Essay: Thomas van Aquino

Essay details:

  • Subject area(s): Dutch essays
  • Reading time: 8 minutes
  • Price: Free download
  • Published on: June 26, 2019
  • File format: Text
  • Number of pages: 2
  • Thomas van Aquino
    0.0 rating based on 12,345 ratings
    Overall rating: 0 out of 5 based on 0 reviews.

Text preview of this essay:

This page of the essay has 2401 words. Download the full version above.

‘Het verschil tussen mens en dier is meer dan gradueel. God heeft mensen namelijk, behalve het vegetatieve, sensitieve, appetatieve en locomotieve vermogen ook het intellect gegeven.’

Leven en zijn werken

Thomas is geboren rond 1224 en 1225 in een groot huis (kasteel) van zijn rijke familie in Roccasecca, naastgelegen Aquino, dichtbij de abdij van Monte Cassino waar zijn ouders hem naartoe hebben laten gaan voor zijn basisopleiding. Na een paar jaar vertrok hij naar Napels, de hoofdstad van Sicilië, waar toen destijds Frederik III een beroemde universiteit opgericht had. Men leerde er het filosofisch gedachtegoed van de Griekse filosoof Aristoteles. Hier zag Thomas meteen een grote waarde van in. Thomas was namelijk geïnteresseerd in het ideaal van de Orde die eerder tot stand was gebracht door de heilige Dominicus. Zo zien we ook dat in de jaren die hij in Napels doorbracht, zijn interesse voor de Dominicaan groeide. Deze liep zo hoog op dat toen hij een Dominicaans habijt ging dragen, zijn familie er tegenin ging en hem verboden naar het klooster te gaan en voor een tijdje bij hun, zijn familie dus, door te brengen.

In 1245 mocht hij weer zijn weg vervolgen en zich terug tot God keren. Hij werd naar Parijs gestuurd om theologie te studeren onder leiding van een andere heilige genaamd Albertus de Grote.

Albertus en Thomas van Aquino raakten dik bevriend en gingen elkaar dus ook erg waarderen, zodanig dat Albertus wou dat Thomas met hem mee zou komen naar Keulen. Hier werd Albertus heen gestuurd door de oversten van de Orde om een school in theologie op te richten. Thomas verdiepte zich toen in de werken van Aristoteles en zijn Arabische commentatoren, waar Albertus hem meer informatie over gaf.

In de leerschool van Albertus de Grote deed Thomas iets van groot belang voor de geschiedenis van filosofie, theologie en cultuur. Hij bestudeerde Aristoteles zijn werk zodanig, dat hij er ook nieuwe Latijnse vertalingen aan toevoegde van oorspronkelijke Griekse teksten. Hierdoor hoefde hij niet meer alleen op de Arabische commentatoren te steunen maar zo kon hij zelf ook de oorspronkelijke teksten lezen en eigen commentaar geven op een deel van de werken van Aristoteles waarbij hij een onderscheid maakte tussen wat volgens hem klopte en wat twijfelachtig was of wat zelfs helemaal weggelaten moest worden.

Daarnaast toonde Thomas van Aquino aan dat er een ‘natuurlijk’ evenwicht bestaat tussen christelijk geloof en rede. Dit is echter ook hét grote werk van Thomas geweest (Summa contra gentiles (ca. 1256)) , die tijdens een conflict tussen twee culturen, waarin het leek dat het geloof moest toegeven aan de rede, heeft kunnen aantonen dat de twee wél samengaan. Dat de rede die onverenigbaar leek met het geloof, geen rede blijkt te zijn en dat het geloof, geen geloof kan zijn wanneer het zich tegen rationaliteit keert. Hij heeft zo een nieuwe synthese opgesteld, die de cultuur beïnvloede van de daarop volgende eeuwen.

Vanwege zijn intellectuele capaciteiten, werd Thomas gevraagd terug naar Parijs te komen om als professor in theologie te dienen van de Dominicanen. Daar is ook zijn letterkundige schriften begonnen die iets bijzonders hebben: commentaren op de Heilige Schrift, aangezien de professor in de theologie toch vooral een interpretator van het Schrift was. Ook commentaren op de geschriften van Aristoteles, waaronder de uitstekende “Summa Theologiae” , waarin toespraken etc. over verschillende onderwerpen stonden.

