...Bij de uitvoering van zijn werkzaamheden treed een bedrijfsrevisor op als een onafhankelijke deskundige (IBR, 2016). De onafhankelijkheid van de bedrijfsrevisor kan echter soms in het gedrang komen doordat de bedrijfsrevisor incentieven heeft om bepaalde onregelmatigheden niet te rapporteren. Bij Enron bijvoorbeeld verdiende het toenmalige Arthur Andersen, het auditbedrijf dat Enron controleerde, enorm veel geld om de administratie van het bedrijf te voeren. Bij het faillissement van Enron is ook het auditbedrijf veroordeeld voor zijn betrokkenheid in de fraude. - Essay Marketplace

…Bij de uitvoering van zijn werkzaamheden treed een bedrijfsrevisor op als een onafhankelijke deskundige (IBR, 2016). De onafhankelijkheid van de bedrijfsrevisor kan echter soms in het gedrang komen doordat de bedrijfsrevisor incentieven heeft om bepaalde onregelmatigheden niet te rapporteren. Bij Enron bijvoorbeeld verdiende het toenmalige Arthur Andersen, het auditbedrijf dat Enron controleerde, enorm veel geld om de administratie van het bedrijf te voeren. Bij het faillissement van Enron is ook het auditbedrijf veroordeeld voor zijn betrokkenheid in de fraude.

Auditfees zijn vaak een belangrijke factor maar zeker niet de enige. Mogelijke andere incentieven die een impact kunnen hebben op het gedrag van bedrijfsrevisoren zijn de lengte van de relatie tussen auditor en opdrachtgever, recente auditor vervolging, verlies van klanten en alumni-effect. Ook wetgevingen spelen een grote rol in het bepalen van het gedrag. Eén van de bekendste voorbeelden is de Sarbanes-Oxley wet, die uitgebreid besproken wordt in de literatuur.

Een taak van een bedrijfsrevisor is het controleren of de jaarrekening een getrouw beeld weergeeft van de realiteit. De belanghebbenden van deze controle zijn de stakeholders van een bedrijf, hierdoor heeft de auditor een maatschappelijke taak. Zijn bevindingen moeten de mensen meer informatie geven over het bedrijf om een mogelijke inschatting te maken van de economische situatie. Door de recente financiële crisis van 2008 in Europa zijn er meer vragen gekomen omtrent de werkzaamheden van de auditor.

Waar voordien de stakeholders in Nederland enkel een standaard eindoordeel beschikbaar hadden, is er vanaf boekjaar 2014 een uitgebreide controleverklaring. Dit wordt afgedwongen door standaard 702N. Deze standaard moet ervoor zorgen dat al de werkzaamheden van de auditor ruim besproken worden. Hierdoor hebben de stakeholders een beter beeld over de onderneming en de mogelijke bevindingen van de bedrijfsrevisor. Deze standaard is verplicht van toepassing op Organisaties van Openbaar Belang. De inhoud van de standaard zit ook vervat in de recente audit hervorming in Europa met name in verordening nr. 537/2014. Deze paper zal onderzoeken of standaard 702N bijdraagt tot een hogere kwaliteit van audit.

Waar er in België een bedrijfsrevisor de controle uitvoert wordt deze persoon in Nederland benoemd als accountant. Wanneer er in deze paper Nederlandse wetgeving beschreven wordt zal daarom de term accountant gebruikt worden. In de andere delen van deze paper zal de term auditor gebruikt worden.

Literatuurstudie

Deze literatuurstudie zal beginnen met het bespreken van auditkwaliteit aangezien dit onderzocht moet worden. Hierop volgend zullen incentieven als vervolging, wijziging wetgeving besproken worden. Voornamelijk wordt er veel aandacht gegeven aan de Sarbanes-Oxley wet doordat deze één van de meest invloedrijke wetgevingen van de laatste jaren is geweest. Tot slot zal de nodige informatie omtrent standaarden en voornamelijk standaard 702 weergegeven worden.

Auditkwaliteit

Deumes et al. (2012) beschouwen auditkwaliteit als het raison d’etre van de audit markt. Zonder auditkwaliteit zal de audit op zich geen meerwaarde bieden. Net daarom is auditkwaliteit een belangrijk aspect voor regelgevers. Betrouwbare financiële rapportering wordt immers als noodzakelijk beschouwd voor de werking van de kapitaalmarkt.

