. Hier zijn aanzienlijk minder winkels van. Je ziet dat in 2014 er nog zo���n 1700 verkooppunten waren. In 2016 neemt dit af tot 1400 winkels. Dit is in totaal een afname van 21,3%, een stuk meer dus dan bij de damesmode. Dan de winkels die kleding voor mannen en vrouwen verkopen. Deze winkels zijn minder aanwezig dan de damesmodewinkels, maar een stuk meer dan de herenmodewinkels. Je ziet in 2014 dat er zo���n 4900 fysieke verkooppunten waren. Dit neemt in 2016 af tot 4500 fysieke winkels, een flinke afname dus, maar niet zoveel als bij de mannenmode. In totaal nemen deze dames- en herenmodewinkels met 7,6% af.

Modewebwinkels
Jammer genoeg stelde het CBS geen grafiek beschikbaar van het aantal webwinkels in mode, maar er zijn wel een aantal gegevens beschikbaar.
Er is in ieder geval bekend dat ����n op de vier webshops mode verkoopt, dit is dus 25% van het totale aantal webshops in 2015.

Aantal vestigingen detailhandel
In 2014 waren 24.015 webshops in Nederland. Dit waren 5045 webshops in kleding, dit was 21% van het totale aantal modewebshops. In 2014 waren er in totaal 13.136 fysieke modewinkels. In totaal zijn er zo���n 18.181 winkels in Nederland die kleding verkopen, fysiek en via een webshop. Van alle winkels is 27,7% een webwinkel. Het grootste deel is dus nog een fysieke winkel.
In 2015 waren er in totaal 29.385 webshops in Nederland. Dit betekent dat er in 2015 7.346 webshops kleding verkochten. Dit aantal zal de komende jaren alleen maar toenemen, waardoor het aantal webshops dat kleding verkoopt alleen nog maar groter wordt.
In 2015 waren er 12.701 fysieke modewinkels. Als je alle winkels bij elkaar optelt krijg je een totaal van 20.047, je ziet dus dat het totaal van alle winkels is toegenomen. In 2015 was 36,6% een webshop, het aantal neemt dus steeds meer toe.

Aantal vestigingen detailhandel
Bij de webwinkels van mode hebben we deze grafiek al gebruikt, maar we zullen hem nog wat meer toelichten. Je ziet in deze grafiek het totale aantal webwinkels en het totale aantal fysieke winkels. Allereerst bespreken we de fysieke winkels. In 2007 waren er in totaal 155.085 fysieke winkels. Je ziet dit aantal tot 2010 toenemen, hierna neemt het aantal fysieke winkels af. In 2014 was het dieptepunt, maar in 2015 klimt het aantal fysieke winkels toch weer een beetje op. In 2015 waren er 112.075 fysieke winkels. Het aantal fysieke winkels is met 27,7% afgenomen sinds 2007.

Dan de webwinkels. Je ziet in 2007 nog een redelijk laag aantal webshops, 5.195. Vanaf 2007 is het aantal webwinkels alleen maar gestegen, en stijgt het aantal nog steeds. In 2015 waren er 29.385 webshops. Vooral de laatste 5 jaar zijn het aantal webshops flink gestegen, in totaal 465,6%. Het aantal is bijna vervijfvoudigd! De webshops komen steeds meer op, zoals je ook al zag bij de mode- en elektronicawebwinkels.
3.3 Uitgesproken faillissementen, cijfers
We zien in deze tabel en grafiek het aantal faillissementen van de afgelopen 6 jaar. Jammer genoeg konden we alleen de gegevens van de faillissementen vanaf 2009 vinden dus we bespreken bij dit onderwerp alleen de laatste 6 jaar. Zo kan je jammer genoeg ook niet zien hoe het aantal faillissementen in crisistijd was, toch proberen we het zo goed mogelijk te bespreken.

Allereerst kijken we naar de consumentenelektronica. Je ziet in 2009 dat er in 2009 47 winkels failliet gegaan zijn. Dit was het hoogste aantal in 6 jaar. Hierna zie je het aantal faillissementen steeds meer afnemen, je ziet alleen in 2013 een piek. Een oorzaak kan het hoge aantal oprichtingen in 2012 zijn. In 2013 bleek misschien dat het toch niet zo goed ging met al die net gestarte bedrijven, waardoor ze voor een gedeelte weer failliet gingen. Uiteindelijk zie je dat het aantal faillissementen afneemt, misschien omdat het aantal oprichtingen ook klein blijft, er werden namelijk maar 170 consumentenelektronicawinkels opgestart. 22 winkels gingen dat jaar failliet.