Hij bleef echter niet lang in Parijs. In 1259 nam hij deel aan het Generaal Kapittel van de Dominicanen dat plaatst vond Valencia. Daarna van 1261 tot 1265 was Thomas in Orvieto.

Tenslotte van 1265 tot 1268 vestigde Thomas zich in Rome waar hij vermoedelijk een studiehuis van de Orde leidde en waar hij zijn eigen “Summa Theologiae” begon te schrijven.

Later in 1269 werd hij opnieuw door Parijs gevraagd terug te komen in het onderwijs.

In december 1273 vroeg hij zijn vriend en secretaris Reginaldo om zijn besluit mee te delen dat hij met al het werk gaat stoppen omdat hij onder de mis, een teken heeft gekregen, dat alles wat hij tot dan opgeschreven had, enkel “een hoop stro” was. Dit was een wending die men niet aan zag komen.

Enkele maanden later stierf Thomas op zijn reis richting Lyon, waar hij wilde deelnemen aan het oecumenisch concilie dat opgericht was door paus Gregorius X. (Benedictus P. , 2016)

Kritiek

Thomas’ interpretatie van Aristoteles werd natuurlijk niet door iedereen geaccepteerd en gevolgd, maar zelfs sommige van zijn tegenstanders, zodoende op academisch vlak (bijvoorbeeld Godefroid de Fontaines) erkenden dat de leer van Thomas beter was dan die van anderen met de daarbij behorend waarde en dat zij de leer van alle andere professors zouden kunnen corrigeren.

Korte samenvatting :

Als we naar de wereld om ons heen kijken en proberen zoveel mogelijk verschijnselen te verklaren, dan komen we volgens Aquino uiteindelijk toch wel onvermijdelijk bij maar één en dezelfde conclusie, namelijk: God bestaat.

De nodige kritische vragen:

Hoe weten we zo zeker dat veranderingen niet ‘oneindig’ zijn?

Waarom zitten oorzaken niet in een herhalende keten vast?

Waarom is er een absolute noodzaak dat God moet bestaan?

De fout die Aquino in zijn theorie maakt is dat hij in zijn argumentatie al veronderstelde wat hij wilde bewijzen, namelijk het bestaan van God. (Benedictus, 2013 )

Zo zou ook Aristoteles kritiek kunnen leveren aangezien van zijn theorie Aquino een christelijke beschrijving heeft gemaakt. Aquino neemt dus een groot deel over van Aristoteles, maar dan met zijn volle zicht op God wat volgens Aristoteles niet aan de eerst orde kwam. Zo dacht Aristoteles dat het verstand het fundament van de mens was en zich hierin onderscheidde van dieren. Dit vind plaats in de fysica, in de thelelogie waarin ‘doel en gevolg’ centraal staan wat wilt zeggen dat alles op elkaar is afgestemd in de natuur onderling. Aquino legt hier echter meteen de link dat wij, omdat we over het ratio (het intellect) beschikken, in contact staan met God en dat God als doel de mens had. Aristoteles was wel overtuigt dat er naast het sterfelijk leven iets was, maar noemde deze enkel in de metafysica. (Benedictus, Aristoteles en het belang van de waarneming, 2013 )

Hedendaagse betekenis

Hedendaags commentaar op de schriften van Aquino komt natuurlijk voort uit moderne theologische. Op een of andere manier probeert men nu nog Aquino in gesprek met moderne denkers te laten komen en probeert men te laten zien hoe Aquino’s denken de methoden kan ondermijnden van theologen zoals bijvoorbeeld Barth, Rahner, Kuitert, enz. Vele discussies en vooral die over het bestaan van de alwetende en almachtige God of over ‘de deugd’ maken nogmaals duidelijk dat Aquino van groot belang is voor de filosofie.

De huidige herontdekking en positieve herwaardering van de werken van Aquino vinden nu vooral plaats bij de Angelsaksische analytische filosofie.

Men kan ook op andere gedachte komen, als men terugkijkt naar de culturele invloed van het thomisme in Frankrijk, twintigste eeuw, en de daarbij horende grote aantallen bekeringen.