Er is geen eenduidige definitie voor auditkwaliteit, de meest gebruikte is die van DeAngelo (1981). Deze definitie om auditkwaliteit te meten bestaat uit een tweeluik. Om te beginnen is er de kans dat een auditor een inbreuk vindt in het accounting systeem van de klant. Ten tweede is er nog de kans dat de auditor deze inbreuk effectief rapporteert.

Hoewel DeAngelo in haar definitie de input van de klant negeert wordt volgens DeFond en Zhangb (2013) auditkwaliteit bepaald door zowel de auditors als de geauditeerde. Beide partijen hebben zowel incentieven als competenties. Deze factoren kunnen een invloed hebben op de hoogte van auditkwaliteit. Een geauditeerde verwacht van het werk van een auditor dat deze de agency kosten verlaagd en dusdanig voldoet aan wetmatigheden. Zelf kan de geauditeerde de auditkwaliteit verhogen door zowel een sterk audit comité als goed interne audit functies te implementeren. Dit geldt ook bij auditors die streven naar goede auditkwaliteit om de reputatie hoog te houden, vervolgingen te vermijden en te voldoen aan de wetgeving. Voor beide partijen is overheidsinterventie dus een belangrijke incentief.

Een echte maatstaf om auditkwaliteit te meten is er niet, de zekerheid dat een auditor geeft zijn niet observeerbaar. Hierdoor wordt de kwaliteit vaak geëvalueerd aan de hand van proxies. Men kan de output van een auditproces bekijken door zowel de going concern opinie te bestuderen als ook de kwaliteit van de financiële rapportering Een andere manier is om audit input te bekijken. Deze kan bestaan uit de grote van auditbedrijf en audit-fees (DeFond & Zhangb, 2013).

Vervolging

Een auditor kan strafrechtelijk vervolgt worden indien er geoordeeld wordt dat hij bepaalde cruciale fouten niet gerapporteerd heeft bij de uitoefening van zijn beroep. Indien kan bewezen worden dat de auditor mogelijke fraude heeft kunnen detecteren en dit alsnog niet gerapporteerd heeft kan hij mede aansprakelijk gesteld worden. Eén van de bekendste voorbeelden is het auditbedrijf Arthur Andersen, het bedrijf dat zowel Enron als Worldcom in zijn portefeuille had. In het geval van Enron is Andersen in 2002 veroordeeld voor obstructie van het juridisch onderzoek op basis van vernietigen van bewijsmateriaal. De affaire met Enron lag aan de basis van het einde van het auditbedrijf.

In Nederland is een auditor onderworpen aan de Wet toezicht accountantsorganisaties. Indien de regels in deze wet overtreed worden kan een auditor vervolgd worden en zal de accountantskamer een straf uitspreken. In artikel 31 paragraaf 1 van de Wet Toezicht Accountantsorganisaties valt het volgende te lezen:

“De externe accountant is ten aanzien van zijn beroepsmatig handelen onderworpen aan tuchtrechtspraak op de voet van de Wet tuchtrechtspraak accountants ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met het bij of krachtens deze wet bepaalde.” (art. 31 par1 Wet toezicht Accountantsorganisaties)

Mogelijke straffen zijn een waarschuwing, een berisping, een geldboete, tijdelijke of definitieve doorhaling van de inschrijving van de accountant in de registers (Wet tuchtrechtspraak accountants). De wetgever beschikt over rechtsmiddelen om uitzonderlijke zaken harder te straffen.

De kans op vervolging is verschillend in alle landen door de diversiteit in wetgevingen. Auditors die in landen actief zijn waar er een strenge regelgeving bestaat zullen extra incentieven hebben om zijn werkzaamheden op een zo correct mogelijke manier uit te voeren. In onderzoek wordt gevonden dat hoe meer kans op vervolging hoe meer de auditor geneigd zal zijn om earnings management te rapporteren (Boone et al 2011). Het uitvaardigen van een going concern rapport wordt hierdoor ook positief beïnvloed. Wanneer klanten in financiële moeilijkheden zitten zal een auditor sneller een going concern rapport opstellen en dit om mogelijke rechtszaken te vermijden (Kaplan & Williams, 2013).