Dan de modewinkels. Je ziet dat het aantal faillissementen redelijk laag blijft. Ook ligt het hoogtepunt van het aantal faillissementen niet bij 2009, maar bij 2013. Het aantal faillissementen liep toen op tot 16. Dit is ook weer dezelfde reden als bij de elektronicabranche, dat er meer winkels in 2012 werden opgericht en er het jaar daarna ook weer een aantal van deze nieuw opgerichte bedrijven failliet ging. Het aantal blijft nu laag als je kijkt naar de faillissementen, er gingen de afgelopen 2 jaar maar per jaar 6 modewinkels dicht, 12 in totaal dus.

Het aantal faillissementen is bij beide branches sterk gedaald, dit is opvallend aangezien de online winkels een steeds grotere rol gaan spelen. Wel zie je dat er minder winkels werden opgericht (3.1 oprichtingen), hierdoor neemt het aantal faillissementen natuurlijk ook af. Het lijkt alsof het aantal faillissementen bij consumentenelektronicawinkels veel meer afgenomen is dan bij de modewinkels, maar relatief gezien zit er maar een klein verschil tussen. Het aantal faillissementen bij de modewinkels is 46,1% gedaald en bij de consumentenelektronicawinkels is het aantal 46,8% gedaald, maar een klein verschil dus.
3.4 Faillissementen van bekende mode- en consumentenelektronicawinkels
De afgelopen jaren zijn faillissementen genoeg in het nieuws geweest. Het faillissement van de V&D is misschien nog wel het meeste in het nieuws geweest. In dit gedeelte van de deelvraag noemen we een aantal winkels die de afgelopen 5 jaar failliet zijn gegaan.

2012
Piet Kerkhof
Piet Kerkhof was een kledingzaak, met 18 vestigingen door heel Nederland. Officieel is Piet Kerkhof nooit failliet gegaan, maar toch sloot de kledingzaak eind 2012 haar deuren. De omzet was flink gekelderd, terwijl er eerder sprake was van een omzet van circa 25 miljoen. Er was sprake van een economische achteruitgang, wat uiteindelijk het bedrijf de kop kostte.
Een paar maanden voor het sluiten van de winkel heeft het bedrijf nog geprobeerd het roer om te gooien door een webshop te starten. Dit bevorderde wel de inkomsten, maar niet genoeg om het bedrijf te redden.

2013
Henk te Hoor
Dit bedrijf is eigenlijk twee keer failliet gegaan, ����n keer in 2012 en uiteindelijk definitief in 2013. Het bedrijf had 103 vestigingen voor het eerste faillissement en 63 vestigingen toen het bedrijf definitief failliet ging. Het bedrijf heeft dus na 2012 een doorstart gemaakt, maar dit mocht niet baten waardoor het bedrijf alsnog failliet ging. Dit keer was er geen doorstart mogelijk, aangezien er geen kopers voor het bedrijf waren.

iCentre
iCentre werd in juni 2013 failliet verklaard, maar er werd een dag later gemeld dat BAS group de keten overneemt. iCentre had 34 vestigingen door heel Nederland. BAS Group nam 25 winkels over.

Block
In 2013 ging er nog een elektronicawinkel failliet. Block had 20 vestigingen door heel Nederland. Het bedrijf heeft nooit een doorstart gemaakt. Het bedrijf is waarschijnlijk failliet gegaan door te weinig klanten en concurrentie met webshops.

2014
Mexx
Mexx had vestigingen over heel Europa, 315 in totaal. Aan het einde van 2014 ging deze modeketen failliet. Er werd wel bekend gemaakt dat het bedrijf een doorstart kon maken, aangezien de keten door een Turks concern werd opgekocht. Er worden 8 filialen in Nederland weer geopend.

2015
Thom Broekman
Thom Broekman was een modeketen die in 2012 haar deuren moest sluiten, na 175 jaar bestaan te hebben. Het bedrijf had 28 vestigingen in heel Nederland en was een familiebedrijf. Vanaf 2013 ging het bedrijf grote verliezen lijden en ging uiteindelijk in het eerste kwartaal van 2015 failliet.