Josef Wissink schrijft in zijn boek over Aquino:

‘Het thomisme van Jacques Maritain was zozeer aangepast aan de moderne maatschappij dat het een groot cultureel invloed kon uitoefenen en veel mensen direct of indirect tot bekering tot het christendom leidden (alhoewel in de praktijk vaak in combinatie met andere apologetische elementen van andere vakgebieden). Dat zoveel invloedrijke intellectuelen, politici, enz. uit de anti-klerikale toenmalige franse maatschappij zich bekeerden ten huize Maritain of door de landelijke Cercles Thomiste (opgericht door Maritain en Garrigou-Lagrange) maakt duidelijk dat het thomisme de kerk ook kan opbouwen door bekeringen en dus in deze zin ook van belang is voor de theologie. Ik Ik heb hierbij oog gehad voor het belang van het denken van Aquino als rationele fundering van een theologie die met zichzelf, met interne discussies bezig is. Maar hij had ook oog kunnen hebben voor het belang van zijn denken als fundering voor een apologetische theologie die een “licht van de wereld” is, de wereld positief beïnvloedt, en de kerk uit breidt.’ (Wissink, 1998)

Hij zegt dus eigenlijk dat Aquino vooral relevant is geweest voor de theologie m.b.t. het uitbreiden van de kerk door gevolg van bekeringen.

Het mensbeeld van Aquino

‘Het verschil tussen mens en dier is meer dan gradueel. God heeft mensen namelijk, behalve het vegetatieve, sensitieve, appetatieve en locomotieve vermogen ook het intellect gegeven.’

Thomas concludeert dat het menselijk lichaam er al moet zijn geweest voor de ziel bestond, als de ziel al vóór het lichaam bestond zou dit namelijk betekenen dat de ziel voor eeuwig zou bestaan en al bestaan hebben, maar dat kan dus niet aangezien alleen God voor eeuwig is. God heeft de zielen geschapen wat nadruk geeft opdat hij er eerder moet zijn geweest.

Omdat God zijn standpunt ‘alles is goed’ was, zouden vervolgens de zielen ook goed moeten zijn. Waarom zouden de goede zielen in een minder goed lichaam dan die van de mens gaan? Aangezien god naar volmaaktheid streeft!

(Schaik, 2007)

God staat voor hem hierbij erg centraal omdat hij hem als de Eerste Onbewogen Beweger beschouwt.

Hij is echter verantwoordelijk voor al het gebeuren hier op aarde, hoe kan anders ‘beweging’ hier op aarde zijn ontstaan? Aquino volgt hierin de mening van Aristoteles die het hier wegzet als een soort domino-effect waarbij God de eerste zet geeft.

Aquino volgt echter ook een ander beeld van Aristoteles: De mens is een ‘wezenlijke’ eenheid van lichaam en ziel.

Aristoteles concludeert namelijk dat zowel mens als dier als plant een ziel hebben, maar beide een andere.

Zo hebben planten een vegetatieve ziel,

Dieren een vegetatieve ziel + animale ziel

En mensen een vegetatieve ziel + animale ziel + ratio

Hiermee bedoelt Aristoteles dat

• Planten alleen het vermogen hebben om voort te planten, te groeien en zich te voeden (vegetatief).

• Dieren het vegetatief vermogen hebben maar ook het vermogen tot het waarnemen van interne en externe prikkels (sensitief), het vermogen tot beweegkracht (locomotief) en het vermogen tot het hebben van een drift om het verlangen te plezieren (appetitief).

• Mensen hebben dit allemaal plus nog iets extra’s namelijk het intellect, de ratio, het vermogen om na te denken. Het ratio is dus ook precies het punt volgens Aristoteles waar mens en dier zich onderscheiden, want het dier heeft geen verstand en een mens wel. (Malou, 2004)

Het moge dus wel duidelijk zijn dat zowel God als de filosofie van Aristoteles voor Aquino een belangrijke rol speelde in zijn beredenaties.

Voor ons zou het bestaan van God echter alleen vastgelegd kunnen worden op basis van iets anders dat aan ons gegeven is, bijvoorbeeld de loopbaan van tijd en ruimte.

Hierop zegt Aquino, wat overigens voor hem nóg een bevestiging is dat God bestaat:

Wat in het algemeen door iedereen gezegd wordt, kan onmogelijk helemaal onwaar zijn.

Origineel: Quod ab omnibus communiter dicitur, impossibile est totaliter falsum.

Zoals in een stukje terug in de tekst al deels wordt aangegeven;

Aquino zijn christelijke overtuiging is dat de mens is toe geordend op God als het uiteindelijke doel van zijn bestaan. Hier bedoelt hij mee dat de geestelijke inhoud van de mens, de mens vatbaar maakt voor contact met God.