Indien een auditor reeds vervolgt is geweest zal dit ook een effect hebben. Lennox en Li (2014) concludeerden dat de kwaliteit van de financiële rapportering positief beïnvloed wordt door de ervaring van auditor met vervolgingen. Deze effecten zijn sterker bij kantoren die beschuldigd zijn geweest van sub-standard auditing.

Wijzigingen wetgevingen

Wat volgt is een overzicht van wijzigingen in wetgeving die uitgebreid besproken zijn in de literatuur.

Sarbanes-Oxley wet (SOX)

De bekendste en meest besproken wet in de literatuur is de SOX wet, goedgekeurd door het Congres van U.S. in 2002. Deze wet is er gekomen om het vertrouwen van beleggers te herstellen na de boekhoudschandalen van onder andere Enron en Worldcom.

In grote lijnen dwingt deze wet deugdelijk ondernemingsbestuur af. Indien tekortkomingen vastgesteld worden tijdens controle is het mogelijk dat de bestuurders persoonlijk aansprakelijk gesteld worden. Dit kan leiden tot boetes en/of gevangenisstraffen. Specifiek binnen het domein van audit zorgde de wet voor verandering in de reglementering met betrekking tot de controle van Amerikaanse beursgenoteerde bedrijven en buitenlandse bedrijven met een genoteerde vestiging in Amerika. Hierbij is het Public Company Accounting Oversight Board (PCAOB) opgericht. De taak van dit orgaan is om toe te kijken of de standaarden worden nageleefd alsook het uitvoeren van inspecties op audit bedrijven die beursgenoteerde bedrijven controleren. (PCAOB, 2016)

Wat zijn de gevolgen van SOX op auditkwaliteit?

In 2008 heeft het Center for Audit Quality (2008) een internet survey uitgevoerd. Uit de 253 deelnemende auditcomité leden is 82% ervan overtuigd dat de auditkwaliteit verbeterd is in de afgelopen jaren. De onderzoekers bevestigen hieruit dat SOX als positief wordt beschouwd door investeerders, audit comité leden en de kapitaal markt. Dit wordt ook bevestigd door DeFond en Lennox (2011) alsook door Lamoreaux (2016). Uit deze onderzoeken blijkt dat door inspecties van het PCAOB de auditkwaliteit is verbeterd. Door de inspecties verdwijnen namelijk de slechte auditors uit de markt.

Bij een onderzoek naar de auditkwaliteit bij de big 4 stelt men vast dat er een stijging plaatsvindt van auditkwaliteit in elk van de 2 jaren volgend op een PCAOB inspectie. De grootste beperkingen van dit onderzoek zijn dat men niet kan aantonen dat de PCAOB inspectie de reden is van de verbetering van auditkwaliteit. Ook kan niet aangetoond worden of de kosten-baten analyse positief is met betrekking tot de inspectie (Carcello et al., 2011).

Er zijn ook negatieve gevolgen aan de oprichting van PCAOB. Lennox et al (2010) impliceren dat ondanks de PCAOB de transparantie van een audit moet verbeteren, dit orgaan ervoor zorgt dat het publiek minder weet in verband met auditkwaliteit. Ook DeFond en Francis (2005) twijfelen aan de inhoud van SOX. Hun interpretatie van academisch onderzoek suggereert dat de vele oplossingen die vervat zijn binnen de wet niet geheel de problemen binnen het beroepsgebied oplossen. Integendeel ze kunnen ernstige negatieve gevolgen met zich meedragen. De grondslag van SOX en het nieuwe beleid van PCAOB zorgt er wel voor dat er nog veel onderzoek mogelijk is binnen dit vakgebied.

Het effect van de controles van het PCAOB wordt ook in twijfel getrokken door de deskundigheid van de controleurs. Glover et al (2009) vinden individuele cases waarin de controleurs er niet in slagen om de meest risicovolle domeinen van audit te bekijken of correcte conclusies te trekken. Dit wordt verklaard door de technische complexiteit of door het gebrek aan ervaring van de controleurs.