V&D
Het bekendste faillissement in alle jaren is misschien wel V&D. Het warenhuis had 62 vestigingen en 250 La Place-vestigingen in Nederland en buitenland. Na al een aantal jaren verlies geleden te hebben ging het bedrijf uiteindelijk in december 2015 failliet. Jumbo nam bijna alle vestigingen van La Place over. V&D zelf is verkocht aan Roland Khan, Ronald Zetten en Jaco Scheffers, zij willen V&D weer terug brengen in de winkelstraat.

Macintosh
Macintosh was een schoenenwinkel en had ruim 550 vestigingen in de Benelux. Het was het moederbedrijf van o.a. Scapino, Dolcis, Manfield, Invito. In december 2015 ging het bedrijf failliet. Een aantal ketens van Macintosh werden opgekocht en bijv. Scapino maakte een doorstart, doordat het bedrijf werd opgekocht door Ziengs. Macintosh boekte al een aantal jaren een verlies.

Bas Group
Eind september vroeg Bas Group uitstel van betaling aan. Bas Group is het moederbedrijf voor Dixons, iCentre en MyCom. De onderneming had 150 vestigingen in heel Nederland. Een week later ging het telecombedrijf failliet. 76 vestigingen van iCentre, MyCom en Dixons maakten een doorstart. Dixons gaat later alleen als webwinkel verder.

Miss Etam
Deze kledingzaak had meer dan tweehonderd winkels door heel Nederland. 130 winkels onder de naam Miss Etam en 65 onder de naam Promiss. In april 2015 ging het bedrijf failliet. In het voorjaar van 2015 gingen de inkomsten al sterk omlaag. Dit probeerde het bedrijf op te lossen door meer kleding via webshops te gaan verkopen, maar dit mocht niet baten. Uiteindelijk maakten 99 vestigingen een doorstart.

Schoenenreus
Een ander groot faillissement was die van de Schoenenreus. Het bedrijf ging in 2013 al failliet, maar maakte een doorstart door investeringen van verschillende investeerders. Voor het eerste faillissement had het bedrijf 206 vestingen, van deze vestigingen bleven er 141 winkels open na het eerste faillissement. In 2015 ging het opnieuw mis en werden er 21 vestigingen gesloten. CA Global Europe en GA Europa hebben de keten voor 5 miljoen overgekocht.

2016
Paradigit
Paradigit was een computerspeciaalzaak. Het had 12 vestigingen en 5 ���verkooppunten��� in de V&D. NI februari 2016 werd de keten failliet verklaard. In de voorgaande zomer werden ook al 10 winkels gesloten. De webwinkel is als zelfstandig bedrijf doorgegaan. De drie grootste winkels en het distributiebedrijf maakten ook een doorstart.

La Ligna
La Ligna was een dameskledingwinkel die in februari 2016 failliet is gegaan. Het bedrijf had 52 winkels in Nederland. De keten had al een aantal jaren verlies gedraaid, wel slaagde het bedrijf erin de kosten te verminderen, maar dit mocht niet baten. In maart maakte het bedrijf een doorstart met 42 winkels.

HoutBrox bv
Deze kledingzaak had ongeveer 25 vestigingen en ging in april 2016 failliet. Bij HoutBrox bv hoorde ook Duthler, dus dit bedrijf ging ook failliet. Berden Mode & Wonen nam HoutBrox bv en Duthler over, heruit bleven er drie vestigingen open. Ook hebben elf HoutBrox-filialen een doorstart gemaakt doordat de filialen werden doorverkocht aan Van Uffelen.

Scheer & Foppen
Een andere elektronciawinkel ging ook failliet, dit keer Scheer & Foppen. In heel Nederland waren er 56 vestingen. De keten werd in juni 2016 failliet verklaard. De winkels blijven voorlopig nog open. Al jaren had het bedrijf last van dalende omzet en draaide verlies. Ze hadden veel concurrentie van webshops. Tot nu toe is de keten nog niet opgekocht.

