...Het Schengenacquis wordt voor een groot deel gekenmerkt door het Schengenakkoord dat werd gesloten op 14 juni 1985 en de Schengenuitvoeringsovereenkomst die in 1990 werd gesloten. In het Verdrag van Amsterdam dat in 1997 werd aangenomen, werd zelfs opgenomen dat kandidaat-lidstaten verplicht zijn het Schengenacquis op te nemen voordat zij lid mogen worden van de Europese Unie. - Essay Marketplace

…Het Schengenacquis wordt voor een groot deel gekenmerkt door het Schengenakkoord dat werd gesloten op 14 juni 1985 en de Schengenuitvoeringsovereenkomst die in 1990 werd gesloten. In het Verdrag van Amsterdam dat in 1997 werd aangenomen, werd zelfs opgenomen dat kandidaat-lidstaten verplicht zijn het Schengenacquis op te nemen voordat zij lid mogen worden van de Europese Unie.

3.2.1 Schengenakkoord

Het voornaamste doel van het Schengenakkoord is ervoor zorgen dat er tussen gemeenschappelijke grenzen van de deelnemende Schengenlanden geen controles meer nodig zijn. Dit alles om ervoor te zorgen dat het vrij verkeer van goederen, personen en diensten zonder problemen kan verlopen. Er worden door het Schengenakkoord drie verplichtingen opgenomen waar de verdragsluitende partijen zich aan moeten houden.

Ten eerste is dat artikel 8 van het Schengenakkoord; hierin worden partijen die zich hebben verbonden ten aanzien van het Schengenacquis verplicht ervoor te zorgen dat zij de illegale handel in verdovende middelen bestrijden en hun handelingen op de meest efficiënte wijze coördineren.

Ten tweede is artikel 9 Schengenakkoord van belang. Met dit artikel wordt ervoor gezorgd dat de douane- en politieautoriteiten samenwerken. Het voornaamste doel van deze samenwerking is de bestrijding van misdaad en de illegale handel in verdovende middelen en wapens. Daarnaast wordt het uitwisselen van informatie tussen de Schengenlanden hiermee verplicht zodat de misdaadbestrijding vergemakkelijkt wordt.

En ten slotte is artikel 19 Schengenakkoord van belang; Er zal langzaam moeten worden gestreefd naar harmonisatie van wetgeving en wettelijke voorschriften, niet alleen op het gebied van wapens en explosieven, maar ook de registratie van reizigers en verdovende middelen.

Het Schengenakkoord is vrij algemeen, maar deze regels zijn toch van belang voor ons Nederlandse softdrugs- en gedoogbeleid. Het is eigenlijk de basis waar wij als lidstaat ons aan moeten houden. Het is een eerste stap die inzicht geeft in de regelgeving van de Europese Unie met betrekking tot verdovende middelen. Maar dit akkoord is nog niet genoeg om het Europese drugskader te schetsen en daarom zal hieronder het de Schengenuitvoeringsovereenkomst worden geschetst en met name artikel 71.

3.2.2 Schengenuitvoeringsovereenkomst

De Schengenuitvoeringsovereenkomst (hierna te noemen: SUO) is een aanvulling op het Schengenakkoord en komt met nog specifiekere regelgeving. De belangrijkste regelgeving van de SUO voor het Nederlandse softdrugsbeleid is artikel 71 lid 1 en lid 2 SUO.

In deze algemene regel staat dat de lidstaten die het Schengenacquis hebben ondertekend ervoor moeten zorgen dat zij sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, cannabis hierbij inbegrepen, tegengaan met inachtneming van alle verdragen van de Verenigde Naties. Het komt er dus op neer dat met deze uitvoeringovereenkomst een aansluiting wordt gezocht met de Verdragen die internationaal al zijn gemaakt door de VN, en dat de partijen dus verplicht zijn om alle maatregelen te nemen die nodig zijn om de handel in deze middelen tegen te gaan, hieronder vallen ook strafbare sancties. Dat het hier ook gaat om strafbare middelen blijkt ook uit het tweede lid van artikel 71 van de SUO. De enige rechtvaardigingsgronden die ervoor zorgen dat er geen strafbedreiging of maatregelen worden genomen en die uit de VN-verdragen blijken, zijn kort gezegd geneeskundige en wetenschappelijke doelen. Dit blijkt uit artikel 4 van het Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen (hierna te noemen EV).