Diverse wijzigingen

In reactie op de boekhoudschandalen in Amerika zijn er over de hele wereld maatregelen getroffen om het vertrouwen in financiële rapporteringen te herstellen. In Australië en Canada zijn soortgelijke wetten aan SOX tot stand gekomen. In Australië betreft dit CLERP 9, die deugdelijk bestuur moet afdwingen. In Canada betreft dit de Ontario Bill 198 of CSOX. In Maleisië is er dan weer een audit oversight board (AOB) ingevoerd. Wat Europa betreft zijn de auditors vanaf 2008 verplicht om transparantieverslagen op te stellen. Deze transparantieverslagen moeten weergeven wat de structuur van de onderneming is, wat hun corporate governance regels zijn en hoe het interne controle systeem opgebouwd is.

Invloed van deze diverse wijzigingen op auditkwaliteit

Ismail & Theng (2015) vinden naar aanleiding van AOB in Maleisië dat de auditkwaliteit is verbeterd na de ingevoerde inspectie van de AOB ook al is het niet significant. Ook in Australië vindt Hossain (2013b) dat de auditkwaliteit is verbeterd na de implementatie van CLERP 9.

Hoewel er nog geen onderzoek is gedaan naar de invloed van CSOX op auditkwaliteit is er vastgesteld dat deze wetgeving ervoor gezorgd heeft dat de aandeelhouders meer vertrouwen hebben gekregen in het management op het gebied van overname activiteiten (Hossain, 2013a).

Onderzoek in Europa wijst uit dat de transparantieverslagen geen onderliggende auditkwaliteit weergeven. Dit in tegenstelling tot overheidsorganen die dit wel suggeren en aanmoedigen om deze rapporten uit te breiden (Deumes et al. 2012).

Negatieve gevolgen wetgevingen

Door de toenemende wetgevingen in het audit beroep is er vaak geen eenduidigheid of al deze wijzigingen systematisch auditkwaliteit verbeteren en dit ook zullen doen in de toekomst. Het antwoord hierop is afhankelijk van op welke manier nieuwe regels, standaarden en wetgevingen aansluiten bij de fundamentele economie van het audit beroep als een professionele dienstverlening. Indien overheden falen om wetgevingen op te stellen die aansluiten bij de economische realiteit van beroep kan dit leiden tot potentiële ongewenste, onverwachte gevolgen. Toenemend aantal wetgevingen kan ertoe leiden dat een auditor aan het over auditeren is uit schrik om niet te voldoen aan bepaalde standaarden. Dit leidt dan tot tot een hogere audit fee en een niet verbeterde auditkwaliteit (Knechel, 2016).

Bij het invoeren van controles op auditbedrijven verhoogt de druk op auditbedrijven om te voldoen aan zowel de standaarden als de mening van controleurs. In het geval van de PCAOB vinden Glover et al. (2015) dat audit bedrijven substantieve analytische procedures aan het verminderen zijn door kritiek van controleurs. En dit ondanks het gebruik van deze procedures net aangemoedigd worden door auditstandaarden. De basis van deze kritiek is gebaseerd op het feit dat deze procedures op zichzelf onvoldoende bewijs leveren. Hiermee wordt er geen rekening gehouden met het feit dat meerdere uitkomsten van deze procedures uit verschillende bronnen kan leiden tot praktische inzichten. Bij het opstellen van wetgevingen moet dus steeds rekening gehouden worden met de reeds bestaande wetgevingen en regels alsook met de werking van een audit.

Auditstandaarden

In 2005 heeft de Europese Commissie via een modernisering van de Achtste richtlijn ervoor gezorgd dat de International Standards on Auditing (ISA’s) verplicht zijn bij alle wettelijke accountantscontroles in de Europese Unie (Europese Commissie, 2003). Deze standaarden worden ontworpen door de IAASB. Het doel van de de IAASB is het verhogen van de auditkwaliteit door standaarden op te stellen die het voor auditors eenvoudiger maakt om hoge kwaliteit van audit te bereiken (IAASB, 2016). In België zijn de ISA’s van toepassing voor OOB’s die hun boekjaar afsluiten vanaf 15 december 2012 (IBR, 2016a). In Nederland zijn de ISAs geïmplementeerd door deze als basis te gebruiken bij de totstandkoming van de Nadere voorschriften Controle- en overige standaarden, de Nederlandse standaarden. Het gebruik van ISA’s zijn vanaf 2007 op deze manier verplicht (HRA, 2016). Op basis van standaarden kunnen overheden dus een invloed hebben op audit.

