Paste your essVolgens Walrave en Van Ouytsel is cyberpesten ‘Het aanmaken van een nepprofiel met de bedoeling om iemand in een slecht daglicht te plaatsen, het versturen van beledigende of bedreigende berichten, het online verspreiden van gênante foto’s, het uitsluiten van een persoon uit een internetgroep, iemand bedreigen via de mobiele telefoon of op een sociaalnetwerksite’ (Walrave en Van Ouytsel, 2014). - Essay Marketplace

Paste your essVolgens Walrave en Van Ouytsel is cyberpesten ‘Het aanmaken van een nepprofiel met de bedoeling om iemand in een slecht daglicht te plaatsen, het versturen van beledigende of bedreigende berichten, het online verspreiden van gênante foto’s, het uitsluiten van een persoon uit een internetgroep, iemand bedreigen via de mobiele telefoon of op een sociaalnetwerksite’ (Walrave en Van Ouytsel, 2014).

Cyberpesten heeft gelijkenissen met het klassiek pesten; het komt namelijk ook langdurig en herhaaldelijk voor, er is een machtsongelijkheid en de pestkop heeft als doel het slachtoffer te kwetsen. Ook komt cyberpesten voor bij verschillende leeftijdsgroepen, maar ik ga me meer toespitsen op de van jongeren tussen 12 en 18 jaar.

3.3 Verschil tussen klassiek pesten en cyberpesten

3.3.1 Anonimiteit

Bij het klassiek pesten is het moeilijk om onbekend te blijven, het internet daarentegen biedt de pestkop veel mogelijkheden om zijn identiteit verborgen te houden. Hij kan een onbekend nummer gebruiken, een vals e-mailadres aanmaken of zelfs een vals account op een sociaalnetwerksite aanmaken. Dit kan bij het slachtoffer het gevoel van machteloosheid en frustratie veroorzaken. Ook kan dit bijdragen tot het machtsverschil en kan het ervoor zorgen dat jongeren die normaal gezien niet zouden pesten nu wel gaan pesten omdat ze onbekend kunnen blijven. Iedereen kan dus elkaar pesten zonder dat ze het zelfs van elkaar weten (Walrave & Van Ouytsel, 2014).

3.3.2 De impact

Klassiek pesten heeft natuurlijk ook een grote impact op het slachtoffer, maar via internet blijven de gevolgen veel langer zichtbaar en bereiken ze een groter publiek. Zo blijven foto’s en pagina’s voor altijd op het internet aanwezig, zodat het slachtoffer hier steeds opnieuw mee geconfronteerd wordt (Sonck en De Haan, 2011). Ook zijn er geen opvallende verschillen qua geslacht en leeftijd, iedereen trekt zich het pestgedrag ongeveer even hard aan (D’haenens en Vandoninck, 2012).

3.3.3 De mogelijkheid om voortdurend te pesten

Klassiek pesten gebeurt vaak tijdens de schooluren, waardoor het slachtoffer na de schooluren hier relatief veilig voor is. Cyberpesten zorgt ervoor dat de daders hun slachtoffers gedurende de hele dag en via verschillende mediums lastig kunnen vallen, dit kan ook weer voor extra stress zorgen bij de slachtoffers (Walrave en Van Ouytsel, 2014).

3.3.4 Veel bijstaanders

Bij klassiek pesten zijn er vaak maar een beperkt aantal getuigen, de pestkop wilt namelijk niet dat bijvoorbeeld leerkrachten zien dat hij/zij een pestkop is. Vaak is het dan ook maar een klein groepje dat de pesterijen ziet. Via internet is dit een veel grotere groep; de bijstaanders kunnen namelijk gewoon het pestbericht opmerken, het verder doorsturen en delen, het rapporteren aan de sitebeheerder… (Walrave en Van Ouytsel, 2014). Vaak is dit een grote groep wat de effecten van cyberpesten nog erger maakt voor het slachtoffer.

3.3.5 Moeilijk detecteerbaar

Vaak blijft pesten, zowel klassiek pesten als cyberpesten, onzichtbaar voor volwassenen. Klassiek pesten gebeurt vaak binnen de schoolmuren waar cyberpesten daarentegen vaak enkel buiten de schoolmuren plaatsvindt. Zo is het voor zowel leerkrachten als ouders moeilijk om actie te ondernemen. Het toezicht blijft dus beperkt, wat ervoor zorgt dat cyberpesten vaak lang blijft aanhouden omdat de daders weten dat ze toch niet gepakt worden.

3.3.6 Meer bewijsmateriaal

Bij klassiek pesten is er vaak geen bewijsmateriaal, behalve wanneer er fysiek geweld wordt gebruikt. Bij cyberpesten daarentegen is het zo dat het slachtoffer bewijsmateriaal kan verzamelen door schermafbeeldingen te maken of zaken op te slaan. Dit zorgt er wel voor dat de dader gemakkelijker gestraft kan worden dan bij klassiek pesten.