In artikel 71 lid 2 SUO wordt aan de lidstaten die partij zijn bij het Schengenacquis de verplichting opgelegd om de handel van bovengenoemde middelen en stoffen bestuurlijk en strafrechtelijk tegen te gaan. Toch is er een exceptie op deze regel die wordt genoemd in de Slotakte van de SUO. Er mag vanuit nationaal perspectief wel een eigen wetgeving komen ten aanzien van het drugsbeleid mits de lidstaten ervoor zorgen dat er geen verdere gevolgen zijn voor derden en dan met name voor unieburgers van andere lidstaten.

Dit komt er in het kort op neer dat zolang de lidstaten ervoor zorgen dat zij de nadelige gevolgen die grensoverschrijdende drugshandel met zich meebrengen voorkomen en zij zich hiervoor inspannen en alle maatregelen nemen die nodig zijn, zij een eigen nationaal beleid kunnen hebben met betrekking tot softdrugs. Het is in dit opzicht voor Nederland mogelijk om een eigen regelgeving aangaande softdrugs te hebben, in dit geval is dus ook invoering van het wetsvoorstel van de D66 mogelijk. Het softdrugsbeleid en het wetsvoorstel zijn niet in strijd met het SUO, met name omdat er een scheiding wordt gemaakt tussen hard- en softdrugs en dit zorgt ervoor dat dit binnen het kader past van het SUO namelijk het voorkomen en behandelen van verslaving van (ernstige) verdovende middelen. Ook omdat op grond van het subsidiariteitsbeginsel alleen ernstige drugsmisdrijven onder de SUO vallen zoals hierboven ook genoemd. Maar omdat het Schengenacquis niet de enige Europese regelgeving is met betrekking tot het softdrugsbeleid zal ik hieronder verder gaan met het uitwerken van het Gemeenschappelijk optreden.

3.3 Gemeenschappelijk optreden

Het Gemeenschappelijk optreden werd in 1996 gesloten door de lidstaten van de Europese Unie. De volledige naam van dit optreden is: Het Gemeenschappelijk optreden (96/750/JBZ) ter bestrijding van drugsverslaving en ter voorkoming en bestrijding van de illegale drugshandel. Dit is dus ook het hoofddoel van het GO. Voor mijn onderzoek zijn er vier artikelen uit dit optreden van belang die ik hieronder kort zal uitwerken.

Ten eerste is artikel 3 GO van belang: ‘De Lid-Staten verbinden zich ertoe illegale intracommunautaire stromen van verdovende middelen en psychotrope stoffen, met inbegrip van het drugstoerisme, te bestrijden.’ Het is dus aan de lidstaten om ervoor te zorgen dat zij voldoende actie ondernemen en maatregelen nemen die de illegale handel van drugs en andere stoffen verbieden. Dit artikel is in strijd met ons gedoogbeleid en het wetsvoorstel. Ondanks dat Nederland het ingezetenencriterium kent, wordt zoals hierboven genoemd door bijna geen enkele gemeente handhavend opgetreden tegen drugstoerisme. Zolang Nederland in deze gevallen niet handhavend gaat optreden zal er strijd zijn met dit artikel. Het wetsvoorstel van de D66 zal hier geen verandering in brengen.

Het tweede artikel dat een grote rol speelt is artikel 7 GO: ‘De Lid-Staten zien erop toe dat aan hun verplichtingen uit hoofde van de verdragen van de Verenigde Naties inzake verdovende middelen en psychotrope stoffen van 1961, 1971 en 1988 nauwgezet en doeltreffend wordt voldaan.’ Net als bij het Schengenacquis zijn ook bij het GO de internationale verdragen van groot belang. Met het GO worden de regels en de wetgeving die in de Verdragen naar voren komen eigenlijk ook in de regelgeving van de Europese Unie toegepast. Zo komt hier weer naar voren dat artikel 4 EV ook van toepassing is en er dus alleen handel in verdovende middelen beperkt moet worden tot geneeskundige en wetenschappelijke doeleinden en dus niet zoals in het nieuwe wetsvoorstel het gebruik, de verkoop en de teelt te reguleren.

Ten derde is artikel 8 GO van belang: ‘De Lid-Staten verbinden zich ertoe de meest passende maatregelen te nemen ter bestrijding van de illegale teelt van planten die actieve bestanddelen met verdovende eigenschappen bevatten.’ Het komt er dus op neer dat een verdere regulering van het cannabisbeleid niet mogelijk is, omdat dit strijdigheid met dit artikel oplevert. Een legalisering, wat het eerste plan was van de initiatiefnemers van het wetsvoorstel, zou helemaal uit den boze zijn. Nu is het woord legalisering vervangen door regulering en het wetsvoorstel van de D66 wil het mogelijk maken om de teelt, de levering en het aanvoeren van softdrugs te reguleren, maar zodra hieraan wordt voldaan neemt Nederland niet de meest passende maatregelen ter bestrijding van illegale teelt. Ze stimuleren juist de teelt en verkoop van cannabis. Cannabis en hennep bevatten namelijk bestanddelen met verdovende eigenschappen en zodra wij als Europees Lidstaat een wetgeving maken die er juist voor zorgt dat de teelt van deze planten wordt toegestaan, in plaats van passende maatregelen te nemen, zullen wij indruisen tegen de regelgeving van de Europese Unie. Zoals hierboven al is vermeld gaat het Unierecht boven het nationale recht en het plan van de D66 om het wetsvoorstel in te voeren zal niet veel kans van slagen hebben, gelet op dit artikel.