Of een standaard nu uitgevaardigd is door de PCAOB, IAASB of andere nationale instanties, allen hebben ze eenzelfde doel met name om activiteiten en het gedrag van auditors te dicteren, coördineren en/of te beperken (Knechel, 2013).

Dye (1993) beschrijft in zijn paper dat wanneer een auditor zijn kans op vervolging groter is, zij of hij eerder geneigd zal zijn om te voldoen aan standaarden en in dit geval strengere standaarden verkiest. In de essay van Knechel (2013) kan gevonden worden dat audit standaarden het belangrijkste zijn wanneer een auditor incentieven heeft om minder strikt te zijn in zijn audit.

Standaard 702N

De externe accountant in Nederland, wat gelijk is aan de bedrijfsrevisor in België, heeft de taak om de jaarrekening te controleren. Om zijn resultaten weer te geven is hij verplicht een controleverklaring op te stellen. Door deze controleverklaring krijgen belangengroepen een duidelijker beeld van de werkzaamheden van de auditor en zijn bevindingen. Voorheen was deze controleverklaring beperkt, maar sinds de kredietcrisis is de vraag naar duidelijkheid groot geworden. Als reactie hierop heeft de Koninklijke Nederlandse beroepsorganisatie van accountants (NBA) standaard 702N opgesteld. De opgestelde regels van beroepsorganisatie zijn onderdeel van het wetgevend kader, hierdoor heeft deze standaard een bindende werking.

Deze standaard verplicht alle Organisaties van Openbaar Belang (OOBs) een uitgebreide controleverklaring uit te vaardigen en dit vanaf boekjaar 2014. Met invoer van deze standaard loopt Nederland, net zoals Engeland vooruit op nieuwe IAASB Standaarden die voor het eerst over boekjaar 2016 van toepassing worden (NBA, 2016a; NBA, 2016b). Concreet wil dit zeggen dat de meest ingeschatte risico’s op een afwijking van materieel belang beschreven worden.

Zoals net aangegeven is deze enkel verplicht van toepassing voor OOB’s. De definitie van een OOB is neergelegd in de Europese richtlijn betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen (2006/43/EC). Het omvat de volgende ondernemingen:

Entiteiten beheerst door het recht van een EU-lidstaat waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde effectenmarkt.

Kredietinstellingen, zoals een (commerciële) bank.

(Eur-Lex, 2016)

Onderdelen van deze controleverklaringen zijn een uitgebreide weergave van reikwijdte van de groepscontrole en de gehanteerde materialiteit. De door de IAASB opgestelde standaard ISA 701 zal standaard 702N vervangen voor rapporteringen vanaf 15 december 2016.

Conclusie

Algemeen gezien worden wetgevingen voornamelijk opgesteld om het vertrouwen in audit te herstellen bij stakeholders. Gezien de bestaande literatuur zijn er veel positieve effecten gevonden ten gevolge van implementatie van wetgeving. Toch zijn er enkele nuances gemaakt. De autoriteiten moeten ervoor zorgen dat het doel van de opgestelde regelgeving mogelijk is binnen de economische realiteit. Bij het opstellen van wetgevingen en regels moeten desbetreffende personen zich de vraag stellen of de bekomen voordelen, mogelijke verbetering auditkwaliteit, de kosten overstijgen. Een veralgemeende theorie dat wetgeving auditkwaliteit verbetert kan niet opgesteld worden. Iedere wet zal dus apart bestudeerd moeten worden. Dit onderzoek zal zich richten naar standaard 702N die mogelijks de auditkwaliteit kan verbeteren.