McGregor
De volgende keten die failliet ging was McGregor failliet, dit was een kledingzaak. De keten had 150 winkels en 200 shop-in-shops. Ook ligt de kleding nog in 3000 andere winkels. Eind juni 2016 werden elf van de vijftig onderdelen van de keten failliet verklaard. In juni werd bekend dat het bedrijf een doorstart gaat maken en verdergaat onder de naam Doniger Fashion Group.

MS Mode.
MS Mode was een kledingzaak met 130 vestigingen in Nederland. Op 11 augustus 2016 werd de keten failliet verklaard. De keten moest veel kosten maken om de winkels open te houden, waardoor ze verlies draaiden. In september werd duidelijk dat het bedrijf een doorstart gaat maken. GA Europe kocht het bedrijf op. De keten gaat verder met 155 winkels in Nederland, Belgi��, Luxemburg en Spanje.

Conclusie deelvraag 3
Hoe heeft de detailhandel zich de afgelopen tien jaar ontwikkeld? Welke mode ��� en elektronicawinkels zijn er ontstaan en welke zijn er verdwenen?

Je zag in 2007 dat er veel oprichtingen van consumentenelektronicawinkels. Deze oprichten namen elk jaar een beetje af, met in 2012 eventjes een hoogtepunt. In 2015 daalde het aantal oprichten naar 170 per jaar.
De modewinkeloprichtingen zijn redelijk gelijk gebleven. In 2015 werden er nog 210 modewinkels opgericht. Er werden dat jaar dus meer modewinkels dan consumentenelektronicawinkels opgericht, terwijl er daarvan in 2007 nog geen sprake was. De webwinkels spelen zeker een rol als het gaat om de consumentenelektronicawinkels.

Je ziet dat de webwinkels steeds meer opkomen als het gaat om de consumentenelektronicabranche. De fysieke winkels beginnen steeds meer af te nemen. Op een gegeven moment komen we op een punt dat we evenveel fysieke winkels hebben als webwinkels. De fysieke winkels zijn met 12% gedaald. De webwinkels zijn juist met 23% gestegen.
De fysieke modewinkels nemen geleidelijk af. Vooral de herenmodewinkels nemen aanzienlijk af, met 23%. De modewebwinkels komen juist op. E��n op de vier webwinkels verkoopt mode. Op dit moment zijn er ongeveer 7.346 modewebwinkels in Nederland, in 2014 waren dit er nog maar 5045. Het aantal neemt dus flink toe.

Ook zag je dat het totale aantal webwinkels steeds meer toeneemt en het aantal fysieke winkels afneemt. In 2015 waren er 112.000 fysieke winkels, in 2007 waren dat er nog 155.000. Het aantal fysieke winkels is met 27,7% afgenomen. De webwinkels zijn daarentegen met wel 465,6% gestegen!

Uiteindelijk zie je dat de elektronicawinkels meer bedreigd worden dan de modewinkels als je kijkt naar het aantal oprichtingen en faillissementen. Je zag dat er minder elektronicawinkels op werden gestart dan modewinkels. Het aantal faillissementen bij elektronicawinkels blijft echter wel hoger dan bij de modewinkels, dit is dus nadelig voor de consumentenelektronicabranche. De fysieke elektronicawinkels worden dus meer gereduceerd dan de fysieke modewinkels.
De afgelopen jaren zijn er een aantal belangrijke ketens failliet gegaan zoals Mexx, V&D, Macintosh en Houtbrox bv. Er zijn dus wel een aantal belangrijke winkels uit de winkelstraat verdwenen.

���
Deelvraag 4
Hoe bereiden fysieke winkels zich voor op de concurrentie met webshops en hoe trekken webshops klanten?

In deze deelvraag willen wij er op ingaan wat een winkel precies doet om klanten te werven en we letten daarbij vooral op fysieke winkels, maar we hebben ook een gedeelte hoe de webwinkels kopers trekken, want hoe doen ze dat toch?

Onderzoeken tonen aan dat de omzet van online winkels stijgt. Deze cijfers van het CBS tonen aan dat de omzet van onlinehandel met 17,2% gestegen is ten opzichte van 2014 terwijl de fysieke detailhandel maar 0,7% is gestegen, maar wat we zagen in de tweede deelvraag was dat de omzet wel heel hoog kan zijn, maar is de winst dat ook? In meeste gevallen is dit niet zo, soms draait een bedrijf zelfs verlies.