Ten slotte wil ik nog even ingaan op artikel 10 GO: ‘Niets in dit gemeenschappelijk optreden doet afbreuk aan de mogelijkheid dat een Lid-Staat met inachtneming van zijn internationale verplichtingen, op zijn grondgebied maatregelen handhaaft of aanvullende maatregelen neemt die hij geschikt acht om drugsverslaving te bestrijden en de illegale drugshandel te voorkomen of de bestrijden.’ Dit betekent dus dat Nederland en andere lidstaten van de EU de mogelijkheid hebben om zelf regelgeving over dit onderwerp te maken, mits dit ervoor zorgt dat illegale handel in drugs wordt voorkomen of bestreden. Dit kwam ook al naar voren in het SUO, maar op grond van artikel 8 GO is een wetsvoorstel aangaande regulering van voor- en achterdeurbeleid van coffeeshop een te vergaande maatregel en levert dit strijd op met Europese regelgeving.

Geconcludeerd kan worden dat het GO ervoor zorgt dat de internationale verdragen binnen de regelgeving van de Europese Unie een grote rol spelen. Met name artikel 4 EV is van groot belang. Daarnaast komt uit de artikelen 3,7 en 8 GO naar voren dat het wetsvoorstel weinig kans van slagen heeft omdat het indruist tegen de regelgeving van de Europese Unie.

3.4 Kaderbesluit

Het Kaderbesluit betreffende de vaststelling van minimumvoorschriften met betrekking tot de bestanddelen van strafbare feiten en met betrekking tot straffen op het gebied van illegale drugshandel kwam tot stand in het jaar 2004. Het doel van dit besluit is met name de straffen ten aanzien van illegaal drugsgebruik te harmoniseren en hierbij ook een minimale strafmaat invoeren. Het gaat dus nog verder dan het GO ten opzichte van de straffen. Ook in het Kaderbesluit zal ik alleen het meest relevante artikel bespreken van dit onderzoek, het zal hier gaan om artikel 2. Nog een belangrijk punt van aandacht: kaderbesluiten zijn dwingend van aard en verbindend ten aanzien van het te bereiken resultaat.

In artikel 2 van lid 1 Kaderbesluit is een verplichting tot strafbaarstelling opgenomen. Voor mijn onderzoek zijn met name sub a en b van dit artikel van groot belang. In sub a is opgenomen dat ‘het produceren, vervaardigen, extraheren, bereiden, aanbieden, te koop stellen, distribueren, verkopen, afleveren, ongeacht de voorwaarden, verhandelen, doorvoeren, vervoeren, in- of uitvoeren van drugs strafbaar is wanneer daar geen rechtvaardigingsgrond voor aanwezig is.’ Ditzelfde geldt daarnaast ook voor het kweken van papavers, cocaplanten of cannabisplanten, wat is opgenomen in sub b van ditzelfde artikel. Wat er precies wordt bedoeld met ‘rechtvaardigingsgrond’ is niet geheel duidelijk. Ook in het onderzoek van Kempen en Fedorova werd dit niet helder. Naar mijn mening gaat het hier om een uitleg die ook in de internationale verdragen is aangemerkt, volgens artikel 7 GO zijn deze VN-verdragen namelijk ook van toepassing op Europees niveau. In de paragraaf over de Schengenuitvoeringsovereenkomst hierboven heb ik al vermeld dat het er een rechtvaardigingsgrond bestaat voor wetenschappelijke en geneeskundige doeleinden. Dat dit van groot belang is voor het wetsvoorstel aangaande regulering voor- en achterdeur van coffeeshops lijkt me dan ook duidelijk. Ik denk dat Europese wetgever wil voorkomen dat er een beperktere uitleg van het begrip rechtvaardigingsgrond ontstaat. Hieruit kan dus ook geconcludeerd worden dat het doel van het nieuwe wetsvoorstel namelijk de bescherming van de volksgezondheid en het aanpakken van illegale drugshandel in strijd is met het Kaderbesluit.

Review this essay:

Name
Rating
Your review: (optional)

Latest reviews:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.