Centrale onderzoeksvraag

Reeds een lange tijd worden revolutionaire veranderingen aangekondigd met betrekking tot audit rapportering. Voor vele jaren was het audit beroep voorstander van een gestandaardiseerd audit rapport, dat het vergelijken tussen onderneming makkelijk maakt, in de plaats van een aangepast rapport per onderneming. De gestandaardiseerde aanpak is gebaseerd op het feit dat een manager verantwoordelijk is voor de financiële rapport en de auditor de vaststelling van dit rapport moet beamen om de geloofwaardigheid te verhogen, eerder dan nieuwe inzichten of informatie verschaffen. In de laatste jaren is deze kijk op audit rapportering in vraag gesteld door regelgevers en gebruikers van audit rapporten (Simnett & Huggins, 2014).

Om de transparantie van het audit beroep te vergroten en het vertrouwen van stakeholders te herstellen heeft Europa in Verordening 537/2014 de lidstaten verplicht om tegen 2016 de auditors een uitgebreide controleverklaring te laten opstellen. Dit zodat de werkzaamheden van de auditors duidelijker wordt en de stakeholders een beter beeld krijgen van de bevindingen van de auditor. Nederland is steeds een vooruitstrevend land geweest op het gebied van auditwetgeving. Reeds voor de verplichting van Europa heeft Nederland deze wijziging doorgevoerd onder de vorm van standaard 702N. Het is dan ook interessant om te zien of deze standaard daadwerkelijk bijdraagt tot een beter beeld voor de stakeholders van ondernemingen en tot gevolg een betere auditkwaliteit. De centrale onderzoeksvraag luidt als volgt: Heeft de invoer van standaard 702N een positieve invloed op de auditkwaliteit?

Contributie tot de literatuur

Dit onderzoek kan bijdragen tot de mogelijke verdere verklaring of een uitbreiding van controleverklaing een positieve invloed heeft op audit kwaliteit. Dit is vooralsnog niet onderzocht geweest. Wel is er al veel onderzoek gedaan naar het draagvlak voor deze uitbreiding. Dit onderzoek is ook zeer interessant voor overheidsinstanties om na te gaan of de door hen ingevoerde wetten de nodige positieve effecten hebben waarvoor ze in de eerste plaats zijn ingevoerd. Zoals besproken in de literatuurstudie is er al veel onderzoek gedaan naar effecten van wetten op auditkwaliteit. De voornaamste is dan ook SOX wet in Amerika. Daarentegen is er weinig literatuur bekend omtrent de auditwijzigingen in Europa.

Toch is het belangrijk om te benadrukken dat de Amerikaanse economie zeer verschillend is dan deze van Europa. In Europa zijn merendeel van de bedrijven in private handen, dit in tegenstelling tot Amerika waar de meeste bedrijven in publieke handen zijn. De twee markten hebben ook een andere kijk op corporate governance. Doordat er in Amerika veel beursgenoteerde bedrijven zijn is de focus van corporate governance voornamelijk gericht naar aandeelhouders. In Europa is corporate governance voornamelijk gericht op stakeholders. Hierdoor is het zeker interessant om de Europese markt verder te onderzoeken (Martine Cools, 2016 ).

Deumes et al. (2012) bespreken het effect van transparantie rapporten van audit bedrijven. Hieruit blijkt dat deze geen link geven met de individuele onderligende auditkwaliteit. Interessant is dat standaard 702N een uitbreiding geeft aan de controleverklaring en net zoals het transparantie rapport een toelichting is. Het ene welliswaar over het audit bedrijf zelf, het andere over de uitkomsten van de werkzaamheden van auditor. Dit onderzoek kan dus aanvulde informatie verschaffen aan het reeds bestaande onderzoek.

Beoogde resultaten

In de literatuur komt tot uiting dat wetgevingen met betrekking tot auditor daadwerkelijk een positieve invloed kunnen hebben op de auditkwaliteit. Wel moet er rekening gehouden worden dat bij het opstellen van de wetgeving er steeds naar de onderliggende economische situatie gekeken wordt om mogelijke negatieve effecten te vermijden. Uit een pilotproject in boekjaar 2013 bij grote accountantsorganisaties is gebleken dat de ervaring met een uitgebreide controleverklaring als positief bevonden worden (nba, 2014). Hiermee wordt de assumptie gemaakt dat deze standaard dus iets bijdraagt aan de maatschappij en dus een weloverwogen keuze is.