We zijn er in ons onderzoek met de enqu��tes achter gekomen dat veel mensen toch liever fysiek winkelen dan online. Wat doen fysieke winkels om consumenten aan te trekken, nu de webwinkels zo groeien?

4.1 Hoe blijven de fysieke winkels interessant voor mensen?

Consumenten werven.
Om aantrekkelijk te blijven in een tijd waarin toch veel mensen kiezen voor een grote keten of online hun aankopen te doen, investeren kleine ondernemingen vooral in goede service voor de consumenten en een snel veranderende en unieke collectie.

E��n van de winkels waar we een interview hebben gehouden was de Tuunte in Wierden. Dit is een modeketen met een webshop. De Tuunte ziet de webshop niet als een inkomstenbron, maar gewoon als middel om in trek te blijven. Ook verandert de Tuunte elke twee weken haar assortiment om aantrekkelijk te blijven en dus om steeds weer nieuwe dingen aan te bieden.

Het helpen bij aankopen is volgens de winkeleigenaren een grote factor die zorgt dat mensen toch graag naar de fysieke winkels blijven gaan. Ook is het sociale gebeuren een van de redenen om fysiek te blijven kopen. Veel winkeliers geven aan dat de mensen die online kopen het praatje in de winkel erg missen, hierdoor blijven fysieke winkels toch wel in trek.

Een dagje samen uit naar de stad is gezelliger dan samen met een kop thee voor de computer. Om deze redenen denken de fysieke winkel eigenaren dat hun winkels wel zullen blijven bestaan en dat ze misschien nog wel zullen uitbreiden in de nabije toekomst..

Redenen om offline te kopen
Op dit moment blijven de pure offline kopers de boventoon voeren, maar het cross-channel kopen komt steeds meer in trek. Het uitsluitend online kopen heeft zijn hoogtepunt wel bereikt en zal dus afnemen.
Volgens het retail rapport van de ABN AMRO zullen de cross-channel kopers over een aantal jaren de grootste partij zijn. Over een tijdje maakt het consumenten dus niet zoveel meer uit waar ze een product kopen, als ze het maar krijgen en het van goede kwaliteit is.

Je hebt allereerst meteen het product dat je koopt in bezit, je hoeft geen drie dagen op je product te wachten voordat je het binnen hebt. Sommige webshops hebben een levertijd van een dag, maar er zijn ook webshops die er een week over doen om het product te leveren.

Een ander motief om in een fysieke winkel te kopen is het aanraken van een product. Je kan ook de kwaliteit bepalen van het product dat je koopt. Als een product online koopt kan je voordat je het product ontvangt niet zien wat voor kwaliteit het heeft, ook kan je het niet even passen. In een fysieke winkel kan je het artikel meteen beoordelen.
Bij een online winkel heb je vaak gedoe met retourzendingen, hier heb je bij een fysieke winkel veel minder last van. Je kan een artikel met de transactiebon gemakkelijk in de fysieke winkel ruilen, zonder dat je heel veel gedoe hebt met het artikel weer inpakken en dan weer opsturen. De H&M rekent zelfs extra kosten voor het retourneren van een pakketje, dus hierin is de fysieke winkel in voordeel.

Van single channel naar cross channel
Single channel winkels zijn winkels die maar op ����n ���channel���, kanaal, verkopen. Dat zijn dus fysieke winkels zonder webshop of natuurlijk webshops zonder fysieke winkel. Door op meerdere channels te gaan verkopen kunnen retailers er voor zorgen dat ze op meerdere kanalen aandacht krijgen van consumenten. Door meer aandacht is er een grotere mogelijkheid dat er meer wordt verkocht en gaat de omzet van de onderneming dus omhoog.

Er zijn verschillende stappen bij het cross channel aanbieden van producten. Ten eerste kan je door online reviews van een product het product promoten. Deze reviews kunnen op de site van de winkel worden gezet, maar ook op een algemeen, online platform zodat meerdere mensen worden bereikt, zoals op bijvoorbeeld Tweakers.net. Naast productreviews zou je consumenten kunnen vragen om winkelreviews, waar de ondernemer kan ondervinden wat de mensen van zijn zaak vinden en hoe hij deze kan verbeteren.