3.4 De verschillende rollen

3.4.1 Slachtoffers

Zowel jongens als meisjes worden het slachtoffer van cyberpesten. Uit de Vlaamse DICA-studie blijkt dat meisjes vaker het slachtoffer worden van cyberpesten en langer van streek zijn dan jongens. Ook blijkt dat jongeren uit het BSO en TSO vaker met cyberpesten geconfronteerd worden dan jongeren uit het ASO (Sensoa, 2016). Daarnaast blijkt ook uit verschillende studies dat er een verband bestaat enerzijds tussen intens, onveilig gebruik van het internet en de kans om slachtoffer te worden en anderzijds tussen het praten met personen die men enkel online kent en het slachtofferschap. De DICA-studie vertelt ons dat cyberpesten het meeste voorkomt op sociaalnetwerksites (43%) na sms (37%) en instant messaging (24%). (Walrave en Van Ouytsel, 2014)

Volgens onderzoek is het slachtofferschap ook in verband te brengen met psychologische en sociale problemen. Volgens de DICA-studie voelt meer dan 75% van de slachtoffers zich gekwetst na de pesterijen. Dit kan gepaard gaan met zowel negatieve gevoelens als zelfverminking en zelfs zelfmoordgedachten. Het pestgedrag blijkt ook een invloed te hebben op het gedrag binnen en buiten de school van jongeren. Ze voelen zich maak minder verbonden, presteren minder, kunnen zich niet goed concentreren en voelen zich minder veilig.

Ook verschillen de gevolgen naarmate het type van het pestgedrag. Jongeren die zowel offline als online gepest worden ervaren het meeste problemen naast jongeren die enkel online of offline gepest worden.

3.4.2 Daders

De resultaten van het DICA-onderzoek suggereren dat jongens vaker betrokken zijn bij cyberpesten dan meisjes. Ook hier zou er een zijn verband met de studierichting. Zo blijkt dat jongeren in het BSO en TSO vaker daders zijn van cyberpesten dan jongeren uit ASO. Ook hier hangt het daderschap samen met een frequent internetgebruik en risicovol internetgedrag.

Normaal gezien is het bij pesten zo dat de dader zich machtiger voelt dan het slachtoffer, maar vaak kampen ze ook met eigen problemen die mee een invloed hebben op het daderschap. Vaak is het zo dat de daders een laag zelfbeeld hebben doordat ze niet worden gesteund door hun vrienden en ook kampen met zelfmoordgedachten en zelfmoordpogingen.

Daarnaast wordt ook het pestgedrag gelinkt aan probleemgedrag op school, ze doen vaker aan vandalisme, hebben mindere schoolprestaties, voelen zich minder verbonden en gebruiken meer agressie op school.

Daders hebben het vaak moeilijk om de gevolgen van hun pesterijen in te schatten. Ze hebben vaak een gebrek van empathie en tonen minder spijt dan de daders bij klassiek pesten. Dit is omdat de daders bij cyberpesten hun gevolgen niet rechtstreeks kunnen zijn. Bij klassiek pesten ziet de dader de reactie en de gezichtsuitdrukking van het slachtoffer, maar bij cyberpesten weet de dader niet welke gevolgen dit zal hebben. Ook zijn ze meer geneigd om hun pestgedrag als rechtvaardig te zien.

Volgens Walrave en van Ouytsel zijn er 13 motieven waarom daders aan cyberpesten doen: afreageren van negatieve gevoelens op iemand anders, uit wraak, uit plezier, uit verveling, om een reactie uit te lokken, uit zelfbescherming, uit jaloezie, om goedkeuring te krijgen van hun vriendenkring, om een nieuwe persoonlijkheid te creëren, anonimiteit, straffeloosheid, geen directe confrontatie en omdat hun slachtoffer anders is dan anderen.

3.4.3 Bijstaanders

Bijstaanders hoeven niet direct personen te zien die aanwezig zijn bij het slachtoffer of de dader gedurende de pesterijen, maar kunnen ook diegene zijn die de boodschap verder deelt, rapporteert, ontvangt.. Hij kan op 3 manieren reageren: het bericht negeren, de pestkop helpen of aanmoedigen en het slachtoffer helpen of steunen. Vaak doen de bijstaanders niets met de pesterijen omdat ze vinden dat het hun zaken niet zijn, omdat ze denken dat ze zelf gepest gaan worden en omdat ze niet weten hoe ze kunnen helpen.

4 Besluit

Cyberpesten gebeurt meer als we denken, en spijtig genoeg vaak achter onze rug. Zowel de slachtoffers, daders en bijstaanders vinden we in de verschillende categorieën verschillend van leeftijd, socio-economische status en studierichting. Spijtig genoeg durft het slachtoffer er vaak niets over te zeggen tegen iemand, omdat ze bang zijn dat ze nog meer gepest zullen worden. Dit taboe moet doorbroken worden, want hoe meer de sociale media en de elektronica gaat opkomen, hoe meer cyberpesten zal opkomen. Laten we met zijn allen een luisterend oor bieden en een oogje in het zeil houden.

ay in here…

Review this essay:

Name
Rating
Your review: (optional)

Latest reviews:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.