Zoals in voorgaande literatuurstudie en centrale onderzoeksvraag aan bod is gekomen is er sinds de boekhoudschandalen en financiële crisissen uitermate meer interesse in de werkzaamheden van de auditor. Uit onderzoek van de Europese Commissie (2011), in de vorm van een groenboek 2010, komt voort dat de stakeholders een foute indruk hebben wat het werk van een auditor echt inhoud. Een grotere transparantie met betrekking tot de daadwerkelijke uitgevoerde controles kan deze misvatting corrigeren en de stakeholders helpen om een zo correct mogelijk beeld te krijgen van de onderneming. Een uitgebreide controleverklaring kan ertoe bijdragen dat het vertrouwen in financiële rapportering hersteld wordt en op deze manier investeerders beslissingen kunnen nemen op meer concrete informatie dan voorheen. Wanneer stakeholders een beter beeld krijgen over de verantwoordelijkheden van auditors is het voor het bedrijf ook gemakkelijker om kapitaal aan te trekken.

Uit de paper van Ethridge en Marsh (2010) komt voort dat de betrouwbaarheid van de financiële rapportering gecreëerd wordt door drie partijen. De eerste partij is het bedrijf zelf die op basis van corporate governance en interne controle kan bijdragen tot goede financiële rapportering. De tweede partij is de auditor. De mate van professionalisme, beroepsernst en de kwaliteit van audit processen zijn factoren waar een auditor invloed op heeft. Audit risico is de term die deze factoren omvat. De derde partij is een partij die vaak niet beschouwd wordt als invloedbare factor, dit is met name de gebruiker van financiële rapporteringen. Door het beschikbaar stellen van een uitgebreide controleverklaring voor de gebruiker kan het audit risico worden verminderd. De gebruiker wordt aanzien als een soort van controle voor de werken van een auditor. Deze controle moet het risico dat een auditor al dan niet opzettelijk de betrouwbaarheid verlaagt reduceren. Dit risico wordt beschreven als het User’s Information Risk. In vele gevallen wijst onderzoek uit dat controle op de werkzaamheden van auditors bijdraagt tot een hogere auditkwaliteit (DeFond & Lennox, 2011; Carcello et al., 2011; Lamoreaux, 2016).

Het zichtbaar maken van zijn werk maakt de auditor ook kwetsbaar. Mogelijke fouten kunnen leiden tot vervolgingen door zijn klant en een reputatieschade. De mogelijke kans op vervolging is in de literatuur reeds besproken als een positief effect op de auditkwaliteit. De auditor heeft er dan ook alle belang bij om deze controleverklaring op een zo correct mogelijk manier samen te stellen en zijn verwoordingen te wikken en wegen.

Al deze bovengenoemde factoren zorgen ervoor dat we de volgende hypothese opstellen:

H1: Invoer standaard 702N zorgt ervoor dat de auditkwaliteit verbetert.

Door de aanwezigheid van kredietinstellingen in de toepassing van standaard 702N is het aan te raden om een opsplitsing te maken van hypothesen. Dit doordat kredietinstellingen en beurgenoteerde bedrijven andere boekhoudkundige regels hanteren. Doordat dit onderzoek beperkt is tot Nederland zijn er maar een beperkt aantal kredietinstellingen om dit onderzoek uit te voeren. Hierdoor zal het beperkt worden tot de beursgenoteerde bedrijven. Wel is het interessant voor verder onderzoek te doen binnen de kredietinstellingen vanaf 15 december 2016, wanneer de uitgebreide controleverklaring in heel Europa van toepassing is.

H1.1: Invoer standaard 702N ervoor dat auditkwaliteit verbetert bij beursgenoteerde bedrijven.

Onderzoeksmethode

In de onderzoeksmethode zal de dataverzameling besproken worden, alsook het regressiemodel dat in dit onderzoek gebruikt zal worden om de hypothese te testen.

