Vorig jaar oktober werd ik dan eindelijk achttien, een leeftijd die toch vele deuren opent, waar deze eerst absoluut gesloten waren. Ik mocht (weer) legaal drinken, auto rijden én bovenal stemmen. Met dit stemrecht op zak voelde ik me ineens veel wijzer en belangrijker. Ik telde mee, zo voelde ik dat in ieder geval. Eén maand later, 19 november 2014, om precies zijn, was het al zo ver. Eindelijk mocht ik mee beslissen welk pad mijn gemeente ging bewandelen. Helaas hangt lang niet heel Nederland zoveel waarde aan zijn of haar stemrecht als ik. De opkomst van de gemeenteraadsverkiezingen ging de boeken in als laagste ooit: 53,6 procent van het Nederlandse volk ging maar naar de stembus (Trouw). Deze tendens is al lange tijd te zien: er gaan steeds minder mensen naar de stembus. Dit is fataal voor onze democratie. Deze staatsvorm is immers gebouwd op een grote dosis legitimiteit. David van Reybrouck, Belgische cultuurhistoricus en schrijver, legt dit probleem treffend uit: - Essay Marketplace

Vorig jaar oktober werd ik dan eindelijk achttien, een leeftijd die toch vele deuren opent, waar deze eerst absoluut gesloten waren. Ik mocht (weer) legaal drinken, auto rijden én bovenal stemmen. Met dit stemrecht op zak voelde ik me ineens veel wijzer en belangrijker. Ik telde mee, zo voelde ik dat in ieder geval. Eén maand later, 19 november 2014, om precies zijn, was het al zo ver. Eindelijk mocht ik mee beslissen welk pad mijn gemeente ging bewandelen. Helaas hangt lang niet heel Nederland zoveel waarde aan zijn of haar stemrecht als ik. De opkomst van de gemeenteraadsverkiezingen ging de boeken in als laagste ooit: 53,6 procent van het Nederlandse volk ging maar naar de stembus (Trouw). Deze tendens is al lange tijd te zien: er gaan steeds minder mensen naar de stembus. Dit is fataal voor onze democratie. Deze staatsvorm is immers gebouwd op een grote dosis legitimiteit. David van Reybrouck, Belgische cultuurhistoricus en schrijver, legt dit probleem treffend uit:

“Legitimiteit gaat over: hoezeer kunnen inwoners zich vinden in die oplossingen? In hoeverre erkennen zij het gezag van de overheid? … De democratie heeft een ernstig legitimiteitsprobleem als burgers niet langer wensen deel te nemen aan haar belangrijkste procedure, de stembusgang. Is het parlement dan nog wel representatief?” (Reybrouck, 11-10-2010)

Dat het de foute kant op gaat met onze democratie, valt ook Nederlands filosoof Rutger Bregman op. In zijn artikel: ‘Dromen is niet eng; Essay pleidooi voor de utopie’, komt hij tot conclusie dat we tegenwoordig de utopie hebben doodverklaard. Radicale ideeën over de wereld worden afgeschoten, terwijl deze de democratie juist levend houdt. Het geloof in de maakbaarheid van de samenleving is aan het verdwijnen. (Bregman, 3). Malcolm Gladwell gaat in het artikel ‘The power of context’ nog dieper in op deze maakbaarheid van de samenleving en hij gelooft dat de natuurlijke omgeving het handelen van mensen bepaald.

Aan de hand van deze twee artikelen heb ik geprobeerd meer duidelijkheid te krijgen over het probleem dat mensen niet meer in de maakbaarheid van de samenleving geloven en daarmee een afnemende belangstelling hebben voor de verkiezingen. In dit essay wil ik dan ook de volgende vraag beantwoorden: Wat is de oorzaak van de afnemende opkomst bij verkiezingen in Nederland? Toenemende individualisering, wantrouwen tegenover de politici en geen vertrouwen meer hebben in de democratie, zijn factoren die bij de afnemende opkomst een rol spelen.

Toenemende individualisering

De gemeenschap staat al lang niet meer centraal in ons leven, alles draait om de individu. Deze trend is al langere tijd waarneembaar en waar individualisering aanvankelijk een goede ontwikkeling was, immers de traditie van ondergeschiktheid en niet zelf je beroep of partner te mogen kiezen is gelukkig voorbij, lijkt individualisering de laatste jaren te ver doorgeschoten. Langzaam maar zeker begonnen we steeds meer vooral aan ons zelf te denken: welke daden helpen mij verder of omhoog? We schoven ons zelf steeds meer naar voren en de gehele samenleving naar achter. ‘Jij bent diegene die het kan maken of breken’, werd het algemene gedachtegoed. De samenleving, maar ook de omgeving, als eventuele oorzaak voor mislukkingen of successen, worden te niet gedaan. “We will always reach for a “dispositional” explanation for events, as opposed to a contextual explanation” (Gladwell, 159).