Wat ook veel ondernemers doen om cross channel-shoppers te trekken is het samenwerken met merken. Hiermee vergroten ze het assortiment en er is geen extra werk voor de retailer want de producten worden rechtstreeks van de fabrikant gekocht.

Als een ondernemer het cross channel-kopen nog aantrekkelijker wilt maken kan hij dit door in de fysieke winkel online shop gelegenheden plaatsen. Dit kan door bijvoorbeeld iPads of interactieve zuilen te plaatsen.

Een plan voor de toekomst is shoppen met je mobiele telefoon. Klanten kunnen dan terwijl ze in de fysieke winkel zijn op hun telefoon producten bestellen. Dit is erg handig voor als het bijvoorbeeld erg druk is in de winkel of als de juiste maat er niet meer is.

Ook is sociale media een belangrijk middel om mensen te bereiken. Door elke keer als je nieuwe producten hebt op facebook te zetten, krijg je meer aandacht van mensen. Hetzelfde geldt voor een website. Je hoeft nog niet eens een webwinkel te hebben, maar als je de foto���s van de artikelen online zet, kan je mensen laten zien wat je hebt, zonder dat ze naar de winkel hoeven.

Gratis parkeren
Op dit moment heb je in veel steden nog hoge parkeerkosten. Dit zou een van de oorzaken kunnen zijn voor de leegstand in de winkelstraten. In Nijverdal was parkeren eerst nog gratis, maar een aantal jaren geleden is betaald parkeren ingevoerd. Je zag langzamerhand een aantal winkels verdwijnen, omdat mensen liever naar andere dorpen of steden gingen waar je wel gratis kon parkeren. Je kan bijvoorbeeld in Wierden en Rijssen gratis parkeren.
Vorige week werd bekend dat het betaald parkeren in Nijverdal wordt opgeheven. Hopelijk neemt het aantal winkels de komende jaren weer toe.

Ook zie je in een stad als Enschede en Deventer hoge parkeerkosten. De winkeliers die we interviewden merkten op dat iets lagere parkeerkosten de trek naar de steden meer zouden bevorderen, aangezien het dan iets goedkoper is om in de stad te komen. Online winkelen is immers gratis, dus het is veel aantrekkelijker om online te gaan kopen dan naar de steden te gaan. Gratis parkeren zou een dagje winkelen wel kunnen bevorderen, maar het aantal parkeerplaatsen speelt ook een rol. Als je niet genoeg parkeerplaatsen hebt komen de mensen ook niet. Je kunt als dorp of stad zorgen dat er genoeg parkeerplaatsen zijn en dat de parkeerkosten niet te hoog zijn.
4.2 Wat doen de webshops om klanten te trekken?

Tijdens ons contact met Mark Slijkhuis van Wehkamp vroegen wij wat online winkels, en met name Wehkamp, er aan doet om aantrekkelijk te blijven. Hij vertelde ons dat er voor een retailer op het internet drie belangrijke punten zijn genaamd ���Key Performance Indicators��� (KPI���s), die bepalend zijn voor de omzet.

Allereerst kijken ze naar de hoeveelheid Traffic. Hiermee worden de bezoekers van de website bedoeld. Daarbij is Conversie erg belangrijk, dit is een percentage van de mensen die de site bezoeken en ook daadwerkelijk iets kopen. Om het aantrekkelijker te maken voor bezoekers om iets te kopen zorgt Wehkamp ervoor dat de site er mooi uitziet en ook gebruiksvriendelijk is. Ze zorgen voor een zo breed mogelijk assortiment en maken het betalen zo snel en gemakkelijk mogelijk.

Tot slot gaat het om Ordewaarde, wat de gemiddelde besteding per klant aangeeft. Met deze factoren maken ze een formule waarmee ze de Bruto omzet kunnen uitrekenen.
De Bruto omzet is dus Traffic x Conversie x Orderwaarde.

Een andere factor waarmee een online winkel rekening moet houden is het Retourpercentage. Bij webshops, en vooral kleding-webshops, komt er van de gekochte goederen een hele hoop terug. De Netto omzet krijg je dan door de Bruto omzet keer het Retourpercentage te doen.