Dataverzameling

Standaard 702N is van toepassing op OOB’s voor bedrijven die boekjaar afsluiten op of na 15 december 2014 in Nederland. Om een concreet beeld te krijgen van de effecten zullen de boekjaren 2012 tot en met 2015 onderzocht worden. Voor het verzamelen van de gegevens zal er beroep gedaan worden op de databank Orbis die tot onzer beschikking is. In deze databank, samengesteld door Bureau Van Dijk, zijn de gestandaardiseerde jaarrekening beschikbaar van meer dan 70.000 beursgenoteerde bedrijven, met inbegrip van deze in Nederland.

Regressiemodel

De invloed van standaard 702N op audit kwaliteit zal onderzocht worden aan de hand van het volgende regressiemodel:

|AA|=〖 β〗_0+〖 β〗_1 〖DUM 〗_wet+〖 β〗_2 ROA+〖 β〗_3 Schuld+〖 β〗_4 Grootte+〖 β〗_5 OCF+〖 β〗_6 Liq+ε

Afhankelijke variabele

De afhankelijke variabele is de auditkwaliteit. In de literatuur wordt winststuring vaak gebruikt voor het meten van auditkwaliteit. In de praktijk wordt dit concreet gedaan op basis van abnormale accruals als proxy voor winststuring. (Dechow et al, 1995 ; DeFond & Jiambalvo, 1994; Jones, 1991; Subramanyam, 1996). Dit onderzoek zal gebruik maken van het modified Jones model (Dechow, 1995) uitgebreid met een performance measure. Het vergroot de verklarende kracht van het accruals model (Khotari et al. 2005). Dit geeft het volgende model:

〖TAAC〗_it/〖TA〗_(it-1) =〖 β〗_0 (1/〖TA〗_(it-1) )+〖 β〗_1 ((〖∆REV〗_it-〖∆VORD〗_it)/〖TA〗_(it-1) )+〖 β〗_2 (〖MVA〗_it/〖TA〗_(it-1) )+〖 β〗_3 (〖ROA〗_(it-1) )+ε_it

Waarbij

TAAC_it=totale accruals=(∆Vlottende activa- ∆Liquide middelen en geldbeleggingen-(∆KT schulden-∆ Financiële schulden op ten hoogste 1j))-Afschrijvingen

De absolute waarde van de bekomen stortingstermen van dit model, wat het verschil inhoud tussen de geschatte accruals en de werkelijke accruals, geven de mate van winststuring weer. Dit is de uiteindelijke afhankelijke variabele die gebruikt zal worden. Hoe hoger de absolute abnormale accruals hoe lager de auditkwaliteit.

testvariabele

Het gebruik van standaard 702N is de testvariabele binnen dit onderzoek. Dit zal opgenomen worden als een dummyvariabele DUMwet binnen het model. Het cijfer 1 wil zeggen dat standaard 702N actief is, 0 wil zeggen dat dit niet van toepassing is.

Controlevariabele

In het model worden verschillende controlevariabelen opgenomen die op basis van voorgaande literatuur een invloed hebben op de afhankelijke variabele, abnormale accruals. Als eerste wordt het ROA, rendement op actief, opgenomen. Deze wordt berekend door de winsten na belastingen te delen door het totaal actief (Prawitt et al. 2009).

De volgende controlevariabele is schuld, wat gelijk is aan schuldratio. Deze wordt berekend door het vreemd vermogen te delen door het totaal actief. De hoogte van de schulden kunnen een incentief voor bedrijven zijn om aan winststuring te doen. Bedrijven met hoge schulden zijn hier meer gevoelig voor. Hier is er dus een positieve relatie tussen schuldratio en abnormale accruals (Defond & Jiambalvo, 1994; Becker et al., 1998).

Een andere controlevariabele is de grootte van de onderneming. Grote bedrijven hebben vaak stabiele accruals (Dechow & Dichev, 2002). De grootte van een onderneming zal opgenomen onder de vorm van logaritme van het totaal actief.

De operationele cashflow wordt opgenomen doordat er een negatieve correlatie is tussen accruals en cashflow (Dechow, 1994) en het een proxy is voor de prestatie van een onderneming (kothari et al. 2005).

Als laatste wordt de liquiditeitsratio toegevoegd. Bedrijven met een goede liquiditeitsratio worden verwacht om minder aan winststuring te doen (Butler et al. 2004).

Review this essay:

Name
Rating
Your review: (optional)

Latest reviews:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.