Deze toenemende individualisering brengt niet alleen problemen onderling met zich mee, iedereen streeft immers naar het beste voor zichzelf, maar brengt ook problemen mee voor onze overheid met al zijn facetten. Doordat we niet meer geloven dat deze instituten veel voor ons kunnen betekenen, wordt het gehele politieke systeem al snel niet meer belangrijk en/of interessant gevonden. Dit stelt Bregman ook: “Het aloude maakbaarheidsgeloof is overgesprongen op het individu. … de overheid is geen geluksmachine. De samenleving is immer niet maakbaar, maar jij bent dat wel“ (3). Het nut van de verkiezingen, één van de belangrijkste onderdelen van ons politiek systeem, wordt dus ook steeds minder ingezien. Waar we vroeger nog in groten getale naar het stembureau gingen. loopt dat nu met de jaren af. Men zet zijn stemrecht steeds minder in.

Wantrouwen tegenover politici

Een ander groot probleem naast de individualisering is het wantrouwen tegenover

de politici. Door het weinige belang wat men in de politiek ziet en de desinteresse tegenover de politiek, heeft men ook weinig kennis over de politiek. Zo verdiepen mensen zich niet verder in de politiek: het is immers oninteressant en men begrijpt er niets van, omdat men te weinig weet. Dit leidt ertoe dat er te weinig kennis is van standpunten en over partijleden, dit gegeven concludeert ook de krant het Binnenlands Bestuur. Deze wisselwerking leidt tot en negatievere houding ten opzichte van de politiek. Het grootste gedeelte van het volk hoort en/of leest immers alleen de ‘grote’, bijzondere en spraakmakende uitspraken. Deze uitspraken blijven natuurlijk ook het langst hangen. Gladwell noemt dit de ‘Stickiness Factor’: “It can be done by changing the content of communication, by making a message so memorable that it sticks in someone’s mind and compels them to action” (Gladwell, 161).

Vooral rond verkiezingstijd, wanneer de verkiezingscampagnes op volle tour draaien, regent het grootse uitspraken op tv of in de krant. De politici weten immers ook dat de meeste mensen de oneliners onthouden en handelen hier ook naar. De VVD zou ervoor gaan zorgen dat de rijke mensen minder belasting hoeven te betalen, terwijl de PvdA weer pleitte voor een hogere bijstand. Uiteindelijk kwamen ze samen in de kamer en begon de tijd van compromissen maken en verdwenen veel van de grootse plannen als sneeuw voor de zon bij beide partijen. Bregman vond zelfs een interview met Samson, leider van de PvdA, die dit zelf beaamde: “De PvdA zoekt de idealen niet links of rechts maar vérder dan in het regeerakkoord , zei PvdA-leider Diederik Samsom onlangs tegen de Volkskrant. Over de VVD merkte hij op: De richting is niet wezenlijk anders. We willen vooruit” (Bregman, 3). Ineens verschilden de beide partijen toch niet zoveel van elkaar, nu ze samen in de kamer zaten. De meeste Nederlanders krijgen door deze praktijken veel wantrouwen tegenover de politici en gaan hierdoor dus ook minder snel naar de stembus. Waarom zou ik nog gaan stemmen als uiteindelijk alle partijen hun standpunten niet waarmaken en altijd maar de middenweg kiezen?

Dit imago is voor de democratie funest: als er geen vertrouwen is in de volksvertegenwoordigers, is er daarmee eigenlijk geen vertrouwen meer in het gehele systeem. Immers: de verkiesbare volksvertegenwoordigers zijn het belangrijkste onderdeel van het huidige systeem en nog belangrijker: zij zijn het boegbeeld van de parlementaire democratie.

Geen vertrouwen meer in de democratie

Naast de toenemende individualisering en het wantrouwen tegenover de politici is een andere oorzaak de steeds grotere groep mensen die geen vertrouwen meer hebben in de democratie. Men vindt (vaak) dat ze te weinig inspraak hebben Dit probleem is te verklaren aan de hand van de theorie die spreekt over de gekozen aristocraten (Ankersmit). Deze theorie houdt in dat de politici een nieuwe soort elite zijn. Het principe van de afvaardiging, dat ten grondslag ligt aan de parlementaire democratie, houdt in dat een afgevaardigde van de kiezers de belangen van dezelfde kiezers verdedigt. De gedachte was dat het niet mogelijk was om alle burgers een directe stem te geven in het landsbestuur, dus moesten de mensen hun afgevaardigde kiezen. Een dergelijk persoon zou representatief zijn voor zijn kiezers. Daar zouden kiezers hun afgevaardigde op uitkiezen.

Het begrip democratie betekent dat de macht om te regeren bij het volk ligt. De vraag is nu: waar ligt in een electorale democratie nu daadwerkelijk de macht van de burgers? Feitelijk gezien beperkt de macht van het volk zich tot het stemmen. De mensen stemmen een groep afgevaardigden naar het parlement. Met dat stemmen dragen de ’regerende burgers’ hun macht aan deze groep afgevaardigden over. Daarmee regeert een klein groepje mensen over de hele samenleving, met een macht die hen is gegeven door diezelfde samenleving. Dat is strikt theoretisch gezien een speciale vorm van aristocratie, de ‘electorale aristocratie’: niet de gehele hogere klasse regeert het land, maar wel een klein groepje. Dat is een speciaal, klein groepje aristocraten. Een aristocratie, maar een gekozen aristocratie

Review this essay:

Name
Rating
Your review: (optional)

Latest reviews:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.