Customer Journey
Om online shoppen zo aantrekkelijk mogelijk te maken proberen online retailers de ���customer journey��� op zo���n manier te regelen dat mensen terug blijven komen. Een customer journey is voor elk product en ook voor elke klant net iets anders, daarom bestaat ���de��� customer journey eigenlijk niet. In de customer journey wordt naar punten gekeken zoals hoe de klant naar de website kijkt, waar deze op klikt en hoe de klant zich voelt bij het bekijken van de site.

Ook in de fysieke winkel wordt gelet op de customer journey. Hier gaat het vooral om de opmaak van de zaak en hoe de werknemers de klanten behandelen. Geeft het decor in de zaak de consument een fijn gevoel? Of wilt de klant gelijk vertrekken door het interieur? Deze factoren zijn natuurlijk erg belangrijk voor de omzet van een onderneming.

Motieven om online te kopen.
In 4.1 bespraken we de motieven om offline te kopen, dit doen we nu weer, maar dan met de online winkels.

Allereerst heb je een betere beschikbaarheid van producten. In een fysieke winkel heb je altijd een beperkt aanbod van producten, omdat een fysieke winkel gewoon niet zoveel in een winkel kan krijgen zonder dat deze overvol raakt. Bij een webshop heb je soms wel 200.000 artikelen waar je uit kan kiezen. Je kan ook gemakkelijk naar een andere webshop gaan om daar een product te kopen. Als ze een product in een fysieke winkel niet hebben gaan veel mensen het product online kopen, omdat dit veel gemakkelijker is dan alle winkels in de winkelstraat afgaan.

Een ander voordeel van een webshop is dat je kan winkelen wanneer het jou uitkomt. Bij fysieke winkels moet je je gewoon houden aan de openingstijden van de winkel. Bij een webwinkel kan je gewoon 24/7 winkelen.

Het laatste voordeel is het prijsniveau. Je kan allerlei webwinkels met elkaar vergelijken zonder dat je er heel veel moeite voor hoeft te doen. Tegenwoordig heb je sites zoals kieskeurig.nl waar je heel makkelijk de prijzen en de kwaliteit met elkaar vergelijken. Bij fysieke winkels gaat dit een stuk moeilijker.

Conclusie deelvraag 4
Hoe bereiden fysieke winkels zich voor op de concurrentie met webshops en hoe trekken webshops klanten?

De omzet van online winkels stijgt de laatste jaren steeds meer, maar de omzet eigenlijk niet zoveel. Toch gaan veel consumenten nog steeds het liefst maar de fysieke winkel. Fysieke winkels doen hun best om aantrekkelijk te blijven voor de klanten. Ze doen dit bijvoorbeeld door een goede service te geven en een unieke collectie te hebben. Ook kunnen winkels gebruik maken van sociale media, websites of samenwerking met andere winkels.

Mensen kopen vooral in een fysieke winkel, zodat ze het product eerst kunnen uitproberen of passen. Ook is het retourneren een stuk gemakkelijker en je kan natuurlijk het product gelijk meenemen. Bij online winkels moet je meestal een tijdje wachten.

Ook webshops doen veel om hun winkels aantrekkelijk te maken. Hierbij letten ze op de zogenaamde ���Key Performance Indicators���. Retailers proberen ook zowel online als offline de customer journey zo prettig mogelijk te maken.

De redenen om online te kopen zijn over het algemeen de betere beschikbaarheid van producten, een beter prijsniveau en het winkelen wanneer het jou uitkomt.

���
Conclusie

Onze hoofdvraag was: In hoeverre wordt het bestaan van fysieke mode- en elektronicawinkels de komende tien jaar gereduceerd door concurrentie met webshops?

Het antwoord op de deelvraag moeten we eigenlijk verdelen in de mode en de consumentenelektronicabranche. We zagen namelijk dat de oprichtingen en de faillissementen van de modewinkels redelijk gelijk gebleven waren. Ook zag je dat mode veel meer in een fysieke winkel wordt gekocht. Mensen willen toch het kledingstuk even passen en de kwaliteit bepalen. Ook missen veel vrouwen het gezellige dagje winkelen als ze hun kleding online gaan kopen, hierdoor blijven ze hun kleding in een fysieke winkel kopen.
Mannen kochten iets vaker kleding online, zo zagen we in de eerste deelvraag, maar blijven toch ook wel in een fysieke winkel kopen. Hierdoor nemen de fysieke modewinkels niet zozeer af, de fysieke winkel blijft belangrijk en zal de komende jaren misschien alleen maar belangrijker worden.