Maar Thomas van Aquino blijft een duidelijke scheiding tussen mens en God aangeven. Namelijk dat elk schepsel maar een beperkte tijd deel kan nemen aan het zijn, dus maar een beperkte tijd voor het bestaan heeft, terwijl God op oneindige wijze het zijn heeft waardoor God dus ook een oneindig bestaan heeft. Hieruit volgt dat God niet zozeer het zijnde heeft maar het Zijn zelf is.

God is namelijk volmaakt waardoor hij ook het bezit over de volmaaktheid van het Zijn heeft zonder uitzonderingen. (Hoeks, 2014)

Verder schrijft hij in één van zijn werken:

“De gelovige en de filosoof hebben een verschillende kijk op de levende wezens. De filosoof beschouwt alles wat met hun specifieke natuur te maken heeft, terwijl de gelovige alleen maar kijkt naar de relaties tussen deze wezens en God, bijvoorbeeld dat zij door God geschapen zijn en aan Hem onderworpen zijn, enzovoorts” (Summa contra gentiles, boek II, hoofdstuk 4)

Hierin omschrijft hij twee mogelijkheden van een kijk op organismen in onze wereld i.v.m. de kijk op het bestaan. Zo maakt hij dus het verschil tussen biologisch wijsgerige antropologie waarbij filosofen conclusies trekken op basis van wetenschappelijke theorieën en filosofische inzichten en anderzijds theologisme waarbij filosofen conclusies trekken vanuit God’s opzicht.

Omdat Thomas van Aquino zich zo verdiepte in god kon hij ook nog eens de algemene interesse van de mens in God verklaren. Aangezien de mens over een zogeheten ‘intellect’ beschikt, naast ratio ook een onsterfelijk deel niet bestaande uit materie, dan betekent dat dat men over een ‘wezensvorm’ beschikking heeft en dat men daarom gretig is naar het begrijpen van God.

Aangezien God dus het volmaakte was van het Zijn: een vorm zonder materie. (Wauters, 2013)

Thomas van Aquino heeft echter niet gezegd dat door de pluspunten die de mens gekregen heeft de zogenaamde grenzeloosheid waar de mens dus ook over beschikt enkel iets moois en positiefs is. Aquino veronderstelt dat in het middelpunt van de menselijke wezenlijkheid zich een soort van onbepaaldheid bevindt die ervoor zorgt dat er een noodzaak is van bepaling, ordening en verantwoordelijkheid oftewel zogezegd eigen regels. Maar als dat zo is dan moet de mens ook daar toe in staat zijn dat het dat kan, dus dat het voor zichzelf regels en eisen kan stellen.

De mens is in zijn wezenlijkheid niet vastgelegd en kan zich dus openen voor zijn eigen ratio m.b.t. een oneindige hoeveelheid aan waarheid en goedheid. Dat betekent echter wel dat de mens zichzelf in zijn bestaan zelf moet bepalen, ordenen en regelen met het zicht op bepaalde beelden van waarheid en ,belangrijk, goedheid.

Hier gaat het volgens Aquino mis. Aangezien om deze reden de mens dus zelf zal moeten ordenen op het gebied van kennis en handelingen, kan dit uitlopen tot leugens en bedrog.

“Alleen in het licht van het goede als normatief vrijheidsidee kan het kwade begrepen worden.”

Oftewel het kwade kan alleen begrepen worden als de normen van de zelf invulbare ‘eigenregels’ in een vlak vallen van wat God bedoelt wat het goede is.

Echter stelt Aquino dat men al snel, door de nare werkelijkheid van het slechte, het wezenlijke op het goede afwijst.

Omdat men vindt dat men zichzelf niks wijs moet laten maken. Hierdoor loopt men wel het risico het slecht nooit te kunnen begrijpen en het maar laat bij wat het is. (Kerkhof, 2016)

About Essay Marketplace

Essay Marketplace is a library of essays for your personal use as examples to help you write better work.

...(download the rest of the essay above)

About this essay:

This essay was submitted to us by a student in order to help you with your studies.

If you use part of this page in your own work, you need to provide a citation, as follows:

Essay Marketplace, Thomas van Aquino. Available from:<https://www.essaymarketplace.com/dutch-essays/thomas-van-aquino/> [Accessed 10-07-20].

Review this essay:

Please note that the above text is only a preview of this essay.

Name
Email
Review Title
Rating
Review Content

Latest reviews:

Leave a Comment

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.