Bij de consumentenelektronica is het een ander verhaal. Je zag dat veel meer mensen hun elektronica online gaan bestellen en dat er steeds meer consumentenelektronicawinkels verdwijnen uit de winkelstraat. Ook worden er steeds minder elektronicawinkels opgericht. Veel mensen kunnen de producten eerst vergelijken op internet waardoor ze wel een redelijk beeld hebben hoe een product werkt en wat de kwaliteit is. Hierdoor kunnen de fysieke consumentenelektronicawinkels redelijk goed vervangen worden waardoor de fysieke elektronicawinkels redelijk worden gereduceerd. Toch blijven ook de fysieke consumentenelektronicawinkels belangrijk voor de winkelstraten.

Uit ons onderzoek bleek dat het starten van een webwinkel naast een fysieke winkel niet zo���n goed idee was om je winkel te redden. Een webwinkel kost namelijk heel veel tijd en geld. Veel mensen denken ���wel even��� een webwinkel te starten om de inkomsten te verhogen. Meestal wordt een webwinkel gezien als een extra service, of gebruikt voor bekendheid. De fysieke winkel blijft toch het meest belangrijke.

Wel denken we dat het goed is om een fysieke winkel naast een webwinkel te starten, omdat de winst van de webwinkels toch niet zo bijster hoog is de afgelopen jaren, zoals je zag in deelvraag 2.1. Ook is het beter voor de winkelstraat als de webshops een fysieke winkel gaan openen, omdat de mensen dan weer meer gaan winkelen. Vooral het idee van de winkel Lincherie was mooi, je past het kledingstuk in de winkel en koopt het artikel vervolgens online. Je hebt het voordeel hierbij dat niemand het kledingstuk heeft aangehad, want je krijgt zeker weten een nieuw artikel dat niet in de winkel heeft gehangen. Je krijgt ook gewoon een product thuisgestuurd dat jou past. Jouw maat ook altijd in de winkel aanwezig, omdat niemand zijn artikelen in de fysieke winkel koopt, want je bestelt het artikel online.

Onze hypothese klopt dus, de fysieke mode- en consumentenelektronicawinkels worden gedeeltelijk gereduceerd, de consumentenelektronicawinkels meer dan de modewinkels, maar fysieke winkels blijven belangrijk. Op sommige plaatsen stijgt het aantal fysieke winkels zelfs weer doordat webshops fysieke winkels starten of starten er nieuwe ondernemers een fysieke winkel. Mensen willen blijven winkelen en de gezelligheid van winkelen in de winkelstraat voelen.

De uitkomst van de enqu��te was wel anders dan we hadden gedacht. We dachten dat de dorpelingen meer online zouden bestellen dan stedelingen, maar dit was bij elektronica niet het geval. De stedelingen gingen bij elektronica meer online kopen dan de dorpelingen, terwijl bij mode de dorpelingen meer online kochten.
Ook bij leeftijd hadden we een andere uitkomst. Bij mode kwamen de jongeren als laatste uit de bus, zij bestelden het minste online. Bij elektronica stonden ze bijna bovenaan als het ging om online bestellen, dus dit klopte dan wel weer.

Onze enqu��te had wat representatiever gemogen. We hadden heel veel jongeren die de enqu��te hadden ingevuld en relatief weinig ouderen. Van de 246 mensen die de enqu��te hadden ingevuld waren er maar een paar 60 jaar of ouder.

Voor ons vervolgonderzoek zouden we dan misschien wat meer ouderen kunnen ondervragen, zodat het onderzoek wat representatiever wordt. Ook zouden we wat meer winkeliers kunnen interviewen en met name eigenaars van consumentenelektronicawinkels.

Kortom, de fysieke winkels worden niet zo sterk gereduceerd omdat de fysieke winkels toch belangrijk blijven voor veel mensen. Een groot deel koopt zijn spullen toch het liefste in een fysieke winkel. Zelfs webshops starten fysieke winkels, omdat ze toch te weinig winst hebben en met een fysieke winkel kunnen ze de kopers de belevenis van het winkelen beter geven.

Review this essay:

Name
Rating
Your review: (optional)

Latest reviews:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.